← Back to CoursesDifferentiatie 5de Leerjaar
Differentiatie 5
Super plus 6 niveau 6/8

De goden van de Olympus

Opgetekend door de grammateus van de spelen

Je leest drie mythen en haalt ze uit elkaar (begin, probleem, hoogtepunt, afloop), je zoekt uit wat elke mythe eigenlijk verklaart, en je vertelt het verhaal van Icarus opnieuw door de ogen van zijn vader. Daarnaast orden je de stamboom van de goden, reken je met toeschouwers tot boven de tweehonderdduizend, zet je breuken om in procenten, herleid je het stadion van 185 meter naar kilometer, lees en schrijf je in Griekse letters, situeer je Olympia en Troje op de kaart, beschrijf je een god in het Frans en ontwerp je het toernooischema als algoritme.

Download PDF In deze bundel zit geen knipblad. Je hebt alleen een potlood en een lat nodig; op blad 21 teken je zelf een schema. naar het bijvoegsel alle Super plus-bundels

Voor de leerkracht

Super plus 6 draait rond één opdracht: de leerling is grammateus, de schrijver die de Spelen van de goden vastlegt. Daaruit komen alle vakken. Taal krijgt het grootste gewicht (verhaalstructuur, motief, perspectief, zelf een mythe schrijven), maar de wiskunde is niet decoratief: de uitslagen van de Spelen leveren echte grote getallen, echte breuk-procentomzettingen en een oude lengtemaat die herleid moet worden. Nieuw terrein tegenover de klasleerstof: niet 'een verhaal navertellen' maar de bouw ervan benoemen en er een ander vertelperspectief op zetten; niet 'grote getallen lezen' maar afronden, plaatswaarde en gemiddelde in één context; niet 'het alfabet' maar het schriftsysteem waar ons alfabet uit voortkomt; niet 'een schema invullen' maar zelf het patroon achter een toernooischema vinden en bewijzen. Er is deze bundel geen spelling. De drie mythen zijn volledig zelf geschreven; de mythologische verwantschappen zijn nagekeken en het ene punt waarop de overlevering zichzelf tegenspreekt (de afkomst van Hephaistos) is bewust in de bundel gelaten als bronnenvraag.

De structuur van een verhaal benoemen: begin, probleem, hoogtepunt, afloop (5)Het motief van een personage uit de tekst halen en met een regel uit die tekst staven (6)Verwoorden wat een mythe verklaart of leert, los van wat er in gebeurt (6)Een verhaal herschrijven vanuit het perspectief van een ander personage, in de ik-vorm (6)Een mythische verklaring naast een wetenschappelijke leggen en zeggen welke je kan nameten (6)Weten dat de schuine aardas de seizoenen veroorzaakt, en waarom de halfronden verschillen (6)Een stamboom als schema lezen, aanvullen en er verwantschappen uit afleiden (5)Merken dat bronnen elkaar tegenspreken en dat verschil noteren in plaats van wegkiezen (6)Natuurlijke getallen tot boven de tweehonderdduizend lezen, vergelijken en optellen (5)Getallen afronden op tienduizendtal en honderdduizendtal (5)De plaatswaarde van hetzelfde cijfer op twee plaatsen in één getal benoemen (5)Het gemiddelde berekenen als som gedeeld door aantal (6)Bij een gegeven deel en geheel de breuk en het procent bepalen (5)Een breuk omzetten naar een procent via de noemer 100, ook als het een halve procent wordt (6)Een relatieve en een absolute vergelijking uit elkaar houden (6)Rekenen met een oude lengtemaat en herleiden naar meter en kilometer (6)Herleidingen tussen meter en kilometer vlot uitvoeren in een echte context (5)Het Griekse alfabet lezen en zien welke van onze letters eruit voortkomen (5)Een boodschap in Griekse hoofdletters ontcijferen en zelf schrijven (6)Woorden met dezelfde Griekse stam aan elkaar koppelen (gramma) (6)Plaatsen rond de Egeïsche Zee situeren en zeggen in welk land ze nu liggen (5)Afstanden op een kaart met een schaalbalk omrekenen naar werkelijke afstanden (6)Franse bijvoeglijke naamwoorden in de vrouwelijke vorm zetten en de regel erbij benoemen (6)Een beschrijving van vier tot vijf zinnen in het Frans schrijven met kloppende overeenkomst (6)Een toernooischema beschrijven als algoritme met herhaling en keuze (6)Het patroon achter het aantal wedstrijden vinden en uitleggen waarom het moet kloppen (6)Een stroomdiagram met keuzes en een terugsprong lezen, testen en zelf tekenen (6)Zelf een mythe schrijven die een natuurverschijnsel verklaart, met de geleerde structuur (6)
Wereldoriëntatie · de opdracht

De grammateus van de Spelen

De goden houden spelen. Iemand moet opschrijven wat er gebeurt, en dat ben jij.
1
Wat je deze bundel doet

In het Grieks is een grammateus de schrijver: degene die optekent, ordent en bijhoudt. Zo iemand verzint niets, maar zonder hem weet niemand later nog iets.

  • Je tekent drie mythen op, haalt ze uit elkaar, en schrijft er één opnieuw vanuit een ander hoofd.
  • Je ordent de stamboom van de goden en beantwoordt vragen over wie van wie is.
  • Je houdt de uitslagen bij: toeschouwers, deelnemers, afstanden in stadia.
  • Je leest de kaart, schrijft in Griekse letters en in het Frans, en ontwerpt het schema van het toernooi.
De schrijver zit lager dan de goden, maar hij houdt de pen vast.
superplus06/w1_grammateus_met_rol.jpg
1

Het Griekse woord gramma betekent teken of letter. Zoek bij elk woord hieronder wat het nog altijd met tekens of letters te maken heeft.

woordwat heeft het met tekens of letters te maken?
grammatica
diagram
programma
telegram
2

Een grammateus schrijft ook op wat hij zelf niet gelooft. Waarom is dat belangrijk? Schrijf twee redenen op.

Wereldoriëntatie naam
ROL I
Taal · de eerste mythe, deel 1 van 2

Het vuur dat naar beneden kwam

Lees traag. Op het volgende blad moet je deze tekst uit elkaar halen.
2

Prometheus

1In de eerste jaren van de wereld hadden de mensen alles behalve één ding. Ze hadden handen en ogen en een stem, ze konden lopen en tellen en onthouden. Maar ze hadden geen vuur. 's Nachts zaten ze in het donker, en wat ze maakten, maakten ze van hout en van steen.

2Prometheus was geen god van de Olympus maar een Titaan, uit het geslacht dat er vóór de goden was. Hij keek naar de mensen zoals je kijkt naar iemand die je zelf gemaakt hebt. Hij vroeg aan Zeus of de mensen het vuur mochten krijgen. Zeus zei nee. Wie vuur heeft, zei hij, maakt ovens; en wie ovens heeft, maakt zwaarden.

3Prometheus wachtte tot de goden sliepen. Hij brak een stengel van een reuzenvenkel af, een plant met een merg dat smeult zonder te vlammen. Aan het vuur van de goden stak hij één vonk aan en hij liet die in de holle stengel zakken. Zo droeg hij het vuur naar beneden, zonder rook, alsof hij een wandelstok droeg.

4Die nacht zag Zeus vanaf de berg iets wat er nooit geweest was: kleine oranje stippen in het dal, en er kwamen er elke avond meer bij. Hij liet Prometheus vastketenen aan een rots hoog in het oosten. Elke dag at een adelaar van zijn lever; elke nacht groeide ze weer aan, zodat de straf nooit afliep.

