← Back to CoursesDifferentiatie 5de Leerjaar
Differentiatie 5
Week 5

Taal die overtuigt

Deze week leer je het verschil zien tussen wat iemand vindt en wat iemand bewijst, ontleed je een advertentie en een nieuwsbericht over precies hetzelfde product, en schrijf je over drie bladen je eigen pleidooi aan de gemeenteraad. Daarnaast kraak je het Franse getalsysteem tot honderd, waar quatre-vingt-dix gewoon vier keer twintig plus tien is, en ontdek je dat onze eigen eenentwintig ook achterstevoren staat.

Download PDF Blad 21 is een knipblad: daar heb je een schaar voor nodig. Je speelt het met vier, of met drie als je een leugenkaart weglaat.

Voor de leerkracht

De klas kan een zin ontleden, een tekst samenvatten, een mening geven en kent de eerste Franse woorden en de getallen tot tien. Die vloer blijft onaangeroerd. Daarboven komt nieuw terrein: het onderscheid tussen een mening en een argument, de drie soorten waarop een argument kan steunen, drogredenen op kindermaat, en het verschil tussen een tekst die informeert en een tekst die overtuigt. Frans gaat niet over nieuwe woordenschat maar over het getalsysteem als puzzel: zeventien is een optelling, tachtig een vermenigvuldiging. Wereldorientatie en code haken erop in: reclame die zich niet als reclame voordoet, en de logica van een bewering die je niet zomaar mag omkeren. Er is deze week geen wiskunde en geen spelling.

Een mening onderscheiden van een argument, en merken wanneer er geen argument gegeven wordtHerkennen waarop een argument steunt: op een feit, op een voorbeeld of op een gevoelNagaan of een argument te controleren is, en zo ja: hoeVier drogredenen op kindermaat herkennen en benoemen wat er niet bewezen wordtEen advertentie ontleden: wat belooft ze, wat verzwijgt ze, welk woord doet het werkEen informerende en een overtuigende tekst over hetzelfde onderwerp naast elkaar leggenZelf een pleidooi opbouwen: stelling, drie argumenten van verschillende soort, slotHet sterkste tegenargument bedenken en het in drie stappen weerleggenEen pleidooi in briefvorm schrijven, met aanhef, opbouw en een concrete vraagHet Franse getalsysteem tot honderd als patroon doorzien in plaats van als rijtjeFranse getallen zelf bouwen, met koppeltekens, met et un en met de -s van quatre-vingtsFouten in geschreven Franse getallen opsporen en verbeterenFranse prijzen op een markt beluisteren en omzetten in cijfersDe eigen taal vergelijken met het Frans en zien dat eenentwintig ook een omkering isVerborgen reclame herkennen en nagaan wie ervoor betaalt en waaromReclame in de eigen omgeving turven en sorteren naar wat ze van je wilInzien dat een als-dan-bewering niet omgekeerd mag worden, en wat wel magEen raadsel met waarheidssprekers en leugenaars oplossen door beide mogelijkheden na te gaan
Taal · mening en argument

Ik vind het, en daarom

Een mening is van jou. Een argument geef je weg.
1
Het verschil in een zin

Je weet al hoe je een mening geeft. Nieuw is wat eronder hoort. Een mening is niet juist of fout: ze is van jou. Een argument wel, want een ander mag het nakijken.

  • Mening: de speelplaats moet groener. Daar ben je het mee eens of niet.
  • Argument: op warme dagen is er nergens schaduw. Dat kan je nagaan.
  • Een mening zonder argument overtuigt niemand. Een argument zonder mening weet niet waarheen.
Zeggen wat je vindt is het makkelijke deel.
week05/t1_kind_op_een_krat.jpg
1

Mening of argument? Zet het in de tweede kolom, en schrijf in de derde hoe je dat ziet. Bij een van de vijf kan je twijfelen; leg dan uit waarom.

zinmening of argument?hoe zie je dat?
Onze klas verdient een langere speeltijd.
Na twintig minuten buiten zitten we rustiger stil.
Chips zijn het lekkerste wat er bestaat.
In de gang staan drie fietsen die er al een jaar staan.
Iedereen weet dat de blauwe balpen het best schrijft.
2

Kies een van de meningen hierboven en schrijf er twee argumenten bij die een volwassene ernstig zou nemen. Minstens een ervan moet iemand kunnen nagaan.

