Handboek · hoofdstuk 33Integratieproject: de meetkas
Van programma van eisen tot presentatie: je team bouwt, programmeert, test en presenteert de eerste module van Habitat
Tweeëndertig hoofdstukken lang leerde je telkens één bouwsteen van de meetkas: een maat, een kracht, een schakeling, een programma, een plant. Nu zet je ze samen. In dit integratieproject bouwt je team de meetkas echt, laat je ze een week alleen draaien, toets je haar aan het programma van eisen, voer je de groeiproef uit en presenteer je het resultaat. Het handboek is je projectgids: per fase wat je doet, met de waarden die je al berekende. Het werkboek is je projectmap.

- Je kan met een team van drie of vier een project van tien weken plannen, de taken verdelen en een logboek en een portfolio bijhouden.
- Je kan het programma van eisen van de meetkas herbekijken, aanvullen en per eis een toets met een meetbaar criterium kiezen.
- Je kan de meetkas bouwen volgens de werktekeningen en haar stijfheid en stabiliteit meten en narekenen.
- Je kan de elektrische kring van de meetkas veilig aansluiten volgens het aansluitschema, met een zekering per tak, en systematisch meten waar een fout zit.
- Je kan het volledige programma van de meetkas lezen, met een tabel naspelen, uploaden en stap voor stap testen.
- Je kan het energiebudget van de meetkas narekenen met gemeten stromen en de opbrengst van het zonnepaneel per maand.
- Je kan de groeiproef uitvoeren, de resultaten verwerken in een tabel en een grafiek, en rapporteren in een onderzoeksverslag.
- Je kan je project voorstellen met een poster, een pitch en een demo, en je eigen werk en dat van je teamgenoten eerlijk beoordelen met een rubric.
Alles werkt apart. Werkt het ook samen?
Op 23 september 1999 verdween de Mars Climate Orbiter, een ruimtesonde van meer dan honderd miljoen dollar, bij aankomst aan Mars. Het onderzoek vond de oorzaak. De software van het ene team gaf de stoten van de kleine stuurraketten door in een Amerikaanse eenheid (pound-force-seconde), terwijl de navigatiesoftware van een ander team newton-seconde verwachtte. Elk programma werkte zoals het ontworpen was. Het liep mis op de plaats waar ze elkaar raakten: een factor 4,45 die niemand omrekende.
Zo'n plaats heet een interface: een stekker, een pin, een maat, een eenheid, een afspraak tussen twee delen. De meetkas heeft er tientallen. De 12 V van de batterij en de 12 V van het pompje. Pin D6 in de code en de draad op D6. De 1180 mm van de tafel en de 1200 mm tussen de kokers. 'Droog = 600' in het programma en de potgrond in jouw bakje. Het stationsdossier van Habitat is eigenlijk een lijst van zulke afspraken: elke waarde staat er één keer in, en iedereen gebruikt dezelfde.
Integreren is daarom meer dan alles in elkaar schuiven. Bij elke stap controleer je of wat je koppelt echt past: in maat, in spanning, in eenheid, in tijd. En je test het geheel, want sommige fouten bestaan alleen in het geheel: het dakraam dat niet reageert terwijl het waterprogramma 15 minuten wacht (hoofdstuk 25), de ledstrip die de lichtsensor verblindt, of het zonnepaneel op het dak dat de planten beschaduwt (hoofdstuk 17).
Het handboek is je projectgids: per fase wat je doet en waarom, met de waarden uit de vorige hoofdstukken en uitgewerkte voorbeelden van een voorbeeldteam (Noor, Sem, Lina en Arne). Het werkboek is je projectmap: per fase de opdrachten, met ruimte om in te vullen en een rubric. Houd beide open naast je logboek, en bewaar alles in je Habitat-portfolio.

De meetkas: alle onderdelen samen
Zo ziet de afgewerkte meetkas eruit. De binnenmaten zijn 1,20 × 0,60 × 0,80 m (hoofdstuk 3); het frame van 20 mm valt erbuiten. Bij elk nummer staat het hoofdstuk waar je het onderdeel koos, berekende of tekende. Het zonnepaneel staat op een paal naast de kas, niet op het dak zoals in de eerste schets van hoofdstuk 1: een ontwerp verbetert al terwijl je het ontwerpt. De wanden zijn hier doorzichtig getekend, zodat je de tafel, de bakjes en het reservoir ziet.
- 1Frame
Aluminium kokerprofiel 20 × 20 × 1,5 mm, 10,4 m, 3,1 kg (hoofdstuk 10). RVS-schroeven M4 met nylon ringen: geen rechtstreeks contact tussen de twee metalen.
- 2Gekruiste kabels
RVS-kabel in de achterwand, de zijwanden en de bodem: 4,78 m diagonalen maken van elke rechthoek twee driehoeken (hoofdstuk 13). De open voorkant krijgt hoekplaatjes.
- 3Wanden en dak
Kanaalplaat polycarbonaat 4 mm, 3,60 m², laat ±80 % licht door, UV-kant naar buiten, kanalen verticaal (hoofdstuk 10). In het midden vast, sleufgaten aan de uiteinden: de plaat zet meer uit dan het frame (hoofdstuk 6). De voorkant kan open (eis G1).
- 4Dakraam
De rechterhelft van het dak, 0,60 × 0,60 m, 1,2 kg, scharnier achteraan. Met de hand 5,9 N aan de voorrand; open 20 cm (hoofdstuk 12).
- 5Duwstang
12 V, slag 4,0 cm, hoogstens 40 N, op 12 cm van het scharnier: ze moet 29,5 N duwen (hoofdstuk 12). Relais K3 en K4 kiezen de richting (hoofdstuk 25). De hoeksteun HAB-F31-01 zit op een extra regel in de rechterzijwand.
- 6Plantentafel
Watervast multiplex: blad 1180 × 580 × 18 mm op drie steunen met een achterregel (HAB-F31-03). De middelste steun houdt de doorbuiging onder de 3,0 mm van eis C1 (hoofdstuk 11 en 13).
- 7Plantenbakjes
12 bakjes van 30 × 20 cm in PP, twee rijen van zes, taps naar onder (HAB-F31-02). Vol 4,0 kg of 39 N per bakje (hoofdstuk 11). Pluksla (hoofdstuk 27).
- 8Druppelslang
Tussen de twee rijen, met een eigen druppelaar per bakje (eis W5). Binnendiameter 8,0 mm; in de aanvoer stroomt het water 16 cm/s (hoofdstuk 14).
- 9Reservoir en pompje
Binnen 40 × 30 × 25 cm, donker afgedekt tegen algen, onder de tafel tussen twee steunen (hoofdstuk 3, 9 en 31). Pompje 12 V, 0,65 A, 8,0 mL/s (hoofdstuk 4 en 19), met twee vlotterschakelaars: B1 in de pompkring, B2 op pin D3.
- 10Ledstrip
Twee helften van 60 Ω, één boven elke rij: samen 0,40 A en 4,8 W (hoofdstuk 19 tot 21). Alleen van oktober tot maart, 4 uur per avond.
- 11Temperatuursensor
TMP36 in de sensorhouder SH-1, 5 cm van de koker, in de schaduw van een dakje (hoofdstuk 32). Geijkt: 1,5 °C aftrekken (hoofdstuk 25).
- 12Bodemvochtsensor
Capacitieve sensor in houder SH-2, altijd even diep in hetzelfde bakje. IJkpunten 600 (droog) en 300 (nat) (hoofdstuk 25 en 32).
- 13Lichtsensor
LDR met 10 kΩ, bovenop het frame: ze ziet het daglicht, maar niet de ledstrip (hoofdstuk 25).
- 14Elektronicakast
Waterdichte kast buiten tegen de linkerwand: Arduino Uno, relaismodule, omvormer 12 → 5 V, zekeringen F1 tot F5, het statuslampje (rood en groen) en de knop (hoofdstuk 18 tot 25).
- 15Zonnepaneel
50 Wp, ±0,65 × 0,55 m, op het zuiden onder 60°, op een paal naast de kas zodat het de planten niet beschaduwt (hoofdstuk 17).
- 16Zonnekast
Batterij 12 V van ±250 Wh met zekering F6 en de laadregelaar (hoofdstuk 17 en 21). Van november tot januari blijft de 230 V-adapter reserve: buiten de kas, droog, hoger dan het water, achter een differentieel van 30 mA (hoofdstuk 5).
- 17Grondankers
Twee per lange zijde, elk minstens 100 N (eis C4): een lege kas is licht en vangt veel wind (Intermediate, hoofdstuk 10).
De meetkas als één systeem
In hoofdstuk 1 beschreef je de meetkas als een systeem met input, proces en output, nog zonder te weten hoe ze vanbinnen zou werken. Nu ken je elk deelsysteem. Het systeemschema toont hoe ze samenhangen:
- input: zonlicht, water, lucht, zaad en potgrond, en informatie (de drempels, het onderhoud);
- zes deelsystemen: energie, besturing, klimaat, water, planten, en de constructie die alles draagt;
- output: sla, zuurstof en waterdamp, warmte, en meetgegevens.
Twee lussen maken van de meetkas een systeem dat zichzelf regelt. De bodemvochtsensor meet wat de pomp veranderde, de temperatuursensor meet wat het dakraam veranderde: dat is terugkoppeling (hoofdstuk 1 en 25). De ledstrip werkt anders: de lichtsensor meet het daglicht, niet het licht van de ledstrip, en de ledstrip brandt een vaste tijd. Dat is een open lus die door een gebeurtenis (het donker) gestart wordt.
Kijk ook naar de pijlen tussen de deelsystemen. De energie gaat naar de besturing en via de relais naar klimaat en water; de besturing stuurt alleen informatie (aan of uit). Elke pijl is een interface, en dus een plaats waar je bij het testen gaat kijken.
