← Back to CoursesStemExpert
StemExpert
Fundamental · Handboek · 1. Wat is STEM?
StemExpert · Brecht Corbeel · schoolium.me
StemExpert
F1. Wat is STEM?
FFundamental · deel F1 · Denken en werken als STEM'er

Handboek · hoofdstuk 1Wat is STEM?

Vier manieren van denken, één manier van kijken, en een station dat je zelf gaat bouwen

Een smartphone, een fiets, een kas vol tomaten, een poolstation op Antarctica: achter elk ervan zitten mensen die onderzoeken, rekenen, ontwerpen en bouwen. Samen heet dat STEM. In dit eerste hoofdstuk leer je wat de vier letters betekenen, hoe je elk toestel als systeem kan bekijken, en maak je kennis met Habitat: het onderzoeksstation dat je in deze opleiding laag per laag mee opbouwt.

5× uitleg3× uitgewerkt voorbeeld1× proef2× ontleed1× naslag2× verhaal1× het geheel14 opdrachten in het werkboek± 5 lestijden
Onderzoeken, rekenen, ontwerpen en bouwen aan één tafel: zo begint de meetkas.
Onderzoeken, rekenen, ontwerpen en bouwen aan één tafel: zo begint de meetkas.
Na dit hoofdstuk
Verhaal · 1.1

Een station aan de rand van de wereld

1/15

Op een granieten bergkam in Oost-Antarctica, op 1382 meter hoogte, staat een zilverwit gebouw op stalen poten: het Belgische onderzoeksstation Prinses Elisabeth. Het werd in februari 2009 ingehuldigd en is alleen tijdens de zuidelijke zomer bewoond. Er is geen stroomnet, geen waterleiding en geen winkel in de buurt. Alles wat het station nodig heeft, moet het zelf opwekken, zuiveren en regelen.

Kijk wie er allemaal nodig was om dat mogelijk te maken:

  • Wetenschappers onderzoeken er het klimaat, de atmosfeer en het ijs. Daarvoor is het station er: om vragen over de natuur te beantwoorden.
  • Ingenieurs ontwierpen een gebouw dat ijzige stormen doorstaat en zo weinig mogelijk warmte verliest. Negen windturbines langs de bergkam en zonnepanelen leveren de energie. Omdat het station voor zijn gewone werking alleen wind en zon gebruikt, heet het een zero-emissiestation; generatoren staan enkel klaar als reserve.
  • Technologie houdt alles draaiende: batterijen slaan energie op, een 'slim net' (smart grid) verdeelt ze over de toestellen, en een zuiveringsinstallatie reinigt het afvalwater zodat een deel ervan opnieuw gebruikt kan worden voor douches, toiletten en wasmachines.
  • Wiskunde zit overal: hoeveel energie leveren de turbines bij deze wind, hoeveel verbruikt het station per dag, hoe lang houden de batterijen het uit?

Geen van die vier groepen had het station alleen kunnen bouwen. Dat is het idee achter STEM.

Waarom dit verhaal ertoe doet

Zo'n station is een reuzenvoorbeeld van alles wat je in deze opleiding leert: meten, energie opwekken en bewaren, water zuiveren, planten kweken, regelen met sensoren. In StemExpert ontwerp je je eigen versie, Habitat, laag per laag. Je begint klein, met een kas die zichzelf meet.

Een poolstation dat draait op wind en zon: onderzoek, techniek en rekenwerk in één gebouw.
Een poolstation dat draait op wind en zon: onderzoek, techniek en rekenwerk in één gebouw.
Uitleg · 1.2

Vier letters, vier manieren van denken

2/15

STEM komt uit het Engels: science, technology, engineering, mathematics. Elke letter staat voor een eigen manier van denken en werken.

letterwat je doetde vraag die je steltvoorbeeld in de kas
S wetenschaponderzoeken, meten, verklarenHoe werkt het? Waarom gebeurt dit?Waarom groeit de sla trager in de winter?
T technologiegebruiken en maken van toestellen, materialen, programma'sWelk hulpmiddel lost dit op?een sensor, een pomp, een ledstrip
E engineeringontwerpen, testen, verbeteren binnen beperkingenHoe maken we iets dat werkt, veilig is en betaalbaar?een watergeefsysteem dat een week zonder jou werkt
M wiskunderekenen, meten, patronen zoeken, modellerenHoeveel? Hoe snel? Welk verband?hoeveel liter water de planten per week nodig hebben

Technologie en engineering worden vaak door elkaar gebruikt. Het verschil: technologie is het resultaat (de pomp, de app, het materiaal), engineering is het ontwerpwerk dat eraan voorafgaat: eisen opstellen, ideeën vergelijken, een prototype testen en verbeteren.

