← Back to CoursesDifferentiatie 5de Leerjaar
Differentiatie 5
Week 8

Zelf maken

Alles wat sinds week twee langskwam komt terug, maar nu van de andere kant: je ontwerpt het zelf voor iemand anders. Elk maakstuk loopt in drie delen — een voorbeeld met de eisen waaraan een goed exemplaar voldoet, een ontwerpblad met werkruimte, en een testblad waarop een klasgenoot jouw werk oplost en er een oordeel bij schrijft. Dat oordeel is geen punt; het is de plek waar je aan ziet wat je vergeten bent op te schrijven.

Download PDF Blad 22 is een knipblad: daar knip je twaalf Franse kaartjes uit. Op blad 2 knip je onderaan een strookje af, en dat bewaar je apart tot je codekraker getest is.

Voor de leerkracht

Dit is de laatste bundel van de reeks en hij staat op alle vorige. Er komt geen nieuwe leerstof bij: de leerling wordt maker in plaats van oplosser, en dat is een kantelpunt dat pas werkt als hij het materiaal van de weken twee tot zeven achter zich heeft. Elk maakstuk heeft dezelfde drie delen — voorbeeld met eisen, ontwerpblad, testblad — en het testblad is geen versiering. Wie niet laat testen, levert werk af dat alleen voor hemzelf klopt, en dat is precies wat deze bundel wil doorprikken. Er is deze week geen spelling.

DE KIJKWIJZERS, KORT. Een codekraker is goed als er een regel is die in een zin past, als dezelfde letter niet altijd hetzelfde teken wordt, en als de maker zijn eigen boodschap heeft teruggerekend. Een grafiekenpaar is goed als beide grafieken dezelfde vier getallen tonen en alleen de as verschilt. Een schaaltekening is goed als de schaal in de hoek staat en twee willekeurige afstanden met een lat kloppen. Een logicapuzzel is goed als er precies een oplossing is en elke aanwijzing nodig is. Een stroomdiagram is goed als uit elke ruit twee pijlen vertrekken, als het altijd afloopt en als drie verschillende gevallen erdoorheen komen. Een leestekst is goed als hij over iets echts gaat, als elke alinea een eigen onderwerp heeft en als de drie vragen van drie verschillende soorten zijn. Spelregels zijn goed als een tester ze letterlijk kan uitvoeren zonder een keer te moeten vragen. Een onderzoek is goed als er een ding verandert, een ding gemeten wordt en er drie metingen per geval zijn. Een tijdlijn is goed als de afstanden op de lijn kloppen met de jaartallen.

OPLOSSINGEN WISKUNDE. Blad 1: de schuif loopt op met de plaats van de letter, dus MAKER wordt NCNIW — M plus 1 is N, A plus 2 is C, K plus 3 is N, E plus 4 is I, R plus 5 is W. Het woord QNDR op het blad is PLAN: Q min 1 is P, N min 2 is L, D min 3 is A, R min 4 is N. Blad 4 en 5: de vier getallen 40, 44, 46 en 48 stijgen met een vijfde, want 48 gedeeld door 40 is 1,2. Laat je de as bij 0 beginnen, dan zijn de staafjes 40 en 48 hoog op 50 en lijkt het verschil klein. Begin je bij 38, dan is het eerste staafje 2 hokjes hoog en het laatste 10: precies vijf keer zo hoog, terwijl er maar een vijfde bij kwam. Blad 6: bij 1:100 is 1 cm op het blad 1 m in het echt, dus een speelplaats van 18 m wordt 18 cm en past op de breedte van een A4. Bij 1:50 is 1 cm 50 cm, dus een klaslokaal van 8 bij 6 m wordt 16 bij 12 cm. Laat hen de schaal altijd in de hoek van de tekening zetten; zonder die vermelding is de tekening waardeloos.

OPLOSSINGEN CODE. Blad 7: Ayla maakte de tijdlijn en was donderdag aan de beurt, Berre de codekraker op dinsdag, Cis de dialoog op maandag en Dina de grafiek op woensdag. Deze puzzel is met een klein programma nagerekend: met alle zeven aanwijzingen is er precies een oplossing, en elke aanwijzing is nodig. Laat je er een weg, dan blijven er meerdere over — zonder aanwijzing 1 vijf, zonder 2 vier, zonder 3 drie, zonder 4 twee, zonder 5 twee, zonder 6 zes en zonder 7 twee. Dat is de kern van blad 7: een puzzel met te weinig aanwijzingen heeft niet meerdere goede antwoorden maar geen. Blad 9: met de eerste naam aanwezig gaat het 1, 2 ja, 3 — die persoon veegt. Is die ziek en de volgende wel aanwezig, dan gaat het 1, 2 nee, 4, 5 nee, 2 ja, 3. Is niemand aanwezig, dan draait het rond tot je via stap 5 bij stap 6 uitkomt: de leerkracht veegt. Zonder stap 5 zou het plan op die derde dag eeuwig blijven draaien. Blad 11: M is 77 en dus 01001101, A is 65 en 01000001, K is 75 en 01001011, E is 69 en 01000101, R is 82 en 01010010. Samen is MAKER veertig bits. Wie een woord doorgeeft zonder streepjes tussen de letters, geeft een onoplosbare boodschap door; dat is de pointe van de laatste alinea.