Loopt er iets mis, volg dan de pijlen terug. Geen water in de bakjes? Kijk bij water (slang, pomp), bij besturing (sensor, relais K2) en bij energie (zekering F3). Het foutzoekblad verderop werkt precies zo.
Werken als projectteam: rollen, planning en logboek
Een project van tien weken met vier mensen loopt niet vanzelf. Drie gewoonten maken het verschil.
1. Vaste rollen. Elk teamlid is verantwoordelijk voor één deel, en is de tweede verantwoordelijke voor een ander deel: zo ligt het werk niet stil als iemand ziek is. Met drie voeg je projectleider en onderzoeker samen. Iedereen soldeert, test en presenteert mee.
| rol | verantwoordelijk voor | vooral in fase | steunt op hoofdstuk |
|---|---|---|---|
| projectleider | planning, logboek, contact met de leraar; bewaakt de tijd en het programma van eisen | alle | 30 |
| bouwer | tekeningen, constructie, stijfheid en stabiliteit, afwerking | 2, 3 | 10-13, 31, 32 |
| elektronicus-programmeur | kring en veiligheid, code, energiebudget | 4, 5, 6 | 18-25 |
| onderzoeker | ijken, testplan, groeiproef, verslag | 5, 7, 8 | 2-4, 27 |
2. Een planning met mijlpalen. Het voorbeeldteam kreeg tien weken van drie lestijden. Sommige fasen lopen parallel: terwijl de bouwer de wanden plaatst, test de programmeur de code op tafel. De groeiproef start in week 5, zodra de kas staat, en duurt vijf weken. Een mijlpaal is een moment waarop iets af moet zijn en getoetst wordt; het voorbeeldteam koos er negen, van 'PvE versie 2' in week 1 tot de presentatie in week 10. Heb je maar acht weken, zaai dan in week 3 en geef tot de pomp werkt met de hand 150 mL per bakje per dag (hoofdstuk 27).
3. Een logboek en een portfolio. Het logboek houdt bij wie wat deed, welke problemen er waren, wat er beslist werd en wat de volgende stap is: vijf minuten aan het einde van elke les. Het portfolio bundelt alles: de Habitat-opdrachten van hoofdstuk 1 tot 32, het programma van eisen, de tekeningen, het testrapport, het verslag, de poster en je reflectie.
| datum | wie | wat gedaan | probleem of beslissing | volgende stap |
|---|---|---|---|---|
| week 3, di | Sem, Lina | frame gemonteerd | achterwand scheef: diagonalen 1446 en 1438 mm | kabels spannen tot beide 1442 mm |
| week 5, do | Arne | eerste keer 12 V, keuring | zekering F2 van de ledstrip ontbrak | F2 geplaatst, opnieuw gekeurd: in orde |
| week 5, vr | Arne, Noor | programma geüpload | pomp sloeg aan in natte grond: DROOG en NAT omgewisseld | constanten verbeterd, test herhaald |
Sommige taken moeten af voor een andere kan beginnen: zonder frame geen wanden, zonder gekeurde kring geen besturing in de kas, zonder werkende pomp geen testweek. Loopt zo'n taak uit, dan schuift alles op. Het voorbeeldteam hield week 8 vrij als buffer.
Fase 1: het programma van eisen, versie 2
Het programma van eisen van hoofdstuk 30 (versie 1: 34 eisen, waarvan 26 moet-eisen) is de lat waarmee je de kas beoordeelt. Voor je bouwt, herbekijk je het met je team, eis per eis, met drie vragen:
- Klopt de eis nog met wat we nu weten? De tafel kreeg in hoofdstuk 31 bijvoorbeeld een steun in het midden.
- Is ze toetsbaar: wie toetst, waarmee, wanneer, en met welk criterium?
- Ontbreekt er iets? Samenzetten brengt eisen boven die je voor één onderdeel niet zag.
Het voorbeeldteam voegde twee moet-eisen toe en paste drie ontwerpwaarden aan. Versie 2 telt 36 eisen, waarvan 28 moet-eisen. Het volledige testrapport staat verderop (fase 7).
Wat er veranderde
| code | wijziging | waarom |
|---|---|---|
| G5 | nieuw (moet): na een stroomuitval start de besturing vanzelf, met het raam dicht en pomp en ledstrip uit | in tien weken valt de stroom zeker eens weg; het programma weet dan niet meer of het raam open stond |
| W7 | nieuw (moet): een onmogelijke waarde van de vochtsensor (ruw onder 250 of boven 620) geeft geen pompbeurt maar een alarm | een sensor die uit de grond getrokken is, meet 'droger dan droog' en zou elk kwartier pompen (hoofdstuk 25) |
| C1 | ontwerpwaarde: tafel op drie steunen (HAB-F31-03) | de middensteun uit hoofdstuk 31 lost de doorbuiging van 3,7 mm op |
| C5 | 'leeg' = zonder tafel en bakjes | met de steunen en de regel weegt de tafel zelf 15,1 kg (hoofdstuk 13 telde alleen het blad) |
| E1-E3 | ontwerpwaarden met relaisspoelen en duwstang: 43,9 en 64,6 Wh per dag | het budget van hoofdstuk 21 telde die nog niet |
Wanneer toets je welke eis?
| fase | welke eisen toets je dan? |
|---|---|
| 3 · constructie | M1, M2, M3, C1, C2, C3, C4, C5, V3, G1 |
| 4 · elektrische kring | V1, V2, W3 (vlotter B1) |
| 5 · besturing | K1, K2, K8, W1, W4, W7, G2, G5 |
| 6 · energie | E1, E2, E3 (berekening; E1 ook in de testweek) |
| 7 · testweek | K3, K4, K5, K6, K7, W2, W5, G3, G4 |
| 8 · groeiproef | P1, P2 |
| na een jaar | W6 (regenwaterbalans) |
Fase 2: de samenstellingstekening
Maak de samenstellingstekening van de meetkas: het geheel in drie aanzichten met de hoofdmaten, met een verwijzing naar de werktekeningen van de onderdelen. Welke schaal kies je, welke maten zet je erop, en welke tekeningen horen in de tekeningenlijst?
- binnenmaten 1200 × 600 × 800 mm, frame van 20 mm erbuiten (hoofdstuk 3 en 10)
- tafel 300 mm hoog, bakjes 120 mm, reservoir 420 × 320 × 260 mm buiten (hoofdstuk 3, 31)
- dakraam: de rechterhelft van het dak
- papier: A4 liggend (297 × 210 mm)
- schaal
- aanzichten en hoofdmaten
- tekeningenlijst
- 1Buitenmaten. lang, diep, hoog.
- 2Schaal. Op 1:20 wordt het vooraanzicht breed en hoog, het zijaanzicht , het bovenaanzicht . Met ruimte voor maten en het titelblok past dat ruim op een A4. Op 1:10 kan het ook, maar dan is er weinig plaats over voor de maten.
- 3Aanzichten in Europese projectie (hoofdstuk 31): het bovenaanzicht onder, het linkerzijaanzicht rechts van het vooraanzicht. Door de doorzichtige platen zie je de tafel, de bakjes en het reservoir: teken ze met een dunnere lijn dan het frame, zodat het frame de vorm blijft bepalen. Het open dakraam teken je in het zijaanzicht met een dunne streeplijn.
- 4Alleen hoofdmaten: de buitenmaten, de binnenlengte 1200, de tafelhoogte 300 en de breedte van het dakraam. De maten van een onderdeel staan op zijn eigen werktekening; twee keer dezelfde maat geeft fouten als je er één verandert.
- 5Tekeningenlijst. HAB-F33-01 samenstelling (deze tekening); HAB-F31-01 hoeksteun; HAB-F31-02 plantenbak; HAB-F31-03 plantentafel; SH-1 houder temperatuursensor en SH-2 houder bodemvochtsensor (hoofdstuk 32); het aansluitschema van de 12 V-kant en van de besturing (fase 4 en 5).
De stuklijst als bestellijst en kostenraming
De stuklijst van de samenstelling telt de stuklijsten van alle onderdelen op (hoofdstuk 31) en is meteen de bestellijst. De prijzen zijn richtprijzen van een bouwmarkt en een elektronicawinkel (2026, afgerond): zoek zelf de echte prijzen op, want ze verschillen per winkel en per jaar. De laatste kolom toont wat de school van het voorbeeldteam al had.
Eis G4 (een wens) vraagt hoogstens € 400 aan materiaal, zonder het zonnepaneel en de batterij. Alles nieuw kopen kost € 556: te veel. Met wat de school al had, moest het team nog voor € 388 kopen: de wens is gehaald, met weinig speling.
