Voor de leerlingen voor wie ook de weekbundels te snel gaan. Elke bundel is één verhaal — een poolexpeditie, een detectivebureau in 1926, de Romeinen, Newton, Sherlock Holmes, de Olympus, Mars — waarin rekenen, taal, Frans, wereld en code door elkaar lopen. Bundel 1 zit net boven de weekbundels, bundel 8 is echt zesde leerjaar en meer. In de leerkrachtnota staat per doel of het (5) of (6) is.
Jij bent de vierde van het team: je weegt het rantsoen, leest de thermometer onder nul, zoekt de positie op de kaart en schrijft het logboek.
Een vergulde stationsklok verdwijnt in een art-decostad, vier getuigen spreken elkaar tegen, en jij bent de nieuwe assistent die het uitrekent.
Je wordt klerk bij een olijfoliehandelaar in een Romeinse havenstad: wastafeltjes vol Romeinse cijfers, tol en korting in procenten, en een aquaduct dat per kilometer maar vier vingers mag dalen.
Je wordt in 1687 aangenomen als assistent van Isaac Newton en doet zijn proeven opnieuw, met een lat, een touwtje en een handvol knikkers.
Vier geheimschriften, van een rij krijtmannetjes tot een sleutelwoord van vier letters, en een laatste brief die je alleen kraakt als je ze alle vier begrijpt.
De goden houden spelen, en jij bent de grammateus: je tekent de mythen op, ordent de stamboom en houdt de uitslagen bij.
Het jaar 2071: jij bent de jongste ingenieur van Ares-3 en krijgt de plannen, de voorraden en het noodplan in handen.
Je krijgt een leeg eiland van twaalf bij zeven kilometer en tweehonderdveertig mensen. Alles wat je daarmee doet, moet je berekenen, opschrijven en verdedigen.