Taal naam
Taal · drie soorten argumenten

Waarop staat jouw reden?

Op iets wat je kan nameten, op iets wat je zag, of op iets wat je voelt.
2
Feit, voorbeeld, gevoel

Een argument wordt sterker als je kan zeggen waarop het steunt. Er zijn drie soorten, en ze zijn niet overal even sterk.

  • Feit: iets wat je kan nameten of opzoeken. In de stalling passen veertig fietsen.
  • Voorbeeld: een geval dat je zelf zag. Vorige week stonden er acht buiten in de regen.
  • Gevoel: wat het met iemand doet. Je fiets eruit wringen is elke dag ergernis.
Drie soorten steun, en je mag ze alle drie gebruiken.
week05/t2_drie_dingen_op_tafel.jpg
1

Bij elk argument hoort een soort. Zet erbij welke, en schrijf in de laatste kolom hoe iemand het zou kunnen nagaan, of waarom dat niet kan.

argumentfeit, voorbeeld of gevoel?kan je het nagaan? hoe?
In onze stalling passen 40 fietsen, en er staan er elke dag 58.
Mijn zus heeft vorig jaar drie keer een slot moeten vervangen.
Het is vervelend om je fiets er elke ochtend uit te wringen.
Een dak boven de stalling kost ongeveer zoveel als twee schermen.
Iedereen aan wie ik het gevraagd heb, vond dat ook.
2

Kies iets wat jij op school zou veranderen. Schrijf drie argumenten op, een van elke soort, en zet de soort telkens tussen haakjes erachter.

Taal naam
Taal · drogredenen

Vier zinnen van een speeltijd

Woensdag, uit het schrift van Lien
3

Woensdag

Meester zei deze week dat we moesten opletten voor zinnen die klinken als een reden maar het niet zijn. Ik vond dat flauw tot ik er op een speeltijd vier hoorde. Ik heb ze opgeschreven en er zelf een naam aan gegeven, want die hebben ze bij ons nog niet.

De kudde. Kaya wou dat we allemaal meededen met het ruilspel en zei: iedereen doet het. Dat klopte niet eens, maar ook al zou iedereen het doen, dan is dat nog altijd geen reden waarom het goed is. En de kleinmaker: toen ik vroeg waarom we het zo speelden, zei Tarik dat ik nog te klein was om dat te snappen. Dat gaat over mij en niet over het spel, en toch zweeg ik.

De gladde helling. De man van de bewaking zei dat er volgende week een voetbalveld ligt als we vandaag een bal op het gras toelaten. Misschien, maar hij deed alsof de tweede stap vanzelf op de eerste volgt. En de valse keuze, van mezelf: ik zei tegen mijn zus dat ze meespeelde of anders mijn vriendin niet meer was. Er liggen tien dingen tussen die twee in. Die vierde is de vervelendste, want ik hoorde mezelf pas achteraf.

Vier keer klonk het als een reden.
week05/t3_speelplaats_van_boven.jpg
1

Vul aan voor elk van de vier zinnen uit het schrift. Schrijf in de laatste kolom wat de spreker eigenlijk had moeten bewijzen en niet bewezen heeft.

wat er gezegd werdwat de spreker wil dat je denktwat er niet bewezen is
Iedereen doet het.
Jij bent te klein om dat te snappen.
Laat je een bal toe, dan ligt er straks een veld.
Je speelt mee of je bent mijn vriendin niet.
Taal naam
ONTLEED
Taal · reclame ontleden, deel 1 van 3

De advertentie

Een echte tekst over een verzonnen product. Lees hem met een potlood in je hand.
4
Wat je hier doet

Een advertentie liegt zelden ronduit. Ze belooft veel, laat weg wat tegenvalt, en legt het werk bij een paar kleine woorden.

De Wolkenzool

Eindelijk. De Wolkenzool is er. Twee millimeter dun, en toch voel je bij elke stap dat je lichter bent. Wie hem een keer in zijn schoen legt, wil niet meer terug.

Onderzoek toont aan dat sporters met een goede zool beter presteren. De Wolkenzool is gemaakt van schuim met luchtkamertjes, precies zoals in de dure sportschoenen. Tot 15 procent meer veerkracht.

