Deze week leer je naast het gemiddelde ook de mediaan kennen, betrap je vier trucs waarmee een grafiek overdrijft zonder de cijfers aan te raken, en reken je uit hoe het laatste cijfer van een streepjescode gemaakt wordt. Daarnaast leg je twee berichten over dezelfde middag naast elkaar, schrijf je er zelf een dat eerlijk is, en ontdek je in de codebladen dat computers hun fouten op precies dezelfde manier opsporen als die streepjescode.
De klas kan optellen, delen, een eenvoudige grafiek aflezen, een tekst samenvatten en een mening geven. Die vloer blijft onaangeroerd. Daarboven komt nieuw terrein: de mediaan naast het gemiddelde, het ontmaskeren van misleidende grafieken, procenten als schatting, het controlecijfer van een streepjescode, en het nakijken van een nieuwsbericht op bron, datum en woordkeuze. Wiskunde en code grijpen in elkaar: het controlecijfer van blad 7 en 8 is dezelfde vondst als het pariteitsbit van blad 19 tot 21, en dat wordt in de tekst ook zo gezegd. Er is deze week geen spelling, geen Frans en geen natuur.
OPLOSSINGEN WISKUNDE. Blad 1: voorbeeld 3-3-4-8-12 geeft mediaan 4 en gemiddelde 30 : 5 = 6; opdracht 2-4-6-8-10-30 geeft som 60, gemiddelde 10, mediaan (6 + 8) : 2 = 7. Blad 2: som 110, gemiddelde 110 : 11 = 10, gesorteerd 2-3-3-4-4-5-5-5-6-7-66 dus mediaan 5; tien van de elf kinderen zitten onder het gemiddelde; zonder Gil wordt het gemiddelde 44 : 10 = 4,4 en de mediaan (4 + 5) : 2 = 4,5, dus het gemiddelde verschuift het meest. Blad 3: een rechthoek van 2 op 3 cm is 6 cm2, verdubbeld in beide richtingen 4 op 6 cm is 24 cm2, dus vier keer zoveel. Blad 4: patient 1 is de afgeknipte as (108 tegenover 102 is 6 meer, nog geen 6 procent, maar de balken staan 8 tegen 2); patient 2 is het groeiend plaatje (twee keer zoveel fietsers, vier keer zoveel papier). Blad 5: patient 3 heeft drie kwalen tegelijk, namelijk de afgeknipte as vanaf 3800, de weggelaten jaren en de ongelijke stapjes (de gaten zijn 3, 1, 1 en 4 jaar); de echte stijging van 4000 naar 4600 is 600, dus 15 procent, en in 2020 zakte het naar 1800. Blad 6: 48 van 200 is 24 procent (bijna een kwart), 30 van 120 is 25 procent, 9 van 90 is 10 procent, 17 van 85 is 20 procent. Blad 7: 5-4-0-1-2-3-4-5-6-7-8-9 geeft 25 + 87 = 112, aanvullen tot 120, dus controlecijfer 8; de opdracht 5-4-1-2-0-0-3-4-5-6-7-8 geeft 21 + 72 = 93, aanvullen tot 100, dus 7. Blad 8: de drie controlecijfers zijn 9 (totaal 101), 6 (totaal 114) en 7 (totaal 83); van de drie volledige codes kloppen 5401112223335 en 8710005554447, maar 3009990001118 niet, want daar hoort 7; het weggeveegde cijfer is 7; bij de omwisseling van 5 en 0 verandert de som met 2 x (5 - 0) = 10, en een veelvoud van tien merkt de controle nooit op.
OPLOSSINGEN CODE. Blad 20: de woorden 01101101 (vijf enen) en 10101011 (vijf enen) zijn onderweg beschadigd, de vier andere hebben er vier; het onleesbare bit is een 1, want de zeven leesbare tekens bevatten samen vijf enen en het moeten er een even aantal zijn. Blad 21: de controlebits van de zes berichtkaarten zijn achtereenvolgens 0, 1, 0, 1, 0 en 1.
Je weet al hoe je een gemiddelde maakt: alles optellen en delen door hoeveel het er zijn. Nieuw is de mediaan. Daarvoor tel je niet op, je sorteert.
| stap | wat je doet | wat er uitkomt |
|---|---|---|
| op volgorde zetten | 3 · 3 · 4 · 8 · 12 | vijf getallen |
| het middelste nemen | het derde van de vijf | mediaan = 4 |
| alles optellen | 3 + 3 + 4 + 8 + 12 | 30 |
| delen door vijf | 30 : 5 | gemiddelde = 6 |
Zes kinderen telden hoeveel berichten ze op een dag kregen: 2, 8, 6, 30, 4 en 10. Zoek de mediaan en het gemiddelde, en schrijf elke stap op.
