Dit is de laatste en zwaarste bundel van Super plus, en alles wat je in de zeven vorige geleerd hebt komt hier terug: je tekent een kaart op schaal en rekent de oppervlakte van je akkers uit, je maakt een begroting met procenten en een taartdiagram, je schrijft een grondwet van tien artikels in echte artikeltaal en laat een klasgenoot er gaten in zoeken. Daarna lees je een duizend jaar oude kroniek uit een grot en onderzoekt of je die mag geloven, schrijf je een Franse brief aan het buureiland, en zet je het regelsysteem van Almara in pseudocode — inclusief het algoritme dat op papier netjes lijkt en in het echt scheef uitpakt.
De meesterproef van de reeks: één doorlopend project van vierentwintig bladen waarin wiskunde, taal, wereldorientatie, Frans, natuur en code niet naast elkaar staan maar in elkaar grijpen. De leerling krijgt een onbewoond eiland (Almara, 12 km bij 7 km) en tweehonderdveertig inwoners, en moet daar een werkende samenleving van maken: een kaart op schaal 1:100 000 met een akkerplan op 1:10 000, een begroting van 30 000 schelp met belasting van 12 % en een taartdiagram, een grondwet van tien artikels in formele taal, een tijdlijn van duizend jaar eilandgeschiedenis met bronkritiek op een kroniek, een Franse brief aan het buureiland, en het regelsysteem in pseudocode. Bijna alle bladen horen in een reeks van twee tot vier; geef ze in volgorde en laat de vorige bladen naast de leerling liggen. Blad 3 (de getekende kaart), blad 5 (het akkerplan) en blad 8 (de taart) zijn de drie bladen waar de leerling naar terugbladert; zonder die drie valt de rest uit elkaar. Reken op drie tot vier lesuren, verspreid.
Het eiland Almara is van u. Het ligt twaalf kilometer breed en zeven kilometer hoog in zee, het heeft een baai in het zuidwesten, een rivier die uit drie heuvelruggen komt, en een vlakte ertussen. Er woont al meer dan tweehonderd jaar niemand meer.
Wij sturen tweehonderdveertig mensen met u mee. Zij kunnen vissen, ploegen, smeden en weven. Wat zij niet kunnen, is beslissen wie wat krijgt en wie wat moet. Dat is uw werk, en het is het zwaarste van de twee.
Wij vragen u vier dingen op papier: een kaart met uw akkers, uw haven en uw weg; een begroting van uw eerste jaar; een grondwet van tien artikels; en een brief aan het Franse eiland Beauvent, dat twintig kilometer westelijk ligt.
Bewijs ons dat een samenleving gepland kan worden en niet alleen maar gebeurt. Wat u opschrijft, geldt. Wat u vergeet op te schrijven, wordt later door iemand anders ingevuld, en zelden in uw voordeel.
Lees de vier vragen van de raad nog eens. Zet ze in je eigen woorden onder elkaar, en schrijf achter elke vraag met wat voor werk je die gaat oplossen: rekenen, schrijven, of allebei.
Je weet al hoe je een kaart leest. Hier moet je er zelf een bedenken.
Vul de gids aan. Zet bij elke mogelijke havenplaats wat ervoor spreekt en wat ertegen. Denk aan wind, diepte, zand dat aanspoelt, en de afstand tot de akkers.
| plaats voor de haven | wat spreekt ervoor | wat spreekt ertegen |
|---|---|---|
| in de Zichelbaai | ||
| aan de monding van de rivier | ||
| op de rotsige Zuidpunt | ||
| aan de open noordkust |
Kies nu één plaats voor je haven en één voor je nederzetting. Schrijf van allebei op waarom, en noem bij elke keuze één ding dat je ervoor opgeeft.
Een schaal zegt hoeveel keer de werkelijkheid verkleind is. Meer niet.
Teken je eiland. Begin met de rechthoek van 12 cm bij 7 cm en het rooster van 1 cm. Teken daarbinnen de kust, de Zichelbaai, de Slingerrivier, de Drie Ruggen en het Laagveld. Zet er daarna je nederzetting, je akkers, je haven en je weg in.