Al meer dan 40 000 tevreden klanten. Iedereen op de speelplaats heeft er een. Vraag het maar na bij je vrienden: wie nog op een gewone zool loopt, valt op.

Nu tijdelijk twee paar voor de prijs van een. Bestel voor vrijdag en betaal geen verzending. (Meting in labo, bij volwassenen op een loopband. Veerkracht kan verschillen. Niet geschikt onder schoenmaat 34.)

Advertentie, achterblad van een sportfolder

Alles staat in de schijnwerper; de kleine letters staan onderaan.
week05/t4_zool_in_de_etalage.jpg
1

Zet in elke zin hieronder een kringetje rond het woord dat het meeste werk doet. Vul dan de twee kolommen aan: wat wordt beloofd, en wat wordt er niet bij verteld?

zin uit de advertentiewat belooft ze?wat zegt ze er niet bij?
Tot 15 procent meer veerkracht.
Onderzoek toont aan dat sporters beter presteren.
Al meer dan 40 000 tevreden klanten.
Iedereen op de speelplaats heeft er een.
Nu tijdelijk twee paar voor de prijs van een.
Taal naam
ARCHIEF
Taal · reclame ontleden, deel 2 van 3

Het nieuwsbericht

Dezelfde zolen, een andere bedoeling.
5

Wolkenzolen: wat weten we echt?

1Sinds maart liggen er in de sportwinkel aan de Markt inlegzolen die beloven dat je er lichter door stapt. Ze heten Wolkenzolen en kosten 24 euro per paar. In onze klas hebben zeven leerlingen er een.

2We vroegen aan turnleerkracht Els Verlinden of een zool je hoger doet springen. Zij zegt dat een zachte zool vooral comfortabeler zit, en dat het verschil in springhoogte bij kinderen nooit gemeten is. Het labo-onderzoek dat de maker noemt, gebeurde met volwassenen op een loopband.

3We hebben het zelf geprobeerd met tien leerlingen: vijf sprongen met zolen, vijf zonder. Het verschil was gemiddeld een centimeter, en in beide richtingen. Met zo weinig springers zegt dat weinig, geven we toe.

4Wie de zolen prettig vindt zitten, heeft daar gelijk in: comfort voel je zelf. Springhoogte is iets anders, want dat kan je meten, en bij kinderen is het gewoon nog niet gemeten.

Uit de schoolkrant van 12 mei

Eerst bellen, dan schrijven.
week05/t5_redactietafel.jpg
1

Beide teksten gaan over dezelfde zolen. Noem drie dingen die in het nieuwsbericht staan en die de advertentie weglaat. Zeg er telkens bij waarom de maker ze liever niet vermeldt.

2

De schoolkrant schrijft er zelf bij dat hun eigen test weinig bewijst. Waarom wordt de tekst daar sterker van, en niet zwakker?

Taal naam
Taal · reclame ontleden, deel 3 van 3

Informeren of overtuigen

Leg blad 4 en blad 5 naast elkaar voor je begint.
6
Twee teksten, twee bedoelingen

Een tekst kan je iets willen laten weten of iets willen laten doen. Aan de woorden merk je welke van de twee het is.

  • Informeren: de tekst noemt ook wat tegenvalt, en zegt waar zijn getallen vandaan komen.
  • Overtuigen: de tekst kiest wat hij vertelt, en zwijgt over de rest.
  • Eindelijk en tijdelijk duwen. Gemiddeld en volgens melden.
beeld
week05/t6_twee_affiches.jpg
1

Vul de tabel in met de twee teksten ernaast. Waar je iets niet terugvindt, schrijf je dat ook op: dat is een antwoord.

waarop je letde advertentiehet nieuwsbericht
Wat wil de tekst dat je doet?
Welke getallen staan erin?
Staat erbij waar die getallen vandaan komen?
Komt er iemand aan het woord die tegenspreekt?
2

Schrijf de eerste twee zinnen van de advertentie over als zinnen die alleen informeren. Je mag niets bijverzinnen: alleen weglaten en anders zeggen.

Taal naam
Taal · je pleidooi, deel 1 van 3

Kladblad

Maandag. Nog niets in het net.
7
Zo staat een pleidooi in elkaar

Kladwerk mag rommelig zijn. Wat hier staat, hoeft nog niet mooi te zijn.