| pos | onderdeel | deelsysteem | richtprijs | school heeft het |
|---|---|---|---|---|
| 1 | aluminium koker 20 × 20 × 1,5 mm, 12 m (10,4 m + zijregel + zaagverlies) | constructie | € 66 | |
| 2 | hoekplaatjes, RVS-schroeven M4, moeren, nylon ringen | constructie | € 28 | |
| 3 | RVS-kabel 2 mm (10 m) met 8 spanners | constructie | € 24 | |
| 4 | kanaalplaat polycarbonaat 4 mm (4,2 m² voor 3,60 m²) | constructie | € 67 | |
| 5 | scharnieren (dakraam, voorkant) en klemhendel | constructie | € 14 | |
| 6 | watervast multiplex 18 mm, halve plaat 1,25 × 1,25 m | constructie | € 60 | ja |
| 7 | 15 RVS-schroeven 4 × 40, 4 grondankers | constructie | € 22 | |
| 8 | PETG voor hoeksteun, SH-1 en SH-2 (±15 g) | constructie | € 1 | ja |
| 9 | 12 plantenbakjes PP 30 × 20 cm | water en teelt | € 30 | |
| 10 | reservoir 30 L met deksel, lichtdicht | water en teelt | € 12 | |
| 11 | pompje 12 V, 0,65 A | water en teelt | € 12 | |
| 12 | slang 8 mm, druppelslang, 12 druppelaars, aanzuigfilter | water en teelt | € 15 | |
| 13 | 2 vlotterschakelaars (B1, B2) | water en teelt | € 8 | |
| 14 | potgrond 80 L, zaad pluksla, plantenvoeding | water en teelt | € 20 | |
| 15 | schaduwdoek 30/50/70 % en latjes (groeiproef) | water en teelt | € 24 | ja |
| 16 | ledstrip 12 V (2 helften) met profiel | elektriciteit | € 15 | |
| 17 | duwstang 12 V, slag ≥ 40 mm, ≥ 40 N, eindschakelaars | elektriciteit | € 35 | |
| 18 | zekeringen en houders, stekker X1, S1, W1, knop, snoer 0,75 mm² | elektriciteit | € 30 | ja |
| 19 | waterdichte kast (IP65) voor de elektronica | elektriciteit | € 15 | |
| 20 | 12 V-adapter 2 A (reserve) | elektriciteit | € 12 | ja |
| 21 | Arduino Uno R3 | besturing | € 25 | ja |
| 22 | relaismodule 4 kanalen 5 V | besturing | € 8 | ja |
| 23 | omvormer 12 → 5 V (1 A) | besturing | € 5 | |
| 24 | TMP36, LDR + 10 kΩ, bodemvochtsensor, 2 leds + 220 Ω | besturing | € 8 | ja |
| totaal (zonder zonnekast) | € 556 | te kopen: € 388 |
| zonnekast (niet in eis G4) | richtprijs |
|---|---|
| zonnepaneel 50 Wp | € 60 |
| PWM-laadregelaar 12 V, 10 A | € 15 |
| batterij LiFePO4 12,8 V, 20 Ah (256 Wh) | € 90 |
| kast, zekering F6, paal | € 25 |
| samen | € 190 |
Fase 3: de constructie, sterk, stijf en stabiel
Bouw in deze volgorde, dan staat elk onderdeel meteen op zijn plaats:
- Frame. Zaag de kokers op maat volgens je eigen hoekverbindingen, ontbraam elke snede (eis V3) en boor de gaten Ø 4,5 voor M4. Monteer de bodem, dan de staanders, dan de bovenkant. Meet in elk vlak de twee diagonalen: zijn ze even lang, dan is het vlak haaks. Voor de achterwand is dat , ongeveer 1,44 m (hoofdstuk 13).
- Diagonalen en hoekplaatjes. Span de gekruiste kabels in de achterwand, de zijwanden en de bodem tot de diagonalen gelijk zijn; hoekplaatjes aan de open voorkant.
- Tafel. Blad op drie steunen met de achterregel, 15 schroeven 4 × 40 (HAB-F31-03). Ze schuift in de kas.
- Wanden en dak. Platen met de UV-kant naar buiten en de kanalen verticaal; in het midden vast, sleufgaten aan de uiteinden. Tussen −5 en 45 °C zet een plaat van 1,20 m 3,9 mm uit, het frame maar 1,4 mm (hoofdstuk 6). Het dakraam krijgt scharnieren achteraan en de klemhendel (hoofdstuk 12).
- Verankeren. Twee grondankers per lange zijde: een lege kas is licht en vangt veel wind.
Massa en stabiliteit. Het meeste gewicht zit laag: water en potgrond samen 67 kg van de 87 kg (figuur). Daardoor ligt het zwaartepunt van de volle kas op 0,28 m en kantelt ze pas bij 47° (hoofdstuk 13).
| massa | zwaartepunt | kantelhoek | |
|---|---|---|---|
| vol (model hoofdstuk 13) | 86,9 kg | 0,28 m | 47° |
| leeg (model hoofdstuk 13) | 18,7 kg | 0,36 m | 40° |
| vol, met steunen en regel | 93,6 kg | 0,27 m | 48° |
| kas zonder tafel en bakjes | ±6 kg + elektronica |
Het rekenmodel van hoofdstuk 13 telde voor de tafel alleen het blad (8,4 kg). Met de drie steunen en de regel van hoofdstuk 31 komt er 6,7 kg bij, heel laag: het zwaartepunt zakt en de kas wordt nog iets stabieler. Voor eis C5 (de lege kas hoogstens 25 kg) is dat wel een probleem: met de tafel erin weegt ze 25,4 kg. Daarom verplaats je de kas in twee delen: de tafel schuift eruit (15,1 kg), en frame en platen wegen samen maar ±6 kg.
Een frame kan sterk genoeg zijn (het breekt niet) en toch te slap (het vervormt te veel). Eis C2 gaat over stijfheid: bij een zijwaartse duw van 50 N bovenaan mag de bovenrand hoogstens 5 mm opzij gaan. Diagonalen maken een frame vooral stijf (hoofdstuk 13); de proef op het volgende blad meet het.
Fase 3: hoe stijf is het frame?
Haalt het frame eis C2: verschuift de bovenrand hoogstens 5 mm als je er bovenaan zijwaarts met 50 N tegen duwt? En wat doen de gekruiste kabels?
- het frame zonder platen, met en zonder de kabels in de zijwand
- veerunster tot 50 N (of 100 N)
- stalen lat met mm-verdeling en tape
- een vaste referentie naast de kas (een zware kast, een paal)
- twee lijmklemmen
- 1Zet het frame op een vlakke vloer en klem de onderkant vast, zodat het niet kan verschuiven.
- 2Kleef de lat verticaal tegen de vaste referentie, vlak naast de bovenste hoek van de zijwand: niet tegen de kas zelf, want die beweegt mee.
- 3Trek met de veerunster horizontaal aan de bovenste hoek, in stappen van 10 N, en lees telkens af hoeveel de hoek opzij gaat. Laat los: komt de hoek terug op 0?
- 4Doe de proef eerst zonder de kabels in de zijwand, daarna met de kabels gespannen.
- 5Zet de metingen in een grafiek: de kracht horizontaal, de verschuiving verticaal.
| F (N) | zonder diagonalen (mm) | met gekruiste kabels (mm) |
|---|---|---|
| 0 | 0 | 0,0 |
| 10 | 6 | 0,6 |
| 20 | 13 | 1,2 |
| 30 | 19 | 1,9 |
| 40 | (gestopt) | 2,5 |
| 50 | (gestopt) | 3,1 |
Zonder diagonalen wijkt de hoek al 19 mm bij 30 N; het team stopte, omdat een verbinding begon te kraken. Met de gekruiste kabels gaat de hoek bij 50 N maar 3,1 mm opzij, en na het loslaten komt ze terug op 0 (voorbeeldmetingen van één team).
Zonder diagonaal is de zijwand een rechthoek met hoeken die kunnen draaien: de schroefverbindingen houden een hoek maar slecht vast. Met een kabel wordt de rechthoek twee driehoeken, en een driehoek kan niet vervormen zonder dat een zijde langer wordt (hoofdstuk 13). Bij een duw naar rechts staat de ene kabel op trek; de andere hangt slap. Duw je naar links, dan neemt de andere kabel het over: daarom zijn ze gekruist.
De verschuiving is recht evenredig met de kracht, ongeveer 0,06 mm per newton, zoals een veer (hoofdstuk 11). Eis C2 is gehaald met ruime reserve: 3,1 mm tegenover 5 mm.
Fase 4: de elektrische kring van de meetkas
De meetkas heeft twee kringen die elkaar alleen raken via de relais (hoofdstuk 25): de werkkring op 12 V, voor alles wat vermogen vraagt, en de stuurkring op 5 V, voor de Arduino, de sensoren en de spoelen van de relais. Het aansluitschema van de 12 V-kant brengt samen wat je in hoofdstuk 17 tot 21 en 25 leerde.
- De bron. Zonnepaneel en batterij hangen aan een laadregelaar, in een kast aan de voet van de paal. De laadregelaar laadt de batterij veilig en schakelt de verbruikers af als de batterij te leeg wordt. Stekker X1 verbindt de kas met die zonnekast, of van november tot januari met de 12 V-adapter. Een stekker zit maar in één contactdoos tegelijk: zo hangt de kas nooit aan twee bronnen.
- Hoofdzekering F1 (2 A) vlak na de stekker, en per tak een eigen zekering (hoofdstuk 18 en 20).
- Vier takken parallel op 12 V: de ledstrip (W1 kiest tussen S1 met de hand en relais K1), het pompje (K2 in serie met vlotter B1: de pomp kan niet droog draaien), de duwstang (K3 en K4) en de omvormer naar 5 V voor de besturing.
| tak | verbruiker | stroom | zekering | geschakeld door | hoofdstuk |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | ledstrip, 2 × 60 Ω parallel | 0,40 A | F2 0,5 A | W1: S1 (hand) of K1 (automaat) | 18-20 |
| 2 | pompje 12 V | 0,65 A | F3 1 A | K2, in serie met vlotter B1 | 19, 25 |
| 3 | duwstang 12 V | ±0,5 A (rekenwaarde) | F5 1 A | K3 (uit) en K4 (in) | 12, 25 |
| 4 | omvormer 12 → 5 V | 0,15 A | F4 0,25 A | altijd aan | 20, 21 |
| alles samen | 1,70 A | F1 2 A | 20 |
Staat alles tegelijk aan, dan levert de bron : minder dan de 2 A van de adapter en van F1. In werkelijkheid draaien het pompje en de duwstang nooit samen, want het programma doet het ene na het andere. De stroom van de duwstang is een rekenwaarde: meet die van jouw duwstang (hoofdstuk 19).
De omkeerschakeling. Een duwstang schuift uit bij de ene polariteit en in bij de andere. K3 en K4 hebben elk een wisselcontact. In rust verbinden ze beide aansluitingen van de duwstang met de min: de stang staat stil. K3 aan: aansluiting A komt aan de plus en de stang schuift uit. K4 aan: nu B aan de plus, en de stang schuift in. Zouden K3 en K4 samen aan gaan, dan liggen beide kanten aan de plus: geen kortsluiting, de stang staat gewoon stil. De eindschakelaars in de duwstang stoppen haar aan het einde van de slag.
