← Back to CoursesDifferentiatie 5de Leerjaar
Differentiatie 5
Super plus 3 niveau 3/8

De Romeinen: handelaars en bouwers

Portus Albus, rond 100 na Christus

Lucius Varro handelt in olijfolie in Portus Albus, rond het jaar 100 na Christus, en jij houdt zijn boeken bij. Je rekent met M, D, C en X, ontdekt waarom je met die tekens wel kunt optellen maar niet vermenigvuldigen, en rekent de winst, de haventol van 2,5 % en de kostprijs per amfoor uit tot op de as nauwkeurig. Daarnaast meet je de helling van het aquaduct, leg je de kaart van het rijk naast de kaart van Europa vandaag, lees je een lange brief uit Britannia, en ontdek je hoeveel Latijn er nog in je eigen taal en in het Frans zit. Op het einde komt het schip met averij binnen en mag jij alles opnieuw berekenen.

Download PDF In deze bundel zit geen knipblad. Je hebt potlood, gom en een lat nodig; op blad 12 komt de lat echt van pas. naar het bijvoegsel alle Super plus-bundels

Voor de leerkracht

Deze bundel gaat uit van wat een sterke tienjarige al heeft: ons tientallig stelsel met plaatswaarde, optellen en aftrekken, breuken en de eerste Franse woorden. Daarbovenop komt nieuw terrein dat grotendeels in het 6de leerjaar ligt: procenten als operator (winst, tol, korting), kommagetallen delen tot op twee decimalen, verhoudingen bij de helling van een aquaduct, het Romeinse cijferstelsel als tegenvoorbeeld voor plaatswaarde, morfologische woordontleding met Latijnse bouwstenen, en een algoritme met herhaling dat de leerling zelf moet debuggen. Alles hangt aan een verhaal: de leerling is klerk bij handelaar Lucius Varro in de verzonnen havenstad Portus Albus. De bladen 2 tot 4, 6 tot 9, 10 tot 12, 14 tot 16, 20 tot 21 en 22 tot 24 horen telkens samen en worden best in volgorde gegeven. Geschiedenis levert hier vooral de denkvaardigheden van de 3de graad (bronnen, perspectief, tijdrekening, erfgoed); de Romeinse tijd zelf is bekende grond uit de 2de graad en wordt nergens opnieuw uitgelegd.

Romeinse cijfers tot in de duizenden lezen en schrijven, met de aftrekvormen IV, IX, XL, XC, CD en CM (5)Optellen en aftrekken met Romeinse cijfers door tekens te ruilen in plaats van te cijferen (6)Uitleggen waarom een stelsel zonder plaatswaarde en zonder nul niet geschikt is om te vermenigvuldigen (6)Omrekenen binnen een muntstelsel met twee vaste verhoudingen: 1 denarius = 4 sestertii = 16 asses (5)Een winstopslag van 50 % toepassen om van inkoopprijs naar verkoopprijs te gaan (6)Een procent van een getal nemen bij een belasting van 2,5 % op een aangegeven waarde (6)Een korting van 8 % berekenen en het te betalen bedrag bepalen (6)De kostprijs per stuk berekenen door een kommagetal te delen, tot op twee decimalen (6)Winst per stuk en totale winst berekenen en het verschil tussen de twee uitleggen (6)Een helling als verhouding lezen en omrekenen: van cm per kilometer naar cm per 100 m en naar meters over 12 km (6)Met een verhoudingstabel werken en de uitkomsten in verschillende eenheden noteren (5)Een historische lengtemaat omrekenen naar meters en het antwoord verantwoord afronden (6)Begrijpen hoe een boog krachten naar de pijlers afleidt en welke rol de sluitsteen daarin speelt (6)Redeneren over aantallen bij een rij bogen: een pijler meer dan het aantal openingen (5)Een historische kaart naast een kaart van Europa vandaag leggen en landen van nu benoemen (5-6)De Rijn en de Donau als natuurlijke rijksgrens herkennen en op de kaart van vandaag terugvinden (6)Een lange brief als historische bron lezen en het perspectief van de schrijver benoemen (6)Onbekende woorden ontleden in Latijnse bouwstenen om hun betekenis te raden (6)Leenwoorden uit het Latijn herkennen in de eigen taal en in woordfamilies ordenen (6)Franse getallen en woorden terugvoeren op hun Latijnse voorloper en klankveranderingen benoemen (5-6)Het accent circonflexe herkennen als het spoor van een verdwenen s (6)Een korte marktdialoog in het Frans begrijpen, aanvullen en de prijzen narekenen (5-6)Een algoritme met herhaling stap voor stap volgen en het resultaat voorspellen (6)Een fout in een algoritme opsporen en het kleinste getal bepalen waarbij het misloopt (6)Een samengesteld vraagstuk oplossen waarin een breuk, een procent en een deling na elkaar komen (6)Een zakelijke brief met slecht nieuws schrijven: feiten, cijfers, een voorstel en een beleefde toon (6)
Wereld · Portus Albus, rond 100 na Christus

Aan mijn nieuwe klerk

Portus Albus, de derde dag voor de kalenden van juni
1

Ik ben Lucius Varro en ik verkoop olijfolie. Mijn magazijn staat aan de derde steiger van Portus Albus, tussen de touwslagers en het tolkantoor. Wie hier binnenkomt ruikt eerst pek en dan olie. Je voorganger is naar zijn dorp teruggekeerd en heeft mij twee wastafeltjes nagelaten waar ik geen wijs uit word. Daarom heb ik jou.

Een klerk rekent en schrijft. Deze maand komt de Fortuna Maris binnen met tweehonderdveertig amforen olie uit het zuiden; die moeten geteld, getold en verkocht worden. Tegelijk bouwt de stad een aquaduct, en omdat ik geld in die bouw heb gestoken, wil ik weten of het water werkelijk zal stromen. En elke week komen er brieven binnen uit Britannia, uit Gallia, uit Africa. Lezen hoort er dus ook bij.

Eén ding vraag ik je. Schrijf niets op wat je niet nagerekend hebt. Was is zacht: een streepje te veel en er staat tien in plaats van negen. Zo'n streepje kost mij een lading, en een lading kost mij mijn naam in deze haven. Reken twee keer, schrijf één keer.

De derde steiger, waar de amforen aan land komen.
superplus03/w01_haven_van_portus_albus.jpg
1

Lucius noemt drie soorten werk die jij deze maand gaat doen. Zoek ze in de brief, schrijf ze in je eigen woorden op, en zet erbij welk van de drie volgens jou het meeste kan mislopen.

2

Waarom zegt Lucius dat een streepje te veel hem zijn naam kost?

Wereldoriëntatie naam
Wiskunde · de wastafeltjes, deel 1 van 3

Zeven tekens, meer zijn er niet

Bij ons telt de plaats van een cijfer mee. Hier niet.
2
Hoe het stelsel in elkaar zit

Ons stelsel kent plaatswaarde: de 2 in 25 is twintig waard. Bij de Romeinen niet: een teken is altijd hetzelfde waard, waar het ook staat.

  • I is 1, V is 5, X is 10, L is 50, C is 100, D is 500, M is 1000.
  • Staat een kleiner teken vóór een groter, dan trek je af: IV is 4, IX is 9, XL is 40, XC is 90, CD is 400, CM is 900.
  • Aftrekken mag alleen met I, X en C, en alleen van de twee tekens die er meteen op volgen. VL bestaat dus niet.
Een wastafeltje: hout, een laagje bijenwas, en een stift met een platte kant om uit te wissen.
superplus03/w02_wastafeltje_met_stift.jpg
1

Op vier wastafeltjes staat hoeveel er in het magazijn ligt. Zet elk getal om naar ons stelsel en kijk je antwoord na door het terug te vertalen.

wastafeltjein Romeinse cijfersin ons stelsel
de olijfolieMCCXLVII
de wijnDCCCXCIV
het graanMMCDXVI
de gezouten visCLXXXVIII
2

Nu de andere kant op. Schrijf elk getal in Romeinse cijfers en tel daarna hoeveel tekens je nodig had.

in ons stelselin Romeinse cijfershoeveel tekens?
1963
2404
49
3888
Wiskunde naam
TABULARIUM
Wiskunde · de wastafeltjes, deel 2 van 3

Optellen door te ruilen

Geen kolommen, geen onthouden: alleen tekens die van soort veranderen.
3
De werkwijze van de klerk

Een Romeinse klerk telde niet in kolommen op. Hij legde de tekens van beide getallen naast elkaar en ruilde ze om, net zoals jij munten wisselt.