  • Je stelling: een zin, en er moet iemand nee op kunnen zeggen.
  • Drie argumenten: een feit, een voorbeeld en een gevoel.
  • Je slot: wat je precies vraagt, en aan wie.
beeld
week05/t7_kladblad_met_pijlen.jpg
1

Schrijf drie mogelijke stellingen op en streep de twee weg waar niemand het mee oneens zou zijn.

2

Zoek nu bij je stelling drie argumenten, een van elke soort. In de laatste kolom zet je hoe je het zou hardmaken: nameten, opzoeken, of vertellen wat je zag.

soortmijn argumenthoe ik het hardmaak
feit
voorbeeld
gevoel
Taal naam
Taal · je pleidooi, deel 2 van 3

Het tegenargument

Wie het straks leest, is het niet meteen met je eens.
8
Weerleggen in drie stappen

Een pleidooi dat doet alsof er geen tegenkanting bestaat, is zwak. Noem ze zelf, en zet er daarna iets tegenover.

  • Geef eerst toe wat waar is. U hebt gelijk dat het geld kost.
  • Draai dan om. Maar dat geld is er een keer, en het probleem is er elk jaar.
  • Leg er iets zwaarders tegenover, liefst een feit dat iemand kan nagaan.
Je sterkste tegenstander is degene die je zelf bedenkt.
week05/t8_twee_aan_tafel.jpg
1

Schrijf het beste tegenargument op dat iemand tegen jouw stelling kan bedenken. Niet het flauwste: het beste.

2

Weerleg het nu in de drie stappen hierboven. Schrijf het als een stuk lopende tekst, zoals het straks in je brief komt te staan.

Taal naam
Taal · je pleidooi, deel 3 van 3

Aan de gemeenteraad

Vrijdag. Nu in het net.
9
Voor je begint

Begin met de aanhef: Geachte leden van de gemeenteraad. Zet je stelling in de eerste alinea, daarna je drie argumenten, dan het tegenargument met je weerlegging, en vraag in het slot precies een ding.

beeld
week05/t9_brief_op_de_raadstafel.jpg
1

Schrijf je pleidooi in het net. Gebruik je kladblad en je weerlegging, en lees het daarna hardop na.

Taal naam
Frans · het getalsysteem, deel 1

Un, deux, trois, en dan seize

Zestien woorden moet je leren. Daarna begint het rekenen.
10
De woorden die je uit je hoofd leert

Je kent de eerste Franse getallen al. Kijk nu naar de hele rij tot zestien: er zit geen enkel patroon in. Elk woord staat op zichzelf.

  • Hieronder staan ze van een tot zestien, in volgorde.
  • Vanaf zeventien verandert er iets. Zoek zelf uit wat.
undeuxtroisquatrecinqsixsepthuitneufdixonzedouzetreizequatorzequinzeseize
Zestien stuks, vier rijen van vier: tellen kan in elke taal.
week05/f10_appels_in_rijen.jpg
1

Hier staan zeventien, achttien en negentien: dix-sept, dix-huit, dix-neuf. Zoek in elk woord de twee getallen terug die je al kent, en schrijf de som erbij.

het Franse woordwelke twee getallen zitten erin?welke som is dat?
dix-sept
dix-huit
dix-neuf
2

Zestien is seize en geen dix-six. Waar ligt in het Frans de grens tussen leren en rekenen?

Frans naam
Frans · het getalsysteem, deel 2

De tientallen en dat vreemde et

Van twintig tot negenenzestig loopt alles nog netjes.
11
Bouwen met twee stukken

Elk tiental heeft een eigen woord. De eenheid hang je er met een koppelteken achter, en bij een gaat het net iets anders.

  • vingt-deux, trente-trois, quarante-huit: tiental, streepje, eenheid.
  • Maar bij 1: vingt et un, trente et un, soixante et un. Geen streepjes, wel et.
  • Het Nederlands doet het omgekeerd: wij zeggen eerst de eenheid, zoals in tweeentwintig.
getalFrans
20vingt
30trente
40quarante
50cinquante
60soixante
beeld
week05/f11_brievenbus_met_plaatjes.jpg
1

Bouw de getallen. Zet eerst in de middelste kolom uit welke twee stukken het getal bestaat, en schrijf daarna het Franse woord voluit.

getalhoe je het bouwthet Franse woord
2420 + 4
31
45
52
61
68
Frans naam
Frans · het getalsysteem, deel 3

Zestig plus tien is zeventig

Vanaf hier zit er een rekensom in het woord zelf.
12
Drie getallen met een som erin

Voor zeventig, tachtig en negentig heeft het Frans geen eigen woord. Het bouwt ze uit de getallen die het al had.

