← Back to CoursesDifferentiatie 5de Leerjaar
Differentiatie 5
Super plus 5 niveau 5/8

Sherlock Holmes en de dansende mannetjes

Baker Street, 1898

Baker Street, 1898. Een landheer uit Farrowgate vindt elke ochtend rijen dansende mannetjes op zijn tuinhek, en jij wordt de codebreker die Holmes erbij haalt. Je werkt je door vier cijfers heen: eerst een sleutel van zesentwintig figuurtjes, dan het codewiel met klokrekenen en rest bij deling, dan het tellen van letters om een briefje te kraken zonder sleutel, en ten slotte het sleutelwoordcijfer dat bij elke letter een andere verschuiving gebruikt. Onderweg lees je hoe Londen er in die jaren uitzag, leer je in het Frans een naam en een adres spellen, en leer je Holmes zijn eigenste kunstje: het verschil zien tussen wat je waarneemt en wat je daaruit besluit. Op het einde kraak je de laatste brief en schrijf je voor Watson de handleiding die hij zelf nooit heeft kunnen maken.

Download PDF In deze bundel hoef je niets te knippen. Je hebt een potlood, een lat en een gum nodig, en twee bladen die je naast je laat liggen zolang je werkt: blad 2 (de sleutel van de mannetjes) en blad 15 (de verschuivingen van het sleutelwoord). naar het bijvoegsel alle Super plus-bundels

Voor de leerkracht

Deze bundel is bundel 5 van acht en zit qua zwaarte in het midden van de reeks: er wordt meer gerekend dan in bundel 1 tot 4, en de meesterproef vraagt voor het eerst dat de leerling drie technieken achter elkaar toepast zonder dat er per stap gezegd wordt welke. De leerling kent uit de klas de deling met rest en de tafels; nieuw is dat de rest hier het antwoord zelf is (klokrekenen modulo 26), dat een staafdiagram uit zelf verzamelde gegevens wordt opgebouwd, en dat een geheimschrift met een sleutelwoord bij elke letter een andere verschuiving gebruikt. Taal levert de instructietekst en het onderscheid waarneming-gevolgtrekking, wereldorientatie en natuur leveren het Victoriaanse Londen achter het verhaal, Frans levert het alfabet en het spellen. Werk de bladen in volgorde: elk cijfer bouwt op het vorige, en de meesterproef gebruikt alle vier de sleutels. Reken op vier tot zes lesuren voor de hele bundel; de bladen 10 en 11 (tellen en staafdiagram) vragen samen een volledig uur.

Een geheimschrift met symboolvervanging lezen en er zelf een bericht mee schrijven (5)Inzien waarom een teken dat het einde van een woord aangeeft het kraken makkelijker maakt (6)De rest bij een deling gebruiken als antwoord in plaats van als overschot (6)Rekenen op een letterklok van zesentwintig plaatsen, ook als de rest 0 is en als je onder nul zakt (6)Een Caesarverschuiving met een codewiel toepassen in twee richtingen (5-6)Een verschuiving vinden die je niet gekregen hebt, door systematisch te proberen (6)Letters tellen in een tekst en de telling per alinea optellen tot een totaal (5)Van zelf verzamelde gegevens een staafdiagram maken met een schaal die je zelf leest (6)Een aandeel omzetten in een percentage en de uitkomst afronden (6)Een briefje kraken zonder sleutel door de gevonden volgorde naast de verwachte volgorde te leggen (6)Aanvaarden dat een korte tekst van de verwachte volgorde kan afwijken, en dat verklaren (6)Een sleutelwoordcijfer gebruiken waarin elke letter een eigen verschuiving krijgt (6)Versleutelen en ontcijferen als elkaars omgekeerde bewerking herkennen (6)Waarneming en gevolgtrekking uit elkaar houden en bij een gevolgtrekking zeggen hoe zeker ze is (6)Zelf drie deducties opschrijven en beoordelen welke ervan een tweede verklaring toelaat (6)Het Victoriaanse Londen situeren: stoomtrein, gaslicht, telegraaf, kinderarbeid, de eerste beroepspolitie (5-6)Jaartallen op een tijdlijn ordenen en tijdsverschillen in jaren berekenen (5)Verklaren hoe uit steenkool stadsgas werd gemaakt en waarom onvolledige verbranding roet oplevert (6)Uit een waarneming over grondsoort een gefundeerd besluit trekken over een route (6)Het Franse alfabet uitspreken en een naam en een adres spellen (epeler) (5-6)Franse sleutelwoorden rond schrijven en geheimschrift begrijpen en gebruiken (6)Een kraak-algoritme in stappen beschrijven: tellen, sorteren, vergelijken, proberen, controleren (6)Een stroomdiagram aanvullen waarin een stap terugspringt als de controle mislukt (6)Drie technieken achter elkaar toepassen zonder dat gezegd wordt welke techniek wanneer hoort (6)Een instructietekst van 120 tot 160 woorden schrijven met genummerde stappen die een ander kan uitvoeren (6)
De zaak · deel 1 van 3

Een brief uit Farrowgate

Millbrook House, 14 maart 1898
1

Geachte heer Holmes, ik schrijf u omdat ik niet weet aan wie ik het anders zou vragen. Sinds drie weken vind ik 's ochtends krijttekeningen op de muur van onze tuinschuur: rijen mannetjes die dansen, elk met armen en benen in een andere houding. Ik heb er de eerste ochtend om gelachen. Mijn vrouw niet.

Nora is bleek geworden toen ze de eerste rij zag, en ze wil er sindsdien niet over praten. Ze heeft me alleen gevraagd de tekeningen weg te vegen en er verder niets van te zeggen. Dat heb ik gedaan. De volgende ochtend stond er een nieuwe rij, langer dan de vorige, op het hek naast de oude zonnewijzer.

Ik heb ze overgetekend voor ik ze uitveegde. Bij elk woord houdt het laatste mannetje een vlaggetje omhoog; dat viel me op omdat het zo regelmatig terugkomt. Verder zie ik er geen enkel patroon in. Is het kindergekrabbel, dan wil ik dat horen. Is het iets anders, dan wil ik dat nog liever horen. Met achting, Thomas Crale.

Holmes las hem twee keer en zei toen pas iets.
superplus05/b01_brief_op_de_ontbijttafel.jpg
1

Crale geeft in zijn brief drie waarnemingen en een gok. Schrijf de drie waarnemingen op, en zet er daarna de gok onder. Hoe zie je het verschil?

2

Waarom is het vlaggetje bij het laatste mannetje van een woord goed nieuws voor wie de code wil kraken?

Taal naam
De zaak · deel 2 van 3

De sleutel van de dansende mannetjes

Zesentwintig figuurtjes, zesentwintig letters. Meer is het niet, en toch krijg je het er niet zomaar uit.
2
Hoe deze code werkt

Elk mannetje staat voor een letter. Holmes legde de figuurtjes op een strook naast elkaar en gaf ze een nummer, van 1 tot 26.

  • Elk nummer hoort bij precies een letter, en elke letter bij precies een nummer.
  • Het teken | is de vlag: daar houdt het mannetje een vlaggetje omhoog en eindigt een woord.
  • Er zijn geen hoofdletters, geen punten en geen komma's. Alleen letters en vlaggen.
De strook zoals Holmes hem op het bord prikte: elk vakje een figuurtje, sommige met een vlaggetje.
superplus05/b02_sleutelstrook_met_mannetjes.jpg
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
14
3
22
8
1
19
11
6
2
25
17
9
13
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
4
5
21
26
7
10
12
16
23
18
24
20
15
1

Dit is de rij van de tuinschuur, de eerste die Crale overtekende. Ontcijfer hem met de sleutel hierboven en schrijf de zin eronder.

