← Back to CoursesDifferentiatie 5de Leerjaar
Differentiatie 5
Super plus 8 niveau 8/8

Het nieuwe Atlantis — de meesterproef

Stichtingsboek van een eiland

Dit is de laatste en zwaarste bundel van Super plus, en alles wat je in de zeven vorige geleerd hebt komt hier terug: je tekent een kaart op schaal en rekent de oppervlakte van je akkers uit, je maakt een begroting met procenten en een taartdiagram, je schrijft een grondwet van tien artikels in echte artikeltaal en laat een klasgenoot er gaten in zoeken. Daarna lees je een duizend jaar oude kroniek uit een grot en onderzoekt of je die mag geloven, schrijf je een Franse brief aan het buureiland, en zet je het regelsysteem van Almara in pseudocode — inclusief het algoritme dat op papier netjes lijkt en in het echt scheef uitpakt.

Download PDF In deze bundel hoef je niets te knippen. Je hebt wel een lat nodig, en op blad 8 een geodriehoek. Het laatste blad wordt door de leerkracht ingevuld. naar het bijvoegsel alle Super plus-bundels

Voor de leerkracht

De meesterproef van de reeks: één doorlopend project van vierentwintig bladen waarin wiskunde, taal, wereldorientatie, Frans, natuur en code niet naast elkaar staan maar in elkaar grijpen. De leerling krijgt een onbewoond eiland (Almara, 12 km bij 7 km) en tweehonderdveertig inwoners, en moet daar een werkende samenleving van maken: een kaart op schaal 1:100 000 met een akkerplan op 1:10 000, een begroting van 30 000 schelp met belasting van 12 % en een taartdiagram, een grondwet van tien artikels in formele taal, een tijdlijn van duizend jaar eilandgeschiedenis met bronkritiek op een kroniek, een Franse brief aan het buureiland, en het regelsysteem in pseudocode. Bijna alle bladen horen in een reeks van twee tot vier; geef ze in volgorde en laat de vorige bladen naast de leerling liggen. Blad 3 (de getekende kaart), blad 5 (het akkerplan) en blad 8 (de taart) zijn de drie bladen waar de leerling naar terugbladert; zonder die drie valt de rest uit elkaar. Reken op drie tot vier lesuren, verspreid.

Een schaal 1:100 000 omzetten naar 1 cm = 1 km en daarmee zelf een kaart uitzetten (6)Oppervlakte op een kaart schatten met hele en halve roosterhokjes (6)Herleiden tussen km², hectare en m², en de grootte-orde van een hectare aanvoelen (6)De oppervlakte van een samengestelde figuur berekenen door op te splitsen of af te trekken (6)Inzien dat dezelfde figuur op twee schalen een andere oppervlakte in cm² krijgt (6)Een werkelijke afstand en een werkduur uit een kaartlengte afleiden (6)Een voedselbehoefte omrekenen naar de nodige oppervlakte, met braakland meegerekend (6)12 % van kommagetallen berekenen en de deelsommen controleren op het totaal (6)Procenten omzetten naar graden en zelf een cirkeldiagram tekenen (6)Een besparing van 15 % verdelen over posten en die keuze schriftelijk verantwoorden (6)De watercyclus op een eiland beschrijven en de zoetwaterlens begrijpen (5)Uitleggen waarom bovenstroomse vervuiling het grondwater van iedereen raakt (6)Weten wat een grondwet is en waarin ze van een gewone regel verschilt (6)Formele artikeltaal gebruiken: zal, heeft recht op, is verplicht, binnen dertig dagen (6)Een definitie schrijven volgens soort plus onderscheidend kenmerk (6)Tien sluitende artikels schrijven en ze door een klasgenoot op gaten laten testen (6)Een historische kroniek lezen en er de kernfeiten uit halen (5)Een bron beoordelen op wie, wanneer, waarom en op onwaarschijnlijke getallen (6)Van jaartal naar eeuw en terug, inclusief ronde honderdtallen en vóór onze tijd (5)Tijdsafstanden berekenen over de grens van onze tijdrekening heen (6)Zelf zes tot acht Franse zinnen schrijven die zich voorstellen, voorstellen, vragen en bedanken (6)In het Frans het beleefde vous gebruiken en tu-vormen ombouwen (6)Een regelsysteem in pseudocode lezen met voorwaarde en herhaling (6)Een algoritme stap voor stap uitvoeren op gegeven gegevens (6)Een algoritme vinden dat vastloopt of oneerlijk uitpakt, en het herschrijven (6)Het eigen werk beoordelen met een rubriek op vier criteria en drie niveaus (6)
De opdracht

Het eiland is van u

Van de Raad van de Vier Havens, de derde dag van maart
1

Aan wie dit leest

Het eiland Almara is van u. Het ligt twaalf kilometer breed en zeven kilometer hoog in zee, het heeft een baai in het zuidwesten, een rivier die uit drie heuvelruggen komt, en een vlakte ertussen. Er woont al meer dan tweehonderd jaar niemand meer.

Wij sturen tweehonderdveertig mensen met u mee. Zij kunnen vissen, ploegen, smeden en weven. Wat zij niet kunnen, is beslissen wie wat krijgt en wie wat moet. Dat is uw werk, en het is het zwaarste van de twee.

Wij vragen u vier dingen op papier: een kaart met uw akkers, uw haven en uw weg; een begroting van uw eerste jaar; een grondwet van tien artikels; en een brief aan het Franse eiland Beauvent, dat twintig kilometer westelijk ligt.

Bewijs ons dat een samenleving gepland kan worden en niet alleen maar gebeurt. Wat u opschrijft, geldt. Wat u vergeet op te schrijven, wordt later door iemand anders ingevuld, en zelden in uw voordeel.

De brief, het zegel en een kaart die nog bijna leeg is.
superplus08/01_zegelbrief_op_de_kaartentafel.jpg
1

Lees de vier vragen van de raad nog eens. Zet ze in je eigen woorden onder elkaar, en schrijf achter elke vraag met wat voor werk je die gaat oplossen: rekenen, schrijven, of allebei.

Wereldoriëntatie naam
De kaart · deel 1 van 4

Almara, van kaap tot kaap

Eerst kijken wat er ligt. Pas daarna kiezen waar iets komt.
2
Wat er op Almara ligt

Je weet al hoe je een kaart leest. Hier moet je er zelf een bedenken.

  • De Zichelbaai in het zuidwesten: diep, luw, zandige bodem, geen rotsen.
  • De Drie Ruggen in het noordoosten: tot 240 m hoog, met een vaste bron.
  • Het Laagveld tussen de ruggen en de baai: vlak, diepe grond, veel wind.
De Slingerrivier komt uit de ruggen en loopt dwars door het Laagveld naar de baai.
superplus08/02_eiland_van_bovenaf.jpg
1

Vul de gids aan. Zet bij elke mogelijke havenplaats wat ervoor spreekt en wat ertegen. Denk aan wind, diepte, zand dat aanspoelt, en de afstand tot de akkers.

plaats voor de havenwat spreekt ervoorwat spreekt ertegen
in de Zichelbaai
aan de monding van de rivier
op de rotsige Zuidpunt
aan de open noordkust
2

Kies nu één plaats voor je haven en één voor je nederzetting. Schrijf van allebei op waarom, en noem bij elke keuze één ding dat je ervoor opgeeft.