5Veel later kwam Herakles langs die rots. Hij schoot de adelaar neer en sloeg de ketens los. Prometheus was vrij. De mensen hadden het vuur toen al zo lang dat ze niet meer wisten waar het vandaan gekomen was.

Opgetekend door de grammateus, naar wat de ouden vertellen

Eén vonk in een holle stengel, en de hele berg af.
superplus06/t2_vonk_in_de_stengel.jpg
Wist je dat

Een Titaan is geen god van de Olympus. De Titanen waren de laag ervóór: Kronos en Rhea waren Titanen, en Prometheus ook. De goden hebben die laag niet uitgewist, ze zijn er gewoon bovenop komen staan.

1

Zeus geeft een reden om het vuur niet te geven. Schrijf die reden in je eigen woorden op, en zet erbij of je hem sterk of zwak vindt.

Taal naam
Taal · de eerste mythe, deel 2 van 2

Een verhaal uit elkaar halen

Elk verhaal heeft vier stukken. Zoek ze in de tekst van blad 2.
3
De vier stukken

Je weet al hoe je een verhaal navertelt. Nieuw is dat je de bouw ervan kan aanwijzen.

  • Begin: hoe het was vóór er iets veranderde.
  • Probleem: wat er ontbreekt of misloopt, en wie dat wil oplossen.
  • Hoogtepunt: de ene handeling waar alles op uitdraait.
  • Afloop: hoe het daarna blijft. In een mythe is dat meestal iets wat nog altijd zo is.
De afloop van deze mythe duurt jaren.
superplus06/t3_adelaar_boven_de_rots.jpg
1

Zoek elk stuk terug in de tekst. Noteer eerst bij welke regels het staat, en schrijf het daarna in je eigen woorden.

stukwelke regels?in je eigen woorden
begin
probleem
hoogtepunt
afloop
2

Prometheus en Zeus willen allebei iets. Schrijf van elk op wat hij wil, en welke zin uit de tekst je dat laat zien.

Taal naam
Taal · de tweede mythe

Wat de vrouw op de markt vertelde

De dag na de eerste regen — uit de rol van de grammateus
4

Demeter en Persephone

Ik heb dit verhaal vandaag driemaal gehoord, en driemaal iets anders. Ik schrijf het op zoals de oudste vrouw op de markt het vertelde, want zij vertelde het het traagst.

Demeter is de godin van het graan. Alles wat groeit en rijpt, groeit en rijpt omdat zij ernaar kijkt. Ze had één dochter, Persephone, en die was op een middag bloemen aan het plukken in een veld.

De grond ging open. Hades, de broer van Demeter, kwam uit de onderwereld naar boven, nam Persephone mee, en de grond sloot zich weer. Demeter zocht negen dagen en negen nachten. Ze at niet en ze keek naar niets. En zolang zij niet keek, groeide er niets: het graan bleef in de aarde en de bomen bleven kaal. De mensen aten op wat er nog in de schuren lag, en daarna lag er niets meer.

Zeus zag dat het zo niet verder kon en stuurde Hermes naar beneden. Hij vond Persephone in het donker, op een troon die ze nooit gevraagd had. Ze mocht terug, maar ze had in de onderwereld een paar granaatappelpitten gegeten, en wie daar eet, hoort daar een beetje bij. Ze moest elk jaar terugkeren: in het oudste lied dat wij kennen een derde van het jaar, in latere verhalen de helft.

Daarom, zei de vrouw, is er winter. Als Persephone beneden is, kijkt Demeter nergens naar. Komt ze boven, dan wordt alles in één week groen. Ik heb het opgeschreven zoals zij het zei. Of het waar is, is niet mijn werk; mijn werk is dat het niet verloren gaat.

Een middag bloemen plukken, en dan gaat de grond open.
superplus06/t4_veld_dat_opengaat.jpg
1

Een derde van het jaar is hoeveel maanden? En de helft? Reken het uit en schrijf erbij welke van de twee versies volgens jou het best bij onze winter past.

Taal naam
Natuur · wat een mythe verklaart

Twee antwoorden op dezelfde vraag

Waarom is het in de winter koud? Er is een verhaal, en er is een meting.
5
Verklaren is iets anders dan vertellen

Een mythe geeft een oorzaak aan iets wat elk jaar terugkomt. Dat is geen onzin: het is een antwoord van mensen die nog niet konden meten wat wij kunnen meten.

  • Het verhaal zegt: de winter is er omdat Demeter treurt zolang haar dochter beneden is.
  • De meting zegt: de aardas staat schuin, ongeveer 23,5 graden. Een half jaar lang valt het zonlicht schuiner op ons deel van de aarde, en schuin licht warmt minder op.
  • Beide verklaren hetzelfde verschijnsel. Maar je kan er maar één van de twee nameten.
Rechte stralen op de ene helling, schuine op de andere.
superplus06/n5_schuine_zonnestralen.jpg
Wist je dat

Als het bij ons winter is, is het in Australië zomer. Het verhaal van Demeter kan dat niet uitleggen: er is maar één Persephone, en ze kan niet tegelijk boven en beneden zijn. De schuine aardas legt het wel uit, want terwijl het ene halfrond van de zon weg helt, helt het andere er juist naartoe.

1

Zet de twee antwoorden naast elkaar. Schrijf in de laatste kolom ook wat je zou moeten meten om het na te kijken.

de vraagwat het verhaal zegtwat wij nu weten
Waarom is het in de winter koud?
Waarom wordt het in de lente weer groen?
Waarom is het in Australië net andersom?
Natuur & techniek naam
ROL III
Taal · de derde mythe, deel 1 van 3

De veren van Daedalus

Deze mythe schrijf je straks opnieuw, maar dan door andere ogen.
6

Icarus

1Daedalus was de beste bouwer die er was. Koning Minos van Kreta had hem laten komen om een doolhof te bouwen waar niemand meer uit raakte. Daedalus bouwde hem. Daarna liet Minos hem niet meer gaan, want wie een doolhof kan bouwen, kan er ook iemand uit halen.

2Zo zat Daedalus vast op het eiland, samen met zijn zoon Icarus. De haven werd bewaakt en elk schip werd doorzocht; zelfs de vissers moesten melden wie er te lang naar het water stond te kijken. Maar er is nog een weg weg van een eiland, dacht Daedalus, en die wordt door niemand bewaakt.

3Hij verzamelde veren, van groot tot klein, legde ze naast elkaar als de pijpen van een fluit en zette ze vast met was. De kleinste bond hij er bovendien met een draad aan vast. Zo maakte hij twee paar vleugels. Voor ze vertrokken zei hij tegen zijn zoon: niet te laag, want het zeewater maakt de veren zwaar, en niet te hoog, want de zon maakt de was zacht. Blijf tussen de twee.

4Ze stegen op. De vissers beneden lieten hun netten los om te kijken. Een tijd lang vloog Icarus vlak achter zijn vader. Maar vliegen went snel, en wat went, wordt saai. Hij ging hoger. Hij ging nog hoger, omdat het kon. De was werd week, de veren lieten los, en zijn armen sloegen in de lucht op niets.

5Daedalus riep zijn naam en hoorde alleen de zee. Later noemden de mensen dat stuk water en het eiland ernaast naar de jongen. Daedalus vloog alleen verder, tot hij ver in het westen aan een kust landde.

Opgetekend door de grammateus, naar wat de ouden vertellen

Eén blijft laag, één gaat hoger omdat het kan.
superplus06/t6_twee_vliegers_boven_zee.jpg
1

Daedalus geeft twee waarschuwingen tegelijk. Waarom is het gevaarlijk om er maar één te onthouden?

2

Zoek de zin waarin je al voelt dat het misloopt, nog vóór het misloopt. Schrijf hem over en leg uit waaraan je het merkt.