217|314|12171611|
Denken & code naam
BEWIJSSTUK
De zaak · deel 3 van 3

Het briefje op het hek

De tweede rij is langer. Volgens Crale stond ze er de ochtend nadat hij de eerste had uitgeveegd.
3
Werk zoals Holmes werkt

Schrijf eerst alle nummers over met genoeg ruimte eronder. Vul dan pas de letters in, woord per woord, en gebruik de vlaggen als grens.

  • Ga niet raden voor je klaar bent: een verkeerde gok laat je de rest ook verkeerd lezen.
Het hek naast de zonnewijzer, kort na zonsopgang.
superplus05/b03_hek_bij_de_zonnewijzer.jpg
1

Ontcijfer de rij van het hek en schrijf de boodschap op de lijnen eronder.

17513|414147|81|155441182251517|
2

Nora wil antwoorden met een woord: NOOIT. Schrijf dat woord in nummers, met de vlag erachter. Bedenk daarna zelf een antwoord van drie woorden en schrijf dat er ook in nummers onder.

Wist je dat

Een code waarin elk teken altijd dezelfde letter is, heet een vervangingscijfer. Hij is snel te schrijven en, zoals je verderop merkt, ook verrassend snel te kraken.

Denken & code naam
Het wiel · deel 1 van 3

De letterklok

Zesentwintig plaatsen op een ronde wijzerplaat. Na Z kom je weer bij A uit, en daar heb je de rest bij een deling voor nodig.
4
Rekenen dat rondloopt

Zet de 26 letters op een klok: A op plaats 1, Z op plaats 26. Schuif je vanaf een letter een aantal plaatsen op, dan loop je gewoon door over de 26 heen.

  • Tel eerst op: plaats + verschuiving. Is de som hoogstens 26, dan ben je klaar.
  • Is de som groter dan 26, deel dan door 26 en neem de rest. 29 : 26 = 1 rest 3, dus plaats 3.
  • Is de rest 0, dan sta je precies op de 26: dat is de Z. 52 : 26 = 2 rest 0, dus plaats 26.
  • Word je negatief, tel er dan 26 bij op. 3 - 7 = -4, en -4 + 26 = 22.
Een wijzerplaat met zesentwintig streepjes in plaats van twaalf.
superplus05/b04_klok_zonder_wijzers.jpg
1

Reken op de letterklok. Schrijf in de middelste kolom de deling met de rest, en in de laatste kolom de plaats en de letter waar je uitkomt.

somdeling door 26 en de restplaats en letter
24 + 5
19 + 12
21 + 5
3 - 7
26 + 1
2

Bij een van de vijf sommen hierboven loopt de gewone regel mis en moet je de uitzondering gebruiken. Welke is het, en wat gaat er mis als je er niet aan denkt?

Wiskunde naam
Het wiel · deel 2 van 3

Het codewiel van Baker Street

Twee ronde schijven op elkaar, met een speld door het midden. Draai de binnenste en je hebt een nieuwe code.
5
Een verschuiving voor de hele boodschap

Bij dit cijfer krijgt elke letter dezelfde verschuiving. Bij plus drie wordt A een D, B een E, en Z weer een C, want de klok loopt rond.

  • Versleutelen is optellen. Ontcijferen is precies hetzelfde aftrekken.
  • Je hoeft maar een ding te onthouden: het getal. Dat is de kracht en de zwakte van dit cijfer.
beeld
superplus05/b05_codewiel_op_de_werkbank.jpg
1

Holmes onderschepte dit telegram. De verschuiving is plus drie. Ontcijfer het.

GH|WUHLQ|YDQ|WLHQ|XXU|
2

Watson wil terugseinen: GEEN GEVAAR. Versleutel die twee woorden met dezelfde verschuiving en schrijf ze op.

Denken & code naam
Het wiel · deel 3 van 3

Vijfentwintig deuren, een sleutel

Deze keer staat er geen getal bij. Er zijn maar vijfentwintig mogelijkheden, en dat is precies waarom dit cijfer niet deugt.
6
Systematisch proberen

Een verschuiving van 26 verandert niets, dus er blijven er 25 over om te proberen. Wie slim begint, is er veel sneller dan wie bij een begint.

  • Begin bij de kortste woorden. Een woord van twee letters is in het Nederlands vaak de, op, en of te.
  • Test een verschuiving altijd op drie woorden. Een woord kan toevallig kloppen, drie niet.
De sleutelmaker heeft er vijfentwintig. Een past.
superplus05/b06_vijfentwintig_sleutels.jpg
1

Dit briefje lag in de zak van de tuinman. De verschuiving is onbekend.

PMB|TQKPB|WX|LM|BWZMV|
verschuiving die ik probeerwat het derde woord (W X) dan wordtkan dat?
2

Schrijf de gevonden verschuiving en de hele klaartekst op.

Wiskunde naam
ARCHIEF
Victoriaans Londen · deel 1 van 2

Een stad die nooit stil lag

Waar dit verhaal zich afspeelt, en waarom een detective daar in 1898 werk had.
7

Londen, 1898

1Toen Holmes in 1898 uit zijn raam keek, zag hij een stad die in honderd jaar zes keer zo groot was geworden. Rond 1800 woonden er ongeveer een miljoen mensen, rond 1900 meer dan zes miljoen. Ze kwamen van het platteland, want in de stad was werk: in de fabrieken, in de haven en bij het spoor.

2Dat spoor was nieuw. In 1825 reed in Engeland de eerste spoorlijn met stoomtreinen voor reizigers. Tien jaar later lag de eerste lijn van het Europese vasteland tussen Brussel en Mechelen. Vanaf 1863 reed er in Londen zelfs een trein onder de grond, de eerste ter wereld. Wie vroeger drie dagen onderweg was, deed er nu een halve dag over.

3Berichten gingen nog sneller. Vanaf 1837 werden er telegraafdraden langs de sporen gespannen. Een bericht dat je 's ochtends afgaf, lag een uur later in een kantoor honderden kilometers verderop. Voor het eerst reisde nieuws sneller dan de mens die het bracht. Een detective kon een vraag stellen en nog dezelfde dag een antwoord krijgen.

4Niet iedereen won erbij. In de fabrieken werkten kinderen van acht en negen jaar, twaalf uur per dag, voor een paar stuivers. Pas in 1889 verbood Belgie fabrieksarbeid voor kinderen onder de twaalf. En omdat de oude nachtwachten de groeiende stad niet meer aankonden, kreeg Londen in 1829 een beroepspolitie: mannen in uniform, met een vast loon en een vaste ronde.

Uit het dossier dat Holmes voor deze zaak aanlegde

Onder de kap van het kopstation, tien voor elf.
superplus05/b07_station_onder_stoom.jpg
1

Vul aan met de tekst erbij. Zet in de laatste kolom wat er voor gewone mensen veranderde, niet wat de uitvinding was.

vernieuwingvanaf wanneerwat veranderde er voor gewone mensen?
de stoomtrein voor reizigers
de telegraaf langs het spoor
de trein onder de grond
de beroepspolitie
2

De tekst noemt twee dingen die sneller gingen en een ding dat voor sommige mensen slechter werd. Leg uit hoe die twee met elkaar te maken hebben.

Wereldoriëntatie naam
Victoriaans Londen · deel 2 van 2

Gaslicht, roet en drie soorten modder

Vervolg van blad 7. Van steenkool naar straatlantaarn, en van een vuile laars naar een besluit.
8

Wat er in de lucht hing

Al dat werk draaide op steenkool, en het licht ook. In de gasfabriek verhitte men steenkool in gesloten ovens, zonder lucht erbij. Daardoor kwam er gas uit vrij dat door buizen naar de straatlantaarns werd gestuurd. Wat in de oven overbleef, was cokes en dikke zwarte teer. Vanaf 1807 brandden zo de eerste gaslantaarns van Londen.