Wereldoriëntatie naam
De kaart · deel 2 van 4

Twaalf bij zeven centimeter

Je hele eiland past op dit blad. Je moet alleen weten hoe klein je het maakt.
3
Schaal 1 op 100 000

Een schaal zegt hoeveel keer de werkelijkheid verkleind is. Meer niet.

  • 1 op 100 000 betekent: 1 cm op de kaart is 100 000 cm in het echt.
  • 100 000 cm is 1 000 m, en dus precies 1 km. Onthou: 1 cm = 1 km.
  • Jouw eiland is 12 km bij 7 km en wordt dus 12 cm bij 7 cm op papier.
  • Trek om de centimeter een lijn: elk hokje is dan 1 km bij 1 km.
beeld
superplus08/03_lat_en_passer_op_ruitjespapier.jpg
1

Teken je eiland. Begin met de rechthoek van 12 cm bij 7 cm en het rooster van 1 cm. Teken daarbinnen de kust, de Zichelbaai, de Slingerrivier, de Drie Ruggen en het Laagveld. Zet er daarna je nederzetting, je akkers, je haven en je weg in.

Almara op schaal 1:100 000. Eerst de rechthoek, dan het rooster, dan de kust.
Wiskunde naam
LANDMETING
De kaart · deel 3 van 4

Hoeveel land is dat eigenlijk?

Een eiland is geen rechthoek. Je zal moeten schatten, en dat mag.
4
Van hokjes naar hectare

Op een kaart tel je oppervlakte in hokjes. In het echt tel je in hectare.

  • 1 km² is 1 000 000 m². Dat is te groot om je iets bij voor te stellen.
  • 1 hectare is 100 m bij 100 m, dus 10 000 m². In 1 km² gaan er precies 100.
  • Een half hokje tel je als 0,5 km². Dat mag: je schat de kustlijn.
Meten met een ketting: honderd meter per keer, en telkens een paaltje.
superplus08/04_landmeters_met_meetketting.jpg
1

De landmeters hebben de hokjes van jouw rooster geteld. Vul de laatste kolom in en schrijf eronder hoe je aan het totaal komt.

wat je teltop de kaartin het echt
hokjes die helemaal land zijn46
hokjes die ongeveer half land zijn22
het hele eiland samen
2

Reken je eiland om: hoeveel hectare is dat, en hoeveel m²? En hoeveel inwoners wonen er dan per km²?

3

Je weg loopt op de kaart in drie rechte stukken: 2,5 cm, 1,5 cm en 3 cm. Hoe lang is hij in het echt? En hoeveel dagen doet een ploeg erover die 400 m per dag aanlegt?

Wiskunde naam
De kaart · deel 4 van 4

Het akkerplan op 1 op 10 000

Dezelfde akkers, een andere schaal, en plots een heel andere oppervlakte in cm².
5
Een andere schaal, een andere hectare

Voor je akkers is 1 op 100 000 te grof. Het akkerplan staat op 1 op 10 000.

  • Op 1 op 10 000 is 1 cm gelijk aan 10 000 cm, dus aan 100 m.
  • 1 cm² op dat plan is dus 100 m bij 100 m: precies één hectare.
  • Een samengestelde figuur knip je in rechthoeken, of je trekt er een stuk af.
Akker B loopt om de bocht van de rivier heen: daar is een hoek uitgesneden.
superplus08/05_akkers_langs_een_rivierbocht.jpg
1

Reken de oppervlakte van je drie akkers uit. Akker B is een rechthoek van 6 cm bij 4 cm waar in de bovenhoek een stuk van 3 cm bij 2 cm is weggesneden.

akkerafmetingen op het planoppervlakte in hectare
A — op het Laagveld5 cm bij 3 cm
B — in de rivierbocht6 bij 4, min 3 bij 2
C — op de zuidhelling4 cm bij 2,5 cm
2

Akker B kan je op twee manieren berekenen: door een stuk af te trekken, of door hem in twee rechthoeken te knippen. Schrijf beide manieren volledig uit en laat zien dat ze hetzelfde geven.

3

Hoeveel hectare heb je in totaal? Hoeveel km² is dat, en hoeveel cm² zou dat zijn op je kaart van blad 3?

Wiskunde naam
Graan · uit je eigen rekenschrift

Zondagavond, en eindelijk klopt het

Zondagavond, de negende dag van april
6

Zondag

Ik heb vandaag drie keer opnieuw moeten beginnen, en de derde keer klopte het. Tweehonderdveertig mensen eten per jaar ongeveer honderdtachtig kilogram graan per persoon. Dat is drieënveertigduizend tweehonderd kilogram, en ik heb het twee keer nageteld voor ik het geloofde.

Het Laagveld geeft tweeduizend vierhonderd kilogram per hectare. Achttien hectare volstaat dus, en dat is minder dan ik dacht: nog geen vijfde van één kilometerhok. Maar ik mag niet elk jaar hetzelfde stuk ploegen, want dan is de grond na drie jaar op. Eén akker op drie laat ik liggen, en dus heb ik zevenentwintig hectare nodig.

Op mijn akkerplan staat drieënveertig hectare. Dat is zestien hectare meer dan het graan vraagt, en ik ben blij dat ik die marge heb. Er moeten ook groenten komen, en vlas voor de weverij, en een weide voor de geiten. Wie precies genoeg plant, heeft bij de eerste slechte zomer niets.

beeld
superplus08/06_rekenblad_bij_kaarslicht.jpg
1

Reken na wat er gebeurt als een mens geen 180 maar 200 kg graan per jaar eet. Hoeveel hectare heb je dan nodig, met de braak meegerekend, en hoeveel marge blijft er over?

2

Waarom is zestien hectare marge geen verspilling? Noem twee dingen die misgaan als je precies genoeg plant.

Wiskunde naam
BEGROTING
De begroting · deel 1 van 3

Twaalf procent van alles

Een samenleving die niets int, kan niets bouwen.
7
Waar het geld vandaan komt

Almara rekent in schelpen. De raad int van elk huishouden twaalf procent.

  • Twaalf procent betekent: van elke 100 schelp gaat er 12 naar de raad.
  • 12 % van een bedrag = bedrag maal 0,12. Of: deel door 100 en maal 12.
  • De andere 88 % houdt het huishouden zelf. Dat staat later in je grondwet.
De raad weegt niet af wat eerlijk voelt, maar wat afgesproken is.
superplus08/07_weegschaal_en_schelpmunten.jpg
1

Reken voor elk huishouden de belasting uit. Schrijf je antwoord altijd met twee cijfers na de komma, ook als er nullen achter staan.

Tel je vijf antwoorden op. Tel daarna de vijf inkomens op en neem daar 12 % van. Krijg je hetzelfde? Schrijf erbij waarom dat zo moet zijn.

huishoudeninkomen per jaar12 % belasting
de visser aan de kade1 450,00
de boer op het Laagveld2 300,00
de smid1 875,00
de weverij950,50
de schipper3 120,00
2

De raad int op het hele eiland 24 000 schelp belasting. De haven brengt daarnaast 6 000 schelp op. Hoe groot is de begroting? En hoeveel schelp is dat per inwoner?

