Fundamental · Werkboek · 33. Integratieproject: de meetkas StemExpert · Brecht Corbeel · schoolium.me
SE
StemExpert
F33. Integratieproject: de meetkas — werkboek
FFundamental · deel F9 · Habitat F: de meetkas
Werkboek · hoofdstuk 33Integratieproject: de meetkas
Van programma van eisen tot presentatie: je team bouwt, programmeert, test en presenteert de eerste module van Habitat
Dit is jullie projectmap. De opdrachten volgen de fasen van het project. Oefenen zijn korte voorbereidingen per fase, alleen of met twee. Toepassen zijn de echte projectopdrachten van het team, elk met een rubric: van het programma van eisen tot de presentatie en de peer-evaluatie. Uitdagen vraagt meer: foutzoeken in een echt verslag, het programma slimmer maken, december zonder stopcontact, een debat en de eindevaluatie. Alles is Habitat-werk: bewaar het in je portfolio.
De meetkas af: ze meet, geeft water, verlucht en draait op de zon. De eerste module van Habitat werkt.
Hoe lees je een opdracht?
Drie tredenOefenenToepassenUitdagen
Elk hoofdstuk bouwt op: eerst oefenen (één stap, direct toepassen), dan toepassen (meerdere stappen, in een context), dan uitdagen (transfer, open problemen, andere leerlijnen erbij).
De StemExpert-schaal5
Eén moeilijkheidsschaal van 1 tot 9 over de drie niveaus heen: Fundamental loopt van 1 tot 4, Intermediate van 3 tot 7, Expert van 6 tot 9. Zo zie je dat de uitdaging van het ene niveau de oefening van het volgende is.
Oefenen
Oefenen
één stap, direct toepassen
33.1
Welk hoofdstuk, welk onderdeel?
Oefenen2Begrijpen15 min
Elk onderdeel van de meetkas kreeg in een ander hoofdstuk zijn maat of zijn werking. Gebruik het ontleedblad en het verbandblad van het handboek.
a
Vul de tabel aan.
onderdeel
waarde of keuze
hoofdstuk
binnenmaten van de kas
stroom door de ledstrip
drempel voor water geven
opening van het dakraam
piekvermogen van het zonnepaneel
werktekening van de plantenbak
plaats van de groepen in de groeiproef
houder van de temperatuursensor
b
Uit welk deel van Fundamental (F1 tot F8) komen de meeste onderdelen? Is dat logisch voor een meetkas?
33.2
Habitat: rollen en afspraken
Oefenen2Habitat25 min
Een project van tien weken lukt alleen als iedereen weet wat hij doet en wat er afgesproken is. Gebruik de rollen uit het handboek (fase 1).
a
Verdeel de rollen.
rol
naam
tweede verantwoordelijke
eerste taak in week 1
projectleider
bouwer
elektronicus-programmeur
onderzoeker
b
Schrijf drie teamafspraken: hoe beslissen jullie, wat gebeurt er als iemand afwezig is, en wanneer vullen jullie het logboek in?
c
Welke rol past het best bij jou, en in welke rol wil je iets bijleren? Waarom?
33.3
Van eis naar test
Oefenen2Begrijpen15 min
Een eis is pas nuttig als iemand anders kan nagaan of ze gehaald is (hoofdstuk 30). Kies voor elke eis een toets en een criterium.
a
Vul de tabel aan.
eis
toets (hoe en waarmee?)
criterium
in fase
K5: raam met de hand ≤ 10 N
W2: ≥ 14 dagen zonder bijvullen
C4: grondankers ≥ 100 N
G5: herstart in veilige stand
E2: batterij ≥ 3 winterdagen
b
Welke van deze eisen kan je niet in één lesuur testen? Wat doe je dan?
33.4
Wat kost de kas?
Oefenen2Rekenen15 min
Gebruik de stuklijst met richtprijzen in het handboek (fase 2).
a
Tel de richtprijzen op van de elektriciteit (pos. 16 tot 20) en van de besturing (pos. 21 tot 24).
b
Hoeveel procent van de totale waarde (€ 556) gaat naar de constructie (€ 282)?
c
De school heeft pos. 6, 8, 15, 18, 20, 21, 22 en 24 al. Hoeveel moet het team nog kopen? Haalt het de wens G4 (hoogstens € 400)?
d
Het zonnepaneel, de laadregelaar, de batterij en de kast (€ 190) tellen niet mee voor G4. Waarom zou dat zo afgesproken zijn?