Op een kaart tel je oppervlakte in hokjes. In het echt tel je in hectare.
De landmeters hebben de hokjes van jouw rooster geteld. Vul de laatste kolom in en schrijf eronder hoe je aan het totaal komt.
| wat je telt | op de kaart | in het echt |
|---|---|---|
| hokjes die helemaal land zijn | 46 | |
| hokjes die ongeveer half land zijn | 22 | |
| het hele eiland samen |
Reken je eiland om: hoeveel hectare is dat, en hoeveel m²? En hoeveel inwoners wonen er dan per km²?
Je weg loopt op de kaart in drie rechte stukken: 2,5 cm, 1,5 cm en 3 cm. Hoe lang is hij in het echt? En hoeveel dagen doet een ploeg erover die 400 m per dag aanlegt?
Voor je akkers is 1 op 100 000 te grof. Het akkerplan staat op 1 op 10 000.
Reken de oppervlakte van je drie akkers uit. Akker B is een rechthoek van 6 cm bij 4 cm waar in de bovenhoek een stuk van 3 cm bij 2 cm is weggesneden.
| akker | afmetingen op het plan | oppervlakte in hectare |
|---|---|---|
| A — op het Laagveld | 5 cm bij 3 cm | |
| B — in de rivierbocht | 6 bij 4, min 3 bij 2 | |
| C — op de zuidhelling | 4 cm bij 2,5 cm |
Akker B kan je op twee manieren berekenen: door een stuk af te trekken, of door hem in twee rechthoeken te knippen. Schrijf beide manieren volledig uit en laat zien dat ze hetzelfde geven.
Hoeveel hectare heb je in totaal? Hoeveel km² is dat, en hoeveel cm² zou dat zijn op je kaart van blad 3?
Ik heb vandaag drie keer opnieuw moeten beginnen, en de derde keer klopte het. Tweehonderdveertig mensen eten per jaar ongeveer honderdtachtig kilogram graan per persoon. Dat is drieënveertigduizend tweehonderd kilogram, en ik heb het twee keer nageteld voor ik het geloofde.
Het Laagveld geeft tweeduizend vierhonderd kilogram per hectare. Achttien hectare volstaat dus, en dat is minder dan ik dacht: nog geen vijfde van één kilometerhok. Maar ik mag niet elk jaar hetzelfde stuk ploegen, want dan is de grond na drie jaar op. Eén akker op drie laat ik liggen, en dus heb ik zevenentwintig hectare nodig.
Op mijn akkerplan staat drieënveertig hectare. Dat is zestien hectare meer dan het graan vraagt, en ik ben blij dat ik die marge heb. Er moeten ook groenten komen, en vlas voor de weverij, en een weide voor de geiten. Wie precies genoeg plant, heeft bij de eerste slechte zomer niets.
Reken na wat er gebeurt als een mens geen 180 maar 200 kg graan per jaar eet. Hoeveel hectare heb je dan nodig, met de braak meegerekend, en hoeveel marge blijft er over?
Waarom is zestien hectare marge geen verspilling? Noem twee dingen die misgaan als je precies genoeg plant.
Almara rekent in schelpen. De raad int van elk huishouden twaalf procent.
Reken voor elk huishouden de belasting uit. Schrijf je antwoord altijd met twee cijfers na de komma, ook als er nullen achter staan.
Tel je vijf antwoorden op. Tel daarna de vijf inkomens op en neem daar 12 % van. Krijg je hetzelfde? Schrijf erbij waarom dat zo moet zijn.
| huishouden | inkomen per jaar | 12 % belasting |
|---|---|---|
| de visser aan de kade | 1 450,00 | |
| de boer op het Laagveld | 2 300,00 | |
| de smid | 1 875,00 | |
| de weverij | 950,50 | |
| de schipper | 3 120,00 |
De raad int op het hele eiland 24 000 schelp belasting. De haven brengt daarnaast 6 000 schelp op. Hoe groot is de begroting? En hoeveel schelp is dat per inwoner?