Een adapter van 2 A levert bij een kortsluiting niet veel meer dan 2 A. Een batterij kan in een fractie van een seconde tot honderden ampère leveren: draden worden gloeiend heet en kunnen brand veroorzaken. Daarom zit zekering F6 zo dicht mogelijk bij de pluspool van de batterij, en werk je aan de zonnekast pas als F6 eruit is.
Fase 4: risico's en de keuring
Voor de eerste keer spanning op de kas komt, keurt de leraar de kring: dat is de mijlpaal van week 5. Maak vooraf de risicotabel van de bouw (hoofdstuk 5): risico = kans × ernst, telkens van 1 tot 3, en kies maatregelen volgens STOP (substitutie, technisch, organisatorisch, persoonlijk). Het restrisico mag nergens hoog zijn.
Risicotabel van het voorbeeldteam
| taak | gevaar | kans × ernst | maatregel (STOP) | restrisico |
|---|---|---|---|---|
| aluminium zagen en boren | snijden, spaanders in het oog | 2 × 2 = 4 | koker in de bankschroef, kolomboor (T); ontbramen (O); bril (P) | 1 × 2 = 2 |
| polycarbonaat snijden | diepe snijwonde | 2 × 2 = 4 | metalen lat, van je af snijden (O); snijbestendige handschoen (P) | 1 × 2 = 2 |
| solderen | brandwonde, dampen | 2 × 2 = 4 | loodvrij tin (S); houder, afzuiging (T); bril (P) | 1 × 2 = 2 |
| batterij aansluiten | kortsluiting, brand | 2 × 3 = 6 | zekering F6 bij de pool (T); eerst F6 eruit, dan werken (O) | 1 × 3 = 3 |
| 230 V-adapter | elektrische schok | 2 × 3 = 6 | adapter buiten, droog, hoger dan het water, differentieel 30 mA, druppellus (T, O) | 1 × 3 = 3 |
| reservoir plaatsen (30 kg vol) | rug, uitglijden op water | 2 × 2 = 4 | leeg plaatsen en ter plaatse vullen (O) | 1 × 2 = 2 |
Keuringslijst: pas als alles in orde is, gaat de Arduino erop
- alleen 12 V en 5 V in de kas; de adapter buiten, droog, hoger dan het water, achter een differentieel van 30 mA (V1)
- zekering F6 bij de pluspool van de batterij, F1 na stekker X1, en per tak F2 tot F5 met de juiste waarde (V2)
- rood = plus, zwart = min; geen blanke draadeinden; elke verbinding trekvast (lasklem, of soldeer met krimpkous)
- vlotter B1 in serie met het pompje, vlotter B2 alleen op D3: geen contact dat 12 V en 5 V verbindt
- de kabels komen met een druppellus van onderen in de elektronicakast; de kast is dicht
- eerst meten, dan pas de Arduino aansluiten: 12 à 13,5 V na F1, 5,0 V aan de uitgang van de omvormer
Fase 5: de besturing aansluiten en ijken
Op de 5 V-kant hangt alles aan de Arduino Uno (hoofdstuk 24): drie analoge sensoren, twee digitale ingangen en zes digitale uitgangen. Het pinplan is een interface-afspraak. Het staat in het stationsdossier, in het schema en bovenaan in de code, en het moet op de drie plaatsen hetzelfde zijn.
| pin | onderdeel | soort | instelling of ijking | hoofdstuk |
|---|---|---|---|---|
| A0 | bodemvochtsensor (capacitief) | analoog | 600 droog, 300 nat; geloofwaardig tussen 250 en 620 | 25 |
| A1 | TMP36 in SH-1 | analoog | T = (ruw · 5 / 1023 − 0,5) · 100 − 1,5 | 25, 32 |
| A2 | LDR met 10 kΩ | analoog | donker onder 300, dag boven 400 | 25 |
| D2 | drukknop | INPUT_PULLUP | ingedrukt = LOW: alarm wissen | 24 |
| D3 | vlotter B2 | INPUT_PULLUP | dicht (LOW) = er is water | 24 |
| D4 / D5 | relais K3 / K4 | uitgang | duwstang uit / in, 15 s | 25 |
| D6 | relais K2 | uitgang | pompje, 30 s = 240 mL | 25 |
| D7 | relais K1 | uitgang | ledstrip (W1 op automaat) | 18, 25 |
| D10 / D11 | led rood / groen | uitgang | 220 Ω, 13,6 mA | 24 |
IJken in de kas. In hoofdstuk 25 ijkte je op tafel. In de kas herhaal je het met de echte sensoren, de echte potgrond en de echte draden:
- de TMP36 in de SH-1 naast een referentiethermometer, bij drie temperaturen (eis K1: binnen 1 °C);
- de bodemvochtsensor in een bakje met droge en met natte potgrond uit dezelfde zak: noteer de twee ruwe waarden en zet ze in de code als DROOG en NAT;
- de LDR: noteer de ruwe waarde bij valavond (het moment dat je extra licht wil) en bij daglicht. Dat worden DONKER en DAG. Houd de lichtsensor uit het licht van de ledstrip.
Vlotter B1 zit in de 12 V-kring van het pompje, vlotter B2 op pin D3 op 5 V. Gebruik nooit één contact voor beide: dan komt er 12 V op een pin die hoogstens 5 V verdraagt, en de Arduino is stuk. Hang B1 iets lager dan B2. Zakt het water, dan geeft B2 eerst alarm (de kas knippert rood) en pas daarna maakt B1 de pomp stroomloos.
Fase 5: het volledige programma
Dit programma voegt samen wat in hoofdstuk 24 en 25 in aparte programma's zat: water geven, het dakraam en het statuslampje, met het extra licht en de foutcontrole erbij. Bij het samenvoegen moest één probleem opgelost worden. In hoofdstuk 25 wachtte het waterprogramma 15 minuten met delay(), en in die tijd kon het dakraam niet reageren. Daarom meet dit programma elke minuut alles, en onthoudt het in tellers hoe lang het nog moet wachten (hoofdstuk 23): na een pompbeurt telt wachtMinuten af van 15 naar 0. Nieuw zijn ook twee eigen blokken (functies): beweegRaam() en wachtEenMinuut(). Je roept ze op met hun naam, zoals een zelfgemaakt blok in Scratch.
// Meetkas van Habitat: het volledige programma (hoofdstuk 33)// Elke minuut: meten, dakraam, water geven, extra licht, statuslampje, verslag.// Pinplan en ijking: hoofdstuk 24 en 25. Drempels: programma van eisen (hoofdstuk 30). // ---------- pinnenconst int VOCHT = A0; // capacitieve bodemvochtsensorconst int TEMP = A1; // temperatuursensor TMP36const int LICHT = A2; // LDR met 10 kOhm: donker = lage waardeconst int KNOP = 2; // drukknop naar GND: alarm wissenconst int VLOTTER = 3; // vlotter B2 naar GND: dicht (LOW) = er is waterconst int RAAM_UIT = 4; // relais K3: duwstang schuift uit (raam open)const int RAAM_IN = 5; // relais K4: duwstang schuift in (raam dicht)const int POMP = 6; // relais K2: pompjeconst int LEDSTRIP = 7; // relais K1: ledstrip (W1 op 'automaat')const int ROOD = 10; // statuslampje, elke led met 220 ohmconst int GROEN = 11; // ---------- instellingenconst int DROOG = 600; // ijkpunt: ruwe waarde in droge potgrondconst int NAT = 300; // ijkpunt: ruwe waarde in natte potgrondconst int VOCHT_MIN = 30; // water geven onder 30 %const float T_OPEN = 28.0; // dakraam open boven 28 gradenconst float T_DICHT = 25.0; // dakraam dicht onder 25 gradenconst bool EXTRA_LICHT = false; // true van oktober tot maartconst int DONKER = 300; // ledstrip mag aan onder deze lichtwaardeconst int DAG = 400; // boven deze lichtwaarde begint een nieuwe dagconst int LED_MINUTEN = 240; // 4 uur extra licht per dag // ---------- geheugenbool raamOpen = false;int wachtMinuten = 0; // minuten tot de volgende controle van het vochtint mislukt = 0; // pompbeurten na elkaar zonder effectbool ledstripAan = false;bool vandaagGedaan = true; // na een herstart eerst een dag afwachtenint ledMinuten = 0;long minuut = 0; // minuten sinds de startint beurten = 0; // pompbeurten sinds de start void beweegRaam(int pin) { // relais 15 s aan; de eindschakelaar stopt de stang digitalWrite(pin, HIGH); delay(15000); digitalWrite(pin, LOW);} void wachtEenMinuut(bool knipper) { // 60 keer 1 s, en ondertussen de knop bekijken for (int s = 0; s < 60; s++) { if (knipper) { // alarm: rood knippert digitalWrite(ROOD, HIGH); delay(500); digitalWrite(ROOD, LOW); delay(500); } else { delay(1000); } if (digitalRead(KNOP) == LOW) { // knop ingedrukt: alarm wissen mislukt = 0; } }} void setup() { pinMode(KNOP, INPUT_PULLUP); pinMode(VLOTTER, INPUT_PULLUP); pinMode(RAAM_UIT, OUTPUT); pinMode(RAAM_IN, OUTPUT); pinMode(POMP, OUTPUT); pinMode(LEDSTRIP, OUTPUT); pinMode(ROOD, OUTPUT); pinMode(GROEN, OUTPUT); Serial.begin(9600); Serial.println("minuut;T;licht;vocht;raam;beurten;mislukt"); beweegRaam(RAAM_IN); // na een stroomuitval eerst het raam dicht: een veilige beginstand} void loop() { // 1. meten int ruwVocht = analogRead(VOCHT); float t = (analogRead(TEMP) * 5.0 / 1023.0 - 0.5) * 100.0 - 1.5; // TMP36, geijkt int licht = analogRead(LICHT); int vocht = map(ruwVocht, DROOG, NAT, 0, 100); // procent bool water = (digitalRead(VLOTTER) == LOW); bool sensorFout = (ruwVocht < 250 || ruwVocht > 620); // onmogelijke waarde // 2. dakraam: open boven 28 graden, dicht onder 25 graden if (!raamOpen && t > T_OPEN) { beweegRaam(RAAM_UIT); raamOpen = true; } else if (raamOpen && t < T_DICHT) { beweegRaam(RAAM_IN); raamOpen = false; } // 3. water geven: onder 30 % een beurt van 30 s, dan 15 minuten wachten if (wachtMinuten > 0) { wachtMinuten = wachtMinuten - 1; } if (wachtMinuten == 0 && !sensorFout) { if (vocht >= VOCHT_MIN) { mislukt = 0; // de grond is vochtig genoeg } else if (mislukt < 3 && water) { digitalWrite(POMP, HIGH); // 30 s = 240 mL delay(30000); digitalWrite(POMP, LOW); beurten = beurten + 1; mislukt = mislukt + 1; // wordt terug 0 zodra het vocht gestegen is wachtMinuten = 15; } } // 4. extra licht: 4 uur zodra het donker wordt, een keer per dag if (licht > DAG) { vandaagGedaan = false; // het is dag: vanavond mag het opnieuw } if (EXTRA_LICHT && !ledstripAan && !vandaagGedaan && licht < DONKER) { ledstripAan = true; ledMinuten = 0; } if (ledstripAan) { ledMinuten = ledMinuten + 1; if (ledMinuten > LED_MINUTEN) { ledstripAan = false; vandaagGedaan = true; } } if (ledstripAan) { digitalWrite(LEDSTRIP, HIGH); } else { digitalWrite(LEDSTRIP, LOW); } // 5. statuslampje: groen = in orde, rood = droog, rood knippert = alarm bool alarm = sensorFout || !water || (mislukt >= 3 && wachtMinuten == 0); if (alarm) { digitalWrite(GROEN, LOW); // het knipperen gebeurt tijdens het wachten } else if (vocht < VOCHT_MIN) { digitalWrite(ROOD, HIGH); digitalWrite(GROEN, LOW); } else { digitalWrite(ROOD, LOW); digitalWrite(GROEN, HIGH); } // 6. verslag naar de computer (als die aan de USB-kabel hangt) Serial.print(minuut); Serial.print(";"); Serial.print(t, 1); Serial.print(";"); Serial.print(licht); Serial.print(";"); Serial.print(vocht); Serial.print(";"); Serial.print(raamOpen); Serial.print(";"); Serial.print(beurten); Serial.print(";"); Serial.println(mislukt); // 7. wachten tot de volgende minuut minuut = minuut + 1; wachtEenMinuut(alarm);}Enkele keuzes uitgelegd:
- Een veilige beginstand.
