← Back to CoursesDifferentiatie 5de Leerjaar
Differentiatie 5
Super plus 2 niveau 2/8

Detectivebureau Aurelia, 1926

Een zaak uit de tijd van radio en tram

In de nacht van 12 op 13 oktober 1926 verdwijnt de Sterrenklok uit de hal van het Noorderstation van Vaerdonk. Je bouwt de tijdlijn over middernacht heen, rekent na of iemand de afstand wel kon afleggen, leest de nachtdienstregeling van lijn 7, tekent het plein op schaal en trekt er zichtlijnen door, meet de hoeken in het art-decoraam boven de klok, zet de alibi's in een waarheidstabel met EN, OF en NIET, voert een verhoor in het Frans en schrijft op het einde zelf het rapport voor de commissaris.

Download PDF Er is in deze bundel niets te knippen. Je hebt wel een lat en een geodriehoek nodig, en op blad 12 en blad 19 een scherp potlood. naar het bijvoegsel alle Super plus-bundels

Voor de leerkracht

Super plus 2 is een doorlopend onderzoek van 24 bladen rond een verzonnen diefstal in een verzonnen stad. De vakken zitten verweven: elk blad heeft één kleur, maar de wiskunde komt uit de getuigenissen en het Frans uit het verhoor. Nieuw terrein tegenover het vijfde leerjaar is vooral: tijdsduur berekenen over middernacht heen, snelheid als afstand gedeeld door tijd en de omgekeerde som, hoeken meten met de geodriehoek, spiegelsymmetrie in een patroon, waarheidstabellen met EN, OF en NIET, en een betogende tekst met stelling, argument-met-bewijs, tegenargument en slot. De zaak is sluitend: de dader volgt eenduidig uit de bladen 4, 8, 10, 12, 15, 17 en 21 samen. Laat leerlingen niet raden maar aanwijzen met bladnummers. Ze kunnen het dossier zelfstandig doorwerken in de volgorde van de nummering; de bladen 22 tot 24 zijn de meesterproef en vragen samen ongeveer twee lesuren.

Een tijdsduur berekenen die over middernacht heen loopt, in uren en minuten (5-6)Uit een logboek en een stroomboek afleiden hoe een tijdvenster versmalt (6)Snelheid berekenen als afstand gedeeld door tijd, in km/u (6)De som omdraaien: de tijd berekenen uit afstand en snelheid, en kommadelen van een uur omzetten in minuten (6)Een nachtdienstregeling lezen en er reistijden, stilstanden en aankomsturen uit halen (5-6)Nagaan of een verplaatsing haalbaar is binnen een gegeven tijd (6)Hoeken van 30°, 45°, 90°, 120°, 135° en 180° herkennen, meten en tekenen met de geodriehoek (6)De hoek tussen de wijzers van een klok berekenen, met de stand van de kleine wijzer erbij (6)Een patroon spiegelen om een as en de symmetrieassen van de volledige figuur aanduiden (6)Een plattegrond tekenen op schaal 1 cm = 10 m en er zichtlijnen op uitzetten (6)Feit, mening en aanname uit elkaar houden in een getuigenverklaring (5-6)Twee verklaringen naast elkaar leggen en de tegenstrijdigheid precies benoemen (6)Waarheidstabellen invullen met EN, OF en NIET en er een besluit uit trekken (6)Franse vragen stellen met où, quand, qui en pourquoi, en er passend op antwoorden (6)Weten dat een vrouwelijke spreker bij être een -e krijgt in de verleden tijd (6)Het interbellum situeren: elektrisch licht, radio-uitzendingen, tram en trein, mode in 1926 (5-6)Begrijpen waarom de lengte van een slinger de gang van een uurwerk bepaalt en het gewicht niet (6)Een rapport schrijven met stelling, argumenten met bewijs, een weerlegd tegenargument en een slot (6)Bij elk argument de bron vermelden waarop het steunt (6)
Wereldoriëntatie · de zaak begint

Kaaistraat 14

Vaerdonk, dinsdag 13 oktober 1926
1

Beste assistent, je bent aangenomen. Niet omdat je het mooiste handschrift had van de zeven die hier zaten, wel omdat je als enige vroeg waarom die klok pas om vijf over half twee gemist werd. Dat is precies de vraag waar deze zaak op draait.

Vannacht is de Sterrenklok uit de hal van het Noorderstation verdwenen. Zesendertig kilo verguld koper, een wijzerplaat met twaalf punten, vier bouten in de muur. De laatste die haar zag hangen was de nachtwaker, om tien over elf. Om vijf over half twee belde hij de politie.

Vier mensen waren die nacht op of rond het Stationsplein: de nachtwaker, de conducteur van de nachttram, de bloemenverkoopster en de eigenaar van Hotel Elektra. Alle vier hebben ze iets gezien, en alle vier vertellen ze iets wat niet helemaal past bij wat de anderen zeggen. Eén van hen liegt, en die ene heeft de klok.

Je krijgt van mij geen namen om te verdenken. Je krijgt papier: een proces-verbaal, een logboek, een dienstregeling, een plattegrond, een programmablad en een sleutelregister. Reken, meet en vergelijk, en geloof geen zin die je niet kan nakijken. Op het laatste blad van dit dossier schrijf je zelf het rapport voor commissaris Haverbeke. — Aurelia Vonck

Kaaistraat 14, kwart over drie in de ochtend.
superplus02/w1_bureau_kaaistraat.jpg
1

Aurelia zegt dat de zaak op één vraag draait. Schrijf in je eigen woorden op welke vraag dat is. Noteer daarna drie dingen die je volgens deze brief zeker weet, en één ding dat je nog helemaal niet weet.

Wereldoriëntatie naam
PROCES-VERBAAL
Wereldoriëntatie · het dossier

De nacht van 12 op 13 oktober

Politie Vaerdonk, tweede afdeling. Overgeschreven voor het bureau aan de Kaaistraat.
2
Wat vaststaat

Dit is nagekeken door twee agenten. Het staat er niet omdat iemand het zegt.

  • De Sterrenklok hing met vier bouten boven de ingangsboog in de hal, op 2,40 m hoogte.
  • Om 23.10 u hing ze er nog: de nachtwaker keek er recht onder toen de laatste sneltrein vertrok.
  • Om 01.35 u belde de nachtwaker. De vier bouten lagen op de vloer, de ladder van de lampenman stond eronder.
  • In het natte zand van de Kaaistraat, vlak voor de dienstdeur, liepen twee wielsporen naast elkaar.
Vier bouten op de tegels, en een lichte plek op de muur.
superplus02/w2_lege_muur_in_de_hal.jpg
wiewat hij of zij doetwaar volgens zichzelf
Gustaaf Bierens, 62nachtwaker van het stationbij de goederenloods, 1 km verder
Leon Vermeulen, 34conducteur op lijn 7, nachtdienstop de tram, en stil aan de Havenkaai
Margriet Sneyers, 47bloemenverkoopster op het pleinaan haar kraam en daarna op weg naar huis
Theofiel Crombez, 51eigenaar van Hotel Elektraachter zijn balie in de hotelhal
1

Hoe lang duurt de nacht tussen het laatste zekere moment en de ontdekking? Reken van 23.10 u tot 01.35 u en schrijf erbij hoe je over middernacht heen gerekend hebt.

2

Twee dingen in dit verslag zijn geen waarneming maar een spoor dat nog uitgelegd moet worden. Welke twee, en wat zou jij erover willen weten voor je verder gaat?

Wereldoriëntatie naam
Wiskunde · tijd, deel 1 van 2

Over middernacht heen

Na 23.59 u begint de teller opnieuw. Daar moet je iets voor doen.
3
In twee stukken rekenen

Je weet al hoe je een tijdsduur binnen één dag berekent. Loopt de duur over middernacht, dan knip je hem in twee stukken en telt je de stukken op.

