Handboek · hoofdstuk 17Energie uit zon, wind en water
Waar onze energie vandaan komt, waarom dat moet veranderen, en hoe je de meetkas op zonne-energie laat draaien
Steenkool, aardolie en aardgas hebben de wereld tweehonderd jaar lang aangedreven, maar ze raken op en ze warmen de aarde op. In dit hoofdstuk vergelijk je fossiele, nucleaire en hernieuwbare energiebronnen en zie je hoe CO2 het klimaat verandert. Je leert hoe een zonnepaneel, een zonneboiler, een windturbine en een waterkrachtcentrale werken, en je rekent met watt en wattuur uit hoeveel energie een klein zonnepaneel in de zomer en in de winter levert. Omdat zon en wind niet altijd beschikbaar zijn, bekijk je hoe je energie opslaat. Met dat alles kies je hoe de meetkas van energie voorzien wordt.

- Je kan fossiele, nucleaire en hernieuwbare energiebronnen onderscheiden, met voor- en nadelen.
- Je kan uitleggen hoe het verbranden van fossiele brandstoffen via CO2 bijdraagt aan de opwarming van de aarde, en een CO2-grafiek lezen.
- Je kan het verschil tussen vermogen (in watt) en energie (in wattuur) uitleggen en rekenen met energie = vermogen × tijd.
- Je kan uitleggen hoe een zonnepaneel en een zonneboiler werken, en wanneer je welke kiest.
- Je kan de energieketen van een windturbine en een waterkrachtcentrale beschrijven.
- Je kan de dagopbrengst van een zonnepaneel schatten met zijn piekvermogen, in de zomer en in de winter.
- Je kan manieren om energie op te slaan vergelijken: batterij, water omhoog pompen, warmtebuffer.
- Je kan een onderbouwde keuze maken voor de energievoorziening van de meetkas.
Een poolstation op zon en wind
Op 15 februari 2009 werd op een rotsrug in Oost-Antarctica, 1382 m boven de zeespiegel, het Belgische poolstation Princess Elisabeth Antarctica geopend. Het is het eerste poolstation dat ontworpen werd om zonder fossiele brandstoffen te werken. Dat is geen kleinigheid: de meeste poolstations draaien op diesel, die per schip en daarna vaak per sneeuwtractor over honderden kilometers ijs aangevoerd moet worden.
Hoe doet het station het dan?
- Wind: negen windturbines van elk 6 kW, samen 54 kW. Wind is er genoeg: het station staat op een plaats met zware stormen.
- Zon: honderden zonnepanelen (ongeveer 380 m²) op en rond het gebouw. In de Antarctische zomer gaat de zon er wekenlang niet onder, en op een goede dag leveren ze ongeveer 420 kWh.
- Warm water: zonnecollectoren (ongeveer 24 m²) warmen water op, zoals een zonneboiler.
- Opslag: batterijen vangen de pieken en de dalen op. Een 'slim net' beslist voortdurend welke toestellen voorrang krijgen, zodat er nooit meer gevraagd wordt dan er is.
- Zuinig: dikke, goed isolerende wanden (hoofdstuk 16) maken een klassieke verwarming overbodig.
Het station wordt alleen in de zomer (november tot februari) bemand; in de lange poolnacht is het dicht. Voor noodgevallen staan er ook reservegeneratoren. Wat daar in het extreemste klimaat van de aarde lukt, is precies wat je in dit hoofdstuk op kleine schaal doet: de meetkas laten draaien op zonne-energie.
Voor de Belgische kust wordt een tweede 'Prinses Elisabeth' gebouwd: het Prinses Elisabetheiland, een kunstmatig energie-eiland op ongeveer 45 km voor Oostende. Het verzamelt de kabels van nieuwe windparken op zee (samen tot 3,5 GW) en brengt de stroom naar land. Beide zijn genoemd naar kroonprinses Elisabeth.

Fossiel, nucleair of hernieuwbaar
Energiebronnen deel je in drie groepen in:
- Fossiele brandstoffen: steenkool, aardolie (waaruit benzine, diesel en stookolie komen) en aardgas. Ze ontstonden uit resten van planten en plankton die miljoenen jaren onder de grond lagen. Het is opgeslagen zonne-energie van lang geleden (hoofdstuk 15). Wat we opstoken, komt in een mensenleven niet terug: de voorraad raakt op. En bij het verbranden komt CO2 vrij.
- Kernenergie: in een kerncentrale splijten uraniumkernen en komt warmte vrij, waarmee stoom een turbine aandrijft. Er komt tijdens de werking bijna geen CO2 vrij, maar er ontstaat radioactief afval dat heel lang veilig bewaard moet worden, en ook uranium raakt ooit op.
