← Back to CoursesStemExpert
StemExpert
Fundamental · Handboek · 33. Integratieproject: de meetkas
StemExpert · Brecht Corbeel · schoolium.me
StemExpert
F33. Integratieproject: de meetkas
FFundamental · deel F9 · Habitat F: de meetkas

Handboek · hoofdstuk 33Integratieproject: de meetkas

Van programma van eisen tot presentatie: je team bouwt, programmeert, test en presenteert de eerste module van Habitat

Tweeëndertig hoofdstukken lang leerde je telkens één bouwsteen van de meetkas: een maat, een kracht, een schakeling, een programma, een plant. Nu zet je ze samen. In dit integratieproject bouwt je team de meetkas echt, laat je ze een week alleen draaien, toets je haar aan het programma van eisen, voer je de groeiproef uit en presenteer je het resultaat. Het handboek is je projectgids: per fase wat je doet, met de waarden die je al berekende. Het werkboek is je projectmap.

8× uitleg4× uitgewerkt voorbeeld2× proef1× ontleed6× naslag1× verhaal1× het geheel1× code28 opdrachten in het werkboek± 30 lestijden
De meetkas af: ze meet, geeft water, verlucht en draait op de zon. De eerste module van Habitat werkt.
De meetkas af: ze meet, geeft water, verlucht en draait op de zon. De eerste module van Habitat werkt.
Na dit hoofdstuk
Verhaal · 33.1

Alles werkt apart. Werkt het ook samen?

1/24

Op 23 september 1999 verdween de Mars Climate Orbiter, een ruimtesonde van meer dan honderd miljoen dollar, bij aankomst aan Mars. Het onderzoek vond de oorzaak. De software van het ene team gaf de stoten van de kleine stuurraketten door in een Amerikaanse eenheid (pound-force-seconde), terwijl de navigatiesoftware van een ander team newton-seconde verwachtte. Elk programma werkte zoals het ontworpen was. Het liep mis op de plaats waar ze elkaar raakten: een factor 4,45 die niemand omrekende.

Zo'n plaats heet een interface: een stekker, een pin, een maat, een eenheid, een afspraak tussen twee delen. De meetkas heeft er tientallen. De 12 V van de batterij en de 12 V van het pompje. Pin D6 in de code en de draad op D6. De 1180 mm van de tafel en de 1200 mm tussen de kokers. 'Droog = 600' in het programma en de potgrond in jouw bakje. Het stationsdossier van Habitat is eigenlijk een lijst van zulke afspraken: elke waarde staat er één keer in, en iedereen gebruikt dezelfde.

Integreren is daarom meer dan alles in elkaar schuiven. Bij elke stap controleer je of wat je koppelt echt past: in maat, in spanning, in eenheid, in tijd. En je test het geheel, want sommige fouten bestaan alleen in het geheel: het dakraam dat niet reageert terwijl het waterprogramma 15 minuten wacht (hoofdstuk 25), de ledstrip die de lichtsensor verblindt, of het zonnepaneel op het dak dat de planten beschaduwt (hoofdstuk 17).

Zo werk je met dit hoofdstuk

Het handboek is je projectgids: per fase wat je doet en waarom, met de waarden uit de vorige hoofdstukken en uitgewerkte voorbeelden van een voorbeeldteam (Noor, Sem, Lina en Arne). Het werkboek is je projectmap: per fase de opdrachten, met ruimte om in te vullen en een rubric. Houd beide open naast je logboek, en bewaar alles in je Habitat-portfolio.

Vier rollen, één kas: bouwen, meten, solderen en bijhouden wat er gebeurt.
Vier rollen, één kas: bouwen, meten, solderen en bijhouden wat er gebeurt.
Ontleed · 33.2

De meetkas: alle onderdelen samen

2/24

Zo ziet de afgewerkte meetkas eruit. De binnenmaten zijn 1,20 × 0,60 × 0,80 m (hoofdstuk 3); het frame van 20 mm valt erbuiten. Bij elk nummer staat het hoofdstuk waar je het onderdeel koos, berekende of tekende. Het zonnepaneel staat op een paal naast de kas, niet op het dak zoals in de eerste schets van hoofdstuk 1: een ontwerp verbetert al terwijl je het ontwerpt. De wanden zijn hier doorzichtig getekend, zodat je de tafel, de bakjes en het reservoir ziet.

De meetkas in isometrie (hoofdstuk 31), met links het zonnepaneel op zijn paal en de zonnekast aan de voet.
Wijs een nummer aan: de figuur zoomt in. Klik om vast te zetten.
  1. 1
    Frame

    Aluminium kokerprofiel 20 × 20 × 1,5 mm, 10,4 m, 3,1 kg (hoofdstuk 10). RVS-schroeven M4 met nylon ringen: geen rechtstreeks contact tussen de twee metalen.

  2. 2
    Gekruiste kabels

    RVS-kabel in de achterwand, de zijwanden en de bodem: 4,78 m diagonalen maken van elke rechthoek twee driehoeken (hoofdstuk 13). De open voorkant krijgt hoekplaatjes.

  3. 3
    Wanden en dak

    Kanaalplaat polycarbonaat 4 mm, 3,60 m², laat ±80 % licht door, UV-kant naar buiten, kanalen verticaal (hoofdstuk 10). In het midden vast, sleufgaten aan de uiteinden: de plaat zet meer uit dan het frame (hoofdstuk 6). De voorkant kan open (eis G1).

  4. 4
    Dakraam

    De rechterhelft van het dak, 0,60 × 0,60 m, 1,2 kg, scharnier achteraan. Met de hand 5,9 N aan de voorrand; open 20 cm (hoofdstuk 12).

  5. 5
    Duwstang

    12 V, slag 4,0 cm, hoogstens 40 N, op 12 cm van het scharnier: ze moet 29,5 N duwen (hoofdstuk 12). Relais K3 en K4 kiezen de richting (hoofdstuk 25). De hoeksteun HAB-F31-01 zit op een extra regel in de rechterzijwand.

  6. 6
    Plantentafel

    Watervast multiplex: blad 1180 × 580 × 18 mm op drie steunen met een achterregel (HAB-F31-03). De middelste steun houdt de doorbuiging onder de 3,0 mm van eis C1 (hoofdstuk 11 en 13).

  7. 7
    Plantenbakjes

    12 bakjes van 30 × 20 cm in PP, twee rijen van zes, taps naar onder (HAB-F31-02). Vol 4,0 kg of 39 N per bakje (hoofdstuk 11). Pluksla (hoofdstuk 27).

  8. 8
    Druppelslang

    Tussen de twee rijen, met een eigen druppelaar per bakje (eis W5). Binnendiameter 8,0 mm; in de aanvoer stroomt het water 16 cm/s (hoofdstuk 14).

  9. 9
    Reservoir en pompje

    Binnen 40 × 30 × 25 cm, donker afgedekt tegen algen, onder de tafel tussen twee steunen (hoofdstuk 3, 9 en 31). Pompje 12 V, 0,65 A, 8,0 mL/s (hoofdstuk 4 en 19), met twee vlotterschakelaars: B1 in de pompkring, B2 op pin D3.

  10. 10
    Ledstrip

    Twee helften van 60 Ω, één boven elke rij: samen 0,40 A en 4,8 W (hoofdstuk 19 tot 21). Alleen van oktober tot maart, 4 uur per avond.

  11. 11
    Temperatuursensor

    TMP36 in de sensorhouder SH-1, 5 cm van de koker, in de schaduw van een dakje (hoofdstuk 32). Geijkt: 1,5 °C aftrekken (hoofdstuk 25).

  12. 12
    Bodemvochtsensor

    Capacitieve sensor in houder SH-2, altijd even diep in hetzelfde bakje. IJkpunten 600 (droog) en 300 (nat) (hoofdstuk 25 en 32).

  13. 13
    Lichtsensor

    LDR met 10 kΩ, bovenop het frame: ze ziet het daglicht, maar niet de ledstrip (hoofdstuk 25).

  14. 14
    Elektronicakast

    Waterdichte kast buiten tegen de linkerwand: Arduino Uno, relaismodule, omvormer 12 → 5 V, zekeringen F1 tot F5, het statuslampje (rood en groen) en de knop (hoofdstuk 18 tot 25).

  15. 15
    Zonnepaneel

    50 Wp, ±0,65 × 0,55 m, op het zuiden onder 60°, op een paal naast de kas zodat het de planten niet beschaduwt (hoofdstuk 17).

  16. 16
    Zonnekast

    Batterij 12 V van ±250 Wh met zekering F6 en de laadregelaar (hoofdstuk 17 en 21). Van november tot januari blijft de 230 V-adapter reserve: buiten de kas, droog, hoger dan het water, achter een differentieel van 30 mA (hoofdstuk 5).

  17. 17
    Grondankers

    Twee per lange zijde, elk minstens 100 N (eis C4): een lege kas is licht en vangt veel wind (Intermediate, hoofdstuk 10).

Uitleg · 33.3

De meetkas als één systeem

3/24

In hoofdstuk 1 beschreef je de meetkas als een systeem met input, proces en output, nog zonder te weten hoe ze vanbinnen zou werken. Nu ken je elk deelsysteem. Het systeemschema toont hoe ze samenhangen:

  • input: zonlicht, water, lucht, zaad en potgrond, en informatie (de drempels, het onderhoud);
  • zes deelsystemen: energie, besturing, klimaat, water, planten, en de constructie die alles draagt;
  • output: sla, zuurstof en waterdamp, warmte, en meetgegevens.

Twee lussen maken van de meetkas een systeem dat zichzelf regelt. De bodemvochtsensor meet wat de pomp veranderde, de temperatuursensor meet wat het dakraam veranderde: dat is terugkoppeling (hoofdstuk 1 en 25). De ledstrip werkt anders: de lichtsensor meet het daglicht, niet het licht van de ledstrip, en de ledstrip brandt een vaste tijd. Dat is een open lus die door een gebeurtenis (het donker) gestart wordt.

Kijk ook naar de pijlen tussen de deelsystemen. De energie gaat naar de besturing en via de relais naar klimaat en water; de besturing stuurt alleen informatie (aan of uit). Elke pijl is een interface, en dus een plaats waar je bij het testen gaat kijken.

Een schema om mee te zoeken

Loopt er iets mis, volg dan de pijlen terug. Geen water in de bakjes? Kijk bij water (slang, pomp), bij besturing (sensor, relais K2) en bij energie (zekering F3). Het foutzoekblad verderop werkt precies zo.

systeemgrens: de meetkasinputoutputzonlicht230 V (reservenov.-jan.)regenwater,kraanwaterlucht met CO₂zaad, potgrond,voedingdrempels en tijdenonderhoud:bijvullen, knopsla (±1,2 kg perteelt)zuurstof enwaterdampwarmtemeetgegevens(verslag)statuslampje enalarmenergiezonnepaneel,batterij, zekeringen(H17-H21)besturingArduino, sensoren,programma (H22-H25)klimaatdakraam, ledstrip(H12, H16, H25)waterreservoir, pomp,druppelslang (H3,H14)plantenfotosynthese in 12bakjes (H27)constructieframe, wanden, tafel: draagt en beschermt alles(H10-H13)12 Vaan/uitmetingmaterieenergieinformatieterugkoppeling
Blauw is materie, geel energie, paars informatie; de rode stippellijnen zijn de terugkoppeling van de sensoren.
Uitleg · 33.4

Werken als projectteam: rollen, planning en logboek

4/24

Een project van tien weken met vier mensen loopt niet vanzelf. Drie gewoonten maken het verschil.