Wiskunde naam
De begroting · deel 2 van 3

De taart van dertigduizend

Een cirkel van 360 graden, en elke post krijgt zijn punt.
8
Van procent naar graad

Een taartdiagram is een cirkel van 360 graden die je in stukken verdeelt.

  • De hele begroting is 30 000 schelp. Eén procent is dus 300 schelp.
  • De hele cirkel is 360°. Eén procent is dus 3,6°.
  • Hoek = procent maal 3,6. Tel je hoeken op: samen moeten ze 360° geven.
postbedrag in schelpdeel in procenthoek op de taart
school6 000
haven en weg7 500
gezondheid4 500
water en putten3 000
voorraadschuur6 000
bestuur en reserve3 000
beeld
superplus08/08_cirkel_van_gespannen_koorden.jpg
1

Vul de twee laatste kolommen van de tabel in. Reken eerst het deel in procent uit, dan de hoek. Controleer op het eind of je hoeken samen precies 360 graden geven.

2

Teken de taart met je geodriehoek. Begin boven en werk met de klok mee, van de grootste post naar de kleinste. Zet bij elk stuk de naam van de post.

De begroting van Almara, jaar één.
Wiskunde naam
De begroting · deel 3 van 3

Vierduizend vijfhonderd minder

Vrijdagavond, na de raadszitting
9

Vrijdag

De haven van Beauvent betaalt dit jaar vijftien procent minder voor onze gedroogde vis. Dat klinkt klein tot je het uitrekent: vijftien procent van dertigduizend is vierduizend vijfhonderd schelp. Er blijft vijfentwintigduizend vijfhonderd over, en ik heb de hele avond met mijn tabel voor me gezeten.

Het makkelijkste zou zijn om overal een stukje af te doen. Dat is ook het laffe. Als je van elke post een schepje afhaalt, doet niets het nog helemaal: een halve dokter is geen dokter. Ik ga liever twee of drie dingen echt schrappen of uitstellen en de rest laten staan. Maar dan moet ik morgen aan de raad kunnen uitleggen waarom uitgerekend die.

beeld
superplus08/09_doorstreepte_lijst_bij_lamplicht.jpg
1

Kies wat je schrapt of uitstelt tot je 4 500 schelp gevonden hebt. Zorg dat de middelste kolom samen precies 4 500 wordt, niet meer en niet minder.

wat ik schrap of uitstelhoeveel schelpwaarom dat kan
2

Eén post raak je in geen geval aan. Welke, en waarom niet? Gebruik in je antwoord minstens één getal uit de tabel van blad 8.

Taal naam
Natuur · zoet water

Het zoete water onder je voeten

Rondom je ligt zee, en toch heb je maar één bron: de lucht.
10
De kringloop op een eiland

Op een eiland komt al het zoete water uit de lucht. Onder de grond drijft het als een dunne lens op het zoute water eronder.

  • Verdampen: de zon tilt water uit de zee en uit de grond de lucht in.
  • Neerslaan: boven de Drie Ruggen koelt die lucht af en valt ze als regen.
  • Wegzakken: een deel stroomt af naar de rivier, een deel vult de lens aan.
De bron in de Drie Ruggen: hier begint alles wat je drinkt.
superplus08/10_bron_tussen_de_heuvels.jpg
1

Vul de kringloop aan. Schrijf in de middelste kolom wat er natuurkundig gebeurt en in de laatste waar je dat op Almara terugvindt.

stapwat er gebeurtwaar op Almara
verdampen
wolken vormen
neerslag
afstromen en insijpelen
2

De raad wil de leerlooierij aan de Slingerrivier zetten, twee kilometer boven de put van het dorp. Schrijf drie zinnen waarom dat een slecht plan is. Gebruik het woord grondwater.

Natuur & techniek naam
De grondwet · deel 1 van 3

Wat is een grondwet?

Niet de regels zelf, maar de regels over de regels.
11
De regels boven de regels

Een gewone regel zegt wat je mag. Een grondwet zegt welke regels er gemaakt mogen worden, en door wie, en wat er zelfs met een meerderheid niet mag.

  • Ze staat boven alle andere regels: een gewone regel die botst, geldt niet.
  • Ze is met opzet moeilijk te veranderen; anders beschermt ze niets.
  • Ze beschermt vooral wie in de minderheid is.
  • Ze is kort. Tien artikels volstaan om een eiland mee te besturen.
Tien platen in een halve kring, op de plek waar de raad vergadert.
superplus08/11_tien_stenen_platen.jpg

Drie artikels als voorbeeld

Artikel 1. Iedere inwoner van Almara is gelijk voor de regels. Niemand krijgt voorrang omdat hij meer land heeft of omdat zijn familie er langer woont.

Artikel 2. Iedere inwoner heeft recht op drinkbaar water. De raad zal ervoor zorgen dat elke put het hele jaar door water geeft, ook in een droog jaar.

Artikel 3. Wie een regel wil veranderen, is verplicht dat eerst aan de raad voor te leggen. De raad zal daarover beslissen binnen de dertig dagen.

1

Onderzoek de drie artikels. Wat gaat er precies mis als het artikel er niet zou staan, en wie wordt ermee beschermd?

artikelwat gaat er mis zonder?wie wordt beschermd?
1
2
3
Wereldoriëntatie naam
ONTWERP
De grondwet · deel 2 van 3

De taal van een artikel

Artikeltaal is geen mooie taal. Ze is precies, en daarom klinkt ze stijf.
12
Vier woorden die een artikel dragen

Elk van deze vier woorden doet iets anders. Verwissel ze niet.

  • zal — een belofte die de raad niet mag laten liggen.
  • heeft recht op — iets dat je mag opeisen, ook als niemand het geeft.
  • is verplicht — iets dat moet, ook als je het liever niet doet.
  • binnen dertig dagen — zonder termijn betekent snel gewoon nooit.
zalheeft recht opis verplichtmag nietbinnen dertig dagenbehalve wanneeriedere inwonerde raadop straffe van
beeld
superplus08/12_ganzenveer_en_inktpot.jpg
1

Schrijf elke zin over in artikeltaal. Gebruik minstens één bouwsteen uit de woordbank en zorg dat er geen gat in blijft zitten.

zoals je het zegtzoals het in een artikel staat
Iedereen mag water halen.
Je moet naar school tot je twaalf bent.
De raad moet snel beslissen.
Je mag geen vuil in de rivier gooien.
2

Een artikel dat een woord gebruikt, moet dat woord ook uitleggen. Schrijf drie definities. Kies uit: een burger, de raad, een put, een akker.

Een goede definitie zegt eerst tot welke soort iets hoort, en dan wat het van de rest van die soort onderscheidt.

Taal naam
De grondwet · deel 3 van 3

Tien artikels, en dan de mazenzoeker

Je schrijft ze. Daarna komt er iemand die er gaten in zoekt.
13
Hoe je ze opschrijft

Nummer ze van 1 tot 10 en geef elk artikel één onderwerp, niet drie.