  • Stuk 1, tot middernacht: van 23.10 u tot 24.00 u is 50 min.
  • Stuk 2, na middernacht: van 00.00 u tot 01.35 u is 1 u 35 min.
  • Samen: 50 min + 1 u 35 min = 2 u 25 min. Reken minuten bij zestig, niet bij honderd.
beeld
superplus02/r3_wijzerplaat_met_twaalf_punten.jpg
1

Reken elke tijdsduur uit. Schrijf in de laatste kolom of je over middernacht heen moest, en zo ja in welke twee stukken je geknipt hebt.

vantothoe lang?in welke stukken?
23.10 u01.35 u
23.48 u00.05 u
00.35 u01.05 u
22.20 u00.55 u
2

De nachtwaker verliet de hal om 23.53 u en deed er twaalf minuten over om bij de seinpost te zijn. Hoe laat kwam hij daar aan? En hoe laat was hij terug in de hal als hij om 01.05 u weer vertrok?

Wiskunde naam
SEINPOST NOORD
Wiskunde · tijd, deel 2 van 2

Het logboek en het stroomboek

Twee boeken die niemand voor jou bijhield, en die toch alles zeggen.
4
Wie schreef dit op

Seingever Jozef Pauwels noteert elk uur wat hij hoort. De stadscentrale houdt bij wanneer welke leiding stroom krijgt.

  • De Sterrenklok slaat elk heel uur. Een klok die van de muur is, slaat niet.
uurwat Pauwels noteerde
23.00 uklok in de hal geslagen, elf slagen
00.00 uklok geslagen, twaalf slagen
00.05 unachtwaker Bierens toegekomen, koffie gezet
01.00 ugeen slag gehoord, wind uit het noorden
01.05 unachtwaker Bierens vertrokken naar de hal
leidingstroom uitstroom aan
stationshal00.40 u04.50 u
perrons en seinpost01.45 u04.50 u
beeld
superplus02/r4_seinpost_bij_nacht.jpg
1

Het logboek maakt het venster van 2 u 25 min veel korter. Tussen welke twee uren moet de klok verdwenen zijn, en hoeveel minuten is dat venster? Leg uit welke twee regels uit het logboek je daarvoor gebruikt.

2

Aurelia zegt: na 00.40 u was het aardedonker in de hal, dus het moet vroeger gebeurd zijn. Is dat een bewijs of een sterke aanname? Schrijf je antwoord op en geef er een reden bij.

Wiskunde naam
Taal · de verklaringen, deel 1 van 3

Wat ze zeiden

Dinsdag 13 oktober, kwart over drie in de ochtend
5

Aurelia laat mij de verklaringen overschrijven, woord voor woord, zonder er iets bij te denken. Dat is moeilijker dan het klinkt. Ik heb het toch gedaan, en daarna heb ik onderstreept wat iemand anders kan nagaan.

Gustaaf Bierens, nachtwaker, 62 jaar. Om tien over elf ging de laatste sneltrein weg en toen hing de klok er nog; ik weet het zeker, want ik keek er recht onder. Om drie voor twaalf ben ik naar de goederenloods gegaan, twaalf minuten stappen, dat is elke nacht zo. Pauwels van de seinpost heeft koffie gezet en ik ben blijven zitten tot vijf over een. Toen de nachtpost binnenkwam heb ik het licht met de hand aangedaan en zag ik de lege muur.

Leon Vermeulen, conducteur op lijn 7, 34 jaar. Ik vertrok om middernacht van het Stationsplein met de laatste rit naar de Havenkaai. De klok sloeg net toen ik de bel gaf, twaalf slagen, dat hoor ik elke nacht. Aan de Havenkaai stond ik stil van twintig na twaalf tot vijf over half een; dat staat zo in mijn boekje. Om vijf voor een was ik terug op het plein en om vijf over een tekende ik in de remise.

Ik heb die twee stukken drie keer gelezen. De nachtwaker zegt dat hij al weg was toen de klok sloeg, de conducteur zegt dat hij haar hoorde slaan. Dat spreekt elkaar niet tegen, het past net. Twee mensen die elkaar niet kennen, bevestigen hetzelfde uur, en dat is meer waard dan één mens die het twee keer zegt.

Overschrijven eerst, denken daarna.
superplus02/t5_schrift_onder_de_lamp.jpg
1

Vul de tabel in. Zet erbij wie het zegt, en met welk papier uit dit dossier jij het zou nagaan.

wat er beweerd wordtwie zegt hetwaarmee ga je het na
De klok hing er om 23.10 u nog.
Ik zat van 00.05 tot 01.05 u bij de seinpost.
Ik stond van 00.20 tot 00.35 u stil aan de Havenkaai.
Taal naam
VERKLARING
Taal · de verklaringen, deel 2 van 3

De derde en de vierde

Getypt op het bureau, voorgelezen en ondertekend.
6

Verklaring 3 — Margriet Sneyers, bloemenverkoopster, 47 jaar. Ik sta daar elke avond tot de laatste tram weg is, want wie van de nachttrein komt, koopt nog bloemen. Die tram vertrok om middernacht en ik hoorde de klok slaan. Daarna heb ik mijn kraam afgebroken, dat duurt een kwartier, en om kwart na twaalf ben ik vertrokken.

Ik duw die kar zelf naar huis, naar de Vlasmarkt, dat is anderhalve kilometer. Aan de bakkerij van Op de Beeck stond de oven al aan; hij heeft mij gezien en gegroet. Ik ben in geen twintig jaar in dat station binnen geweest. Van waar ik sta kijk ik recht op de grote glazen deuren, en ik heb daar niemand naar binnen zien gaan.

Verklaring 4 — Theofiel Crombez, eigenaar van Hotel Elektra, 51 jaar. Ik heb de hele nacht achter mijn balie gezeten, van elf uur tot twee uur, zoals altijd. Er is niemand van mijn gasten binnen- of buitengegaan.

Om middernacht heb ik naar de radio geluisterd, het concert uit Brussel; dat zet ik elke nacht op. Om half een stond de nachtwaker onder de klok in de hal. Ik zag hem daar staan vanaf mijn balie, en de klok hing er op dat ogenblik nog. Dat weet ik zeker.

Wat er in de Kaaistraat gebeurd is, weet ik niet. Ik heb daar de hele nacht niemand zien lopen, en ik kijk er nochtans recht op.

De balie van Hotel Elektra, met de radiokast in de hoek.
superplus02/t6_hotelbalie_met_radiokast.jpg
1

Eén zin uit verklaring 4 kan niet samengaan met het logboek van blad 4. Schrijf die zin over, schrijf de regel uit het logboek erbij, en leg in één zin uit wat er niet kan.

2

Crombez zegt twee dingen over kijken: wat hij wel zag en wat hij niet zag. Noteer ze allebei letterlijk. Je hebt ze straks nodig bij de plattegrond.

Taal naam
Taal · de verklaringen, deel 3 van 3

Feit, mening of aanname

Drie soorten zinnen die in een verhoor door elkaar lopen.
7
Het verschil

Je weet al wat een mening is. Nieuw is de derde soort: de aanname. Dat is iets wat je er zelf bij denkt zonder het gezien te hebben, en het klinkt precies zoals een waarneming.

  • Feit: je kan het nameten, natellen of in een boek terugvinden. De klok weegt 36 kg.
  • Mening: wat iemand ervan vindt. Die klok hing veel te laag voor zo'n kostbaar stuk.
  • Aanname: de stap die je er zelf bij zet. Hij belde pas laat, dus hij lag te slapen.
beeld
superplus02/t7_drie_papieren_naast_elkaar.jpg
1

Alle zinnen hieronder komen uit blad 5 en blad 6. Zet erbij welke soort het is en waarmee je het zou nagaan. Kan je het niet nagaan, schrijf dan ook dat op.

wat er gezegd wordtfeit, mening of aanname?waarmee ga je het na?
Om 23.10 u hing de klok er nog.
Wie van de nachttrein komt, koopt nog bloemen.
Ik stond stil aan de Havenkaai van 00.20 tot 00.35 u.
Die klok hing veel te laag voor zo'n kostbaar stuk.
Om 00.30 u stond de nachtwaker onder de klok.
Hij belde pas om 01.35 u, dus hij heeft liggen slapen.
2

Eén zin in de tabel is een aanname over iemands karakter in plaats van over de zaak. Welke, en waarom is zo'n zin gevaarlijk in een onderzoek?

Taal naam
DIENSTREGELING
Wiskunde · de nachttram

Lijn 7, nachtdienst

Stationsplein - Havenkaai en terug, met één rijtuig.
8
Hoe je deze tabel leest

Eén enkele reis tussen het Stationsplein en de Havenkaai is 6 km lang.