1. Vaste rollen. Elk teamlid is verantwoordelijk voor één deel, en is de tweede verantwoordelijke voor een ander deel: zo ligt het werk niet stil als iemand ziek is. Met drie voeg je projectleider en onderzoeker samen. Iedereen soldeert, test en presenteert mee.

rolverantwoordelijk voorvooral in fasesteunt op hoofdstuk
projectleiderplanning, logboek, contact met de leraar; bewaakt de tijd en het programma van eisenalle30
bouwertekeningen, constructie, stijfheid en stabiliteit, afwerking2, 310-13, 31, 32
elektronicus-programmeurkring en veiligheid, code, energiebudget4, 5, 618-25
onderzoekerijken, testplan, groeiproef, verslag5, 7, 82-4, 27

2. Een planning met mijlpalen. Het voorbeeldteam kreeg tien weken van drie lestijden. Sommige fasen lopen parallel: terwijl de bouwer de wanden plaatst, test de programmeur de code op tafel. De groeiproef start in week 5, zodra de kas staat, en duurt vijf weken. Een mijlpaal is een moment waarop iets af moet zijn en getoetst wordt; het voorbeeldteam koos er negen, van 'PvE versie 2' in week 1 tot de presentatie in week 10. Heb je maar acht weken, zaai dan in week 3 en geef tot de pomp werkt met de hand 150 mL per bakje per dag (hoofdstuk 27).

3. Een logboek en een portfolio. Het logboek houdt bij wie wat deed, welke problemen er waren, wat er beslist werd en wat de volgende stap is: vijf minuten aan het einde van elke les. Het portfolio bundelt alles: de Habitat-opdrachten van hoofdstuk 1 tot 32, het programma van eisen, de tekeningen, het testrapport, het verslag, de poster en je reflectie.

datumwiewat gedaanprobleem of beslissingvolgende stap
week 3, diSem, Linaframe gemonteerdachterwand scheef: diagonalen 1446 en 1438 mmkabels spannen tot beide 1442 mm
week 5, doArneeerste keer 12 V, keuringzekering F2 van de ledstrip ontbrakF2 geplaatst, opnieuw gekeurd: in orde
week 5, vrArne, Noorprogramma geüploadpomp sloeg aan in natte grond: DROOG en NAT omgewisseldconstanten verbeterd, test herhaald
Het kritieke pad

Sommige taken moeten af voor een andere kan beginnen: zonder frame geen wanden, zonder gekeurde kring geen besturing in de kas, zonder werkende pomp geen testweek. Loopt zo'n taak uit, dan schuift alles op. Het voorbeeldteam hield week 8 vrij als buffer.

week 123456789101 · programma van eisen2 · ontwerp en tekeningen3 · constructie4 · elektrische kring5 · besturing: code, ijken6 · energiebudget7 · testen (testweek 7)8 · groeiproef, verslag9 · presenterenlogboek en portfoliomijlpaalwerkgroeiproef (5 weken)testweek
De planning als Gantt-diagram: elke balk is een fase, elk ruitje een mijlpaal; groen is de groeiproef, rood de testweek.
Naslag · 33.5

Fase 1: het programma van eisen, versie 2

5/24

Het programma van eisen van hoofdstuk 30 (versie 1: 34 eisen, waarvan 26 moet-eisen) is de lat waarmee je de kas beoordeelt. Voor je bouwt, herbekijk je het met je team, eis per eis, met drie vragen:

  1. Klopt de eis nog met wat we nu weten? De tafel kreeg in hoofdstuk 31 bijvoorbeeld een steun in het midden.
  2. Is ze toetsbaar: wie toetst, waarmee, wanneer, en met welk criterium?
  3. Ontbreekt er iets? Samenzetten brengt eisen boven die je voor één onderdeel niet zag.

Het voorbeeldteam voegde twee moet-eisen toe en paste drie ontwerpwaarden aan. Versie 2 telt 36 eisen, waarvan 28 moet-eisen. Het volledige testrapport staat verderop (fase 7).

Wat er veranderde

codewijzigingwaarom
G5nieuw (moet): na een stroomuitval start de besturing vanzelf, met het raam dicht en pomp en ledstrip uitin tien weken valt de stroom zeker eens weg; het programma weet dan niet meer of het raam open stond
W7nieuw (moet): een onmogelijke waarde van de vochtsensor (ruw onder 250 of boven 620) geeft geen pompbeurt maar een alarmeen sensor die uit de grond getrokken is, meet 'droger dan droog' en zou elk kwartier pompen (hoofdstuk 25)
C1ontwerpwaarde: tafel op drie steunen (HAB-F31-03)de middensteun uit hoofdstuk 31 lost de doorbuiging van 3,7 mm op
C5'leeg' = zonder tafel en bakjesmet de steunen en de regel weegt de tafel zelf 15,1 kg (hoofdstuk 13 telde alleen het blad)
E1-E3ontwerpwaarden met relaisspoelen en duwstang: 43,9 en 64,6 Wh per daghet budget van hoofdstuk 21 telde die nog niet

Wanneer toets je welke eis?

fasewelke eisen toets je dan?
3 · constructieM1, M2, M3, C1, C2, C3, C4, C5, V3, G1
4 · elektrische kringV1, V2, W3 (vlotter B1)
5 · besturingK1, K2, K8, W1, W4, W7, G2, G5
6 · energieE1, E2, E3 (berekening; E1 ook in de testweek)
7 · testweekK3, K4, K5, K6, K7, W2, W5, G3, G4
8 · groeiproefP1, P2
na een jaarW6 (regenwaterbalans)
012345678aantal eisen3466233101211021matenconstructieklimaatwaterenergieveiligheidgebruikplantenmoet-eisenwensen
Klimaat en water tellen de meeste eisen: de kas moet vooral zichzelf verzorgen.
Uitgewerkt voorbeeld · 33.6

Fase 2: de samenstellingstekening

6/24

Maak de samenstellingstekening van de meetkas: het geheel in drie aanzichten met de hoofdmaten, met een verwijzing naar de werktekeningen van de onderdelen. Welke schaal kies je, welke maten zet je erop, en welke tekeningen horen in de tekeningenlijst?

dakraam open12408401200640300620640meetkas, samenstellingHabitat · meetkasHAB-F33-01schaal 1:20maten in mmgetekend: groep 327-09-2026
Samenstellingstekening HAB-F33-01: het frame dik, wat je door de platen ziet dun, het open dakraam gestreept.
Gegeven
  • binnenmaten 1200 × 600 × 800 mm, frame van 20 mm erbuiten (hoofdstuk 3 en 10)
  • tafel 300 mm hoog, bakjes 120 mm, reservoir 420 × 320 × 260 mm buiten (hoofdstuk 3, 31)
  • dakraam: de rechterhelft van het dak
  • papier: A4 liggend (297 × 210 mm)
Gevraagd
  • schaal
  • aanzichten en hoofdmaten
  • tekeningenlijst
Oplossing
  1. 1
    Buitenmaten. lang, diep, hoog.
  2. 2
    Schaal. Op 1:20 wordt het vooraanzicht breed en hoog, het zijaanzicht , het bovenaanzicht . Met ruimte voor maten en het titelblok past dat ruim op een A4. Op 1:10 kan het ook, maar dan is er weinig plaats over voor de maten.
  3. 3
    Aanzichten in Europese projectie (hoofdstuk 31): het bovenaanzicht onder, het linkerzijaanzicht rechts van het vooraanzicht. Door de doorzichtige platen zie je de tafel, de bakjes en het reservoir: teken ze met een dunnere lijn dan het frame, zodat het frame de vorm blijft bepalen. Het open dakraam teken je in het zijaanzicht met een dunne streeplijn.
  4. 4
    Alleen hoofdmaten: de buitenmaten, de binnenlengte 1200, de tafelhoogte 300 en de breedte van het dakraam. De maten van een onderdeel staan op zijn eigen werktekening; twee keer dezelfde maat geeft fouten als je er één verandert.
  5. 5
    Tekeningenlijst. HAB-F33-01 samenstelling (deze tekening); HAB-F31-01 hoeksteun; HAB-F31-02 plantenbak; HAB-F31-03 plantentafel; SH-1 houder temperatuursensor en SH-2 houder bodemvochtsensor (hoofdstuk 32); het aansluitschema van de 12 V-kant en van de besturing (fase 4 en 5).
Antwoord
Schaal 1:20, drie aanzichten in Europese projectie, zeven hoofdmaten en een titelblok met nummer HAB-F33-01. De tekeningenlijst verwijst naar vijf werktekeningen van onderdelen en twee aansluitschema's.
Klopt dit? Een samenstellingstekening is de plaats om interfaces na te kijken. Past de tafel? 1180 mm in 1200 mm: 10 mm speling per kant. Past het reservoir onder de tafel? 420 × 320 × 260 mm in een ruimte van 543 × 562 × 282 mm tussen twee steunen (hoofdstuk 31). Is het dakraam de helft van het dak? 600 van 1200 mm. Drie keer ja.
Naslag · 33.7

De stuklijst als bestellijst en kostenraming

7/24

De stuklijst van de samenstelling telt de stuklijsten van alle onderdelen op (hoofdstuk 31) en is meteen de bestellijst. De prijzen zijn richtprijzen van een bouwmarkt en een elektronicawinkel (2026, afgerond): zoek zelf de echte prijzen op, want ze verschillen per winkel en per jaar. De laatste kolom toont wat de school van het voorbeeldteam al had.