  • Zet eerst alle tekens van beide getallen achter elkaar, van groot naar klein. Schrijf aftrekvormen zoals IV en XL daarbij even uit als IIII en XXXX.
  • Ruil dan op: vijf I's worden V, twee V's worden X, vijf X's worden L, twee L's worden C. Pas op het einde schrijf je de aftrekvormen terug.
Twee tafeltjes naast elkaar, en een derde voor het antwoord.
superplus03/w03_twee_tafeltjes_naast_elkaar.jpg
1

Reken deze drie uit. Vul eerst de middelste kolom in met Romeinse cijfers en zet daarna pas je antwoord in ons stelsel ernaast.

opgaveantwoord in Romeinse cijfersin ons stelsel
MCCXLVII + DCCCXCIV
MMCDXVI min MDCCLX
CLXXXVIII + CLXXXVIII
2

Doe de eerste optelling nog eens, maar schrijf nu elke ruil apart op een eigen regel. Begin met alle tekens op een rij en eindig met het kortste antwoord.

3

Bij aftrekken moet je soms de omgekeerde weg op: een C wisselen voor tien X'en. Leg uit waarom dat nodig is.

Wiskunde naam
Wiskunde · de wastafeltjes, deel 3 van 3

Waarom vermenigvuldigen vastloopt

Optellen lukt. Keer op keer optellen lukt. Maar vermenigvuldigen niet.
4
Waar het misgaat

Optellen lukt door tekens te ruilen. Vermenigvuldigen niet, en dat ligt niet aan de Romeinen maar aan hun stelsel.

  • Bij ons schuift 24 x 10 gewoon een plaats op: 240. Een Romeins teken kan niet opschuiven, want zijn waarde hangt niet van zijn plaats af.
  • Er is geen nul en dus ook geen lege plaats. Zonder lege plaats bestaat er geen kolom om iets in op te schuiven.
  • XXIV x X is niet XXIVO of iets dergelijks: je moet elk teken apart omzetten, en dan sta je eigenlijk al buiten het stelsel.
Een rekenbord met groeven en steentjes: hiermee ging het wel.
superplus03/w04_rekenbord_met_steentjes.jpg
Het woord dat gebleven is

Op zo'n bord schoven rekenaars steentjes heen en weer. Een steentje heette een calculus. Daar komt ons woord berekenen vandaan, en ook rekenmachine in het Engels.

1

Reken XXIV x X uit langs twee wegen: eerst door XXIV tien keer bij zichzelf op te tellen in Romeinse cijfers, daarna door het getal even naar ons stelsel te brengen. Schrijf welke weg sneller ging en waarom.

2

Bedenk zelf een manier om XII x XII uit te rekenen zonder ons stelsel te gebruiken. Schrijf je manier op in stappen en zeg eerlijk waar ze stroef wordt.

Wiskunde naam
Wiskunde · geld in de haven

De kist onder de tafel

De vierde dag. In de werkkamer achter het magazijn.
5

Lucius heeft mij vandaag de geldkist laten zien. Er liggen drie soorten munten in. De denarius is van zilver en de grootste; daarna komt de sestertius, van geelkoper, en het kleinste is de as, van roodkoper. Een denarius is vier sestertii waard, en een sestertius is vier asses waard. Ik heb het drie keer moeten navragen voor ik het geloofde: een denarius is dus zestien asses.

Hij rekent alles in sestertii, zegt hij, omdat de prijzen van amforen daar netjes in uitkomen en hij anders met te grote getallen zit. Gisteren schreef ik een bedrag in asses op waar sestertii moesten staan. Het verschil was vier keer te groot. Hij heeft er niets van gezegd, maar hij heeft de tafel wel omgedraaid zodat ik het zelf zag.

Zilver, geelkoper, roodkoper: aan de kleur zie je meteen welke munt je vasthebt.
superplus03/w05_geldkist_met_drie_munten.jpg
1

Vul de kasstaat aan. Reken telkens door naar de twee andere munten en hou de vaste verhoudingen vast: vier asses in een sestertius, vier sestertii in een denarius.

wat er geteld werdin assesin sestertiiin denarii
1 denarius1
12 sestertii12
80 asses80
225 denarii225
2

Waarom rekent Lucius liever in sestertii dan in asses?

Wiskunde naam
RATIO
Wiskunde · de rekening van de Fortuna Maris, deel 1 van 4

Veertien wordt eenentwintig

Een handelaar zet zijn winst niet in munten vast, maar in procenten.
6
Van inkoopprijs naar verkoopprijs

Een handelaar verdient aan het verschil tussen inkoop en verkoop.

  • Lucius koopt in het zuiden voor 14 sestertii per amfoor.
  • Hij zet er 50 % bovenop. De helft van 14 is 7, dus hij vraagt 21 sestertii.
  • Pas op: 50 % opslag op de inkoopprijs is iets anders dan 50 % winst op de verkoopprijs.
Tweehonderdveertig amforen, elk met een merkteken van de perserij in het zuiden.
superplus03/w06_amforen_in_het_magazijn.jpg
1

Vul de rekening aan. Reken eerst per amfoor en daarna pas voor de hele lading van 240 stuks; zo blijven je getallen klein.

watper amfoorvoor 240 amforen
inkoopprijs14 sestertii
opslag van 50 %
verkoopprijs
verkoopprijs in denarii
2

De buurman van Lucius koopt voor 20 sestertii en verkoopt voor 27. Wie houdt er per amfoor het meeste over, en wie heeft de grootste opslag in procenten? Beide antwoorden zijn nodig.

3

Waarom zegt Lucius dat 50 % opslag geen 50 % winst is?

Wiskunde naam
Wiskunde · de rekening van de Fortuna Maris, deel 2 van 4

De tol aan de kade

Tweeënhalf procent lijkt weinig. Op een hele lading is het een maandloon.
7
Het portorium

In elke Romeinse haven betaalde je tol op de waarde van je lading. In Portus Albus is dat 2,5 %.

  • 2,5 % is de helft van 5 %, en 5 % is de helft van 10 %. Drie makkelijke stappen dus.
  • Van 5040 wordt dat: 504, dan 252, dan 126. Je hoeft nergens een moeilijke vermenigvuldiging te doen.
Bij het tolkantoor wordt elke lading geteld voor ze het magazijn in mag.
superplus03/w07_tolkantoor_aan_de_kade.jpg
1

Op één ochtend passeren vier ladingen het tolkantoor. Bereken de tol van elke lading en gebruik daarbij de drie halveerstappen uit het kader.

ladingaangegeven waardetol van 2,5 %
onze olie, 240 amforen5040 sestertii
wijn uit Gallia3200 sestertii
gezouten vis1840 sestertii
marmer uit Africa12 000 sestertii
2

De tolbeambte neemt een tiende, halveert dat en halveert nog eens. Laat met de wijn uit Gallia zien dat die drie stappen precies op 2,5 % uitkomen.

3

Hoeveel denarii en sestertii is de tol op onze olie?

Wiskunde naam
SYNGRAPHE
Wiskunde · de rekening van de Fortuna Maris, deel 3 van 4

Korting voor wie veel neemt

Gaius Tullius koopt geen tien amforen. Hij koopt er honderdvijftig.
8
De afspraak

Wie meer dan honderd amforen tegelijk koopt, krijgt korting bij Lucius.