setup()sluit eerst het raam: na een stroomuitval weet het programma niet meer of het open stond (eis G5). Om dezelfde reden begintvandaagGedaanoptrue. Start de kas 's nachts, dan brandt de ledstrip niet midden in de nacht vier uur lang, maar pas de volgende avond. - Het alarm. Het rode lampje knippert bij een onmogelijke sensorwaarde (eis W7), een leeg reservoir (W3), of als het vocht na drie beurten na elkaar nog altijd onder 30 % is (W4). Wie het probleem opgelost heeft, drukt op de knop:
misluktwordt 0 en de kas probeert opnieuw. - Het extra licht. Zodra het donker wordt (lichtwaarde onder 300), brandt de ledstrip 240 minuten, één keer per dag. Pas als het weer dag is geweest (boven 400), mag het de volgende avond opnieuw: twee drempels, zoals bij het dakraam. Zet
EXTRA_LICHTin oktober optrueen in april opfalse; tijdens de groeiproef blijft hetfalse. - De klok loopt achter. Een lus duurt 60 s plus de tijd van de acties: 15 s voor het raam, 30 s voor de pomp. Op de testdag telde het programma daardoor 1433 minuten in plaats van 1440. Voor de kas maakt dat niets uit; wie op de seconde wil werken, gebruikt
millis()(Intermediate, hoofdstuk 29).
Het programma is getest. Het compileert zonder fouten, en in een simulatie van de kas (hetzelfde model als in hoofdstuk 23 en 25) draaide het een hele dag, met een leeg reservoir, een losse slang, een sensor uit de grond, een winteravond en een stroomuitval. Het stroomdiagram hiernaast toont de hoofdlus.
Het programma naspelen voor je het vertrouwt
Voor het team de kas een week alleen laat, speelt het het programma na, zoals in hoofdstuk 22: welke acties doet loop() bij zes opeenvolgende metingen? Bij de start staat het raam dicht, is wacht 0 en mislukt 0, en er is water in het reservoir. De ruwe waarden zijn:
| meting | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| A1 (TMP36) | 162 | 163 | 164 | 161 | 156 | 155 |
| A0 (vocht) | 505 | 508 | 511 | 462 | 470 | 473 |
- (TMP36, geijkt)
- vocht = map(ruw, 600, 300, 0, 100): gehele getallen, de rest valt weg
- de regels uit de code: raam open boven 28 °C, dicht onder 25 °C; water onder 30 %, dan wacht = 15
- per meting: T, vocht, wat het programma doet, en de toestand erna
- 1Omrekenen. Meting 1: , dus . Het vocht: , en map() houdt 31 over.
- 2Meting 1. 27,7 °C is niet boven 28: het raam blijft dicht. Het vocht (31 %) is niet onder 30 %: niets te doen.
- 3Meting 2. 28,2 °C: het raam gaat open (K3, 15 s). Vocht: ruw 508 geeft , dus 30: niet onder 30 %, geen beurt.
- 4Meting 3. 28,7 °C: het raam is al open, niets te doen. Vocht 29 %: pompbeurt van 30 s, mislukt = 1, wacht = 15.
- 5Meting 4 tot 6. Het vocht springt naar 46 %, maar het programma kijkt pas weer als wacht op 0 staat: het telt af (14, 13, 12). De temperatuur daalt: bij 27,2 °C blijft het raam open (niet onder 25), bij 24,7 °C gaat het dicht.
meting A1 T (°C) A0 vocht (%) wat het programma doet raam, wacht, mislukt erna 1 162 27,7 505 31 niets dicht, 0, 0 2 163 28,2 508 30 raam open (K3, 15 s) open, 0, 0 3 164 28,7 511 29 pomp 30 s (K2) open, 15, 1 4 161 27,2 462 46 niets open, 14, 1 5 156 24,7 470 43 raam dicht (K4, 15 s) dicht, 13, 1 6 155 24,3 473 42 niets dicht, 12, 1
Fase 6: het energiebudget nagerekend
Het voorbeeldteam meet de stromen van de afgewerkte kas en rekent het energiebudget van hoofdstuk 21 na, met de opbrengst van het zonnepaneel per maand uit hoofdstuk 17. Volstaan paneel en batterij? En wat telde het budget van hoofdstuk 21 nog niet mee?
- omvormer (Arduino en sensoren) 0,15 A aan de 12 V-kant, 24 h per dag
- ledstrip 0,40 A, 4 h per dag, van oktober tot maart; pompje 0,65 A, 225 s per dag
- relaisspoel ±70 mA bij 5 V (hoofdstuk 25); omvormer 83 % (hoofdstuk 21)
- duwstang ±0,5 A, op een zonnige dag 14 bewegingen van ±8 s (4,0 cm aan ±5 mm/s)
- paneel 50 Wp: van 1,25 (december) tot 3,69 Wh per Wp per dag (april), PVGIS (hoofdstuk 17)
- batterij 250 Wh, waarvan 80 % bruikbaar
- verbruik per dag in zomer en winter
- overschot of tekort per maand
- aantal winterdagen op de batterij
- 1Het budget van hoofdstuk 21. Besturing , 24 h: . Pompje . Ledstrip . Zomer 43,7 Wh, winter 62,9 Wh per dag.
- 2Wat er nog bij komt. Relais K1 staat 4 uur aan: aan de 5 V-kant, , en door de omvormer aan de 12 V-kant. De duwstang: . De relais K2, K3 en K4 samen: . Zomer , winter per dag.
- 3Per maand (gemiddeld per dag, opbrengst = Wh per Wp):
Alleen december komt tekort: per dag. Januari (+5,9 Wh) is krap.maand jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec opbrengst (Wh/dag) 70,5 105,5 149,5 184,5 179,0 177,0 172,5 165,5 164,5 125,0 83,0 62,5 verbruik (Wh/dag) 64,6 64,6 64,6 43,9 43,9 43,9 43,9 43,9 43,9 64,6 64,6 64,6 verschil 5,9 40,9 84,9 140,6 135,1 133,1 128,6 121,6 120,6 60,4 18,4 −2,1 - 4Batterij. bruikbaar, dus winterdagen zonder zon (eis E2: minstens 3).
- 5Per jaar. (eis E3: hoogstens 20 kWh).
Fase 7: testen tegen het programma van eisen
Testen doe je in drie rondes, van klein naar groot:
- Deeltests tijdens de bouw: elk onderdeel apart, zodra het klaar is. De maten, de stijfheid, de kring vóór de keuring, elke sensor, elk relais met een ledje in plaats van de pomp of de duwstang.
- Systeemtest op één dag: de hele kas samen, met nagebootste situaties. Sensor opwarmen met je hand, droge potgrond, het reservoir laten leeglopen, de slang los, de stekker eruit en er weer in.
- Testweek: de kas een week alleen. Een laptop (of later een datalogger) bewaart het verslag van het programma, en elke dag doet één teamlid dezelfde controle: batterijspanning, waterpeil, temperatuur naast de referentiethermometer.