Eis G4 (een wens) vraagt hoogstens € 400 aan materiaal, zonder het zonnepaneel en de batterij. Alles nieuw kopen kost € 556: te veel. Met wat de school al had, moest het team nog voor € 388 kopen: de wens is gehaald, met weinig speling.

posonderdeeldeelsysteemrichtprijsschool heeft het
1aluminium koker 20 × 20 × 1,5 mm, 12 m (10,4 m + zijregel + zaagverlies)constructie€ 66
2hoekplaatjes, RVS-schroeven M4, moeren, nylon ringenconstructie€ 28
3RVS-kabel 2 mm (10 m) met 8 spannersconstructie€ 24
4kanaalplaat polycarbonaat 4 mm (4,2 m² voor 3,60 m²)constructie€ 67
5scharnieren (dakraam, voorkant) en klemhendelconstructie€ 14
6watervast multiplex 18 mm, halve plaat 1,25 × 1,25 mconstructie€ 60ja
715 RVS-schroeven 4 × 40, 4 grondankersconstructie€ 22
8PETG voor hoeksteun, SH-1 en SH-2 (±15 g)constructie€ 1ja
912 plantenbakjes PP 30 × 20 cmwater en teelt€ 30
10reservoir 30 L met deksel, lichtdichtwater en teelt€ 12
11pompje 12 V, 0,65 Awater en teelt€ 12
12slang 8 mm, druppelslang, 12 druppelaars, aanzuigfilterwater en teelt€ 15
132 vlotterschakelaars (B1, B2)water en teelt€ 8
14potgrond 80 L, zaad pluksla, plantenvoedingwater en teelt€ 20
15schaduwdoek 30/50/70 % en latjes (groeiproef)water en teelt€ 24ja
16ledstrip 12 V (2 helften) met profielelektriciteit€ 15
17duwstang 12 V, slag ≥ 40 mm, ≥ 40 N, eindschakelaarselektriciteit€ 35
18zekeringen en houders, stekker X1, S1, W1, knop, snoer 0,75 mm²elektriciteit€ 30ja
19waterdichte kast (IP65) voor de elektronicaelektriciteit€ 15
2012 V-adapter 2 A (reserve)elektriciteit€ 12ja
21Arduino Uno R3besturing€ 25ja
22relaismodule 4 kanalen 5 Vbesturing€ 8ja
23omvormer 12 → 5 V (1 A)besturing€ 5
24TMP36, LDR + 10 kΩ, bodemvochtsensor, 2 leds + 220 Ωbesturing€ 8ja
totaal (zonder zonnekast)€ 556te kopen: € 388
zonnekast (niet in eis G4)richtprijs
zonnepaneel 50 Wp€ 60
PWM-laadregelaar 12 V, 10 A€ 15
batterij LiFePO4 12,8 V, 20 Ah (256 Wh)€ 90
kast, zekering F6, paal€ 25
samen€ 190
050100150200250300richtprijs (euro)28212110746190constructiewater en teeltelektriciteitbesturingzonnekast
Bijna de helft van de waarde zit in de constructie; de besturing is het goedkoopste deel.
Uitleg · 33.8

Fase 3: de constructie, sterk, stijf en stabiel

8/24

Bouw in deze volgorde, dan staat elk onderdeel meteen op zijn plaats:

  1. Frame. Zaag de kokers op maat volgens je eigen hoekverbindingen, ontbraam elke snede (eis V3) en boor de gaten Ø 4,5 voor M4. Monteer de bodem, dan de staanders, dan de bovenkant. Meet in elk vlak de twee diagonalen: zijn ze even lang, dan is het vlak haaks. Voor de achterwand is dat , ongeveer 1,44 m (hoofdstuk 13).
  2. Diagonalen en hoekplaatjes. Span de gekruiste kabels in de achterwand, de zijwanden en de bodem tot de diagonalen gelijk zijn; hoekplaatjes aan de open voorkant.
  3. Tafel. Blad op drie steunen met de achterregel, 15 schroeven 4 × 40 (HAB-F31-03). Ze schuift in de kas.
  4. Wanden en dak. Platen met de UV-kant naar buiten en de kanalen verticaal; in het midden vast, sleufgaten aan de uiteinden. Tussen −5 en 45 °C zet een plaat van 1,20 m 3,9 mm uit, het frame maar 1,4 mm (hoofdstuk 6). Het dakraam krijgt scharnieren achteraan en de klemhendel (hoofdstuk 12).
  5. Verankeren. Twee grondankers per lange zijde: een lege kas is licht en vangt veel wind.

Massa en stabiliteit. Het meeste gewicht zit laag: water en potgrond samen 67 kg van de 87 kg (figuur). Daardoor ligt het zwaartepunt van de volle kas op 0,28 m en kantelt ze pas bij 47° (hoofdstuk 13).

massazwaartepuntkantelhoek
vol (model hoofdstuk 13)86,9 kg0,28 m47°
leeg (model hoofdstuk 13)18,7 kg0,36 m40°
vol, met steunen en regel93,6 kg0,27 m48°
kas zonder tafel en bakjes±6 kg + elektronica

Het rekenmodel van hoofdstuk 13 telde voor de tafel alleen het blad (8,4 kg). Met de drie steunen en de regel van hoofdstuk 31 komt er 6,7 kg bij, heel laag: het zwaartepunt zakt en de kas wordt nog iets stabieler. Voor eis C5 (de lege kas hoogstens 25 kg) is dat wel een probleem: met de tafel erin weegt ze 25,4 kg. Daarom verplaats je de kas in twee delen: de tafel schuift eruit (15,1 kg), en frame en platen wegen samen maar ±6 kg.

Sterk is niet hetzelfde als stijf

Een frame kan sterk genoeg zijn (het breekt niet) en toch te slap (het vervormt te veel). Eis C2 gaat over stijfheid: bij een zijwaartse duw van 50 N bovenaan mag de bovenrand hoogstens 5 mm opzij gaan. Diagonalen maken een frame vooral stijf (hoofdstuk 13); de proef op het volgende blad meet het.

01020304050massa (kg)24438,46,73,63,12,91,20,7watergrondbladsteunenbakjesframewandenplantenlucht
Water (24 kg) en potgrond (43 kg) zijn samen driekwart van de massa, en ze zitten laag: een stabiele kas.
Proef · 33.9

Fase 3: hoe stijf is het frame?

9/24
Onderzoeksvraag

Haalt het frame eis C2: verschuift de bovenrand hoogstens 5 mm als je er bovenaan zijwaarts met 50 N tegen duwt? En wat doen de gekruiste kabels?

Materiaal
  • het frame zonder platen, met en zonder de kabels in de zijwand
  • veerunster tot 50 N (of 100 N)
  • stalen lat met mm-verdeling en tape
  • een vaste referentie naast de kas (een zware kast, een paal)
  • twee lijmklemmen
VeiligheidTrek nooit harder dan 50 N en stop als een verbinding kraakt of zichtbaar wijkt. Houd je voeten uit de buurt van de onderkant van het frame.
0102030405002468101214161820zijwaartse kracht bovenaan F (N)verschuiving bovenrand (mm)eis C2: hoogstens 5 mm bij 50 Ngestopt bij 30 Nzonder diagonalenmet gekruiste kabels
Met kabels is het frame ongeveer tien keer zo stijf, en de lijn blijft recht: het frame vervormt veerkrachtig.
Werkwijze
  1. 1Zet het frame op een vlakke vloer en klem de onderkant vast, zodat het niet kan verschuiven.
  2. 2Kleef de lat verticaal tegen de vaste referentie, vlak naast de bovenste hoek van de zijwand: niet tegen de kas zelf, want die beweegt mee.
  3. 3Trek met de veerunster horizontaal aan de bovenste hoek, in stappen van 10 N, en lees telkens af hoeveel de hoek opzij gaat. Laat los: komt de hoek terug op 0?
  4. 4Doe de proef eerst zonder de kabels in de zijwand, daarna met de kabels gespannen.
  5. 5Zet de metingen in een grafiek: de kracht horizontaal, de verschuiving verticaal.
Waarneming
F (N)zonder diagonalen (mm)met gekruiste kabels (mm)
000,0
1060,6
20131,2
30191,9
40(gestopt)2,5
50(gestopt)3,1

Zonder diagonalen wijkt de hoek al 19 mm bij 30 N; het team stopte, omdat een verbinding begon te kraken. Met de gekruiste kabels gaat de hoek bij 50 N maar 3,1 mm opzij, en na het loslaten komt ze terug op 0 (voorbeeldmetingen van één team).

Verklaring

Zonder diagonaal is de zijwand een rechthoek met hoeken die kunnen draaien: de schroefverbindingen houden een hoek maar slecht vast. Met een kabel wordt de rechthoek twee driehoeken, en een driehoek kan niet vervormen zonder dat een zijde langer wordt (hoofdstuk 13). Bij een duw naar rechts staat de ene kabel op trek; de andere hangt slap. Duw je naar links, dan neemt de andere kabel het over: daarom zijn ze gekruist.

De verschuiving is recht evenredig met de kracht, ongeveer 0,06 mm per newton, zoals een veer (hoofdstuk 11). Eis C2 is gehaald met ruime reserve: 3,1 mm tegenover 5 mm.

Uitleg · 33.10

Fase 4: de elektrische kring van de meetkas

10/24

De meetkas heeft twee kringen die elkaar alleen raken via de relais (hoofdstuk 25): de werkkring op 12 V, voor alles wat vermogen vraagt, en de stuurkring op 5 V, voor de Arduino, de sensoren en de spoelen van de relais. Het aansluitschema van de 12 V-kant brengt samen wat je in hoofdstuk 17 tot 21 en 25 leerde.

  • De bron. Zonnepaneel en batterij hangen aan een laadregelaar, in een kast aan de voet van de paal. De laadregelaar laadt de batterij veilig en schakelt de verbruikers af als de batterij te leeg wordt. Stekker X1 verbindt de kas met die zonnekast, of van november tot januari met de 12 V-adapter. Een stekker zit maar in één contactdoos tegelijk: zo hangt de kas nooit aan twee bronnen.
  • Hoofdzekering F1 (2 A) vlak na de stekker, en per tak een eigen zekering (hoofdstuk 18 en 20).
  • Vier takken parallel op 12 V: de ledstrip (W1 kiest tussen S1 met de hand en relais K1), het pompje (K2 in serie met vlotter B1: de pomp kan niet droog draaien), de duwstang (K3 en K4) en de omvormer naar 5 V voor de besturing.
takverbruikerstroomzekeringgeschakeld doorhoofdstuk
1ledstrip, 2 × 60 Ω parallel0,40 AF2 0,5 AW1: S1 (hand) of K1 (automaat)18-20
2pompje 12 V0,65 AF3 1 AK2, in serie met vlotter B119, 25
3duwstang 12 V±0,5 A (rekenwaarde)F5 1 AK3 (uit) en K4 (in)12, 25
4omvormer 12 → 5 V0,15 AF4 0,25 Aaltijd aan20, 21
alles samen1,70 AF1 2 A20

Staat alles tegelijk aan, dan levert de bron : minder dan de 2 A van de adapter en van F1. In werkelijkheid draaien het pompje en de duwstang nooit samen, want het programma doet het ene na het andere. De stroom van de duwstang is een rekenwaarde: meet die van jouw duwstang (hoofdstuk 19).

De omkeerschakeling. Een duwstang schuift uit bij de ene polariteit en in bij de andere. K3 en K4 hebben elk een wisselcontact. In rust verbinden ze beide aansluitingen van de duwstang met de min: de stang staat stil. K3 aan: aansluiting A komt aan de plus en de stang schuift uit. K4 aan: nu B aan de plus, en de stang schuift in. Zouden K3 en K4 samen aan gaan, dan liggen beide kanten aan de plus: geen kortsluiting, de stang staat gewoon stil. De eindschakelaars in de duwstang stoppen haar aan het einde van de slag.