  • Na de laatste rit rijdt het rijtuig naar de remise, 3 km verder; de remisechef tekent voor de aankomst.
ritvertrek pleinaankomst kaaivertrek kaaiaankomst plein
7A22.20 u22.40 u22.45 u23.05 u
7B23.10 u23.30 u23.35 u23.55 u
7C00.00 u00.20 u00.35 u00.55 u
Het laatste rijtuig van lijn 7, klaar om te vertrekken.
superplus02/r8_nachttram_op_het_plein.jpg
1

Haal de drie antwoorden uit de tabel. Schrijf er telkens bij welke twee uren je van elkaar afgetrokken hebt.

wat gevraagd wordtantwoord
hoe lang duurt één enkele reis
hoe lang staat het rijtuig stil aan de kaai bij 7A, 7B en 7C
hoe lang duurt rit 7C, van vertrek tot terugkomst op het plein
2

Vermeulen tekende om 01.05 u in de remise, 3 km van het plein. Klopt dat met de tabel? Reken het na en vergelijk zijn snelheid naar de remise met zijn snelheid op de lijn.

Wiskunde naam
Wiskunde · snelheid, deel 1 van 2

Hoe snel ging dat?

Snelheid is geen woord maar een deling.
9
Afstand gedeeld door tijd

Een snelheid zegt hoeveel afstand je per uur aflegt. Je vindt ze door de afstand te delen door de tijd, en die tijd moet dan wel in uren staan.

  • 6 km in 20 min: 20 min is een derde van een uur, dus 3 x 6 = 18 km per uur.
  • Zo schrijf je het op: snelheid = afstand ÷ tijd. De tram van lijn 7 haalt 18 km/u.
  • Een mens stapt ongeveer 5 km/u; met een volle kar kom je niet boven 4 km/u; een fiets van 1926 haalt 16 km/u.
De Havenkaai, eindpunt van lijn 7, zes kilometer van het plein.
superplus02/r9_kaai_bij_nacht.jpg
1

Reken elke snelheid uit in km per uur. Zet in de laatste kolom hoe je van de minuten naar een deel van een uur bent gegaan.

wie of watafstandtijdsnelheidhoe je rekende
de nachttram, één enkele reis6 km20 min
Vermeulen naar de remise3 km10 min
de nachtwaker naar de goederenloods1 km12 min
Sneyers met haar kar tot aan de bakkerij1,2 km20 min
2

Twee van deze vier snelheden horen bij iemand die stapt. Welke twee, en wat zegt het verschil tussen die twee jou over wat die persoon bij zich had?

Wiskunde naam
Wiskunde · snelheid, deel 2 van 2

Hoe lang doe je erover?

Dezelfde som, maar dan achterstevoren.
10
De som omdraaien

Ken je de afstand en de snelheid, dan vind je de tijd: tijd = afstand ÷ snelheid. Het antwoord komt er in uren uit, dus zet het kommastuk om naar minuten.

  • 12 km met een fiets van 16 km/u: 12 ÷ 16 = 0,75 u, en driekwart uur is 45 min.
  • 0,5 u is 30 min, 0,25 u is 15 min, 0,2 u is 12 min, 0,1 u is 6 min.
  • Ken je snelheid en tijd, dan vind je de afstand: afstand = snelheid x tijd.
beeld
superplus02/r10_fiets_tegen_de_muur.jpg
1

Reken uit hoe lang elke verplaatsing zou duren. Schrijf je antwoord in uren én in minuten.

verplaatsingafstandsnelheidhoe lang?
te voet van de Havenkaai naar het station6 km5 km/u
met de fiets, heen en terug12 km16 km/u
met een automobiel van 1926, heen en terug12 km36 km/u
2

Vermeulen stond 15 minuten stil aan de Havenkaai, 6 km van het station. Kon hij in die 15 minuten naar de klok en terug? Gebruik je tabel en schrijf je besluit in een volle zin.

3

Bierens verliet de hal om 23.53 u en zat om 00.05 u bij de seinpost, 1 km verder. Kon hij nog onder de klok staan toen ze twaalf sloeg? Reken na welke snelheid dat zou vragen.

Wiskunde naam
STADSPLAN
Wereldoriëntatie · het plein, deel 1 van 2

Alles op het Stationsplein

Opgemeten door de dienst der wegen, oktober 1926. Het plein is 120 m lang en 80 m breed.
11
Wat je hiermee doet

Op het volgende blad teken je dit plein op schaal. Lees daarom eerst nauwkeurig wat waar staat.

  • De afstanden in de laatste kolom zijn gemeten tot de hoofdingang van het station.
Het Stationsplein van bovenaf, met de platanen langs de oostkant.
superplus02/w11_plein_van_boven.jpg
watwaar op het pleinafstand
het Noorderstation, hoofdingangnoordkant, in het midden0 m
de dienstdeur van het stationin de Kaaistraat, langs de oostflank45 m
Hotel Elektra, balie aan het raamoostkant, achter de blauwe luifel60 m
de rij van zes platanen en de krantenkioskoostkant, tussen hotel en station in30 m
de bloemenkraam van Sneyerszuidwesthoek, in de open ruimte75 m
de tramhalte van lijn 7zuidkant, in het midden70 m
1

Je tekent het plein straks op schaal 1 cm = 10 m. Hoe groot wordt je tekening dan in centimeter, en hoeveel centimeter meet daarop de afstand van de hoofdingang tot de bloemenkraam?

2

Crombez zegt dat hij vanaf zijn balie recht op de Kaaistraat kijkt. Klopt dat volgens deze tabel, en wat staat er tussen zijn balie en de hoofdingang?

Wereldoriëntatie naam
Wereldoriëntatie · het plein, deel 2 van 2

Zichtlijnen

Wie kon wat zien? Dat beslist je lat, niet je gevoel.
12
Een zichtlijn is een rechte lijn

Je ziet iets alleen als je er een rechte lijn naartoe kan trekken zonder ergens door te moeten. Een boom, een kiosk of de hoek van een gebouw onderbreekt die lijn.

  • Trek de lijn met je lat. Botst ze op iets wat op je plan staat, dan is er geen zicht.
beeld
superplus02/w12_platanen_voor_de_kiosk.jpg
1

Teken het plein op schaal 1 cm = 10 m met de gegevens van blad 11. Zet er alles op uit de tabel. Trek daarna drie zichtlijnen: van de hotelbalie naar de hoofdingang, van de hotelbalie naar de dienstdeur, en van de bloemenkraam naar de hoofdingang.

Schaal 1 cm = 10 m. Noord ligt boven.
2

Kijk naar je eigen tekening en vul in. Zet in de laatste kolom wie door deze tabel in de problemen komt, en wie er juist sterker uit komt.

zichtlijngaat ze ergens door?wel of geen zicht
van de hotelbalie naar de hoofdingang
van de hotelbalie naar de dienstdeur
van de bloemenkraam naar de hoofdingang
Wereldoriëntatie naam
Natuur & techniek · slinger en stroom

Wat een klok en een lamp nodig hebben

Waarom dit uurwerk tikt, en waarom het licht om 00.40 u uitging.
13
Het uurwerk

De Sterrenklok is een slingeruurwerk. Een gewicht aan een koord trekt de tandwielen rond, en de slinger laat ze telkens één tandje verder springen. De slinger is dus de rem die de tijd maakt.

  • Een slinger van ongeveer 1 m doet er 1 seconde over om één kant op te gaan. Maak je hem langer, dan tikt hij trager en loopt de klok achter.
  • Hoe zwaar de slingerbol is, verandert niets aan de tijd. Alleen de lengte telt, en dat is verrassend.
  • Een uurwerk dat verhuisd wordt, moet opnieuw waterpas gehangen worden, anders staat de slinger na een paar slagen stil.
Links het binnenwerk met de slinger, rechts de gloeidraad in het glas.
superplus02/n13_slinger_en_gloeilamp.jpg
1

Wat gebeurt er met de klok? Schrijf in de tweede kolom of ze voorloopt, achterloopt, stilvalt of gelijk blijft.

je verandert ditwat doet de klok?
je maakt de slinger 2 cm langer
je hangt er een zwaardere bol aan
je hangt de klok scheef aan de muur
2

In 1926 sloot de stadscentrale 's nachts de leiding van de stationshal af, en dan was het er aardedonker. Waarom kon dat toen wel en nu niet meer? Noem twee dingen die vandaag ook 's nachts stroom moeten hebben.