- Hernieuwbare energie: bronnen die vanzelf aangevuld worden: zon, wind, stromend water, aardwarmte en biomassa (hout, plantenresten, mest) zolang er evenveel teruggroeit als er verbruikt wordt. Ze raken niet op en geven (bijna) geen CO2. Het woord duurzaam betekent: zo dat ook latere generaties nog kunnen doen wat wij doen.
| bron | soort | voordelen | nadelen |
|---|---|---|---|
| steenkool, aardolie, aardgas | fossiel | veel energie in weinig brandstof; op elk moment beschikbaar | CO2 en luchtvervuiling; raakt op; vaak ingevoerd |
| uranium (kerncentrale) | nucleair | bijna geen CO2; op elk moment beschikbaar | radioactief afval; duur om te bouwen; risico bij ongevallen; uranium raakt op |
| zon (zonnepaneel, zonneboiler) | hernieuwbaar | geen brandstof, stil, op elk dak | 's nachts niets, in de winter weinig |
| wind | hernieuwbaar | veel energie op zee, ook in de winter | wisselend; zichtbaar in het landschap |
| water (stuwdam, rivier) | hernieuwbaar | regelbaar, lange levensduur | in België weinig hoogteverschil; stuwmeren veranderen een vallei |
| biomassa (hout, gft, mest) | hernieuwbaar als er evenveel teruggroeit | opslaanbaar | ruimte en landbouwgrond nodig |
België. In 2025 kwam ongeveer een derde van de elektriciteit die in België geproduceerd werd uit kerncentrales, een derde uit zon en wind, en de rest vooral uit aardgascentrales, met wat biomassa en waterkracht. Zonnepanelen leverden voor het eerst meer dan 10 TWh (België had toen 11,6 GW aan panelen). Daarnaast voerde België 14 TWh meer elektriciteit in dan het uitvoerde.
Elektriciteit is ongeveer een vijfde van alle energie die in België gebruikt wordt. Voor verwarming (aardgas, stookolie) en vervoer (benzine, diesel) gebruiken we nog vooral fossiele brandstoffen. Wereldwijd komt ongeveer 80 % van alle energie uit fossiele brandstoffen.
CO₂ en het klimaat
Fossiele brandstoffen bestaan grotendeels uit koolstof. Bij het verbranden verbindt die koolstof zich met zuurstof uit de lucht tot koolstofdioxide, CO2. Dat gas is onzichtbaar en reukloos, en het blijft honderden jaren in de lucht. Een liter benzine geeft ongeveer 2,3 kg CO2: meer dan de benzine zelf weegt, omdat de zuurstof uit de lucht meetelt (hoe je dat berekent, leer je in hoofdstuk I14).
Sinds 1958 meten onderzoekers op de vulkaan Mauna Loa (Hawaï), ver van steden en fabrieken, hoeveel CO2 er in de lucht zit. De grafiek stijgt elk jaar, en steeds sneller: in de jaren 1960 kwam er ongeveer 0,9 ppm per jaar bij, de voorbije tien jaar ongeveer 2,6 ppm per jaar. In 2025 was het jaargemiddelde 427 ppm, tegenover ongeveer 280 ppm voor de industriële revolutie.
In hoofdstuk 16 zag je waarom dat ertoe doet: CO2 is een broeikasgas. Meer CO2 betekent dat er meer infrarood naar het aardoppervlak teruggestraald wordt, en dus dat de aarde opwarmt. Volgens de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) was het in 2025 gemiddeld al ongeveer 1,4 °C warmer dan rond 1850-1900; 2024 was het warmste jaar ooit gemeten (ongeveer 1,55 °C), en de elf jaren van 2015 tot 2025 waren de elf warmste sinds het begin van de metingen.
De gevolgen: meer en hevigere hittegolven, smeltende gletsjers en ijskappen, een stijgende zeespiegel, en op veel plaatsen zwaardere regenbuien en langere droogtes. Voor een laag land aan zee zoals België is de zeespiegel een belangrijke zorg.
Het weer is wat er vandaag en morgen gebeurt: een koude week, een warme dag. Het klimaat is het gemiddelde over tientallen jaren. Een koude winter spreekt de opwarming niet tegen, net zoals één slechte toets niet zegt hoe goed je een vak beheerst.
Hoeveel CO₂ zit er in je elektriciteit?
Ook een windturbine of een zonnepaneel veroorzaakt wat CO2: bij het maken van staal, beton, glas en silicium. Het Klimaatpanel van de Verenigde Naties (IPCC) berekende hoeveel CO2 er per kWh vrijkomt over de hele levensduur van een centrale (zie figuur). Een gezin gebruikt 3500 kWh elektriciteit per jaar. Hoeveel CO2 is dat als alle stroom komt uit (a) steenkool, (b) aardgas, (c) wind op land? (d) Vergelijk met een auto die 10 000 km rijdt en 6 L benzine per 100 km verbruikt.