  • Gaius Tullius, zeephandelaar, neemt er 150 tegen 21 sestertii per stuk.
  • Daar gaat 8 % af. Reken eerst 1 % uit en vermenigvuldig dat met 8; die weg werkt bij elk percentage.
  • Het te betalen bedrag is de volle prijs min de korting. De korting zelf is niet wat hij betaalt.
Een afspraak werd bezegeld met een handslag en daarna pas opgeschreven.
superplus03/w08_handslag_bij_de_kraam.jpg
1

Maak de rekening van Gaius Tullius. Zet elke stap in de tabel en kijk je korting na door hem bij het te betalen bedrag op te tellen.

stapberekeningbedrag in sestertii
volle prijs150 x 21
1 % daarvandelen door 100
korting van 8 %
te betalen
2

Gaius wil in denarii betalen. Reken het te betalen bedrag om, schrijf op wat er overblijft, en leg uit waarom hij die rest niet in denarii kan geven.

3

Een andere koper wil 8 % korting op 60 amforen. Wat antwoord je hem, en waarom bestaat die regel?

Wiskunde naam
Wiskunde · de rekening van de Fortuna Maris, deel 4 van 4

Wat kost één amfoor?

Pas als alle kosten op de hoop liggen, mag je delen.
9
Eerst optellen, dan delen

Niet alleen de inkoop kost geld. Tel alles op en deel daarna pas door 240.

  • Delen door 240 mag in twee stappen: eerst door 10 en dan door 24, of eerst door 24 en dan door 10.
  • Het antwoord loopt niet rond. Reken tot op twee cijfers na de komma: een kwart sestertius is precies één as.
Kruiers, vracht, tol en opslag: alles zit mee in de prijs van één amfoor.
superplus03/w09_kruiers_met_draagbomen.jpg
1

Tel de kosten van deze reis op. Vul de laatste rij pas in als de vier andere kloppen, en schat vooraf of het boven of onder de 4000 uitkomt.

kostenpostbedrag in sestertii
inkoop van 240 amforen3360
vracht van het schip480
haventol126
kruiers en opslag174
samen
2

Deel de totale kosten door 240 en schrijf elke deelstap apart op. Zet je antwoord daarna ook in sestertii en asses.

3

De verkoopprijs is 21 sestertii. Hoeveel houdt Lucius per amfoor over, en hoeveel is dat voor de hele lading in denarii?

Wiskunde naam
Natuur · het aquaduct, deel 1 van 3

Water dat niet mag stilstaan

De elfde dag. Op de bouwplaats buiten de Zuiderpoort.
De maten in dit logboek zijn voor jou in meter en centimeter gezet.
10

Lucius heeft mij vanmorgen meegenomen naar de bouwplaats. Er staat een landmeter met een lange houten bak vol water, een chorobates. Als het water aan beide kanten even hoog staat, ligt de bak waterpas; aan de zijkant hangt een schietlood dat meetrilt bij de minste wind. Met dat ding meet hij de hele twaalf kilometer van de bron tot de stad uit, stuk voor stuk.

Ik dacht dat water gewoon naar beneden loopt en dat het daarmee gedaan was. Dat is ook zo, maar het mag niet te hard. Loopt het te steil, dan schuurt het de kalkbodem stuk en staat de stad binnen tien jaar zonder leiding. Ligt het te vlak, dan blijft het water staan, en stilstaand water wordt troebel en gaat stinken. Er is dus maar een smalle strook waarbinnen het goed is.

De landmeter zegt dat hij mikt op vierendertig centimeter daling per kilometer. Dat is minder dan de breedte van deze bladzijde over een afstand die ik te voet in een kwartier niet doorkom. Ik heb het drie keer laten herhalen. Toch klopt het, zegt hij, want over twaalf kilometer telt het op.

De chorobates: een waterbak op poten, met een schietlood aan de zijkant.
superplus03/n10_landmeter_met_chorobates.jpg
1

De klerk noemt twee dingen die misgaan bij een verkeerde helling. Zet ze allebei in je eigen woorden op papier en zeg welke van de twee je pas na jaren zou merken.

2

Waarom meet de landmeter met water en niet met zijn oog?

Natuur & techniek naam
Wiskunde · het aquaduct, deel 2 van 3

Vierendertig centimeter per kilometer

Een helling is geen hoek maar een verhouding: zoveel daling op zoveel afstand.
11
Hoe je met een helling rekent

De helling van een aquaduct wordt niet in graden opgeschreven, maar als een daling per afstand.

  • 34 cm per kilometer betekent: op elke 1000 m zakt het water 34 cm.
  • Per 100 m deel je door 10; over 12 km maal je met 12. De verhouding zelf blijft altijd dezelfde, en daarom werkt een verhoudingstabel hier.
Van de bron tot de stad: twaalf kilometer, en onderweg vier meter zakken.
superplus03/w11_bogenrij_over_de_vlakte.jpg
1

Vul de verhoudingstabel in. Schrijf bij de laatste twee rijen je antwoord ook in meter, want in centimeter wordt het onhandig lang.

afstanddaling bij 34 cm per kilometer
100 m
500 m
3 km
12 km
2

Aan de andere kant van de stad ligt een oudere leiding die 24 cm per kilometer daalt. Welke van de twee is steiler, en hoeveel schelen ze over 8 kilometer?

3

Een Romeinse mijl is ongeveer 1480 m. Hoeveel mijl is het aquaduct van 12 km lang? Rond af en zeg waarom je zo afrondt.

Wiskunde naam
Natuur · het aquaduct, deel 3 van 3

De steen die als laatste past

In een boog trekt niets. Alles duwt.
12
Hoe een boog blijft staan

Een boog is niet één steen maar een rij wiggen die elkaar klem duwen.

  • Elke wig duwt schuin tegen zijn buur. Al die duwtjes samen lopen langs de boog naar de pijlers en zo de grond in.
  • De sluitsteen bovenaan gaat er als laatste in. Tot dan houdt een houten steiger de wiggen op hun plaats.
De sluitsteen zakt in de laatste opening; daarna mag de houten steiger weg.
superplus03/n12_sluitsteen_wordt_gezet.jpg
1

Teken met je lat een boog van elf wiggen, met de sluitsteen precies in het midden. Nummer de wiggen van links naar rechts en zet bij drie ervan een pijl die toont welke kant de duw op gaat.

Elf wiggen. Nummer 6 is de sluitsteen.
2

Reken de rij bogen door. Zet je berekening in de middelste kolom, zodat een ander kan nakijken hoe je eraan komt.

vraagberekeningantwoord
De rij heeft 40 openingen. Hoeveel pijlers zijn er?
Elke opening is 5,5 m breed, elke pijler 1,5 m. Hoe lang is de rij?
Elke boog telt 15 wiggen. Hoeveel wiggen en hoeveel sluitstenen?
3

Waarom mag de houten steiger pas weg als de sluitsteen zit, en niet één wig eerder?

Natuur & techniek naam
TABULA
Wereld · het rijk en de kaart van nu

Waar liep de grens?

Leg de kaart van rond het jaar 100 naast een kaart van Europa vandaag.
13
Twee kaarten over elkaar

Rond het jaar 100 lag het rijk rond de hele Middellandse Zee. Naast een kaart van nu zie je meteen waar de grenzen liepen.

  • In het noorden was de Rijn de grens, in het oosten de Donau. Beide rivieren staan vandaag nog op elke kaart.
  • Een hoofdstad van nu bewijst niets: Madrid en Boekarest bestonden in de Romeinse tijd nog niet.
In het archief van de haven liggen de rollen met routes en provincies.
superplus03/w13_kaartrollen_in_het_archief.jpg
Romeinse provincieligt nu vooral in
BritanniaGroot-Brittannië
GalliaFrankrijk
Hispania
Dacia
Aegyptus
Pannonia
1

Vier landen van vandaag lagen helemaal of grotendeels binnen het rijk, vier lagen er helemaal buiten. Noem er van elke soort vier en zeg er telkens bij hoe je het weet.

2

Door welke landen van vandaag stroomt de Rijn, en waarom is een brede rivier een handige grens voor een leger?