Verbranden lukt alleen met zuurstof. Krijgt een vlam of een kachel te weinig lucht, dan verbrandt de steenkool niet helemaal en blijven er piepkleine zwarte deeltjes over: roet. Een miljoen schoorstenen maakten samen zoveel roet dat de mist er bruin van werd. Bij koud, windstil weer bleef die laag dagenlang boven de stad hangen.

Daar kon Holmes mee werken. Wie door zo'n stad loopt, neemt de stad mee aan zijn kleren. Londen zelf ligt op zware, plakkerige klei. Langs de rivier ligt grind en zand, en op de heuvels ten zuiden begint wit krijt. Drie soorten modder aan een laars zijn dus drie soorten grond, en drie mogelijke wegen die iemand die ochtend genomen heeft.

De lantaarnopsteker doet zijn ronde; verder dan tien passen zie je niets.
superplus05/b08_gaslantaarn_in_de_mist.jpg
Wist je dat

Stadsgas werd in buizen onder de straat vervoerd. Een lek rook je: men mengde er met opzet een stof bij die stonk, zodat niemand de lekkage over het hoofd zou zien.

1

Drie bezoekers komen bij Holmes binnen. Schrijf in de laatste kolom wat je uit de modder besluit, en zet erbij hoe zeker je bent.

wat je aan de laars zietwelke grond is dat?wat besluit je, en hoe zeker?
zware, plakkerige klei tot boven de zool
wit, korrelig stof in de naden
grof grind en nat zand
2

Waarom wordt de mist boven een stad bruin en niet grijs? Gebruik in je antwoord de woorden zuurstof en roet.

Natuur & techniek naam
Victoriaans Londen · de tijdlijn

Zeventig jaar in een mensenleven

Alles wat op blad 7 en 8 staat, gebeurde binnen het leven van een enkele mens.
9
Van jaartal naar afstand in de tijd

Het verhaal speelt in 1898. Om te weten hoe lang geleden iets toen was, trek je het jaartal van 1898 af.

  • 1801 tot 1900 is de negentiende eeuw: de eeuw is telkens een hoger getal dan de honderdtallen.
jaarwat er gebeurdehoeveel jaar voor 1898?
1825eerste spoorlijn met stoomtreinen voor reizigers
1829Londen krijgt een beroepspolitie
1835eerste spoorlijn van het Europese vasteland
1837eerste telegraaflijn langs het Engelse spoor
1863eerste ondergrondse spoorlijn ter wereld
1889Belgie verbiedt fabrieksarbeid onder twaalf jaar
Een la vol jaren, op volgorde gelegd.
superplus05/b09_tijdlijn_in_een_archiefkast.jpg
1

Een man van 73 jaar zit in 1898 bij Holmes in de wachtkamer. Welke van de zes gebeurtenissen uit de tabel heeft hij zelf niet bewust kunnen meemaken, en waarom denk je dat?

2

Londen groeide van ongeveer 1 000 000 inwoners in 1801 naar ongeveer 6 500 000 in 1901. Reken uit hoeveel mensen er in die honderd jaar bij kwamen, en hoeveel dat gemiddeld per jaar is.

Wereldoriëntatie naam
Letters tellen · deel 1 van 3

Zes letters die je verraden

Een taal heeft gewoontes, en gewoontes laten sporen na. Tel ze eerst; kraken doe je op blad 12.
10
Zo tel je zonder de kluts kwijt te raken

Tel per alinea en per letter apart. Zet een streepje per vondst, vijf streepjes als een hekje, en tel pas op het einde alles samen.

  • Tel alleen de letters in de drie alinea's hieronder, niet in de titel en niet in de opdracht.
  • Hoofdletters tellen mee als gewone letters. Leestekens tel je niet mee.

De gewoontes van het Nederlands

Een taal heeft gewoontes. Wie honderd Nederlandse zinnen naast elkaar legt, ziet dat sommige letters zich overal opdringen en andere zich bijna nooit laten zien. De e staat vooraan in die rij, met ruime voorsprong. Daarna volgen de n, de a en de t, en even later de i en de r.

Dat is geen toeval. Onze lidwoorden, onze uitgangen en onze kleine woordjes zitten vol met dezelfde letters. Elk meervoud op en levert meteen een e en een n. Elke zin met de of een of het sleept er nog een paar mee.

Een codebreker maakt daar gereedschap van. Hij telt de tekens in een geheime boodschap, zet ze op volgorde van hoe vaak ze voorkomen, en legt die volgorde naast wat hij van het Nederlands verwacht. Het teken dat bovenaan staat, is bijna altijd de e.

beeld
superplus05/b10_letterkast_van_de_drukker.jpg
1

Turf de zes letters, alinea per alinea, en tel ze daarna op. Schrijf in de laatste kolom het totaal.

letteralinea 1alinea 2alinea 3totaal
e
n
a
t
i
r
Taal naam
TELLING
Letters tellen · deel 2 van 3

Het staafdiagram van de letters

Je telling van blad 10 wordt hier een beeld. Pas dan zie je in een oogopslag wie de winnaar is.
11
De schaal van dit diagram

Elk vakje staat voor tien letters. Kleur van links naar rechts een vakje per tien, en kleur een half vakje als er vijf of meer overblijven.

  • De tekst van blad 10 telt 138 woorden en 586 letters. Dat laatste getal heb je zo meteen nodig.
  • Kleur netjes tot aan de rand van het vakje: een slordige staaf leest verkeerd.
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100
110
120
130
140
e
n
a
t
i
r
beeld
superplus05/b11_staven_op_de_lessenaar.jpg
1

Zet de zes letters in volgorde van hoe vaak ze voorkomen, de grootste eerst. Vergelijk die rij met de rij die in de tekst van blad 10 voorspeld werd. Wat valt op?

2

Reken voor de e en voor de n uit welk deel van alle 586 letters ze innemen, in procent, afgerond op een heel getal. Schrijf ook je berekening op.

Wiskunde naam
Letters tellen · deel 3 van 3

Kraken zonder sleutel

Niemand gaf je een getal. Je telling doet het werk.
12
Van telling naar verschuiving

Tel de letters in het briefje. De letter die bovenaan staat, is bijna altijd de e.

  • Reken dan: plaats van die letter min plaats van de e (dat is 5). Zo groot is de verschuiving.
  • Controleer op drie woorden voor je de rest uitschrijft. Klopt het niet, neem dan de tweede letter uit je telling.
Eerst tellen, dan pas schrijven.
superplus05/b12_vergrootglas_boven_een_briefje.jpg
1

Dit briefje kwam per post, zonder afzender. Tel de letters, vind de verschuiving en ontcijfer.

SPE|OPCOP|MCTPQUP|YZPXE|OP|YLLX|GLY|OP|LQKPYOPC|
2

Hoeveel keer komt de letter die voor de e staat in dit briefje voor, en hoeveel keer die op de tweede plaats? Waarom is dat verschil belangrijk?

Denken & code naam
Frans · deel 1 van 2

L'alphabet: elke letter heeft een naam

Wie een code doorgeeft, moet letter per letter kunnen zeggen wat er staat. In het Frans heet dat épeler.
13
Zesentwintig namen

De letters zijn dezelfde als bij ons, maar hun namen niet. Lees de rij hardop; je hoort meteen welke vier je nooit zou raden.