  • Denk aan: gelijkheid, water, grond, school, stemmen, de raad, straf, de rivier, de buren over zee, en hoe je deze grondwet zelf verandert.
  • Laat daarna een klasgenoot per artikel één geval bedenken dat er niet in past.
beeld
superplus08/13_twee_kinderen_lezen_elkaars_blad.jpg
1

Schrijf de tien artikels van Almara. Elk artikel begint met zijn nummer en gebruikt artikeltaal.

2

Welk artikel hield het niet tegen de mazenzoeker? Schrijf het verbeterd op.

Taal naam
ARCHIEF
De kroniek · deel 1 van 4

Wat er in de grot lag

De rol lag achter de waterval, droog, en op drie plaatsen vergaan.
14
Wat je voor je hebt

Dit is een kopie uit 1508 van een rol die veel ouder was. Lees traag.

De kroniek van het eiland Almara

1Dit is het boek van Almara, overgeschreven in het jaar 1508 door broeder Ansem, naar een rol die in de grot achter de waterval lag. De rol was op drie plaatsen vergaan. Wat daar ontbrak, heb ik aangevuld zoals de oude vissers van Beauvent het vertellen.

2In het jaar 480 kwamen de eerste mensen. Zij bouwden zeven hutten aan de baai en leefden van vis en van wat de rotsen gaven. Er was geen raad en geen wet; wie het luidst riep, kreeg gelijk, en daarom bleven zij arm.

3In het jaar 612 vatten zij de bron in de Drie Ruggen in steen, en vanaf die dag droogde zij niet meer op. Dat is het grootste werk dat op dit eiland ooit verzet is, en niemand weet nog wie het bedacht heeft.

4In het jaar 745 kwam de storm. Drie nachten lang sloeg de zee over de landtong. Van de zeventig huizen bleven er negen staan. Wie het overleefde, trok landinwaarts en bouwde opnieuw, verder van het water dan verstandig is voor vissers.

Kopie van 1508, gevonden in de grot achter de waterval

Een droge richel achter het water, en daarop iets wat niemand daar verwachtte.
superplus08/14_grot_achter_de_waterval.jpg
beeld
superplus08/14b_verweerde_rol.jpg
Wereldoriëntatie naam
ARCHIEF
De kroniek · deel 2 van 4

De kroniek, tweede blad

Van het eerste graan tot de vrouw die als laatste vertrok.
15

De kroniek — vervolg

1In het jaar 903 ploegden zij voor het eerst het Laagveld om. Het graan stond dat jaar zo dicht dat één man met één zeis duizend schoven maaide op één dag, zo wordt gezegd. Sindsdien at het eiland zijn eigen brood.

2In het jaar 1100 bouwden zij de vuurtoren op de Zuidpunt, omdat er in twintig winters elf schepen gebroken waren op de rug van de baai. Na de vuurtoren brak er in honderd jaar nog één.

3In het jaar 1247 kwam de ziekte met een schip mee. Wie kon, vertrok. De akkers liepen dicht met struiken en de vuurtoren doofde. Ik schrijf dit deel niet graag, want het is precies het stuk van de rol dat het slechtst bewaard was.

4In het jaar 1465 stak de laatste bewoner de zee over naar Beauvent, een vrouw wier naam ik nergens gevonden heb. Sindsdien is Almara leeg. Wie hierna komt, leze dit boek eerst, en bouwe zijn dorp hoger dan de storm van 745.

Kopie van 1508, tweede blad

Elf schepen in twintig winters, en daarna nog één in honderd jaar.
superplus08/15_vuurtoren_op_de_zuidpunt.jpg
1

De kroniek staat vol getallen. Zet erbij of je ze kan geloven, en waarom wel of niet.

wat de kroniek meldthoeveelkan dat kloppen?
huizen vóór de storm van 74570
huizen die bleven staan9
schoven van één maaier op één dag1 000
schepen gebroken in twintig winters11
2

Wat gebeurde er in 1247, en waarom weet Ansem daar minder van dan van het jaar 903?

Wereldoriëntatie naam
De kroniek · deel 3 van 4

Wie schreef dit, en waarom?

Een bron is geen bewijs. Een bron is iemands verhaal.
16
Vier vragen bij een bron

En een vijfde: staat er een getal in dat te mooi is om waar te zijn?

  • Wie schreef het, en was die erbij toen het gebeurde?
  • Hoeveel jaar zit er tussen de gebeurtenis en het opschrijven?
  • Waarom schreef hij het, en voor wie was het bedoeld?
Broeder Ansem schrijft over. Wat vergaan was, vult hij aan.
superplus08/16_kopiist_aan_zijn_lessenaar.jpg
1

Zet de vier vragen los op de kroniek. Vul in wat je zeker weet en zet een vraagteken bij wat je niet uit de tekst kan halen.

vraagwat de kroniek zelf zegtwat dat betekent
wie schreef het?
wanneer, en hoeveel later?
was hij erbij?
voor wie schreef hij?
2

Ansem schreef in 1508 over het jaar 480. Reken uit hoeveel jaar daartussen zit. Noem twee redenen waarom dat een probleem is, en één ding dat hij toch beter wist dan wij.

3

Hij schrijft zelf dat hij gaten heeft aangevuld zoals de vissers het vertellen. Maakt die zin de kroniek betrouwbaarder of net niet? Leg uit.

Taal naam
De kroniek · deel 4 van 4

Van jaartal naar eeuw

Duizend jaar eilandgeschiedenis, op één touw met knopen.
17
De regel van de eeuw

Een eeuw is honderd jaar, maar de eerste eeuw begon bij het jaar 1, niet 0.

  • De 1ste eeuw loopt van 1 tot en met 100, de 2de van 101 tot en met 200.
  • Van jaartal naar eeuw: honderdtallen plus 1, behalve bij een rond honderdtal.
  • 1247 ligt in de 13de eeuw. 1100 ligt nog in de 11de, niet in de 12de.
  • Vóór onze tijd telt terug: het jaar 40 v.o.t. ligt in de 1ste eeuw v.o.t.
beeld
superplus08/17_touw_met_knopen_als_tijdlijn.jpg
1

De stichters kwamen aan in het jaar 1500. Vul voor elk jaartal uit de kroniek de eeuw in, en hoeveel jaar het vóór hun aankomst was.

jaartalwelke eeuw?hoeveel jaar vóór 1500?
480
745
903
1100
1247
1465
2

In de rol staat ook een schip dat in het jaar 40 vóór onze tijd strandde. Hoeveel jaar vóór 1500 is dat? Pas op: er bestaat geen jaar 0.

Wiskunde naam
BOUWSTENEN
De brief naar Beauvent · deel 1 van 2

Les briques de la lettre

Een brief aan onbekenden doet altijd dezelfde vier dingen.
18
Vier dingen, in deze volgorde

Je hebt geen grote woordenschat nodig. Je hebt een volgorde nodig.

  • Se présenter: zeggen wie je bent en waar je woont.
  • Proposer: zeggen wat je voorstelt, niet wat je eist.
  • Demander: iets vragen, en dat ook echt als vraag schrijven.
  • Remercier: bedanken, ook al heeft de ander nog niets gedaan.
Madame, Monsieur,Je m'appelleJ'habite sur l'îleNous sommesNous vous proposonsPouvez-vousEst-ce que vous avezJe vous remercieCordialement,
Vous, altijd vous

Aan onbekenden schrijf je vous, nooit tu. En: spatie vóór het vraagteken.

beeld
superplus08/18_brief_op_de_havenlessenaar.jpg
1

Maak bij elk doel één hele Franse zin over Almara. Gebruik een bouwsteen uit de woordbank en schrijf de zin voluit.

wat je wil doenjouw Franse zin
se présenter
proposer
demander
remercier
2

Deze twee zinnen zijn te familiair voor een brief aan onbekenden. Schrijf ze beleefd over: Tu peux venir ? en Je te remercie.