OPLOSSINGEN TAAL, WERELD EN FRANS. Blad 14: bij de tweede zin ontbreekt aan hoeveel kinderen het gevraagd is; bij de derde is alles wat groeit in zekere zin natuurlijk, suiker inbegrepen, dus het woord zegt niets; bij de vierde staat er niet hoe lang het ooit vier euro gekost heeft. Blad 20: een jaartal dat niet op twee nullen eindigt hoort bij het aantal honderdtallen plus een, dus 1958 valt in de 20e eeuw en 2011 in de 21e; 1900 valt nog in de 19e. Blad 22: de twaalf kaartjes vormen een gesloten kring — la gare, la poste, l'ecole, la piscine, la place, le pont, la rue, le feu, la mairie, le parc, la pharmacie, le marche en dan weer la gare. Sluit de kring niet, dan zit er een kaartje verkeerd om. Blad 23 en 24 vult de leerkracht samen met de leerling in; de zelfbeoordeling is uitdrukkelijk geen punt.

Een codeerregel bedenken die in een zin past en die zelf terugrekenen voor hij weggegeven wordtEen sleutel en een oplossing apart houden van de opgave, zodat een test mogelijk isVan dezelfde vier getallen een eerlijke en een overdrijvende grafiek tekenen en het verschil benoemenUitleggen hoe een afgekapte as een klein verschil groot laat lijken, met de hokjes erbijEen ruimte opmeten, een schaal kiezen en de tekening met de schaal erbij afwerkenBij een eigen schaaltekening vragen bedenken die alleen met een lat te beantwoorden zijnEen logicapuzzel achterstevoren bouwen: eerst de oplossing, dan de aanwijzingenNagaan of een puzzel precies een oplossing heeft en of elke aanwijzing nodig isEen stroomdiagram tekenen voor een echte klasafspraak, met twee pijlen uit elke ruitEen eigen algoritme testen op drie verschillende gevallen, het lastigste geval inbegrepenEen woord van hoogstens vijf letters omzetten in acht bits per letterInzien waarom een binaire boodschap zonder scheiding tussen de letters niet te lezen isEen leestekst van 200 tot 250 woorden schrijven over een onderwerp dat je kan nakijkenBij een eigen tekst drie vragen stellen van drie verschillende soortenEen reclame schrijven en er een eerlijke bijsluiter bij maken, zin voor zinWoorden herkennen die veel beloven en weinig zeggen, en ze in eigen werk verantwoordenSpelregels schrijven die een ander letterlijk kan uitvoeren, en ze na een test verbeterenEen onderzoeksvraag stellen met een variabele die je verandert en een grootheid die je meetDrie metingen per geval doen, het gemiddelde nemen en een besluit schrijven dat niet verder gaat dan de metingenEen tijdlijn maken waarop de afstanden kloppen met de jaartallen, en jaartallen omzetten naar eeuwenIn het Frans een gesprek van acht regels schrijven met voorstellen, de weg wijzen en een huisnummerEen eigen woordenspel maken van twaalf Franse woorden dat als domino een gesloten kring vormtHet eigen werk beoordelen op vier criteria zonder het mooier te maken dan het is
Wiskunde · maak een codekraker, deel 1 van 3

Een code die alleen met de regel opengaat

Je kraakte er zes weken lang. Deze keer maak jij er een, en hij moet precies moeilijk genoeg zijn.
1
Vier eisen aan een goede code

Een code die niemand kraakt is even nutteloos als een die iedereen doorheeft.

  • Er is een regel, geen willekeur. Wie de regel kent, kraakt hem in een minuut.
  • De regel past in een zin. Heb je drie zinnen nodig, dan is het geen regel maar een lijst.
  • Dezelfde letter wordt niet altijd hetzelfde teken. Anders telt je kraker gewoon welk teken het vaakst voorkomt.
  • Er is precies een oplossing. Reken je boodschap terug voor je hem weggeeft.
Twee schijven op een splitpen: draai er een en de hele code schuift mee.
week08/w1_codewiel_van_papier.jpg
letterplaats in het alfabetschuifwordt
M13+1N
A1+2C
K11+3N
E5+4I
R18+5W
QNDR
1

De regel hierboven is: elke letter schuift op met haar plaats in het woord. Kraak nu QNDR met dezelfde regel.