Wereldoriëntatie naam
Taal · brief uit Britannia, deel 1 van 3

Van Marcus Sabinus, uit Isca

Isca in Britannia, de vijfde dag voor de idus van september
Deze brief is voor jou uit het Latijn vertaald. Lees hem met een potlood in je hand.
14

Marcus Sabinus groet Lucius Varro. Ik schrijf je vanuit Isca, een legerplaats in het westen van Britannia, acht dagen varen en daarna nog drie dagen rijden van jouw haven vandaan. De straat hierheen is nieuw en kaarsrecht, maar na een dag regen zakt een kar er tot aan de as in weg.

Je vraagt naar de markt. De soldaten willen olie, dat is waar, en ze betalen met munt uit hun soldij. De mensen van hier bakken liever in boter en vinden dat olie vreemd smaakt. Ik krijg er dertig sestertii voor een amfoor, meer dan jij thuis vraagt, maar ik verkoop er veel minder.

De legerplaats krijgt stenen gebouwen. De houten barakken gaan tegen de vlakte en er komt een muur omheen met een poort en twee torens. Op het dak liggen tegels uit een eigen oven, en in het badhuis loopt de warme lucht onder de vloer door. Mijn kelder is nog nat van de kalk, dus jouw amforen zet ik voorlopig op de zolder.

Over het weer schrijf ik liever niets, maar je zult er toch naar vragen. Het regent, en als het niet regent hangt er mist tot aan de middag. De zon staat hier laag, zelfs in juni, en het licht dat door mijn venster valt is grijs. Ik denk elke dag aan de kade van Portus Albus.

Isca: een houten legerplaats die steen voor steen vervangen wordt.
superplus03/t14_legerplaats_in_de_regen.jpg
1

Marcus krijgt in Britannia meer voor een amfoor dan Lucius thuis, en toch klinkt hij niet blij. Zoek in deze eerste helft van de brief drie redenen waarom en schrijf ze op.

Taal naam
Taal · brief uit Britannia, deel 2 van 3

Het vervolg van de brief

Zelfde brief, tweede blad
Lees eerst blad 14. Vanaf hier wordt Marcus zakelijk.
15

Nu het zakelijke. Stuur je lading over zee tot aan de riviermond en geen meter verder; daar staan kruiers klaar die alles op karren laden. Van de mond tot hier is het nog vier dagen over de straat. Reken dus vanaf jouw kade op zeker vijftien dagen, en op meer als de wind tegenzit.

Op het plein is elke achtste dag markt. Er wordt Latijn gesproken, maar ook de taal van hier, en de twee lopen dwars door elkaar. De kinderen van de officieren gaan naar een school naast het badhuis; de kinderen van het dorp pikken onze woorden op de markt op, sneller dan wij de hunne leren.

Nog een waarschuwing. Stuur niets meer na de idus van oktober. Dan gaat de zee dicht en ligt alles wat drijft tot maart aan de ketting. Ik heb vorig jaar een kist met glas verloren omdat een schipper volhield dat hij het nog haalde. Hij haalde het niet, en niemand heeft hem teruggezien.

Stuur mij met de eerste lading een kruik van je eigen wijn, en zout, want het zout van hier is grof en grijs. Groet je vrouw, en groet ook die nieuwe klerk van je. Als de goden het toelaten, sta ik volgend voorjaar weer aan de derde steiger. Het ga je goed.

Van de riviermond naar de legerplaats: vier dagen over een rechte weg.
superplus03/t15_kar_op_de_legerweg.jpg
1

Marcus geeft Lucius drie praktische raadgevingen en één waarschuwing. Zet ze in de juiste volgorde van belangrijkheid volgens jou, en verdedig je eerste keuze in één zin.

Taal naam
Taal · brief uit Britannia, deel 3 van 3

De woorden die bleven staan

Het rijk is verdwenen. Een deel van zijn woordenschat staat nog in jouw huis.
16
Waarom juist deze woorden

Het Latijn verdween als spreektaal, maar honderden woorden bleven gewoon staan.

  • Wie stenen muren, daken en kelders bouwde, bracht ook zijn woorden mee: murus werd muur, cellarium werd kelder, tegula werd tegel.
  • Je herkent ze niet aan hun klank maar aan hun onderwerp: bouwen, eten en drinken, schrijven, handel drijven.
Muur, poort, tegel, kelder: vier woorden die met de stenen mee zijn gereisd.
superplus03/t16_muur_kelder_en_tegels.jpg
1

Zoek in de brief van Marcus vijf woorden die met bouwen of met het huis te maken hebben en die uit het Latijn komen. Schrijf ze op en zet erbij waarvoor Marcus ze gebruikt.

2

Marcus beschrijft Britannia zoals hij het ziet. Noem twee dingen die iemand uit Isca anders zou opschrijven.

3

Van het Latijnse woord naar het onze. Schrijf in de laatste kolom welk woord jij vandaag gebruikt, en let op: de klanken zijn verschoven, de betekenis niet.

Latijns woordwat het betekendeons woord nu
muruswand van steen
cellariumvoorraadruimte onder het huis
coquinaplaats waar gekookt wordt
fenestraopening in de muur, met luiken
stratageplaveide weg
Taal naam
Taal · woorden uit elkaar halen

Een lang woord is een korte som

Ken je de bouwstenen, dan raad je een woord dat je nog nooit gezien hebt.
17
Het trucje van de bouwstenen

Een lang woord bestaat meestal uit twee Latijnse stukken die aan elkaar geplakt zijn.

  • aqua is water, ducere is leiden. Een aquaduct is dus letterlijk een waterleiding.
  • via is weg. Een viaduct leidt een weg over iets heen. Zelfde tweede stuk, ander eerste stuk.
  • Klopt je gok niet helemaal? Dan zit je meestal toch in de goede richting, en dat is genoeg om verder te lezen.
Twee blokken naast elkaar, en er staat plots een nieuw woord.
superplus03/t17_bouwstenen_van_woorden.jpg
1

Vul de gids aan. Zoek bij elke bouwsteen drie woorden van vandaag waar hij in zit; minstens één ervan moet een woord zijn dat je op school gebruikt.

Latijnse bouwsteenwat het betekentdrie woorden van nu
aquawater
portaredragen
scribereschrijven
centumhonderd
milleduizend
2

Haal het woord conducteur uit elkaar en verklaar daarmee wat een conducteur op een trein doet.

3

Verzin zelf een nieuw woord met aqua of ducere erin. Schrijf erbij wat het zou betekenen.

Taal naam
Frans · van Latijn naar Frans

Duizend jaar sleet op dezelfde woorden

Frans is geen nieuwe taal. Het is Latijn dat lang in monden gezeten heeft.
18
Wat er onderweg gebeurde

Wie Latijn sprak in Gallia, sprak duizend jaar later Frans, zonder ooit te zijn overgestapt.

  • De getallen laten het het duidelijkst zien: unus werd un, duo werd deux, decem werd dix.
  • Ook gewone woorden schoven op: aqua werd eau, terra werd terre, mare werd mer, liber werd livre.
  • Het dakje op ê, î en ô staat bijna altijd waar ooit een s stond: festa werd fête, insula werd île.
Een mijlpaal in Gallia: hier werd het Latijn gesproken dat later Frans werd.
superplus03/f18_mijlpaal_langs_de_weg.jpg
1

Vul de tabel aan. Waar het Franse woord al staat, schrijf je de betekenis; waar de betekenis staat, schrijf je het Franse woord.

LatijnFranswat het betekent
unuséén
duotwee
quattuorvier
decemtien
vigintivingt
centumhonderd
2

Het dakje op fête, île en hôpital staat waar vroeger een s stond. Zoek bij elk van die drie het Engelse woord waar die s nog wel in zit.

Frans naam
MERCATUS
Frans · op de markt

Combien ça coûte ?

Twee zinnen volstaan om overal ter wereld te kopen. Deze twee.
19
Wat je nodig hebt

Op een markt heb je maar twee zinnen echt nodig: hoeveel kost het, en dat is te duur. De rest wijst zichzelf.