Een taartdiagram is een cirkel van 360 graden die je in stukken verdeelt.
| post | bedrag in schelp | deel in procent | hoek op de taart |
|---|---|---|---|
| school | 6 000 | ||
| haven en weg | 7 500 | ||
| gezondheid | 4 500 | ||
| water en putten | 3 000 | ||
| voorraadschuur | 6 000 | ||
| bestuur en reserve | 3 000 |
Vul de twee laatste kolommen van de tabel in. Reken eerst het deel in procent uit, dan de hoek. Controleer op het eind of je hoeken samen precies 360 graden geven.
Teken de taart met je geodriehoek. Begin boven en werk met de klok mee, van de grootste post naar de kleinste. Zet bij elk stuk de naam van de post.
De haven van Beauvent betaalt dit jaar vijftien procent minder voor onze gedroogde vis. Dat klinkt klein tot je het uitrekent: vijftien procent van dertigduizend is vierduizend vijfhonderd schelp. Er blijft vijfentwintigduizend vijfhonderd over, en ik heb de hele avond met mijn tabel voor me gezeten.
Het makkelijkste zou zijn om overal een stukje af te doen. Dat is ook het laffe. Als je van elke post een schepje afhaalt, doet niets het nog helemaal: een halve dokter is geen dokter. Ik ga liever twee of drie dingen echt schrappen of uitstellen en de rest laten staan. Maar dan moet ik morgen aan de raad kunnen uitleggen waarom uitgerekend die.
Kies wat je schrapt of uitstelt tot je 4 500 schelp gevonden hebt. Zorg dat de middelste kolom samen precies 4 500 wordt, niet meer en niet minder.
| wat ik schrap of uitstel | hoeveel schelp | waarom dat kan |
|---|---|---|
Eén post raak je in geen geval aan. Welke, en waarom niet? Gebruik in je antwoord minstens één getal uit de tabel van blad 8.
Op een eiland komt al het zoete water uit de lucht. Onder de grond drijft het als een dunne lens op het zoute water eronder.
Vul de kringloop aan. Schrijf in de middelste kolom wat er natuurkundig gebeurt en in de laatste waar je dat op Almara terugvindt.
| stap | wat er gebeurt | waar op Almara |
|---|---|---|
| verdampen | ||
| wolken vormen | ||
| neerslag | ||
| afstromen en insijpelen |
De raad wil de leerlooierij aan de Slingerrivier zetten, twee kilometer boven de put van het dorp. Schrijf drie zinnen waarom dat een slecht plan is. Gebruik het woord grondwater.
Een gewone regel zegt wat je mag. Een grondwet zegt welke regels er gemaakt mogen worden, en door wie, en wat er zelfs met een meerderheid niet mag.
Artikel 1. Iedere inwoner van Almara is gelijk voor de regels. Niemand krijgt voorrang omdat hij meer land heeft of omdat zijn familie er langer woont.
Artikel 2. Iedere inwoner heeft recht op drinkbaar water. De raad zal ervoor zorgen dat elke put het hele jaar door water geeft, ook in een droog jaar.
Artikel 3. Wie een regel wil veranderen, is verplicht dat eerst aan de raad voor te leggen. De raad zal daarover beslissen binnen de dertig dagen.
Onderzoek de drie artikels. Wat gaat er precies mis als het artikel er niet zou staan, en wie wordt ermee beschermd?
| artikel | wat gaat er mis zonder? | wie wordt beschermd? |
|---|---|---|
| 1 | ||
| 2 | ||
| 3 |
Elk van deze vier woorden doet iets anders. Verwissel ze niet.
Schrijf elke zin over in artikeltaal. Gebruik minstens één bouwsteen uit de woordbank en zorg dat er geen gat in blijft zitten.
| zoals je het zegt | zoals het in een artikel staat |
|---|---|
| Iedereen mag water halen. | |
| Je moet naar school tot je twaalf bent. | |
| De raad moet snel beslissen. | |
| Je mag geen vuil in de rivier gooien. |
Een artikel dat een woord gebruikt, moet dat woord ook uitleggen. Schrijf drie definities. Kies uit: een burger, de raad, een put, een akker.
Een goede definitie zegt eerst tot welke soort iets hoort, en dan wat het van de rest van die soort onderscheidt.