- verbruik: per jaar
- CO2 per kWh: steenkool 820 g, aardgas 490 g, wind 11 g
- auto: , per 100 km, 2,3 kg CO2 per liter
- CO2 per jaar voor elke bron
- vergelijking met de auto
- 1(a) , bijna 3 ton.
- 2(b) .
- 3(c) : zeventig keer minder dan steenkool.
- 4(d) Brandstof: ; CO2: .
Vermogen en energie: watt en wattuur
Een zonnepaneel, een lamp, een pomp: bij elk toestel staat een getal in watt (W). Dat getal is geen energie, maar het vermogen: hoeveel energie het toestel per seconde omzet. per seconde. Een ledlamp van 10 W zet elke seconde 10 J elektrische energie om in licht en warmte. Een waterkoker van 2000 W (2 kW) doet dat tweehonderd keer zo snel.
Hoeveel energie het toestel in totaal omzet, hangt af van hoe lang het werkt:
Een ledlamp van 10 W die 3 uur brandt, zet om. Teken je het vermogen in een grafiek in functie van de tijd, dan is de energie de oppervlakte onder de lijn (figuur). Dat idee gebruik je straks voor een zonnepaneel, waarvan het vermogen de hele dag verandert.
| toestel | vermogen | energie in 1 uur |
|---|---|---|
| microcontroller met sensoren van de meetkas | 1,8 W | 1,8 Wh |
| ledstrip van de meetkas | 4,8 W | 4,8 Wh |
| waterpompje van de meetkas | 7,8 W | 7,8 Wh |
| ledlamp in de woonkamer | 5 à 10 W | 5 à 10 Wh |
| laptop | 30 à 60 W | 30 à 60 Wh |
| waterkoker | 2000 W = 2 kW | 2 kWh |
| windturbine op zee (vol vermogen) | 9,5 MW | 9,5 MWh |
De vermogens van de meetkas volgen uit de spanning en de stroom van elk toestel: dat leer je in de hoofdstukken 19 en 21.
Het getal op een zonnepaneel is een maximum, bij volle zon. 's Morgens, 's avonds, bij bewolking en in de winter levert het veel minder, en 's nachts niets. Watt zegt hoe snel; wattuur zegt hoeveel. Hoe je vermogen berekent uit spanning en stroom, en wat een kWh op je factuur kost, leer je in hoofdstuk 21.
Het zonnepaneel
Een zonnepaneel zet licht rechtstreeks om in elektrische energie, zonder bewegende delen. Dat heet fotovoltaïsch (foto = licht, volt = spanning). Het paneel bestaat uit zonnecellen: dunne plaatjes silicium, een element dat je ook in zand vindt (zand is grotendeels siliciumdioxide), maar dan heel zuiver. De bovenste en de onderste laag van een cel zijn een beetje anders gemaakt (in Intermediate leer je hoe, hoofdstuk I23). Valt er licht op de cel, dan maakt het elektronen los die door die opbouw maar in één richting kunnen: naar een contact aan de bovenkant. Verbind je boven- en onderkant met een lampje, dan stromen de elektronen door de kring en brandt het lampje.
Eén cel geeft maar ongeveer 0,5 à 0,6 V. Daarom zet men cellen achter elkaar (in serie, hoofdstuk 20). Een klein paneel met 36 cellen geeft ongeveer 18 V in de zon: genoeg om een 12 V-batterij te laden. De panelen op een huisdak hebben 60 of meer cellen.
Een goed paneel zet vandaag ongeveer 20 à 22 % van het zonlicht om in elektrische energie (hoofdstuk 15). De rest wordt warmte: een paneel in de zomerzon kan 60 °C worden, en hoe warmer het is, hoe minder het levert. Een zonnepaneel geeft gelijkspanning. Voor de toestellen in huis zet een omvormer die om in de wisselspanning van het stopcontact (hoofdstuk E24).
Het vermogen van een paneel wordt gegeven in wattpiek (Wp): het vermogen bij standaardomstandigheden, afgesproken om panelen te kunnen vergelijken: zonlicht van 1000 W per m² dat loodrecht invalt, en een paneel van 25 °C. Zo sterk is de zon in België alleen op een heldere zomermiddag.
Een zonnepaneel van dichtbij
Een klein paneel zoals dat van de meetkas: 36 cellen in 9 rijen van 4. Links de voorkant, rechts een doorsnede (de lagen zijn veel dikker getekend dan in werkelijkheid) en de achterkant.
- 1Glas
Gehard glas van enkele millimeters, met een laagje dat weerkaatsing vermindert. Beschermt de breekbare cellen tegen regen, hagel en vuil.
- 2Zonnecel
Een dun plaatje silicium, ongeveer 0,5 à 0,6 V. Alle 36 cellen staan in serie: hun spanningen tellen op.