Taal naam
Taal · de derde mythe, deel 2 van 3

Door wiens ogen?

Dezelfde dag, een ander hoofd. Hier maak je je plan.
7
Wie vertelt, kiest wat je ziet

In de tekst van blad 6 kijkt een verteller van buitenaf mee. Straks vertelt Daedalus zelf, in de ik-vorm.

  • Vertel je in de ik-vorm, dan weet je alleen wat dat personage weet. Wat hij niet zag, staat er niet in.
  • Daedalus zag de veren van dichtbij. Een visser beneden zag alleen een stip die viel.
  • De feiten blijven dezelfde. Wat verandert, is de volgorde, wat je uitvergroot, en wat je verzwijgt.
Wat de vader van heel dichtbij zag.
superplus06/t7_handen_met_veren_en_was.jpg
1

Vul in wat Daedalus op dat moment wist, en wat hij pas achteraf begreep. Bij één rij is er geen verschil; zet dat er dan bij.

wat er gebeurdewat Daedalus toen wistwat hij pas later begreep
de veren en de was verzamelen
de waarschuwing geven
omkijken en niemand zien
alleen verder vliegen
2

Bedenk je eerste en je laatste zin al. Schrijf ze allebei op; de rest komt op het volgende blad.

Taal naam
Taal · de derde mythe, deel 3 van 3

Daedalus schrijft naar huis

Aan de westelijke kust, de dag na de vlucht
8
Voor je begint

Je bent Daedalus. Je schrijft één dag na de vlucht aan je broer, die op Kreta is achtergebleven. Schrijf in de ik-vorm en vertel alleen wat jij gezien, gehoord en gedacht hebt. Gebruik je plan van blad 7, en houd de vier stukken van blad 3 in je hoofd.

beeld
superplus06/t8_lege_kust_met_een_vleugel.jpg
1

Schrijf de brief. Begin met een aanhef en eindig met een groet.

Taal naam
Wereldoriëntatie · de stamboom, deel 1 van 2

Wie staat er boven wie

Een stamboom is geen lijst maar een schema. Je leest hem van boven naar beneden.
9
Hoe je een stamboom leest

Elke lijn naar beneden betekent kind van. Staan twee namen naast elkaar op één laag, dan zijn ze broer, zus of partner.

  • Kronos en Rhea zijn Titanen. Hun zes kinderen zijn de eerste goden van de Olympus.
  • Zeus kreeg kinderen bij verschillende moeders. Daarom zijn Athena, Apollo en Ares halfbroers en halfzussen van elkaar.
Zes kinderen van dezelfde twee ouders, elk met een eigen teken.
superplus06/w9_zes_figuren_op_een_rij.jpg
in de stamboomwie
de oudste laagOuranos en Gaia, de ouders van de Titanen
de TitanenKronos en Rhea
hun zes kinderenHestia, Demeter, Hera, Hades, Poseidon, Zeus
Zeus en MetisAthena
Zeus en LetoApollo en Artemis, een tweeling
Zeus en MaiaHermes
Zeus en HeraAres
HeraHephaistos — hier spreken de verhalen elkaar tegen
1

Hestia, Demeter, Hera, Hades, Poseidon en Zeus staan allemaal op dezelfde laag. Wat zijn ze dus van elkaar?

Wereldoriëntatie naam
Wereldoriëntatie · de stamboom, deel 2 van 2

De oom van Apollo

Leg blad 9 ernaast. Elk antwoord moet je in het schema kunnen aanwijzen.
10
Van schema naar familiewoord

Een oom is de broer van je vader of van je moeder. Een tante is hun zus. Een grootouder staat twee lagen boven jou.

  • Zoek eerst de ouders, ga dan pas opzij naar broers en zussen.
  • Halfbroer of halfzus: jullie hebben één ouder samen, niet twee.
  • Hetzelfde personage kan twee dingen tegelijk zijn. Dat is geen fout in het schema.
beeld
superplus06/w10_schema_in_de_klei.jpg
1

Beantwoord de vragen met het schema erbij. In de laatste kolom zet je hoe je het ziet: via welke namen loop je?

de vraaghet antwoordhoe je het ziet
Wie zijn de ooms van Apollo?
Wie is de grootmoeder van Athena?
Hoeveel broers en zussen heeft Zeus?
Wat zijn Ares en Athena van elkaar?
Is Hera de tante van Apollo?
Wie is de overgrootvader van Hermes?
2

Over Hephaistos spreken de verhalen elkaar tegen: in het ene is hij het kind van Hera alleen, in het andere van Zeus en Hera. Wat doe jij daarmee als grammateus? Schrijf op wat je noteert en waarom.

Wereldoriëntatie naam
UITSLAG
Wiskunde · de uitslagen, deel 1 van 3

Hoeveel mensen zaten er op de heuvel

Vijf dagen tellen. Je telt niet per persoon maar per vak en per rij.
11
Jouw telling

De helpers geven je elke avond hun getal door. Jij zet ze op een rij en maakt er één antwoord van dat klopt.

dagtoeschouwers
dag 134 500
dag 241 200
dag 358 700
dag 447 900
dag 562 400
Rij na rij na rij, en iemand moet ze tellen.
superplus06/r11_volle_heuvel.jpg
1

Tel de vijf dagen op. Schrijf daarna het totaal nog twee keer: één keer afgerond op het tienduizendtal en één keer op het honderdduizendtal.

2

In jouw totaal staan twee vieren naast elkaar. Hoeveel is de eerste waard en hoeveel de tweede? En hoeveel mensen kwamen er op dag 5 méér dan op dag 1?

3

Op de vorige Spelen kwamen er in totaal 198 400 mensen. Hoeveel zijn het er nu meer? En hoeveel toeschouwers waren het er dit jaar gemiddeld per dag?

Wiskunde naam
Wiskunde · de uitslagen, deel 2 van 3

Uit welke stad komen ze

Er zijn 200 deelnemers. Elk deel van die 200 kan je ook als procent schrijven.
12
Van breuk naar procent

Je kent breuken en je kent het procentteken. Nieuw is dat het twee manieren zijn om precies hetzelfde op te schrijven.

  • Een procent is een breuk met 100 onder de streep. 25 % is niets anders dan 25/100.
  • Kan je van de noemer 100 maken, dan lees je het procent meteen af: 1/4 = 25/100 = 25 %.
  • Lukt dat niet in je hoofd? Deel dan het deel door het geheel: 3 : 8 = 0,375, en dat is 37,5 %.
Elke stad komt in groep aan, en elke groep is een deel van het geheel.
superplus06/r12_delegaties_bij_de_poort.jpg
1

Vul de tabel af. Vereenvoudig de breuk zo ver je kan, en schrijf er dan het procent bij.

staddeelnemersbreuk van de 200procent
Athene50
Sparta40
Korinthe25
Thebe20
Argos15
Olympia10
de overige steden40
2

Drie achtsten van alle deelnemers is jonger dan twintig. Hoeveel zijn dat er, en hoeveel procent? Tel daarna alle procenten uit de tabel op: wat moet eruit komen, en waarom?

Wiskunde naam
Wiskunde · de uitslagen, deel 3 van 3

Het stadion als maat

Eén stadion is de lengte van de renbaan zelf: ongeveer 185 meter.
13
Een maat die je kan aflopen

Wij meten met de meter, die uit een afspraak komt. De Grieken meten met de baan zelf, en met hun eigen voeten.