  • 70 is soixante-dix: zestig plus tien. 71 is soixante et onze, zestig plus elf.
  • 80 is quatre-vingts: vier keer twintig. Alleen 80 zelf krijgt die -s.
  • 90 is quatre-vingt-dix: vier keer twintig plus tien. 91 is quatre-vingt-onze.
Vier hoopjes van twintig, en tien in het schaaltje ernaast.
week05/f12_kiezels_in_vier_vierkanten.jpg
getalde som die erin zithet Franse woord
7060 + 10soixante-dix
7160 + 11
75
804 x 20quatre-vingts
82
904 x 20 + 10quatre-vingt-dix
95
99
1

Aan de kassa hoor je: quatre-vingt-quinze centimes. Reken uit hoeveel dat is en schrijf elke stap op, zodat een ander kan volgen hoe je erbij komt.

Frans naam
NAGEKEKEN
Frans · het getalsysteem, deel 4

De foutenlijst

Een leerling schreef de getallen op zoals hij dacht dat ze in elkaar zaten.
13
Zoek de fout

Vijf van deze zes regels kloppen niet. Er zit er een tussen die wel klopt; die mag je gewoon laten staan.

beeld
week05/f13_schrijfmachine_met_rood_potlood.jpg
1

Kijk de lijst na. Schrijf in de laatste kolom of het klopt, en zo niet: hoe het wel moet.

wat hij schreefwelk getal bedoelde hijklopt het? zo niet: hoe wel?
dix-six16
vingt-et-un21
soixante-dix-un71
quatre-vingt80
quatre-vingts-deux82
quatre-vingt-dix-neuf99
2

Bouw nu zelf. Schrijf eerst de som op en dan het woord, met koppeltekens waar ze horen.

getalhoe je het bouwthet Franse woord
34
62
77
88
93
Frans naam
Frans · talen vergelijken

Bij ons is het net zo raar

Donderdag, in de trein naar oma
14

Donderdag

Mama zegt dat Frans moeilijk is omdat je moet rekenen: quatre-vingt-dix is vier keer twintig plus tien. Ik heb haar gezegd dat wij ook iets raars doen, alleen merken we het niet meer omdat we het al duizend keer gezegd hebben.

Wij zeggen namelijk eenentwintig: eerst de een en dan de twintig, precies andersom dan hoe we het schrijven. Het Frans zegt vingt et un, in dezelfde volgorde als de cijfers. Bij ons staat het achterstevoren en bij hen niet. Een Franse leerling die 21 hoort, hoeft niets om te draaien.

En er is nog iets. Bij ons in Belgie zeggen mensen die Frans spreken meestal septante voor zeventig en nonante voor negentig, rechttoe rechtaan, zonder som. In Frankrijk doet bijna niemand dat. Een taal heeft dus niet altijd een antwoord: er zijn streken waar het makkelijker mag.

beeld
week05/f14_schrift_op_schoot_in_de_trein.jpg
1

Vul de tabel aan. Zet in de laatste kolom welke van de twee talen de getallen zegt in dezelfde volgorde als je ze schrijft.

getalhoe wij het zeggenhoe het Frans het zegtzelfde volgorde als de cijfers?
21eenentwintigvingt et un
45
98
2

Welke taal zou jij kiezen om snel te leren tellen? Schrijf waarom.

Frans naam
PRIJZEN
Frans · getallen horen

Op de markt

De prijzen staan niet op een bordje: de verkoper roept ze.
15
Van oor naar cijfer

Hieronder staat wat je op vijf kramen hoort. Schrijf in de laatste kolom wat je moet betalen, in euro en cent.

Op de kaartjes staat niets: alles gaat via het oor.
week05/f15_marktkraam_met_lege_prijskaartjes.jpg
kraamwat de verkoper roeptin cijfers
de bakkersoixante-quinze centimes
de kaasboerquatre-vingts centimes
de fruitkraamdeux euros quatre-vingt-dix
de bloementrois euros soixante
de honingsoixante et onze centimes
1

Je koopt brood bij de bakker en kaas bij de kaasboer. Tel de twee prijzen samen, schrijf je antwoord in cijfers, en daarna ook in Franse woorden.