  • Let op de j: die heet ji, terwijl de g gé heet. Precies omgekeerd aan wat je verwacht.
  • De y heet i grec, letterlijk de Griekse i, want die letter kwam uit het Grieks.
A · a
B · bé
C · cé
D · dé
E · e
F · effe
G · gé
H · ache
I · i
J · ji
K · ka
L · elle
M · emme
N · enne
O · o
P · pé
Q · ku
R · erre
S · esse
T · té
U · u
V · vé
W · double vé
X · ixe
Y · i grec
Z · zède
beeld
superplus05/b13_letterstempels_in_een_bak.jpg
Twee zinnen die je altijd kan gebruiken

Vous pouvez épeler, s'il vous plaît ? = Kan u dat spellen, alstublieft? En: Comment ça s'écrit ? = Hoe schrijf je dat?

1

Spel deze drie namen hardop in het Frans en schrijf de letternamen achter elkaar op: CRALE, VAYLE, HOLMES. Zet een streepje tussen de namen van de letters.

Frans naam
SIGNALEMENT
Frans · deel 2 van 2

Épeler: een naam en een adres

Aan het loket van het telegraafkantoor wordt alles nagevraagd. Fout gespeld is fout verzonden.
14
wat de beambte vraagtwat dat betekentwat jij antwoordt
Comment vous appelez-vous ?Hoe heet u?Je m'appelle ...
Épelez votre nom, s'il vous plaît.Spel uw naam, alstublieft.C'est ...
Où habitez-vous ?Waar woont u?J'habite au ...
C'est une majuscule ?Is dat een hoofdletter?Oui, une majuscule.
Avec un trait d'union ?Met een koppelteken?Non, sans trait d'union.
Vous pouvez répéter ?Kan u dat herhalen?Oui, bien sûr.
Aan het loket wordt elke naam twee keer gespeld.
superplus05/b14_telegraafkantoor.jpg
la clé = de sleutelle message = het berichtla lettre = de letterle chiffre = het cijfersecret = geheimdéchiffrer = ontcijferenépeler = spellenune majuscule = een hoofdletter
1

Schrijf in de tweede kolom hoe je het woord in het Frans spelt, letternaam per letternaam.

wat je moet doorgevenhoe je het spelt in het Frans
VAYLE
CHARDON
NORA
de straat waar jij woont
2

Je geeft je adres door: nummer 22, rue du Chardon. Schrijf de hele zin in het Frans, met het huisnummer voluit in woorden.

Frans naam
Het sleutelwoord · deel 1 van 3

Een sleutelwoord van vier letters

Een verschuiving is te kraken. Vier verschuivingen om beurten zijn dat veel minder.
15
Waarom een sleutelwoord sterker is

Bij het codewiel kreeg elke letter dezelfde verschuiving. Bij dit cijfer krijgt de eerste letter de eerste verschuiving, de tweede letter de tweede, en zo verder; na vier begin je opnieuw.

  • De verschuiving van een sleutelletter is haar plaats in het alfabet: A is 1, M is 13, Z is 26.
  • De sleutel loopt gewoon door over de spaties heen. Een nieuw woord begint niet met een nieuwe sleutel.
  • Daardoor wordt dezelfde letter niet elke keer hetzelfde teken. En dan helpt tellen je niet meer.
sleutelletterplaats in het alfabetverschuiving
M13+13
I9+9
S19+19
T20+20
Vier stempels, om beurten. Daarna weer de eerste.
superplus05/b15_vier_letterstempels.jpg
1

Oefen het rekenen. Gebruik de letterklok van blad 4: word je groter dan 26, neem dan de rest na deling door 26.

letterverschuivingsomwordt
H+138 + 13 = 21U
O+9
N+19
Wiskunde naam
Het sleutelwoord · deel 2 van 3

Versleutelen met MIST

Eerst zelf een bericht dichtdoen. Wie dat kan, kan het straks ook opendoen.
16
Werkwijze

Schrijf je bericht op. Zet daarboven het sleutelwoord, letter voor letter herhaald, spaties overgeslagen. Reken dan per letter de som uit.

  • Zo wordt HOND met MIST: H+13 is U, O+9 is X, N+19 is G, D+20 is X. Samen UXGX.
  • Controleer achteraf altijd door je eigen cijfertekst terug te rekenen met dezelfde vier getallen.
UXGX
beeld
superplus05/b16_kade_in_de_mist.jpg
Let op

Een verschuiving van 26 brengt je precies terug op dezelfde letter. Kom je uit op de rest 0, dan sta je op plaats 26.

1

Versleutel GEEN GEVAAR met het sleutelwoord MIST. Schrijf eerst de sleutelletters boven de letters, dan de sommen, dan het resultaat.

2

Kijk naar de twee e's in GEEN. Worden ze hetzelfde teken? Leg uit waarom dat zo uitkomt.

Denken & code naam
Het sleutelwoord · deel 3 van 3

De steen in het tuinpad

Nu de andere kant op: van cijfertekst naar klaartekst. Ontcijferen is aftrekken.
17
Terugrekenen

Zet weer het sleutelwoord boven de tekens en trek nu af in plaats van op te tellen.

  • Zak je onder 1, tel er dan 26 bij op. Voorbeeld: 4 - 13 is -9, en -9 + 26 = 17.
  • Het bericht telt dertig letters, dus de sleutel MIST gaat er zeven en een halve keer over.
Bij de derde steen. Precies zoals het briefje zei.
superplus05/b17_losse_steen_in_het_tuinpad.jpg
1

Ontcijfer dit bericht met het sleutelwoord MIST en schrijf de zin op de lijnen.

QN|LFRDMYY|UBAG|XGXRA|WY|QNKXR|BMYRW|
2

De letters Q N staan twee keer naast elkaar in de cijfertekst. Ontcijfer ze allebei. Komt er twee keer hetzelfde uit, en hoe kan dat, terwijl je op blad 16 net zag dat dezelfde letter meestal een ander teken wordt?

Denken & code naam
Deductie · deel 1 van 2

Uit het schrift van Watson

Dinsdagavond, in de koets terug naar de stad
18

Ik heb vanmiddag opnieuw geprobeerd te doen wat hij doet, en ik ben er opnieuw naast gaan zitten. Er kwam een man binnen, en Holmes zei na vier tellen dat hij die ochtend te voet van de overkant van de rivier was gekomen en dat hij met zijn handen werkte. De man knikte alsof dat de gewoonste zaak van de wereld was.

Achteraf heeft hij het uitgelegd, en het is nooit toveren. Hij ziet iets, en dan denkt hij iets. Het eerste is een waarneming: grijswitte spatten op de rand van de laars, een linkerhand die veel bruiner is dan de rechter. Het tweede is een gevolgtrekking: krijt betekent de heuvels ten zuiden, en een enkele gebruinde hand betekent dagenlang buiten zitten met die hand in de zon.

Het verschil dat ik telkens vergeet, is dit. Een waarneming kan je aanwijzen; een gevolgtrekking niet. En een gevolgtrekking kan fout zijn zonder dat de waarneming fout is. De bruine hand kan ook van een koetsier zijn die naar het westen rijdt, met de zon aan een kant. Holmes noemt er altijd twee en kiest dan de waarschijnlijkste. Ik noem er een en denk dat ik klaar ben.

Schrijven in een rijdende koets is een vak apart.
superplus05/b18_notitieboek_op_de_knie.jpg
1

Haal uit Watsons schrift twee waarnemingen en de gevolgtrekking die erbij hoort. Bedenk er telkens een tweede verklaring bij die ook zou kunnen kloppen.

waarneminggevolgtrekking van Holmeswat het ook kan zijn
grijswitte spatten op de laarsrand
een linkerhand die bruiner is dan de rechter
de man knikte meteen
Taal naam
Deductie · deel 2 van 2

Drie eigen deducties

Nu jij. Kijk om je heen en zeg erbij hoe zeker je bent; dat laatste is het moeilijkste stuk.
19
Een deductie in drie delen

Een goede deductie noemt eerst wat je ziet, dan wat je daaruit besluit, en dan hoe sterk dat besluit staat.