2

Welke van de vier eisen is de moeilijkste? Leg uit waarom.

Wiskunde naam
ONTWERP
Wiskunde · maak een codekraker, deel 2 van 3

Het ontwerpblad

Hier bouw je hem. De sleutel en de oplossing komen op het strookje onderaan, en dat knip je af.
2
Werk in deze volgorde

Eerst je regel, dan je boodschap, dan pas het strookje. Wie eerst codeert en daarna de regel bedenkt, komt niet meer uit.

beeld
week08/w2_strookje_afgeknipt.jpg
Deel 1 — schrijf je regel in een zin
Deel 2 — zet je boodschap om, letter voor letter
Knip dit strookje af. Schrijf er je regel op en je boodschap in gewone letters.
1

Geef je blad straks af zonder het strookje. Schrijf hier eerst zelf op hoeveel minuten jij denkt dat je klasgenoot nodig heeft, en waarom.

Wiskunde naam
Wiskunde · maak een codekraker, deel 3 van 3

De proef op de som

Geef je blad aan iemand anders en zeg niets. Wat die persoon doet, is je antwoord.
3
Zo test je

Een test is pas een test als je er zelf niets aan toevoegt.

  • Geef je opgave en je regel, meer niet. Geen hint, geen knipoog, geen uitleg vooraf.
  • Zet de klok erbij. Hoe lang iemand bezig is, zegt meer dan of het lukte.
  • Kijk mee zonder iets te zeggen en schrijf op wat je tester als eerste probeerde.
Vanaf hier is het niet meer van jou; nu doet je blad het alleen.
week08/w3_blad_doorgeven.jpg
de vraag aan je testerjabijnanee
Was de regel in een keer duidelijk?
Kwam je op precies een oplossing uit?
Klopte die met het strookje?
Was het spannend genoeg om door te zetten?
1

Schrijf op waar je tester vastliep en wat hij als eerste probeerde.

2

Wat verander je aan je code? Verander maar een ding, anders weet je achteraf niet wat geholpen heeft.

Wiskunde naam
Wiskunde · maak een grafiekenpaar, deel 1 van 2

Dezelfde cijfers, twee gezichten

Je herkende de trucs al. Nu pas je ze zelf toe: een eerlijke grafiek en een die overdrijft, van precies dezelfde getallen.
4
Vier trucs die je mag gebruiken

Alle vier zijn ze toegestaan, en alle vier zijn ze oneerlijk.

  • Kap de as af. Begin niet bij nul maar net onder je kleinste getal.
  • Rek de hoogte uit. Maak je grafiek smal en hoog in plaats van breed en laag.
  • Laat hokjes weg. Zet de getallen op de as niet op gelijke afstanden.
  • Kies je stukje. Toon alleen de vier maanden waarin het steeg.
Links en rechts staan dezelfde vier getallen.
week08/w4_twee_reeksen_staafjes.jpg
maanduitgeleende boeken
september40
oktober44
november46
december48
Reken het na

Van 40 naar 48 is een vijfde meer. Begin je de as niet bij 0 maar bij 38, dan is het laatste staafje tien hokjes hoog en het eerste twee: vijf keer zo hoog. Dezelfde cijfers, vijf keer zoveel indruk.

1

Kies zelf iets dat je vier keer kan tellen: boterhammen op een dag, minuten fietsen, regenbuien in een week. Verzamel vier getallen die maar een beetje van elkaar verschillen en schrijf ze hier op.

Wiskunde naam
TWEE VERSIES
Wiskunde · maak een grafiekenpaar, deel 2 van 2

Grafiek A en grafiek B

Twee roosters, dezelfde vier getallen. Alleen de as eronder verschilt, en dat is genoeg.
5
Wat op allebei moet staan

Zet onder elk staafje waar het over gaat en links naast het rooster de getallen van je as. Zonder die getallen kan niemand zien wat je gedaan hebt.

Grafiek A — de eerlijke: je as begint bij nul
Grafiek B — de overdrijver: je as begint waar jij wil
beeld
week08/w5_lat_op_ruitjespapier.jpg
1

Toon allebei je grafieken aan een klasgenoot zonder de getallen te noemen. Vraag hoeveel er volgens hem bij gekomen is, en schrijf zijn twee antwoorden op.