Welk van die twee getallen vertelt beter hoeveel berichten een gewone dag oplevert?
Een schoolkrant vroeg elf kinderen hoeveel zakgeld ze per week krijgen. De kop boven het artikel werd: kinderen krijgen gemiddeld tien euro.
| kind | euro | kind | euro | kind | euro |
|---|---|---|---|---|---|
| Amar | 4 | Bo | 5 | Cis | 3 |
| Dina | 7 | Emir | 5 | Fien | 2 |
| Gil | 66 | Hana | 4 | Ines | 5 |
| Joran | 3 | Kaat | 6 |
Tel alle bedragen op en deel door elf. Klopt de kop van de krant?
Zet de elf bedragen op volgorde van klein naar groot en zoek de mediaan. Hoeveel kinderen krijgen minder dan het gemiddelde van tien euro?
Gil krijgt zijn zakgeld een keer per maand in een keer. Laat hem weg en reken opnieuw: het gemiddelde van de tien anderen en hun mediaan. Welk van de twee schuift het meest op?
Bij een grafiek kijk je eerst naar de assen en pas daarna naar de balken. Wie wil overdrijven, verandert de tekening en laat de cijfers ongemoeid.
| wat de grafiek toont | wat de cijfers zeggen | wat de tekening suggereert |
|---|---|---|
| boeken in de bib: 102, 105, 108 | zes meer dan in september | de laatste balk lijkt vier keer zo hoog |
| fietsers: van 150 naar 300 | twee keer zoveel | het plaatje beslaat vier keer zoveel papier |
| bezoekers van 2018 tot 2024 | vijf jaar in een stapje | een rustige, gelijkmatige klim |
| het zwembad in 2015 en 2024 | twee jaren getoond, zeven verzwegen | een rechte lijn omhoog |
Een kop zegt dat het aantal leners verdubbeld is. De tekenaar maakt het boekje twee keer zo hoog en twee keer zo breed. Reken na met een rechthoek van 2 op 3 cm: hoeveel keer zoveel papier beslaat het nieuwe boekje?
Een afgeknipte as is niet altijd oneerlijk. Bedenk een geval waarin ze juist handig is.
Kijk eerst naar de as, dan naar de stapjes op de tijdas, en pas daarna naar wat groot lijkt.
| maand | boeken geleend | hoogte van de balk op de affiche |
|---|---|---|
| september | 102 | 2 hokjes |
| oktober | 105 | 5 hokjes |
| november | 108 | 8 hokjes |
Kruis de kwaal aan en reken na: hoeveel boeken werden er in november meer geleend dan in september, en hoeveel keer zo hoog staat die balk?
Kruis de kwaal aan en schrijf in de kantlijn hoeveel keer zoveel papier het nieuwe plaatje beslaat.
Kanaal 7 meldt dat het aantal fietsers steeg van 150 naar 300. In beeld staat een fiets die twee keer zo hoog en twee keer zo breed getekend is als die van vorig jaar.
Welke van de twee patienten zou jij de gevaarlijkste noemen, en waarom?
Het zwembad hangt een affiche op met twee stippen, 2015 en 2024, verbonden door een stijgende lijn. De verticale as begint bij 3800.
| jaar | bezoekers |
|---|---|
| 2015 | 4000 |
| 2018 | 4200 |
| 2019 | 4300 |
| 2020 | 1800 |
| 2024 | 4600 |
Teken de vijf jaren in het rooster hierboven. Zet de jaartallen op de onderste rij op de juiste afstand van elkaar, en laat de verticale as bij nul beginnen.
Welk jaar valt nu op dat op de affiche niet te zien was, en hoeveel procent steeg het bezoek echt van 2015 tot 2024?
Papa leest elke ochtend een kop voor. Vandaag was het: een op de vier kinderen komt zonder ontbijt naar school. Ik vroeg van hoeveel kinderen dat er dan een op de vier zijn, en daar stond niets over. Van vier kinderen? Van vierduizend? Dat maakt nogal wat uit.