Een batterij levert veel meer dan een adapter

Een adapter van 2 A levert bij een kortsluiting niet veel meer dan 2 A. Een batterij kan in een fractie van een seconde tot honderden ampère leveren: draden worden gloeiend heet en kunnen brand veroorzaken. Daarom zit zekering F6 zo dicht mogelijk bij de pluspool van de batterij, en werk je aan de zonnekast pas als F6 eruit is.

zonnepaneel50 WpF6 5 Abatterij12 V, 250 Whlaad-regelaarPV+PV−BAT+BAT−LAST+LAST−X1zonnekast (buiten de kas)adapter 12 V(reserve)X1 past ook hierkaswandF1 2 Asamen≤ 1,70 AF2 0,5 AW1S1 handK1 automaatledstrip0,40 AF3 1 AK2B1 vlotterMpompje0,65 AF5 1 AK3MduwstangK4±0,5 AF4 0,25 Aomvormer12 V → 5 V5 V naar debesturing0,15 A
De 12 V-kant: links de zonnekast buiten de kas, rechts de vier takken. K1 tot K4 zijn de contacten van de relais; hun spoelen zitten op de 5 V-kant.
Naslag · 33.11

Fase 4: risico's en de keuring

11/24

Voor de eerste keer spanning op de kas komt, keurt de leraar de kring: dat is de mijlpaal van week 5. Maak vooraf de risicotabel van de bouw (hoofdstuk 5): risico = kans × ernst, telkens van 1 tot 3, en kies maatregelen volgens STOP (substitutie, technisch, organisatorisch, persoonlijk). Het restrisico mag nergens hoog zijn.

Risicotabel van het voorbeeldteam

taakgevaarkans × ernstmaatregel (STOP)restrisico
aluminium zagen en borensnijden, spaanders in het oog2 × 2 = 4koker in de bankschroef, kolomboor (T); ontbramen (O); bril (P)1 × 2 = 2
polycarbonaat snijdendiepe snijwonde2 × 2 = 4metalen lat, van je af snijden (O); snijbestendige handschoen (P)1 × 2 = 2
solderenbrandwonde, dampen2 × 2 = 4loodvrij tin (S); houder, afzuiging (T); bril (P)1 × 2 = 2
batterij aansluitenkortsluiting, brand2 × 3 = 6zekering F6 bij de pool (T); eerst F6 eruit, dan werken (O)1 × 3 = 3
230 V-adapterelektrische schok2 × 3 = 6adapter buiten, droog, hoger dan het water, differentieel 30 mA, druppellus (T, O)1 × 3 = 3
reservoir plaatsen (30 kg vol)rug, uitglijden op water2 × 2 = 4leeg plaatsen en ter plaatse vullen (O)1 × 2 = 2

Keuringslijst: pas als alles in orde is, gaat de Arduino erop

  1. alleen 12 V en 5 V in de kas; de adapter buiten, droog, hoger dan het water, achter een differentieel van 30 mA (V1)
  2. zekering F6 bij de pluspool van de batterij, F1 na stekker X1, en per tak F2 tot F5 met de juiste waarde (V2)
  3. rood = plus, zwart = min; geen blanke draadeinden; elke verbinding trekvast (lasklem, of soldeer met krimpkous)
  4. vlotter B1 in serie met het pompje, vlotter B2 alleen op D3: geen contact dat 12 V en 5 V verbindt
  5. de kabels komen met een druppellus van onderen in de elektronicakast; de kast is dicht
  6. eerst meten, dan pas de Arduino aansluiten: 12 à 13,5 V na F1, 5,0 V aan de uitgang van de omvormer
Uitleg · 33.12

Fase 5: de besturing aansluiten en ijken

12/24

Op de 5 V-kant hangt alles aan de Arduino Uno (hoofdstuk 24): drie analoge sensoren, twee digitale ingangen en zes digitale uitgangen. Het pinplan is een interface-afspraak. Het staat in het stationsdossier, in het schema en bovenaan in de code, en het moet op de drie plaatsen hetzelfde zijn.

pinonderdeelsoortinstelling of ijkinghoofdstuk
A0bodemvochtsensor (capacitief)analoog600 droog, 300 nat; geloofwaardig tussen 250 en 62025
A1TMP36 in SH-1analoogT = (ruw · 5 / 1023 − 0,5) · 100 − 1,525, 32
A2LDR met 10 kΩanaloogdonker onder 300, dag boven 40025
D2drukknopINPUT_PULLUPingedrukt = LOW: alarm wissen24
D3vlotter B2INPUT_PULLUPdicht (LOW) = er is water24
D4 / D5relais K3 / K4uitgangduwstang uit / in, 15 s25
D6relais K2uitgangpompje, 30 s = 240 mL25
D7relais K1uitgangledstrip (W1 op automaat)18, 25
D10 / D11led rood / groenuitgang220 Ω, 13,6 mA24

IJken in de kas. In hoofdstuk 25 ijkte je op tafel. In de kas herhaal je het met de echte sensoren, de echte potgrond en de echte draden:

  • de TMP36 in de SH-1 naast een referentiethermometer, bij drie temperaturen (eis K1: binnen 1 °C);
  • de bodemvochtsensor in een bakje met droge en met natte potgrond uit dezelfde zak: noteer de twee ruwe waarden en zet ze in de code als DROOG en NAT;
  • de LDR: noteer de ruwe waarde bij valavond (het moment dat je extra licht wil) en bij daglicht. Dat worden DONKER en DAG. Houd de lichtsensor uit het licht van de ledstrip.
Twee vlotters, twee kringen

Vlotter B1 zit in de 12 V-kring van het pompje, vlotter B2 op pin D3 op 5 V. Gebruik nooit één contact voor beide: dan komt er 12 V op een pin die hoogstens 5 V verdraagt, en de Arduino is stuk. Hang B1 iets lager dan B2. Zakt het water, dan geeft B2 eerst alarm (de kas knippert rood) en pas daarna maakt B1 de pomp stroomloos.

Arduino UnoA0A1A2D2D35VGNDD4D5D6D7D10D11bodemvochtsensorTMP36 in de SH-1+5 VLDR10 kΩknopB2 vlotter5 V van de omvormerrelaismoduleK3K4K2K1contacten:zie de12 V-kant220 Ωrood220 ΩgroenUSB naar de laptop: het verslag
De besturing op 5 V. De sensoren krijgen ook 5 V en GND; de drie symbolen onderaan zijn de massa (GND).
Code · 33.13

Fase 5: het volledige programma

13/24

Dit programma voegt samen wat in hoofdstuk 24 en 25 in aparte programma's zat: water geven, het dakraam en het statuslampje, met het extra licht en de foutcontrole erbij. Bij het samenvoegen moest één probleem opgelost worden. In hoofdstuk 25 wachtte het waterprogramma 15 minuten met delay(), en in die tijd kon het dakraam niet reageren. Daarom meet dit programma elke minuut alles, en onthoudt het in tellers hoe lang het nog moet wachten (hoofdstuk 23): na een pompbeurt telt wachtMinuten af van 15 naar 0. Nieuw zijn ook twee eigen blokken (functies): beweegRaam() en wachtEenMinuut(). Je roept ze op met hun naam, zoals een zelfgemaakt blok in Scratch.

C++ (Arduino)meetkas.ino161 regelsDownload
// Meetkas van Habitat: het volledige programma (hoofdstuk 33)// Elke minuut: meten, dakraam, water geven, extra licht, statuslampje, verslag.// Pinplan en ijking: hoofdstuk 24 en 25. Drempels: programma van eisen (hoofdstuk 30). // ---------- pinnenconst int VOCHT = A0;        // capacitieve bodemvochtsensorconst int TEMP = A1;         // temperatuursensor TMP36const int LICHT = A2;        // LDR met 10 kOhm: donker = lage waardeconst int KNOP = 2;          // drukknop naar GND: alarm wissenconst int VLOTTER = 3;       // vlotter B2 naar GND: dicht (LOW) = er is waterconst int RAAM_UIT = 4;      // relais K3: duwstang schuift uit (raam open)const int RAAM_IN = 5;       // relais K4: duwstang schuift in (raam dicht)const int POMP = 6;          // relais K2: pompjeconst int LEDSTRIP = 7;      // relais K1: ledstrip (W1 op 'automaat')const int ROOD = 10;         // statuslampje, elke led met 220 ohmconst int GROEN = 11; // ---------- instellingenconst int DROOG = 600;           // ijkpunt: ruwe waarde in droge potgrondconst int NAT = 300;             // ijkpunt: ruwe waarde in natte potgrondconst int VOCHT_MIN = 30;        // water geven onder 30 %const float T_OPEN = 28.0;       // dakraam open boven 28 gradenconst float T_DICHT = 25.0;      // dakraam dicht onder 25 gradenconst bool EXTRA_LICHT = false;  // true van oktober tot maartconst int DONKER = 300;          // ledstrip mag aan onder deze lichtwaardeconst int DAG = 400;             // boven deze lichtwaarde begint een nieuwe dagconst int LED_MINUTEN = 240;     // 4 uur extra licht per dag // ---------- geheugenbool raamOpen = false;int wachtMinuten = 0;        // minuten tot de volgende controle van het vochtint mislukt = 0;             // pompbeurten na elkaar zonder effectbool ledstripAan = false;bool vandaagGedaan = true;   // na een herstart eerst een dag afwachtenint ledMinuten = 0;long minuut = 0;             // minuten sinds de startint beurten = 0;             // pompbeurten sinds de start void beweegRaam(int pin) {   // relais 15 s aan; de eindschakelaar stopt de stang  digitalWrite(pin, HIGH);  delay(15000);  digitalWrite(pin, LOW);} void wachtEenMinuut(bool knipper) {   // 60 keer 1 s, en ondertussen de knop bekijken  for (int s = 0; s < 60; s++) {    if (knipper) {                    // alarm: rood knippert      digitalWrite(ROOD, HIGH);      delay(500);      digitalWrite(ROOD, LOW);      delay(500);    } else {      delay(1000);    }    if (digitalRead(KNOP) == LOW) {   // knop ingedrukt: alarm wissen      mislukt = 0;    }  }} void setup() {  pinMode(KNOP, INPUT_PULLUP);  pinMode(VLOTTER, INPUT_PULLUP);  pinMode(RAAM_UIT, OUTPUT);  pinMode(RAAM_IN, OUTPUT);  pinMode(POMP, OUTPUT);  pinMode(LEDSTRIP, OUTPUT);  pinMode(ROOD, OUTPUT);  pinMode(GROEN, OUTPUT);  Serial.begin(9600);  Serial.println("minuut;T;licht;vocht;raam;beurten;mislukt");  beweegRaam(RAAM_IN);        // na een stroomuitval eerst het raam dicht: een veilige beginstand} void loop() {  // 1. meten  int ruwVocht = analogRead(VOCHT);  float t = (analogRead(TEMP) * 5.0 / 1023.0 - 0.5) * 100.0 - 1.5;   // TMP36, geijkt  int licht = analogRead(LICHT);  int vocht = map(ruwVocht, DROOG, NAT, 0, 100);                      // procent  bool water = (digitalRead(VLOTTER) == LOW);  bool sensorFout = (ruwVocht < 250 || ruwVocht > 620);               // onmogelijke waarde   // 2. dakraam: open boven 28 graden, dicht onder 25 graden  if (!raamOpen && t > T_OPEN) {    beweegRaam(RAAM_UIT);    raamOpen = true;  } else if (raamOpen && t < T_DICHT) {    beweegRaam(RAAM_IN);    raamOpen = false;  }   // 3. water geven: onder 30 % een beurt van 30 s, dan 15 minuten wachten  if (wachtMinuten > 0) {    wachtMinuten = wachtMinuten - 1;  }  if (wachtMinuten == 0 && !sensorFout) {    if (vocht >= VOCHT_MIN) {      mislukt = 0;                    // de grond is vochtig genoeg    } else if (mislukt < 3 && water) {      digitalWrite(POMP, HIGH);       // 30 s = 240 mL      delay(30000);      digitalWrite(POMP, LOW);      beurten = beurten + 1;      mislukt = mislukt + 1;          // wordt terug 0 zodra het vocht gestegen is      wachtMinuten = 15;    }  }   // 4. extra licht: 4 uur zodra het donker wordt, een keer per dag  if (licht > DAG) {    vandaagGedaan = false;            // het is dag: vanavond mag het opnieuw  }  if (EXTRA_LICHT && !ledstripAan && !vandaagGedaan && licht < DONKER) {    ledstripAan = true;    ledMinuten = 0;  }  if (ledstripAan) {    ledMinuten = ledMinuten + 1;    if (ledMinuten > LED_MINUTEN) {      ledstripAan = false;      vandaagGedaan = true;    }  }  if (ledstripAan) {    digitalWrite(LEDSTRIP, HIGH);  } else {    digitalWrite(LEDSTRIP, LOW);  }   // 5. statuslampje: groen = in orde, rood = droog, rood knippert = alarm  bool alarm = sensorFout || !water || (mislukt >= 3 && wachtMinuten == 0);  if (alarm) {    digitalWrite(GROEN, LOW);         // het knipperen gebeurt tijdens het wachten  } else if (vocht < VOCHT_MIN) {    digitalWrite(ROOD, HIGH);    digitalWrite(GROEN, LOW);  } else {    digitalWrite(ROOD, LOW);    digitalWrite(GROEN, HIGH);  }   // 6. verslag naar de computer (als die aan de USB-kabel hangt)  Serial.print(minuut);  Serial.print(";");  Serial.print(t, 1);  Serial.print(";");  Serial.print(licht);  Serial.print(";");  Serial.print(vocht);  Serial.print(";");  Serial.print(raamOpen);  Serial.print(";");  Serial.print(beurten);  Serial.print(";");  Serial.println(mislukt);   // 7. wachten tot de volgende minuut  minuut = minuut + 1;  wachtEenMinuut(alarm);}
loop()meet vocht, T, licht envlotterraam dicht en T> 28 °C?jaraam open: K3 15 sneeraam open en T< 25 °C?jaraam dicht: K4 15 sneeals wacht > 0: wacht − 1wacht = 0 ensensor in orde?neejavocht ≥ 30 %?jamislukt = 0neemislukt < 3 enwater?neejapomp 30 s (K2); mislukt + 1;wacht = 15extra licht, statuslampje,verslagwacht 1 minuut (knop: mislukt= 0)elkeminuutopnieuw
De hoofdlus: eerst het dakraam, dan het water, dan de rest, en na een minuut opnieuw.