Natuur & techniek naam
Wereldoriëntatie · het interbellum, deel 1 van 2

Vaerdonk, 1926

Een stad die nog maar net stroom had, en al radio.
14

Een stad met stroom

1Vaerdonk telde in 1926 ruim honderdduizend inwoners en was nog maar net een stad met stroom. Tien jaar eerder brandden er gaslantaarns die een man met een ladder één voor één aanstak en 's morgens weer doofde. Nu draaide één hendel in de stadscentrale aan de vaart het halve centrum in het licht, en 's nachts weer uit, want stroom was duur en de leidingen moesten rusten.

2Het Noorderstation was twee jaar oud en de trots van de stad: een hal van staal en glas, een vloer van geblokte tegels, en boven de ingangsboog de Sterrenklok met haar wijzerplaat van twaalf punten. De treinen naar de kust en naar Brussel vertrokken er bijna elk uur; de laatste sneltrein om tien over elf, de nachtpost om half twee.

3Voor de deur reed lijn 7, een elektrische tram met een houten rijtuig en een beugel die vonken trok van de bovenleiding. Wie verder moest, nam de trein. Wie geld had, kocht een automobiel, maar dat waren er in de hele stad nog geen tweehonderd. Fietsen waren er het meest, met een lampje dat op carbid brandde.

4In de betere huiskamers stond sinds kort een radiotoestel: een houten kast met een luidspreker als een bloem erop. De omroep zond niet de hele dag uit, want dat kon niemand betalen. Er was een uur in de namiddag en een concert 's avonds, en rond half twaalf wenste de omroeper goedenacht. Daarna was er niets meer tot de volgende ochtend, alleen geruis.

5Ook de kleren veranderden mee. Vrouwen droegen rechte jurken tot onder de knie en een hoedje dat sloot als een helm; mannen een lange jas en altijd een hoed, ook 's nachts. Het was de tijd tussen twee oorlogen, en de mensen leefden alsof de eerste meteen de laatste geweest was.

Uit een gedenkboek van de stad, geschreven in 1958

Het Noorderstation, twee jaar oud en overal elektrisch licht.
superplus02/w14_stationsgevel_bij_avond.jpg
1

Zet naast elkaar hoe het toen ging en hoe het bij jou gaat. Schrijf in de laatste kolom wat er tussenin is uitgevonden.

waarvoorin 1926bij jou nu
licht op straat
muziek horen in huis
naar de kust gaan
2

Eén zin in deze tekst is geen feit maar een oordeel van wie het opschreef. Welke zin is dat, en waaraan herken je het?

Wereldoriëntatie naam
ARCHIEF
Wereldoriëntatie · het interbellum, deel 2 van 2

De omroep en de krant

Twee papieren van 13 oktober. Eén ervan haalt een verklaring onderuit.
15
Het programmablad van de Landsomroep

Zo zag de avond van maandag 12 oktober eruit bij de enige omroep die in Vaerdonk te ontvangen was.

uurwat er te horen was
18.00 - 19.00 uberichten, marktprijzen en de weerkaart
19.30 - 21.00 ugesproken voordracht en pianomuziek
21.00 - 23.30 uconcert uit de grote zaal te Brussel
23.30 ude omroeper wenst goedenacht; einde uitzending tot 07.00 u

STERRENKLOK UIT HET NOORDERSTATION VERDWENEN. In de nacht van maandag op dinsdag is de klok uit de stationshal weggenomen. Het stuk, zesendertig kilo verguld koper, hing er sinds de opening van het station in 1924. De politie sluit niemand uit en vraagt iedereen die die nacht op het Stationsplein geweest is, zich te melden.

De heer Th. Crombez, uitbater van het hotel aan de overkant, verklaarde aan onze medewerker dat hij de hele nacht naar het concert uit Brussel heeft zitten luisteren en niets ongewoons heeft gemerkt. Het bureau aan de Kaaistraat werd door de familie van de schenker met een eigen onderzoek belast.

De Vaerdonkse Bode, dinsdag 13 oktober 1926, eerste blad

Na half twaalf kwam er alleen nog geruis uit de bloem.
superplus02/w15_radiokast_en_krant.jpg
1

Leg het programmablad naast wat Crombez in de krant en in verklaring 4 zegt. Wat klopt er niet, en hoe zeker ben je van die fout? Schrijf je zekerheid erbij in één zin.

2

Waarom is het krantenbericht een zwakkere bron dan het programmablad van de omroep?

Wereldoriëntatie naam
Frans · het verhoor, deel 1 van 2

Où, quand, qui, pourquoi

Vier woorden waarmee je een verhoor stuurt.
16
Vragen die meer opleveren dan ja of nee

Je kent al vragen waarop iemand met oui of non antwoordt. Zet je er een vraagwoord voor, dan moet de ander iets vertellen. In een verhoor is dat precies wat je wil.

  • où is waar. Où étiez-vous à minuit ? — Waar was u om middernacht?
  • quand is wanneer. Quand êtes-vous rentré ? — Wanneer bent u thuisgekomen?
  • qui is wie. Qui avez-vous vu ? — Wie hebt u gezien?
  • pourquoi is waarom. Pourquoi êtes-vous descendue ? — Waarom bent u naar beneden gekomen?
oùquandquipourquoià minuitle comptoirla chambrel'eau chaudepersonnevide
beeld
superplus02/f16_verhoorkamer.jpg
1

Schrijf elke vraag in het Frans. Let op het vraagteken en op de spatie die het Frans daar altijd voor zet.

in het Nederlandsin het Frans
Waar was u om middernacht?
Wanneer bent u naar beneden gekomen?
Wie hebt u aan de balie gezien?
Waarom hebt u de politie niet gebeld?
2

Bedenk zelf twee vragen die jij aan Crombez zou stellen: één met où en één met pourquoi. Schrijf ze in het Frans en zet er de Nederlandse vertaling onder.

Frans naam
VERHOOR
Frans · het verhoor, deel 2 van 2

Madame Doret, kamer 7

Zij logeerde in het hotel en spreekt geen woord Nederlands.
17
Jij voert dit verhoor

Madame Ghislaine Doret uit Rijsel sliep die nacht in kamer 7 van Hotel Elektra. Jij stelt de vragen in het Frans en schrijft ook haar antwoorden in het Frans op.

  • Spreekt een vrouw over zichzelf in de verleden tijd met être, dan komt er een -e bij: je suis descendue, niet descendu.
wat de tolk vroegwat zij antwoordde
Waar was u om middernacht?Ik was in mijn kamer.
Wanneer bent u naar beneden gekomen?Om half een.
Wie hebt u aan de balie gezien?Niemand. De balie was leeg.
Waarom bent u naar beneden gekomen?Omdat ik warm water wilde.
Om half een brandde de lamp, maar stond er niemand.
superplus02/f17_lege_balie_om_half_een.jpg
1

Schrijf het verhoor uit. In de tweede kolom jouw vraag in het Frans, in de derde haar antwoord in het Frans, in een volle zin.

wat je wil wetenta questionsa réponse
waar ze was om middernacht
wanneer ze naar beneden kwam
wie ze aan de balie zag
waarom ze naar beneden kwam
2

Wat madame Doret zegt, spreekt één zin uit verklaring 4 tegen. Schrijf ze onder elkaar: eerst haar zin in het Frans, daarna zijn zin in het Nederlands.

Frans naam
Wiskunde · het glasraam, deel 1 van 2

Hoeken boven de klok

Een art-decoraam is opgebouwd uit een handvol vaste hoeken.
18
Meten met de geodriehoek

Boven de Sterrenklok zit een glasraam in de vorm van een waaier: stralen die uit één punt vertrekken, elk even ver van de vorige.