Frans naam
De brief naar Beauvent · deel 2 van 2

À l'île de Beauvent

Almara, le trois avril
19
Avant de commencer

Zes tot acht zinnen. Begin met Madame, Monsieur, en sluit af met de groet. Tweehonderdveertig schrijf je deux cent quarante, zonder -s aan cent.

beeld
superplus08/19_boot_tussen_twee_eilanden.jpg
1

Schrijf je brief aan Beauvent. Stel je voor, zeg hoeveel inwoners Almara heeft, stel een ruil voor, vraag iets, en bedank. Alleen vous.

Frans naam
Het regelboek · deel 1 van 3

Regels die je kan uitvoeren

Een regel waar niemand over hoeft na te denken, heet een algoritme.
20
Twee woorden sturen alles

Met deze twee bouw je elk regelsysteem dat een eiland nodig heeft.

  • ALS ... DAN ... ANDERS: kies tussen twee wegen op één voorwaarde.
  • VOOR ELKE ... IN ...: doe hetzelfde voor elk ding uit een lijst.
  • Een streepje vooraan betekent: dit hoort binnen de regel erboven.
Het stemalgoritme van de raad

Dit staat op de eerste bladzijde van het regelboek van Almara.

  • VOOR ELKE inwoner IN de lijst:
  • — ALS de inwoner minstens 16 jaar is, DAN:
  • — — ALS hij al 1 jaar op Almara woont, DAN: geef een stembriefje
  • — — ANDERS: zet zijn naam op de wachtlijst
  • — ANDERS: sla hem over
  • EINDE VOOR
beeld
superplus08/20_stembriefjes_in_een_mand.jpg
1

Loop het algoritme af voor deze vier inwoners en schrijf in de laatste kolom precies wat er met elk van hen gebeurt.

inwonerleeftijdhoelang op Almarawat gebeurt er?
Nel173 jaar
Joris164 maanden
Ava15haar hele leven
Timo422 jaar
Denken & code naam
WATERREGEL
Het regelboek · deel 2 van 3

Water bij droogte

Zes putten, tweehonderdveertig monden, en een regel die zichzelf aanzet.
21
De waterregel

Almara heeft zes putten. Deze regel hoort bij artikel 2 van je grondwet.

  • ALS de zes putten samen minder dan 6 000 liter per dag geven, DAN:
  • — zet de droogteregel aan
  • ALS de droogteregel aan staat, DAN:
  • — VOOR ELKE inwoner IN de lijst: geef 15 liter
  • — ALS er daarna water over is, DAN: geef de rest aan de akkers
  • ANDERS: VOOR ELKE inwoner IN de lijst: geef 40 liter
  • EINDE ALS
Bij droogte staat de rij er al voor zonsopgang.
superplus08/21_put_met_emmers_in_de_rij.jpg
1

De zes putten geven samen 4 200 liter per dag. Loop het algoritme af, schrijf elke stap op met de getallen erbij, en zeg hoeveel liter er naar de akkers gaat.

2

Vul de tabel in voor drie dagen. Bij één van de drie loopt het algoritme vast; zet er een kruisje bij en schrijf in de laatste kolom wat er misgaat.

aanvoer per dagregel aan?liter per inwonerwat blijft er over?
4 200 liter
6 400 liter
5 900 liter
Denken & code naam
Het regelboek · deel 3 van 3

Het algoritme dat scheef uitpakt

Hij was korter, hij was makkelijker, en hij was niet eerlijk.
22
De regel van vorig jaar

Vorig jaar stond er een kortere regel in het boek. Hij was makkelijk uit te voeren, en hij pakte voor niemand hetzelfde uit.

  • VOOR ELK huishouden IN de lijst:
  • — geef 120 liter aan het huishouden
  • EINDE VOOR
beeld
superplus08/22_twee_ongelijke_waterkruiken.jpg
1

Reken voor elk huishouden uit hoeveel liter er per persoon overblijft. Rond af op één cijfer na de komma.

huishoudenaantal personenliter per persoon
het huis aan de kade2
het huis bij de bron7
de smidse4
het huis op de rug3
de weverij5
2

Almara telt zestig huishoudens. Hoeveel liter vraagt deze regel dan, en waarom kan dat op een droge dag niet? Herschrijf het algoritme zodat het wel eerlijk is.

Denken & code naam
De meesterproef · deel 1 van 2

De rubriek

Eerst lezen waarop gelet wordt, dan pas jezelf beoordelen.
23
Waarop je beoordeeld wordt

Een rubriek is geen cijfer maar een beschrijving. Lees ze helemaal vóór je aan de meesterproef begint, niet erna.

  • Kies per rij eerlijk: het niveau dat je écht haalde, niet het hoogste.
  • De leerkracht vult dezelfde rijen in. Waar jullie verschillen, praat je.
waaroverop weggoedmeesterlijk
rekenwerksommen kloppen meestalalles klopt, met stappennagerekend en afgerond
redeneringik geef één redenreden met een getalik weerleg het tegen
taalzinnen zijn te volgenartikeltaal waar het moetelk artikel is sluitend
samenwerkingik luister naar de testerik pas iets aanik test bij een tweede
Vier dingen worden gewogen, en niet alle vier even zwaar.
superplus08/23_stenen_op_een_weegplank.jpg
waarovermijn niveauniveau leerkrachtwaarom
rekenwerk
redenering
taal
samenwerking
1

Op welk punt verschilt jouw oordeel het meest van dat van je leerkracht? Schrijf op wat je daarover te horen kreeg en wat je er de volgende keer anders aan doet.

Taal naam
De meesterproef · deel 2 van 2

Almara bestaat

Acht bundels ver, en een eiland dat zonder jou leeg gebleven was.
24
Je bent er

Acht bundels, acht keer iets wat niet in je boek stond. Dit is de laatste.

  • De leerkracht vult je diploma in en zet de achtste stempel.
  • Bewaar je kaart en je grondwet samen: dat is jouw eiland.
Het eerste jaar van het nieuwe Atlantis, gezien vanaf de heuvelrug.
superplus08/24_dorp_bij_zonsopgang.jpg

Super plus — de meesterproef

heeft het eiland Almara gepland, berekend, beschreven en verdedigd, en daarmee de acht bundels van Super plus uitgespeeld.
datumhandtekening leerkrachtde achtste stempel
1
het ijs
2
de gestolen klok
3
de havenstad
4
de werkplaats
5
de dansende figuurtjes
6
de berg van de goden
7
de rode planeet
8
het nieuwe Atlantis
Wereldoriëntatie naam

Bijvoegsel — Het stichtingsboek van Almara

12 blz. A4 + A3

In de kist van de Vier Havens zitten twee afwrijfsels van steen met de twaalf wetten van de mensen die vóór jou op Almara woonden, en één blad uit het register van de waterschrijver. Je leest ze, je zoekt waar ze elkaar tegenspreken, je verbetert wat oneerlijk is, en daarna plak je op de stichtingskaart van A3 waar jouw haven, dorp, akkers, school en waterput komen — volgens zes regels die je met de lat moet naberekenen.