Nummer ze van 1 tot 10 en geef elk artikel één onderwerp, niet drie.
Schrijf de tien artikels van Almara. Elk artikel begint met zijn nummer en gebruikt artikeltaal.
Welk artikel hield het niet tegen de mazenzoeker? Schrijf het verbeterd op.
Dit is een kopie uit 1508 van een rol die veel ouder was. Lees traag.
1Dit is het boek van Almara, overgeschreven in het jaar 1508 door broeder Ansem, naar een rol die in de grot achter de waterval lag. De rol was op drie plaatsen vergaan. Wat daar ontbrak, heb ik aangevuld zoals de oude vissers van Beauvent het vertellen.
2In het jaar 480 kwamen de eerste mensen. Zij bouwden zeven hutten aan de baai en leefden van vis en van wat de rotsen gaven. Er was geen raad en geen wet; wie het luidst riep, kreeg gelijk, en daarom bleven zij arm.
3In het jaar 612 vatten zij de bron in de Drie Ruggen in steen, en vanaf die dag droogde zij niet meer op. Dat is het grootste werk dat op dit eiland ooit verzet is, en niemand weet nog wie het bedacht heeft.
4In het jaar 745 kwam de storm. Drie nachten lang sloeg de zee over de landtong. Van de zeventig huizen bleven er negen staan. Wie het overleefde, trok landinwaarts en bouwde opnieuw, verder van het water dan verstandig is voor vissers.
Kopie van 1508, gevonden in de grot achter de waterval
1In het jaar 903 ploegden zij voor het eerst het Laagveld om. Het graan stond dat jaar zo dicht dat één man met één zeis duizend schoven maaide op één dag, zo wordt gezegd. Sindsdien at het eiland zijn eigen brood.
2In het jaar 1100 bouwden zij de vuurtoren op de Zuidpunt, omdat er in twintig winters elf schepen gebroken waren op de rug van de baai. Na de vuurtoren brak er in honderd jaar nog één.
3In het jaar 1247 kwam de ziekte met een schip mee. Wie kon, vertrok. De akkers liepen dicht met struiken en de vuurtoren doofde. Ik schrijf dit deel niet graag, want het is precies het stuk van de rol dat het slechtst bewaard was.
4In het jaar 1465 stak de laatste bewoner de zee over naar Beauvent, een vrouw wier naam ik nergens gevonden heb. Sindsdien is Almara leeg. Wie hierna komt, leze dit boek eerst, en bouwe zijn dorp hoger dan de storm van 745.
Kopie van 1508, tweede blad
De kroniek staat vol getallen. Zet erbij of je ze kan geloven, en waarom wel of niet.
| wat de kroniek meldt | hoeveel | kan dat kloppen? |
|---|---|---|
| huizen vóór de storm van 745 | 70 | |
| huizen die bleven staan | 9 | |
| schoven van één maaier op één dag | 1 000 | |
| schepen gebroken in twintig winters | 11 |
Wat gebeurde er in 1247, en waarom weet Ansem daar minder van dan van het jaar 903?
En een vijfde: staat er een getal in dat te mooi is om waar te zijn?
Zet de vier vragen los op de kroniek. Vul in wat je zeker weet en zet een vraagteken bij wat je niet uit de tekst kan halen.
| vraag | wat de kroniek zelf zegt | wat dat betekent |
|---|---|---|
| wie schreef het? | ||
| wanneer, en hoeveel later? | ||
| was hij erbij? | ||
| voor wie schreef hij? |
Ansem schreef in 1508 over het jaar 480. Reken uit hoeveel jaar daartussen zit. Noem twee redenen waarom dat een probleem is, en één ding dat hij toch beter wist dan wij.
Hij schrijft zelf dat hij gaten heeft aangevuld zoals de vissers het vertellen. Maakt die zin de kroniek betrouwbaarder of net niet? Leg uit.
Een eeuw is honderd jaar, maar de eerste eeuw begon bij het jaar 1, niet 0.