- 3Contactstrips
Dunne metalen strips verzamelen de stroom van elke cel en verbinden ze met de volgende. Ze houden een beetje licht tegen, daarom zijn ze smal.
- 4Aluminium frame
Maakt het paneel stijf en geeft een plaats om het vast te schroeven. Aluminium roest niet door (hoofdstuk 10).
- 5Aansluitdoos
Hier komen de draden van de cellen samen. Er zitten diodes in die de stroom omleiden als een deel van het paneel in de schaduw ligt.
- 6Kabels
Een plus- en een minkabel naar de laadregelaar van de batterij. Het paneel geeft gelijkspanning.
- 7Typeplaatje
Het piekvermogen (bv. 50 Wp), de spanning en de stroom bij standaardomstandigheden. Zo vergelijk je panelen.
Een zonnepaneeltje, de hoek en de schaduw
Hoe hangt de opbrengst van een zonnepaneel af van de hoek waaronder het licht invalt? En wat doet een beetje schaduw?
- klein zonnepaneel (bv. 6 V, 1 W)
- multimeter, door de docent ingesteld op mA (hij meet de stroom die het paneel levert)
- lamp van 100 W op 30 cm, of volle zon
- gradenboog, een stuk karton
- 1Zet het paneel loodrecht op het licht (de lichtstraal valt recht op het paneel: hoek 0°). Lees de stroom af.
- 2Draai het paneel telkens 15° verder, tot 90° (het licht scheert dan langs het paneel). Lees telkens af.
- 3Zet het paneel terug op 0°. Dek met het karton één cel volledig af. Lees af.
- 4Leg het karton er daarna zo op dat het een strook van alle cellen een beetje afdekt. Lees af.
| hoek | 0° | 15° | 30° | 45° | 60° | 75° | 90° |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| stroom (mA) | 120 | 116 | 104 | 85 | 61 | 33 | 4 |
Eén cel volledig afgedekt: 10 mA. Een smalle strook over alle cellen: 95 mA. Voorbeeld van resultaten in een klas. De stroom is een goede maat voor hoeveel licht het paneel opvangt.
Staat het paneel schuin, dan vangt het een smallere bundel licht op: dezelfde lichtstraal wordt over een grotere oppervlakte uitgesmeerd. Bij 60° vangt het paneel nog maar de helft (0,50) op, bij 90° bijna niets. Hoe je dat precies berekent met de cosinus, leer je in hoofdstuk I6. Daarom zet je een paneel zo loodrecht mogelijk op de zon. In België, waar de zon in de winter laag staat, kies je voor de meetkas een steile hoek: 60° (hoofdstuk I6).
De schaduw is verrassend: één afgedekte cel doet de stroom bijna helemaal wegvallen, terwijl een strook over alle cellen maar een beetje scheelt. De cellen staan in serie: de stroom moet door alle cellen, en de zwakste cel bepaalt hoeveel er kan stromen, zoals de smalste plaats in een slang. Grote panelen hebben daarom diodes in de aansluitdoos. Maar ook dan geldt: geen schaduw op een zonnepaneel, ook niet van één tak of schoorsteen.
Hoeveel energie levert een zonnepaneel per dag?
Een paneel van 50 Wp levert 50 W alleen op een heldere zomermiddag. De rest van de dag is de zon zwakker, en 's nachts levert het niets. De grafiek toont het vermogen van zo'n paneel op een gemiddelde dag in juni en in december, in Brussel, met het paneel op het zuiden onder 60°. De oppervlakte onder de kromme is de energie van die dag: ongeveer 177 Wh in juni, maar maar 62 Wh in december.
Om snel te rekenen, gebruik je volle zonuren: hoeveel uur zon op volle sterkte (1000 W per m²) zou evenveel energie geven als het echte zonlicht van die dag? Op een gemiddelde junidag zijn dat er ongeveer 4,6, op een gemiddelde decemberdag ongeveer 1,5. Een paneel levert niet al die energie: een deel gaat verloren doordat het paneel warm wordt, door de kabels en bij het omzetten. Je rekent met ongeveer 80 %:
Nog handiger: de tabel geeft meteen hoeveel wattuur elke wattpiek per dag oplevert, verliezen inbegrepen. Die cijfers komen uit PVGIS, een gratis rekenprogramma van de Europese Commissie dat de zonnestraling van vele jaren kent:
| maand | jan | feb | mrt | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Wh per Wp per dag | 1,41 | 2,11 | 2,99 | 3,69 | 3,58 | 3,54 | 3,45 | 3,31 | 3,29 | 2,50 | 1,66 | 1,25 |
Paneel op het zuiden onder 60°, in Brussel, met de gewone verliezen (warmte, kabels, omvormen) meegerekend. Gemiddelde over de jaren 2005-2023 (PVGIS, Europese Commissie).