  • Een rechte hoek is 90°, een halve rechte hoek 45°, samen 135°. Een gestrekte hoek is 180°.
  • Leg de geodriehoek met de nullijn op het ene been en het midden op de hoekpunt; lees af langs de rand.
  • De wijzerplaat is een ster met twaalf punten: 360° ÷ 12 = 30°. Let op: om half vier staat de kleine wijzer niet op de 3 maar halverwege 3 en 4.
Het waaierraam boven de ingangsboog, van binnenuit gezien.
superplus02/r18_waaierraam.jpg
1

Meet of reken elke hoek uit. Zet erbij of je gemeten of gerekend hebt.

welke hoekhoeveel graden?
tussen twee naburige punten van de twaalfpuntige ster
tussen de punt van 12 uur en die van 3 uur
tussen de punt van 12 uur en die van 4 uur
tussen de twee wijzers om 4.30 u
tussen de twee wijzers om 1.30 u
2

Om 6.00 u staan de wijzers in een gestrekte hoek. Hoeveel graden is dat, en op welke twee hele uren krijg je precies 90°?

Wiskunde naam
Wiskunde · het glasraam, deel 2 van 2

Spiegelen en afmaken

Wie de helft tekent, heeft het geheel al klaar.
19
Spiegelen om een as

Een figuur is spiegelsymmetrisch als je er een as door kan trekken waarlangs de ene helft precies op de andere valt. Een art-decopatroon heeft er meestal meer dan één.

  • Meet bij het spiegelen loodrecht op de as: even ver aan de ene kant als aan de andere.
  • Een twaalfpuntige ster heeft twaalf symmetrieassen; een gewone rechthoek heeft er maar twee.
beeld
superplus02/r19_tegelvloer_met_patroon.jpg
1

Teken een halve cirkel met straal 4 cm en de rechte kant onderaan. Zet stralen op 0°, 45°, 90°, 135° en 180°: dat geeft vier vakken. Spiegel de halve cirkel daarna om de rechte kant, zodat er een volle waaier van acht gelijke vakken staat, en zet in elk vak hetzelfde blokje, telkens gespiegeld.

Werk met je lat en je geodriehoek. Zet het middelpunt in het midden van dit vak.
2

Hoeveel graden meet elk van je acht vakken? Hoeveel symmetrieassen heeft de volledige waaier? Teken ze erbij met een stippellijn en leg uit hoe je zeker weet dat je er geen vergeten bent.

Wiskunde naam
Denken & code · logica

EN, OF, NIET

Drie woorden die in de logica scherper staan dan in gewone taal.
20
Waar of onwaar, meer is er niet

In de logica krijgt elke bewering maar twee mogelijke waarden: waar of onwaar. Met en, of en niet bouw je er nieuwe beweringen mee, en dan ligt de uitkomst vast.

  • A EN B is alleen waar als A en B allebei waar zijn.
  • A OF B is waar zodra er minstens één waar is, dus ook als ze allebei waar zijn.
  • NIET A draait de waarde om: waar wordt onwaar en onwaar wordt waar.
beeld
superplus02/c20_schakelaars_op_een_paneel.jpg
1

Vul de waarheidstabel volledig in. Schrijf waar of onwaar, niet ja of nee.

ABA EN BA OF BNIET A
waarwaar
waaronwaar
onwaarwaar
onwaaronwaar
2

Zet elke zin om naar EN, OF of NIET, en beoordeel hem daarna voor de nacht van 12 oktober.

zin uit het dossierEN, OF of NIET?waar of onwaar?
De klok sloeg om middernacht én om één uur.
De dader had een sleutel of hij kwam door de hoofdingang.
Bierens was niet in de hal tussen 00.05 en 01.05 u.
Denken & code naam
SLEUTELREGISTER
Denken & code · de alibitabel

Wie kon er binnen?

Twee registers van het station, en één regel die alles beslist.
21
Wat er gemeten is

In het zand voor de dienstdeur liepen twee wielsporen, 60 cm uit elkaar.

sleutel van de dienstdeurwie heeft zeaantekening
1stationschef Vandeputtesinds 9 oktober in Brussel, terug op 15 oktober
2nachtwaker G. Bierensin dienst sinds 1915
3Hotel Elektra, voor de bagage van de reizigersafgegeven bij de opening in 1924
4uurwerkmaker Verhaegheingeleverd op 3 mei 1925
karbreedte tussen de wielen
de bloemenkar van Sneyers110 cm
de bagagekar van Hotel Elektra60 cm
de handkar van het posthuis75 cm
beeld
superplus02/c21_wielsporen_in_het_zand.jpg
1

De regel luidt: de dader had een sleutel van de dienstdeur EN had géén alibi tussen 00.00 en 01.00 u. Vul de tabel in met waar en onwaar, en zet in de laatste kolom wie er overblijft.

verdachtesleutel?alibi 00.00-01.00 u?dader volgens de regel?
Bierens
Vermeulen
Sneyers
Crombez
2

Welke kar past op het spoor van 60 cm, en van wie is die kar? Wat bewijst dat wel en wat niet?

Denken & code naam
Taal · meesterproef, deel 1 van 3

Je bewijsblad

Eerst verzamelen, dan pas schrijven.
22
Een rapport is geen verhaal

De commissaris wil weten wat je denkt én waarop dat steunt. Elk argument heeft daarom een blad uit dit dossier achter zich, met het bladnummer erbij: wie het nakijkt, wil niet zoeken. Je slot zegt wat hij nu moet doen.

  • Stelling: één zin. Wie het gedaan heeft, en tussen welke twee uren.
  • Argument met bewijs: wat je beweert, en het bladnummer of het getal waarmee je het hardmaakt.
  • Tegenargument: wat iemand hiertegen inbrengt, en waarom dat het niet haalt.
beeld
superplus02/t22_dossier_uitgespreid.jpg
1

Zoek bij elke bewering het bewijs. Schrijf in de tweede kolom het bladnummer én het getal, uur of zinsdeel waar het op steunt.

wat je beweertwaarmee je het bewijst
De klok verdween tussen 00.00 en 01.00 u.
Vermeulen kon er niet bij zijn.
Bierens kon er niet bij zijn.
Sneyers kon de dienstdeur niet openen.
Crombez heeft twee dingen gezegd die niet kunnen.
2

Eén van je vijf regels steunt op meer dan één blad. Welke, en waarom is één argument met twee bewijzen sterker dan twee argumenten met elk één?

Taal naam
Taal · meesterproef, deel 2 van 3

Wat de tegenpartij zal zeggen

Dinsdag 13 oktober, 's avonds. Kladwerk, nog niets in het net.
23
Zelf de tegenstander bedenken

Voor ik het rapport schrijf, bedenk ik wat de advocaat zal zeggen. Noem ik het zwakke punt niet zelf, dan doet een ander het, en dan telt het dubbel.

  • Geef eerst toe wat waar is, draai het dan om, en leg er iets zwaarders tegenover.
beeld
superplus02/t23_twee_stoelen_tegenover_elkaar.jpg
1

De advocaat zegt: mijn cliënt heeft zich vergist in het uur, meer niet, en een vergissing is geen diefstal. Weerleg dat in drie stappen: toegeven, omdraaien, zwaarder maken.

2

Nog een tegenwerping: ook de nachtwaker had een sleutel. Weerleg ook die, en zet er een getal of een uur uit het dossier bij.

Taal naam
Taal · meesterproef, deel 3 van 3

Aan commissaris Haverbeke

Vaerdonk, woensdag 14 oktober 1926
24
Voor je begint

Aanhef, stelling, drie argumenten met hun bewijs, het tegenargument met je weerlegging, en een slot dat zegt wat er nu moet gebeuren.

beeld
superplus02/t24_brief_en_zegel.jpg
1

Schrijf je rapport in het net. Gebruik blad 22 en blad 23, noem bij elk argument het bladnummer, en lees het daarna hardop na: wat jij niet kan uitspreken, kan de commissaris niet volgen.

Taal naam

Bijvoegsel — Het bijvoegsel Vaerdonk

13 blz. A4 + A3

Twee dagen na de diefstal verschijnt De Vaerdonkse Bode met een hoofdartikel, een interview, kleine berichten, een radiogids en drie advertenties. De krant weet minder dan jij, en op vier plaatsen schrijft ze iets wat niet kan. Je leest de pagina met regelnummers, legt er het dossier naast, knipt acht kaarten uit, plakt elke getuige en elk voorwerp op het A3-stadsplan en zet je bewijs op een bewijsbord.