33.5
Stroom per tak
Oefenen2Rekenen15 min
De 12 V-kant van de kas heeft vier takken (aansluitschema in het handboek). De ledstrip bestaat uit twee helften van 60 Ω, parallel.
a
Bereken de stroom door één helft van de ledstrip en door de hele ledstrip.
b
Vul de tabel aan.
tak
stroom
zekering (0,25 / 0,5 / 1 / 2 A)
ledstrip
pompje
0,65 A
duwstang
±0,5 A
omvormer
0,15 A
alles samen (hoofdzekering)
c
Het programma laat het pompje en de duwstang nooit samen draaien. Hoe groot is de grootste stroom dan echt?
33.6
Habitat: het pinplan
Oefenen2Habitat15 min
Het pinplan is de afspraak tussen de schakeling en de code. Het staat in hoofdstuk 24 en 25, in het handboek (fase 5) en bovenaan het programma.
a
Vul het pinplan in.
pin
onderdeel
ingang of uitgang?
welke kant van het onderdeel is 12 V?
A0
A1
A2
D2
D3
D4
D6
D7
D10
b
Waarom mag vlotter B1 van de pompkring niet ook op D3?
33.7
Wat doet het programma?
Oefenen2Programmeren20 min
Zes losse situaties. Bij elke situatie staat de toestand vóór de meting en wat de sensoren meten. Reken om zoals het programma: T=(ruw⋅5/1023−0,5)⋅100−1,5 en vocht = map(ruw, 600, 300, 0, 100), waarbij map() alles na de komma weglaat.
a
Vul de tabel aan.
toestand vooraf
A1
A0
water?
T (°C)
vocht (%)
wat doet het programma?
(1)
raam dicht, wacht 0, mislukt 0
166
500
ja
(2)
raam open, wacht 0, mislukt 0
158
520
ja
(3)
raam open, wacht 6, mislukt 1
154
530
ja
(4)
raam dicht, wacht 0, mislukt 2
150
525
ja
(5)
raam dicht, wacht 0, mislukt 0
150
640
ja
(6)
raam dicht, wacht 0, mislukt 0
150
520
nee (vlotter open)
b
In welke situaties gaat het rode lampje knipperen, en waarom?
33.8
Habitat: symptoom en oorzaak
Oefenen2Habitat12 min
Koppel elk symptoom aan de meest waarschijnlijke oorzaak, zonder de foutzoektabel. Oorzaken: A de temperatuursensor hangt in de zon, zonder houder; B T_OPEN en T_DICHT zijn allebei 28; C de vochtsensor steekt in een ander bakje dan waar de druppelaar water geeft; D zekering F1 of F4 is doorgebrand; E het paneel is te klein voor het verbruik, of beschaduwd; F de vochtsensor is uit de grond getrokken.
a
Koppel symptoom en oorzaak.
symptoom
oorzaak
1. Het raam gaat 's middags tientallen keren open en dicht.
2. Het pompje pompt elk kwartier; de grond in de bakjes is kletsnat.
3. Rood knippert; op de laptop staat vocht −13.
4. 's Morgens is de batterij leeg, alleen in december.
5. Overdag meet de kas 6 °C meer dan de referentiethermometer.
6. Niets werkt, geen enkel lampje op de Arduino.
b
Kies één symptoom en beschrijf de test waarmee je de oorzaak bevestigt.
Toepassen
Toepassen
meerdere stappen, in een context
33.9
Fase 1: jullie programma van eisen, versie 2
Toepassen3Habitat50 min
Neem het programma van eisen van hoofdstuk 30 (versie 1) uit je portfolio. Herbekijk het met je team, eis per eis, met de drie vragen uit het handboek.
a
Werk de eisen uit die jullie aanpassen of die een toets nodig hebben (gebruik extra blad voor de rest).
code
nog juist? (ja / aanpassen)
toets en criterium
fase
wie
b
Welke eisen passen jullie aan, en waarom?
c
Formuleer minstens één nieuwe eis die pas opduikt als je alles samenzet. Maak ze meetbaar: grootheid, grens met eenheid, toets.
d
Hoeveel eisen telt jullie versie 2, en hoeveel daarvan zijn moet-eisen?
Zo wordt dit beoordeeld
Volledigheid
Alle 34 eisen van versie 1 overlopen; per eis een toets, een criterium en een moment.
Aanpassingen
Onderbouwd met wat later berekend of beslist werd (bv. C1 middensteun, C5 tafel apart, E1-E3 met relais).
Nieuwe eis
Meetbaar, zonder oplossing in de eis, met toets; komt echt uit het samenzetten.