De letters versterken elkaar in een kringloop. Wat wetenschappers ontdekken, gebruiken ingenieurs om iets te ontwerpen. Het resultaat is nieuwe technologie, en daarmee kunnen wetenschappers weer beter meten: de microscoop leidde tot de ontdekking van cellen, een satelliet meet het smelten van het poolijs. Wiskunde is de taal die ze alle drie spreken.

STEM is niet 'gewoon veel wiskunde en computers'

Wie STEM hoort, denkt vaak aan rekenen of programmeren. Maar STEM gaat vooral over een houding: nieuwsgierig zijn, zorgvuldig meten, iets durven proberen dat mislukt, en uitzoeken waarom. Een tuinier die een proefje doet met twee soorten potgrond, is ook met STEM bezig.

S · wetenschapbegrijpen hoe iets werktE · engineeringontwerpen wat werktT · technologiede dingen die we makenM · wiskundemeten, rekenen,modellereninzichtwordt productnieuwe instrumenten
Inzicht wordt een ontwerp, het ontwerp wordt een product, en nieuwe instrumenten maken nieuw onderzoek mogelijk. Wiskunde verbindt alles.
Uitgewerkt voorbeeld · 1.3

Eén probleem, vier brillen

3/15

Tijdens een warme week in juni verdorren de planten in de schoolkas, hoewel iemand elke ochtend water geeft. Hoe pakt een STEM-team dat aan? Toon welke rol elke letter speelt.

Gegeven
  • planten verdorren tijdens warme dagen
  • er wordt één keer per dag (ochtend) water gegeven
Gevraagd
  • een aanpak waarin wetenschap, wiskunde, engineering en technologie elk een rol hebben
Oplossing
  1. 1
    S: eerst begrijpen. Het team meet een paar dagen lang de temperatuur in de kas en het vocht in de grond, 's ochtends, 's middags en 's avonds. Het ziet dat de grond 's middags al droog is: bij hitte verdampen de planten veel meer water.
  2. 2
    M: rekenen. Uit de metingen volgt hoeveel water er per dag verdwijnt. Stel dat dat bij hitte ongeveer 2 liter per dag is, terwijl er 's ochtends maar 1 liter gegeven wordt: er is dan een tekort van 1 liter per dag.
  3. 3
    E: ontwerpen. Het team stelt eisen op: de planten krijgen water wanneer de grond droog is, ook in het weekend; het systeem mag niet overstromen; het werkt op de stroom van een klein zonnepaneel. Het vergelijkt ideeën (een grotere gieter, een druppelslang met timer, een pomp met sensor) en kiest.
  4. 4
    T: bouwen met technologie. Een bodemvochtsensor, een microcontroller en een klein pompje worden gekoppeld aan een druppelslang.
  5. 5
    En weer S: testen. Het team meet opnieuw: blijft de grond nu vochtig genoeg? Verdorren er nog planten? Zo niet, dan past het de drempel of de hoeveelheid water aan.
Antwoord
Geen enkele letter lost het probleem alleen op. Wetenschap vindt de oorzaak, wiskunde maakt ze meetbaar, engineering ontwerpt een oplossing die aan de eisen voldoet, technologie levert de onderdelen, en een nieuwe meting toont of het werkt.
Klopt dit? Merk op dat de aanpak begint en eindigt met meten. Een oplossing die je niet test, is een gok. De liters zijn hier een voorbeeld: in je eigen kas meet je ze zelf (hoofdstuk 3 en 27).
Uitleg · 1.4

Denken in systemen: input, proces, output

4/15

Een systeem is een geheel van onderdelen die samenwerken om iets te doen. Een broodrooster, een plant, een fabriek en je eigen lichaam zijn systemen. Om een systeem te begrijpen zonder meteen alle details te kennen, stel je drie vragen:

  • Input: wat gaat erin?
  • Proces: wat gebeurt ermee?
  • Output: wat komt eruit?

Wat er in- en uitgaat, is altijd een van drie soorten: materie (stoffen en voorwerpen: water, brood, lucht), energie (elektrische energie, warmte, licht, beweging) of informatie (een druk op een knop, een meting, een signaal).

systeeminputprocesoutput
broodroosterbrood (materie), elektrische energie, de stand van de knop (informatie)de weerstanddraden worden heet en roosteren het broodgeroosterd brood, warmte naar de keuken, het 'klik' als het klaar is (informatie)
zonnepaneellicht (energie)licht omzetten in elektrische energieelektrische energie, warmte
kasplantwater, koolstofdioxide, voedingsstoffen (materie), licht (energie)fotosynthese en groeibladeren en vruchten (materie), zuurstof, waterdamp

Waar het systeem ophoudt, bepaal je zelf met de systeemgrens: een denkbeeldige lijn rond wat je bekijkt. Alles wat die lijn kruist, is input of output. Kies je de grens rond één plant, dan is het water uit de pomp een input. Kies je de grens rond de hele kas, dan is die pomp een onderdeel en wordt het regenwater dat in het reservoir loopt de input.

