Handboek · hoofdstuk 21Elektrisch vermogen en energie
Hoeveel een toestel per seconde omzet, wat dat per dag kost, en waarom de led de gloeilamp verving
Op elk toestel staat een getal in watt, op elke energiefactuur een getal in kilowattuur. In dit hoofdstuk leer je wat ze betekenen en hoe ze samenhangen. Je berekent het vermogen uit spanning en stroom met , de energie met , en wat die energie kost. Je leest energielabels, ontmaskert het stand-byverbruik en vergelijkt een led met een gloeilamp in cijfers. Tot slot bereken je exact hoeveel energie de meetkas per dag gebruikt.

- Je kan het vermogen van een toestel berekenen met en de formule omvormen om de stroom of de spanning te vinden.
- Je kan een typeplaatje lezen en de stroom van een toestel berekenen uit zijn vermogen.
- Je kan energie berekenen met in joule en in kilowattuur, en omzetten ().
- Je kan uit meterstanden en een prijs per kWh berekenen wat elektriciteit kost, en uitleggen wat er nog op een energiefactuur staat.
- Je kan een energielabel lezen en het stand-byverbruik van toestellen omrekenen naar kWh en euro per jaar.
- Je kan een led en een gloeilamp vergelijken in lumen per watt, rendement en kosten over hun levensduur.
- Je kan het dagelijkse energieverbruik van de meetkas berekenen en vergelijken met de opbrengst van het zonnepaneel en de batterij.
Het afscheid van de gloeilamp
Meer dan honderd jaar lang was de gloeilamp hét symbool van een goed idee. Een wolfraamdraadje in een glazen bol wordt door de stroom zo heet, ongeveer 2500 °C, dat het wit gloeit. Maar een gloeilamp is vooral een kacheltje dat toevallig ook licht geeft: van elke 100 J elektrische energie wordt er maar 5 à 10 J zichtbaar licht, de rest warmte.
Daarom besliste de Europese Unie om de gloeilamp stap voor stap uit de winkels te halen: vanaf 2009 de lampen van 100 W, in 2012 de laatste kleinere. In 2018 volgden de meeste halogeenlampen, in 2023 de spaarlampen, die kwik bevatten. Wat bleef, is de led.
Dat een led vandaag wit licht geeft, is geen vanzelfsprekendheid. Rode leds bestonden al sinds de jaren 1960, groene kort daarna, maar voor wit licht heb je ook blauw nodig, en een heldere blauwe led lukte decennialang niet. Pas in het begin van de jaren 1990 slaagden de Japanse onderzoekers Isamu Akasaki, Hiroshi Amano en Shuji Nakamura erin. In 2014 kregen ze de Nobelprijs voor natuurkunde, voor de uitvinding van efficiënte blauwe leds, die heldere en zuinige witte lampen mogelijk maakten. Een witte ledlamp is een blauwe led met een geel oplichtend laagje erop: samen zien ze er wit uit.
Een ledlamp geeft evenveel licht als een gloeilamp voor ongeveer een zevende van het vermogen. In dit hoofdstuk leer je die vergelijking zelf maken: in watt, in lumen, in kilowattuur en in euro.

Vermogen: hoeveel energie per seconde
In hoofdstuk 17 zag je dat het vermogen zegt hoeveel energie een toestel per seconde omzet, in watt: per seconde. Hoe groot is het vermogen van een elektrisch toestel? Dat hangt af van twee dingen die je al kan meten (hoofdstuk 19):
- de spanning : hoeveel energie elk pakje lading afgeeft als het door het toestel gaat. Eén volt betekent: elke coulomb lading (de eenheid van lading) geeft 1 joule af;
- de stroom : hoeveel lading er per seconde door het toestel gaat. Eén ampère is één coulomb per seconde.
Energie per coulomb maal coulomb per seconde geeft energie per seconde:
Grote vermogens schrijf je in kilowatt: .
| toestel | |||
|---|---|---|---|
| led als statuslampje | 2 V | 0,02 A | 0,04 W |
| ledstrip van de meetkas | 12 V | 0,40 A | 4,8 W |
| smartphone die snel laadt (USB-C) | 9 V | 2 A | 18 W |
| laptopadapter | 19,5 V | 3,33 A | 65 W |
| waterkoker | 230 V | 8,7 A | 2000 W = 2 kW |
Een toestel op 230 V is niet automatisch krachtiger dan een op 12 V. Een ledlampje van 0,5 W op 230 V trekt maar ongeveer 2 mA; het pompje van de meetkas neemt op 12 V ruim 15 keer zoveel vermogen. Pas spanning en stroom samen bepalen het vermogen.