Ik heb er toch iets aan gehad, want een op de vier is een kwart, en een kwart is 25 procent. Zo ken ik er nog een paar: de helft is 50 procent, een tiende is 10 procent, een op de vijf is 20 procent omdat vijf keer twintig honderd is. Met die vier kan ik bijna elke kop schatten zonder te rekenen.
Onderaan dezelfde bladzijde stond dat het aantal ongevallen op onze hoek met honderd procent gestegen is. Papa moest lachen: dat betekent van een naar twee. Een procent zegt dus niets zolang je niet weet van hoeveel.
| wat de kop zegt | ongeveer welk deel | ongeveer hoeveel procent | van hoeveel? staat het erbij? |
|---|---|---|---|
| Een op de vier kinderen ontbijt niet | |||
| Meer dan de helft kiest de fiets | |||
| Een op de tien boeken komt nooit terug | |||
| Een op de vijf bussen rijdt te laat |
Reken om naar procenten: 48 van de 200, 30 van de 120, 9 van de 90 en 17 van de 85. Schrijf er bij elk het eenvoudige deel bij dat er het dichtst bij ligt.
Op elke doos staat een code van dertien cijfers. Het laatste cijfer zegt niets over het product: het is berekend uit de twaalf ervoor.
| stap | rekenwerk | tussenstand |
|---|---|---|
| de twaalf cijfers | 5 4 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 | |
| de oneven plaatsen, maal 1 | 5 + 0 + 2 + 4 + 6 + 8 | 25 |
| de even plaatsen, maal 3 | (4 + 1 + 3 + 5 + 7 + 9) x 3 | 87 |
| samen | 25 + 87 | 112 |
| aanvullen tot een tienvoud | 120 - 112 | controlecijfer = 8 |
Reken zelf het controlecijfer uit van deze twaalf cijfers: 5 4 1 2 0 0 3 4 5 6 7 8. Schrijf de drie stappen onder elkaar op.
Wat gebeurt er als de som al precies op een tienvoud uitkomt? Welk controlecijfer krijgt de doos dan?
Nummer eerst de plaatsen van 1 tot 12 boven de cijfers. Wie dat overslaat, telt onderweg de verkeerde cijfers keer drie.
| de twaalf cijfers | oneven plaatsen | even plaatsen x 3 | totaal | controlecijfer |
|---|---|---|---|---|
| 5 4 0 0 9 8 7 6 5 4 3 2 | ||||
| 8 7 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 | ||||
| 3 0 0 4 5 6 1 2 3 4 5 6 |
| een volledige code van dertien cijfers | totaal | klopt het? |
|---|---|---|
| 5 4 0 1 1 1 2 2 2 3 3 3 5 | ||
| 8 7 1 0 0 0 5 5 5 4 4 4 7 | ||
| 3 0 0 9 9 9 0 0 0 1 1 1 8 |
Op een doos is een cijfer weggeveegd: 5 4 1 3 ? 0 2 2 0 4 1 5 0. Welk cijfer stond er? Leg uit hoe je het terugvindt zonder alle tien te proberen.
De code 8 7 5 0 1 2 3 4 5 6 7 8 0 klopt. Verwissel de 5 en de 0 op plaats drie en vier en reken opnieuw. Waarom merkt de controle daar niets van?
Een bericht is niet waar omdat het ergens staat. Het is waar omdat iemand het gezien of nagekeken heeft, en die iemand mag je zoeken.
Vul de gids aan. Schrijf in elke kolom wat je van dit bericht weet, en zet een streepje waar je het niet kan achterhalen.
| het bericht | wie zegt het? | wanneer? | nagekeken? |
|---|---|---|---|
| Op het prikbord hangt: morgen geen zwemles. | |||
| Een vriend stuurt door: er zit een beer in het park. | |||
| De gemeente meldt op haar eigen pagina dat de brug dicht gaat. | |||
| In een filmpje zegt iemand dat je van deze drank sneller loopt. | |||
| De Ochtendbode schrijft dat er volgens de directeur een stalling komt. |
Welk bericht uit de tabel zou jij zonder nakijken doorsturen, en waarom juist dat ene?
Vanmorgen hing er een brief aan de deur van de turnzaal. Er stond op dat de zaal van 4 tot 18 november dicht is, met een naam eronder. In de rij naar binnen zei iemand dat de zaal wordt afgebroken. Wie dat zei wist niemand meer, en toch wist iedereen het tegen de middag.