Grote systemen bestaan uit deelsystemen: de fiets heeft een aandrijving, remmen en verlichting; de kas heeft een energiedeel, een waterdeel en een meetdeel. Een groot probleem opsplitsen in deelsystemen is een van de krachtigste gewoontes van een STEM'er.

systeemgrensinputwat erin gaatproceswat er gebeurtoutputwat eruit komtterugkoppeling: meten en bijsturen (niet bij elk systeem)
Het blokschema: een doos voor het proces, pijlen voor wat erin en eruit gaat, en de gestippelde systeemgrens eromheen.
Uitgewerkt voorbeeld · 1.5

De fiets als systeem

5/15

Beschrijf een gewone fiets met dynamoverlichting als systeem: input, proces, output en terugkoppeling. Welke deelsystemen herken je?

systeemgrens: de fietsprocestrapper → tandwiel→ ketting → achterwieldynamo → lampjespierkrachtenergiesturen, remmeninformatiebewegingenergiewarmteenergie (verlies)lichtenergieterugkoppeling via de fietser: te snel? scheef? dan bijsturen
Alle output is hier energie; de informatie (sturen, remmen) komt van de fietser, die ook de terugkoppeling verzorgt.
Gegeven
  • een fiets met trappers, ketting, remmen en een dynamo op het wiel
  • een fietser
Gevraagd
  • input, proces en output, met de soort stroom
  • deelsystemen
  • waar de terugkoppeling zit
Oplossing
  1. 1
    Systeemgrens kiezen. We tekenen de grens rond de fiets. De fietser staat erbuiten: hij levert input.
  2. 2
    Input. De spierkracht op de trappers is energie. Sturen en remmen zijn informatie: ze zeggen de fiets wat hij moet doen.
  3. 3
    Proces. De trapper draait het voorste tandwiel, de ketting brengt de beweging naar het achterwiel. De dynamo zet een klein deel van de beweging om in elektrische energie voor het lampje.
  4. 4
    Output. Beweging van fiets en fietser (energie), licht (energie) en warmte door wrijving in de ketting, de lagers en de banden (energie die verloren gaat).
  5. 5
    Deelsystemen. Aandrijving (trappers, tandwielen, ketting), remmen, stuur, verlichting (dynamo, draden, lampjes). Elk kan je apart bekijken, met zijn eigen input en output.
  6. 6
    Terugkoppeling. De fietser ziet en voelt hoe snel hij gaat en of hij scheef hangt, en stuurt bij. Die lus loopt via de fietser, dus buiten onze systeemgrens. Trek je de grens rond fiets en fietser, dan ligt de terugkoppeling binnen het systeem.
Antwoord
Input: spierkracht (energie) en sturen en remmen (informatie). Proces: overbrengen van beweging, en omzetten van beweging in elektrische energie. Output: beweging, licht en warmte. De terugkoppeling loopt via de ogen, het evenwichtsgevoel en de hersenen van de fietser.
Klopt dit? Tel de energie na: alles wat de fietser in de trappers stopt, komt ergens terug als beweging, licht of warmte. Energie verdwijnt niet, ze verandert van vorm (hoofdstuk 15).
Uitleg · 1.6

Terugkoppeling: sturen of regelen

6/15

Een sproeier met een tijdschakelaar geeft elke ochtend om 7 uur tien minuten water. Ook als het de hele nacht geregend heeft. Hij stuurt: hij voert uit wat ingesteld is, zonder te controleren of het resultaat goed is. Dat heet ook een open lus.

Een systeem met terugkoppeling (feedback) meet het resultaat en past zich aan. Het regelt. In de meetkas: een sensor meet hoe vochtig de grond is, een microcontroller vergelijkt die meting met de gewenste waarde, en alleen als de grond te droog is, zet hij de pomp aan. De grond wordt natter, de sensor meet dat, en de pomp gaat weer uit. De output (natte grond) komt via de meting terug bij het begin: een gesloten lus.

Elke regelkring heeft dezelfde vier stappen: meten, vergelijken met wat je wil, beslissen en doen. Dat patroon vind je overal:

  • een thermostaat meet de temperatuur en zet de verwarming aan of uit;
  • je lichaam houdt zijn temperatuur rond 37 °C: te warm, dan ga je zweten; te koud, dan ga je rillen (hoofdstuk 29);
  • een fietser stuurt voortdurend een beetje bij om recht te blijven rijden.
Automatisch betekent niet 'met terugkoppeling'

De sproeier met tijdschakelaar werkt automatisch, maar zonder terugkoppeling. Ook een straatlamp met een lichtsensor meet niet of zijn eigen licht volstaat: hij meet het daglicht en schakelt op een vaste drempel. Stel jezelf altijd de vraag: meet het systeem het resultaat van zijn eigen werk? Pas dan is er een gesloten lus.