Enkele keuzes uitgelegd:

  • Een veilige beginstand. setup() sluit eerst het raam: na een stroomuitval weet het programma niet meer of het open stond (eis G5). Om dezelfde reden begint vandaagGedaan op true. Start de kas 's nachts, dan brandt de ledstrip niet midden in de nacht vier uur lang, maar pas de volgende avond.
  • Het alarm. Het rode lampje knippert bij een onmogelijke sensorwaarde (eis W7), een leeg reservoir (W3), of als het vocht na drie beurten na elkaar nog altijd onder 30 % is (W4). Wie het probleem opgelost heeft, drukt op de knop: mislukt wordt 0 en de kas probeert opnieuw.
  • Het extra licht. Zodra het donker wordt (lichtwaarde onder 300), brandt de ledstrip 240 minuten, één keer per dag. Pas als het weer dag is geweest (boven 400), mag het de volgende avond opnieuw: twee drempels, zoals bij het dakraam. Zet EXTRA_LICHT in oktober op true en in april op false; tijdens de groeiproef blijft het false.
  • De klok loopt achter. Een lus duurt 60 s plus de tijd van de acties: 15 s voor het raam, 30 s voor de pomp. Op de testdag telde het programma daardoor 1433 minuten in plaats van 1440. Voor de kas maakt dat niets uit; wie op de seconde wil werken, gebruikt millis() (Intermediate, hoofdstuk 29).

Het programma is getest. Het compileert zonder fouten, en in een simulatie van de kas (hetzelfde model als in hoofdstuk 23 en 25) draaide het een hele dag, met een leeg reservoir, een losse slang, een sensor uit de grond, een winteravond en een stroomuitval. Het stroomdiagram hiernaast toont de hoofdlus.

Uitgewerkt voorbeeld · 33.14

Het programma naspelen voor je het vertrouwt

14/24

Voor het team de kas een week alleen laat, speelt het het programma na, zoals in hoofdstuk 22: welke acties doet loop() bij zes opeenvolgende metingen? Bij de start staat het raam dicht, is wacht 0 en mislukt 0, en er is water in het reservoir. De ruwe waarden zijn:

meting123456
A1 (TMP36)162163164161156155
A0 (vocht)505508511462470473
setup()pinnen,raam dicht1 metenvocht, T,licht,vlotter2 dakraamopen >28, dicht< 253 water< 30 %:30 s, 15min4 licht4 h vanafdonker5 statusgroen,rood,knipperen6 verslagéén regelper minuut7 wachten60 × 1 s,knoploop(): elke minuut opnieuwA0 A1 A2 D3D2 knopD4 D5D6D7D10 D11USBK3 / K4K2K1statuslampjelaptopingangenuitgangen
Het programma in blokken: setup() één keer, dan elke minuut zeven taken, met hun ingangen (blauw) en uitgangen (rood).
Gegeven
  • (TMP36, geijkt)
  • vocht = map(ruw, 600, 300, 0, 100): gehele getallen, de rest valt weg
  • de regels uit de code: raam open boven 28 °C, dicht onder 25 °C; water onder 30 %, dan wacht = 15
Gevraagd
  • per meting: T, vocht, wat het programma doet, en de toestand erna
Oplossing
  1. 1
    Omrekenen. Meting 1: , dus . Het vocht: , en map() houdt 31 over.
  2. 2
    Meting 1. 27,7 °C is niet boven 28: het raam blijft dicht. Het vocht (31 %) is niet onder 30 %: niets te doen.
  3. 3
    Meting 2. 28,2 °C: het raam gaat open (K3, 15 s). Vocht: ruw 508 geeft , dus 30: niet onder 30 %, geen beurt.
  4. 4
    Meting 3. 28,7 °C: het raam is al open, niets te doen. Vocht 29 %: pompbeurt van 30 s, mislukt = 1, wacht = 15.
  5. 5
    Meting 4 tot 6. Het vocht springt naar 46 %, maar het programma kijkt pas weer als wacht op 0 staat: het telt af (14, 13, 12). De temperatuur daalt: bij 27,2 °C blijft het raam open (niet onder 25), bij 24,7 °C gaat het dicht.
    metingA1T (°C)A0vocht (%)wat het programma doetraam, wacht, mislukt erna
    116227,750531nietsdicht, 0, 0
    216328,250830raam open (K3, 15 s)open, 0, 0
    316428,751129pomp 30 s (K2)open, 15, 1
    416127,246246nietsopen, 14, 1
    515624,747043raam dicht (K4, 15 s)dicht, 13, 1
    615524,347342nietsdicht, 12, 1
Antwoord
Meting 2 opent het raam (28,2 °C), meting 3 geeft een pompbeurt (29 %) en start het aftellen, en meting 5 sluit het raam weer (24,7 °C). Een kwartier na de beurt kijkt het programma opnieuw naar het vocht: staat het dan boven 30 %, dan wordt mislukt weer 0.
Klopt dit? Let op drie dingen die je in de tabel ziet. Ruw 508 geeft 30 %, niet 30,7 %: map() rekent met gehele getallen, dus pas vanaf ruw 511 geeft de kas water. Bij 27,2 °C sluit het raam niet: dat is de hysterese. En het vocht van meting 4 tot 6 telt niet mee zolang wacht niet 0 is. Zo'n tabel is meteen een testplan: dezelfde situaties kan je in het echt nabootsen, met je hand op de sensor en een bakje droge potgrond.
Uitgewerkt voorbeeld · 33.15

Fase 6: het energiebudget nagerekend

15/24

Het voorbeeldteam meet de stromen van de afgewerkte kas en rekent het energiebudget van hoofdstuk 21 na, met de opbrengst van het zonnepaneel per maand uit hoofdstuk 17. Volstaan paneel en batterij? En wat telde het budget van hoofdstuk 21 nog niet mee?

0255075100125150175200Wh per dagjanfebmrtaprmeijunjulaugsepoktnovdecopbrengst van het paneel (50 Wp, PVGIS)verbruik van de meetkas
Van maart tot oktober levert het paneel twee tot vier keer wat de kas nodig heeft; in december is het krap.
Gegeven
  • omvormer (Arduino en sensoren) 0,15 A aan de 12 V-kant, 24 h per dag
  • ledstrip 0,40 A, 4 h per dag, van oktober tot maart; pompje 0,65 A, 225 s per dag
  • relaisspoel ±70 mA bij 5 V (hoofdstuk 25); omvormer 83 % (hoofdstuk 21)
  • duwstang ±0,5 A, op een zonnige dag 14 bewegingen van ±8 s (4,0 cm aan ±5 mm/s)
  • paneel 50 Wp: van 1,25 (december) tot 3,69 Wh per Wp per dag (april), PVGIS (hoofdstuk 17)
  • batterij 250 Wh, waarvan 80 % bruikbaar
Gevraagd
  • verbruik per dag in zomer en winter
  • overschot of tekort per maand
  • aantal winterdagen op de batterij
Oplossing
  1. 1
    Het budget van hoofdstuk 21. Besturing , 24 h: . Pompje . Ledstrip . Zomer 43,7 Wh, winter 62,9 Wh per dag.
  2. 2
    Wat er nog bij komt. Relais K1 staat 4 uur aan: aan de 5 V-kant, , en door de omvormer aan de 12 V-kant. De duwstang: . De relais K2, K3 en K4 samen: . Zomer , winter per dag.
  3. 3
    Per maand (gemiddeld per dag, opbrengst = Wh per Wp):
    maandjanfebmrtaprmeijunjulaugsepoktnovdec
    opbrengst (Wh/dag)70,5105,5149,5184,5179,0177,0172,5165,5164,5125,083,062,5
    verbruik (Wh/dag)64,664,664,643,943,943,943,943,943,964,664,664,6
    verschil5,940,984,9140,6135,1133,1128,6121,6120,660,418,4−2,1
    Alleen december komt tekort: per dag. Januari (+5,9 Wh) is krap.
  4. 4
    Batterij. bruikbaar, dus winterdagen zonder zon (eis E2: minstens 3).
  5. 5
    Per jaar. (eis E3: hoogstens 20 kWh).
Antwoord
Het paneel van 50 Wp volstaat van januari tot november. In december is er gemiddeld 2,1 Wh per dag te weinig, en rond de kortste dagen meer: de adapter blijft reserve van november tot januari, zoals in hoofdstuk 17. De batterij houdt 3,1 winterdagen vol: eis E2 gehaald, net. Het budget van hoofdstuk 21 miste 1,7 Wh per winterdag (vooral de spoel van K1).
Klopt dit? Een budget met gemiddelden verbergt de slechte weken: een donkere week in december levert veel minder dan 62,5 Wh per dag. Laden en ontladen kost ook wat energie. Meet daarom in de testweek elke dag op hetzelfde uur de batterijspanning. En let op vorst: een lithiumbatterij mag je niet laden onder 0 °C (Intermediate, hoofdstuk 16). Kies er een met een beveiliging tegen laden bij vorst, of haal ze in de winter binnen.
01224364860728496020406080100120140160180200220tijd zonder zon (h)bruikbare energie in de batterij (Wh)leegelke avond de ledstrip (16-20 h)3 dagenwinterdagen zonder zon
Zonder zon zakt de batterij elke avond sneller (ledstrip); na ruim drie dagen schakelt de laadregelaar af.
Uitleg · 33.16