De stichters kwamen aan in het jaar 1500. Vul voor elk jaartal uit de kroniek de eeuw in, en hoeveel jaar het vóór hun aankomst was.
| jaartal | welke eeuw? | hoeveel jaar vóór 1500? |
|---|---|---|
| 480 | ||
| 745 | ||
| 903 | ||
| 1100 | ||
| 1247 | ||
| 1465 |
In de rol staat ook een schip dat in het jaar 40 vóór onze tijd strandde. Hoeveel jaar vóór 1500 is dat? Pas op: er bestaat geen jaar 0.
Je hebt geen grote woordenschat nodig. Je hebt een volgorde nodig.
Aan onbekenden schrijf je vous, nooit tu. En: spatie vóór het vraagteken.
Maak bij elk doel één hele Franse zin over Almara. Gebruik een bouwsteen uit de woordbank en schrijf de zin voluit.
| wat je wil doen | jouw Franse zin |
|---|---|
| se présenter | |
| proposer | |
| demander | |
| remercier |
Deze twee zinnen zijn te familiair voor een brief aan onbekenden. Schrijf ze beleefd over: Tu peux venir ? en Je te remercie.
Zes tot acht zinnen. Begin met Madame, Monsieur, en sluit af met de groet. Tweehonderdveertig schrijf je deux cent quarante, zonder -s aan cent.
Schrijf je brief aan Beauvent. Stel je voor, zeg hoeveel inwoners Almara heeft, stel een ruil voor, vraag iets, en bedank. Alleen vous.
Met deze twee bouw je elk regelsysteem dat een eiland nodig heeft.
Dit staat op de eerste bladzijde van het regelboek van Almara.
Loop het algoritme af voor deze vier inwoners en schrijf in de laatste kolom precies wat er met elk van hen gebeurt.
| inwoner | leeftijd | hoelang op Almara | wat gebeurt er? |
|---|---|---|---|
| Nel | 17 | 3 jaar | |
| Joris | 16 | 4 maanden | |
| Ava | 15 | haar hele leven | |
| Timo | 42 | 2 jaar |
Almara heeft zes putten. Deze regel hoort bij artikel 2 van je grondwet.
De zes putten geven samen 4 200 liter per dag. Loop het algoritme af, schrijf elke stap op met de getallen erbij, en zeg hoeveel liter er naar de akkers gaat.
Vul de tabel in voor drie dagen. Bij één van de drie loopt het algoritme vast; zet er een kruisje bij en schrijf in de laatste kolom wat er misgaat.
| aanvoer per dag | regel aan? | liter per inwoner | wat blijft er over? |
|---|---|---|---|
| 4 200 liter | |||
| 6 400 liter | |||
| 5 900 liter |
Vorig jaar stond er een kortere regel in het boek. Hij was makkelijk uit te voeren, en hij pakte voor niemand hetzelfde uit.
Reken voor elk huishouden uit hoeveel liter er per persoon overblijft. Rond af op één cijfer na de komma.
| huishouden | aantal personen | liter per persoon |
|---|---|---|
| het huis aan de kade | 2 | |
| het huis bij de bron | 7 | |
| de smidse | 4 | |
| het huis op de rug | 3 | |
| de weverij | 5 |
Almara telt zestig huishoudens. Hoeveel liter vraagt deze regel dan, en waarom kan dat op een droge dag niet? Herschrijf het algoritme zodat het wel eerlijk is.
Een rubriek is geen cijfer maar een beschrijving. Lees ze helemaal vóór je aan de meesterproef begint, niet erna.
| waarover | op weg | goed | meesterlijk |
|---|---|---|---|
| rekenwerk | sommen kloppen meestal | alles klopt, met stappen | nagerekend en afgerond |
| redenering | ik geef één reden | reden met een getal | ik weerleg het tegen |
| taal | zinnen zijn te volgen | artikeltaal waar het moet | elk artikel is sluitend |
| samenwerking | ik luister naar de tester | ik pas iets aan | ik test bij een tweede |
| waarover | mijn niveau | niveau leerkracht | waarom |
|---|---|---|---|
| rekenwerk | |||
| redenering | |||
| taal | |||
| samenwerking |
Op welk punt verschilt jouw oordeel het meest van dat van je leerkracht? Schrijf op wat je daarover te horen kreeg en wat je er de volgende keer anders aan doet.