Een heldere junidag geeft in Brussel ongeveer 6,6 volle zonuren, een grijze decemberdag vaak minder dan een half. De maandgemiddelden verbergen dus grote verschillen. Wie op zonne-energie rekent, heeft een batterij nodig voor de nacht en voor grijze dagen (verder in dit hoofdstuk), en ontwerpt voor de slechtste maand, niet voor de beste.
Een paneel van 10 Wp
Een klein paneel van 10 Wp staat in Brussel op het zuiden onder 60°. (a) Hoeveel energie levert het op een gemiddelde dag in juni en in december? Reken met de volle zonuren en met de tabel. (b) Kan je er elke dag een smartphone (batterij van 15 Wh) mee opladen? (c) Hoeveel levert het in een heel jaar?
- juni: 4,6 volle zonuren, of 3,54 Wh per Wp
- december: 1,5 volle zonuren, of 1,25 Wh per Wp
- jaar: 998 Wh per Wp
- smartphonebatterij:
- dagopbrengst in juni en december
- genoeg voor een smartphone?
- jaaropbrengst
- 1(a) Met de volle zonuren: juni ; december . Met de tabel: juni , december . Beide manieren geven ongeveer hetzelfde.
- 2(b) In juni: smartphones per dag. In december: : gemiddeld nog geen volle lading per dag, en op een grijze dag veel minder. Bovendien gaat er bij het laden van een batterij nog wat verloren.
- 3(c) per jaar.
De zonneboiler
Een zonnepaneel maakt elektriciteit. Wie vooral warm water nodig heeft, kan de zon ook rechtstreeks laten opwarmen met een zonneboiler:
- Op het dak ligt een zonnecollector: een geïsoleerde bak met een zwarte plaat onder glas (of een rij glazen buizen met luchtledig). De zwarte plaat neemt het zonlicht op en wordt heet (hoofdstuk 16: zwart absorbeert het best; het glas en de isolatie houden de warmte vast).
- Door buisjes onder de plaat stroomt een vloeistof, meestal water met antivries. Een kleine pomp brengt de hete vloeistof naar het voorraadvat.
- In het vat loopt de vloeistof door een spiraal (een warmtewisselaar) en geeft haar warmte af aan het leidingwater. Afgekoeld gaat ze terug naar de collector.
- Het goed geïsoleerde vat bewaart het warme water voor 's avonds: een warmtebuffer. Is het water niet warm genoeg, dan warmt een gewone verwarmingsketel of een elektrisch element het bij.
Een zonnecollector zet een veel groter deel van het zonlicht om dan een zonnepaneel: ongeveer de helft of meer, tegenover ongeveer een vijfde. In Vlaanderen levert 1 m² collector ongeveer 400 à 500 kWh warmte per jaar; een zonneboiler van 4 à 6 m² met een vat van 200 à 300 L dekt tot ongeveer 60 % van het warme water van een gezin. Maar warmte is minder veelzijdig dan elektriciteit: je kan er geen lamp of pomp mee laten werken.
Nodig je warmte (douche, afwas), dan is een zonneboiler efficiënter per m². Nodig je elektriciteit (lampen, pompen, een microcontroller), dan heb je zonnepanelen nodig. Het poolstation Princess Elisabeth gebruikt allebei. Voor de meetkas, die vooral elektriciteit gebruikt, kies je een zonnepaneel.

Windenergie
Wind is lucht die beweegt, omdat de zon de aarde ongelijk opwarmt (hoofdstuk 15). Een windturbine zet de bewegingsenergie van de lucht om in elektrische energie: de wind duwt tegen de wieken, de rotor draait, en een generator in de gondel bovenaan de mast maakt er elektriciteit van (hoe een generator werkt, leer je in hoofdstuk E19). De energieketen: bewegingsenergie van de wind → bewegingsenergie van de rotor → elektrische energie, met wat warmte in de tandwielen en de generator.
Het vermogen van een windturbine hangt heel sterk af van de windsnelheid: waait het twee keer zo hard, dan levert de turbine tot acht keer zoveel (). Onder ongeveer 3 m/s draait ze niet. Vanaf ongeveer 12 m/s levert ze haar maximale vermogen, en bij storm (rond 25 m/s) wordt ze stilgezet om schade te voorkomen.
Op zee waait het harder en regelmatiger dan op land. Voor de Belgische kust staan windparken met samen 2,26 GW vermogen; ze leverden 8 TWh in 2023 en 7,1 TWh in 2024 (een minder winderig jaar). De grootste turbines zijn hoger dan het Atomium (102 m) en hebben wieken van meer dan 80 m lang.
Een windmolen gebruikt de wind om graan te malen of water te pompen: de beweging zelf is nuttig. Een windturbine maakt elektriciteit. In de dagelijkse taal worden beide 'windmolen' genoemd.