  • Combien coûte...? is: hoeveel kost...? En c'est trop cher is: dat is te duur.
  • Op het einde vraag je Ça fait combien? Dat betekent: hoeveel wordt dat samen?
Dezelfde olie, tweeduizend jaar later, op een markt in het zuiden van Frankrijk.
superplus03/f19_olijfolie_op_de_markt.jpg
wat er gezegd wordtwat het betekent
Bonjour, madame. Combien coûte cette bouteille d'huile d'olive ?
Sept euros cinquante.
C'est trop cher pour moi. Et le petit flacon ?
Quatre euros.
D'accord, je prends deux petits flacons. Ça fait combien ?
Huit euros, s'il vous plaît. Merci, au revoir !
1

De klant zegt dat de fles te duur is en koopt daarna twee flacons. Reken na of de verkoopster juist telt, en zoek uit of de klant er iets mee opschiet.

2

Jij wilt vragen hoeveel drie flessen kosten. Schrijf de Franse zin op en zet erbij van wie je dat woord geleerd hebt.

Frans naam
Code · het cijferalgoritme, deel 1 van 2

Van getal naar tekens

Dertien paren, drie stappen, en het werkt voor elk getal onder de vierduizend.
20
De lijst en het woord zolang

Een algoritme is een rij stappen die altijd hetzelfde doet, hoe vaak je ze ook uitvoert.

  • De lijst hieronder staat op volgorde: de grootste waarde eerst, de kleinste laatst. Die volgorde is geen toeval.
  • Zolang betekent: herhaal deze stap tot hij niet meer kan. Pas daarna ga je naar het volgende paar.
1000 = M900 = CM500 = D400 = CD100 = C90 = XC50 = L40 = XL10 = X9 = IX5 = V4 = IV1 = I
De drie stappen

Lees ze eerst helemaal door voor je begint te rekenen.

  • Stap 1. Neem het getal en begin met een leeg antwoord. Ga dan de lijst af, van boven naar beneden.
  • Stap 2. Zolang het getal groter is dan of gelijk aan de waarde van dit paar: schrijf het teken achter je antwoord en trek de waarde van het getal af.
  • Stap 3. Is de lijst op, dan ben je klaar. Staat je getal dan op 0, dan klopt je antwoord.
Een werkvoorschrift op een rol: stap voor stap, altijd in dezelfde volgorde.
superplus03/c20_stappenrol_op_de_tafel.jpg
1

Voer het algoritme uit voor 1247. Schrijf na elke keer dat je een teken opschrijft op wat er van het getal overblijft en wat er al in je antwoord staat.

2

Waarom staat 900 = CM vóór 500 = D in de lijst?

Denken & code naam
HERZIEN
Code · het cijferalgoritme, deel 2 van 2

Eén paar te weinig

Dit algoritme loopt netjes door, klaagt nergens over, en geeft toch een fout antwoord.
21
Wat er gebeurd is

Een leerling heeft het algoritme overgeschreven en daarbij één paar uit de lijst laten vallen. De drie stappen zelf zijn ongewijzigd.

  • Het algoritme loopt gewoon door, geeft geen waarschuwing en levert netjes een antwoord af. Alleen is dat antwoord soms te lang.
  • Een fout die niet vastloopt maar een verkeerd antwoord geeft, is de lastigste soort. Je vindt hem alleen door zelf na te rekenen.
1000 = M900 = CM500 = D400 = CD100 = C90 = XC50 = L10 = X9 = IX5 = V4 = IV1 = I
Ergens tussen de regels is er één weggevallen.
superplus03/c21_doorgestreepte_regel.jpg
1

Voer het foute algoritme uit met de lijst hierboven. Zet in de laatste kolom wat er had moeten staan, zodat je de twee naast elkaar ziet.

getalwat dit algoritme schrijftwat het moet zijn
9
40
47
1247
2

Welk paar ontbreekt er in de lijst, en bij welk getal loopt het daardoor voor het eerst mis?

3

Tot welk getal kan dit algoritme tellen, en waarom niet verder?

Denken & code naam
Meesterproef · deel 1 van 3

De Fortuna Maris komt binnen

De negentiende dag. Bij het eerste licht, aan de derde steiger.
Alles wat je deze bundel geleerd hebt, komt hier samen. Lees eerst, reken daarna.
22

Het schip lag er al voor de zon op was. De ra hing scheef, het grootzeil was op twee plaatsen gescheurd en aan bakboord zat een gat boven de waterlijn dat met planken en pek was dichtgeslagen. Lucius stond op de steiger voor ik er was, en hij zei de hele ochtend niet meer dan tien woorden.

De kapitein heeft verklaard wat er gebeurd is. Ten zuiden van de kaap kwam de wind in twee uur van west naar noord en liep de zee hol. Om het schip niet te laten kapseizen hebben ze de bovenste laag amforen overboord gezet, en wat er daarna nog losraakte is in het ruim stukgeslagen. Van de tweehonderdveertig amforen die zijn ingeladen, is precies een derde weg.

Lucius heeft mij twee dingen op het hart gedrukt voor ik ook maar iets opschrijf. De haventol wordt geheven op wat er werkelijk aan land komt, niet op wat er vertrokken is. En de kruiers worden per amfoor betaald, dus ook dat bedrag valt lager uit. De inkoop en de vracht zijn al betaald en blijven staan, hoe hard de wind ook geblazen heeft.

Een gescheurd zeil, een scheve ra en een gat dat met planken is dichtgeslagen.
superplus03/w22_schip_met_averij.jpg
1

Reken eerst uit hoeveel amforen er nog zijn en hoeveel er verloren gingen. Schrijf daarna op welke drie bedragen van blad 9 door deze schade veranderen en welke twee niet.

2

Waarom wordt de tol berekend op wat aan land komt?

Wereldoriëntatie naam
Meesterproef · deel 2 van 3

De rekening opnieuw

Dezelfde reis, dezelfde posten, andere aantallen. Werk van boven naar beneden.
23
Wat verandert en wat blijft

Minder amforen betekent minder opbrengst, maar ook minder tol en minder kruiersloon.

  • De inkoop van 3360 en de vracht van 480 zijn betaald. Die krijgt niemand terug, hoeveel er ook overboord ging.
  • De haventol van 2,5 % gaat over de nieuwe verkoopwaarde, dus over wat er werkelijk aan land komt.
  • Kruiers en opslag worden per amfoor betaald. Neem van de 174 sestertii het deel dat bij 160 amforen hoort.
Wat er gered is, staat geteld op de kade. De rest ligt op de bodem van de zee.
superplus03/w23_geredde_amforen_op_de_kade.jpg
1

Maak de rekening opnieuw. Vul van boven naar beneden in en zet je berekening erbij, ook waar het bedrag al gegeven is.

watberekeningbedrag in sestertii
amforen die overblijven240 min een derde
opbrengstaantal x 21
inkoop, al betaald3360
vracht, al betaald480
haventol van 2,5 %
kruiers en opslag174 x 160 : 240
kosten samen
2

Reken de kostprijs per overgebleven amfoor uit en vergelijk die met de verkoopprijs van 21 sestertii. Hoeveel verliest Lucius op deze reis, in sestertii en in denarii?

Wiskunde naam
Meesterproef · deel 3 van 3

Aan Gaius Tullius

De negentiende dag, na de middag. Te schrijven door de klerk.
Honderd tot honderdveertig woorden: aanhef, het slechte nieuws meteen, minstens één cijfer, een voorstel, een groet.
24
Voor je begint

Schrijf zakelijk en beleefd. Slecht nieuws verstop je niet achterin.

  • Gaius heeft 150 amforen besteld tegen 21 sestertii met 8 % korting. Er zijn er nog 160 in het magazijn.
  • Doe een voorstel in plaats van een vraag: zeg wat Lucius wel kan leveren en wanneer, en wat dat kost.
beeld
superplus03/t24_zegelring_en_wastafeltje.jpg
1

Schrijf de brief van Lucius aan Gaius Tullius. Gebruik je cijfers van blad 22 en 23, lees je brief daarna hardop na en streep elke zin weg die niets toevoegt.