Fase 7: testen tegen het programma van eisen

16/24

Testen doe je in drie rondes, van klein naar groot:

  1. Deeltests tijdens de bouw: elk onderdeel apart, zodra het klaar is. De maten, de stijfheid, de kring vóór de keuring, elke sensor, elk relais met een ledje in plaats van de pomp of de duwstang.
  2. Systeemtest op één dag: de hele kas samen, met nagebootste situaties. Sensor opwarmen met je hand, droge potgrond, het reservoir laten leeglopen, de slang los, de stekker eruit en er weer in.
  3. Testweek: de kas een week alleen. Een laptop (of later een datalogger) bewaart het verslag van het programma, en elke dag doet één teamlid dezelfde controle: batterijspanning, waterpeil, temperatuur naast de referentiethermometer.

Elke test hoort bij een eis, en het criterium ligt vast vóór je test: anders ga je het resultaat goedpraten. Faalt een test, dan zoek je de oorzaak, verbeter je en test je opnieuw: de lus van hoofdstuk 30.

De simulatie als generale repetitie. Voor het programma de kas in ging, liet het voorbeeldteam het een dag draaien in een simulatie: hetzelfde model van de kas als in hoofdstuk 23 en 25, met de zonnige aprildag van hoofdstuk 4. Het raam ging 7 keer open en 7 keer dicht, voor het eerst om 12:06 en voor het laatst om 15:38. De kas werd hoogstens 28,0 °C (zonder regeling 32 °C). Het pompje gaf 7 beurten, elke 3 uur en 12 minuten: 1,68 L die dag, want de grond begon op 40 %. Op lange termijn zijn het 7,5 beurten of 1,8 L per dag, zoals in het stationsdossier.

Voorlopig gehaald is ook een uitkomst

Eis K3 (hoogstens 30 °C op een zonnige aprildag) kan je alleen testen op een zonnige aprildag. Komt die niet tijdens het project, dan schrijf je 'voorlopig: simulatie 28,0 °C' en test je later opnieuw. Eerlijk rapporteren wat je (nog) niet weet, hoort bij testen.

raam open678910111213141516171819205101520253035tijdstip (h)temperatuur (°C)open boven 28 °Cdicht onder 25 °Czonder regeling (hoofdstuk 4)met het volledige programmabuiten
Zonder regeling 32 °C, met het programma hoogstens 28,0 °C; groen zijn de periodes met het raam open.
02468101214161820222420253035404550tijdstip (h)bodemvocht (%)onder de drempel van 30 %: water gevenbodemvocht
De zaagtand van het vocht: elke keer als het onder 30 % zakt, volgt een beurt van 30 s (+16).
Naslag · 33.17

Het testrapport van het voorbeeldteam

17/24

Zo ziet een ingevuld testrapport eruit: per eis de toets, het criterium dat vooraf vastlag, het resultaat en het besluit. Alle 28 moet-eisen zijn gehaald, twee daarvan voorlopig (K3 en E1: ze vragen een zonnige aprildag en een hele zomer). Van de acht wensen zijn er vijf gehaald (C5 alleen als je de kas in twee delen draagt), twee niet (K7 en P2), en één kan je pas na een jaar toetsen (W6).

De niet-gehaalde wensen wijzen de weg naar versie 2. K7: een nachtscherm maakt de kas 's nachts 1,7 °C warmer dan buiten in plaats van 0,7 °C (hoofdstuk 16). P2: de groeiproef en de oogst botsen, want negen van de twaalf bakjes stonden in de schaduw (771 g). Zonder schaduwdoek geeft de kas 12 × ±100 g = ±1,2 kg (hoofdstuk 27).

codeeissoorttoetscriteriumresultaatvoldaan?
M1binnenmaten 1,20 × 0,60 × 0,80 mmoetrolmeterafwijking ≤ 1 cm1,201 × 0,598 × 0,802 mja
M212 bakjes, 2 rijen van 6 op de tafelmoetplaatsenpassen zonder klemmenpassenja
M3reservoir: bruikbaar ≥ 25,2 Lmoetvullen met maatbeker≥ 25,2 L26,0 L tot de vlotterja
C1tafel vol (471 N): doorbuiging ≤ 3,0 mmmoetbelasten, lat + schuifmaat≤ 3,0 mmkleiner dan 0,5 mm (middensteun)ja
C250 N zijwaarts bovenaan: ≤ 5 mmmoetveerunster, lat≤ 5 mm3,1 mmja
C3lege kas kantelt pas voorbij 30°moetberekening> 30°40° (hoofdstuk 13)ja
C4grondankers: ≥ 100 N per ankermoettrekproef≥ 100 N150 N, anker houdtja
C5lege kas ≤ 25 kgwensweegschaal≤ 25 kgkas 7,1 kg + tafel 15,1 kg apartja, in delen
K1temperatuur tot op 1 °Cmoet3 temperaturen, referentie|verschil| ≤ 1 °C0,3 / 0,4 / 0,6 °Cja
K2raam open boven 28 °C, dicht onder 25 °Cmoetsensor opwarmen, afkoelen27,5-28,5 en 24,5-25,5 °C28,2 en 24,8 °Cja
K3zonnige aprildag: ≤ 30 °Cmoetdagverloop loggen≤ 30 °Csimulatie 28,0 °C; zonnige dag nog niet gehadvoorlopig
K4raamopening ≥ 15 cmmoetlat≥ 15 cm20 cmja
K5raam met de hand ≤ 10 Nmoetveerunster≤ 10 N6 Nja
K6dicht raam blijft dicht bij 60 Nmoettrekkenblijft dichtblijft dichtja
K7's nachts ≥ 1 °C warmer dan buitenwensnachtmeting≥ 1 °C0,7 °Cnee
K8extra licht okt.-mrt., 4 h bij donkerwensLDR afdekken, tijd opnemen4 h ± 5 min240 minja
W1water onder 30 %: 30 s, dan 15 min wachtenmoetdroge bak1 beurt, 240 mL235 mLja
W2≥ 14 dagen zonder bijvullenmoetberekening + verbruik 7 dagen≥ 14 d26,0 L / 1,76 L = 14,8 dja
W3pomp draait nooit droogmoetreservoir leeg laten lopenpomp stoptstopt (B1 en B2)ja
W4alarm na 3 beurten zonder effectmoetslang losmakenalarm na 3 beurtenalarm na 3 beurtenja
W5elk bakje een eigen druppelaarmoetdebiet per druppelaar20 mL per beurt ± 20 %17-23 mLja
W6≥ helft regenwaterwensjaarbalans≥ 50 %pas na een jaarlater
W7onmogelijke sensorwaarde: geen beurt, alarmmoetsensor uit de grondgeen beurt, rood knippertzoja
E1apr.-sep. op zonne-energiemoetbatterijspanning loggennooit afgeschakeldtestweek en week 8: in ordevoorlopig
E2batterij ≥ 3 winterdagenmoetberekening≥ 3 d3,1 dja
E3jaarverbruik ≤ 20 kWhwensberekening, energiemeter≤ 20 kWh19,8 kWhja
V1in de kas alleen 12 V en 5 V; adapter buiten, achter 30 mAmoetchecklistalles in ordein ordeja
V2zekering per tak + hoofdzekeringmoetschema, zekeringen tellenF1-F6 aanwezigin ordeja
V3geen glas, geen scherpe randenmoetnazicht met handschoenniets gevonden1 braam aan een koker, weggevijldja, na herstel
G1voorkant kan openmoetproberenopen in minder dan 1 min20 sja
G2statuslampje groen / roodmoetsituaties nabootsenjuiste kleurjuistja
G3reservoir bijvullen ≤ 5 minwenstijd opnemen≤ 5 min3 min 40 sja
G4materiaal ≤ € 400 (zonder zonnekast)wensbonnetjes≤ € 400€ 388 gekocht (waarde € 556)ja
G5na stroomuitval herstart in veilige standmoetstekker 1 min uitraam dicht, pomp uitzoja
P1groeiproef mogelijk (12 bakjes, geloot)moetproefplanplan kloptzoja
P2≥ 1 kg sla per teeltwenswegen≥ 1 kg771 g (9 bakjes in de schaduw)nee
Uitgewerkt voorbeeld · 33.18

Foutzoeken: het pompje draait niet

18/24

Tijdens de systeemtest zet een leerling de bodemvochtsensor in droge potgrond. Het rode lampje brandt continu, maar het pompje draait niet. Waar zit de fout? Werk van de bron naar de verbruiker, met één meting tegelijk.