Het vermogen van de toestellen van de meetkas
Op de 12 V-voeding van de meetkas hangen de ledstrip (30 Ω), het pompje (0,65 A) en de omvormer voor de microcontroller (0,15 A aan de 12 V-kant). (a) Bereken het vermogen van elk toestel. (b) Hoeveel vermogen vraagt alles samen? (c) De voeding levert hoogstens 2 A. Hoeveel vermogen kan ze leveren?
- ledstrip
- pompje
- omvormer
- voeding hoogstens
- vermogen per toestel
- samen
- maximaal vermogen van de voeding
- 1(a) Ledstrip: eerst de stroom met Ohm: . Dan .
- 2Pompje: . Omvormer: .
- 3(b) De toestellen staan parallel; hun stromen tellen op tot (hoofdstuk 20). Samen: , precies de som .
- 4(c) .
Van typeplaatje naar stroom
Lees de twee typeplaatjes. (a) Welke stroom trekt de waterkoker uit het stopcontact van 230 V? (b) Welk vermogen levert de laptopadapter aan de laptop? (c) Waarom staat er op de adapter aan de ingang 1,5 A, terwijl maar 0,28 A is?
- waterkoker: 220-240 V, 1850-2200 W
- adapter: uitgang 19,5 V en 3,33 A; ingang 100-240 V, 1,5 A
- stroom van de waterkoker
- vermogen van de adapter
- verklaring van de 1,5 A
- 1(a) Het vermogen hangt af van de netspanning: bij 220 V is het 1850 W, bij 240 V 2200 W. Bij de Belgische 230 V is het ongeveer 2000 W. Stroom: .
- 2(b) : de 65 W op het plaatje klopt.
- 3(c) De 1,5 A aan de ingang is de grootste stroom die de adapter ooit trekt, ook bij de laagste netspanning (100 V, zoals in Japan) en bij het inschakelen. Bij 230 V en vol vermogen is het veel minder: ongeveer , plus wat de adapter zelf verliest.
Energie: vermogen maal tijd
Het vermogen zegt hoe snel een toestel energie omzet. Hoeveel energie het in totaal omzet, hangt ook af van hoe lang het werkt:
De joule is de SI-eenheid, maar voor elektrische energie is ze klein: een waterkoker zet er elke seconde 2000 om. Daarom rekent men met de kilowattuur: de energie die een vermogen van 1 kW in één uur omzet. In hoofdstuk 15 kreeg je al het getal . Nu zie je waar het vandaan komt:
Verandert het vermogen in de loop van de dag, dan teken je het in een grafiek: de energie is de oppervlakte onder de lijn (hoofdstuk 17). De grafiek toont de meetkas op een winterdag. De microcontroller vraagt maar 1,8 W, maar dag en nacht: 43,2 Wh. Het pompje heeft het grootste vermogen, 7,8 W, maar draait maar 225 s per dag: nog geen halve wattuur.
Schrijf altijd de eenheden erbij. ; ; . En: , .
Joule of kilowattuur?
(a) Een waterkoker van 2000 W werkt 3 minuten. Hoeveel energie is dat in joule en in kWh? (b) Een laptop van 45 W staat 5 uur per dag aan. Hoeveel kWh is dat per jaar? (c) Hoeveel joule zit er in een smartphonebatterij van 15 Wh?
- ,
- , 5 h per dag, 365 dagen
- energie in J en kWh
- energie per jaar in kWh
- energie in J
- 1(a) In joule: ; . In kWh: . Controle: .
- 2(b) Per dag: . Per jaar: .
- 3(c) .
De energiefactuur
Je huis heeft een digitale meter die telt hoeveel elektrische energie er uit het net komt, in kWh. Heb je zonnepanelen, dan telt hij ook wat je terug in het net stuurt. Het verbruik over een periode is het verschil tussen twee meterstanden.
Wat je betaalt, bestaat uit meer dan de energie zelf:
- de energiekost: het aantal kWh maal de prijs van je leverancier;
- de nettarieven voor het transport van de elektriciteit naar je huis. In Vlaanderen hangt een deel daarvan sinds 2023 af van je hoogste verbruik per kwartier, in kilowatt: het capaciteitstarief. Wie de oven, de waterkoker en de wasmachine tegelijk laat werken, maakt een hoge piek en betaalt meer;
- heffingen en accijnzen voor de overheid, en btw (6 % voor gezinnen).