2

Twee prijzen op deze markt lijken in het Frans sterk op elkaar. Welke twee, en waar zit het verschil?

Frans naam
Wereldorientatie · media

Reclame die niet op reclame lijkt

Een spot herken je meteen. De rest is lastiger.
16
Drie vragen die altijd werken

Moeilijk wordt het wanneer reclame de vorm aanneemt van iets anders: een filmpje van iemand die je leuk vindt, een beloning in een spelletje, of een doos die precies op jouw ooghoogte staat.

  • Wil iemand hier dat ik iets koop, kijk of doorstuur?
  • Wie heeft ervoor betaald, en staat dat er ergens bij?
  • Wat gebeurt er als ik niets doe? Bij echte informatie: niets.
Die plank is niet toevallig zo hoog.
week05/o16_rek_op_ooghoogte.jpg
1

Vul de gids aan. Schrijf in de tweede kolom waaraan je het zou kunnen zien, en in de derde wat de maker wil dat je doet.

waar je het tegenkomtwaaraan zie je dat het reclame is?wat wil het dat je doet?
een filmpje waarin iemand een pakje openmaakt
een spelletje dat je verder laat spelen als je kijkt
een doos snoep onderaan in het rek
een gratis schrift met een naam op de kaft
iemand bekend die zegt dat hij die schoenen zelf draagt
2

Noem iets wat je deze week gezien hebt en waarvan je nu pas denkt: dat was eigenlijk reclame.

Wereldoriëntatie naam
Wereldorientatie · wie betaalt

Gratis bestaat, betalen ook

Als jij niet betaalt, betaalt iemand anders. En die wil iets terug.
17

Waar komt het geld vandaan?

Een spelletje op een tablet kost niets. Toch werken er mensen aan: tekenaars, programmeurs, iemand die elke maand de servers betaalt. Dat geld moet ergens vandaan komen. Als jij niets betaalt, betaalt iemand anders mee.

Meestal is dat een bedrijf dat wil dat je zijn naam onthoudt. Het koopt een plek in het spelletje, of het betaalt iemand met veel kijkers om zijn product even vast te houden. Jij levert daar iets voor terug wat niet op geld lijkt: je aandacht, je tijd, en wat je aanklikt.

Daarom is het eerlijk dat je weet wanneer iets betaald is. In veel landen moet erbij staan dat een filmpje reclame bevat. Dat staat er dan ook, maar vaak klein, onderaan, of pas als je doorklikt.

Het spel is gratis; de weg van het geld loopt eromheen.
week05/o17_munten_uit_een_scherm.jpg
1

Volg bij elke rij de weg van het geld. Wat krijg jij, wat geef jij, en wie verdient eraan?

wat jij krijgtwat jij geeftwie verdient eraan
een gratis spelletje
een filmpje van iemand die je volgt
een gratis schrift van de bank
een kortingskaart van de winkel
2

Waarom geeft een winkel jou een gratis schrift? Noem twee redenen.

Wereldoriëntatie naam
VELDWERK
Wereldorientatie · veldonderzoek

Turfblad: de weg naar school

Een ochtend tellen, en daarna sorteren op wat het van je wil.
18
Hoe je turft

Morgen tel je onderweg. Niet wat mooi is, maar hoeveel er staat en wat het van je wil.

  • Zet een streepje per stuk. Vijf streepjes zet je als een hekje: dat telt achteraf sneller.
  • Twijfel je of iets reclame is? Zet het er toch bij, met een vraagteken erachter.
beeld
week05/o18_route_naar_school_van_boven.jpg
wat ik zagwaarwil dat je koopt, kijkt of onthoudt
1

Tel je streepjes. Wat wilde het grootste deel van wat je zag: dat je iets koopt, dat je kijkt, of dat je een naam onthoudt?

2

Op welke hoogte hing de meeste reclame: op jouw ooghoogte of hoger?