Elke test hoort bij een eis, en het criterium ligt vast vóór je test: anders ga je het resultaat goedpraten. Faalt een test, dan zoek je de oorzaak, verbeter je en test je opnieuw: de lus van hoofdstuk 30.
De simulatie als generale repetitie. Voor het programma de kas in ging, liet het voorbeeldteam het een dag draaien in een simulatie: hetzelfde model van de kas als in hoofdstuk 23 en 25, met de zonnige aprildag van hoofdstuk 4. Het raam ging 7 keer open en 7 keer dicht, voor het eerst om 12:06 en voor het laatst om 15:38. De kas werd hoogstens 28,0 °C (zonder regeling 32 °C). Het pompje gaf 7 beurten, elke 3 uur en 12 minuten: 1,68 L die dag, want de grond begon op 40 %. Op lange termijn zijn het 7,5 beurten of 1,8 L per dag, zoals in het stationsdossier.
Eis K3 (hoogstens 30 °C op een zonnige aprildag) kan je alleen testen op een zonnige aprildag. Komt die niet tijdens het project, dan schrijf je 'voorlopig: simulatie 28,0 °C' en test je later opnieuw. Eerlijk rapporteren wat je (nog) niet weet, hoort bij testen.
Het testrapport van het voorbeeldteam
Zo ziet een ingevuld testrapport eruit: per eis de toets, het criterium dat vooraf vastlag, het resultaat en het besluit. Alle 28 moet-eisen zijn gehaald, twee daarvan voorlopig (K3 en E1: ze vragen een zonnige aprildag en een hele zomer). Van de acht wensen zijn er vijf gehaald (C5 alleen als je de kas in twee delen draagt), twee niet (K7 en P2), en één kan je pas na een jaar toetsen (W6).
De niet-gehaalde wensen wijzen de weg naar versie 2. K7: een nachtscherm maakt de kas 's nachts 1,7 °C warmer dan buiten in plaats van 0,7 °C (hoofdstuk 16). P2: de groeiproef en de oogst botsen, want negen van de twaalf bakjes stonden in de schaduw (771 g). Zonder schaduwdoek geeft de kas 12 × ±100 g = ±1,2 kg (hoofdstuk 27).
| code | eis | soort | toets | criterium | resultaat | voldaan? |
|---|---|---|---|---|---|---|
| M1 | binnenmaten 1,20 × 0,60 × 0,80 m | moet | rolmeter | afwijking ≤ 1 cm | 1,201 × 0,598 × 0,802 m | ja |
| M2 | 12 bakjes, 2 rijen van 6 op de tafel | moet | plaatsen | passen zonder klemmen | passen | ja |
| M3 | reservoir: bruikbaar ≥ 25,2 L | moet | vullen met maatbeker | ≥ 25,2 L | 26,0 L tot de vlotter | ja |
| C1 | tafel vol (471 N): doorbuiging ≤ 3,0 mm | moet | belasten, lat + schuifmaat | ≤ 3,0 mm | kleiner dan 0,5 mm (middensteun) | ja |
| C2 | 50 N zijwaarts bovenaan: ≤ 5 mm | moet | veerunster, lat | ≤ 5 mm | 3,1 mm | ja |
| C3 | lege kas kantelt pas voorbij 30° | moet | berekening | > 30° | 40° (hoofdstuk 13) | ja |
| C4 | grondankers: ≥ 100 N per anker | moet | trekproef | ≥ 100 N | 150 N, anker houdt | ja |
| C5 | lege kas ≤ 25 kg | wens | weegschaal | ≤ 25 kg | kas 7,1 kg + tafel 15,1 kg apart | ja, in delen |
| K1 | temperatuur tot op 1 °C | moet | 3 temperaturen, referentie | |verschil| ≤ 1 °C | 0,3 / 0,4 / 0,6 °C | ja |
| K2 | raam open boven 28 °C, dicht onder 25 °C | moet | sensor opwarmen, afkoelen | 27,5-28,5 en 24,5-25,5 °C | 28,2 en 24,8 °C | ja |
| K3 | zonnige aprildag: ≤ 30 °C | moet | dagverloop loggen | ≤ 30 °C | simulatie 28,0 °C; zonnige dag nog niet gehad | voorlopig |
| K4 | raamopening ≥ 15 cm | moet | lat | ≥ 15 cm | 20 cm | ja |
| K5 | raam met de hand ≤ 10 N | moet | veerunster | ≤ 10 N | 6 N | ja |
| K6 | dicht raam blijft dicht bij 60 N | moet | trekken | blijft dicht | blijft dicht | ja |
| K7 | 's nachts ≥ 1 °C warmer dan buiten | wens | nachtmeting | ≥ 1 °C | 0,7 °C | nee |
| K8 | extra licht okt.-mrt., 4 h bij donker | wens | LDR afdekken, tijd opnemen | 4 h ± 5 min | 240 min | ja |
| W1 | water onder 30 %: 30 s, dan 15 min wachten | moet | droge bak | 1 beurt, 240 mL | 235 mL | ja |
| W2 | ≥ 14 dagen zonder bijvullen | moet | berekening + verbruik 7 dagen | ≥ 14 d | 26,0 L / 1,76 L = 14,8 d | ja |
| W3 | pomp draait nooit droog | moet | reservoir leeg laten lopen | pomp stopt | stopt (B1 en B2) | ja |
| W4 | alarm na 3 beurten zonder effect | moet | slang losmaken | alarm na 3 beurten | alarm na 3 beurten | ja |
| W5 | elk bakje een eigen druppelaar | moet | debiet per druppelaar | 20 mL per beurt ± 20 % | 17-23 mL | ja |
| W6 | ≥ helft regenwater | wens | jaarbalans | ≥ 50 % | pas na een jaar | later |
| W7 | onmogelijke sensorwaarde: geen beurt, alarm | moet | sensor uit de grond | geen beurt, rood knippert | zo | ja |
| E1 | apr.-sep. op zonne-energie | moet | batterijspanning loggen | nooit afgeschakeld | testweek en week 8: in orde | voorlopig |
| E2 | batterij ≥ 3 winterdagen | moet | berekening | ≥ 3 d | 3,1 d | ja |
| E3 | jaarverbruik ≤ 20 kWh | wens | berekening, energiemeter | ≤ 20 kWh | 19,8 kWh | ja |
| V1 | in de kas alleen 12 V en 5 V; adapter buiten, achter 30 mA | moet | checklist | alles in orde | in orde | ja |
| V2 | zekering per tak + hoofdzekering | moet | schema, zekeringen tellen | F1-F6 aanwezig | in orde | ja |
| V3 | geen glas, geen scherpe randen | moet | nazicht met handschoen | niets gevonden | 1 braam aan een koker, weggevijld | ja, na herstel |
| G1 | voorkant kan open | moet | proberen | open in minder dan 1 min | 20 s | ja |
| G2 | statuslampje groen / rood | moet | situaties nabootsen | juiste kleur | juist | ja |
| G3 | reservoir bijvullen ≤ 5 min | wens | tijd opnemen | ≤ 5 min | 3 min 40 s | ja |
| G4 | materiaal ≤ € 400 (zonder zonnekast) | wens | bonnetjes | ≤ € 400 | € 388 gekocht (waarde € 556) | ja |
| G5 | na stroomuitval herstart in veilige stand | moet | stekker 1 min uit | raam dicht, pomp uit | zo | ja |
| P1 | groeiproef mogelijk (12 bakjes, geloot) | moet | proefplan | plan klopt | zo | ja |
| P2 | ≥ 1 kg sla per teelt | wens | wegen | ≥ 1 kg | 771 g (9 bakjes in de schaduw) | nee |
Foutzoeken: het pompje draait niet
Tijdens de systeemtest zet een leerling de bodemvochtsensor in droge potgrond. Het rode lampje brandt continu, maar het pompje draait niet. Waar zit de fout? Werk van de bron naar de verbruiker, met één meting tegelijk.
- pompkring: +12 V → F3 → K2 → vlotter B1 → pompje → min
- multimeter op V⎓, zwarte pen op de min
- statuslampje: rood continu (niet knipperend)
- een meetplan
- de oorzaak en de oplossing
- 1Lees eerst wat het programma zegt. Rood continu, niet knipperend: het programma vindt de grond droog en ziet geen alarm, dus B2 op D3 meldt 'water'. Het meten werkt. Het probleem zit in het doen.
- 2Maak meten mogelijk. Het programma pompt maar 30 s per kwartier. Zet daarom tijdelijk een testprogramma op de Arduino dat D6 aan zet. Luister: klikt relais K2? Ja.
- 3Meet van bron naar verbruiker. De rode pen gaat van punt 1 naar punt 5; zolang je 12 V meet, is de weg tot daar in orde (hoofdstuk 18).
meetpunt ligt verwacht (pomp aan) gemeten besluit 1 voor F3 12 à 13,5 V 12,9 V spanning komt aan 2 na F3 zelfde als 1 12,9 V zekering F3 is heel 3 na K2 zelfde als 1 12,9 V relais K2 sluit (je hoort het klikken) 4 na vlotter B1 zelfde als 1 0 V hier verdwijnt de spanning: B1 is open 5 na het pompje 0 V 0 V (normaal: over het pompje staat de volle spanning) - 4Besluit. De spanning verdwijnt tussen punt 3 en 4: vlotter B1 is open. In het reservoir zie je waarom: B1 hangt 3 cm hoger dan B2, en het water staat ertussen. Voor B1 is het reservoir 'leeg', voor B2 niet.
- 5Oplossen en hertesten. Hang B1 onder B2. Voeg een test toe aan het testplan: laat het reservoir langzaam leeglopen. Eerst moet het rode lampje knipperen (B2), pas daarna mag de pomp stroomloos worden (B1).