Hoeveel levert een windturbine op zee?
In het windpark Northwester 2 voor de Belgische kust staan turbines van 9,5 MW. (a) Lees op de vereenvoudigde vermogenscurve (voor een turbine van 10 MW) af hoeveel ze levert bij 6 m/s en bij 12 m/s. Hoeveel keer meer is dat? (b) Door de wisselende wind levert een turbine op zee gemiddeld ongeveer 36 % van haar maximale vermogen (2024). Hoeveel energie levert één turbine van 9,5 MW in een jaar? (c) Voor hoeveel gezinnen (3500 kWh per jaar) is dat genoeg?
- vermogenscurve
- , gemiddeld 36 % daarvan
- 1 jaar
- gezin: per jaar
- vermogen bij 6 en 12 m/s
- jaaropbrengst
- aantal gezinnen
- 1(a) Bij 6 m/s: 1,25 MW. Bij 12 m/s: 10 MW. Dat is keer meer, bij twee keer zoveel wind.
- 2(b) Gemiddeld vermogen: . Energie: .
- 3(c) gezinnen.
Waterkracht
Water dat hoog ligt, heeft zwaarte-energie (hoofdstuk 15). In een waterkrachtcentrale stroomt het door een buis naar beneden, krijgt het bewegingsenergie, en drijft het een turbine aan die met een generator verbonden is. De energieketen: zwaarte-energie → bewegingsenergie van het water → bewegingsenergie van de turbine → elektrische energie. Grote waterkrachtcentrales halen een rendement van ongeveer 90 %: beter dan bijna elke andere centrale.
Hoe meer water en hoe groter de hoogte, hoe meer energie (herinner je: ). Daarom liggen de grote stuwdammen in de bergen: in Noorwegen, Zwitserland, China, Brazilië. Wereldwijd levert waterkracht ongeveer een zevende van alle elektriciteit. België is te vlak: er draaien kleine centrales op de Maas en andere rivieren, samen ongeveer 110 MW, goed voor ongeveer 0,3 TWh per jaar, minder dan 1 % van onze elektriciteit.
Wel heeft België een grote pompcentrale in Coo (Ardennen). Die maakt geen extra energie, maar slaat ze op: als er veel elektriciteit is, pompt ze water naar een hoog meer; als er te weinig is, laat ze het terugstromen door de turbines (hoofdstuk I9). Zo werkt ze als een reusachtige batterij.
Ook getijden (het water dat twee keer per dag stijgt en daalt, vooral door de maan) en golven bevatten energie. Getijdencentrales bestaan al, bijvoorbeeld in Frankrijk sinds 1966, maar ze zijn zeldzaam: er zijn maar weinig plaatsen met een groot genoeg verschil tussen eb en vloed.

Energie opslaan
De zon schijnt niet 's nachts, en de wind waait niet altijd. Wie op zon en wind draait, moet energie kunnen bewaren voor later. Er zijn veel manieren; drie ervan ken je al:
- Batterij: elektrische energie wordt chemische energie, en bij het ontladen weer elektrische (hoofdstuk 15). Een batterij is compact en levert meteen stroom. Er gaat bij laden en ontladen samen ongeveer 5 à 20 % verloren, afhankelijk van het type. Welke types er zijn en hoe ze werken, leer je in hoofdstuk I16.
- Water omhoog pompen: elektrische energie wordt zwaarte-energie, en via een turbine weer elektrische. De pompcentrale van Coo slaat zo ongeveer 5 GWh op, met een rendement van ongeveer 75 % voor de hele kringloop (hoofdstuk I9). Maar je hebt enorm veel water en een groot hoogteverschil nodig.
- Warmtebuffer: warmte bewaren in een goed geïsoleerd vat water (de zonneboiler), of in het water en de grond van de meetkas (hoofdstuk 16). Water slaat veel warmte op: 4,2 kJ per liter per graad. Maar warmte kan je niet zomaar terug omzetten in elektriciteit.
Hoeveel energie past er in één kilogram? De figuur vergelijkt, op een logaritmische schaal. Merk op hoe weinig energie er in water zit dat 100 m omhoog gepompt is: een lithium-ionbatterij bevat per kg honderden keren meer. En hoe veel er in benzine zit: daarom zijn fossiele brandstoffen zo moeilijk te vervangen in vliegtuigen en schepen. Andere opslagvormen, zoals waterstof en vliegwielen, komen in Expert aan bod (hoofdstukken E27 en E10).
Hoeveel water voor één smartphone?
Een smartphonebatterij bevat ongeveer 15 Wh. (a) Hoeveel joule is dat? (b) Hoeveel kilogram water moet je 10 m hoog pompen om evenveel zwaarte-energie op te slaan? (c) Hoeveel graden warmer kan je 1 L water maken met die energie?