De prijzen veranderen voortdurend en verschillen per leverancier en per contract. In dit hoofdstuk rekenen we met een rekenwaarde van € 0,30 per kWh, alles inbegrepen. Dat is een afgerond, realistisch getal voor een Belgisch gezin, geen officiële prijs: voor echte beslissingen zoek je de prijs op je eigen factuur op.
Op de factuur staan beide. Voor de kWh betaal je de energie die je gebruikt hebt. Het capaciteitstarief rekent op het vermogen: hoeveel je tegelijk gebruikt. Spreid grote verbruikers dus in de tijd.

Wat kost een kwartaal elektriciteit?
Een gezin leest op 1 januari de meterstand 24 385 kWh af en op 1 april 25 260 kWh. (a) Hoeveel energie gebruikte het gezin? (b) Wat kost dat, met de rekenwaarde van € 0,30 per kWh? (c) Hoeveel kWh is dat gemiddeld per dag (90 dagen)? (d) Wat kost één keer een liter water koken (0,11 kWh)?
- meterstanden 24 385 kWh en 25 260 kWh
- rekenwaarde € 0,30 per kWh
- 90 dagen
- water koken: 0,11 kWh
- verbruik
- kosten
- verbruik per dag
- kosten per keer water koken
- 1(a) .
- 2(b) : dat is € 262,50.
- 3(c) per dag.
- 4(d) : € 0,03, ongeveer drie cent.
Meten met een energiemeter
Hoeveel vermogen nemen toestellen in de klas echt op, aan en in stand-by?
- energiemeter (tussenstekker die je tussen het stopcontact en het toestel steekt)
- bureaulamp met een halogeenlamp van 42 W en een ledlamp van 8,5 W
- laptoplader, printer of beamer met een stand-bystand

- 1Steek de energiemeter in het stopcontact en de bureaulamp met de halogeenlamp in de energiemeter. Lees het vermogen af.
- 2Vervang (koud!) de halogeenlamp door de ledlamp. Lees opnieuw af. Houd je hand even op 10 cm boven elke lamp: wat voel je?
- 3Meet de laptoplader: met de laptop die laadt, en zonder laptop.
- 4Meet de printer of de beamer: aan, en in stand-by.
- 5Bereken voor elk stand-byverbruik hoeveel kWh en euro dat is in een jaar (8760 uur).
| toestel | gemeten vermogen | per jaar, als het altijd zo blijft |
|---|---|---|
| halogeenlamp (42 W op de verpakking) | 41,6 W | — |
| ledlamp (8,5 W op de verpakking) | 8,3 W | — |
| laptoplader, laptop laadt | 45 W | — |
| laptoplader zonder laptop | 0,1 W | 0,9 kWh = € 0,26 |
| printer in stand-by | 2,4 W | 21 kWh = € 6,31 |
| beamer in stand-by | 0,4 W | 3,5 kWh = € 1,05 |
Voorbeeld van resultaten. Boven de halogeenlamp voel je veel warmte, boven de ledlamp nauwelijks.
De gemeten vermogens liggen dicht bij wat op de verpakking staat. De halogeenlamp geeft ongeveer evenveel licht als de ledlamp, maar neemt vijf keer zoveel vermogen: het verschil voel je als warmte. Een stand-byverbruik lijkt verwaarloosbaar, maar een jaar telt 8760 uur: , of ongeveer € 6 voor een printer die niets doet. Een lader zonder toestel verbruikt bijna niets meer: sinds 2025 mag een nieuw toestel in stand-by hoogstens 0,5 W opnemen (0,8 W met een display).
Energielabels en stand-by
Op lampen, koelkasten, wasmachines, televisies en andere toestellen die je in de EU koopt, staat een energielabel. Sinds 2021 gaat de schaal van A (groen, zuinig) tot G (rood), zonder de vroegere klassen A+, A++ en A+++. De grens werd zo streng gelegd dat er bijna geen toestellen in klasse A zitten: zo is er ruimte voor betere toestellen in de toekomst.
Onderaan staat het verbruik: bij een koelkast in kWh per jaar, bij een lamp in kWh per 1000 uur. Dat laatste is handig: een lamp van 9 W verbruikt in 1000 uur . Het getal in kWh per 1000 h is dus het vermogen in watt. De klasse van een lamp hangt af van het aantal lumen per watt: vanaf 210 lm/W klasse A, onder 85 lm/W klasse G. Een gewone ledlamp van 95 lm/W zit in klasse F; een gloeilamp zou ver onder G vallen.