Taal naam

Bijvoegsel — Mare Nostrum en de zaak van de Alcyone

13 blz. A4 + A3

Eerst vaar je: met één dobbelsteen van haven naar haven over het A3-bord, waar elke stip vijftig Romeinse mijl is en elke haven haar eigen prijzen heeft. Daarna lees je het dossier van de Alcyone: vier brieven en een scheepsjournaal die elkaar op twee punten tegenspreken. Het aantal amforen staat nergens met zoveel woorden, maar het zit verstopt in een tol van 2,5 % en in het loon van een paar kruiers. Je bewijst met regelnummers wie de waarheid schrijft, zet de reis op een tijdlijn in Romeinse datering, en legt de rekening sluitend met kaarten die je uitknipt.

Bijvoegsel apart openen en printen (13 blz.) Mare Nostrum — het handelsbord (A3, apart) Blad 11 is het knipblad en blad 12 het plakblad; blad 13 is een tweede knipblad (het mozaïek) en op blad 14 knip je je eigen munt uit. Het A3-bord van blad 2 print je apart, liggend.
Wereld · Portus Albus, rond 100 na Christus

Nog één zaak, klerk

Portus Albus, de idus van juni
Bij dit pak hoort een groot bord en een stapel stukken.
1

Lucius Varro weer. De Fortuna Maris is nog niet in zicht en ik zit ondertussen met iets anders. Mijn tweede schip, de Alcyone, is met olie naar Massilia gevaren en daar is een deel van de lading niet aangekomen. Er liggen vijf stukken op mijn tafel: mijn eigen brief, het afschrift van de havenmeester, het journaal van het schip en twee brieven uit Massilia. Ze zeggen niet hetzelfde. Ik leg ze jou voor in de volgorde waarin ze geschreven zijn, en ik zeg er niet bij wie ik geloof.

Op mijn tafel ligt ook het bord waarmee ik jonge klerken leer wat handel is: de hele zee met acht havens erop, de afstanden in mijlen, en van elke haven wat ze koopt en wat ze verkoopt. Speel het eerst. Wie een keer met een dobbelsteen van Gades naar Alexandria heeft moeten varen, begrijpt waarom een kapitein onderweg soms rare dingen doet.

Eén raad voor de stukken. Schrijf nooit op dat iemand liegt zolang je er geen getal bij kan zetten. Een getal dat uit twee kanten hetzelfde komt, is bewijs. Een getal dat één man opschrijft, is een getal.

Vier brieven, één journaal en een bord dat de halve tafel inneemt.
superplus03/b_lucius_met_de_stukken.jpg
1

Lucius zegt wat volgens hem bewijs is en wat niet. Schrijf zijn regel in je eigen woorden op, en bedenk er zelf een voorbeeld bij dat niets met schepen te maken heeft.

2

Waarom laat hij jou eerst spelen en pas daarna lezen?

Wereldoriëntatie naam
Blad 2Mare Nostrum — het handelsbord — een apart A3-blad, liggend. Dit blad zit niet in de A4-print.
Open en print de kaart apart (A3)
MARE NOSTRUM — het handelsbord van Portus AlbusHISPANIAGALLIAITALIAGRAECIAASIAAEGYPTUSAFRICASICILIASARDINIACORSICACRETACYPRUSMARE NOSTRUMOCEANUS500 mijl450 mijl450 mijl400 mijl600 mijl1000 mijl850 mijl800 mijl400 mijl650 mijl1250 mijl800 mijlGadesPortus AlbusMassiliaOstiaCarthagoAthenaeByzantiumAlexandriaNOZW0200400600mijl1 mm = 10 mijl · 1 mijl = 1 480 m · één etappe (stip) = 50 mijlSPELREGELSJe begint in Portus Albus: 2 000 sestertii,een leeg schip, ruimte voor 40 eenheden.1. VarenGooi en vaar zoveel etappes (stippen) overéén route. Wisselen mag enkel in een haven.2. HandelenIn een haven koop je wat zij verkoopt enverkoop je wat zij koopt (zie de tabel).3. HaventolBij elke verkoop betaal je 2,5 % van deopbrengst, naar boven afgerond.4. StormEindig je op een stormvakje, gooi dan nogeens. 1 of 2: een vierde van je lading gaatoverboord. 3 tot 6: je ligt één beurt stil.5. EindeNa twaalf beurten telt iedereen zijn gelden zijn lading op. De rijkste wint.havenligt inverkoopt (koop hier)koopt (verkoop hier)GadesHispania (nu Spanje)olie 14 · tin 30wijn 26 · graan 14Portus AlbusHispania (nu Spanje)wijn 16 · zout 6olie 21 · tin 40MassiliaGallia (nu Frankrijk)wijn 15 · tin 34olie 24 · graan 15OstiaItalia (nu Italië)wijn 18 · zout 7graan 15 · olie 25 · purper 130CarthagoAfrica (nu Tunesië)graan 9 · olie 16wijn 24 · tin 38 · zout 10AthenaeAchaia (nu Griekenland)wijn 20 · purper 95graan 16 · olie 23 · zout 11AlexandriaAegyptus (nu Egypte)graan 8 · purper 80olie 26 · wijn 28 · tin 44ByzantiumThracia (nu Turkije)graan 10 · zout 5wijn 25 · olie 24 · purper 110Alle prijzen zijn per eenheid (één amfoor, één zak, één staaf) en in sestertii. 1 denarius = 4 sestertii = 16 asses.Twaalf zeeroutes, samen 163 etappes; tien etappes zijn stormvakjes. Een route is heen en terug even lang.Haventol: 2,5 % van elke verkoop, naar boven afgerond op een hele sestertius.Mijn muntendenarius4 sestertiisestertius4 assesasde kleinsteMijn ladingoliegraanwijnzouttinpurperLeg hier je munten en je lading, of schrijf de aantallen met potlood.dit bord is vanLegendehaventhuishavenzeerouteetappe = 50 mijlstormvakje
Wiskunde · aan het bord, deel 1 van 1

Varen, kopen, verkopen

Je hebt het bord, een dobbelsteen en een potlood nodig. De rest staat op het bord zelf.
3
Lees het bord voor je gooit

Alles wat je nodig hebt staat op het bord zelf.

  • Elke stip op een route is één etappe van 50 mijl; op de route staat hoeveel mijl ze in het geheel lang is.
  • In de tabel staat per haven wat ze verkoopt (daar koop jij) en wat ze koopt (daar verkoop jij). Bij elke verkoop gaat er 2,5 % haventol af, naar boven afgerond op een hele sestertius.
Twee handelaars, één dobbelsteen en een tafel vol steentjes.
superplus03/b_bord_op_de_tafel.jpg
1

Zoek deze vier reizen op het bord en reken de afstand om naar kilometer. Eén Romeinse mijl is 1 480 m.

reisafstand op het bordin kilometer
Portus Albus naar Massilia
Ostia naar Carthago
Gades naar Portus Albus
Carthago naar Alexandria
2

Je koopt in Gades 40 amforen olie en verkoopt ze in Portus Albus. Reken je winst uit, tol inbegrepen, en zet je antwoord daarna ook in denarii en sestertii.

3

Wat levert meer op: 30 zakken graan van Alexandria naar Athenae, of 30 zakken graan van Carthago naar Ostia? Reken beide uit met de tol erbij, tel de etappes, en zeg welke reis het meest opbrengt per etappe.

Wiskunde naam
Taal · het dossier van de Alcyone, stuk I

Lucius Varro aan Quintus Naevius

Portus Albus, de vierde dag voor de nonen van juni
Vijf stukken, elk met eigen regelnummers.
4
Hoe je naar een regel verwijst

De vijf stukken staan op blad 4 tot en met 7. Elk stuk begint zijn regelnummers opnieuw bij 1.

  • Verwijs dus altijd met stuk én regel: III.5 betekent stuk III, regel 5.
  • Lees met een potlood. Zet een streepje bij elk getal en bij elke datum: daar zit het werk.