Bijvoegsel apart openen en printen (12 blz.) Almara, de stichtingskaart (A3, apart) Blad 8 en blad 10 zijn knipbladen. Wat je op blad 8 uitknipt, plak je op het A3-bord; wat je op blad 10 uitknipt, plak je op blad 11. Op blad 12 knip je je eigen zegel uit. Je hebt een schaar, een lat en een lijmstift nodig.
Het bijvoegsel

Wat er in de kist zat

Van de bewaarder van het archief, de zesde dag van maart
1

Aan de bestuurder van Almara

Bij uw opdracht hoort een kist. Wij hebben ze niet eerder opengedaan dan vandaag, want wat erin zit is ouder dan alles wat u van uw eiland weet. Twee afwrijfsels van steen, één blad uit een register, en een zegel dat niemand van ons herkent.

De stenen stonden bij de bron in de Drie Ruggen. Er zijn er twee, en samen dragen zij twaalf wetten van de mensen die vóór u op Almara woonden. Zij zijn zonder nummer gehakt; u zal ze zelf moeten tellen om te weten welke de achtste is.

Het registerblad is jonger. Het is bijgehouden door de waterschrijver van het eiland in het jaar 1247, het jaar van de droogte, en het gaat over een ruzie om water die de raad van toen beslecht heeft. Wij vinden dat hij ze verkeerd beslecht heeft. Oordeel zelf.

Doe met deze stukken wat een bestuurder ermee doet: lees ze traag, vergelijk ze, zoek waar ze elkaar tegenspreken en verbeter wat oneerlijk is. Daarna tekent en plakt u op het grote blad waar uw eigen eiland gebouwd wordt. Wat u daar vastlijmt, staat er voorgoed.

Twee afwrijfsels van gehakte steen, één registerblad en een zegel aan een lint.
superplus08/b_kist_met_twee_afwrijfsels.jpg
1

Zet in je eigen woorden op wat er in de kist zat en wat je met elk stuk gaat doen. Schrijf achter elk stuk één vraag die je eraan wil stellen.

Wereldoriëntatie naam
WETBOEK
Het wetboek van de stichters · deel 1 van 4

De eerste steen

Twaalf wetten, zonder nummer gehakt. Op deze steen staan de artikelen één tot zeven.
2
Wat er boven de eerste steen staat

Dit is het wetboek dat de stichters in twee stenen lieten hakken bij de bron, in het jaar 1183. Twaalf artikelen, en geen dertiende. Wat vooraan staat, weegt zwaarder dan wat achteraan staat: zo heeft de eerste vergadering het gewild.

De eerste steen — de artikelen één tot zeven

1Beide oevers van de Slingerrivier behoren aan het eiland en aan niemand in het bijzonder. Wie er woont, mag er water putten; niemand mag er een muur of een dam bouwen die het water tegenhoudt.

2Recht op drinkbaar water heeft iedere inwoner van Almara, vanaf de eerste dag dat hij hier slaapt, en evenveel als ieder ander. Dit recht vervalt nooit, ook niet in een droog jaar.

3Op het Laagveld wordt geploegd en niet gebouwd. Wie daar toch een huis of een schuur zet, breekt die binnen dertig dagen af op eigen kosten, en de grond komt terug bij de akkers.

4Niemand neemt uit de bron meer dan vijftien maten water op één dag, ook niet wie het meeste land bezit of het meeste vee houdt. Wie meer neemt, betaalt de raad tien schelp voor elke maat te veel.

5Vissers mogen hun boot op elk strand van het eiland trekken en er hun netten drogen. Niemand vraagt hun daarvoor iets en niemand jaagt hen weg, behalve wanneer de haven zelf die plaats nodig heeft.

6Als het water in de bron onder de derde kerf van de peilstok zakt, roept de raad binnen drie dagen de eilandvergadering samen. De vergadering, en zij alleen, verdeelt dan het water tot de regen komt.

7Naar de school gaat ieder kind tot het twaalf jaar oud is. De school staat op ten hoogste tweeduizend passen van ieder huis; duizend passen is één kilometer, en verder loopt een kind niet tweemaal per dag.

Afwrijfsel van de eerste steen bij de bron, gehakt in het jaar 1183

De beginletter van elke wet is dieper gehakt dan de rest en met rood aangezet.
superplus08/b_twaalf_platen_met_gehakte_beginletters.jpg
Wereldoriëntatie naam
WETBOEK
Het wetboek van de stichters · deel 2 van 4

De tweede steen

Regel 1 tot 5 zijn de artikelen acht tot twaalf; regel 6 is de slotformule.
3

De tweede steen — de artikelen acht tot twaalf

1Aan wie het langst op Almara woont, komt bij droogte het water van de bron het eerst toe. Daarna komt wie er korter woont, en het laatst wie er dit jaar of vorig jaar is aangekomen.

2Langs de haven staat geen looierij, geen visrokerij en geen smidse die vuur stookt na zonsondergang. Wat stinkt of rookt, staat beneden de wind en beneden het water van het dorp.

3Leden van de raad worden door de eilandvergadering gekozen voor drie jaar. Niemand blijft langer dan tweemaal na elkaar in de raad, en wie eruit gaat, legt eerst rekenschap af van het geld.

4Elk geschil over water wordt beslecht door de raad. De raad hoort beide partijen en beslist binnen de dertig dagen; zolang hij niet beslist heeft, verandert er niets aan wat er was.

5Niets van dit boek wordt veranderd dan met twee derden van de eilandvergadering, en nooit in hetzelfde jaar waarin het voorstel gedaan is. Een verandering wordt in de steen gehakt, niet op papier geschreven.

6Zo gehakt in twee stenen bij de bron, in het jaar 1183, door de tweeënveertig stichters van Almara, en voorgelezen aan de vergadering op de eerste dag van de oogst.

Afwrijfsel van de tweede steen bij de bron

De tweede steen staat scheefgezakt, met de voet in het natte gras bij de bron.
superplus08/b_de_tweede_steen_bij_de_bron.jpg
Het zegel van de stichters: een bron die opwelt tussen drie ruggen, geen naam.
superplus08/b_zegel_met_bron_tussen_drie_ruggen.jpg
Wereldoriëntatie naam
Het register van de bron · deel 3 van 4

De negende dag van juli

Almara, de negende dag van juli, in het jaar 1247
4

Uit het register van de waterschrijver

1Ik ben Maren, waterschrijver van Almara, en ik hou het register van de bron bij sinds elf jaar. Vanmorgen stond het water onder de derde kerf van de peilstok. Ik heb het drie keer gemeten voor ik het opschreef, want wie dit opschrijft, zet een wet in werking.

2Het wetboek, dat in de elfde eeuw in de steen is gehakt, zegt wat er dan gebeuren moet: de raad roept binnen drie dagen de eilandvergadering samen. Ik heb de steen zelf nagelezen om zeker te zijn, en ik ben naar de raad gegaan met het afwrijfsel onder mijn arm.