Wereldoriëntatie naam
Denken & code · als-dan

Als het regent, is de straat nat

En als de straat nat is? Dan weet je nog niets.
19
De pijl wijst maar een kant op

Een als-dan-zin belooft iets in een richting. Draai je hem om, dan belooft hij plots iets heel anders, en meestal iets wat niet klopt.

  • Klopt: als het regent, is de straat nat.
  • Klopt niet: als de straat nat is, regent het. Er kan ook gesproeid zijn.
  • Wat wel mag: allebei ontkennen en omdraaien. Is de straat niet nat, dan regent het niet.
Nat, en geen druppel regen gevallen.
week05/c19_sproeier_naast_natte_straat.jpg
1

Draai elke zin om en beoordeel de omgekeerde. Schrijf er bij een fout antwoord een geval bij waarin het misloopt.

de als-dan-zinde omgekeerde zinklopt die? waarom niet?
Als het regent, is de straat nat.
Als je in het vijfde zit, ga je naar de lagere school.
Als een getal op 0 eindigt, is het deelbaar door 5.
Als je de sleutel hebt, kan je de deur openen.
Als een dier een kat is, heeft het snorharen.
2

Maak zelf een ketting van drie: als A dan B, als B dan C. Schrijf eronder wat er dan zeker volgt uit A, en geef je ketting aan een klasgenoot om na te kijken.

Denken & code naam
VERHOOR
Denken & code · waar en onwaar

Het eiland van waar en onwaar

Twee soorten mensen, en niemand die er tussenin zit.
20
De regel van het eiland

Op dit eiland wonen maar twee soorten mensen. Een waarheidsspreker zegt altijd iets wat klopt, een leugenaar zegt altijd iets wat niet klopt. Er is geen derde soort en niemand zwijgt.

  • Ga bij elk raadsel beide mogelijkheden na: stel dat hij waar spreekt, stel dat hij liegt.
  • Loopt een mogelijkheid vast op zichzelf, dan is de andere de juiste.
Allebei even overtuigd, en maar een van de twee klopt.
week05/c20_twee_eilandbewoners.jpg
1

Je ontmoet Ada en Boris. Ada zegt: wij zijn allebei leugenaars. Wie spreekt waar en wie liegt? Schrijf ook op hoe je het weet.

2

Nu Cato en Dries. Cato zegt: Dries spreekt waar. Dries zegt: Cato en ik zijn niet van dezelfde soort. Wat zijn ze allebei?

3

Er komt een vreemdeling aan wal die zegt: ik ben een leugenaar. Leg uit waarom hij geen van beide soorten kan zijn, en dus niet van dit eiland komt.

Denken & code naam
Denken & code · knipblad

Twee spreken waar, twee liegen

Je weet welke rol jij hebt. De rest moet je aan de zinnen horen.
21
Zo speel je het

Knip de twaalf kaarten uit: vier rolkaarten en acht rondekaarten. Je speelt met vier; met drie gebruik je een leugenkaart minder.

  • Ieder trekt in het geheim een rolkaart. Draai dan een rondekaart om en zeg er om beurt een zin over, volgens je rol.
  • Daarna wijst iedereen tegelijk een leugenaar aan. Rolkaarten open: goed gewezen is een punt, een leugenaar die niemand aanwees krijgt er twee.
beeld
week05/c21_vier_kaarten_op_tafel.jpg
ROL · WAARHEID
Alles wat je deze ronde zegt, moet kloppen. Ook als het je verraadt.
ROL · WAARHEID
Alles wat je deze ronde zegt, moet kloppen. Ook als het je verraadt.
ROL · LEUGEN
Alles wat je deze ronde zegt, moet onwaar zijn. Half kloppen mag niet.
ROL · LEUGEN
Alles wat je deze ronde zegt, moet onwaar zijn. Half kloppen mag niet.
RONDE 1
Zeg een zin over wat er op dit moment op het bord staat.
RONDE 2
Zeg een zin over het weer van vandaag.
RONDE 3
Zeg een zin over wat je vanmorgen gegeten hebt.
RONDE 4
Zeg een zin over de speler links van je.
RONDE 5
Zeg een zin over wat er in je boekentas zit.
RONDE 6
Zeg een zin over hoeveel ramen dit lokaal heeft.
RONDE 7
Zeg een zin over een afspraak die in deze klas geldt.
RONDE 8
Zeg een zin over de rolkaart die je zelf getrokken hebt.
Denken & code naam