Langere, gerichte bundels rond één vak. Te gebruiken los van de weekbundels: als een leerling op dit vak vooruit loopt, kan je hier meteen een volledig pakket uit nemen.
Een geheimschrift waarvan de sleutel afhangt van de spellingregel: je kraakt het pas als je -ig en -lijk echt doorhebt.
Bij deze code schuif je elke letter een aantal plaatsen op in het alfabet. Hoeveel plaatsen, dat verklapt het sleutelwoord dat ervoor staat.
Bepaal de schuifwaarde. Spreek elk sleutelwoord eerst hardop uit.
| sleutelwoord | -ig, -lijk of geen | schuif hoeveel? |
|---|---|---|
| grappig | ||
| vriendelijk | ||
| gezellig | ||
| gelijk | ||
| praktijk | ||
| moeilijk |
Codeer nu zelf. Neem BOEK met het sleutelwoord nieuwsgierig, en DEUR met het sleutelwoord mogelijk.
Iemand leest gelijk als een woord op -lijk en schuift 4. Wat gaat er dan mis bij het ontcijferen?
Elk gecodeerd woord heeft zijn eigen sleutelwoord, dat er in het grijs voor staat. Bepaal eerst alle vier de schuifwaarden en pas daarna de letters. Ontcijferen is schuiven de andere kant op: bij schuifwaarde 2 ga je twee letters terug in het alfabet.
Ontcijfer woord voor woord.
| sleutelwoord | gecodeerd | schuif | ontcijferd |
|---|---|---|---|
| grappig | MKLM | ||
| vrolijk | SRHIV | ||
| gezellig | FG | ||
| gelijk | KLOK |
Schrijf de hele boodschap op een regel. Een van de vier woorden is helemaal niet veranderd. Leg uit waarom dat klopt en geen fout is.
Maak nu zelf een boodschap van minstens drie woorden. Kies bij elk woord een eigen sleutelwoord en gebruik minstens een keer een woord op -ig en een keer een woord op -lijk. Geef je klasgenoot de regels, maar niet de oplossing.
Een zeef en een cijferslot die alleen opengaan als je delers en veelvouden echt doorhebt.
In het rooster staan de getallen 1 tot en met 30, elk met een letter. Je streept vakjes weg volgens een regel. De letters die overleven, vormen een woord.
Streep weg volgens de regel. Werk in potlood.
Schrijf de overgebleven letters op volgorde achter elkaar. Welk woord staat er?
Noteer ook de getallen die bleven staan. Wat hebben die getallen gemeen? Eén ervan past niet bij de rest: welk, en waarom niet?
Stel dat je daarna ook alle veelvouden van 7 zou wegstrepen. Welke letter verlies je dan, en waarom zou de boodschap kapot gaan?
Het slot heeft vijf vakjes. Elk vakje hoort bij één vraag over delers of veelvouden, en elk antwoord is precies één cijfer. Los ze van links naar rechts op.
Reken elk vakje uit en schrijf het cijfer in de rechterkolom.
| vakje | de vraag | cijfer |
|---|---|---|
| 1 | de ggd van 24 en 30 | |
| 2 | het kgv van 2 en 8 | |
| 3 | de ggd van 45 en 63 | |
| 4 | het aantal delers van 16 | |
| 5 | het kleinste getal met precies drie delers |
Schrijf de code van vijf cijfers op één regel. Controle: de vijf cijfers zijn samen 32.
Ontwerp nu zelf een slot van vijf cijfers voor een klasgenoot. Schrijf de vijf vragen op. Eisen: elke vraag gaat over delers of veelvouden, elke vraag heeft precies één antwoord, en elk antwoord is een cijfer van 0 tot 9. Zet je eigen code klein op de achterkant van dit blad.
Geef je slot aan iemand anders. Lukt het niet, zoek dan samen welke vraag meer dan één antwoord had. Schrijf op hoe je die vraag hebt bijgesteld.
Een rooster waarin de juiste breuken samen een letter vormen, en daarna zelf zo'n puzzel ontwerpen.
In elk vakje staat een breuk. Kleur precies de vakjes in waarin een breuk staat die gelijk is aan 3/4. Samen vormen ze een hoofdletter.
Kleur de vakjes in. Welke hoofdletter verschijnt er?
Hoeveel vakjes heb je ingekleurd, en hoeveel vakjes zijn er in totaal? Welk deel van het rooster is dat? Schrijf die breuk zo kort mogelijk.
Zoek in het rooster twee breuken die wel aan elkaar gelijk zijn, maar niet aan 3/4. Schrijf ze allebei op en toon aan dat ze gelijk zijn.
Een puzzel is pas af als er precies één antwoord mogelijk is. Bij deze sleutel geeft elke breuk één getal, en elk getal één letter: A is 1, Z is 26.
Reken elke breuk uit en zoek de letter. Schrijf het woord daarna in één keer op.
| opgave | getal | letter |
|---|---|---|
| 1/3 van 33 | ||
| 3/4 van 24 | ||
| 3/5 van 15 | ||
| 5/6 van 12 | ||
| 4/7 van 35 |
Ontwerp nu je eigen rooster. Zet in elk vakje een breuk. Kies zelf één breuk als sleutel en zorg dat de vakjes met een gelijkwaardige breuk samen een letter vormen.
Schrijf de opdracht op die bij jouw rooster hoort, en zet er de controle bij: hoeveel vakjes moeten er ingekleurd worden, en welk deel van het rooster is dat?
Geef je puzzel aan iemand anders. Lukt het niet, zoek dan samen welk vakje te dubbelzinnig was.