Acht bundels, acht keer iets wat niet in je boek stond. Dit is de laatste.
In de kist van de Vier Havens zitten twee afwrijfsels van steen met de twaalf wetten van de mensen die vóór jou op Almara woonden, en één blad uit het register van de waterschrijver. Je leest ze, je zoekt waar ze elkaar tegenspreken, je verbetert wat oneerlijk is, en daarna plak je op de stichtingskaart van A3 waar jouw haven, dorp, akkers, school en waterput komen — volgens zes regels die je met de lat moet naberekenen.
Bij uw opdracht hoort een kist. Wij hebben ze niet eerder opengedaan dan vandaag, want wat erin zit is ouder dan alles wat u van uw eiland weet. Twee afwrijfsels van steen, één blad uit een register, en een zegel dat niemand van ons herkent.
De stenen stonden bij de bron in de Drie Ruggen. Er zijn er twee, en samen dragen zij twaalf wetten van de mensen die vóór u op Almara woonden. Zij zijn zonder nummer gehakt; u zal ze zelf moeten tellen om te weten welke de achtste is.
Het registerblad is jonger. Het is bijgehouden door de waterschrijver van het eiland in het jaar 1247, het jaar van de droogte, en het gaat over een ruzie om water die de raad van toen beslecht heeft. Wij vinden dat hij ze verkeerd beslecht heeft. Oordeel zelf.
Doe met deze stukken wat een bestuurder ermee doet: lees ze traag, vergelijk ze, zoek waar ze elkaar tegenspreken en verbeter wat oneerlijk is. Daarna tekent en plakt u op het grote blad waar uw eigen eiland gebouwd wordt. Wat u daar vastlijmt, staat er voorgoed.
Zet in je eigen woorden op wat er in de kist zat en wat je met elk stuk gaat doen. Schrijf achter elk stuk één vraag die je eraan wil stellen.
Dit is het wetboek dat de stichters in twee stenen lieten hakken bij de bron, in het jaar 1183. Twaalf artikelen, en geen dertiende. Wat vooraan staat, weegt zwaarder dan wat achteraan staat: zo heeft de eerste vergadering het gewild.
1Beide oevers van de Slingerrivier behoren aan het eiland en aan niemand in het bijzonder. Wie er woont, mag er water putten; niemand mag er een muur of een dam bouwen die het water tegenhoudt.
2Recht op drinkbaar water heeft iedere inwoner van Almara, vanaf de eerste dag dat hij hier slaapt, en evenveel als ieder ander. Dit recht vervalt nooit, ook niet in een droog jaar.
3Op het Laagveld wordt geploegd en niet gebouwd. Wie daar toch een huis of een schuur zet, breekt die binnen dertig dagen af op eigen kosten, en de grond komt terug bij de akkers.
4Niemand neemt uit de bron meer dan vijftien maten water op één dag, ook niet wie het meeste land bezit of het meeste vee houdt. Wie meer neemt, betaalt de raad tien schelp voor elke maat te veel.
5Vissers mogen hun boot op elk strand van het eiland trekken en er hun netten drogen. Niemand vraagt hun daarvoor iets en niemand jaagt hen weg, behalve wanneer de haven zelf die plaats nodig heeft.
6Als het water in de bron onder de derde kerf van de peilstok zakt, roept de raad binnen drie dagen de eilandvergadering samen. De vergadering, en zij alleen, verdeelt dan het water tot de regen komt.
7Naar de school gaat ieder kind tot het twaalf jaar oud is. De school staat op ten hoogste tweeduizend passen van ieder huis; duizend passen is één kilometer, en verder loopt een kind niet tweemaal per dag.
Afwrijfsel van de eerste steen bij de bron, gehakt in het jaar 1183
1Aan wie het langst op Almara woont, komt bij droogte het water van de bron het eerst toe. Daarna komt wie er korter woont, en het laatst wie er dit jaar of vorig jaar is aangekomen.
2Langs de haven staat geen looierij, geen visrokerij en geen smidse die vuur stookt na zonsondergang. Wat stinkt of rookt, staat beneden de wind en beneden het water van het dorp.