Wiskunde naam
Wiskunde · maak een schaaltekening

De speelplaats op je blad

Meet het echt, reken het om, en zet er drie vragen bij die alleen met jouw tekening op te lossen zijn.
6
Zo kies je je schaal

Meet eerst de langste zijde. Is die langer dan tien meter, neem dan 1:100.

  • 1:100 betekent: 1 cm op je blad is 1 m in het echt. Een speelplaats van 18 m wordt 18 cm breed.
  • 1:50 betekent: 1 cm is 50 cm. Een klas van 8 m bij 6 m wordt 16 cm bij 12 cm, en dat past nog net.
beeld
week08/w6_meetlint_over_tegels.jpg
wat je meetechte lengteop je tekening
de langste zijde
de kortste zijde
iets wat erin staat
Teken hier je plan. Zet je schaal in de hoek, anders is de tekening onbruikbaar.
1

Schrijf drie vragen bij je tekening die een klasgenoot alleen met een lat kan beantwoorden. Laat hem ze oplossen en zet erbij wat hij antwoordde.

Wiskunde naam
Denken & code · maak een logicapuzzel, deel 1 van 2

Achterstevoren beginnen

Wie een logicapuzzel maakt, begint bij het antwoord. Pas daarna verzin je de aanwijzingen die er precies een van maken.
7
Zo bouw je achterstevoren

De maker hieronder begon bij deze tabel, niet bij de aanwijzingen.

  • Zet eerst je volledige oplossing in een tabel. Die tabel is je geheim.
  • Schrijf daarna aanwijzingen die alleen over die tabel kunnen gaan, en laat er telkens iets weg.
  • Los je eigen puzzel op alsof je hem nooit zag. Kom je op twee antwoorden uit, dan is er een aanwijzing te weinig.
Vier omgekeerde kaartjes; alleen de maker weet wat eronder ligt.
week08/w7_kaartjes_omgekeerd.jpg
kindmaakstukdag van de test
Aylade tijdlijndonderdag
Berrede codekrakerdinsdag
Cisde dialoogmaandag
Dinade grafiekwoensdag
1Cis was als eerste aan de beurt.
2Wie de grafiek maakte, was op woensdag aan de beurt.
3Berre was eerder aan de beurt dan Ayla.
4Dina maakte geen tijdlijn en geen dialoog.
5Berre maakte geen grafiek.
6De tijdlijn werd op donderdag getest.
7De codekraker werd niet op maandag getest.
1

Bij deze puzzel is elke aanwijzing nodig. Streep aanwijzing 4 weg en zoek opnieuw: welke tweede oplossing past er nu ook?

Denken & code naam
EEN OPLOSSING
Denken & code · maak een logicapuzzel, deel 2 van 2

Jouw puzzel, en het bewijs erbij

Drie soorten, vier namen. Je bent pas klaar als je kan aantonen dat er niets anders past.
8
Een puzzel is niet af als hij klopt

Hij is pas af als er maar een antwoord past. Controleer dat zelf.

Deel 1 — jouw oplossing; dek dit af als je de puzzel weggeeft
naamtweede soortderde soort
Deel 2 — jouw aanwijzingen, genummerd
beeld
week08/w8_raster_met_kruisjes.jpg
1

Geef je puzzel aan een klasgenoot, zonder deel 1. Schrijf op welke aanwijzing hij als eerste gebruikte, waar hij vastliep, en of hij op jouw oplossing uitkwam.

Denken & code naam
Denken & code · maak een stroomdiagram, deel 1 van 2

Wie veegt het bord?

Een stappenplan voor iets uit je eigen klas. Het is pas af als drie verschillende gevallen er zonder discussie doorheen komen.
9
Drie eisen aan je diagram

Het plan hieronder verdeelt de bordbeurt. Lees het en kijk waar elke eis zit.

  • Uit elke ruit vertrekken twee pijlen, een voor ja en een voor nee. Eentje vergeten is de meest gemaakte fout.
  • Het loopt altijd af. Een pijl die terugwijst, moet ergens een uitweg hebben.
  • Er is geen twijfel mogelijk. Op elke vraag in een ruit is maar een antwoord juist.
Elke dag dezelfde vraag, en elke dag hetzelfde gekibbel.
week08/w9_bord_en_spons.jpg
stapwat er staatwaar de pijl heen gaat
1 · bakBegin bij de naam die onder de veger van gisteren staat.naar stap 2
2 · ruitIs die persoon vandaag aanwezig?ja: stap 3 · nee: stap 4
3 · bakDie persoon veegt. Zet een pijltje naast zijn naam.einde
4 · rechthoekGa naar de volgende naam. Sta je onderaan, ga dan naar de eerste.naar stap 5
5 · ruitBen je terug bij de naam waar je begon?ja: stap 6 · nee: stap 2
6 · bakNiemand van de lijst is er. De leerkracht veegt.einde
Waarom stap 5 er staat

Zonder stap 5 blijft het plan rondjes draaien op een dag dat niemand er is. Een lus moet altijd een uitgang hebben.