Bijvoegsel apart openen en printen (13 blz.) Vaerdonk, 1926 — het plan bij het bijvoegsel (A3, apart) Blad 10 is het knipblad: knip de acht kaarten uit en knip daarna het beeldje van elke kaart af langs de stippellijn. Het beeldje plak je op het A3-stadsplan, het stuk met de naam en de tekst op het bewijsbord van blad 11. Onderaan het A3 staat ook een sleutel om uit te knippen. Je hebt een schaar, een lijmstift en een lat nodig.
Wereldoriëntatie · het bijvoegsel begint

Een tweede zending

Vaerdonk, donderdag 14 oktober 1926
1

Beste assistent, er ligt een tweede pak op je tafel. Geen nieuwe zaak: dezelfde zaak, maar nu het papier dat ik zelf niet geschreven heb. Vanmorgen is De Vaerdonkse Bode verschenen met een volle pagina over onze klok, en die pagina is een geschenk. Niet omdat ze iets weet, wel omdat ze zich vier keer verspreekt.

Lees de krant zoals je een getuige leest: traag, met je potlood erbij. De regels zijn genummerd, en de nummering begint op elk krantenblad opnieuw bij één. Verwijs daarom altijd zo: blad drie, regel vier. Wie dat niet doet, laat de commissaris zoeken, en een commissaris die zoekt, gelooft je niet.

Daarna krijg je zes beelden die de fotograaf van de politie gemaakt heeft, acht kaarten om uit te knippen en het grote stadsplan van onze wijk op één blad. Op dat plan plak je elke getuige waar hij om middernacht stond, en elk voorwerp waar het gevonden is. Eén van die vier getuigen stond niet op het plein; je zal moeten rekenen om te weten waar hij dan wel liep.

Ik zeg je nog altijd geen naam. Ik zeg je wel dit: één zin in die krant kan alleen geschreven zijn door iemand die er die nacht met zijn eigen ogen bij was. Zoek die zin. Als je hem gevonden hebt, weet je genoeg om het tweede rapport te schrijven. — Aurelia Vonck

Een krant, zes foto's en een opgevouwen plan.
superplus02/b_01_pak_op_de_tafel.jpg
1

Aurelia zegt dat de krant zich vier keer verspreekt. Schrijf voor je begint op welke vier soorten fouten jij in een krant zou verwachten bij zo'n zaak, en hoe je elke soort zou kunnen nakijken. Kom na blad 6 terug en zet erbij welke van je vier je echt gevonden hebt.

Wereldoriëntatie naam
DE VAERDONKSE BODE
Taal · de krantenpagina, deel 1 van 4

Eerste blad: de klok is nog altijd zoek

Donderdag 14 oktober 1926. De regels zijn genummerd; de tekst loopt door op blad 3.
2
Lees met je potlood

Zet een streepje naast elke regel die je met een papier uit de bundel kan nakijken. Je hebt er straks vier nodig.

1DE STERRENKLOK NOG ALTIJD ZOEK. Twee dagen na de nacht van maandag op dinsdag is er van de Sterrenklok uit het Noorderstation geen spoor. De politie heeft niemand aangehouden en wil over het onderzoek niets kwijt. De familie van de schenker looft vijfhonderd frank uit voor wie het stuk terugbrengt.

2Het gaat om zesendertig kilo verguld koper, met een wijzerplaat in de vorm van een ster met twaalf punten. De klok hing aan vier bouten boven de ingangsboog, op twee meter veertig boven de tegels, en zij hing daar sinds de opening van het station in 1924.

3Wat de politie wel bevestigt: om tien over elf hing de klok er nog, en om vijf over half twee belde de nachtwaker. Tussen die twee uren is zij van de muur gehaald. Hoe zij het gebouw uit geraakt is, wil de tweede afdeling niet zeggen.

4De laatste tram van lijn 7 verliet het Stationsplein die nacht om kwart voor twaalf, zo vernemen wij van de maatschappij. Wie na dat uur nog van het plein weg wilde, moest te voet of met de fiets.

5Onze medewerker sprak met de bloemenverkoopster die elke avond op het plein staat. Zij had haar kraam naar eigen zeggen al om elf uur afgebroken en was ruim voor middernacht thuis op de Vlasmarkt. Zij heeft niemand het station zien binnengaan.

6Op de vraag of de dienstdeur in de Kaaistraat die nacht op slot was, kregen wij van het station geen antwoord. De stationschef is tot vrijdag in Brussel en zijn plaatsvervanger verwijst naar de politie.

7Wie die nacht op of rond het Stationsplein geweest is, wordt verzocht zich te melden bij de tweede afdeling. Daarnaast doet het bureau aan de Kaaistraat, in opdracht van de familie, een eigen onderzoek. De Bode volgt de zaak.

De Vaerdonkse Bode, donderdag 14 oktober 1926, eerste blad

De persen van de Bode draaien om vier uur in de ochtend.
superplus02/b_02_zetterij_van_de_bode.jpg
Taal naam
DE BODE · TWEEDE BLAD
Taal · de krantenpagina, deel 2 van 4

Tweede blad: ons gesprek met de nachtwaker

De nummering begint op dit blad opnieuw bij 1. De tekst loopt door op blad 4.
3

1ONS GESPREK MET DE NACHTWAKER. Gustaaf Bierens is tweeënzestig en doet sinds 1915 de nachtdienst in het Noorderstation. Hij ontving ons woensdagavond in de wachtzaal, met zijn pet nog op en zijn boekje in de hand.

2Wanneer hebt u de klok het laatst zien hangen? — Om tien over elf, toen de sneltrein wegreed. Ik ga dan altijd onder de boog staan om de wijzers te vergelijken met mijn eigen horloge. Zij hing er, zo zeker als ik hier zit.

3En daarna? — Om drie voor twaalf ben ik naar de seinpost vertrokken. Twaalf minuten stappen langs de berm, elke nacht dezelfde weg. Pauwels zet daar koffie en schrijft zijn boek bij; ik ben gebleven tot vijf over een.

4Hebt u de klok die nacht horen slaan? — Zeker. Twaalf slagen om middernacht, en om één uur nog eens die ene slag. Ik tel ze mee zonder er bij na te denken, dat doe ik al elf jaar.

5Waarom belde u dan pas om vijf over half twee? — Omdat het aardedonker was toen ik terugkwam. Het licht in de hal deed het niet en ik heb eerst met de hand moeten schakelen. Pas toen zag ik de lege muur.

6KORT BERICHT. STORING IN DE STADSCENTRALE. De centrale aan de vaart laat weten dat er in de nacht van maandag op dinsdag geen enkele storing is geweest. De leidingen werden op de gewone uren afgesloten en weer aangezet. Welke uren dat zijn, deelt de centrale niet mee; die gegevens gaan alleen naar de politie.

De Vaerdonkse Bode, donderdag 14 oktober 1926, tweede blad

de radiogids van woensdagavondwat er te horen was
18.00 - 19.00 uberichten, marktprijzen en de weerkaart
19.30 - 21.00 ugesproken voordracht en pianomuziek
21.00 - 23.30 uconcert uit de grote zaal te Brussel
23.30 ugoedenacht; elke avond einde uitzending tot 07.00 u
De wachtzaal, waar het gesprek plaatsvond.
superplus02/b_03_wachtzaal_bij_nacht.jpg
Taal naam
Denken & code · de krantenpagina, deel 3 van 4

Derde blad: acht kleine berichten

Korte stukjes die met de zaak niets te maken hebben. Of toch?
4
Zetters houden van grapjes

Een zetter kiest zelf in welke volgorde de kleine berichten staan. Kijk naar de eerste letter van elk bericht en zet ze in die volgorde onder elkaar.

1Kaartclub De Sterre houdt zaterdag haar jaarlijkse prijskamp in de bovenzaal van het gemeentehuis. Inschrijven kan tot vrijdagavond bij de secretaris.

2Aardappelen zijn op de markt een frank per zak goedkoper geworden. De handelaars wijten het aan de milde herfst en verwachten geen verdere daling.

3Regen en wind uit het noorden, meldt de weerdienst, tot en met zaterdag. Voor zondag wordt opklaring verwacht, met kans op nachtvorst in het binnenland.