+12 VF3 1 AK2 (aan)B1 vlotterMpompje−12345Vrode penop 1 tot 5zwarte pen op −
De pompkring met vijf meetpunten. De zwarte pen blijft op de min, de rode pen schuift van punt 1 naar punt 5.
Gegeven
  • pompkring: +12 V → F3 → K2 → vlotter B1 → pompje → min
  • multimeter op V⎓, zwarte pen op de min
  • statuslampje: rood continu (niet knipperend)
Gevraagd
  • een meetplan
  • de oorzaak en de oplossing
Oplossing
  1. 1
    Lees eerst wat het programma zegt. Rood continu, niet knipperend: het programma vindt de grond droog en ziet geen alarm, dus B2 op D3 meldt 'water'. Het meten werkt. Het probleem zit in het doen.
  2. 2
    Maak meten mogelijk. Het programma pompt maar 30 s per kwartier. Zet daarom tijdelijk een testprogramma op de Arduino dat D6 aan zet. Luister: klikt relais K2? Ja.
  3. 3
    Meet van bron naar verbruiker. De rode pen gaat van punt 1 naar punt 5; zolang je 12 V meet, is de weg tot daar in orde (hoofdstuk 18).
    meetpuntligtverwacht (pomp aan)gemetenbesluit
    1voor F312 à 13,5 V12,9 Vspanning komt aan
    2na F3zelfde als 112,9 Vzekering F3 is heel
    3na K2zelfde als 112,9 Vrelais K2 sluit (je hoort het klikken)
    4na vlotter B1zelfde als 10 Vhier verdwijnt de spanning: B1 is open
    5na het pompje0 V0 V(normaal: over het pompje staat de volle spanning)
  4. 4
    Besluit. De spanning verdwijnt tussen punt 3 en 4: vlotter B1 is open. In het reservoir zie je waarom: B1 hangt 3 cm hoger dan B2, en het water staat ertussen. Voor B1 is het reservoir 'leeg', voor B2 niet.
  5. 5
    Oplossen en hertesten. Hang B1 onder B2. Voeg een test toe aan het testplan: laat het reservoir langzaam leeglopen. Eerst moet het rode lampje knipperen (B2), pas daarna mag de pomp stroomloos worden (B1).
Antwoord
De spanning verdwijnt na vlotter B1: die hing hoger dan B2, zodat de pomp stroomloos was terwijl het programma nog water zag. B1 onder B2 hangen lost het op.
Klopt dit? Waarom van bron naar verbruiker? Je volgt de weg van de stroom: waar de spanning verdwijnt, zit de onderbreking. Verander telkens maar één ding, en schrijf elke meting in het logboek. En meet nooit weerstand in een kring die onder spanning staat (hoofdstuk 19).
Naslag · 33.19

De foutzoektabel

19/24

Een foutzoektabel zet bij elk symptoom de mogelijke oorzaken, van de waarschijnlijkste naar de minst waarschijnlijke, met een test die telkens maar één ding controleert. Begin altijd bij wat de kas zelf vertelt: het statuslampje en het verslag op de laptop. Voeg je eigen fouten toe: zo groeit de tabel met je kas mee.

symptoommogelijke oorzaaktestoplossing
niets werkt, geen lampje op de ArduinoF1 of F4 doorgebrand; stekker X1 los; batterij leeg (laadregelaar schakelde af)12 V na F1? 5 V na de omvormer?oorzaak van de doorgebrande zekering zoeken, dan vervangen; batterij laden of adapter
rood continu, pompje draait nietvlotter B1 open (hangt hoger dan B2); relais K2; zekering F3meet van bron naar pompje (voorbeeld hierboven)B1 onder B2 zetten; relais of zekering vervangen
pompje draait, geen water in de bakjesslang los; lucht in de pomp; aanzuigfilter verstoptslang volgen; pomp onder water?slang vastzetten; filter spoelen
pompt elk kwartier, grond kletsnatsensor in een ander bakje dan de druppelaar; DROOG en NAT omgewisseldverslag: vocht en ruwe waarde; sensor in een glas watersensor verplaatsen; constanten verbeteren en opnieuw ijken
rood knippertreservoir leeg; 3 beurten zonder effect; sensor uit de grond (vocht onder 0 %)verslag lezen: vocht, mislukt; vlotter B2probleem oplossen, dan de knop indrukken
raam gaat niet open bij 30 °CK3 of F5; duwstang klemt; eindschakelaar; TMP36 meet te laagverslag: T? relaisledje K3 aan?mechaniek vrijmaken; zekering; sensor ijken
raam klappert open en dichtT_OPEN en T_DICHT gelijk; sensor in de luchtstroom van het raamcode nakijken; sensor verplaatsen en opnieuw kijkentwee drempels (28 en 25 °C); sensor in de SH-1 midden in de kas
temperatuur overdag enkele graden te hoogTMP36 in de zon, zonder dakjereferentiethermometer in de schaduw ernaasthouder SH-1 met dakje, in licht PETG (hoofdstuk 32)
vocht leest 0 of 1023, of springt wilddraad los, slecht contact, kortsluitingdraden wiebelen terwijl je het verslag bekijktverbindingen solderen of vervangen
ledstrip brandt niet in de winterEXTRA_LICHT nog false; W1 op hand; F2; LDR ziet een straatlampcode; stand van W1; ruwe lichtwaarde 's avondsEXTRA_LICHT = true; W1 op automaat; LDR afschermen
Arduino herstart als het pompje aanslaatspanningsdip; gedeelde massadraad5 V meten tijdens het aanslaanaparte massadraden in een sterpunt (Intermediate, hoofdstuk 21)
één bakje groeit veel slechterdruppelaar verstopt; bakje in de schaduw van de paaldebiet per druppelaar meten (W5)druppelaar reinigen; in het verslag vermelden
batterij 's morgens leeg in decemberpaneel te klein, vuil of beschaduwdopbrengst per dag tegenover verbruikpaneel reinigen; adapter als reserve (november-januari)
groenalles in orderoodgrond droog:de pomp is bezigrood knippertalarm: reservoir leeg,slang los of sensor foutna herstel: knop indrukken
Drie toestanden van het statuslampje: in één oogopslag zie je of de kas je nodig heeft (eis G2).
Proef · 33.20

Fase 8: de groeiproef uitvoeren

20/24
Onderzoeksvraag

Groeit pluksla in de meetkas trager als ze minder licht krijgt, en hoeveel? (Het proefplan komt uit hoofdstuk 27.)

Materiaal
  • 12 bakjes met potgrond uit dezelfde zak, zaad pluksla uit één pakje
  • 9 raampjes met schaduwdoek: 3 × 30 %, 3 × 50 % en 3 × 70 %
  • keukenweegschaal (op 1 g), schaar, lat
  • de sensoren van de kas of een luxmeter; fototoestel; logboek
VeiligheidWas je handen na het werken met potgrond. Oogst met een schone schaar, niet met een cutter.
0102030405060708090100020406080100120licht (% van onbeschaduwd)versgewicht per bakje (g)bakjesgemiddelde per groeprechte door de oorsprong
Elk bakje een puntje, per groep het gemiddelde: de oogst is bijna recht evenredig met het licht.
Werkwijze
  1. 1Loot de plaats van de groepen (A 0 %, B 30 %, C 50 %, D 70 % schaduw) zo dat elke groep in beide rijen staat, bijvoorbeeld voor C A D B A C en achter B D A C D B (hoofdstuk 27). Label elk bakje.
  2. 2Zaai 30 zaadjes per bakje en dun na twee weken uit tot 10 plantjes. De ledstrip blijft uit: EXTRA_LICHT staat op false en W1 op 'hand' met S1 open.
  3. 3Elke week: het aantal bladeren per bakje, een foto van boven, en rond de middag het licht onder elk doek.
  4. 4Controleer elke week de druppelaars: krijgt elk bakje ongeveer 20 mL per beurt (eis W5)?
  5. 5Na vijf weken oogst je alles op dezelfde dag, 2 cm boven de grond, en weeg je elk bakje apart. Van één bakje per groep bepaal je ook de droge stof (hoofdstuk 27).
  6. 6Zet de resultaten in een tabel en een grafiek, en schrijf het verslag.
Waarneming
groeplichtbakje 1 (g)bakje 2 (g)bakje 3 (g)gemiddelde (g)bereik (g)t.o.v. 100 % licht
A (0 % schaduw)100 %98106101101,78100 %
B (30 % schaduw)70 %74697873,7972 %
C (50 % schaduw)50 %51574952,3851 %
D (70 % schaduw)30 %29332629,3729 %

De gemiddelden liggen bijna op een rechte door de oorsprong: ongeveer 1,03 g per procent licht. Binnen een groep liggen de bakjes 7 tot 9 g uit elkaar; tussen twee groepen scheelt het 21 g of meer. Samen woog de oogst 771 g.

Verklaring

De oogst daalt met het licht, en bijna recht evenredig. In april is licht de beperkende factor (hoofdstuk 27): met minder licht maken de planten minder suiker, en dus minder blad. Omdat de spreiding binnen een groep veel kleiner is dan het verschil tussen de groepen, is het verschil geen toeval van één bakje.

Toch blijft er een tweede variabele die je niet kon uitschakelen: onder het doek is het ook iets koeler en waait het minder. Meet ze (de TMP36 onder een doek), en vermeld ze in de bespreking. Met maar drie bakjes per groep is het besluit ook voorzichtig: een tweede teelt maakt het sterker.

Oogstdag: elk bakje apart wegen, op dezelfde dag en op dezelfde hoogte geknipt.
Oogstdag: elk bakje apart wegen, op dezelfde dag en op dezelfde hoogte geknipt.
Uitleg · 33.21

Fase 8: het onderzoeksverslag

21/24

Een onderzoeksverslag vertelt een ander wat je deed, wat je vond en wat het betekent, zo dat die de proef kan herhalen. De vaste onderdelen ken je uit hoofdstuk 2:

onderdeelwat erin staatvoorbeeld uit de groeiproef
titelde vraag of de boodschap, kortMinder licht, minder sla: een groeiproef in de meetkas
onderzoeksvraagéén vraag met de twee variabelenHoe hangt het versgewicht van pluksla na vijf weken af van de hoeveelheid licht?
hypotheseals ... dan ..., omdat ...Als de sla minder licht krijgt, dan is de oogst kleiner, omdat licht in april de beperkende factor is.
materiaal en methodezo dat een ander de proef kan herhalen: variabelen, groepen, loting, metingen12 bakjes, 4 groepen (0, 30, 50, 70 % schaduw), geloot over beide rijen; gewogen na 5 weken
resultatentabel en grafiek met eenheden, zonder uitlegtabel met de 12 gewichten, gemiddelde en bereik; grafiek gewicht tegenover licht
besluitantwoord op de vraag, met getallen; klopt de hypothese?Het versgewicht daalt bijna recht evenredig met het licht: ±1 g per procent licht.
besprekingwat kan het resultaat beïnvloed hebben, wat doe je beter?onder het doek ook koeler; maar 3 bakjes per groep; een tweede teelt in de zomer
bronnen en logboekwaar komen gegevens en methode vandaanhoofdstuk 27, logboek weken 5-9

Drie regels maken een verslag sterk:

  • Waarneming en interpretatie apart (hoofdstuk 2). Bij de resultaten staat wat je gemeten hebt; wat het betekent, staat in het besluit en de bespreking.
  • Getallen met eenheden, figuren met een titel en assen met grootheid en eenheid (hoofdstuk 4). Een grafiek zegt meer dan een alinea.
  • Eerlijk over de grenzen: hoeveel bakjes, wat je niet kon uitschakelen, wat je anders zou doen.
Een verworpen hypothese is geen mislukt onderzoek

Klopt je hypothese niet, dan heb je iets geleerd dat je niet wist. Schrijf dat eerlijk op, en zoek een verklaring. Een onderzoek mislukt alleen als de proef niet eerlijk was, of als je de resultaten verbergt.

Uitleg · 33.22

Fase 9: presenteren met poster, pitch en demo

22/24

Het project eindigt met een presentatie, bijvoorbeeld op een infomarkt voor ouders en andere klassen. Drie vormen vullen elkaar aan.

De poster (A1 of A0) leest iemand die voorbijloopt. De titel is leesbaar van op een paar meter, de tekst van op een meter. Weinig tekst, één grote grafiek, de kas op een foto en in het systeemschema. Een goede titel is een vraag of een boodschap: 'Minder licht, minder sla', niet 'Project meetkas'.