Ik vind afbreken een dom plan, want onze zaal is de enige droge plek in de winter. Daar kan je niets aan nameten. Je kan het met me eens zijn of niet, en dat is meteen het verschil met die brief op de deur.
Na school heb ik het aan meneer Dries gevraagd. Hij zei dat het dak hersteld wordt en dat er twee weken geen turnles is. Het gerucht klopte dus niet, alleen het begin ervan. Zo gaat het bijna altijd: een gerucht begint bij iets wat wel waar is.
Onderstreep elk feit met een rechte lijn, elke mening met een golfje en elk gerucht met een stippellijn. Schrijf hieronder van elke soort een zin over.
1Zaterdagmiddag stonden er meer dan zestig bezorgde buurtbewoners op het Weideveld, het laatste stukje groen tussen de Molenstraat en de spoorweg. Ze kwamen protesteren tegen het plan van de gemeente om daar een parking van honderdtwintig plaatsen aan te leggen. Onder hen waren opvallend veel gezinnen met jonge kinderen, en ook een aantal mensen dat er al zijn hele leven woont.
2Het veld ligt er al tientallen jaren zoals het er nu bij ligt. Wie in de buurt woont, kent het als de plek waar in de zomer gevoetbald wordt en waar elk najaar de vliegers opgaan. Als dit weg is, is er niets meer, zegt Rita Vermeulen, die er veertig jaar naast woont. Dan moeten onze kleinkinderen met de auto naar het groen, en dat is toch de omgekeerde wereld.
3De actievoerders verzamelden in twee weken tijd vierhonderdtwaalf handtekeningen. Die werden zaterdag in een kartonnen doos aan het gemeentehuis afgegeven. Een woordvoerder van de gemeente nam de doos in ontvangst en zei dat de handtekeningen zorgvuldig bekeken zullen worden. Meer wilde hij niet kwijt, ook niet toen hem gevraagd werd wanneer dat dan zou gebeuren.
4Het plan werd in maart goedgekeurd zonder dat de buurt erover gehoord werd, zeggen de organisatoren. Schepen Dirk Maes ontkent dat: volgens hem lag het plan een maand ter inzage in het gemeentehuis, waar iedereen het kon komen bekijken. Wel geeft hij toe dat er geen brief naar de bewoners is gegaan, omdat dat bij dit soort plannen niet verplicht is.
5Of het haastige besluit nog teruggedraaid kan worden, is onduidelijk. De gemeenteraad beslist op 14 november. Tot dan blijft het veld gewoon open. Volgens de organisatoren komen er die avond nog meer mensen dan zaterdag, en ze roepen iedereen op om dan mee naar het gemeentehuis te komen.
De Ochtendbode, regionale bladzijden
Streep elk getal aan dat in deze tekst staat. Zet er een vraagteken bij als er niet bij verteld wordt waar het getal vandaan komt.
Schrijf de getallen uit de tekst hieronder op. Zet achter elk getal wie het geteld heeft, of een streepje als dat er niet bij staat.
1Presentator: Goedenavond. In de Molenstraat werd vanmiddag actiegevoerd tegen de aanleg van een parking op het braakliggende terrein dat in de buurt het Weideveld genoemd wordt. Een dertigtal actievoerders verzamelde er rond twee uur. De politie telde vierendertig aanwezigen. Onze verslaggever was erbij.
2Verslaggever: Het was hier een rustige namiddag. De mensen die gekomen zijn, staan in een kring rond een doos met handtekeningen. Er is geen politie nodig geweest en om vier uur was iedereen weer weg. De gemeente laat weten dat het plan al twee jaar in voorbereiding is en dat er in die twee jaar drie infoavonden zijn georganiseerd.
3Schepen Dirk Maes: Wat hier vergeten wordt, is dat het plan meer inhoudt dan een parking. Er komt ook een speeltuin van vierhonderd vierkante meter, precies op de plek waar nu het langste gras staat. En de auto's die vandaag in de Molenstraat geparkeerd staan, verdwijnen daarmee uit de straat. Die straat wordt dus veiliger, niet drukker.
4Presentator: De organisatoren spreken zelf van meer dan zestig deelnemers. Onze redactie kon dat aantal niet nakijken, omdat er geen tellijst is bijgehouden. De gemeenteraad beslist op 14 november over het plan.
5Presentator: Dan gaan we nu naar het weer. Het blijft de komende dagen droog, met in de vroege ochtend kans op mist langs de spoorweg.