1

Volg het plan drie keer: als de eerste naam aanwezig is, als die ziek is en de volgende er wel is, en als niemand er is. Schrijf op waar je telkens uitkomt.

Denken & code naam
GETEST
Denken & code · maak een stroomdiagram, deel 2 van 2

Teken het, en laat het struikelen

Kies iets uit je eigen klas: de beurtrol, het uitdelen van de boeken, wie de plantjes water geeft.
10
Test met het lastigste geval

Een plan dat op een gewone dag werkt, zegt niets. Bedenk de dag waarop alles tegenzit.

Jouw stroomdiagram
Begin bovenaan met een afgeronde bak en eindig met een bak. Zet bij elke pijl of ze bij ja of bij nee hoort.
beeld
week08/w10_ruit_met_twee_pijlen.jpg
1

Laat een klasgenoot je diagram uitvoeren voor drie gevallen die jij opgeeft. Schrijf op waar hij telkens uitkomt en of dat is wat jij bedoelde.

het gevalwaar hij uitkwamklopt dat?
Denken & code naam
Denken & code · maak een binaire boodschap

Vijf letters, veertig bits

Dinsdag, tijdens het rekenuur
11

Dinsdag

Ik heb vandaag mijn eigen woord in bits gezet, en het viel mee zodra ik het ene ding onthield dat je moet onthouden: de hoofdletter A is 65. Al de rest tel je erbij. M staat op de dertiende plaats, dus M is 65 plus twaalf, en dat is 77.

Daarna zet je 77 om in acht plaatsen. Ik ga van links naar rechts. Past 128 erin? Nee, dus een 0. Past 64? Ja, dus een 1, en er blijft 13 over. 32 niet, 16 niet, 8 wel, dan blijft er 5. 4 wel, dan blijft er 1. 2 niet, 1 wel. Zo kreeg ik 01001101.

Mijn woord was MAKER. Vijf letters, vijf keer acht plaatsen, samen veertig nullen en enen. Ik heb het aan Jonas gegeven in een lange sliert, zonder te zeggen waar de ene letter ophield, en dat was gemeen. Nu zet ik er streepjes tussen.

beeld
week08/w11_vijf_ponsstroken.jpg
01001101
de letterhet getalacht plaatsen
M7701001101
1

Kies een woord van hoogstens vijf letters en zet het om. Geef het door met streepjes tussen de letters.

Denken & code naam
Taal · maak een leestekst, deel 1 van 2

De kijkwijzer van een goede tekst

Je las er dit jaar tientallen. Nu schrijf je er zelf een over iets dat echt bestaat, en de kijkwijzer hieronder is de lat.
12
De kijkwijzer

Vier punten. Haalt je tekst ze alle vier, dan is hij af.

  • Het gaat over iets echts: een dier, een uitvinding, een plek. Iemand kan het nakijken.
  • De eerste zin maakt nieuwsgierig zonder iets te beloven dat verderop niet komt.
  • Elke alinea heeft een eigen onderwerp. Kan je er geen kopje boven zetten, dan staan er twee dingen in.
  • Er staat minstens een getal in dat je ergens vandaan hebt, en je zegt erbij waar.
Lange sikkelvleugels, korte pootjes: gebouwd om te blijven.
week08/w12_gierzwaluw_in_vlucht.jpg

Een begin dat werkt

Een gierzwaluw die net is uitgevlogen, gaat de lucht in en blijft daar. Hij eet vliegend, hij drinkt vliegend door laag over het water te scheren, en hij slaapt vliegend, hoog boven de daken. Pas als hij zelf een nest gaat maken, komt hij weer op een vaste plaats terecht.

Daarom zie je hem ook nooit op een draad zitten, zoals een boerenzwaluw. Zijn pootjes zijn kort en zijn vleugels lang; op een vlakke grond krijgt hij zichzelf maar moeilijk weer omhoog. Wat voor bijna elke vogel rusten is, is voor hem een probleem.

soort vraagwat je vraagtwaar het antwoord staat
letterlijkWat staat er precies?in een zin van de tekst
tussen de regelsWat volgt daaruit?in twee zinnen samen, niet in een
meningWat vind jij ervan, en waarom?nergens in de tekst; bij de lezer
1

Kies je onderwerp en schrijf drie dingen op die je er zeker over weet. Zet erbij waar je het vandaan hebt.