4Schoolkinderen van de stadsschool hebben hun zwemproef behaald in het bad aan de Melkbrug. Elf van de veertien deelnemers slaagden bij de eerste poging.

5Postkantoor Noord is vrijdag de hele dag gesloten wegens de verhuizing van de loketten naar de gelijkvloerse verdieping. De brievenbus blijft in gebruik.

6Op de vaart is een aak vastgelopen ter hoogte van de stadscentrale. De sleepdienst heeft haar dinsdagmiddag weer vlot gekregen; de scheepvaart liep twee uur vertraging op.

7Onze lezers vragen waarom de straatlantaarns in de Kaaistraat 's nachts gedoofd worden. De stad antwoordt dat stroom geld kost en dat er na middernacht niemand meer loopt.

8Rijwielen mogen voortaan niet meer tegen de gevel van het station worden gezet. De politie kondigt aan dat zij zal wegnemen wat er na zondag nog staat.

De Vaerdonkse Bode, donderdag 14 oktober 1926, derde blad

Het verborgen woord
beeld
superplus02/b_04_zetkast_met_loden_letters.jpg
Denken & code naam
Taal · de krantenpagina, deel 4 van 4

Achterblad: drie advertenties, een oproep en een brief

Wie betaalt om iets te zeggen, zegt soms te veel.
5

1ADVERTENTIE. HOTEL ELEKTRA, tegenover het Noorderstation. Zesentwintig kamers, warm water op elke verdieping, eigen bagagekar die uw koffers tot aan de trein brengt. Bij ons brandt altijd licht: toen maandagnacht om twintig voor één de hele stationshal donker viel, brandde bij ons elke lamp.

2ADVERTENTIE. RIJWIELHANDEL SEGERS, Kaaistraat 31. Herstellingen terwijl u wacht, carbidlampen gevuld en nagekeken, tweedehands rijwielen vanaf honderd frank. Open van zeven tot zeven, ook op zondagvoormiddag.

3ADVERTENTIE. WERKHUIS DE COCK, aan de kade. Bagagekarren en handkarren op maat, wielbreedte naar keuze zestig, vijfenzeventig of honderdtien centimeter. Wij herstellen ook wielen van vreemde makelij; levering binnen de week.

4VERLOREN. Tussen het Stationsplein en de Vlasmarkt, in de nacht van maandag op dinsdag, een grijze wollen handschoen van de rechterhand. Terug te bezorgen aan de bloemenkraam op het plein, tegen een kleine beloning.

5INGEZONDEN. Mijnheer de hoofdredacteur, ik woon boven de kruidenier in de Kaaistraat. Maandagnacht ben ik wakker geworden van een kar op de kasseien, ergens tussen middernacht en één uur. Ik heb niet gekeken. Mijn vrouw zegt dat het de postkar was, maar die komt pas om half twee en die hoor ik anders nooit. — G. Wuyts, Kaaistraat 9

De Vaerdonkse Bode, donderdag 14 oktober 1926, achterblad

De luifel van het hotel, van het plein af gezien.
superplus02/b_05_luifel_van_het_hotel.jpg
Wat een advertentie is

Een advertentie is geen bericht van de krant. De klant schrijft ze zelf en betaalt per regel. De krant kijkt niet na of het klopt.

1

Eén van deze vijf stukjes bevat een gegeven dat de krant zelf niet kende. Schrijf het stukje en het gegeven op, en leg uit met welke twee bladen uit de bundel jij bewijst dat de schrijver het alleen ter plaatse kan gezien hebben.

Taal naam
Taal · de ontleding, deel 1 van 2

Vier dingen die niet kunnen

Citeer met blad en regel. Wie geen nummer geeft, geeft geen bewijs.
6
Nakijken is iets anders dan niet geloven

Een krant schrijft op wat men haar vertelt. Jij legt er een papier naast dat niemand kon bijsturen: een logboek, een dienstregeling, een stroomboek, een verklaring die ondertekend is.

beeld
superplus02/b_06_krant_en_dossier_naast_elkaar.jpg
1

Vier regels uit de krant kloppen niet met het dossier. Vul de tabel in. Schrijf in de tweede kolom blad én regelnummer van dit bijvoegsel, en in de derde het bladnummer uit de bundel waarmee je het nakijkt.

wat de krant beweertblad en regelwaarmee je het nakijktklopt het?
De laatste tram vertrok om kwart voor twaalf.
De bloemenverkoopster was ruim voor middernacht thuis.
De nachtwaker hoorde om één uur nog een slag.
Om twintig voor één viel de hele stationshal donker.
2

Drie van de vier zijn gewoon onwaar. De vierde is waar, en dat is juist het vreemde. Leg uit waarom een ware zin verdacht kan zijn, en zeg wie hem volgens jou onmogelijk uit de krant of van de politie kon hebben.

3

De nachtwaker vergist zich over de slag van één uur. Betekent dat dat hij liegt? Schrijf twee verschillende verklaringen op voor zijn fout, en zet erbij welke van de twee jij waarschijnlijker vindt en waarom.

Taal naam
Denken & code · de ontleding, deel 2 van 2

Mijn kladblad, donderdagavond

Donderdag 14 oktober, na sluitingstijd
7
Wat ik vanavond nog doe

Eerst de beginletters. Daarna de advertentie. En als laatste het plan erbij, want een uur zonder plaats is maar de helft van een bewijs.

beeld
superplus02/b_07_kladblad_met_potlood.jpg
1

Zet de eerste letter van elk van de acht kleine berichten van blad 4 onder elkaar, in de volgorde waarin ze gedrukt staan. Welk woord lees je? Schrijf erbij naar welk spoor uit de bundel dat woord verwijst.

2

Neem de advertentie van blad 5, regel 1 erbij. Schrijf het uur op dat erin staat. Zoek daarna in de bundel het papier waar datzelfde uur op staat, en schrijf op blad 3 van dit bijvoegsel de regel over waaruit blijkt dat de krant dat uur niet kende.

3

Kijk op het A3-stadsplan. In welk vakje ligt de balie van het hotel, en in welk vakje de dienstdeur? Noteer beide vakjes en meet met de schaalbalk hoeveel meter er tussen ligt.

Denken & code naam
Wereldoriëntatie · zes beelden, deel 1 van 2

Drie platen uit het station

De fotograaf van de politie werkte met magnesium. Kijk naar wat er niet hoort.
8
Kijken is vergelijken

Zoek in elk beeld één ding dat je met een papier uit het dossier kan koppelen: een uur, een breedte, een teken.

Plaat 1. De perronklok, en de haak ernaast.
superplus02/b_08a_perronklok_en_lege_haak.jpg
Plaat 2. Twee sporen in het natte zand, met de duimstok erover.
superplus02/b_08b_wielsporen_met_duimstok.jpg
Plaat 3. De kar zoals hij tegen de muur stond.
superplus02/b_08c_bagagekar_met_monogram.jpg
1

Koppel elke plaat aan een papier uit de bundel. Schrijf in de tweede kolom wat je precies ziet, en in de derde het bladnummer waarmee het klopt of botst.

plaatwat je zietwelk blad uit de bundel
1 · de klok en de haak
2 · de twee sporen
3 · de kar
Wereldoriëntatie naam
Wereldoriëntatie · zes beelden, deel 2 van 2

Drie platen uit het hotel en de tram

Drie keer een voorwerp dat een uur verraadt.
9
Let op de wijzers

Twee van deze drie beelden tonen een stand die je kan vergelijken met een tabel uit de bundel.

Plaat 4. Het toestel stond nog aan toen de politie kwam.
superplus02/b_09a_radiotoestel_met_wijzer.jpg
Plaat 5. De balie, met de wandklok erboven.
superplus02/b_09b_balie_zonder_portier.jpg
Plaat 6. Een kaartje, gevonden op de kade aan de vaart.
superplus02/b_09c_tramkaartje_met_stempel.jpg
1

Vul in wat elk beeld bewijst en wat het juist niet bewijst. Wees streng: een leeg krukje bewijst niet waar iemand wel was.

plaatdit bewijst hetdit bewijst het niet
4 · de wijzer van het toestel
5 · de lege balie om half een
6 · de stempel van 23.35 u
Wereldoriëntatie naam
KNIPBLAD
Wiskunde · knippen

Vier getuigen en vier voorwerpen

Knip acht kaarten uit. Knip daarna elk beeldje af langs de stippellijn onder het beeld.
10
Hoe je knipt

Elke kaart valt uiteen in twee stukken. Knip het beeldje af langs de stippellijn en knip het bij tot ongeveer 24 mm breed: dan past het in een gestreept vak op het A3-plan. Het stuk met de naam en de tekst gaat op het bewijsbord van blad 11.