Waarom regelen beter is, en niet altijd nodig

Regelen vangt verstoringen op: een hete dag, wind, een open deur. Sturen is eenvoudiger en goedkoper, en volstaat als er weinig verandert: een broodrooster met een timer doet prima zijn werk. Ingenieurs kiezen wat het probleem vraagt.

gewenste waardegrond vochtig genoegbeslissenmicrocontrollerdoenpomp geeft waterprocesgrond wordt nattermetenbodemvochtsensorterugkoppelinggesloten lusverstoring: zon en wind drogen de grond uit
Meten, beslissen, doen en opnieuw meten: de lus sluit zich via de sensor. Zon en wind zijn verstoringen die de lus opvangt.
Proef · 1.7

Balanceren met en zonder terugkoppeling

7/15
Onderzoeksvraag

Wat gebeurt er met een systeem als je de terugkoppeling wegneemt? Je test het met je eigen lichaam: een bezemsteel rechtop op je handpalm houden.

Materiaal
  • bezemsteel of houten lat van ongeveer 1,2 m
  • lat van 30 cm
  • stopwatch
  • een partner die de tijd opneemt
VeiligheidZorg voor twee meter vrije ruimte rond je. Niemand staat in de buurt van de vallende steel. Werk niet naast ramen.
Ogen, hersenen en hand vormen samen een regelkring die de steel rechtop houdt.
Ogen, hersenen en hand vormen samen een regelkring die de steel rechtop houdt.
Werkwijze
  1. 1Zet de bezemsteel rechtop op je vlakke hand. Kijk naar de top van de steel. Je partner meet hoe lang je hem rechtop houdt (stop bij 30 s).
  2. 2Herhaal drie keer.
  3. 3Doe hetzelfde, maar kijk nu weg naar de muur (of sluit je ogen) zodra de steel stilstaat. Je partner vangt de steel als hij valt. Drie keer.
  4. 4Probeer ten slotte de korte lat van 30 cm te balanceren, met je ogen open. Drie keer.
  5. 5Noteer alle tijden in een tabel en vergelijk.
Waarneming

Zo kan het resultaat van één leerling eruitzien:

situatiepoging 1poging 2poging 3
bezemsteel, ogen open30 s (gestopt)30 s (gestopt)24 s
bezemsteel, ogen weg2,1 s1,6 s2,8 s
lat van 30 cm, ogen open1,4 s0,9 s1,7 s

Met je ogen open lukt het lang. Zonder zicht valt de steel binnen enkele seconden. En een korte lat is veel moeilijker dan een lange.

Verklaring

Balanceren is een regelkring. Je ogen zijn de sensor: ze zien de steel kantelen. Je hersenen beslissen hoe je hand moet bewegen, je hand voert het uit. Sluit je je ogen, dan valt de belangrijkste meting weg: de lus is open en de steel valt. Je hand voelt nog een beetje, maar veel te weinig.

Een korte lat kantelt sneller om dan een lange. Je ogen en hersenen hebben ongeveer 0,2 s nodig om te reageren, en dat is voor de korte lat te traag. Een regelkring werkt alleen als hij snel genoeg reageert voor het systeem dat hij regelt. Zelfbalancerende robots en elektrische eenwielers gebruiken hetzelfde principe, met sensoren die veel sneller meten dan je ogen.

Ontleed · 1.8

De smartphone: een systeem vol deelsystemen

8/15

Je smartphone is een van de ingewikkeldste systemen die je elke dag gebruikt, maar met input, proces en output krijg je er grip op. Links zie je de voorkant, rechts een doorkijk naar binnen. Let op: het aanraakscherm is tegelijk input (je vinger) en output (het beeld).

21,4 °Ctemperatuur in de kaschipbatterij
Vooraanzicht en doorkijk: sensoren voor input, een chip voor het proces, scherm en luidspreker voor output, een batterij voor energie.
Wijs een nummer aan: de figuur zoomt in. Klik om vast te zetten.
  1. 1
    Aanraakscherm

    Input en output tegelijk: het meet waar je vinger het glas raakt, en het toont beeld. Het scherm is ook de grootste verbruiker van energie.

  2. 2
    Camera en lichtsensor

    Input. De lichtsensor meet het omgevingslicht en past de helderheid van het scherm aan. Dat is sturen: de sensor meet het daglicht, niet het licht van het scherm zelf.

  3. 3
    Microfoon

    Input: zet geluid om in een elektrisch signaal (informatie).