3De raad heeft mij aangehoord en gezegd dat dit geen wet was maar een geschil, en dat een geschil over water bij hem hoort. Hij nam er dertig dagen voor, zoals het boek hem voor geschillen toestaat. Ik heb gezegd dat dat te lang was. Men heeft mij bedankt en naar huis gestuurd.

4Het geschil ging tussen twee huizen. Het huis van Verrin woont hier zestig jaar en heeft het meeste land aan de rivier. Het huis van Dolm is twee zomers geleden met de veerboot aangekomen, met zeven kinderen en zonder één el grond.

5Verrin vroeg het water het eerst, omdat hij er het langst is. Dolm vroeg evenveel als ieder ander, omdat hij hier slaapt. Zij haalden allebei een artikel aan, en zij hadden allebei een artikel dat hun gelijk gaf. Dat is het ongemak waar dit blad over gaat.

Register van de bron, eerste blad

De peilstok in de bron: het water staat onder de derde kerf van onderen.
superplus08/b_waterput_met_peilstok.jpg
beeld
superplus08/b_droge_bedding_van_de_slingerrivier.jpg
Wereldoriëntatie naam
Het register van de bron · deel 4 van 4

De achtste dag van augustus

Almara, de achtste dag van augustus, in het jaar 1247
5

Uit het register van de waterschrijver — vervolg

1Dertig dagen later heeft de raad beslist, en hij heeft Verrin gelijk gegeven. Hij las het artikel dat zegt dat wie het langst op Almara woont bij droogte het eerst aan de beurt is, en hij hield zich daaraan. De eilandvergadering is deze zomer nooit samengeroepen.

2Ik heb die dag de bron gemeten: drieduizend maten, en er zijn tweehonderdveertig monden op dit eiland. Wie kan rekenen, ziet meteen dat er voor niemand vijftien maten waren, ook niet voor Verrin. De raad had niet moeten kiezen wie eerst kwam, maar hoeveel er voor ieder was.

3De huizen die het laatst aangekomen waren, kregen de laatste dagen niets. Twee huizen, samen elf mensen, zijn in september met een schip naar Beauvent overgestoken. Dat schip is in oktober teruggekomen, en wat het toen meebracht staat in een ander boek dan het mijne.

4Ik schrijf dit op omdat een register geen mening heeft en ik wel. Twee artikelen van onze stichters kunnen niet allebei waar zijn op dezelfde dag. Zolang dat zo blijft, kiest niet de wet maar de raad, en de raad kiest wie hij kent.

5Onder dit blad druk ik mijn zegel: de bron die opwelt tussen de drie ruggen. De stichters hebben dat teken gekozen en niet hun eigen naam, en ik denk dat zij daar iets mee bedoeld hebben. Wie de twaalf artikelen na elkaar leest, leest het een tweede keer.

Register van de bron, tweede blad

De peilpaal in de baai: acht el, ook bij laag water.
superplus08/b_boot_in_de_baai_bij_de_dieptepaal.jpg
De halve kring banken van de eilandvergadering, die zomer nooit gebruikt.
superplus08/b_lege_bank_van_de_vergadering.jpg
Taal naam
Ontleding · deel 1 van 2

Twee wetten die niet allebei waar kunnen zijn

Een tegenspraak bewijs je niet met een gevoel, maar met twee regelnummers.
6
Zo verwijs je

Schrijf altijd waar je het gevonden hebt: steen 1, regel 3 of register, blad 2, regel 4. Een bewering zonder regelnummer telt hier niet mee.

Twee mensen wijzen naar dezelfde steen en naar een andere regel.
superplus08/b_twee_handen_bij_dezelfde_steen.jpg
1

Twee van de twaalf artikelen kunnen op dezelfde dag niet allebei waar zijn. Zoek ze en schrijf van allebei het regelnummer en de zin die botst.

waar staat het?de zin die botst
2

Welk van de twee wint? Boven de eerste steen staat één zin die het antwoord geeft. Schrijf die zin over en leg uit wat ze beslist.

3

De raad nam dertig dagen. Welk artikel had hij die zomer moeten volgen, en binnen hoeveel dagen? Hoeveel dagen te laat was de eilandvergadering dan?

Taal naam
Ontleding · deel 2 van 2

Het oneerlijke artikel, de eeuw en het woord in de steen

Drie dingen kloppen niet. Ze staan alle drie in wat je gelezen hebt.
7
Wat je hier nog uithaalt

Een wet kan kloppen en toch oneerlijk zijn. Een jaartal kan kloppen en de eeuw ernaast niet.

De grenssteen aan de rand van het Laagveld, met het jaartal 1183 in de kop gehakt.
superplus08/b_grenssteen_met_jaartal.jpg
1

Eén artikel pakt oneerlijk uit: het geeft iemand voorrang om iets waar hij zelf niets voor gedaan heeft. Welk artikel is dat, en wie verliest erdoor? Herschrijf het zo dat het wél eerlijk is.

2

Op de grenssteen staat 1183. In het register staat in welke eeuw die steen gehakt is. Klopt die eeuw? Verbeter ze, en reken uit hoeveel jaar er tussen de steen en het geschil ligt.

3

Zet de vier gebeurtenissen in de goede volgorde en vul de twee laatste kolommen in.

wat gebeurde erwanneerhoeveel dagen na de meting
de raad geeft Verrin gelijk
twee huizen steken over naar Beauvent
de waterschrijver meet onder de derde kerf
de eilandvergadering had moeten samenkomen
4

Schrijf de eerste letter van elk van de twaalf artikelen onder elkaar, in volgorde. Lees wat er staat.

Het woord in de steen
Wereldoriëntatie naam
Het bord · deel 1 van 2

Acht kaartjes, zes plaatsen

Knip eerst alles uit. Plak pas als je gemeten hebt.
8
Zo werkt het bord

De zes regels staan in de cartouche rechts op het A3-bord. Ze bepalen niet wát je bouwt, wel waar het mag komen.

  • Zes van deze acht kaartjes komen in de zes gestreepte vakken van de bouwlijst.
  • Jij kiest zelf welk kaartje in welk vak komt; schrijf er het vakje bij, bijvoorbeeld D5.
  • Twee kaartjes horen er niet bij. Welke twee, dat zoek je uit op blad 9.
Een lege eilandkaart, een lat, een schaar en een potje lijm.
superplus08/b_lege_kaart_op_de_bouwtafel.jpg
twintig lage huizen
superplus08/b_kaart_01_nederzetting.jpg
De nederzetting
twintig huizen en een plein — 2 ha
een kade van steen
superplus08/b_kaart_02_haven.jpg
De haven
een kade van 120 m — plaats voor vier boten
de vlakke akker
superplus08/b_kaart_03_akker_a.jpg
Graanakker A
15 ha — 36 000 kg graan
de akker om de bocht
superplus08/b_kaart_04_akker_b.jpg
Graanakker B
18 ha — 43 200 kg graan
de bel draagt 2 km ver
superplus08/b_kaart_05_schoolbel_aan_een_boom.jpg
De school
één klas — 0,4 ha — de bel draagt 2 km ver
twaalf meter diep
superplus08/b_kaart_06_waterput.jpg
De waterput
12 m diep — zes emmers tegelijk
hoort waar de wind staat
superplus08/b_kaart_07_windmolen.jpg
De windmolen
12 m hoog — maalt 300 kg per dag, staat graag op de vlakte
gebouwd in het jaar 1100
superplus08/b_kaart_08_vuurtoren.jpg
De vuurtoren
14 m hoog — staat op de Zuidpunt sinds het jaar 1100
Wiskunde naam
Het bord · deel 2 van 2

Meten, en dan pas plakken

Elke plaats die je kiest, moet je met de lat kunnen verdedigen.
9
Twee centimeter is één kilometer

Dit bord staat op 1 : 50 000: 2 cm op het papier is 1 km in het echt. Je kaart van blad 3 staat op 1 : 100 000 en is half zo groot. Meet met de lat.