3Leden van de raad worden door de eilandvergadering gekozen voor drie jaar. Niemand blijft langer dan tweemaal na elkaar in de raad, en wie eruit gaat, legt eerst rekenschap af van het geld.
4Elk geschil over water wordt beslecht door de raad. De raad hoort beide partijen en beslist binnen de dertig dagen; zolang hij niet beslist heeft, verandert er niets aan wat er was.
5Niets van dit boek wordt veranderd dan met twee derden van de eilandvergadering, en nooit in hetzelfde jaar waarin het voorstel gedaan is. Een verandering wordt in de steen gehakt, niet op papier geschreven.
6Zo gehakt in twee stenen bij de bron, in het jaar 1183, door de tweeënveertig stichters van Almara, en voorgelezen aan de vergadering op de eerste dag van de oogst.
Afwrijfsel van de tweede steen bij de bron
1Ik ben Maren, waterschrijver van Almara, en ik hou het register van de bron bij sinds elf jaar. Vanmorgen stond het water onder de derde kerf van de peilstok. Ik heb het drie keer gemeten voor ik het opschreef, want wie dit opschrijft, zet een wet in werking.
2Het wetboek, dat in de elfde eeuw in de steen is gehakt, zegt wat er dan gebeuren moet: de raad roept binnen drie dagen de eilandvergadering samen. Ik heb de steen zelf nagelezen om zeker te zijn, en ik ben naar de raad gegaan met het afwrijfsel onder mijn arm.
3De raad heeft mij aangehoord en gezegd dat dit geen wet was maar een geschil, en dat een geschil over water bij hem hoort. Hij nam er dertig dagen voor, zoals het boek hem voor geschillen toestaat. Ik heb gezegd dat dat te lang was. Men heeft mij bedankt en naar huis gestuurd.
4Het geschil ging tussen twee huizen. Het huis van Verrin woont hier zestig jaar en heeft het meeste land aan de rivier. Het huis van Dolm is twee zomers geleden met de veerboot aangekomen, met zeven kinderen en zonder één el grond.
5Verrin vroeg het water het eerst, omdat hij er het langst is. Dolm vroeg evenveel als ieder ander, omdat hij hier slaapt. Zij haalden allebei een artikel aan, en zij hadden allebei een artikel dat hun gelijk gaf. Dat is het ongemak waar dit blad over gaat.
Register van de bron, eerste blad
1Dertig dagen later heeft de raad beslist, en hij heeft Verrin gelijk gegeven. Hij las het artikel dat zegt dat wie het langst op Almara woont bij droogte het eerst aan de beurt is, en hij hield zich daaraan. De eilandvergadering is deze zomer nooit samengeroepen.
2Ik heb die dag de bron gemeten: drieduizend maten, en er zijn tweehonderdveertig monden op dit eiland. Wie kan rekenen, ziet meteen dat er voor niemand vijftien maten waren, ook niet voor Verrin. De raad had niet moeten kiezen wie eerst kwam, maar hoeveel er voor ieder was.
3De huizen die het laatst aangekomen waren, kregen de laatste dagen niets. Twee huizen, samen elf mensen, zijn in september met een schip naar Beauvent overgestoken. Dat schip is in oktober teruggekomen, en wat het toen meebracht staat in een ander boek dan het mijne.
4Ik schrijf dit op omdat een register geen mening heeft en ik wel. Twee artikelen van onze stichters kunnen niet allebei waar zijn op dezelfde dag. Zolang dat zo blijft, kiest niet de wet maar de raad, en de raad kiest wie hij kent.
5Onder dit blad druk ik mijn zegel: de bron die opwelt tussen de drie ruggen. De stichters hebben dat teken gekozen en niet hun eigen naam, en ik denk dat zij daar iets mee bedoeld hebben. Wie de twaalf artikelen na elkaar leest, leest het een tweede keer.
Register van de bron, tweede blad
Schrijf altijd waar je het gevonden hebt: steen 1, regel 3 of register, blad 2, regel 4. Een bewering zonder regelnummer telt hier niet mee.