De foutzoektabel
Een foutzoektabel zet bij elk symptoom de mogelijke oorzaken, van de waarschijnlijkste naar de minst waarschijnlijke, met een test die telkens maar één ding controleert. Begin altijd bij wat de kas zelf vertelt: het statuslampje en het verslag op de laptop. Voeg je eigen fouten toe: zo groeit de tabel met je kas mee.
| symptoom | mogelijke oorzaak | test | oplossing |
|---|---|---|---|
| niets werkt, geen lampje op de Arduino | F1 of F4 doorgebrand; stekker X1 los; batterij leeg (laadregelaar schakelde af) | 12 V na F1? 5 V na de omvormer? | oorzaak van de doorgebrande zekering zoeken, dan vervangen; batterij laden of adapter |
| rood continu, pompje draait niet | vlotter B1 open (hangt hoger dan B2); relais K2; zekering F3 | meet van bron naar pompje (voorbeeld hierboven) | B1 onder B2 zetten; relais of zekering vervangen |
| pompje draait, geen water in de bakjes | slang los; lucht in de pomp; aanzuigfilter verstopt | slang volgen; pomp onder water? | slang vastzetten; filter spoelen |
| pompt elk kwartier, grond kletsnat | sensor in een ander bakje dan de druppelaar; DROOG en NAT omgewisseld | verslag: vocht en ruwe waarde; sensor in een glas water | sensor verplaatsen; constanten verbeteren en opnieuw ijken |
| rood knippert | reservoir leeg; 3 beurten zonder effect; sensor uit de grond (vocht onder 0 %) | verslag lezen: vocht, mislukt; vlotter B2 | probleem oplossen, dan de knop indrukken |
| raam gaat niet open bij 30 °C | K3 of F5; duwstang klemt; eindschakelaar; TMP36 meet te laag | verslag: T? relaisledje K3 aan? | mechaniek vrijmaken; zekering; sensor ijken |
| raam klappert open en dicht | T_OPEN en T_DICHT gelijk; sensor in de luchtstroom van het raam | code nakijken; sensor verplaatsen en opnieuw kijken | twee drempels (28 en 25 °C); sensor in de SH-1 midden in de kas |
| temperatuur overdag enkele graden te hoog | TMP36 in de zon, zonder dakje | referentiethermometer in de schaduw ernaast | houder SH-1 met dakje, in licht PETG (hoofdstuk 32) |
| vocht leest 0 of 1023, of springt wild | draad los, slecht contact, kortsluiting | draden wiebelen terwijl je het verslag bekijkt | verbindingen solderen of vervangen |
| ledstrip brandt niet in de winter | EXTRA_LICHT nog false; W1 op hand; F2; LDR ziet een straatlamp | code; stand van W1; ruwe lichtwaarde 's avonds | EXTRA_LICHT = true; W1 op automaat; LDR afschermen |
| Arduino herstart als het pompje aanslaat | spanningsdip; gedeelde massadraad | 5 V meten tijdens het aanslaan | aparte massadraden in een sterpunt (Intermediate, hoofdstuk 21) |
| één bakje groeit veel slechter | druppelaar verstopt; bakje in de schaduw van de paal | debiet per druppelaar meten (W5) | druppelaar reinigen; in het verslag vermelden |
| batterij 's morgens leeg in december | paneel te klein, vuil of beschaduwd | opbrengst per dag tegenover verbruik | paneel reinigen; adapter als reserve (november-januari) |
Fase 8: de groeiproef uitvoeren
Groeit pluksla in de meetkas trager als ze minder licht krijgt, en hoeveel? (Het proefplan komt uit hoofdstuk 27.)
- 12 bakjes met potgrond uit dezelfde zak, zaad pluksla uit één pakje
- 9 raampjes met schaduwdoek: 3 × 30 %, 3 × 50 % en 3 × 70 %
- keukenweegschaal (op 1 g), schaar, lat
- de sensoren van de kas of een luxmeter; fototoestel; logboek
- 1Loot de plaats van de groepen (A 0 %, B 30 %, C 50 %, D 70 % schaduw) zo dat elke groep in beide rijen staat, bijvoorbeeld voor C A D B A C en achter B D A C D B (hoofdstuk 27). Label elk bakje.
- 2Zaai 30 zaadjes per bakje en dun na twee weken uit tot 10 plantjes. De ledstrip blijft uit: EXTRA_LICHT staat op false en W1 op 'hand' met S1 open.
- 3Elke week: het aantal bladeren per bakje, een foto van boven, en rond de middag het licht onder elk doek.
- 4Controleer elke week de druppelaars: krijgt elk bakje ongeveer 20 mL per beurt (eis W5)?
- 5Na vijf weken oogst je alles op dezelfde dag, 2 cm boven de grond, en weeg je elk bakje apart. Van één bakje per groep bepaal je ook de droge stof (hoofdstuk 27).
- 6Zet de resultaten in een tabel en een grafiek, en schrijf het verslag.
| groep | licht | bakje 1 (g) | bakje 2 (g) | bakje 3 (g) | gemiddelde (g) | bereik (g) | t.o.v. 100 % licht |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| A (0 % schaduw) | 100 % | 98 | 106 | 101 | 101,7 | 8 | 100 % |
| B (30 % schaduw) | 70 % | 74 | 69 | 78 | 73,7 | 9 | 72 % |
| C (50 % schaduw) | 50 % | 51 | 57 | 49 | 52,3 | 8 | 51 % |
| D (70 % schaduw) | 30 % | 29 | 33 | 26 | 29,3 | 7 | 29 % |
De gemiddelden liggen bijna op een rechte door de oorsprong: ongeveer 1,03 g per procent licht. Binnen een groep liggen de bakjes 7 tot 9 g uit elkaar; tussen twee groepen scheelt het 21 g of meer. Samen woog de oogst 771 g.
De oogst daalt met het licht, en bijna recht evenredig. In april is licht de beperkende factor (hoofdstuk 27): met minder licht maken de planten minder suiker, en dus minder blad. Omdat de spreiding binnen een groep veel kleiner is dan het verschil tussen de groepen, is het verschil geen toeval van één bakje.
Toch blijft er een tweede variabele die je niet kon uitschakelen: onder het doek is het ook iets koeler en waait het minder. Meet ze (de TMP36 onder een doek), en vermeld ze in de bespreking. Met maar drie bakjes per groep is het besluit ook voorzichtig: een tweede teelt maakt het sterker.

Fase 8: het onderzoeksverslag
Een onderzoeksverslag vertelt een ander wat je deed, wat je vond en wat het betekent, zo dat die de proef kan herhalen. De vaste onderdelen ken je uit hoofdstuk 2:
| onderdeel | wat erin staat | voorbeeld uit de groeiproef |
|---|---|---|
| titel | de vraag of de boodschap, kort | Minder licht, minder sla: een groeiproef in de meetkas |
| onderzoeksvraag | één vraag met de twee variabelen | Hoe hangt het versgewicht van pluksla na vijf weken af van de hoeveelheid licht? |
| hypothese | als ... dan ..., omdat ... | Als de sla minder licht krijgt, dan is de oogst kleiner, omdat licht in april de beperkende factor is. |
| materiaal en methode | zo dat een ander de proef kan herhalen: variabelen, groepen, loting, metingen | 12 bakjes, 4 groepen (0, 30, 50, 70 % schaduw), geloot over beide rijen; gewogen na 5 weken |
| resultaten | tabel en grafiek met eenheden, zonder uitleg | tabel met de 12 gewichten, gemiddelde en bereik; grafiek gewicht tegenover licht |
| besluit | antwoord op de vraag, met getallen; klopt de hypothese? | Het versgewicht daalt bijna recht evenredig met het licht: ±1 g per procent licht. |
| bespreking | wat kan het resultaat beïnvloed hebben, wat doe je beter? | onder het doek ook koeler; maar 3 bakjes per groep; een tweede teelt in de zomer |
| bronnen en logboek | waar komen gegevens en methode vandaan | hoofdstuk 27, logboek weken 5-9 |
Drie regels maken een verslag sterk:
- Waarneming en interpretatie apart (hoofdstuk 2). Bij de resultaten staat wat je gemeten hebt; wat het betekent, staat in het besluit en de bespreking.
- Getallen met eenheden, figuren met een titel en assen met grootheid en eenheid (hoofdstuk 4). Een grafiek zegt meer dan een alinea.
- Eerlijk over de grenzen: hoeveel bakjes, wat je niet kon uitschakelen, wat je anders zou doen.
Klopt je hypothese niet, dan heb je iets geleerd dat je niet wist. Schrijf dat eerlijk op, en zoek een verklaring. Een onderzoek mislukt alleen als de proef niet eerlijk was, of als je de resultaten verbergt.
Fase 9: presenteren met poster, pitch en demo
Het project eindigt met een presentatie, bijvoorbeeld op een infomarkt voor ouders en andere klassen. Drie vormen vullen elkaar aan.
De poster (A1 of A0) leest iemand die voorbijloopt. De titel is leesbaar van op een paar meter, de tekst van op een meter. Weinig tekst, één grote grafiek, de kas op een foto en in het systeemschema. Een goede titel is een vraag of een boodschap: 'Minder licht, minder sla', niet 'Project meetkas'.
De pitch duurt twee minuten en heeft een vaste opbouw:
| tijd | deel | voorbeeld |
|---|---|---|
| 0:00-0:20 | het probleem | Hoe houd je planten twee weken in leven als er niemand op school is? |
| 0:20-0:50 | onze oplossing | de meetkas: meten, beslissen, doen (systeemschema, kort) |
| 0:50-1:20 | het bewijs | 28 van de 28 moet-eisen gehaald; de grafiek van de groeiproef |
| 1:20-1:45 | wat we leerden | de vlotter die te hoog hing; wat versie 2 beter doet |
| 1:45-2:00 | afsluiter | een vraag aan het publiek, of: 'kijk, nu geeft ze water' (demo) |
De demo toont de kas aan het werk: de sensor in droge potgrond, en de pomp slaat aan; een hand op de temperatuursensor, en het raam gaat open; de sensor uit de grond, en het lampje knippert. Oefen de demo, en houd een plan B klaar (een filmpje) voor als iets niet lukt. Ook dat is eerlijk: vertel wat er misging en waarom.