Stand-by is de stand waarin een toestel 'uit' lijkt, maar klaar staat: een tv die op de afstandsbediening wacht, een microgolfoven met een klok. Sinds mei 2025 mag een nieuw toestel in stand-by hoogstens 0,5 W opnemen, of 0,8 W met een display. Oudere toestellen en toestellen die altijd verbonden blijven (een router, een decoder, een spelconsole in 'rustmodus') nemen vaak veel meer. Dat sluipverbruik loopt dag en nacht door: 1 W die het hele jaar aanstaat, is , of ongeveer € 2,60 per jaar.
Lees 's avonds laat de meter af als alles 'uit' staat, en 's morgens opnieuw voor iemand iets aanzet. Deel het verschil door het aantal uren: dat is je sluipverbruik in kW (opdracht 21.8). Een stekkerdoos met een schakelaar zet een hele groep toestellen echt uit.
Het sluipverbruik van een huishouden
Een gezin meet met een energiemeter het vermogen van zijn toestellen als ze 'uit' staan (zie grafiek). (a) Hoeveel vermogen is dat samen? (b) Hoeveel kWh en hoeveel euro is dat per jaar? (c) Welk deel van een jaarverbruik van 3500 kWh is dat?
- decoder 10 W, spelconsole in rustmodus 10 W, router 8 W, printer 2,5 W, microgolfoven 2 W, laders 1 W, tv 0,5 W
- 8760 uur per jaar
- € 0,30 per kWh
- jaarverbruik 3500 kWh
- totaal vermogen
- kWh en euro per jaar
- deel van het jaarverbruik
- 1(a) .
- 2(b) ; kosten euro per jaar.
- 3(c) : ongeveer 8,5 % van het jaarverbruik.
Led tegenover gloeilamp
Hoeveel licht een lamp geeft, meet je in lumen (lm): een eenheid die rekening houdt met hoe gevoelig je oog is voor elke kleur. Hoe zuinig een lamp is, zegt het aantal lumen per watt:
| lamp | vermogen | licht | lumen per watt | levensduur | in de EU-winkels |
|---|---|---|---|---|---|
| gloeilamp | 60 W | 710 lm | 12 | ±1000 h | niet meer sinds 2009-2012 |
| halogeenlamp | 42 W | 630 lm | 15 | ±2000 h | niet meer sinds 2018 |
| spaarlamp (compacte tl) | 11 W | 600 lm | 55 | ±10 000 h | niet meer sinds 2023 |
| ledlamp | 8,5 W | 806 lm | 95 | 15 000 à 25 000 h | standaard |
| zuinigste ledlampen (klasse A) | 210 of meer | nog zeldzaam |
Een ledlamp geeft per watt ongeveer acht keer zoveel licht als een gloeilamp. Uitgedrukt als rendement (hoofdstuk 15): een gloeilamp van 60 W zet ongeveer 8 % van de elektrische energie om in zichtbaar licht (in hoofdstuk 15 rekenden we ruw met 5 %: het blijft minder dan een tiende). De rest wordt warmte, vooral onzichtbaar infrarood. Een witte ledlamp zet ongeveer 30 % om in licht, de beste iets meer. Ook een led wordt dus warm, maar veel minder, en die warmte zit in de voet, niet in het licht.
De ledstrip van de meetkas doet het iets minder goed dan een goede ledlamp, omdat er op de strip ook kleine weerstanden zitten die warm worden: van de 4,8 W wordt ongeveer een kwart licht voor de planten (ruim 1 W) en de rest warmte. Zo beantwoord je de vraag uit hoofdstuk 15.
Het licht van een gloeilamp is roder dan dat van een led: veel ervan zit in kleuren waarvoor je oog weinig gevoelig is. Daardoor geeft de led met minder watt licht (2,5 W tegenover 5 W) toch meer licht voor je ogen (806 lm tegenover 710 lm). Lumen meet wat je ziet.
Gloeilamp of led: wat kost het over tien jaar?
Stel dat je nog een gloeilamp van 60 W had, en je vergelijkt ze met een ledlamp van 8,5 W die evenveel licht geeft. De lamp brandt 3 uur per dag. Rekenwaarden: gloeilamp € 1 per stuk, gaat 1000 uur mee; ledlamp € 5, gaat 15 000 uur mee; elektriciteit € 0,30 per kWh. (a) Wat kost elke lamp per jaar aan elektriciteit? (b) Wat kost elk over tien jaar, lampen inbegrepen? (c) Na hoeveel tijd is de duurdere ledlamp terugverdiend?