In de schuur liggen drie rijen van zes zakken; elke zak weegt zestig kilogram.
superplus08/b_graanschuur_met_zakken.jpg
1

Vul voor elk bouwwerk het vakje in dat je gekozen hebt, en de regel die het moet doorstaan. Zet in de laatste kolom hoe je gecontroleerd hebt dat het klopt.

bouwwerkvakjehoe ik het gecontroleerd heb
de haven
de nederzetting
graanakker A
de school
de waterput
2

Meet je weg van de haven naar de nederzetting met de lat. Hoeveel centimeter is dat, en hoeveel kilometer? Blijf je onder de zeven?

3

Twee kaartjes horen niet op het bord. Welke twee, en welke regel of welk artikel houdt ze tegen?

4

Hoeveel kilogram graan ligt er in de schuur? Voor hoeveel mensen is dat een jaar genoeg, aan 180 kg?

Wiskunde naam
De kas · deel 1 van 2

Veertien uitgaven, dertigduizend schelp

Alles wat de raad wil, kost 33 000. Alles wat de raad heeft, is 30 000.
10
De regels van de kas

Op elk kaartje staat één uitgave. Samen zijn ze 33 000 schelp waard, en jouw begroting is precies 30 000 schelp.

  • Elke post krijgt minstens één kaartje; een post zonder kaartje bestaat niet.
  • De school krijgt samen minstens 6 000 schelp, gezondheid samen minstens 3 000.
  • Het kaartje zes putten uitgraven blijft altijd liggen: zonder putten geen eiland.
beeld
superplus08/b_telplank_met_schelpen.jpg
4 500
schoolhuis met twee klassen — school
1 500
meester voor één jaar — school
900
boeken en leien — school
5 000
kade van steen — haven en weg
1 800
kraan en loods — haven en weg
2 800
de weg van 7 km — haven en weg
3 000
veldhospitaal — gezondheid
1 500
vroedvrouw en heelmeester — gezondheid
2 400
zes putten uitgraven — water en putten
600
putrand en peilstok — water en putten
5 200
schuur voor 60 ton graan — voorraadschuur
800
droogzolder — voorraadschuur
1 400
raadshuis — bestuur en reserve
1 600
reserve voor een slecht jaar — bestuur en reserve
Wiskunde naam
KASBOEK
De kas · deel 2 van 2

Plak tot het klopt

Zes posten, en samen precies dertigduizend schelp.
11
Eerst rekenen, dan lijmen

Leg de kaartjes eerst los in de vakken en tel op. Klopt het op 30 000? Pas dan lijm je. Wat je weglaat, leg je apart: je moet het straks nog verantwoorden.

Zes houten bakjes op de raadstafel, en één bakje ernaast voor wat afvalt.
superplus08/b_raadstafel_met_zes_bakjes.jpg
Plak de kaartjes van elke post in haar vak
schoolminstens 6 000
haven en wegde kade en de weg
gezondheidminstens 3 000
water en puttende zes putten blijven
voorraadschuurvoor het slechte jaar
bestuur en reservewie rekenschap aflegt
1

Welke kaartjes heb je weggelaten, en samen voor hoeveel schelp? Verantwoord elke schrapping in één zin, en tel je zes posten na.

Wiskunde naam
Het zegel

Een teken en geen naam

Van de Raad van de Vier Havens, de laatste dag van april
12

Aan de bestuurder van Almara

U hebt uw grondwet geschreven. Er ontbreekt nog één ding: een zegel. Wij vragen u er een te ontwerpen en het onder het laatste artikel van uw eigen grondwet te plakken, want een wet zonder zegel is een voorstel.

De stichters hebben in hun zegel geen naam gezet en geen gezicht, maar een bron die opwelt tussen drie ruggen. Wie dat teken zag, wist meteen waar het eiland van leefde. Kies dus iets wat uw eiland draagt, en niet iets wat u mooi vindt.

Teken het rond, in lijnen, zonder letters. Knip het daarna uit langs de rand en plak het op uw grondwet. Wat wij hier bewaren, is het afdrukje; wat u bewaart, is het eiland.

beeld
superplus08/b_zegelijzer_en_rode_was.jpg
1

Ontwerp het zegel van Almara.

Alleen lijnen, geen letters. Teken eerst klein in de hoek wat je wil laten zien, en zet het dan groot in de cirkel.

Knip je zegel uit langs de rand en plak het onder artikel tien van je eigen grondwet.
Wereldoriëntatie naam
Blad 13Almara, de stichtingskaart — een apart A3-blad, liggend. Dit blad zit niet in de A4-print.
Open en print de kaart apart (A3)
20 m60 m120 m8764976121411de heersende wind komt uit het noordwestenAABBCCDDEEFFGGHHIIJJKKLL1122334455667788de ZichelbaaiHET LAAGVELDE4 t.e.m. H6de Slingerrivierde bronde Drie Ruggen240 m205 m165 mde Zuidpuntde open noordkustde Westhoornde OostkaapNOZW01234kmALMARAstichtingskaart van de Raad van de Vier Havensschaal 1 : 50 000 — 2 cm op dit bord is 1 kmeen vakje van het rooster is 1 km bij 1 kmnoorden is boven — het eiland meet 12 km bij 7 kmDE ZES REGELS VAN DE RAAD1.De haven komt aan water van zes el of dieper, buitende heersende wind en zonder rotsen.2.De nederzetting komt boven de hoogtelijn van 20 m,op ten hoogste 1 km van de Slingerrivier, en niet ophet Laagveld.3.De akkers A en B komen op het Laagveld, E4 tot enmet H6.4.De school staat op ten hoogste 2 km van denederzetting: dat is 4 cm op dit bord.5.De waterput staat aan de Slingerrivier,stroomopwaarts van de nederzetting.6.De weg van de haven naar de nederzetting is tenhoogste 7 km lang: 14 cm op dit bord.Geen enkel plakvak heeft een vaste bestemming. Jijkiest wat waar komt; de zes regels zeggen alleen watNIET mag.DE BOUWLIJST— plak hier zes van je acht kaartjes en schrijf er het vakje bij1vakjeregel2vakjeregel3vakjeregel4vakjeregel5vakjeregel6vakjeregelHECTAREN, AF TE VINKENgraanakker A15 hagraanakker B18 hagerstakker C10 haweide, de geiten6 hamoestuin3 havlas, de weverij4 hadorp, school, put2 hasamen58 havan 60 ha ploegbaar in jaar één