Kanaal 7, journaal van zes uur, zaterdag 7 november
Streep ook hier elk getal aan. Let vooral op de plaatsen waar erbij staat wie geteld heeft, want dat is niet bij elk getal zo.
Drie keer wordt er in dit bericht een aantal mensen genoemd. Schrijf de drie aantallen op met erbij wie ze geteld heeft.
Twee berichten kunnen allebei kloppen en toch een andere indruk achterlaten. Dat komt door twee dingen, en geen van beide is een leugen.
Vul de tabel in met beide bladen naast je. Waar je iets niet terugvindt, schrijf je dat ook op: dat is een antwoord.
| waarop je let | De Ochtendbode | Kanaal 7 |
|---|---|---|
| Hoeveel mensen waren er, en wie telde? | ||
| Wat staat er wel in en in het andere bericht niet? | ||
| Welk woord gebruiken ze voor de mensen op het veld? | ||
| Welk woord gebruiken ze voor het veld zelf? | ||
| Komt er iemand aan het woord die het er niet mee eens is? |
Noem twee dingen die in Kanaal 7 staan en die De Ochtendbode weglaat, en twee andersom. Zeg er telkens bij wat dat met je indruk doet.
Welk bericht zou jij een klasgenoot laten lezen die zelf moet beslissen? Waarom dat ene?
Zet onderaan je bericht waar je het vandaan hebt. Anders telt het niet.
| de vraag | waarop je let | jouw antwoord in het kort |
|---|---|---|
| Wie? | de naam of de groep, niet 'iemand' | |
| Wat? | wat er precies gebeurde, in een werkwoord | |
| Waar? | de plek, zo precies dat een ander ze vindt | |
| Wanneer? | de dag en het uur, niet 'onlangs' | |
| Waarom? | de reden, en wie die reden gaf |
Schrijf nu je bericht over iets wat op school echt gebeurd is. Eerst de belangrijkste zin, dan de rest, en onderaan je bron.
Een bericht reist. Niemand liegt onderweg, en toch komt er aan het eind iets anders aan dan wat er vertrok, want op elke halte wordt er gekozen.
| halte | wie of wat | wat daar kan veranderen |
|---|---|---|
| 1. de gebeurtenis | wat er echt gebeurde | niemand ziet alles; iedereen staat ergens anders |
| 2. de ooggetuige | iemand die erbij was | onthoudt wat opviel en vergeet de rest |
| 3. de verslaggever | wie het opschrijft | kiest wie hij belt en welke zin hij noteert |
| 4. de redactie | wie het klaarmaakt | kort in, kiest de kop en het beeld |
| 5. het kanaal | krant, radio of scherm | kiest of het bovenaan komt of nergens |
Op welke halte gaat er volgens jou het meest verloren? Leg uit waarom juist daar.
Noem een halte die je kan overslaan, en zeg wat je dan wint en verliest.
Vanmorgen kreeg ik van vijf verschillende mensen hetzelfde bericht over de brug. Ik dacht eerst: als vijf mensen het zeggen, zal het wel kloppen. Daarna vroeg ik aan alle vijf van wie ze het hadden, en dat was drie keer dezelfde neef, en twee keer iemand die het van die drie had.
Dus het waren geen vijf bronnen. Het was een bron en vier echo's. Een echo klinkt luider dan de roep zelf als hij van vijf kanten tegelijk terugkomt, en dat is precies wat er gebeurde: ik geloofde het niet meer omdat er iets bewezen was, maar omdat het zo vaak langskwam.
Ik heb er een tekening van gemaakt met kringetjes en pijlen. Toen zag ik het meteen: bijna alle pijlen liepen binnen dezelfde groep rond. Er kwam er maar een van buiten, en die ene was niet nagekeken. Vanaf nu tel ik geen berichten meer, ik tel bronnen.
Hoeveel bronnen staan er in jouw tekening, en hoeveel echo's? Schrijf het verschil in een zin op.
Elke soort weet iets anders en heeft een ander gebrek. Een goed bericht gebruikt er meestal twee die elkaar niet kennen.
Iemand die erbij was en het met eigen ogen zag. Weet een hoek van het verhaal en niet meer dan dat. Let op: ooggetuigen vergissen zich vaker dan ze zelf denken, zeker bij dingen die snel gaan.
Spreekt namens een gemeente, een school of een bedrijf. Wat hij zegt klopt meestal, maar hij kiest zelf wat hij zegt. Let op: hij wordt betaald door wie hij vertegenwoordigt.