Planning
Elke moet-eis heeft een fase en een verantwoordelijke.
33.10
Fase 1: de planning en het logboek
Toepassen3Habitat40 min
Tien weken van drie lestijden. Maak jullie eigen planning; de planning van het voorbeeldteam mag het vertrekpunt zijn, maar pas ze aan jullie school aan (vakanties, toetsen, uitstappen). Kleur per fase de weken in.
a
Het Gantt-diagram.
fase
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
1 · programma van eisen
2 · ontwerp en tekeningen
3 · constructie
4 · elektrische kring
5 · besturing: code, ijken
6 · energiebudget
7 · testen (testweek 7)
8 · groeiproef, verslag
9 · presenteren
logboek en portfolio
b
Duid vijf mijlpalen aan met een ruitje en schrijf erbij wat er dan af moet zijn.
c
Welke taken liggen op het kritieke pad? Waar plannen jullie een buffer?
d
De eerste drie regels van jullie logboek.
datum
wie
wat gedaan
probleem of beslissing
volgende stap
Zo wordt dit beoordeeld
Planning
Alle fasen in een logische volgorde; parallel waar het kan; de groeiproef krijgt vijf weken in een werkende kas.
Mijlpalen
Minstens vijf, elk met wat er dan af en getoetst moet zijn.
Kritiek pad
Afhankelijkheden benoemd (frame → wanden, keuring → besturing in de kas, pomp → testweek) en een buffer.
Logboek
Wie, wat, probleem of beslissing, volgende stap; concreet, niet 'we hebben gewerkt'.
33.11
Fase 2: de samenstellingstekening
Toepassen3Tekenen50 min
Teken de meetkas zoals HAB-F33-01 in het handboek, maar met de keuzes van jullie team (bijvoorbeeld de plaats van de elektronicakast).
a
Teken op schaal 1:20 het vooraanzicht, het bovenaanzicht en het linkerzijaanzicht, in Europese projectie.
b
Breng de hoofdmaten aan (buitenmaten, binnenlengte, tafelhoogte, dakraam) en teken het titelblok.
c
Maak de tekeningenlijst.
nummer
benaming
hoofdstuk
d
Controleer drie interfaces met je tekening: past de tafel in de kas, past het reservoir onder de tafel, is het dakraam de helft van het dak?
Zo wordt dit beoordeeld
Aanzichten
Drie aanzichten op de juiste plaats (bovenaanzicht onder, linkerzijaanzicht rechts), uitgelijnd.
Lijnen
Frame met dikke lijnen, wat je door de platen ziet dunner, het open dakraam gestreept.
Maten en titelblok
Alleen hoofdmaten, juist op 1:20; titelblok met benaming, nummer, schaal en projectiesymbool.
Controle
De drie interfaces nagerekend met getallen.
33.12
Fase 3: bouwen en de stijfheidstest
Toepassen3Maken150 min
Bouw de kas in de volgorde van het handboek. Test daarna eis C2 zoals in de proef van fase 3.
a
Bereken de verwachte lengte van de diagonaal van de achterwand (1,20 × 0,80 m) en van een zijwand (0,60 × 0,80 m).
b
Meet na elke stap de twee diagonalen van het vlak dat je monteerde.
vlak
diagonaal 1 (mm)
diagonaal 2 (mm)
verschil
in orde?
bodem
achterwand
linkerzijwand
rechterzijwand
voorkant
c
Stijfheidstest C2: verschuiving van de bovenhoek.
F (N)
zonder diagonalen (mm)
met diagonalen (mm)
0
10
20
30
40
50
d
Zet je metingen in een grafiek. Haalt je frame eis C2?
Zo wordt dit beoordeeld
Veilig en in volgorde
Checklist gebruikt, elke snede ontbraamd, bouwvolgorde van het handboek.
Maatvastheid
Diagonalen per vlak gemeten; bijgesteld tot het verschil hoogstens een paar millimeter is.
Stijfheidstest
Kracht in stappen, verschuiving tegen een vaste referentie, zonder en met diagonalen.
Besluit
Grafiek met grootheden en eenheden; C2 getoetst aan het criterium; verklaring met driehoeken.