Taal naam
Taal · maak een leestekst, deel 2 van 2

Jouw tekst, en de drie vragen eronder

Tweehonderd tot tweehonderdvijftig woorden. Loopt je tekst door, schrijf dan op de achterkant verder.
13
Deel 1 — jouw tekst
Deel 2 — jouw drie vragen: een letterlijke, een tussen de regels, een mening
beeld
week08/w13_pen_op_lege_lijnen.jpg
1

Laat een klasgenoot je tekst lezen en je drie vragen beantwoorden. Welke vraag was te makkelijk, en welke stond eigenlijk niet in je tekst?

Taal naam
ADVERTENTIE
Taal · maak een reclame met bijsluiter, deel 1 van 2

Wat er staat, en wat er staat

Reclame mag overdrijven. De bijsluiter eronder mag dat niet: die zegt regel voor regel wat er waar is.
14
Twee teksten over hetzelfde

Je schrijft ze allebei zelf, en ze gaan over precies hetzelfde ding.

  • De reclame mag mooie woorden gebruiken, maar mag niets zeggen dat niet waar is.
  • De bijsluiter zet er in gewone taal naast wat er precies beloofd wordt, en wat niet.
  • Elke zin van je reclame krijgt een regel in je bijsluiter. Geen enkele zin mag ontbreken.
De grote roept, de kleine vertelt wat er echt beloofd is.
week08/w14_grote_en_kleine_ballon.jpg
de reclamezinwat er echt staat
Nu met dertig procent meer!Meer dan vroeger. Hoeveel het vroeger was, staat er niet bij.
Bijna alle kinderen vinden hem lekker.
Gemaakt met natuurlijke ingredienten.
Van vier euro voor 2,99 euro!
Let op het kleine woordje

Woorden als bijna, tot en vanaf beloven veel en zeggen weinig.

1

Bedenk waarvoor jij reclame maakt: een verzonnen drankje, een spel, een dienst in de klas. Schrijf de drie zinnen op die in je advertentie komen.

Taal naam
Taal · maak een reclame met bijsluiter, deel 2 van 2

Het ontwerpblad en de tester

Boven de advertentie zoals je die op een muur zou plakken. Eronder de bijsluiter, zin voor zin.
15
Voor je begint

Schrijf niet meer dan drie zinnen op je affiche. Elke zin erbij is er een die je moet verantwoorden.

Deel 1 — de advertentie
Teken en schrijf hier je advertentie.
Deel 2 — de bijsluiter
jouw zinwat er echt staat
beeld
week08/w15_affiche_en_briefje.jpg
1

Laat een klasgenoot eerst alleen je advertentie zien en schrijf op wat hij denkt dat hij krijgt. Toon daarna je bijsluiter en schrijf op wat er aan zijn antwoord verandert.

Taal naam
Taal · maak een spel met spelregels, deel 1 van 2

Het spel dat ik zelf verzon

Donderdag, na de speeltijd
16

Donderdag

Ik heb een spel bedacht met drie hoepels en een tennisbal, en ik was er zo zeker van dat het goed was dat ik de regels op een halve bladzijde schreef. Toen liet ik Nour ze lezen. Ze speelde precies wat er stond, en na twee minuten stond ze stil met de bal in haar hand, want er stond nergens wat je moest doen als je miste.

Dat was niet het enige. Er stond ook niet hoe je wint. Ik wist dat wel: wie het eerst tien punten heeft. Maar het stond nergens, en Nour is geen gedachtenlezer. Ik denk dat ik die regel niet vergeten ben, maar dat hij zo vanzelfsprekend was dat ik hem niet meer zag staan in mijn hoofd.

Nu schrijf ik mijn regels in een vaste volgorde: wat je nodig hebt, hoe je begint, wat je om de beurt doet, wat er gebeurt als het misgaat, en wanneer het gedaan is. Die vijf kopjes vangen bijna alles. En wat ze niet vangen, vangt Nour wel.

beeld
week08/w16_hoepels_en_bal.jpg
wat de tester deedwat er in mijn regels ontbrak
Ze stond stil met de bal in haar hand.wat je doet als je mist
Ze bleef maar doorspelen.wanneer het spel gedaan is
Ze gooide van vlakbij.van waar je moet gooien
1

Schrijf de vijf kopjes over en zet een sterretje bij het kopje waar je bij je eigen spel het minst over nagedacht hebt.