  • Zeker mag alleen als er geen tweede verklaring bestaat. Dat komt zelden voor.
  • Waarschijnlijk betekent: er is een andere verklaring, maar die is onwaarschijnlijker.
  • Een gok is geen schande, zolang je het erbij zet.
Drie voorwerpen uit de zakken van een bezoeker.
superplus05/b19_drie_voorwerpen_op_een_doek.jpg
1

Vul de gids aan met drie deducties van jezelf: over iemand in je klas, over het lokaal, of over de afbeelding hierboven. De eerste rij is voorgedaan.

wat ik ziewat ik daaruit besluithoe zeker?
de gum is aan een kant helemaal afgesletendie is veel gebruikt door dezelfde handwaarschijnlijk
2

Kies de deductie waar je het minst zeker over bent. Wat zou je kunnen nakijken om er zekerder over te worden? Noem twee dingen.

Taal naam
Het algoritme · deel 1 van 2

Het kraak-algoritme in stappen

Alles wat je op blad 10 tot 12 gedaan hebt, in een vaste volgorde die ook werkt op een briefje dat je nog nooit gezien hebt.
20
Wat een algoritme moet hebben

Een algoritme is een rij stappen die altijd tot een einde komt. Twee dingen mogen er nooit aan ontbreken.

  • Elke stap begint met een werkwoord waarmee je meteen iets kan doen: tel, sorteer, vergelijk, probeer.
  • Er staat bij wat er gebeurt als een stap mislukt, anders loop je vast en weet je niet waar.
beeld
superplus05/b20_uurwerk_op_de_werkbank.jpg
stapwat je doetwat als het misloopt
1 tellentel hoe vaak elk teken voorkomt
2 sorteren
3 vergelijkenleg je volgorde naast e, n, a, t, i, r
4 proberen
1

Vul de lege vakjes van de tabel in. Schrijf bij stap 4 ook wat je doet als de eerste poging geen Nederlandse woorden oplevert.

2

Op welk soort geheimschrift werkt dit algoritme niet, en waarom niet? Denk aan blad 15.

Denken & code naam
WERKWIJZE
Het algoritme · deel 2 van 2

Het stroomdiagram

Vier vakjes zijn ingevuld, vier niet. Schrijf de ontbrekende stappen zo op dat een ander ze kan uitvoeren.
21
Lees van boven naar onder

Elk vakje is een stap. Onderaan staat een stap die je terugstuurt naar boven; dat heet een herhaling en die hoort erbij.

  • Schrijf in de lege vakjes een zin die begint met een werkwoord, en niet langer is dan een regel.
1 · Tel hoe vaak elk teken in het briefje voorkomt.
2 ·
3 · Leg je volgorde naast de verwachte volgorde: e, n, a, t, i, r.
4 ·
5 · Reken uit hoeveel de verschuiving dan is.
6 ·
7 · Lees je Nederlandse woorden? Zo ja, werk het hele briefje af.
8 ·
beeld
superplus05/b21_seinpaal_bij_het_spoor.jpg
1

Vakje 8 moet je terugsturen naar een eerder vakje. Naar welk nummer, en wat verander je voor je het opnieuw probeert?

Denken & code naam
PER KOERIER
Meesterproef · deel 1 van 3

De laatste brief

Drie stukken, drie cijfers. Het eerste stuk zegt hoe je het tweede opent, en het tweede hoe je het derde opent.
22

Vanmorgen om zes uur bracht een jongen dit pakje aan de deur en verdween voor Watson zijn jas aan had. Er zat geen naam bij en geen afzender, alleen drie stroken papier, genummerd, en een kaartje met de woorden: alles staat erin, in de goede volgorde.

Holmes legde de stroken naast elkaar en zei: het eerste stuk is van dezelfde hand als het hek in Farrowgate, het tweede is met een wiel gemaakt, en het derde met iets wat ik nog niet ken. Hij schoof ze naar jou toe. Begin bij het eerste; het vertelt je wat je met het tweede moet doen.

Zes uur, en al weg voor iemand iets kon vragen.
superplus05/b22_koerier_aan_de_deur.jpg
1

Strook een is in dansende mannetjes. Ontcijfer met de sleutel van blad 2.

8714142|6112|18219|15110|
2

Strook twee is met het codewiel gemaakt. Strook een heeft je net verteld hoeveel je moet draaien.

JK|YRKAZKR|OY|XUUQ|
Taal naam
Meesterproef · deel 2 van 3

Strook drie

Je hebt het sleutelwoord nu zelf gevonden. Het staat nergens meer op dit blad.
23
Voor je begint

Strook twee gaf je een woord van vier letters. Reken eerst voor elk van die vier de verschuiving uit; ontcijfer daarna woord per woord.

1

Ontcijfer strook drie. Het is de langste van de drie, dus werk woord per woord en kijk elk woord na voor je verder gaat.

CDB|LDATPF|CPLJ|ST|ZMST|VSST|ZE|TAQ|MJG|PF|QGPFV|SP|TGXPNTC|XWT|
beeld
superplus05/b23_pakhuis_aan_de_kade.jpg
2

Waarom moesten de drie stroken in deze volgorde gekraakt worden? Leg uit wat er misloopt als je bij strook drie begint.

Denken & code naam
Meesterproef · deel 3 van 3

De handleiding voor Watson

Watson kan alles wat jij kan, behalve dit. Schrijf het op zodat hij het zonder jou kan.
24
Wat er in een goede handleiding staat

Schrijf 120 tot 160 woorden, in genummerde stappen. Je legt uit hoe je een briefje in dansende mannetjes leest en wat je doet als er geen sleutel bij zit.

  • Begin elke stap met een werkwoord in de gebiedende wijs: tel, schrijf, vergelijk, controleer.
  • Zet bij minstens twee stappen wat Watson moet doen als het niet lukt.
  • Gebruik geen woord dat je zelf niet zou kunnen uitleggen, of leg het erbij uit in een halve zin.
  • Sluit af met een stap waarin hij zijn eigen antwoord nakijkt. Zonder die stap is een handleiding niet af.
beeld
superplus05/b24_bureau_van_watson.jpg
1

Schrijf de handleiding. Lees hem daarna hardop en streep elke stap weg die je niet zonder aarzelen kan uitvoeren; herschrijf die eronder.

Taal naam

Bijvoegsel — Het dossier van de gezant

13 blz. A4 + A3

Een week voor de brief uit Farrowgate verdween in Londen een gezant: een man die brieven droeg en zijn hele dag indeelde op de slagen van de grote klok. Watson schreef er een verslag over dat hij zelf niet helemaal begrijpt. Jij leest dat verslag, legt er zes bewijsstukken naast, knipt acht krijtbriefjes uit en ontcijfert ze, en zoekt op het A3-stadsplan het ene vakje waar alles samenkomt.