- hoogte ,
- water: per liter per °C
- energie in joule
- massa water
- temperatuurstijging van 1 L
- 1(a) .
- 2(b) Per kg water, 10 m hoog: . Aantal kg: , dus ongeveer 550 L water: meer dan twee volle badkuipen.
- 3(c) °C.
Habitat: de meetkas van energie voorzien
Tot nu toe hangt de meetkas aan een 12 V-voeding die in het stopcontact zit (hoofdstuk 5). Kan ze op zonne-energie draaien? De toestellen: microcontroller met sensoren 1,8 W, dag en nacht; ledstrip 4,8 W, 4 uur per dag, alleen van oktober tot maart; pompje 7,8 W, 225 s per dag (hoofdstuk 4). (a) Schat het verbruik per dag in de zomer en in de winter. (b) Hoe groot moet het paneel zijn? (c) Hoe groot moet de batterij zijn als ze drie dagen zonder zon moet overbruggen? (d) Waar zet je het paneel?
- vermogens: 1,8 W (24 h), 4,8 W (4 h, oktober tot maart), 7,8 W (225 s)
- paneel op het zuiden onder 60°: juni 3,54 Wh per Wp per dag, december 1,25 Wh per Wp per dag
- 3 dagen reserve
- verbruik per dag
- piekvermogen van het paneel
- grootte van de batterij
- plaats van het paneel
- 1(a) Microcontroller: . Pompje: . Ledstrip: . Zomer: ; winter: per dag.
- 2(b) Juni: zou volstaan. December: . Je ontwerpt voor de slechtste maand: een paneel van 50 Wp (ongeveer 0,65 m × 0,55 m). In de zomer levert het veel meer dan nodig (177 Wh op een gemiddelde junidag).
- 3(c) Drie dagen verbruik in de winter: . Een batterij mag niet helemaal leeg: kies een 12 V-batterij van ongeveer 250 Wh, waarvan je ongeveer 200 Wh mag gebruiken.
- 4(d) Niet op het dak van de kas: een paneel van 0,36 m² zou de helft van het dak (0,72 m²) in de schaduw zetten. Zet het naast de kas op een paal, op een open plek waar het de hele dag zon krijgt en zelf geen schaduw op de planten werpt. In december staat de zon in België 's middags maar 16° hoog: een voorwerp werpt dan een schaduw van ongeveer drie en een half keer zijn eigen hoogte.

Overzicht: energie uit zon, wind en water
De rekenregels, de energiebronnen en de opbrengst van een zonnepaneel in België op één blad.
| symbool | betekenis | eenheid |
|---|---|---|
| energie | J of Wh | |
| vermogen | watt (W) | |
| tijd | s of h |
| symbool | betekenis | eenheid |
|---|---|---|
| wattuur | 1 W gedurende 1 uur | |
| kilowattuur | 1 kW gedurende 1 uur |
| symbool | betekenis | eenheid |
|---|---|---|
| energie per dag | Wh | |
| piekvermogen | Wp | |
| Brussel, 60°: juni 4,6, december 1,5 | h |
| bron | soort | voordelen | nadelen |
|---|---|---|---|
| steenkool, aardolie, aardgas | fossiel | veel energie in weinig brandstof; op elk moment beschikbaar | CO2 en luchtvervuiling; raakt op; vaak ingevoerd |
| uranium (kerncentrale) | nucleair | bijna geen CO2; op elk moment beschikbaar | radioactief afval; duur om te bouwen; risico bij ongevallen; uranium raakt op |
| zon (zonnepaneel, zonneboiler) | hernieuwbaar | geen brandstof, stil, op elk dak | 's nachts niets, in de winter weinig |
| wind | hernieuwbaar | veel energie op zee, ook in de winter | wisselend; zichtbaar in het landschap |
| water (stuwdam, rivier) | hernieuwbaar | regelbaar, lange levensduur | in België weinig hoogteverschil; stuwmeren veranderen een vallei |
| biomassa (hout, gft, mest) | hernieuwbaar als er evenveel teruggroeit | opslaanbaar | ruimte en landbouwgrond nodig |
| maand | jan | feb | mrt | apr | mei | jun | jul | aug | sep | okt | nov | dec |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Wh per Wp per dag | 1,41 | 2,11 | 2,99 | 3,69 | 3,58 | 3,54 | 3,45 | 3,31 | 3,29 | 2,50 | 1,66 | 1,25 |
Paneel op het zuiden onder 60°, in Brussel, met de gewone verliezen (warmte, kabels, omvormen) meegerekend. Gemiddelde over de jaren 2005-2023 (PVGIS, Europese Commissie).