Taal naam
Taal · maak een spel met spelregels, deel 2 van 2

Jouw regels, en de robotproef

Je tester doet letterlijk wat er staat en niets meer. Alles wat je vergeet te schrijven, gebeurt niet.
17
De vijf kopjes

Zet ze er echt boven, als kopjes. Een lopende tekst verstopt wat er ontbreekt.

  • Wat je nodig hebt en met hoeveel spelers het gaat.
  • Hoe je begint en wie er begint. Kies iets wat niet op ruzie uitdraait.
  • Wat je om de beurt doet, wat er gebeurt als het misgaat, en wanneer het gedaan is.
Jouw spelregels
beeld
week08/w17_robot_leest_briefje.jpg
1

Laat een klasgenoot je spel spelen zoals een robot: hij doet alleen wat er staat en vraagt niets. Noteer elke keer dat hij stilvalt.

waar hij stilvielwelke regel eraan ontbrak
Taal naam
Natuur & techniek · zet je eigen onderzoek op, deel 1 van 2

Een vraag die je kan meten

Een goede onderzoeksvraag heeft een ding dat je verandert, een ding dat je meet, en alles daartussen blijft gelijk.
18
Drie eisen aan je vraag

Loopt je vraag op een van de drie stuk, dan meet je iets anders dan je denkt.

  • Er is precies een ding dat je verandert. Twee dingen tegelijk en je weet achteraf niets.
  • Wat je meet, meet je in een getal: centimeters, seconden, graden, aantallen.
  • Je kan het drie keer doen in de tijd die je hebt, met wat er in de klas ligt.
Dezelfde helling, dezelfde knikker, twee ondergronden.
week08/w18_knikker_op_twee_vlakken.jpg
de vraagwat je verandertwat je meet
Rolt een knikker verder op tapijt of op tegels?de ondergrondde afstand in cm
Droogt een washandje sneller op de vensterbank of in de gang?de plaatsde tijd in minuten
Blijft warm water langer warm in een beker of in een kom?de vorm van de potde temperatuur na 10 min
De valkuil

Verander maar een ding tegelijk. Gooi je de knikker ook nog harder, dan weet je achteraf niet of de ondergrond of je arm het verschil maakte.

1

Schrijf je eigen vraag in de lege rij en vul de twee andere kolommen in. Schrijf eronder wat je allemaal gelijk moet houden.

Natuur & techniek naam
MEETBLAD
Natuur & techniek · zet je eigen onderzoek op, deel 2 van 2

Meten, noteren, besluiten

Drie metingen per geval, niet een. Wie een keer meet, meet vooral zijn eigen geluk.
19
Voor je begint

Schrijf in de eerste kolom wat je verandert, en verder niets.

gevalmeting 1meting 2meting 3gemiddelde
beeld
week08/w19_bekers_en_thermometer.jpg
Je besluit — niet verder dan wat je gemeten hebt
1

Laat een klasgenoot je onderzoek overdoen met jouw plan in zijn hand. Kwam hij op dezelfde uitkomst? Zo niet: welke stap stond er te vaag?

Natuur & techniek naam
TIJDLIJN
Wereldorientatie · maak een tijdlijn

Tien gebeurtenissen uit je eigen familie

Van de geboorte van je oudste grootouder tot vandaag. Elk jaartal krijgt zijn eeuw erbij, en de afstanden op de lijn kloppen.
20
Zo maak je de lijn eerlijk

Een gat van dertig jaar is op je lijn dertig keer zo breed.

  • Van jaartal naar eeuw: eindigt het jaartal niet op twee nullen, tel dan bij het aantal honderdtallen een op. 1958 zit in de 20e eeuw.
  • Kies je maat eerst: bijvoorbeeld een centimeter per vijf jaar. Reken dan pas uit waar alles komt.
beeld
week08/w20_lint_met_knopen.jpg
het jaartalwat er gebeurdewelke eeuw?
1958mijn oma wordt geboren20e
1

Teken je lijn hieronder. Zet linksonder je maat, bijvoorbeeld: 1 cm is 5 jaar. Controleer daarna twee gaten met je lat.

Jouw tijdlijn.
Wereldoriëntatie naam
Frans · maak een minidialoog

Une lettre de Sarah

Lille, le 14 juin
21

Beste vriend of vriendin, mijn juf zei dat jullie Frans leren, en dat jullie al kunnen zeggen hoe je heet en hoe je iemand de weg wijst. Wij oefenen hier Nederlands. Ik vind jullie woorden even raar als jij waarschijnlijk mijn getallen vindt.