  4. 4
    Luidspreker

    Output: zet een elektrisch signaal om in geluid.

  5. 5
    Chip (processor en geheugen)

    Het proces: rekent, beslist en bewaart. De chip meet ook zijn eigen temperatuur en werkt trager als hij te heet wordt. Dat is regelen: minder rekenen, minder warmte, lagere temperatuur.

  6. 6
    Bewegingssensoren en gps

    Input: een versnellingsmeter en een gyroscoop voelen hoe je de telefoon draait (daarom draait het beeld mee), de gps-ontvanger bepaalt waar je bent.

  7. 7
    Batterij

    Slaat energie op. Tijdens het laden meet de telefoon voortdurend de spanning van de batterij en past de laadstroom aan: weer een regelkring.

  8. 8
    Antennes

    Informatie in en uit: gesprekken, berichten en data reizen als radiogolven naar de gsm-mast en de wifi-router.

Uitleg · 1.9

Wetenschappelijke vraag of technisch probleem?

9/15

STEM'ers werken aan twee soorten opdrachten, en het loont om ze uit elkaar te houden.

Een wetenschappelijke vraag gaat over hoe de natuur werkt: Waarom beslaat de kaswand 's ochtends? Groeit basilicum sneller onder blauw of onder rood licht? Het antwoord is kennis. Je vindt het met de onderzoekscyclus: vraag, hypothese, proef, waarneming, besluit (hoofdstuk 2).

Een technisch probleem vraagt om iets dat je maakt: Hoe voorkomen we dat condenswater op de planten drupt? Hoe houden we de kas 's nachts boven 10 °C zonder stopcontact? Het antwoord is een oplossing: een toestel, een constructie, een programma. Je vindt ze met de ontwerpcyclus: probleem verkennen, eisen opstellen, ideeën bedenken, een prototype maken, testen en verbeteren (hoofdstuk 30).

wetenschappelijke vraagtechnisch probleem
begint metWaarom ...? Hoe hangt ... af van ...?Hoe maken we ...? Hoe zorgen we dat ...?
resultaatkennis, een verklaringeen werkend product of systeem
werkwijzeonderzoekscyclusontwerpcyclus
goed als ...de proef eerlijk is en het besluit uit de metingen volgtde oplossing aan de eisen voldoet
er zijn ...meestal één juist antwoord (dat je nog moet vinden)vaak meerdere goede oplossingen
Ze hebben elkaar nodig

Wie een goede verwarming voor de kas wil ontwerpen, moet eerst weten hoe een kas warmte verliest: een wetenschappelijke vraag binnen een technisch probleem. En wie wil weten hoe snel de grond uitdroogt, moet eerst een meetopstelling bouwen: een technisch probleem binnen een wetenschappelijke vraag. In beide cycli is testen en meten de stap die alles eerlijk houdt.

wetenschappelijk onderzoektechnisch ontwerpvraaghypotheseproefwaarnemingbesluitprobleemeisenideeënprototypetestenverbeterenkennisHoe zit het?oplossingHoe maken we het?
Twee cycli met dezelfde ruggengraat: iets proberen, meten wat er gebeurt, en daaruit leren voor de volgende ronde.
Uitgewerkt voorbeeld · 1.10

Van waarneming naar vraag en probleem

10/15

Leerlingen zien dat de planten aan de raamkant van de kas scheef groeien, naar het glas toe. Formuleer een wetenschappelijke vraag en een technisch probleem die bij deze waarneming passen, en zeg welke cyclus je telkens volgt.

Gegeven
  • waarneming: planten aan de raamkant groeien scheef naar het licht
Gevraagd
  • een wetenschappelijke vraag
  • een technisch probleem
  • de bijhorende cyclus
Oplossing
  1. 1
    Wat valt op? De planten buigen naar de kant waar het meeste licht vandaan komt. Dat roept een 'waarom' op en ook een 'wat doen we eraan'.
  2. 2
    Wetenschappelijke vraag. Een vraag die je met metingen kan beantwoorden, bijvoorbeeld: Hoe hangt de hoek waaronder een kiemplantje buigt af van de richting van het licht? Je zet kiemplantjes in dozen met een opening links, rechts of bovenaan en meet na enkele dagen de hoek. Dat is de onderzoekscyclus.
  3. 3
    Technisch probleem. Iets wat je wil oplossen door iets te maken, bijvoorbeeld: Hoe zorgen we ervoor dat alle planten in de kas evenveel licht krijgen? Mogelijke oplossingen: een draaiende plantenbak, een reflecterende wand aan de donkere kant, of een ledstrip bovenaan. Dat is de ontwerpcyclus.
  4. 4
    Verband. Het antwoord op de wetenschappelijke vraag helpt het technische probleem: weet je hoe sterk planten op lichtrichting reageren, dan weet je hoe gelijkmatig het licht moet zijn.
Antwoord
Wetenschappelijke vraag: 'Hoe hangt de buighoek van een kiemplantje af van de richting van het licht?' (onderzoekscyclus). Technisch probleem: 'Hoe zorgen we dat alle planten evenveel licht krijgen?' (ontwerpcyclus).
Klopt dit? Test je vraag: kan je het antwoord meten? Test je probleem: kan je nagaan of een oplossing werkt (bijvoorbeeld door na een week te kijken of de planten recht staan)? Twee keer ja: goed geformuleerd.
Verhaal · 1.11

STEM-beroepen: wie doet wat?