1Lucius Varro groet Quintus Naevius. Vandaag laadt mijn kapitein Titus Rufus jouw olie in het ruim van de Alcyone. Hoeveel amforen het er zijn, staat op de rol van de havenmeester; ik schrijf het hier niet, want de was op mijn eigen tafeltje is uitgelopen en ik stuur je geen getal dat ik niet tweemaal heb nagerekend.

2De prijs is die van altijd: eenentwintig sestertii per amfoor. Je betaalt voor wat er bij jou aan de kade staat, geteld en wel, en voor geen enkele amfoor meer. Wat de zee neemt, neemt ze van mij en niet van jou; zo houden wij het al negen jaar en zo blijven wij het houden.

3Titus Rufus vaart zeven jaar voor mij. Zijn stuurman houdt het journaal bij tot op de dag, en beiden weten dat ik het lees zodra het schip terug is. Als er iets is, vraag je het journaal gewoon op; het ligt aan boord en niemand heeft het recht het voor jou weg te houden.

4Zet je zegel onder je antwoord zodra de lading bij je binnen is, en schrijf er het aantal bij dat jij zelf geteld hebt. Twee tellingen die uit elkaars mond komen zijn beter dan tien die uit dezelfde mond komen. Het ga je goed.

De Alcyone verlaat de derde steiger, vroeg in de ochtend.
superplus03/b_alcyone_vaart_uit.jpg
Taal naam
PORTORIUM
Wereld · het dossier van de Alcyone, stuk II

Uit het tolkantoor van Portus Albus

Afschrift voor de eigenaar van de lading. Het aantal is niet meer leesbaar; de tol wel.
5

1Sextus Balbus, havenmeester, aan Lucius Varro. Hierbij het afschrift van wat er op mijn rol staat voor het schip Alcyone, uitgevaren de vierde dag voor de nonen van juni, bestemming Massilia, lading olie in amforen, eigenaar jijzelf.

2Het aantal amforen is op de rol niet meer te lezen. Mijn schrijver heeft er met zijn mouw over gestreken toen de was nog warm was, en wat er nu staat is een vlek met drie streepjes ernaast. Ik zet er geen getal bij dat ik niet kan verantwoorden.

3De tol is wel betaald en dat bedrag ligt vast, want het is geteld en het is in de kist gegaan: XCIV sestertii en II asses. Je kent onze rekenwijze: twee en een halve honderdste van de aangegeven waarde, en de aangegeven waarde is het aantal amforen maal de prijs per amfoor.

4Wil je het aantal terug, reken dan mijn tol terug. Dat is geen kunst voor iemand die zijn eigen boeken bijhoudt, en jij houdt ze bij. Stuur mij het antwoord, want ik moet mijn rol opnieuw schrijven en ik schrijf niets op wat ik niet van twee kanten heb.

op de rolwat er staat
schipAlcyone, thuishaven Portus Albus
uitgevarende vierde dag voor de nonen van juni
ladingolie in amforen
aantaluitgewreven, niet te lezen
tol, 2,5 % van de aangegeven waardeXCIV sestertii en II asses
Op de rol is één getal weggewreven. De streepjes eromheen staan er nog.
superplus03/b_rol_met_uitgewreven_getal.jpg
1

Reken de tol terug, stap voor stap, tot je weet hoeveel amforen de Alcyone geladen heeft. Schrijf elke stap op een eigen regel en zet het aantal ook in Romeinse cijfers.

Wereldoriëntatie naam
Taal · het dossier van de Alcyone, stuk III

Het journaal van de Alcyone

Bijgehouden door de stuurman, van de nonen af elke dag
De stuurman schrijft op wat hij ziet. Meer niet, en ook niet minder.
6

1De vierde dag voor de nonen van juni. Uitgevaren uit Portus Albus met de ochtendwind. Lading olie in amforen, geteld door de havenmeester en door hem op de rol gezet. Zee vlak, zicht tot aan de kaap.

2De derde dag voor de nonen. Goede vaart, wind uit het zuidwesten, niets te melden. De kok heeft vis gebakken en de kapitein heeft de wacht verzet.

3De dag voor de nonen. 's Nachts liep de wind om naar het noorden en is de stapel aan bakboord gaan schuiven. Zes amforen gebroken; de scherven en de olie zijn overboord gegaan. Niemand gewond.

4De nonen van juni. Voor anker onder het eiland Blascon om de stapel opnieuw vast te sjorren. Werk van een halve dag, zegt de bootsman.

5De achtste dag voor de idus van juni. Nog altijd voor anker bij Blascon. Toen de schaduw op de derde streep na de middag stond, kwam er een boot van de wal langszij. De kapitein heeft zelf met die mannen gesproken, aan de andere kant van het schip. Ik heb niets te noteren gekregen.

6De zevende dag voor de idus. Weer onder zeil met de landwind. Het schip ligt lichter dan bij het vertrek, zegt de bootsman, en hij vaart al twintig jaar.

7De vijfde dag voor de idus. Massilia binnengelopen bij laag water. De kruiers zijn beginnen lossen zodra de loopplank lag, en ze hebben doorgewerkt tot het donker was.

Een boot van de wal, langszij bij een schip dat voor anker ligt.
superplus03/b_boot_langszij_bij_blascon.jpg
1

Zet de dagen van dit journaal op een rij met onze datums erbij (2 juni = a.d. IV non. Iun.). Hoeveel dagen lag de Alcyone stil, en welke regels bewijzen dat?

Taal naam
Taal · het dossier van de Alcyone, stuk IV en V

Twee brieven uit Massilia

Massilia, juni
Stuk IV is van de kapitein. Stuk V is van de koper. Beiden hebben hun eigen regelnummers.
7
Stuk IV — Titus Rufus, kapitein van de Alcyone

1Titus Rufus aan zijn heer Lucius Varro, geschreven te Massilia op de vierde dag voor de idus van juni. Het spijt mij dat ik met slecht nieuws kom. Ik heb in Portus Albus CLXXVI amforen ingeladen en er zijn er CLXVIII aan de kade van Massilia gezet, geteld terwijl ik ernaast stond.

2De oversteek heeft vijf dagen geduurd en wij hebben nergens voor anker gelegen, want met een ruim vol olie blijf je van de kust weg; dat hebt u mij zelf geleerd. De nacht na het vertrek liep de wind om en is de stapel aan bakboord gaan schuiven. Wat gebroken was, heb ik met scherven en al overboord laten gaan, want gebroken aardewerk in het ruim maakt van de eerstvolgende storm een ramp.

3Reken mij die acht amforen niet aan. Ik vaar zeven jaar voor u en ik heb u nog nooit een getal gestuurd dat niet klopte. Mijn journaal ligt aan boord; u weet waar de sleutel hangt.

Stuk V — Quintus Naevius, koper te Massilia

1Quintus Naevius groet Lucius Varro, op de dag voor de idus van juni. Ik heb geteld zoals je vroeg, twee keer, met mijn zoon ernaast en met de kapitein erbij: CLXII amforen staan er in mijn kelder. Voor CLXII betaal ik, tegen eenentwintig sestertii het stuk, en dat geld ligt klaar.

2Mijn kruiers werken voor twee asses per amfoor, van de loopplank tot onderaan de keldertrap. Ik heb ze CCCXXIV asses uitbetaald en ze hebben niet geklaagd, en die mannen klagen graag. Reken het na als je mijn telling niet gelooft.

3Nog dit, en ik weet zelf niet wat het waard is. Drie dagen na de aankomst stond er op onze markt olie in amforen met hetzelfde stempel als het jouwe: vier kerven in een cirkel. Ze werd verkocht door een man van het eiland Blascon, die nog nooit iets bij jou gekocht heeft.

beeld
superplus03/b_quintus_telt_in_de_kelder.jpg
Taal naam
Taal · de ontleding, deel 1 van 2

Wie zegt de waarheid?