  • Eén stadion is in Athene ongeveer 185 meter. Ons woord stadion komt van die baan.
  • Eén stadion was 600 voeten lang. Deel je 185 meter door 600, dan weet je hoe lang één voet toen was.
  • De korte ren is 1 stadion, de dubbele ren 2 stadia, en de lange ren 24 stadia.
De groeven in de startsteen liggen er nog altijd.
superplus06/r13_startsteen_van_de_baan.jpg
1

Reken elke afstand om. Vul eerst de meters in, dan de kilometers.

loopnummerstadiain meterin kilometer
de korte ren1185 m0,185 km
de dubbele ren2
de middenren12
de lange ren24
de weg naar het dorp200
2

Hoe lang was één Griekse voet? En hoeveel stadia is één kilometer? Schrijf bij allebei je stappen op, zodat iemand anders je kan volgen.

Wiskunde naam
SCHRIFT
Taal · letters, deel 1 van 2

Van alfa tot omega

Vierentwintig tekens, en de meeste van onze letters komen eruit.
14
Waar ons alfabet vandaan komt

De Grieken namen hun tekens over van de Feniciërs, die alleen medeklinkers schreven. De Grieken deden er iets nieuws bij: tekens voor de klinkers. Daardoor kan je een woord lezen dat je nog nooit gehoord hebt.

  • Het woord alfabet is gewoon de eerste twee namen achter elkaar: alfa en bèta.
  • Alfa en omega zijn de eerste en de laatste letter. Daarom betekent dat samen: van het begin tot het einde.
Α alfa
Β bèta
Γ gamma
Δ delta
Ε epsilon
Ζ zèta
Η èta
Θ thèta
Ι jota
Κ kappa
Λ lambda
Μ mu
Ν nu
Ξ xi
Ο omikron
Π pi
Ρ rho
Σ sigma
Τ tau
Υ upsilon
Φ phi
Χ chi
Ψ psi
Ω omega
Rechte lijnen, want je hakt ze met een beitel.
superplus06/t14_letters_in_steen.jpg
1

Vier van deze vijf tekens zijn valstrikken: ze lijken op een letter van ons, maar ze zeggen iets anders. Zoek uit welke vier.

Grieks tekenlijkt op onzevalstrik of niet?
Ρ (rho)P
Η (èta)H
Χ (chi)X
Ν (nu)N
Υ (upsilon)Y
Taal naam
Denken & code · letters, deel 2 van 2

De namenlijst ontcijferen

Je leest klank per klank. Wat er staat, is een naam die je al kent.
15
De sleutel

De meeste tekens lees je zoals ze eruitzien. Deze moet je even apart onthouden.

  • Η is geen h maar een lange e. Ρ is geen p maar een r. Υ zeg je als u. Χ is de ch van lachen.
  • Θ is th, Φ is f, Ψ is ps, Ξ is x, Λ is l, Σ is s, Γ is g, en Ω is een lange o.
ΟΛΥΜΠΙΑ?
De lijst van deelnemers hangt aan de poort, in hoofdletters.
superplus06/c15_naamlijst_op_een_plank.jpg
1

Schrijf elke naam over in onze letters, en zet erbij wie of wat het is.

in Griekse lettersin onze letterswie of wat is het?
ΖΕΥΣ
ΑΘΗΝΑ
ΣΠΑΡΤΗ
ΔΕΛΦΟΙ
ΚΡΗΤΗ
ΑΠΟΛΛΩΝ
2

Lees eerst de strook bovenaan. Schrijf daarna je eigen voornaam in Griekse hoofdletters, en zet erbij welk teken je niet kon gebruiken en waarom.

Denken & code naam
Wereldoriëntatie · de kaart, deel 1 van 2

Waar alles ligt

Zeven plaatsen uit de verhalen, en de landen die er nu liggen.
16
Een zee met een rand eromheen

Griekenland is geen blok land maar een kust met eilanden ervoor. Bijna alles ligt aan water, en dat is de reden dat de verhalen van stad naar stad reisden.

  • De Olympus is met 2 917 meter de hoogste berg van Griekenland. Hij ligt in het noorden, ver van Athene.
  • Delphi ligt op de helling van de Parnassus; Olympia ligt helemaal in het westen van de Peloponnesos.
  • Troje ligt niet in Griekenland: het lag in het noordwesten van wat nu Turkije is.
Een kust vol inhammen, een zee vol eilanden, en overal schepen.
superplus06/w16_kustkaart_met_eilanden.jpg
1

Vul de gids aan. Schrijf in de tweede kolom kort waar het ligt, en in de derde in welk land het nu ligt.

plaatswaar het ligtwelk land nu
de Olympus
Athene
Sparta
Delphi
Olympia
Kreta
Troje
Wereldoriëntatie naam
LANDMETER
Wereldoriëntatie · de kaart, deel 2 van 2

Hoe ver is het echt

De landmeter heeft alles op zijn kaart opgemeten. Nu jij.
17
Een schaalbalk lezen

Onder aan de kaart van de landmeter staat een balkje met een streepje erop. Dat streepje zegt hoeveel echte kilometer één centimeter op zijn kaart is.

  • Op deze kaart is 1 cm gelijk aan 50 km. Twee centimeter is dus honderd kilometer.
  • Reken altijd eerst uit hoeveel één centimeter is; pas daarna vermenigvuldig je.
Meten deed je met een geknoopt touw en twee stokken.
superplus06/w17_landmeter_met_touw.jpg
1

Reken elke afstand om naar echte kilometers.

van Athene naarop de kaartin het echt
Delphi2,6 cm
Sparta3,2 cm
Olympia4,4 cm
de Olympus6,0 cm
Kreta6,2 cm
Troje8,0 cm
2

Een bode legt 40 km per dag af. Hoeveel volle dagen is hij onderweg naar Olympia, en hoeveel naar de Olympus? Let op: een halve dag telt als een hele.

Wereldoriëntatie naam
Frans · les dieux, deel 1 van 2

Fort of forte

Dezelfde goden staan in een Franse museumzaal. Onder elk beeld staat één zin.
18
De vrouwelijke vorm

In het Frans verandert een bijvoeglijk naamwoord mee met wie of wat je beschrijft. Bij een godin komt er dus iets bij.

  • Basisregel: zet er een -e achter. fort wordt forte, grand wordt grande. Je hoort het verschil: de laatste medeklinker wordt hoorbaar.
  • Staat er al een -e? Dan verandert er niets: rapide, sage, calme, jeune.
  • Op -x wordt -se: jaloux wordt jalouse, courageux wordt courageuse.
  • Een kleine groep leer je apart: beau wordt belle, vieux wordt vieille, doux wordt douce.
beeld
superplus06/f18_beeld_op_een_sokkel.jpg
Wist je dat

Op het bordje staat déesse, met een streepje op de eerste e. Dat accentje is geen versiering: het zegt hoe je die klank uitspreekt.

1

Zet elk woord in de vrouwelijke vorm en schrijf in de laatste kolom welke van de vier regels je gebruikt hebt.

mannelijkvrouwelijkwelke regel?
fortforteregel 1
grand
puissant
rapide
sage
jaloux
courageux
beau
Frans naam
Frans · les dieux, deel 2 van 2

Un billet de Camille

Lyon, dinsdag
19

Bonjour!

Ik ben Camille en ik zit in Lyon in hetzelfde jaar als jij. Wij werken over dezelfde vazen en beelden als jullie. Onze leerkracht vroeg om onder elk beeld een kaartje te schrijven van vier of vijf zinnen, niet meer. Ik stuur je het mijne, zodat je ziet hoe kort het mag zijn.