Wil je iets voor mij maken? Schrijf een gesprek van acht regels tussen twee mensen die elkaar op straat tegenkomen. De ene vraagt de weg, de andere legt hem uit. Laat er ergens een huisnummer in vallen, in woorden, en speel het daarna voor je klas. Ik doe hetzelfde in het Nederlands. Sarah.

BonjourJe m'appelleOù est …?Tournez à gaucheTournez à droiteAllez tout droitPrenez la première rueC'est au numéroMerci beaucoupAu revoir
beeld
week08/w21_envelop_met_brief.jpg
1

Schrijf je gesprek van acht regels. Zet voor elke regel wie er spreekt, laat er een huisnummer tussen 20 en 100 in vallen in woorden, en oefen het twee keer hardop voor je het speelt.

Frans naam
Frans · maak een woordenspel

Douze cartes, un cercle

Twaalf kaartjes met woorden uit de vorige weken. Ze vormen samen een kring, en die kring sluit alleen als alles klopt.
22
Twee spelen met dezelfde kaartjes

Op elk kaartje staat bovenaan een Frans woord en onderaan een Nederlandse betekenis die er niet bij hoort.

  • Domino: leg de kaartjes zo in een kring dat elke Nederlandse betekenis tegen het juiste Franse woord van het volgende kaartje ligt. Bij twaalf kaartjes sluit de kring precies.
  • Memory: knip elk kaartje in twee langs de lijn. Leg de vierentwintig helften omgekeerd op tafel en zoek de paren.
beeld
week08/w22_kaartjes_in_een_kring.jpg
Knip hier de twaalf kaartjes uit
la gare
het postkantoor
la poste
de school
l'école
het zwembad
la piscine
het plein
la place
de brug
le pont
de straat
la rue
het stoplicht
le feu
het gemeentehuis
la mairie
het park
le parc
de apotheek
la pharmacie
de markt
le marché
het station
Frans naam
MAKERSBEWIJS
Afsluiting · je makersbewijs

Acht weken, acht keer nieuw terrein

Achter elk vakje staat waar die week over ging. De leerkracht zet de stempel als het maakstuk van die week af is.
23
Wat hier staat

Dit blad hoort bij jou en niet bij je rapport. Bewaar het bij je acht bundels.

  • Onderaan vult de leerkracht je naam in en zet erbij welk maakstuk het best gelukt is.
Acht keer drukken, en dan is de reeks uit.
week08/w23_stempel_en_inktkussen.jpg
1
omwegen en kolommen
2
patronen en bewijzen
3
meten wat je niet kan meten
4
kleiner maken zonder te liegen
5
taal die overtuigt
6
informatie en waarheid
7
logica en algoritmes
8
zelf maken

Makersbewijs

heeft acht weken lang nieuw terrein verkend en in de laatste week zelf een codekraker, een grafiekenpaar, een schaaltekening, een logicapuzzel, een stroomdiagram, een leestekst, een reclame, een spel, een onderzoek, een tijdlijn en een Frans gesprek gemaakt — en ze alle elf laten testen.
datumhandtekening leerkrachthet maakstuk dat het best gelukt is
Wereldoriëntatie naam
Afsluiting · je zelfbeoordeling

Wat voor maker ben je?

Vier dingen die elke maker doet. Zet bij elk een kruisje in de kolom die het eerlijkst is, en niet in de kolom die het mooist staat.
24
Hoe je dit invult

Denk bij elke rij aan een maakstuk van deze week, niet aan de week als geheel.

  • Zet per rij een kruisje. Twijfel je tussen twee kolommen, neem dan de linkse.
  • Vul het in voor je iemand anders je bladen laat zien.
Drie treden, en op de middelste staat al een vlag.
week08/w24_drie_treden.jpg
waar het over gaat1 — net begonnen2 — onderweg3 — daar sta ik
mijn eisenik schreef er geendrie eisen, nogal vaageisen die je kan afvinken
mijn voorbeeldik gaf er geeneen voorbeeld dat klopteen voorbeeld dat ook de valkuil toont
mijn testniemand testte heteen tester, geen notitieseen tester, en ik noteerde wat misging
mijn verbeteringik veranderde nietsik verbeterde iets kleinsik verbeterde wat de tester aanwees
Voor wie dit leest

Deze kaart is voor jou. Een eerlijke 1 is meer waard dan een beleefde 3.

1

Waar staat je hoogste kruisje, en waar je laagste? Schrijf bij allebei op waardoor dat komt.

2

Kies een van de vier rijen en schrijf op wat je de volgende keer anders doet. Een zin, en iets wat je morgen al kan.

Wereldoriëntatie naam