| opslag | energievorm | per kg (orde van grootte) | geschikt voor |
|---|---|---|---|
| batterij (lithium-ion) | chemisch | 150 à 250 Wh | smartphone, auto, huis, meetkas |
| batterij (loodzuur) | chemisch | 35 Wh | goedkoop, zwaar; auto-startaccu, poolstation |
| water omhoog pompen | zwaarte-energie | 0,27 Wh (100 m hoog) | heel grote hoeveelheden (Coo) |
| warmtebuffer (water) | warmte | 58 Wh (50 °C warmer) | warm water, de nacht in de kas |
Waar duurzame energie naartoe leidt
Duurzame energie verbindt de leerlijn Energie met Elektriciteit (panelen, batterijen, turbines) en met Ontwerpen en maken: een energiesysteem kiezen en dimensioneren is een ontwerpprobleem met afwegingen. Met de CO2-grafiek en de maandopbrengsten zit je in Data, en met het klimaat in Leven en systemen. In Intermediate dimensioneer je de zonne-installatie van de klimaatmodule echt, in Expert stuur je het energiebeheer van het hele station.
Energievormen, energieketens en rendement: de basis van elke centrale.
Het broeikaseffect en warmte opslaan in water.
Spanning en stroom van een zonnepaneel meten.
Zonnecellen in serie: waarom één cel in de schaduw zoveel kost.
Vermogen uit spanning en stroom; het dagelijkse energieverbruik van de meetkas precies berekenen.
Het energiebudget van de meetkas met een klein zonnepaneel, in het integratieproject.
De hoek van de zon en de beste hellingshoek van een paneel.
Rekenen met water omhoog pompen; de pompcentrale van Coo.
Hoeveel CO2 er uit een liter brandstof komt.
Welk batterijtype, en wat Ah en Wh betekenen.
Zonnepaneel en batterij van de klimaatmodule berekenen, met dagen autonomie.
De omvormer en de MPPT-lader: het maximum uit een paneel halen.
Waterstof en brandstofcellen als seizoensopslag.
Hoe lang een zonnepaneel moet werken om de energie van zijn productie terug te verdienen.
In het kort
- Fossiele brandstoffen (steenkool, aardolie, aardgas) raken op en geven CO2; kernenergie geeft bijna geen CO2 maar wel radioactief afval; hernieuwbare bronnen (zon, wind, water, biomassa, aardwarmte) raken niet op.
- CO2 in de lucht steeg van ongeveer 280 ppm voor 1850 tot 427 ppm in 2025; als broeikasgas warmt het de aarde op (ongeveer 1,4 °C sinds 1850-1900).
- Vermogen is energie per seconde, in watt (1 W = 1 J/s). Energie = vermogen × tijd; , .
- Een zonnepaneel zet ongeveer 20 % van het licht rechtstreeks om in elektriciteit; een zonneboiler zet een groter deel om in warm water.
- Een paneel levert in Brussel (60°, zuiden) gemiddeld 3,5 Wh per Wp per dag in juni en 1,25 in december: dagopbrengst ≈ Wp × volle zonuren × 0,8.
- Een windturbine levert bij twee keer zoveel wind tot acht keer zoveel vermogen; waterkracht zet zwaarte-energie van water om.
- Energie opslaan kan in een batterij (compact), in water dat omhoog gepompt is (alleen op grote schaal) of als warmte in water.
- De meetkas verbruikt ongeveer 44 à 63 Wh per dag: een paneel van 50 Wp en een batterij van ongeveer 250 Wh volstaan, met de adapter als reserve in de winter.
Wat je nu kent
- fossiele brandstof
- Steenkool, aardolie of aardgas: resten van planten en plankton van miljoenen jaren geleden. Verbranden geeft energie en CO2; de voorraad raakt op.
- hernieuwbare energie
- Energie uit een bron die vanzelf aangevuld wordt: zon, wind, stromend water, aardwarmte, biomassa die teruggroeit.
- vermogen
- Hoeveel energie er per seconde omgezet wordt. Eenheid: watt (W); 1 W = 1 J per seconde.
- wattuur
- De energie die een vermogen van 1 W in 1 uur omzet: 1 Wh = 3600 J. 1 kWh = 1000 Wh.
- zonnepaneel (fotovoltaïsch)
- Paneel van zonnecellen dat licht rechtstreeks omzet in elektrische energie.
- wattpiek (Wp)
- Het vermogen van een zonnepaneel bij standaardomstandigheden: zonlicht van 1000 W per m² en een paneeltemperatuur van 25 °C.
- volle zonuren
- Het aantal uren zon op volle sterkte (1000 W per m²) dat evenveel energie zou geven als het zonlicht van die hele dag.
- zonneboiler
- Installatie die met een zonnecollector water opwarmt en het warme water in een vat bewaart.
- windturbine
- Machine die de bewegingsenergie van de wind met wieken en een generator omzet in elektrische energie.
- energieopslag
- Energie bewaren voor later: chemisch (batterij), als zwaarte-energie (water omhoog) of als warmte (warmtebuffer).