Artémis est une déesse. Elle est la sœur d'Apollon. Elle est rapide et forte. Elle aime la chasse et la forêt. Elle n'est pas jalouse, mais elle est sévère. Kijk goed naar forte en naar jalouse: over een godin schrijf je de vrouwelijke vorm. Nu jij. Kies een god of een godin en schrijf er jouw kaartje bij.

beeld
superplus06/f19_vaas_achter_glas.jpg
il est / elle estil n'est pas / elle n'est pasle dieu / la déessele frère / la sœurle fils / la filleil aime / elle aimele roi / la reinela merla guerrele feu
1

Schrijf jouw kaartje: vier of vijf zinnen in het Frans. Onderstreep elk bijvoeglijk naamwoord en zet er een v bij als je de vrouwelijke vorm gebruikt hebt.

Frans naam
Denken & code · het toernooi, deel 1 van 2

Acht worstelaars, hoeveel wedstrijden

Jij tekent het schema, dus jij moet weten hoeveel kampen je moet inplannen.
20
Het schema als algoritme

Een toernooischema is niets anders dan één regel die je blijft herhalen tot er nog één over is.

  • Acht deelnemers: vier kwartfinales, twee halve finales, één finale. Elke ronde halveert het aantal.
  • Herhaal: zet ze twee aan twee; wie wint blijft in de lijst, wie verliest gaat eruit.
  • Stop wanneer er nog één naam in de lijst staat. Die krijgt de krans.
Na elke kamp wordt er één naam van de plank gehaald.
superplus06/c20_worstelaars_en_de_bordlijst.jpg
1

Vul de tabel aan. In de laatste kolom schrijf je hoe je aan je getal komt.

deelnemersrondeswedstrijdenhoe je het ziet
8374 + 2 + 1
16
32
64
6
2

Schrijf de regel op waarmee je bij élk aantal deelnemers meteen weet hoeveel wedstrijden er nodig zijn. Leg daarna uit waarom die regel wel moet kloppen.

Denken & code naam
REGLEMENT
Denken & code · het toernooi, deel 2 van 2

Wie mag meedoen

Vier vragen, in deze volgorde. Twee ervan sturen je terug.
21
Het reglement in stappen

Je leest van boven naar beneden en je slaat niets over.

  • 1. Ben je op tijd aangekomen? Nee: je doet niet mee. Ja: ga naar 2.
  • 2. Heb je tien maanden getraind? Nee: je doet niet mee. Ja: ga naar 3.
  • 3. Staat je naam bij de grammateus? Nee: laat je naam optekenen en ga terug naar 3. Ja: ga naar 4.
  • 4. Doe je aan meer dan drie onderdelen mee? Ja: schrap er één en ga terug naar 4. Nee: je mag meedoen.
beeld
superplus06/c21_poortwachter_met_tafel.jpg
1

Loop het reglement af voor elke deelnemer. Zet erbij bij welke stap het beslist wordt.

deelnemerwat we van hem wetenmag hij meedoen? bij welke stap blijkt dat?
Kalliasop tijd, tien maanden getraind, naam opgetekend, twee onderdelen
Nikiasop tijd, acht maanden getraind
Theratwee dagen te laat
Damonop tijd, twaalf maanden, naam niet opgetekend, drie onderdelen
Iasonop tijd, tien maanden, naam opgetekend, vijf onderdelen
2

Teken het reglement als schema: hokjes voor de vragen, pijlen voor ja en nee. De twee terugsprongen teken je als een pijl naar boven.

Teken hier je schema.
Denken & code naam
Meesterproef · deel 1 van 3

Je eigen mythe: het plan

Kies één natuurverschijnsel en bedenk het verhaal dat het verklaart.
22
Wat je nu gaat doen

Je hebt drie mythen gelezen en uit elkaar gehaald. Nu maak je er zelf een.

  • Kies één verschijnsel: de donder, de eb en de vloed, of de regenboog.
  • Gebruik dezelfde vier stukken: begin, probleem, hoogtepunt, afloop.
  • Je mythe wordt 200 tot 300 woorden lang. Op dit blad maak je alleen het plan.
Drie verschijnselen die elke keer terugkomen. Kies er één.
superplus06/t22_donder_boven_de_baai.jpg
De valkuil

Een mythe verklaart iets wat elke keer opnieuw gebeurt. Laat je afloop dus niet eenmalig zijn: er moet iets blijven doorgaan, elke dag of elk jaar.

1

Welk verschijnsel kies je, en wat wil je er precies mee verklaren?

2

Zet je plan in de vier stukken. Schrijf halve zinnen; het net komt op het volgende blad.

stukwat er bij jou gebeurt
begin
probleem
hoogtepunt
afloop, en wat sindsdien blijft gebeuren
Taal naam
Meesterproef · deel 2 van 3

Je eigen mythe: in het net

De laatste rol van de grammateus
23
Voor je begint

Schrijf je mythe hier in het net, met je plan van blad 22 ernaast. Begin met een titel. Lees achteraf hardop na en streep elke zin weg die niets toevoegt. Loopt je verhaal door tot onder aan het blad, schrijf dan op de achterkant verder.

beeld
superplus06/t23_rol_en_inktpot.jpg
1

Schrijf je mythe.

Taal naam
EINDSTAND
Meesterproef · deel 3 van 3

De laatste tabel

Veertig kransen zijn uitgedeeld. Jij maakt de eindstand af.
24
Wat er nog ontbreekt

De deelnemers en de kransen staan er al. De twee procentkolommen en de totaalrij zijn nog leeg.

  • Reken elk procent uit ten opzichte van het totaal boven die kolom, niet ten opzichte van de rij.
  • Controleer jezelf: elke procentkolom moet samen 100 % geven.
De kransen liggen klaar; de lijst moet nog kloppen.
superplus06/r24_kransen_op_de_tafel.jpg
1

Vul de eindstand af, inclusief de totaalrij.

staddeelnemers% van de deelnemerskransen% van de kransen
Athene5025 %12
Sparta4020 %10
Korinthe2512,5 %6
Thebe2010 %5
Argos157,5 %4
Olympia105 %3
de overige steden4020 %0
totaal
2

Olympia stuurde 10 deelnemers en won er 3 kransen mee; Sparta stuurde er 40 en won er 10. Welke stad deed het beter per deelnemer? Reken het uit, en leg dan uit waarom de stad met de meeste kransen daarom nog niet de sterkste ploeg had.

Wiskunde naam

Bijvoegsel — De rol die niet in de bundel zat

13 blz. A4 + A3

Je krijgt de rol die de grammateus niet durfde weg te gooien: het verhaal van Perseus, met twee plaatsen waar hij zichzelf tegenspreekt, een orakel dat twee kanten op kan en een naam die in de beginletters verstopt zit. Daarna knip je de twaalf goden uit, plak je ze op het fries van het A3-blad en loop je met een pion de vierentwintig stadia van de renbaan rond.

Bijvoegsel apart openen en printen (13 blz.) Het fries van de Olympus (A3, apart) Blad 9, 10 en 11 zijn knipbladen: de twaalf goden gaan op het A3-fries, de vier geschenken op blad 12, de kransen en pionnen bij het spel.
Bijvoegsel · de opdracht

Het pakket van de grammateus

Eén lange rol, zes platen, twaalf goden om uit te knippen en één blad om op te plakken en op te spelen.
1
Wat je met dit pakket doet

Dit is geen tweede bundel. Dit is het materiaal waarmee de bundel tot leven komt.

  • Blad 2, 3 en 4: één lange mythe die in geen enkele rol van de bundel staat. De grammateus vergist zich twee keer; jij zoekt waar.
  • Blad 5 en 6: de rol nakijken, het orakel ontwarren en de beginletters lezen.
  • Blad 7 en 8: zes platen waarin telkens iets te tellen of aan te wijzen valt.
  • Blad 9 tot 12 van dit pakket: knippen en plakken. De twaalf goden gaan op het fries van het A3-blad.
Twaalf plaatsen in de marmeren band, en ze zijn allemaal nog leeg.
superplus06/b_tempelfries_van_onder.jpg
Het spel op het A3-blad

Onder het fries ligt een renbaan van vierentwintig vakjes rond het stadion.