11/15

STEM is geen schoolvak maar een manier van werken, en je vindt ze in honderden beroepen, van technicus tot professor. Enkele voorbeelden, met wat die mensen op een gewone dag doen:

beroepop een gewone dagletters
klimaatwetenschapperanalyseert metingen van ijs, oceaan en lucht, schrijft computermodellen, gaat soms op expeditieS, M, T
technicus windturbinesklimt tientallen meters hoog in de mast, zoekt storingen met meettoestellen, vervangt onderdelenT, E
ingenieur bouwkunderekent na of een brug of gebouw sterk genoeg is, overlegt met architect en aannemerE, M
medisch laboratoriumtechnoloogonderzoekt bloedstalen met automaten, controleert of de metingen betrouwbaar zijnS, T
data-analistzoekt patronen in grote hoeveelheden gegevens, maakt grafieken, programmeertM, T
productontwerperbedenkt nieuwe producten, maakt prototypes met een 3D-printer, test ze bij gebruikersE, T
softwareontwikkelaar voor toestellenschrijft de programma's in een wasmachine, een auto of een medisch toestelT, M, E
teeltadviseur glastuinbouwstuurt het klimaat in grote serres bij, meet water en voeding, vergelijkt rassenS, T, M

Een dag van een teeltadviseur. 's Morgens bekijkt ze op de klimaatcomputer de grafieken van de nacht: temperatuur, luchtvochtigheid, CO2-gehalte en licht in de serre. Daarna loopt ze door de rijen tomatenplanten, meet de lengte van enkele stengels en telt de trossen. Ze neemt een staal van het water dat onder de planten wegloopt en meet hoeveel voedingszouten erin zitten. Is dat te veel, dan past ze het voedingsrecept aan. 's Middags overlegt ze met de teler en vergelijkt ze de opbrengst van twee rassen in een rekenblad. Haar serre is een reusachtige versie van jouw meetkas.

Elk opleidingsniveau

STEM-jobs bestaan met een diploma secundair onderwijs (technicus, installateur, operator), een bachelor (laborant, technoloog, programmeur) of een master (ingenieur, wetenschapper). Veel bedrijven zoeken zulke profielen. Belangrijker dan welk diploma je later haalt: nieuwsgierig blijven en graag uitzoeken hoe iets werkt.

Technicus windturbines: meten en herstellen op grote hoogte.
Technicus windturbines: meten en herstellen op grote hoogte.
Teeltadviseur: klimaat, water en voeding meten in een serre, een grote broer van de meetkas.
Teeltadviseur: klimaat, water en voeding meten in een serre, een grote broer van de meetkas.
Uitleg · 1.12

Habitat: een station dat zichzelf in leven houdt

12/15

Stel je een klein onderzoeksstation voor op een afgelegen plek: een poolgebied, een eiland, ooit misschien de maan. Er komt zelden bevoorrading. Het station moet zelf zorgen voor vijf dingen:

  • energie: opwekken met zon en wind, opslaan, zuinig verdelen;
  • water: opvangen, zuiveren, hergebruiken;
  • voedsel: planten kweken in een gecontroleerd klimaat;
  • een leefbaar klimaat: warmte, verse lucht, de juiste vochtigheid;
  • informatie: meten wat er gebeurt en op tijd bijsturen.

Dat is Habitat, het project dat door heel StemExpert loopt. Je ontwerpt het niet in één keer, maar in drie lagen die op elkaar bouwen, één per niveau:

  1. Fundamental: de meetkas. Een kleine kas die haar eigen klimaat meet, de planten automatisch water geeft en draait op een zonnepaneel.
  2. Intermediate: de klimaat- en energiemodule. Eigen zonnestroom met batterij, een waterkringloop met teelt zonder aarde (hydroponie), een geregeld klimaat en een datalogger.
  3. Expert: het brein van het station. Een systeem dat alles samen regelt, met een sensornetwerk, energiebeheer, een digitale tweeling (een computermodel van het station) en voorspellingen met AI.