Heeft ervoor gestudeerd of doet het werk al jaren. Weet hoe zoiets meestal verloopt, maar was er zelf niet bij. Let op: vraag waarover hij precies deskundig is, want daarbuiten gokt hij ook.
Weet iets maar wil zijn naam er niet bij. Soms de enige die durft te spreken. Let op: je kan niets nakijken en je weet niet wat hij er zelf bij te winnen heeft.
Zet bij elke soort waar je hem het best voor gebruikt en waar je hem nooit alleen voor gebruikt.
| soort bron | hier is ze sterk in | hier nooit alleen op vertrouwen |
|---|---|---|
| ooggetuige | ||
| deskundige | ||
| woordvoerder | ||
| anonieme bron |
Je belt niet alleen de bron die het snelst antwoordt. Je belt er een die het gezien heeft en een die het kan nakijken.
Een goede redactie belt liefst twee bronnen die elkaar niet kennen.
Kies bij elk bericht welke soort bron je als eerste belt en welke je daarna belt om het na te kijken. Schrijf de soort, niet de naam.
| het bericht | wie bel je eerst? | wie daarna, om het na te kijken? |
|---|---|---|
| De brug over de Vliet gaat twee maanden dicht. | ||
| Er is vannacht een boom omgewaaid op het kerkhof. | ||
| Deze winter valt er meer sneeuw dan ooit. | ||
| De school schaft de zwemles af. | ||
| Iemand heeft op het Weideveld een vos gezien. |
Bij welk van de vijf berichten kan je geen enkele bron bedenken die het zeker weet? Leg uit waarom niet.
Beste lezer, ik heb veertig jaar lang berichten doorgestuurd over een draad. Een bericht was bij mij een rij van nullen en enen, en die draad was niet altijd braaf. Soms viel er onderweg een en om in een nul, en dan stond er aan de andere kant iets anders dan wat ik verstuurd had. Niemand die het merkte, en dat is het vervelendste.
Daarom deden wij er iets bij. Aan elk woord van zeven tekens plakten wij een achtste teken vast, en dat achtste teken kozen wij zo dat het aantal enen in het hele woord altijd even was. Dat achtste teken zegt niets, het telt alleen. Kwam er aan de overkant een woord aan met een oneven aantal enen, dan wist de ontvanger meteen: hier is onderweg iets omgevallen, stuur het nog eens.
Je hebt dat vorige week al gedaan zonder het te weten. Het laatste cijfer van een streepjescode is precies hetzelfde soort teken: het hoort niet bij het nummer, het is er alleen om te controleren. Wij noemden het ons controleteken, en de mensen met de dozen noemen het een controlecijfer. Het is dezelfde vondst, met andere cijfers. Met vriendelijke groet, uw telegrafist.
| woord van acht tekens | aantal enen | even of oneven? |
|---|---|---|
| 1 1 0 0 1 0 1 0 | 4 | even, dus goed aangekomen |
| 0 0 1 1 0 1 1 1 | 5 | oneven, onderweg iets omgevallen |
| 1 0 0 0 0 0 0 1 | 2 | even, dus goed aangekomen |
Het gemarkeerde teken in de strip hierboven is het controleteken. Leg uit waarom daar een nul staat en geen een.
Deze zes woorden van acht tekens zijn binnengekomen. Vier ervan zijn onderweg heel gebleven, twee niet.
Tel bij elk woord de enen en vul de tabel aan. Zet in de laatste kolom of het bericht bruikbaar is of opnieuw gevraagd moet worden.
| nr | het ontvangen woord | aantal enen | even of oneven? | goed of kapot? |
|---|---|---|---|---|
| 1 | 1 0 1 1 0 0 1 0 | |||
| 2 | 0 1 1 0 1 1 0 1 | |||
| 3 | 1 1 0 0 0 1 1 0 | |||
| 4 | 0 0 1 1 1 0 1 0 | |||
| 5 | 1 0 1 0 1 0 1 1 | |||
| 6 | 1 1 1 1 0 0 0 0 |
In dit zevende bericht is een plaats onleesbaar geworden. Reken uit wat daar stond. Leg daarna uit waarom dat hier wel lukt, terwijl je bij de kapotte woorden hierboven niet kan zeggen welk teken fout is.
Knip de twaalf kaarten uit: zes berichten en zes ruiskaarten.