  • 2 tot 4 spelers, één dobbelsteen. Elke speler zet zijn pion op vakje 1.
  • Vleugelschoen (vakje 4, 11 en 19): 3 vakjes vooruit. Drietand (vakje 7 en 16): 2 vakjes terug.
  • Driepoot (vakje 9, 14 en 21): beantwoord een vraag uit de bundel; lukt het niet, sla een beurt over.
  • Een vakje waar een pijl je brengt, telt niet opnieuw. Wie vakje 24 haalt, wint de krans.
1

Een grammateus schrijft ook op wat hij zelf niet gelooft, en zet erbij dat hij twijfelt. Waarom is dat eerlijker dan één versie kiezen en de andere weggooien?

Wereldoriëntatie naam
ROL IV
De lange rol · kolom I van III

De koning die het wilde weten

Elke regel heeft een nummer. Die nummers heb je op blad 5 en 6 nodig.
2

Perseus — kolom I

1Perkament is duur, dus ik schrijf klein en ik schrijf niets twee keer. Dit verhaal staat in geen enkele rol die je al gelezen hebt. Ik heb het van een oude man uit Argos, die het van zijn grootvader had. Ik schrijf het op zoals hij het vertelde, met de fouten erin, want ik weet niet welke van ons twee zich vergist.

2Het begon bij Akrisios, de koning van Argos. Hij had een dochter en geen zoon, en dat liet hem niet slapen. Wie zou er na hem op zijn stoel zitten? Hij liet inspannen en reed naar Delphi, waar je één vraag mag stellen aan iemand die verder kan kijken dan jij.

3In de tempel kreeg hij twee regels terug, niet meer. WIE JE UIT DE WEG GAAT, ZAL JE VINDEN. NIET IN DE OORLOG, MAAR IN HET SPEL. Akrisios las de eerste regel en werd rustig: hij zou die man dus zelf vinden, en wie je vindt, kan je tegenhouden. Hij reed naar huis en liet een kamer van brons bouwen voor zijn dochter Danaë.

4Lang bleef het stil in die kamer, en toch werd er een kind geboren. Wie de vader was, zeggen de rollen met één naam: de god van de bliksem. Danaë noemde de jongen Perseus. Akrisios wilde er niet naar kijken. Hij liet moeder en kind in een houten kist zetten, spijkerde het deksel dicht en duwde de kist in zee. Zo hoefde hij niets te beslissen, dacht hij, en toch was hij ervan af.

5Op het eiland Serifos spoelde die kist tussen de netten van een visser aan. Diktys heette hij. Hij brak het deksel open, zag een vrouw en een kind, en zei tegen niemand wie ze waren. Achttien jaar groeide Perseus op tussen zout en touw, en hij leerde beter roeien dan wie ook op dat eiland.

6Niemand op Serifos sprak de koning tegen, ook Diktys niet, want die koning was zijn eigen broer. Polydektes wilde Danaë hebben en Perseus stond hem in de weg. Daarom gaf hij een feest en vroeg aan elke gast een geschenk. Perseus had niets. Breng mij dan de kop van de Gorgo, zei de koning, en hij lachte erbij zodat de anderen ook lachten.

Opgetekend door de grammateus, naar wat een oude man uit Argos vertelde. De rol loopt door op blad 3.

Twee regels, meer kreeg hij niet mee naar huis.
superplus06/b_orakel_in_de_tempel.jpg
Wist je dat

Een orakel gaf nooit een bevel. Het gaf een zin terug, en wat je met die zin deed, was je eigen zaak. Wie hem verkeerd las, kon dat later aan niemand verwijten.

Taal naam
De lange rol · kolom II van III

De weg naar het westen

De rol gaat verder — kolom II
3

Perseus — kolom II

1Drie geschenken kreeg hij mee voor hij vertrok. Zo heb ik het gehoord en zo schrijf ik het op. De godin met de uil kwam met een schild van brons, gepoetst tot het een spiegel was. De bode met de vleugelschoenen bracht de schoenen zelf, een zak met een brede band, en een kap waaronder je onzichtbaar wordt. Allebei noemden zij hem broer, en geen van beiden lachte erbij.

2Eerst kwam de bode, daarna de godin. Dat weet ik zeker, want de oude man uit Argos hield zijn twee handen omhoog toen hij het vertelde: links de schoenen, rechts het schild. Perseus trok de schoenen aan op het strand en viel bijna om, want zijn voeten wilden vooruit voor hij het zelf wist.

3Grijze zusters woonden aan de rand van het westen, drie in getal, met samen één oog dat ze aan elkaar doorgaven. Zij wisten de weg naar het eiland van de Gorgonen en zij wilden die weg aan niemand zeggen. Perseus wachtte tot het oog van de ene hand naar de andere ging en nam het onderweg over. Toen kreeg hij zijn antwoord vrij snel.

4Reizen op vleugelschoenen gaat sneller dan reizen op een schip, maar niet oneindig snel. Hij vertrok toen de zonnewagen nog laag stond en hij landde toen die wagen het negende streepje voorbij was. Twaalf streepjes heeft de hemel tussen de ene rand en de andere; reken zelf uit hoeveel er nog over waren.

5Achter een rand van zwarte rotsen sliepen drie zusters van een andere soort. Wie hen recht aankeek werd steen, en rond hun slaapplaats stonden daar de bewijzen van, tussen het gras. Perseus draaide zich om, hield het schild schuin boven zich en keek alleen naar wat er in het brons te zien was. Wat hij daarna deed, heb ik niet gezien, en wat ik niet gezien heb, schrijf ik niet op.

6Met de zak dicht over zijn schouder ging hij weer de lucht in. Onder hem kwam het water omhoog in één lange rug, en op die rug stond een god met een drietand, kwaad. Perseus boog diep, want hij wist wie daar stond: zijn vader had maar twee broers, en deze droeg de zee. Hij zei niets verkeerds, en de golf zakte terug.

Eén oog voor drie, en het gaat van hand tot hand.
superplus06/b_grijze_zusters_met_een_oog.jpg
Zet er nu al een streepje bij

Twee zinnen in deze kolom spreken blad 4 tegen.

Taal naam
ROL VI
De lange rol · kolom III van III

De schijf van Larissa

Het laatste stuk. Lees de allerlaatste regel twee keer.
4

Perseus — kolom III

1Midden op de terugweg, boven een kust die hij niet kende, zag hij een meisje aan een rots staan, alleen, met het water al tot aan haar voeten. Een dier uit zee kwam op haar af. Perseus ging ertussen staan. Wat er precies gebeurde vertellen ze in elke stad anders; iedereen is het erover eens dat het meisje Andromeda heette en dat zij met hem is meegegaan.

2Aan het strand van Serifos legde hij alles op een rij voor hij naar de stad liep: de vleugelschoenen, het schild, de zak en de kap. Vier voorwerpen, geleend en heel gebleven. Wie iets leent van een god, zei hij tegen zichzelf, brengt het terug voor hij iets anders doet.

3Toen hij bij het paleis kwam, zat Polydektes aan tafel met zijn vrienden en vroeg lachend of de jongen zijn geschenk bij zich had. Perseus zei ja. Hij deed de zak open en hield hem omhoog, en hij keek zelf de andere kant op. De koning stond op van zijn stoel en is nooit meer gaan zitten.

4Er waren spelen in Larissa, ver in het noorden, en Perseus ging erheen zoals iedereen erheen ging. Op de heuvel zat rij na rij, en op de eerste rij zaten de oude mannen, want die zien slecht. Eén van hen was uit Argos gekomen en had zijn naam niet gezegd bij de poort.