Elk hoofdstuk levert een bouwsteen. In het werkboek herken je die aan het type Habitat. Bewaar je Habitat-opdrachten in een portfolio: aan het einde van elk niveau voeg je ze samen tot een integratieproject (hoofdstuk 33 voor de meetkas).

laag 1 · Fundamentalde meetkasklimaat metenautomatisch waterzonnepaneelgroeiproeflaag 2 · Intermediateklimaat- enenergiemodulezonnestroom + batterijhydroponieklimaat regelendata loggenlaag 3 · Experthet breinvan het stationPID-regelingenergiebeheersensornetwerkdigitale tweelingAI-voorspelling
Drie lagen, drie niveaus: elke laag bouwt voort op wat de vorige kon.
Ontleed · 1.13

De meetkas: de eerste module

13/15

Dit is een eerste schets van de meetkas die je in Fundamental ontwerpt en bouwt. Elk onderdeel hoort bij een of meer hoofdstukken: bij het nummer staat waar je leert wat je ervoor nodig hebt. De echte maten en keuzes bepaal je later zelf, in je programma van eisen (hoofdstuk 30).

+ −µC
Zijaanzicht van de meetkas: zon, water, planten, sensoren en een microcontroller die alles samenhoudt.
Wijs een nummer aan: de figuur zoomt in. Klik om vast te zetten.
  1. 1
    Frame en wanden

    Licht, stevig en doorzichtig: welk materiaal (hoofdstuk 10) en welke vorm (hoofdstuk 13)? De afmetingen en de oppervlakte van de wanden reken je uit in hoofdstuk 3.

  2. 2
    Dakraam

    De rechterhelft van het platte dak, met het scharnier achteraan: de voorrand gaat omhoog als het te warm wordt. Met de hand en een hefboom (hoofdstuk 12), later automatisch (hoofdstuk 25).

  3. 3
    Zonnepaneel

    Zet licht om in elektrische energie (hoofdstuk 17). Hoeveel energie de kas per dag nodig heeft, reken je in hoofdstuk 21.

  4. 4
    Batterij

    Bewaart energie voor de nacht en voor bewolkte dagen (hoofdstuk 17).

  5. 5
    Ledstrip

    Extra licht in de winter. De kring, de spanning, de stroom en de zekering: hoofdstukken 18 tot 21.

  6. 6
    Microcontroller

    Het brein van de meetkas: leest de sensoren en stuurt de pomp (hoofdstukken 22 tot 25).

  7. 7
    Temperatuur- en lichtsensor

    Meten het klimaat in de kas (hoofdstukken 3, 16 en 25). Hun metingen zet je in een grafiek (hoofdstuk 4).

  8. 8
    Bodemvochtsensor

    Meet hoe vochtig de grond is: het begin van de regelkring die water geeft (hoofdstuk 25).

  9. 9
    Reservoir en pomp

    Hoeveel water past erin en hoe lang doet de kas ermee? Hoofdstuk 3 (volume) en hoofdstuk 14 (hoe snel het water stroomt).

  10. 10
    Plantenbak

    Het levende hart: wat heeft een plant nodig om te groeien (hoofdstukken 2, 26 en 27)? Je voert er een eerlijke groeiproef mee uit.

Naslag · 1.14

Overzicht: STEM, systemen en de elf leerlijnen

14/15

Bovenaan elk hoofdstuk staan gekleurde letters: de leerlijnen. Ze lopen door alle drie de niveaus, zodat je elk onderwerp later dieper terugziet. Dit hoofdstuk hoort bij O (onderzoeken) en D (ontwerpen).

begripin één zinvoorbeeld
systeemonderdelen die samen iets doenfiets, kas, smartphone
systeemgrenswat je binnen het systeem rekentrond de plant of rond de hele kas
input / outputmaterie, energie of informatie die de grens kruistwater in, zuurstof uit
proceswat er binnen met de input gebeurtfotosynthese, opwarmen, rekenen
deelsysteemeen systeem binnen een systeemde remmen van de fiets
sturen (open lus)uitvoeren zonder het resultaat te metensproeier met tijdschakelaar
regelen (gesloten lus)meten, vergelijken, bijsturenthermostaat, pomp met bodemvochtsensor
wetenschappelijke vraaghoe of waarom iets gebeurt; onderzoekscyclusWaarom beslaat de kas?
technisch probleemiets maken dat werkt; ontwerpcyclusHoe houden we de kas warm?
codeleerlijnwaaroverin de meetkas
OOnderzoeken en metenvragen stellen, meten, betrouwbare besluitende groeiproef, de metingen
WWiskundig modellerenverhoudingen, grafieken, formuleshet temperatuurverloop in een grafiek
MMaterie en chemiedeeltjes, stoffen, mengsels, materialencondens, voedingsoplossing, materiaal van het frame
KKrachten, beweging en constructieskrachten, hefbomen, stevige constructieshet frame, het dakraam
EEnergieenergievormen, warmte, zon en windzonnepaneel, warmte vasthouden
LElektriciteit en elektronicastroomkringen, spanning, vermogenledstrip, pomp, batterij
PProgrammeren en computationeel denkenalgoritmen, blokken, later Python en C++het programma dat water geeft
RRegelen en roboticasensoren, regelen, actuatorenautomatisch water geven
DOntwerpen en makenontwerpcyclus, tekenen, CAD, prototypesprogramma van eisen, werktekening, 3D-print
BLeven en systemencellen, planten, ecosystemen, het lichaamfotosynthese, groei van de planten
AData en AIdata visualiseren, patronen, lerende systemenvoorspellen wanneer de planten water nodig hebben
systeemgrensinputwat erin gaatproceswat er gebeurtoutputwat eruit komtterugkoppeling: meten en bijsturen (niet bij elk systeem)
Het blokschema in het klein: dit patroon gebruik je in elk hoofdstuk opnieuw.
Het geheel · 1.15