Bijvoegsel apart openen en printen (13 blz.) Londen, 1898 — het stadsplan bij het dossier (A3, apart) Blad 10 is een knipblad, blad 11 een plakblad en onderaan blad 12 staat je detectivekaart; het codewiel knip je uit de hoek van het A3-plan, waar niets van het plan onder staat. Je hebt een schaar, een lijmstift, een splitpen en een lat nodig.
Het dossier · de opdracht

Een opdracht van Baker Street

Baker Street, zaterdag 12 maart 1898
1

Beste collega, Watson heeft deze week een verslag geschreven dat hij zelf niet helemaal begrijpt. Dat is geen verwijt: hij heeft eerlijk opgeschreven wat hij gezien heeft, en juist daardoor staat er meer in dan hij weet. Ik heb dat verslag, het stadsplan van de stad en alles wat wij verder gevonden hebben in dit dossier gelegd. Je krijgt het zoals het is.

Wat je moet doen, is dit. Lees het verslag eerst van voor naar achter en trek er nog niets uit. Kijk pas daarna naar wat er niet klopt: een naam, een uur, een dag. Leg de bewijsstukken ernaast. En vouw het stadsplan open, want er staat één plaats in het verslag die zo nauwkeurig beschreven is dat er maar één vakje bij past.

Ik zeg je niet welke plaats dat is, en ook niet wat er met de gezant gebeurd is; ik weet het zelf nog niet. Ik zeg je wel dat een van de stukken in dit dossier gelogen is, en dat je dat kunt bewijzen zonder ook maar iemand te ondervragen. Schrijf op wat je vindt, en zet er telkens bij waar je het gevonden hebt. Met achting, S. Holmes.

Het dossier zoals het op de ontbijttafel lag: een map, een plan en zeven losse stukken.
superplus05/b_dossiermap_op_de_tafel.jpg
Wat er in dit dossier zit

Vijf soorten stukken, en ze horen bij elkaar. Verwijs naar een regel met deel en nummer: 1-4 betekent deel 1, regel 4.

  • Het verslag van Watson, blad 3 tot 5, met genummerde regels per deel.
  • De bewijsstukken, blad 8 en 9: zes voorwerpen met iets erin verstopt.
  • Acht briefjes in mannetjes, blad 10 en 11: knippen, ontcijferen, plakken.
  • Het stadsplan op A3, met de sleutel, de route en het codewiel in de hoek.
Taal naam
Het A3-plan

Het stadsplan van Londen lezen

Leg het grote blad naast je. Je ontcijfert eerst de stroken langs de onderrand, en daarna meet je.
2
Zo lees je dit plan

Het plan heeft een rooster van A tot L en van 1 tot 8. Een vakje noem je met de letter eerst, dus H5 en niet 5H.

  • Eén vakje is 20 mm op het plan: 500 yards, en dat is ongeveer 450 meter.
  • Langs de onderrand staan zes stroken met dansende mannetjes; strook 6 is weggesneden.
  • In de rechterhoek staan twee schijven. Die knip je pas uit als je aan blad 12 toe bent.
Een plan leest pas als je er met een lat overheen gaat.
superplus05/b_stadsplan_op_de_tafel.jpg
1

Ontcijfer de vijf stroken met de sleutel uit de cartouche, zoek elke plaats op het plan en vul de tabel in. De laatste kolom vul je in door te tellen: hoeveel vakjes naar links of rechts, plus hoeveel naar boven of onder. Strook 6 laat je voorlopig leeg.

strookhet woordde plaats op het planhet vakjevakjes vanaf de vorige
1
2
3
4
5
6
2

Meet met je lat de afstand tussen het midden van vak E4 en het midden van vak H4. Schrijf op hoeveel millimeter dat is, hoeveel vakjes, hoeveel yards en hoeveel meter. Tel daarna de laatste kolom van je tabel op tot en met strook 5.

Wereldoriëntatie naam
Het verhaal van de gezant · deel 1 van 3

Het verhaal van de gezant

Vrijdagavond 11 maart 1898, Baker Street
3

1Dit schrijf ik op de avond na de dag waarop wij de zaak hebben moeten laten liggen. Het is het dossier van de gezant, en het loopt van maandag zeven maart tot gisteravond. Holmes zegt dat een verslag dat je pas maakt als je het antwoord al kent, geen verslag meer is maar een verhaal. Ik houd mij dus aan wat ik zelf gezien en gehoord heb, en ik zet er telkens bij wanneer. Wat ik ervan denk, komt pas op het laatste blad.

2Elias Vayle is gezant bij het kantoor Chardon aan de Vismarkt. Een gezant draagt wat je niet aan de post durft toe te vertrouwen: contracten, wissels, brieven die een handtekening nodig hebben. Hij loopt elke dag dezelfde ronde, want een ronde die verandert, valt op. Vayle is vierendertig, klein van stuk, en draagt altijd dezelfde bruine jas met een gescheurde rechtermouw.

3Gisteren, donderdag tien maart, is hij niet teruggekomen. Het kantoor wachtte tot de avond en stuurde toen een jongen naar Baker Street. Holmes vroeg drie dingen: wat de gezant bij zich had, langs welke plaatsen hij die dag moest, en wie wist dat hij die ronde liep. Op de eerste vraag kwam geen antwoord, op de tweede een lijstje, op de derde een stilte. Ik heb die stilte opgeschreven, want ook een stilte is een waarneming.

4Elke ochtend begon zijn ronde bij het station Marlow, waar de vroege trein de postzakken afzet. Om zes uur stond hij daar. Om tien uur was hij in Baker Street, bij een notaris, twee huizen van het onze. Ver is dat niet, en toch deed hij er vier uur over. Holmes zei meteen dat daar het eerste getal zat dat niet klopt.

5Zes slagen, acht slagen, tien slagen: Vayle deelde zijn dag in op de grote klok, want lezen kon hij nauwelijks en een uurwerk bezat hij niet. Wat hij moest onthouden, tekende hij. Rijen mannetjes met armen en benen in vreemde standen, met krijt op een muur, een hek of een deurpost. Wie dat niet weet, loopt er straal voorbij. Ik heb er deze week drie rijen van overgetekend en ze achterin dit schrift geplakt.

Uit het schrift van dokter Watson, deel een — de tekst loopt door op blad 4

Een gezant met zijn tas, op weg naar het station, kort voor zes uur.
superplus05/b_gezant_in_de_mist.jpg
Zo verwijs je naar een regel

De nummers beginnen op elk blad opnieuw bij 1. Schrijf dus altijd het deel en het nummer: 1-4 is deel 1, regel 4, en 3-2 is deel 3, regel 2.

Taal naam
AFSCHRIFT
Het verhaal van de gezant · deel 2 van 3

Het register van de portier

Bladzijde twee van het verslag, met de vijf regels die Watson uit het register van het kantoor overschreef.
4

1Aan het kantoor Chardon hoort een portiersloket, en bij dat loket hoort een register. Wie binnenkomt of buitengaat, wordt erin geschreven: de naam, de dag, en het uur zoals de grote klok het gaf. De portier heet Mudge en zit daar sinds elf jaar. Boven zijn loket hangt een koperen bel die je van buiten niet hoort. Hij schoof mij het boek toe nog voor ik erom vroeg, en dat was het eerste wat mij niet beviel.

2Niemand had hem iets gevraagd, en toch stond de hele week al ingevuld, tot en met donderdagavond toe. Het handschrift was overal even net, de inkt overal even donker, en de regels stonden allemaal even ver uit elkaar. Zo ziet een boek er niet uit waarin een week lang elke dag een paar regels bij komen. Ik heb de vijf regels over de gezant overgeschreven; ze staan hieronder.

3Twee van die vijf regels kunnen niet waar zijn. Holmes heeft ze niet aangewezen. Hij heeft mij alleen gevraagd hoeveel slagen de grote klok op haar drukste moment geeft, en toen ik twaalf zei, schoof hij het boek naar mij toe en ging verder met zijn viool. Ik heb er een halfuur over gedaan, en ik heb mij geschaamd toen ik het zag. Het is niet moeilijk, zodra je weet wat een klok wel en niet kan.