Een regeling die je live ziet werken, overtuigt meer dan tien slides. Het testrapport met getallen ('28 van de 28 moet-eisen') overtuigt meer dan 'het werkt goed'.

Beoordeling: de eindrubric
De leraar beoordeelt het project met deze rubric; jullie gebruiken dezelfde voor de zelfevaluatie (werkboek). Per criterium kies je het niveau dat het best past, met bewijs: een opdracht, een meting, een regel in het logboek. De eindscore is de som van niveau × gewicht, gedeeld door 4. Het voorbeeldteam haalde niveau 3 op alles en niveau 4 voor de constructie: 79 op 100.
Daarnaast beoordeelt elk teamlid zichzelf en de anderen (peer-evaluatie) op vier punten: afspraken nakomen, kwaliteit in de eigen rol, anderen helpen, meedenken. Grote verschillen tussen zelf- en peer-evaluatie bespreek je in een kort teamgesprek.
| criterium | gewicht | 1 · begint | 2 · op weg | 3 · goed | 4 · uitstekend |
|---|---|---|---|---|---|
| programma van eisen en testen | 15 % | PvE niet herbekeken; weinig getest | de meeste moet-eisen getest; criteria soms vaag | alle moet-eisen getest met een vooraf vastgelegd criterium; testrapport volledig | ook: gefaalde eisen geanalyseerd, verbeterd en hertest; nieuwe eisen uit de integratie |
| ontwerp en tekeningen | 10 % | schets zonder maten | tekening met fouten in projectie of maten | samenstellingstekening en tekeningenlijst volgens de regels | ook: interfaces gecontroleerd, keuzes onderbouwd |
| constructie | 15 % | onvolledig of wiebelt | staat, maar niet haaks of met scherpe randen | maatvast, stijf (C2), stabiel, veilig afgewerkt | ook: netjes, onderhoudsvriendelijk, gemeten en verbeterd |
| elektrische kring en veiligheid | 10 % | niet volgens het schema of zonder zekeringen | werkt, maar pas na herstel van ernstige fouten gekeurd | volgens het schema, zekering per tak, keuring in één keer | ook: nette bekabeling, spanningen en stromen gemeten en genoteerd |
| besturing en code | 15 % | het programma werkt niet in de kas | werkt, maar niet alle situaties getest | alle tests uit het testplan in orde; sensoren in de kas geijkt | ook: een eigen verbetering in de code, getest en uitgelegd |
| energiebudget | 10 % | niet gemaakt | met de waarden uit het boek, niets gemeten | met gemeten stromen, vergeleken met de opbrengst per maand | ook: een zuiniger voorstel, doorgerekend |
| groeiproef en verslag | 15 % | proef niet volgens plan | uitgevoerd; verslag onvolledig | eerlijke proef; verslag met alle onderdelen; besluit met getallen | ook: storende factoren gemeten en besproken |
| presentatie en samenwerking | 10 % | geen poster of demo; logboek leeg | poster en pitch, maar niet voorbereid; logboek onvolledig | poster, pitch en demo voorbereid; iedereen spreekt; logboek bijgehouden | ook: overtuigend, eerlijk over wat niet lukte, vragen goed beantwoord |
De eerste module is af: alles samen, en verder
De meetkas is het eerste stuk van Habitat dat echt werkt. Elk deel van Fundamental leverde er iets aan, en in dit hoofdstuk kwam alles samen. Kijk je terug, dan zie je de leerlijnen: onderzoeken (ijken, de groeiproef), wiskundig modelleren (verhoudingen, grafieken, het energiebudget), materie (materialen, voedingsoplossing), krachten en constructies (frame, dakraam), energie, elektriciteit, programmeren en regelen (de code), ontwerpen en maken (programma van eisen, tekeningen, prints) en leven (de planten). Data en AI zag je nog maar even (hoofdstuk 22); in Intermediate worden het echte hoofdstukken.
Wat er in Intermediate mee gebeurt. De meetkas blijft staan, buiten op het terras van het station, met haar Uno. In laag 2 bouw je de klimaat- en energiemodule: een kweekruimte met hydroponie (hoogstens 48 plantplaatsen), 1,40 kWp zonnepanelen en twee LiFePO4-batterijen, een Arduino Mega die pH, EC, CO₂ en temperatuur bewaakt, en een datalogger. De meetkas levert daarvoor de eerste echte data: hoe betrouwbaar haar goedkope sensoren zijn (I1), een ijklijn met een rekenblad (I3), de kas bij storm (I10), haar warmteverlies nagerekend (I19), een week sensordata in Python (I28) en een beslisboom die voorspelt of de planten water nodig hebben (I39). Het integratieproject van Intermediate (I40) volgt dezelfde fasen als dit hoofdstuk, maar met meer rekenwerk, een datalogger en een technisch rapport.
De missie van Habitat en de meetkas als systeem: hier sluit de cirkel.
De onderzoekscyclus en het verslag, voor de groeiproef.
Risicotabel, STOP en de 230 V-adapter buiten de kas.
Diagonalen, zwaartepunt en kantelen: de constructie van de kas.
Het zonnepaneel van 50 Wp en de batterij van 250 Wh.
Het energiebudget dat je hier nagerekend en aangevuld hebt.
Water geven en het dakraam: de regelingen die hier samen in één programma zitten.
Het proefplan van de groeiproef.
Het programma van eisen, en testen, evalueren en verbeteren als lus.
Werktekeningen, stuklijsten en isometrie.
Hoe betrouwbaar zijn de goedkope sensoren van de meetkas?
De meetkas bij storm, en waarom de grondankers nodig zijn.
Zonnepaneel en batterij voor een groter systeem, met energiebeheer.
Programmeren met millis() in plaats van delay(), en code in functies en modules.
Een datalogger die het verslag van de kas zelf bewaart.
Dag, nacht, alarm en onderhoud als toestanden: de volgende stap na tellers en vlaggen.
Het integratieproject van Intermediate: de tweede laag van Habitat.
Het V-model: eisen en tests zoals hier, maar voor het hele station.
In het kort
- Integreren is meer dan samenvoegen: je controleert elke interface (maat, spanning, pin, eenheid) en test het geheel, want sommige fouten bestaan alleen in het geheel.
- Een project plan je in fasen met mijlpalen (Gantt-diagram), met vaste rollen, een logboek en een portfolio; taken op het kritieke pad bepalen het tempo.
- Het programma van eisen (versie 2: 36 eisen, 28 moet) is de lat: elke eis krijgt vooraf een toets en een criterium, en het testrapport zegt per eis of ze gehaald is.
- De constructie: een aluminium frame met gekruiste kabels (3,1 mm bij 50 N, eis C2), een tafel op drie steunen, een laag zwaartepunt (0,28 m, kantelhoek 47°).
- De 12 V-kant: zonnekast of adapter via stekker X1, hoofdzekering F1 en vier takken met elk een zekering (samen hoogstens 1,70 A). De 5 V-kant: de Arduino met drie sensoren, knop, vlotter, vier relais en het statuslampje.
- Het programma meet elke minuut alles en onthoudt met tellers hoe lang het moet wachten; het start in een veilige stand en geeft alarm bij een leeg reservoir, drie beurten zonder effect of een onmogelijke meting.
- Het energiebudget met relais en duwstang: 43,9 Wh (zomer) en 64,6 Wh (winter) per dag. Het paneel van 50 Wp volstaat behalve in december; de batterij houdt 3,1 winterdagen.
- Foutzoeken: van symptoom naar oorzaak, van bron naar verbruiker, één meting tegelijk, en alles in het logboek.
- De groeiproef toont een oogst die bijna recht evenredig is met het licht (±1 g per procent); je rapporteert met vraag, hypothese, methode, resultaten, besluit en bespreking, en presenteert met poster, pitch en demo.
Wat je nu kent
- integratie
- Deelsystemen die elk apart werken samenvoegen tot één systeem, en nagaan of ze ook samen werken.
- interface
- De plaats en de afspraken waar twee deelsystemen elkaar raken: een stekker, een pin, een maat, een eenheid.
- Gantt-diagram
- Planning waarin elke taak een balk is over de weken waarin ze loopt, met de mijlpalen als ruitjes.
- mijlpaal
- Een moment in een project waarop iets af moet zijn en getoetst wordt, zoals 'de kas staat' of 'de kring is gekeurd'.
- kritiek pad
- De reeks taken die elk af moeten zijn voor de volgende kan beginnen: loopt er één uit, dan schuift het hele project op.
- logboek
- Dagboek van het project: wie deed wat, welke problemen en beslissingen er waren, en wat de volgende stap is.
- samenstellingstekening
- Werktekening van een geheel, met de hoofdmaten en een verwijzing naar de werktekeningen van de onderdelen.
- testplan
- Lijst van tests die per eis zeggen hoe, waarmee en met welk criterium je toetst, vastgelegd vóór je test.
- testrapport
- Het ingevulde testplan: per eis het resultaat en het besluit (gehaald, niet gehaald, voorlopig).
- laadregelaar
- Schakeling tussen zonnepaneel, batterij en verbruikers die de batterij veilig laadt en de verbruikers afschakelt als de batterij te leeg wordt.
- energiebudget
- Vergelijking van wat een systeem per dag aan energie gebruikt met wat de bron per dag levert.
- naspelen (trace)
- Een programma met de hand stap voor stap uitvoeren voor gekozen invoer, om na te gaan wat het doet.
- foutzoeken
- Systematisch de oorzaak van een fout vinden: van symptoom naar mogelijke oorzaak, met tests die telkens één ding controleren.
- rubric
- Beoordelingstabel met criteria en per criterium een beschrijving van elk niveau.
- peer-evaluatie
- Beoordeling van je teamgenoten met dezelfde criteria als je zelfevaluatie, eerlijk en met een concrete tip.