Waar dit hoofdstuk naartoe leidt

15/15

Dit hoofdstuk is een landkaart. Bijna elk begrip komt later terug, telkens preciezer. De onderzoekscyclus werk je uit in het volgende hoofdstuk, de ontwerpcyclus in hoofdstuk 30. Het systeemdenken (input, proces, output) gebruik je bij energieketens, stroomkringen, algoritmen, het lichaam en ecosystemen. En de regelkring met terugkoppeling groeit van een eenvoudige aan/uit-schakeling in Fundamental tot een PID-regeling in Expert.

De onderzoekscyclus stap voor stap: vraag, hypothese, eerlijke proef, waarneming, besluit.

Een groot probleem opdelen in deelproblemen (decompositie) is systeemdenken voor algoritmen.

Je bouwt je eerste echte regelkring: meten, beslissen, doen, met een drempelwaarde.

Je lichaam als systeem, met lichaamstemperatuur als natuurlijke regelkring.

Het technische probleem aanpakken: eisen, ideeën, prototype, testen, verbeteren.

Het integratieproject: alle bouwstenen samen worden de meetkas.

Regelkringen met blokschema's en hysterese, voor verwarming en ventilatie.

Systeemdenken op ingenieursniveau: eisen, architectuur, interfaces en het V-model.

HabitatDe missie: een station dat zichzelf in leven houdt. De eerste module is de meetkas. Maak in je portfolio een eerste blokschema van de meetkas (opdracht 1.11 in het werkboek) en bewaar het: in hoofdstuk 30 wordt het de basis van je programma van eisen, in hoofdstuk 33 bouw je de kas echt.
Samenvatting

In het kort

Begrippen

Wat je nu kent

STEM
Afkorting van science, technology, engineering en mathematics: wetenschap, technologie, engineering en wiskunde, als één samenhangend geheel.
wetenschap
Systematisch onderzoeken hoe de natuur werkt, met vragen, metingen en proeven; het resultaat is kennis.
technologie
Alles wat mensen maken om een probleem op te lossen of een behoefte te vervullen: toestellen, materialen, programma's, werkwijzen.
engineering
Het ontwerpen en verbeteren van oplossingen die moeten werken binnen eisen en beperkingen (geld, materiaal, veiligheid, tijd).
systeem
Een geheel van onderdelen die samenwerken om iets te doen; je beschrijft het met input, proces en output.
systeemgrens
De (denkbeeldige) lijn die bepaalt wat bij het systeem hoort; alles wat die lijn kruist, is input of output.
input
Wat een systeem binnenkomt: materie, energie of informatie.
output
Wat een systeem verlaat: materie, energie of informatie, gewenst of ongewenst.
proces
Wat er in het systeem met de input gebeurt: omzetten, vervoeren, opslaan, bewerken.
deelsysteem
Een systeem dat zelf deel is van een groter systeem, zoals de remmen van een fiets.
terugkoppeling
De output wordt gemeten en die meting stuurt het systeem bij; ook feedback genoemd.
sturen (open lus)
Een systeem doet wat ingesteld is, zonder te meten of het resultaat bereikt wordt.
regelen (gesloten lus)
Een systeem meet het resultaat en stuurt bij tot de gewenste waarde bereikt is.
wetenschappelijke vraag
Een vraag naar hoe of waarom iets in de natuur gebeurt; je beantwoordt ze met onderzoek.
technisch probleem
Een probleem waarvoor je iets wil ontwerpen of maken dat werkt; je lost het op met de ontwerpcyclus.
Habitat
Het onderzoeksstation dat je in StemExpert in drie lagen ontwerpt: meetkas, klimaat- en energiemodule, brein van het station.
Aan de slag in het werkboek14 opdrachten, van oefenen tot uitdagen