- 60 W tegenover 8,5 W
- 3 h per dag: per jaar
- gloeilamp € 1, 1000 h; ledlamp € 5, 15 000 h
- € 0,30 per kWh
- elektriciteit per jaar
- totale kosten over tien jaar
- terugverdientijd
- 1(a) Gloeilamp: , dus euro per jaar. Ledlamp: , dus ongeveer € 2,79 per jaar.
- 2(b) In tien jaar brandt de lamp 10 950 uur. Gloeilampen: 11 stuks (elke 1000 uur een nieuwe), € 11, plus € 197,10 elektriciteit (): samen ongeveer € 208. Ledlamp: één lamp (15 000 h is meer dan 10 950 h), € 5, plus € 27,92 elektriciteit (): samen ongeveer € 33.
- 3(c) De ledlamp kost € 4 meer bij aankoop, maar spaart euro per jaar aan elektriciteit. jaar: na ongeveer drie maanden is ze terugverdiend.
Habitat: het exacte energieverbruik van de meetkas
In hoofdstuk 17 schatte je het verbruik van de meetkas op ongeveer 44 Wh per dag in de zomer en 63 Wh in de winter. Reken nu exact, met en . (a) Wat is het verbruik per dag in de zomer (april tot september) en in de winter (oktober tot maart, met de ledstrip 4 uur per dag)? (b) Hoeveel is dat per jaar, en wat zou het kosten van het net? (c) Hoeveel dagen houdt de batterij van 250 Wh het vol, als je er hoogstens 80 % uit haalt? (d) Klopt het zonnepaneel van 50 Wp in elke maand?
- alles op 12 V: omvormer 0,15 A (24 h), ledstrip 0,40 A (4 h, oktober tot maart), pompje 0,65 A (225 s)
- 183 zomerdagen, 182 winterdagen
- batterij 250 Wh, 80 % bruikbaar
- opbrengst paneel: tabel uit hoofdstuk 17
- € 0,30 per kWh
- verbruik per dag
- verbruik en kosten per jaar
- autonomie van de batterij
- balans per maand
- 1(a) Vermogens: ; ; . Energie per dag: ; ; (zie de tabel).
- 2Zomer: per dag. Winter: per dag. De schatting uit hoofdstuk 17 (44 en 63 Wh) was correct afgerond.
- 3(b) per jaar. Van het net zou dat euro per jaar kosten.
- 4(c) Bruikbaar: . In de winter: dagen; in de zomer dagen.
- 5(d) Zie de tabel: alleen in december is de gemiddelde opbrengst (62,5 Wh) iets kleiner dan het verbruik (62,9 Wh). In november en januari is het overschot klein; bij het laden en ontladen van de batterij gaat bovendien nog wat verloren. Daarom blijft de 230 V-adapter reserve van november tot januari.
Overzicht: vermogen, energie en kosten
De formules, de omzettingen en de tabellen van dit hoofdstuk, met de meetkas als voorbeeld. De berekening van de meetkas per toestel en de balans met het zonnepaneel per maand staan onderaan.
| symbool | betekenis | eenheid |
|---|---|---|
| vermogen | watt (W) | |
| spanning | volt (V) | |
| stroom | ampère (A) |
| symbool | betekenis | eenheid |
|---|---|---|
| energie | J, Wh of kWh | |
| vermogen | W of kW | |
| tijd | s of h |
| symbool | betekenis | eenheid |
|---|---|---|
| wattuur | 1 W gedurende 1 uur | |
| kilowattuur | 1 kW gedurende 1 uur |
| symbool | betekenis | eenheid |
|---|---|---|
| energie | kWh |
| toestel | tijd per dag | energie per dag | |||
|---|---|---|---|---|---|
| omvormer + microcontroller + sensoren | 12 V | 0,15 A | 1,8 W | 24 h | 43,2 Wh |
| ledstrip (oktober tot maart) | 12 V | 0,40 A | 4,8 W | 4 h | 19,2 Wh |
| pompje | 12 V | 0,65 A | 7,8 W | 225 s | 1755 J = 0,49 Wh |
| samen, april tot september | 43,7 Wh | ||||
| samen, oktober tot maart | 62,9 Wh |
| maand | jan | feb | mrt | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| paneel 50 Wp (Wh/dag) | 70,5 | 105,5 | 149,5 | 184,5 | 179,0 | 177,0 | 172,5 | 165,5 | 164,5 | 125,0 | 83,0 | 62,5 |
| verbruik (Wh/dag) | 62,9 | 62,9 | 62,9 | 43,7 | 43,7 | 43,7 | 43,7 | 43,7 | 43,7 | 62,9 | 62,9 | 62,9 |
| overschot (Wh/dag) | 7,6 | 42,6 | 86,6 | 140,8 | 135,3 | 133,3 | 128,8 | 121,8 | 120,8 | 62,1 | 20,1 | −0,4 |
| klasse lamp | A | B | C | D | E | F | G |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| lumen per watt | 210 of meer | 185-210 | 160-185 | 135-160 | 110-135 | 85-110 | minder dan 85 |
Stand-by (nieuwe toestellen, sinds mei 2025): hoogstens 0,5 W, met display 0,8 W. Rekenwaarde elektriciteit: € 0,30 per kWh.