De pitch duurt twee minuten en heeft een vaste opbouw:

tijddeelvoorbeeld
0:00-0:20het probleemHoe houd je planten twee weken in leven als er niemand op school is?
0:20-0:50onze oplossingde meetkas: meten, beslissen, doen (systeemschema, kort)
0:50-1:20het bewijs28 van de 28 moet-eisen gehaald; de grafiek van de groeiproef
1:20-1:45wat we leerdende vlotter die te hoog hing; wat versie 2 beter doet
1:45-2:00afsluitereen vraag aan het publiek, of: 'kijk, nu geeft ze water' (demo)

De demo toont de kas aan het werk: de sensor in droge potgrond, en de pomp slaat aan; een hand op de temperatuursensor, en het raam gaat open; de sensor uit de grond, en het lampje knippert. Oefen de demo, en houd een plan B klaar (een filmpje) voor als iets niet lukt. Ook dat is eerlijk: vertel wat er misging en waarom.

Laat de kas het woord doen

Een regeling die je live ziet werken, overtuigt meer dan tien slides. Het testrapport met getallen ('28 van de 28 moet-eisen') overtuigt meer dan 'het werkt goed'.

1 · titeltitel als vraag, namen, school, datum2 · vraagonderzoeksvraag enhypothese, in één zin elk3 · de meetkasfoto van de kas en hetsysteemschema4 · methodeproefplan: 4 groepen, 12bakjes, loting (schets)5 · resultatende grafiek (groot!) en ééntabel met gemiddelden6 · besluitbesluit: antwoord op devraag, met getallen7 · verderwat we verbeteren (versie2), testrapport8logboek en bronnen (QR)
Een posterindeling: de resultaten krijgen de meeste plaats, de titel is een boodschap.
De demo op de infomarkt: droge sensor, en de pomp geeft water.
De demo op de infomarkt: droge sensor, en de pomp geeft water.
Naslag · 33.23

Beoordeling: de eindrubric

23/24

De leraar beoordeelt het project met deze rubric; jullie gebruiken dezelfde voor de zelfevaluatie (werkboek). Per criterium kies je het niveau dat het best past, met bewijs: een opdracht, een meting, een regel in het logboek. De eindscore is de som van niveau × gewicht, gedeeld door 4. Het voorbeeldteam haalde niveau 3 op alles en niveau 4 voor de constructie: 79 op 100.

Daarnaast beoordeelt elk teamlid zichzelf en de anderen (peer-evaluatie) op vier punten: afspraken nakomen, kwaliteit in de eigen rol, anderen helpen, meedenken. Grote verschillen tussen zelf- en peer-evaluatie bespreek je in een kort teamgesprek.

criteriumgewicht1 · begint2 · op weg3 · goed4 · uitstekend
programma van eisen en testen15 %PvE niet herbekeken; weinig getestde meeste moet-eisen getest; criteria soms vaagalle moet-eisen getest met een vooraf vastgelegd criterium; testrapport volledigook: gefaalde eisen geanalyseerd, verbeterd en hertest; nieuwe eisen uit de integratie
ontwerp en tekeningen10 %schets zonder matentekening met fouten in projectie of matensamenstellingstekening en tekeningenlijst volgens de regelsook: interfaces gecontroleerd, keuzes onderbouwd
constructie15 %onvolledig of wiebeltstaat, maar niet haaks of met scherpe randenmaatvast, stijf (C2), stabiel, veilig afgewerktook: netjes, onderhoudsvriendelijk, gemeten en verbeterd
elektrische kring en veiligheid10 %niet volgens het schema of zonder zekeringenwerkt, maar pas na herstel van ernstige fouten gekeurdvolgens het schema, zekering per tak, keuring in één keerook: nette bekabeling, spanningen en stromen gemeten en genoteerd
besturing en code15 %het programma werkt niet in de kaswerkt, maar niet alle situaties getestalle tests uit het testplan in orde; sensoren in de kas geijktook: een eigen verbetering in de code, getest en uitgelegd
energiebudget10 %niet gemaaktmet de waarden uit het boek, niets gemetenmet gemeten stromen, vergeleken met de opbrengst per maandook: een zuiniger voorstel, doorgerekend
groeiproef en verslag15 %proef niet volgens planuitgevoerd; verslag onvolledigeerlijke proef; verslag met alle onderdelen; besluit met getallenook: storende factoren gemeten en besproken
presentatie en samenwerking10 %geen poster of demo; logboek leegposter en pitch, maar niet voorbereid; logboek onvolledigposter, pitch en demo voorbereid; iedereen spreekt; logboek bijgehoudenook: overtuigend, eerlijk over wat niet lukte, vragen goed beantwoord
Het geheel · 33.24

De eerste module is af: alles samen, en verder

24/24

De meetkas is het eerste stuk van Habitat dat echt werkt. Elk deel van Fundamental leverde er iets aan, en in dit hoofdstuk kwam alles samen. Kijk je terug, dan zie je de leerlijnen: onderzoeken (ijken, de groeiproef), wiskundig modelleren (verhoudingen, grafieken, het energiebudget), materie (materialen, voedingsoplossing), krachten en constructies (frame, dakraam), energie, elektriciteit, programmeren en regelen (de code), ontwerpen en maken (programma van eisen, tekeningen, prints) en leven (de planten). Data en AI zag je nog maar even (hoofdstuk 22); in Intermediate worden het echte hoofdstukken.

Wat er in Intermediate mee gebeurt. De meetkas blijft staan, buiten op het terras van het station, met haar Uno. In laag 2 bouw je de klimaat- en energiemodule: een kweekruimte met hydroponie (hoogstens 48 plantplaatsen), 1,40 kWp zonnepanelen en twee LiFePO4-batterijen, een Arduino Mega die pH, EC, CO₂ en temperatuur bewaakt, en een datalogger. De meetkas levert daarvoor de eerste echte data: hoe betrouwbaar haar goedkope sensoren zijn (I1), een ijklijn met een rekenblad (I3), de kas bij storm (I10), haar warmteverlies nagerekend (I19), een week sensordata in Python (I28) en een beslisboom die voorspelt of de planten water nodig hebben (I39). Het integratieproject van Intermediate (I40) volgt dezelfde fasen als dit hoofdstuk, maar met meer rekenwerk, een datalogger en een technisch rapport.

F1 · denken en werken (H1-H5)missie, onderzoeksvraag,maten, dagverloop,veiligheidsficheF2 · materie en materialen (H6-H10)condens, massa,voedingsoplossing,regenwater, aluminium enpolycarbonaatF3 · krachten, constructies (H11-H14)bakken van 39 N, dakraam,frame en kantelen,druppelslangF4 · energie (H15-H17)energieketen,warmteverlies, zonnepaneelen batterijF5 · elektriciteit (H18-H21)schema, Ohm, de 12V-verdeling, verbruik perdagF6 · programmeren (H22-H25)algoritme, simulatie,Arduino, sensoren enregelenF7 · leven en systemen (H26-H29)bladcellen, groeiproef,kringlopen, de bewonerF8 · ontwerpen en maken (H30-H32)programma van eisen,werktekeningen,sensorhouderde meetkashoofdstuk 33
Acht delen, drieëndertig hoofdstukken, één meetkas.

De missie van Habitat en de meetkas als systeem: hier sluit de cirkel.

De onderzoekscyclus en het verslag, voor de groeiproef.

Risicotabel, STOP en de 230 V-adapter buiten de kas.

Diagonalen, zwaartepunt en kantelen: de constructie van de kas.

Het zonnepaneel van 50 Wp en de batterij van 250 Wh.

Het energiebudget dat je hier nagerekend en aangevuld hebt.

Water geven en het dakraam: de regelingen die hier samen in één programma zitten.

Het proefplan van de groeiproef.

Het programma van eisen, en testen, evalueren en verbeteren als lus.

Werktekeningen, stuklijsten en isometrie.

Hoe betrouwbaar zijn de goedkope sensoren van de meetkas?

De meetkas bij storm, en waarom de grondankers nodig zijn.

Zonnepaneel en batterij voor een groter systeem, met energiebeheer.

Programmeren met millis() in plaats van delay(), en code in functies en modules.

Een datalogger die het verslag van de kas zelf bewaart.

Dag, nacht, alarm en onderhoud als toestanden: de volgende stap na tellers en vlaggen.

Het integratieproject van Intermediate: de tweede laag van Habitat.

Het V-model: eisen en tests zoals hier, maar voor het hele station.

HabitatDe eerste module van Habitat is af: een meetkas die haar klimaat meet, zelf water geeft en verlucht, en op zonne-energie draait. Nieuw in het portfolio: het programma van eisen versie 2 (36 eisen, 28 moet), de samenstellingstekening HAB-F33-01, de kostenraming, het volledige programma (getest), het aangevulde energiebudget (43,9 Wh per zomerdag, 64,6 Wh per winterdag), het testrapport en de resultaten van de groeiproef. In Intermediate bouw je erop verder.
Samenvatting

In het kort

Begrippen

Wat je nu kent

integratie
Deelsystemen die elk apart werken samenvoegen tot één systeem, en nagaan of ze ook samen werken.
interface
De plaats en de afspraken waar twee deelsystemen elkaar raken: een stekker, een pin, een maat, een eenheid.
Gantt-diagram
Planning waarin elke taak een balk is over de weken waarin ze loopt, met de mijlpalen als ruitjes.
mijlpaal
Een moment in een project waarop iets af moet zijn en getoetst wordt, zoals 'de kas staat' of 'de kring is gekeurd'.
kritiek pad
De reeks taken die elk af moeten zijn voor de volgende kan beginnen: loopt er één uit, dan schuift het hele project op.
logboek
Dagboek van het project: wie deed wat, welke problemen en beslissingen er waren, en wat de volgende stap is.
samenstellingstekening
Werktekening van een geheel, met de hoofdmaten en een verwijzing naar de werktekeningen van de onderdelen.
testplan
Lijst van tests die per eis zeggen hoe, waarmee en met welk criterium je toetst, vastgelegd vóór je test.
testrapport
Het ingevulde testplan: per eis het resultaat en het besluit (gehaald, niet gehaald, voorlopig).
laadregelaar
Schakeling tussen zonnepaneel, batterij en verbruikers die de batterij veilig laadt en de verbruikers afschakelt als de batterij te leeg wordt.
energiebudget
Vergelijking van wat een systeem per dag aan energie gebruikt met wat de bron per dag levert.
naspelen (trace)
Een programma met de hand stap voor stap uitvoeren voor gekozen invoer, om na te gaan wat het doet.
foutzoeken
Systematisch de oorzaak van een fout vinden: van symptoom naar mogelijke oorzaak, met tests die telkens één ding controleren.
rubric
Beoordelingstabel met criteria en per criterium een beschrijving van elk niveau.
peer-evaluatie
Beoordeling van je teamgenoten met dezelfde criteria als je zelfevaluatie, eerlijk en met een concrete tip.
Aan de slag in het werkboek28 opdrachten, van oefenen tot uitdagen