5Uit de hand van Perseus vloog de schijf scheef. De wind pakte hem, of de grond stond niet recht, of hij gooide gewoon slecht: in Argos zeggen ze het zo en in Larissa anders. De schijf kwam op de eerste rij neer. De oude man uit Argos stond niet meer op, en pas toen hoorde iedereen zijn naam.

6Sindsdien vertellen ze dat orakel op de markt na aan wie het horen wil. Denk eraan hoe het ging: eerst gaf de godin het schild, pas daarna kwam de bode met de schoenen. En denk aan de tweede regel, die niemand belangrijk had gevonden. Ik heb opgeschreven wat ik hoorde. Wat er niet in staat, heb ik niet gehoord.

Hier eindigt de rol van de grammateus.

Eén worp, en de eerste rij keek ernaar op.
superplus06/b_schijf_boven_de_heuvel.jpg
Let op

De laatste regel van deze kolom spreekt een regel uit kolom II tegen. Dat is geen drukfout; dat is je werk.

Taal naam
Ontleding · deel 1 van 2

De rol nakijken

Een grammateus leest zijn eigen werk na en zet erbij waar het rammelt.
5
Nakijken is geen mening geven

Je weet al hoe je een verhaal navertelt. Nieuw is dat je met regelnummers bewijst wat je beweert.

  • Schrijf altijd op waar je het gevonden hebt: de kolom (I, II of III) én het regelnummer.
  • Twee plaatsen in de rol spreken elkaar tegen. Eén gaat over een aantal, één over een volgorde.
Een rol die is nagekeken, ziet er niet netjes uit.
superplus06/b_rol_met_doorhalingen.jpg
1

Zoek de vier stukken van het verhaal terug in de rol.

stukkolom + regel(s)in je eigen woorden
begin
probleem
hoogtepunt
afloop
2

Zoek de twee tegenspraken. Noteer telkens allebei de plaatsen en schrijf erbij wat er precies niet klopt.

waarovereerste plaatstweede plaatswat klopt er niet
een aantal
een volgorde
3

Kies bij elke tegenspraak de versie die je gelooft, en schrijf erbij waarom. Bij één ervan kan je het niet bewijzen; zeg dat dan.

Taal naam
Ontleding · deel 2 van 2

Eén zin, twee betekenissen

Het orakel had gelijk. Alleen niet op de manier waarop de koning het las.
6
Waarom die zin twee kanten op kan

In WIE JE UIT DE WEG GAAT, ZAL JE VINDEN staat niet wie er zoekt en wie er gevonden wordt.

  • Lees hem één keer alsof die ander jou vindt. Lees hem dan alsof jij die ander vindt.
  • Wil je maar één betekenis, dan moet je de woorden verzetten of er een woord bij zetten.
Dezelfde weg, twee richtingen, en niemand die zegt welke.
superplus06/b_twee_wegwijzers.jpg
1

Schrijf de orakelspreuk twee keer over, elke keer zo dat er nog maar één betekenis overblijft.

2

Zet de beginletter van elke regel onder elkaar, van kolom I tot kolom III. Er staat een naam.

De verborgen naam — één beginletter per vakje
3

Vier goden uit de rol staan ook op het A3-fries. Vul de gids aan; leg de stamboom van blad 9 van de bundel ernaast.

wie in de rolwelk medaillon (1-12)wat is hij of zij van Perseus?
de god van de bliksem, zijn vader
de godin met de uil
de bode met de vleugelschoenen
de god met de drietand
Taal naam
PLAAT I-III
De platen · I tot III

Drie platen om te onderzoeken

Kijk eerst, tel daarna, en pas dan schrijf je op.
7
Kijken als een grammateus

Een vazenschilder zet er soms iets in wat de tekst tegenspreekt. Tel daarom wat je kan tellen.

  • Schrijf bij elke plaat de kolom en het regelnummer waar ze bij hoort.
  • Klopt de plaat niet met de rol? Dan is dat je vondst, niet je fout.
Plaat I
superplus06/b_schild_als_spiegel.jpg
1

Kijk in het schild zelf. Wat is daar te zien, hoeveel slangen tel je, en waarom kijkt hij niet recht?

2

Tel de voorwerpen op de bank. Welke regel van de rol klopt daarmee, en welke regel niet meer?

Plaat II
superplus06/b_vier_voorwerpen_op_de_bank.jpg
Plaat III
superplus06/b_drietand_in_het_zand.jpg
3

Van wie is dit wapen? Wat is hij van Perseus, en bij welke kolom en regel hoort deze plaat?

Wereldoriëntatie naam
De platen · IV tot VI

Nog drie platen

Bij twee ervan is het antwoord een getal. De derde moet je bij een regel leggen.
8
Tel hardop

Zet je potlood op elk ding dat je telt en tel nog eens over. Een grammateus die zich verteld heeft, schrijft dat later ook op.

Plaat IV
superplus06/b_krans_met_blaadjes.jpg
1

Tel de blaadjes. Dat getal zegt je hoeveel medaillons er op het A3-fries staan. Klopt het?

2

Welke regel van de rol heeft deze vazenschilder geschilderd? Geef kolom en nummer, en zeg waaraan je het ziet.

Plaat V
superplus06/b_amfoor_met_de_schijf.jpg
Plaat VI
superplus06/b_zonnewagen_op_het_negende_streepje.jpg
3

Op welk streepje staat de wagen, en hoeveel zijn er nog over? In welke regel staat dat ook?

4

Eén van de zes platen spreekt de rol tegen. Welke, en welke regel geloof je daarna niet meer?

Wereldoriëntatie naam
Knipwerk · de goden, deel 1 van 2

De zes van Kronos en Rhea

Knip uit, zoek het juiste medaillon, plak, en schrijf de naam op het lijntje eronder.
9
Hoe je het fries vult

Op het A3-blad staan twaalf lege medaillons met een gestreepte rand. Onder elk medaillon staat een hint.

  • Knip elke kaart uit en knip daarna het ronde beeld eruit; het past precies in een medaillon.
  • Medaillon 1 tot 6 is de bovenste rij, medaillon 7 tot 12 de onderste.
  • Schrijf de naam met potlood op het lijntje. Klopt de hint niet, dan hangt je god op de verkeerde plaats.
Let op

De kaarten zeggen niet wie van wie is. Dat moet je halen uit de stamboom van blad 9 van de bundel.

Rij 1 — medaillon 1 tot 6
beeld
superplus06/b_god_01_hestia.jpg
Hestia
de haard: een schaal met vuur erin
beeld
superplus06/b_god_02_demeter.jpg
Demeter
de korenaren in haar arm
beeld
superplus06/b_god_03_hades.jpg
Hades
de grote sleutel en de hond
beeld
superplus06/b_god_04_poseidon.jpg
Poseidon
de drietand en de vis
beeld
superplus06/b_god_05_zeus.jpg
Zeus
de bliksem en de adelaar
beeld
superplus06/b_god_06_hera.jpg
Hera
de hoge kroon en de vogel met de lange staart
Wereldoriëntatie naam
MEDAILLON
Knipwerk · de goden, deel 2 van 2

De zes van de tweede rij

Vijf van deze zes hebben dezelfde vader. Over de zesde zijn de rollen het oneens.
10
De onderste rij

Op het fries lopen drie soorten lijnen naar deze rij. De legende onder het fries zegt welke wat betekent.

  • Een doorlopende lijn komt van medaillon 5, een streepjeslijn van medaillon 6.
  • De stippellijn met een vraagteken wijst naar het medaillon waarover de rollen het oneens zijn.
  • Plak die god toch, en schrijf er in de marge bij welke twee versies je kent.
1

Eén god hieronder komt in de lange rol voor als de halfbroer van Perseus. Wie is het, en aan welke regel zie je dat?