Waar vermogen en energie naartoe leiden
Met komen twee leerlijnen samen: elektriciteit (spanning en stroom) en energie (joule, rendement, opslag). De kilowattuur is de munt waarin elk energiebudget rekent, van de meetkas tot een land. En elk verbruik is ook een ontwerpkeuze: de zuinigste oplossing kiezen is duurzaam ontwerpen.
Energievormen, rendement en het Sankey-diagram: de led en de gloeilamp in dezelfde taal.
Watt en wattuur intuïtief, het zonnepaneel van 50 Wp en de batterij van 250 Wh: hier exact nagerekend.
Spanning, stroom en de wet van Ohm: de bouwstenen van het vermogen.
Parallel tellen stromen en vermogens op: de voeding en de stekkerdoos.
Het energiebudget van de meetkas in het integratieproject.
Vermogen als arbeid per seconde; de pomp van de klimaatmodule neemt 12 V · 1,0 A = 12 W op.
Capaciteit in ampère-uur en wattuur: wat er echt in een batterij past.
Een volledig energiebudget met zonnepanelen en batterij voor de klimaatmodule.
Een led dimmen met PWM: minder vermogen door snel aan en uit te schakelen.
Slaapstanden: een microcontroller die bijna niets verbruikt tussen twee metingen.
In het kort
- Vermogen is energie per seconde: , in watt (1 W = 1 V · 1 A = 1 J per seconde).
- Energie is vermogen maal tijd: . W × s = J; W × h = Wh; kW × h = kWh; .
- Op een typeplaatje staan spanning en vermogen (of stroom); de stroom is vermogen gedeeld door spanning.
- De kosten zijn het verbruik in kWh maal de prijs per kWh (hier de rekenwaarde € 0,30). Op de factuur staan ook nettarieven, heffingen en btw.
- Een energielabel gaat van A tot G; bij lampen hangt de klasse af van het aantal lumen per watt. Stand-by en sluipverbruik lopen 8760 uur per jaar door.
- Een ledlamp geeft per watt ongeveer acht keer zoveel licht als een gloeilamp (95 tegenover 12 lm/W): ongeveer 30 % tegenover 8 % licht.
- De meetkas gebruikt 43,7 Wh per dag in de zomer en 62,9 Wh in de winter, 19,4 kWh per jaar; de microcontroller gebruikt het meest.
Wat je nu kent
- elektrisch vermogen
- De energie die een toestel per seconde omzet: . Eenheid watt (W); 1 W = 1 J per seconde = 1 V · 1 A.
- kilowattuur
- De energie die een vermogen van 1 kW in 1 uur omzet: 1 kWh = 3 600 000 J = 3,6 MJ. De eenheid op de energiefactuur.
- typeplaatje
- Plaatje of opdruk op een toestel met onder meer de spanning, de frequentie en het vermogen of de stroom.
- energielabel
- Europees label met een klasse van A (zuinig) tot G, en het verbruik in kWh per jaar of per 1000 uur.
- stand-byverbruik
- Het vermogen dat een toestel opneemt als het 'uit' staat maar klaar is om aan te gaan (afstandsbediening, klok).
- lumen
- Eenheid voor de hoeveelheid licht die een lamp geeft, zoals je oog ze waarneemt (symbool lm).
- lumen per watt
- Hoeveel licht een lamp geeft per watt elektrisch vermogen: een maat voor hoe zuinig ze is.
- capaciteitstarief
- Deel van de nettarieven in Vlaanderen (sinds 2023) dat afhangt van je hoogste verbruiksvermogen per maand, in kW.