Afschrift van deel twee — de tekst loopt door op blad 5

dagwat er in het register staathet uur zoals de klok het gaf
maandag 7 maartE. Vaile haalt de zakken opde klok sloeg zes
dinsdag 8 maartE. Vaile brengt het pakket terugde klok sloeg acht
woensdag 9 maartE. Vaile komt binnenik telde dertien slagen
donderdag 10 maartE. Vaile gaat de deur uitde klok sloeg zes
donderdag 10 maartE. Vaile keert niet terugom middernacht sloeg de klok zeven
Het loket, de bel en het boek dat te netjes was.
superplus05/b_portiersloket_met_register.jpg
Wist je dat

De grote klok van het parlement sloeg vanaf 1859 elk heel uur vanzelf. Tot dan werd er met de hand geluid, en een klok die uit zichzelf slaat, was voor veel Londenaars nog iets nieuws om trots op te zijn.

Taal naam
Het verhaal van de gezant · deel 3 van 3

De steeg en de mist

Zaterdagochtend 12 maart 1898
5

1Lezen kan Mudge wel; spellen niet. In zijn register staat de naam van de gezant anders dan op de loonlijst van het kantoor en anders dan onder elk papier dat de man zelf ooit getekend heeft. Het scheelt één letter, meer niet. Juist die ene letter doet mij nu denken dat wie het boek volgeschreven heeft, de gezant nooit van nabij gekend kan hebben.

2Er bleef daarna één plaats over die ik met eigen ogen wilde zien. Na de kerk van Sint-Brandaan moest de gezant die donderdag nog één keer naar de oude kade, en tussen die twee ligt maar één doorgang: een smalle steeg waar drie gaslantaarns in één rechte lijn achter elkaar staan. Ik heb ze twee keer geteld, want ik wilde mij niet vergissen. De kerk ligt er pal ten noorden van, de kade pal ten zuiden.

3En daar hing de mist. Om acht uur zag ik de middelste lantaarn nog als een vlek boven mijn hoofd; een kwartier later zag ik mijn eigen hand niet meer. Op de muur naast die middelste lantaarn stond een rij mannetjes in krijt, half uitgeveegd door het vocht. Ik heb ze overgetekend zoals ze stonden en niets veranderd aan wat ik niet begreep.

4Farrowgate stond in het lijstje van het kantoor als de bestemming van de brief die de gezant die dag bij zich had. Dat is een dorp, ver buiten de stad, en er loopt geen ronde heen. Het lijstje zelf is bovendien in een ander handschrift geschreven dan de rest van het kantoorboek. Waarom een man die alleen in Londen loopt een brief naar Farrowgate zou dragen, heeft niemand mij kunnen uitleggen.

5Toen ik dit alles uitschreef, heb ik elke alinea laten beginnen met de letter die ik hebben wilde. Holmes doet dat al jaren in zijn telegrammen, en hij heeft het mij geleerd zonder het ooit met zoveel woorden te zeggen. Wie mijn verslag leest zoals hij het leest, vindt er een zin in die ik nergens heb opgeschreven.

Uit het schrift van dokter Watson, deel drie — einde van het verslag

Drie lantaarns achter elkaar; de middelste is de enige die je nog ziet.
superplus05/b_steeg_met_drie_lantaarns.jpg
Let op

Watson zegt in de laatste alinea dat hij iets in zijn verslag verstopt heeft, maar niet wat. Ga er nu nog niet naar zoeken: op blad 7 staat precies waar je moet kijken.

Taal naam
Ontleding · deel 1 van 2

Wat er niet kan

Twee regels uit het register kunnen niet waar zijn, en één letter verraadt wie het boek volgeschreven heeft.
6
Wat je van de grote klok moet weten

De klok slaat elk heel uur zoveel slagen als het uur zelf: om vijf uur vijf slagen, om negen uur negen slagen.

  • Om twaalf uur 's middags en om middernacht slaat zij twaalf keer.
  • Meer dan twaalf slagen geeft zij nooit. Een dertiende slag bestaat niet.
Twee bladzijden naast elkaar leggen doet meer dan tien keer dezelfde lezen.
superplus05/b_twee_bladzijden_naast_elkaar.jpg
1

Twee van de vijf regels uit het register op blad 4 kunnen niet waar zijn. Schrijf ze over en zeg er telkens bij waarom het niet kan.

de regel uit het registerwaarom dat niet kan
2

De naam van de gezant staat in het verslag anders gespeld dan in het register. Vul de tabel in en zeg erbij hoe je weet welke spelling de juiste is. Op blad 13 van je bundel heb je die naam in het Frans gespeld; dat helpt.

waar het staathoe de naam er staatdeel en regel
in het verslag van Watson
in het register van de portier
3

Wat besluit je uit die drie vondsten samen? Noem eerst één ding dat je zeker weet, en daarna één ding dat je alleen vermoedt.

Taal naam
Ontleding · deel 2 van 2

Het vakje en de verborgen zin

Eén plaats staat zo precies beschreven dat er maar één vakje bij past. En er zit een zin in het verslag die er niet in staat.
7
Twee manieren om iets te vinden

Soms wijst een tekst naar een plaats, en soms verbergt hij een boodschap. Voor allebei heb je hetzelfde nodig: nauwkeurig lezen.

  • Een plaats vind je door alle kenmerken tegelijk te gebruiken, niet één voor één.
  • Een verborgen boodschap zit meestal op een vaste plek: het begin of het einde van elke alinea.
Van bovenaf zie je pas hoe smal de doorgang tussen kerk en kade is.
superplus05/b_kerk_en_kade_van_boven.jpg
1

In deel 3 staat één plaats zo nauwkeurig beschreven dat er op het plan maar één vakje bij past. Schrijf dat vakje op en noem de drie dingen uit de tekst die samen maar op één plek kloppen.

2

Schrijf van elke alinea van het verslag de eerste letter over, van deel 1 tot en met deel 3, in volgorde. Zet ze in de vakjes hieronder. Er komen drie woorden uit.

3

Wat betekent die zin voor de zaak, en waarom is hij toch geen bewijs?

Wist je dat

Een boodschap die in de eerste letters van de regels of alinea's verstopt zit, heet een acrostichon. Dichters verbergen er al eeuwen namen mee, en niet altijd om aardig te doen.

Taal naam
BEWIJSSTUK
De bewijsstukken · deel 1 van 2

Drie stukken uit het kantoor

Alles wat de jongen uit het kantoor Chardon meebracht, ligt hier op een rij.
8
Eerst kijken, dan schrijven

Kijk een halve minuut naar elk beeld zonder iets op te schrijven.

Stuk 1 — het zegel van de brief die de gezant droeg.
superplus05/b_lakzegel_op_de_brief.jpg
Stuk 2 — een paar laarzen, waarvan er één vuil is.
superplus05/b_laars_met_modder.jpg
Stuk 3 — de hoedendoos die in het kantoor bleef staan.
superplus05/b_hoedendoos_met_label.jpg
1

Vul voor elk stuk in wat je ziet en wat je eruit besluit. Zet er ook bij hoe zeker je bent: zeker, waarschijnlijk of een gok.

bewijsstukwat ik ziewat ik eruit besluit, en hoe zeker
het lakzegel
de laarzen
de hoedendoos
Wereldoriëntatie naam
De bewijsstukken · deel 2 van 2

Drie stukken uit de steeg

Deze drie heeft Watson zelf gezien, op donderdagavond en de ochtend erna.
9
Tellen hoort erbij

Twee van deze drie beelden spreken een regel uit het register tegen.