Eerst rekenen, dan plakken

Op het plan staan acht gestreepte vakken: vier voor een getuige en vier voor een voorwerp. Een dun lijntje wijst telkens naar de plek. Drie getuigen stonden om middernacht op het plein; de vierde was onderweg.

De vier getuigen
beeld
superplus02/b_10a_getuige_nachtwaker.jpg
Bierens, 62
Nachtwaker. Verliet de hal om 23.53 u, twaalf minuten stappen naar de seinpost.
beeld
superplus02/b_10b_getuige_conducteur.jpg
Vermeulen, 34
Conducteur van lijn 7. Gaf de bel op het plein toen de klok twaalf sloeg.
beeld
superplus02/b_10c_getuige_bloemenverkoopster.jpg
Sneyers, 47
Bloemenverkoopster. Brak haar kraam af na de laatste tram en duwde haar kar naar huis.
beeld
superplus02/b_10d_getuige_hoteleigenaar.jpg
Crombez, 51
Hoteleigenaar. Zegt dat hij van elf tot twee achter zijn balie zat.
De vier voorwerpen
beeld
superplus02/b_10e_voorwerp_bagagekar.jpg
De bagagekar
Wielen 60 cm uit elkaar, met een monogram op de zijkant.
beeld
superplus02/b_10f_voorwerp_ladder.jpg
De ladder
De ladder van de lampenman, gevonden onder de lege plek op de muur.
beeld
superplus02/b_10g_voorwerp_lantaarn.jpg
De dienstlantaarn
Een stormlantaarn op petroleum, met het nummer van het station erin geslagen.
beeld
superplus02/b_10h_voorwerp_tramkaartje.jpg
Het tramkaartje
Een geknipt kaartje met een tijdstempel van 23.35 u.
Leg alles eerst los op het plan; pas als niets elkaar tegenspreekt, lijm je
Wiskunde naam
Denken & code · plakken

Het bewijsbord

Eén regel op dit bord is pas af als de vier vakken elkaar niet tegenspreken.
11
Vier vakken per regel

Een bewijs is nooit één ding. Het is een uur, een plaats, een voorwerp en een persoon die alle vier naar hetzelfde wijzen. Ontbreekt er één, dan heb je een vermoeden en geen bewijs.

beeld
superplus02/b_11_prikbord_met_draden.jpg
Plak hier de vier stukken van elke bewijsregel
regel 1 · tijdwelk venster geeft het logboek?
regel 1 · plaatswelk vakje op het A3?
regel 1 · voorwerpwelke breedte past op het spoor?
regel 1 · wievan wie is dat voorwerp?
regel 2 · tijdwelk uur staat op plaat 5?
regel 2 · plaatswaar stond niemand?
regel 2 · voorwerpwat lag er open op de toog?
regel 2 · wiewie hoorde daar te staan?
1

Lees je twee volle regels hardop. Wijzen ze naar dezelfde persoon? Schrijf in één zin op wat je bord bewijst, en in één zin wat het nog niet bewijst.

Denken & code naam
Wiskunde · vorm en maat

De sleutel en de vier sloten

Knip de sleutel uit de hoek van het A3 en leg hem op elk slot.
12
Hoe een baard werkt

De baard van een sleutel is een rij tanden. Elke tand heeft een hoogte, en het slot heeft daar precies de omgekeerde vorm.

  • Deze sleutels hebben vier tanden. De hoogtes schrijf je als vier cijfers achter elkaar, van de greep naar de punt.
  • Past één tand niet, dan past de sleutel niet. Bijna past bestaat niet bij sloten.
beeld
superplus02/b_12_sleutel_en_slotplaat.jpg
1

Knip de sleutel rechtsonder op het A3 uit. Lees de vier tandhoogtes af en schrijf ze op. Leg de sleutel daarna op elk van de vier slotplaten die onderaan het plan staan, en vul de tabel in.

deurde vier tandhoogtespast de sleutel?
de hoofdingang
de dienstdeur in de Kaaistraat
de kelderdeur van het hotel
de deur van de seinpost
2

Deze sleutel is de sleutel die de uurwerkmaker in mei 1925 heeft ingeleverd. Wat bewijst het dat hij op de dienstdeur past, en wat bewijst het uitdrukkelijk niet? Schrijf allebei een volle zin.

3

Hoeveel verschillende baarden kan je maken met vier tanden die elk een hoogte 1, 2, 3 of 4 hebben, als elke hoogte maar één keer voorkomt? Reken het uit en leg je redenering uit.

Wiskunde naam
Taal · het slotstuk

Een brief aan de hoofdredacteur

Vaerdonk, vrijdag 15 oktober 1926
13
Wat er in je brief moet

Je schrijft niet aan de politie maar aan de krant. Noem de regel die fout is, zeg met welk papier je het nakijkt, en vraag om een verbetering. Geen naam van een verdachte: dat is het werk van de commissaris.

beeld
superplus02/b_13_brievenbus_van_de_krant.jpg
1

Schrijf je brief aan de hoofdredacteur van de Bode. Begin met een aanhef, noem drie regels uit zijn krant met blad en regelnummer, zet bij elke regel het papier waarmee je het nakijkt, en sluit af met wat je van hem verwacht. Lees hem daarna hardop na.

2

Welke van je drie regels is voor de krant het pijnlijkst, en waarom juist die?

Taal naam
Blad 14Vaerdonk, 1926 — het plan bij het bijvoegsel — een apart A3-blad, liggend. Dit blad zit niet in de A4-print.
Open en print de kaart apart (A3)
naar de Vlasmarkt 1,5 kmbakkerij op 1,2 kmnaar de remise 3 kmen de Havenkaai 6 kmAABBCCDDEEFFGGHHIIJJKKLL1122334455667788Noorderstationde klokStationspleindienstdeurHotel ElektraKaaistraat 14Kaaistraat 31Kaaistraathalte Melkbrug300 mhalte Oostpoort600 mlijn 7seinpost Noordgoederenloodsstadscentralewerkhuis aan de kadede kadede vaartdienstpad naar de seinpost — 1 000 m, twaalf minuten stappenNOZWgetuige 1getuige 2getuige 3getuige 4voorwerp 1voorwerp 2voorwerp 3voorwerp 4VAERDONK 1926stadsplan bij het bijvoegsel — 1 vakje is 100 mHet Stationsplein — 1 cm = 10 mdienstdeur 45 mzes platanenkioskHotel Elektra — balie 60 mluifelbloemenkraam 75 mtramhalte 70 mN O O R D E R S T A T I O N50 mnoord is bovenZichtlijnen en tekensvrij zicht: een doorlopende lijngeen zicht: onderbroken, met een kruisde zes platanen breken het zichtde krantenkiosk breekt het zichtde luifel van het hotelde hoek van de stationsgevelplakvak; het lijntje wijst de plekKnip deze sleutel uit en leg hem op de vier sloten hieronder-links.3142NACHTDIENST LIJN 7ritvertrek pleinaank. kaaivertrek kaaiaank. plein7A22.20 u22.40 u22.45 u23.05 u7B23.10 u23.30 u23.35 u23.55 u7C00.00 u00.20 u00.35 u00.55 uEen enkele reis is 6 km en duurt 20 min: 18 km/u, dus 300 m per minuut.Halte Melkbrug ligt 300 m van het plein, halte Oostpoort 600 m.Na rit 7C rijdt het rijtuig naar de remise: 3 km, van 00.55 u tot 01.05 u.Er rijdt geen tram tussen 23.55 u en 00.00 u.0100200300400500mEén vakje van het rooster is 20 mm: dat is 100 m in het echt.Meet met je lat; 1 mm op dit plan is 5 m op straat.Op de inzet rechtsboven is 1 cm net 10 m: daar meet je het plein.De vier slotende hoofdingang2413de dienstdeur3142kelderdeur hotel3124de seinpost4132