Rij 2 — medaillon 7 tot 12
beeld
superplus06/b_god_07_athena.jpg
Athena
de helm met de kam en de uil
beeld
superplus06/b_god_08_apollo.jpg
Apollo
de lier en de lauwertak
beeld
superplus06/b_god_09_artemis.jpg
Artemis
de boog, de maansikkel en het hert
beeld
superplus06/b_god_10_hermes.jpg
Hermes
de vleugelschoenen, de zak en de staf met twee slangen
beeld
superplus06/b_god_11_ares.jpg
Ares
de speer, de helm en het ronde schild
beeld
superplus06/b_god_12_hephaistos.jpg
Hephaistos
de hamer, de tang en het aambeeld
Wereldoriëntatie naam
Knipwerk · het spelmateriaal

Vier geschenken, vier kransen, vier pionnen

Drie stroken om uit te knippen: één voor blad 12, twee voor het spel op het A3-blad.
11
Wat je nu uitknipt

Knip strook voor strook, en leg wat je uitknipt meteen op de goede plaats.

  • De vier geschenken plak je op blad 12, elk in het vak waar de hint bij past.
  • Elke speler kiest één pion en legt één krans klaar. Wie vakje 24 haalt, krijgt hem.
Strook 1 — de vier geschenken
beeld
superplus06/b_gift_1_schild.jpg
het schild
gepoetst tot het een spiegel werd
beeld
superplus06/b_gift_2_schoenen.jpg
de vleugelschoenen
de voeten wilden vooruit voor hij het wist
beeld
superplus06/b_gift_3_zak.jpg
de zak
dicht gebleven, de hele weg terug
beeld
superplus06/b_gift_4_kap.jpg
de kap
wie hem opzet, wordt niet meer gezien
Strook 2 — de kransen
Krans
voor wie vakje 24 haalt
Krans
voor wie vakje 24 haalt
Krans
voor wie vakje 24 haalt
Krans
voor wie vakje 24 haalt
Strook 3 — de pionnen
Athene
vouw langs de streep en zet rechtop
Sparta
vouw langs de streep en zet rechtop
Korinthe
vouw langs de streep en zet rechtop
Thebe
vouw langs de streep en zet rechtop
Wist je dat

De prijs was alleen een krans van takken. Geen geld, geen beker: bladeren die na een week verdorden, en een naam die bleef.

Denken & code naam
Plakwerk · de uitrusting en de letters

Alles op zijn plaats terug

Vier vakken, vier geschenken. En onderaan een strook om je eigen naam mee te schrijven.
12
Geleend en teruggebracht

Elk vak hieronder zegt wat het ding deed, niet hoe het heet.

  • Lees de hint, zoek de kaart van blad 11 en plak ze in het vak.
  • Blijft er een vak over of hou je een kaart over? Tel dan nog eens en lees kolom II regel 1 opnieuw.
beeld
superplus06/b_letters_op_een_strook.jpg
Plak elk geschenk in het vak waar het hoort
Ahierin ging iets wat niemand mocht zien
Bhiermee keek hij naar wat hij niet mocht aankijken
Chiermee was hij sneller dan een schip
Dhiermee liep hij voorbij de wachters
De letterstrook — knip hem uit langs de buitenrand
Α = a
Β = b
Γ = g
Δ = d
Ε = e
Ζ = z
Η = ee
Θ = th
Ι = i
Κ = k
Λ = l
Μ = m
Ν = n
Ξ = x
Ο = o
Π = p
Ρ = r
Σ = s
Τ = t
Υ = u
Φ = f
Χ = ch
Ψ = ps
Ω = oo
ΣΕΡΙΦΟΣ?
1

Lees de strook hierboven met je letterstrook erbij en schrijf op wat er staat.

2

Schrijf met de letterstrook je eigen voornaam in Griekse hoofdletters op de achterkant van blad 11. Zet erbij welke klank je niet kon schrijven.

Taal naam
De rol sluiten

Aan wie na mij komt

Olympia, de dag na de laatste wedstrijd
13

Aan wie na mij de pen krijgt. Ik laat je mijn inktpot, mijn mes om te snijden en drie rollen na. De rollen zijn niet af, want een rol is nooit af. Wat wel af is, is de lijst: wie er won, hoeveel er kwamen kijken en hoe ver ze liepen.

Eén ding vraag ik je. Hoor je iets wat niet klopt met wat je al opgeschreven hebt, gooi het oude dan niet weg. Zet het nieuwe ernaast en schrijf erbij van wie je het hebt. Ik heb mij in mijn laatste rol twee keer vergist en ik heb het laten staan. Wie mijn vergissing vindt, heeft meer geleerd dan wie mijn rol netjes overschrijft.

Mijn naam staat niet onder deze brief. Hij staat wel in die laatste rol, alleen niet op een plaats waar je hem verwacht: zoek niet onderaan en niet in de marge, maar kijk waar elke regel begint. De spelen komen trouwens terug. De renbaan blijft even lang, de krans blijft even klein, en de heuvel zit weer vol. Er is alleen altijd iemand nodig die het opschrijft, ook op de dagen waarop er niets bijzonders gebeurt. Vanaf morgen ben jij dat.

beeld
superplus06/b_pen_en_inktpot_doorgegeven.jpg
1

Schrijf hem terug: één vondst uit zijn rol, en één zin die je hem niet gelooft.

2

Bedenk een dertiende gebeurtenisvakje: welk teken, welk vakje, en wat gebeurt er dan?

Taal naam
Blad 14Het fries van de Olympus — een apart A3-blad, liggend. Dit blad zit niet in de A4-print.
Open en print de kaart apart (A3)
HET FRIES VAN DE OLYMPUSplak de twaalf goden op hun medaillon, loop daarna het stadion rondΚΡΟΝΟΣ · ΡΕΑKronos en Rhea zijn Titanen; zij krijgen geen medaillon.schrijf de naam op het lijntjeplak hier1de oudste van de zes;haar vuur gaat nooit uitplak hier2zij zocht negen dagennaar haar dochterplak hier3hij hoort bij deze zes,maar woont eronderplak hier4de zee gehoorzaamt hem;hij staat naast nr. 5plak hier5de jongste van de zes;zijn kinderen: eronderplak hier6haar kind staatop de rij hieronderplak hier7haar moeder is Metis;de uil hoort bij haarplak hier8zoon van Zeus en Leto;de ene helft van tweeplak hier9de andere helftvan diezelfde tweelingplak hier10zoon van Zeus,bode met vleugelschoenenplak hier11vader en moeder staanallebei hierbovenplak hier12kind van medaillon 6;de rollen zijn oneens?kind van medaillon 5kind van medaillon 6? hier zijn de rollen het oneens123456789101112131415161718192021222324DE LANGE REN — 24 STADIAde gebeurtenisvakjesvleugelschoen (4, 11, 19): 3 vooruitdrietand (7, 16): 2 terugdriepoot (9, 14, 21): een vraag1 vakje = 1 stadion = 185 mvakje 1 is de startsteen; je loopt tegen de klok inSPELREGELS2 tot 4 spelers, een dobbelsteen.Elke speler zet zijn pion op vakje 1.Vleugelschoen: 3 vakjes vooruit.Drietand: 2 vakjes terug.Driepoot: beantwoord een vraag uitde bundel; lukt het niet, sla eenbeurt over.Een vakje waar een pijl je brengt,telt niet opnieuw.Wie vakje 24 haalt, wint de krans.GRIEKENLANDDelphiAtheneOlympiaSpartaIn welke van deze vier liggen de spelen?