Twee van de twaalf artikelen kunnen op dezelfde dag niet allebei waar zijn. Zoek ze en schrijf van allebei het regelnummer en de zin die botst.
| waar staat het? | de zin die botst |
|---|---|
Welk van de twee wint? Boven de eerste steen staat één zin die het antwoord geeft. Schrijf die zin over en leg uit wat ze beslist.
De raad nam dertig dagen. Welk artikel had hij die zomer moeten volgen, en binnen hoeveel dagen? Hoeveel dagen te laat was de eilandvergadering dan?
Een wet kan kloppen en toch oneerlijk zijn. Een jaartal kan kloppen en de eeuw ernaast niet.
Eén artikel pakt oneerlijk uit: het geeft iemand voorrang om iets waar hij zelf niets voor gedaan heeft. Welk artikel is dat, en wie verliest erdoor? Herschrijf het zo dat het wél eerlijk is.
Op de grenssteen staat 1183. In het register staat in welke eeuw die steen gehakt is. Klopt die eeuw? Verbeter ze, en reken uit hoeveel jaar er tussen de steen en het geschil ligt.
Zet de vier gebeurtenissen in de goede volgorde en vul de twee laatste kolommen in.
| wat gebeurde er | wanneer | hoeveel dagen na de meting |
|---|---|---|
| de raad geeft Verrin gelijk | ||
| twee huizen steken over naar Beauvent | ||
| de waterschrijver meet onder de derde kerf | ||
| de eilandvergadering had moeten samenkomen |
Schrijf de eerste letter van elk van de twaalf artikelen onder elkaar, in volgorde. Lees wat er staat.
De zes regels staan in de cartouche rechts op het A3-bord. Ze bepalen niet wát je bouwt, wel waar het mag komen.
Dit bord staat op 1 : 50 000: 2 cm op het papier is 1 km in het echt. Je kaart van blad 3 staat op 1 : 100 000 en is half zo groot. Meet met de lat.
Vul voor elk bouwwerk het vakje in dat je gekozen hebt, en de regel die het moet doorstaan. Zet in de laatste kolom hoe je gecontroleerd hebt dat het klopt.
| bouwwerk | vakje | hoe ik het gecontroleerd heb |
|---|---|---|
| de haven | ||
| de nederzetting | ||
| graanakker A | ||
| de school | ||
| de waterput |
Meet je weg van de haven naar de nederzetting met de lat. Hoeveel centimeter is dat, en hoeveel kilometer? Blijf je onder de zeven?
Twee kaartjes horen niet op het bord. Welke twee, en welke regel of welk artikel houdt ze tegen?
Hoeveel kilogram graan ligt er in de schuur? Voor hoeveel mensen is dat een jaar genoeg, aan 180 kg?
Op elk kaartje staat één uitgave. Samen zijn ze 33 000 schelp waard, en jouw begroting is precies 30 000 schelp.
Leg de kaartjes eerst los in de vakken en tel op. Klopt het op 30 000? Pas dan lijm je. Wat je weglaat, leg je apart: je moet het straks nog verantwoorden.
Welke kaartjes heb je weggelaten, en samen voor hoeveel schelp? Verantwoord elke schrapping in één zin, en tel je zes posten na.
U hebt uw grondwet geschreven. Er ontbreekt nog één ding: een zegel. Wij vragen u er een te ontwerpen en het onder het laatste artikel van uw eigen grondwet te plakken, want een wet zonder zegel is een voorstel.
De stichters hebben in hun zegel geen naam gezet en geen gezicht, maar een bron die opwelt tussen drie ruggen. Wie dat teken zag, wist meteen waar het eiland van leefde. Kies dus iets wat uw eiland draagt, en niet iets wat u mooi vindt.
Teken het rond, in lijnen, zonder letters. Knip het daarna uit langs de rand en plak het op uw grondwet. Wat wij hier bewaren, is het afdrukje; wat u bewaart, is het eiland.
Ontwerp het zegel van Almara.
Alleen lijnen, geen letters. Teken eerst klein in de hoek wat je wil laten zien, en zet het dan groot in de cirkel.