Stuk 4 — elke lantaarn van de stad draagt haar nummer in kerven.
superplus05/b_gaslantaarn_met_kerven.jpg
Stuk 5 — de grote klok, gezien vanaf de overkant van de rivier.
superplus05/b_grote_klok_in_de_mist.jpg
Stuk 6 — de deur aan de noordkant van de steeg.
superplus05/b_deur_met_dierklopper.jpg
1

Vul de tabel in. Tel bij de lantaarn de kerven in de ijzeren kraag: dat is haar nummer.

bewijsstukwat ik ziewat ik eruit besluit, en hoe zeker
de lantaarn
de grote klok
de klopper
2

De klok op stuk 5 spreekt één regel uit het register tegen. Welke regel, en hoe zie je dat?

Natuur & techniek naam
Knippen en plakken · deel 1 van 2

Acht briefjes in dansende mannetjes

Acht rijen krijt, gevonden op acht plaatsen in de stad. Knip ze uit en ontcijfer ze met de sleutel.
10
Zo werk je

Elk briefje bestaat uit drie woorden: een dag, een uur en één woord over wat er gebeurde. De streep is de vlag: daar eindigt een woord.

  • Ontcijfer eerst alle acht, en knip en plak daarna pas. Wie plakt en dan pas leest, moet lostrekken.
  • Schrijf je klaartekst op de achterkant van de kaart, niet ernaast.
Knip hier uit — acht kaarten
beeld
superplus05/b_kaart_a_muur_bij_de_regenpijp.jpg
Briefje A
18 5 1 4 10 8 14 11 | 15 1 23 1 4 | 13 2 10 12 |
beeld
superplus05/b_kaart_b_hekpaal.jpg
Briefje B
13 14 14 4 8 14 11 | 12 2 1 4 | 18 14 22 6 12 |
beeld
superplus05/b_kaart_c_brugleuning.jpg
Briefje C
8 5 4 8 1 7 8 14 11 | 14 22 6 12 | 18 1 11 |
beeld
superplus05/b_kaart_d_stationsmuur.jpg
Briefje D
13 14 14 4 8 14 11 | 15 1 10 | 21 5 10 12 |
beeld
superplus05/b_kaart_e_winkelluik.jpg
Briefje E
18 5 1 4 10 8 14 11 | 12 2 1 4 | 10 22 6 2 13 |
beeld
superplus05/b_kaart_f_kelderdeur.jpg
Briefje F
8 2 4 10 8 14 11 | 14 22 6 12 | 15 1 11 1 9 |
beeld
superplus05/b_kaart_g_pakhuiskist.jpg
Briefje G
8 5 4 8 1 7 8 14 11 | 15 1 10 | 3 7 2 1 19 |
beeld
superplus05/b_kaart_h_stoeprand.jpg
Briefje H
8 2 4 10 8 14 11 | 12 18 14 14 9 19 | 9 1 1 11 |
Denken & code naam
TIJDLIJN
Knippen en plakken · deel 2 van 2

De tijdlijn van de gezant

Plak elk briefje in het vak waar het hoort, van het vroegste naar het laatste, en schrijf eronder welke dag en welk uur erin stonden.
11
beeld
superplus05/b_uitgeknipte_briefjes.jpg
Van maandag tot donderdag
1het vroegste briefje — dag uur
2dag uur
3dag uur
4dag uur
5dag uur
6dag uur
7dag uur
8het laatste briefje — dag uur
1

Leg je tijdlijn naast het register van de portier op blad 4. Welke regels uit het register worden door je briefjes bevestigd, en welke niet?

Denken & code naam
Het codewiel

Twee schijven en een splitpen

In de rechteronderhoek van het A3-plan staan twee schijven. Daar staat niets van het plan onder, dus je mag ze gerust uitknippen.
12
Het wiel monteren en zetten

Knip beide schijven uit, leg de kleine op de grote en steek er een splitpen door het midden. Draai de kleine schijf tot de A staat bij de letter die je wilt.

  • Op plus drie staat de A van de kleine schijf bij de D van de grote.
  • Versleutelen is optellen, ontcijferen is hetzelfde getal weer aftrekken.
Twee schijven, een splitpen, en je hebt vijfentwintig codes in je hand.
superplus05/b_codewiel_gemonteerd.jpg
1

Zet het wiel op elke verschuiving en ontcijfer het woord. Schrijf het antwoord in de laatste kolom.

verschuivingwat er staatwat er dan staat
+3P L V W
+8S I L M
+11D E P P R
2

Dit stond met krijt op de muur naast de middelste lantaarn. De verschuiving is plus drie.

GH|PLGGHOVWH|ODQWDDUQ|
Knip hier uit — je detectivekaart
De naam
wat ik zie: wat ik besluit: hoe zeker:
De klok
wat ik zie: wat ik besluit: hoe zeker:
Het vakje
het vakje: waarom juist dat: hoe zeker:
Denken & code naam
Het slot

Je eigen verslag voor Holmes

Vier vondsten, één blad. Schrijf zoals Watson had moeten schrijven: eerst wat je zag, dan pas wat je denkt.
13
Wat er in je verslag hoort

Schrijf 120 tot 160 woorden. Gebruik je detectivekaart van blad 12, het vakje van blad 7 en je tijdlijn van blad 11.

  • Noem bij elke vondst waar ze staat: deel en regel, een bewijsstuk of een vakje.
  • Houd wat je zag los van wat je denkt, en zet bij elk besluit hoe zeker het is.
  • Sluit af met de vraag die jij aan de portier zou stellen, en waarom juist die.
beeld
superplus05/b_verslag_bij_lamplicht.jpg
Tip

Wat je niet kunt bewijzen, mag je gerust opschrijven, zolang je erbij zet dat het een vermoeden is. Holmes doet niets anders.

1

Schrijf je verslag. Lees het daarna hardop en streep elke zin weg waarvan je niet kunt zeggen waar je hem vandaan hebt.

Taal naam
Blad 14Londen, 1898 — het stadsplan bij het dossier — een apart A3-blad, liggend. Dit blad zit niet in de A4-print.
Open en print de kaart apart (A3)
AABBCCDDEEFFGGHHIIJJKKLL1122334455667788station MarlowBaker Streetstation Ashcombede Vismarktkantoor Chardonhet gaslichtkwartierSint-Brandaande steeg van dedrie lantaarnshet pakhuisde oude kadeKolenbrugIJzeren brugstation Wrenfieldmistbankmistbankmistbankde Theemsnaar het westenNOZWLONDEN 1898stadsplan bij het dossier van de gezantrooster A tot L en 1 tot 8 — noorden is bovenDe sleutel van de dansende mannetjesA 14B 3C 22D 8E 1F 19G 11H 6I 2J 25K 17L 9M 13N 4O 5P 21Q 26R 7S 10T 12U 16V 23W 18X 24Y 20Z 15een vlaggetje sluit een woord afLegendespoorwegstation (drie op dit plan)het gemerkte huis in Baker Streetkerkgaslantaarnde oude kade met meerpaalpakhuis met kraanbalkbrug (twee op dit plan)mistbank05001000150020002500yards0450900135018002250meterEen vakje is 20 mm: 500 yards, ongeveer 450 meter.Reken met: 1 yard is ongeveer 0,9 meter.De gestreepte zones zijn mistbanken.Trek de route met je lat van vakje naar vakje, in devolgorde van de stroken. Strook 6 is weggesneden.De ronde van de gezant, in dansende mannetjes1woord en vakje2woord en vakje3woord en vakje4woord en vakje5woord en vakje6weggesnedenwoord en vakjeHet codewiel: knip beide schijven uit enzet ze met een splitpen op elkaar.ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZde grote schijfde kleine