Eén bewering is pas bewezen als je er een stuk, een regel en een berekening bij kan zetten.
8
1

Vul de tabel in. Zet bij elke bewering wie ze doet, of ze klopt, en waarmee je dat bewijst. Schrijf bij het bewijs altijd het stuk én de regel, zoals II.3.

de beweringvan wie?klopt het?bewijs
Er zijn CLXXVI amforen ingeladen.
De oversteek duurde vijf dagen.
Er is nergens voor anker gelegen.
Er zijn CLXII amforen gelost.
2

De havenmeester schrijft het aantal niet op, maar hij geeft je genoeg om het terug te rekenen. Doe dat in stappen en eindig met het aantal amforen dat de Alcyone geladen heeft.

3

Quintus daagt je uit zijn telling na te rekenen met het loon van zijn kruiers. Laat zien dat hij gelijk heeft.

4

Eén schrijver verzwijgt iets, en één schrijver noteert net dat hij niets mocht noteren. Wie zijn dat, en wat is er volgens jou met de ontbrekende amforen gebeurd?

Twee tafeltjes naast elkaar leggen is het halve werk.
superplus03/b_twee_tafeltjes_vergeleken.jpg
Taal naam
FASTI
Wereld · de ontleding, deel 2 van 2

Terugtellen naar de nonen

De Romeinen telden niet vooruit naar een dag toe, maar terug vanaf de volgende vaste dag.
9
Drie vaste dagen, en tellen met de vaste dag erbij

In elke maand liggen drie dagen vast: de kalendae, de nonae en de idus.

  • In juni zijn dat 1 juni, 5 juni en 13 juni. Een dag heet naar de eerstvolgende vaste dag, en die telt zelf mee: de vierde dag voor de nonen van juni is 2 juni (tel 5, 4, 3, 2 terug).
  • De dag vlak voor een vaste dag heet pridie: de dag voor de nonen van juni is 4 juni.
Een kalendersteen: een rooster van vakjes en een pin die elke dag opschuift.
superplus03/b_kalendersteen_met_pinnen.jpg
1

Zet de reis op een tijdlijn: vul onze datum in en zet erbij wat er gebeurde, met stuk en regel.

Romeinse dagdag in juniwat er gebeurde (stuk en regel)
de vierde dag voor de nonen van juni
de dag voor de nonen
de nonen van juni
de achtste dag voor de idus
de vijfde dag voor de idus
2

Hoeveel dagen lag de Alcyone onderweg volgens het journaal, en wat schrijft de kapitein?

3

De kapitein schrijft op de vierde dag voor de idus. Welke dag is dat?

Wereldoriëntatie naam
Wereld · vier stukken bewijs zonder woorden

Kijken telt ook

Bij elk beeld hoort één vraag. Drie ervan haken vast aan een regel uit het dossier.
10
Zo kijk je

Zoek eerst wat er precies te tellen of te lezen valt, en pas daarna wat het betekent.

De schaduw valt op de derde streep na de middag.
superplus03/b_zonnewijzer_derde_streep.jpg
Het stempel op de schouder van elke amfoor.
superplus03/b_stempel_met_vier_kerven.jpg
De barst loopt dwars door de bovenste wig.
superplus03/b_boog_met_gebarsten_sluitsteen.jpg
Drie stapels: zilver, geelkoper, roodkoper.
superplus03/b_drie_stapels_munten.jpg
1

De zonnewijzer: welk moment van de dag is dit, en welke regel van het journaal noemt het?

2

Het stempel: tel de kerven. Welk stuk noemt datzelfde stempel, en wat bewijst dat?

3

De boog: waarom is een barst juist in die steen erger dan in een andere wig?

4

De munten: hoeveel ligt er? Schrijf je antwoord in sestertii en asses.

Wereldoriëntatie naam
Wiskunde · knipblad, hoort bij blad 12

Negen kaarten uit het dossier

Knip ze alle negen uit. Zes horen op het plakblad; drie horen nergens.
11
Voor je knipt

Op elke kaart staat een getal in Romeinse cijfers. Schrijf op elke kaart eerst met potlood ons getal erbij.

  • Zes van deze kaarten kloppen: ze staan zo in de stukken of je kan ze eruit terugrekenen.
  • Drie kaarten kloppen niet. Leg die apart; op blad 12 wordt gevraagd van wie ze komen.
beeld
superplus03/b_kaart_clxxx.jpg
CLXXX
amforen
beeld
superplus03/b_kaart_clxxvi.jpg
CLXXVI
amforen
beeld
superplus03/b_kaart_clxviii.jpg
CLXVIII
amforen
beeld
superplus03/b_kaart_clxii.jpg
CLXII
amforen
beeld
superplus03/b_kaart_xii.jpg
XII
amforen
beeld
superplus03/b_kaart_viii.jpg
VIII
amforen
beeld
superplus03/b_kaart_vi.jpg
VI
amforen
beeld
superplus03/b_kaart_xciv_sestertii.jpg
XCIV sestertii en II asses
in de tolkist
beeld
superplus03/b_kaart_mmmcdii.jpg
MMMCDII
sestertii
Let op

MMMCDII is geen fout: M staat drie keer voor duizend, CD is vierhonderd, II is twee.

Wiskunde naam
RATIO
Wiskunde · plakblad, hoort bij blad 11

De rekening van de Alcyone

Plak in elk vak de ene kaart die er hoort. Past er meer dan één, dan heb je iets niet nagerekend.
12
Zo sluit een rekening

Wat is ingeladen, is óf aangekomen, óf gebroken, óf verdwenen. Er is geen vierde mogelijkheid.

  • Reken elk vak eerst uit op een kladblad en zoek dan pas de kaart die erbij past.
  • Twee vakken gaan over geld, vier over amforen. Kijk dus ook naar de munt op de kaart.
Eerst rekenen, dan plakken.
superplus03/b_plakblad_wastafeltjes.jpg
Plak elke kaart in het juiste vak
Ain Portus Albus ingeladen — reken de tol van stuk II terug
Bop zee gebroken — het journaal telt ze
Cniet gebroken en toch weg
Din de kelder van Quintus geteld
Ede haventol, betaald bij het vertrek
Fwat Quintus betaalt, in sestertii
1

Drie kaarten blijven over. Schrijf op van wie die drie getallen komen en in welke regel hij ze opschrijft.

Wiskunde naam
Natuur & techniek · knip- en plakblad

De halve vloer

De linkerhelft ligt er nog, de rechterhelft ligt in stroken onderaan. Een leeg vierkantje in een strook is een licht steentje.
13
Zo leg je een mozaïek terug

Het patroon is gespiegeld in de lijn tussen kolom 6 en kolom 7. Knip de drie stroken onderaan in losse vierkantjes en plak ze in het lege deel.

Een echte vloer met een gat erin: daar zie je de mortel liggen.
superplus03/b_mozaiek_met_gat.jpg
1

Tel vooraf: hoeveel donkere en hoeveel lichte steentjes heb je nodig? Klopt dat met wat er in de stroken zit?

Natuur & techniek naam
MONETA
Wereld · sla je eigen munt

Een munt zonder getal erop

Op een Romeinse munt stond niet hoeveel ze waard was. Toch wist iedereen het.
14
Wat er wel op stond

Een Romeinse munt had twee kanten en elke kant deed zijn werk.

  • Op de kop stond een hoofd in zijaanzicht, met rondom de rand een naam in korte afkortingen.
  • Op de keerzijde stond wat er te vieren viel: een tempel, een brug, een schip, een aquaduct.
  • De waarde stond er niet op. Je zag ze aan het metaal en de grootte: zilver, geelkoper of roodkoper.
Twee stempels, een hamer en een blanke schijf: zo werd een munt geslagen.
superplus03/b_muntstempel_en_hamer.jpg
Teken hier twee cirkels van 4,5 cm: links de kop, rechts de keerzijde. Knip ze daarna uit.
1

Ontwerp je eigen munt. Schrijf hier eerst je randtekst (hoogstens twaalf letters, afkortingen mogen) en zeg wat er op de keerzijde komt en waarom juist dat.

2

Waarom stond de waarde niet op de munt, en hoe wist een handelaar dan toch wat hij vasthad?

Wereldoriëntatie naam