33.13
Fase 3: massa en kantelen
Toepassen3Habitat30 min
Het rekenmodel van hoofdstuk 13 geeft de massa en de hoogte van het zwaartepunt van elk deel van de volle kas:
deel
massa (kg)
hoogte (m)
water (20 cm)
24,0
0,10
potgrond (vochtig)
43,0
0,35
tafelblad
8,4
0,291
bakjes (12)
3,6
0,36
frame
3,1
0,40
wanden en dak
2,9
0,48
planten
1,2
0,45
lucht
0,69
0,40
a
Bereken de totale massa en de hoogte van het zwaartepunt: tel van elk deel massa × hoogte op, en deel door de totale massa.
b
Teken het zijaanzicht (0,60 m breed) op schaal met het zwaartepunt in het midden, op de berekende hoogte. Meet met een gradenboog hoe ver je de kas kan kantelen tot het zwaartepunt recht boven de onderrand staat.
c
Tel ook de drie steunen (5,8 kg op 0,14 m) en de achterregel (0,8 kg op 0,25 m) mee. Wordt de kas stabieler of minder stabiel? Leg uit zonder te rekenen.
d
Twee leerlingen willen de lege kas verplaatsen. Wat raad je aan, met eis C5 (hoogstens 25 kg)?
33.14
Fase 4: de kring bouwen en laten keuren
Toepassen3Habitat100 min
Bouw de 12 V-kant volgens het aansluitschema, eerst zonder de Arduino. Laat de kring keuren voor je de besturing aansluit.
a
Vul de risicotabel aan voor jullie werkplek.
taak
gevaar
kans × ernst
maatregel (STOP)
restrisico
zagen en boren in aluminium
solderen
batterij aansluiten
230 V-adapter
eigen taak:
b
Meet vóór de keuring, met de multimeter op V⎓ en de zwarte pen op de min.
meetpunt
verwacht
gemeten
in orde?
na F1
12 à 13,5 V
ingang omvormer (na F4)
uitgang omvormer
over de ledstrip, S1 dicht
over het pompje, K2 open
c
Keuring: vink elk punt van de keuringslijst uit het handboek af en laat de leraar tekenen.
punt
in orde?
opmerking
1
2
3
4
5
6
d
Wat deed je team als een punt niet in orde was? Schrijf het ook in het logboek.
Zo wordt dit beoordeeld
Kring
Volgens het schema: F1 na X1, een zekering per tak, B1 in serie met het pompje, K3/K4 als omkeerschakeling.
Veiligheid
Risicotabel met STOP-maatregelen; F6 eerst uit; adapter buiten, droog, achter 30 mA.
Metingen
Multimeter correct ingesteld; spanningen vóór de keuring gemeten en genoteerd.
Keuring
Lijst volledig; fouten hersteld en opnieuw gekeurd.
33.15
Fase 5: sensoren ijken in de kas
Toepassen3Labo60 min
De ijking van hoofdstuk 25 herhaal je met de echte sensoren, in de kas, aan de echte draden. Laat de Arduino de ruwe waarden naar de laptop sturen.
a
TMP36 in de SH-1 naast een referentiethermometer.
situatie
referentie (°C)
ruw A1
T volgens het programma (°C)
verschil (°C)
koel ('s morgens)
middag
warm (hand, föhn)
b
Bodemvochtsensor in jullie potgrond.
potgrond
ruw A0
in de code als
droog
nat (net gegoten, uitgelekt)
c
Bereken met jullie ijkpunten de ruwe waarde die bij 30 % hoort.
d
LDR: ruwe waarde bij daglicht, bij valavond, en 's avonds met de ledstrip aan.
situatie
ruw A2
daglicht
valavond
donker, ledstrip aan
e
Haalt jullie kas eis K1? Wat passen jullie aan in de code?
Zo wordt dit beoordeeld
Werkwijze
Sensor en referentie naast elkaar, wachten tot beide stabiel zijn, drie temperaturen.
Omrekening
T berekend met de formule uit het programma; verschil met het juiste teken.
IJkpunten
Droog en nat in dezelfde potgrond als in de bakjes; drempel juist herrekend.
Besluit
K1 getoetst; de aanpassing van de constanten in de code genoteerd.
33.16
Fase 5: het programma uploaden en stap voor stap testen
Toepassen3Habitat90 min
Upload het volledige programma uit het handboek, met jullie eigen ijkpunten. Test eerst met de ledjes van de relaismodule: laat de stekker van de 12 V-kant eruit, zodat pomp en duwstang niet echt bewegen. Pas als alles klopt, test je met de 12 V-kant aan.
a
Het testplan. Vul 'verwacht' in vóór je test.
test
hoe boots je het na?
verwacht
gezien
in orde?
droge grond
sensor in droge potgrond
natte grond
sensor in natte potgrond
warm
hand of föhn op de TMP36
afkoelen
ijszakje tegen de TMP36
reservoir leeg
vlotter B2 omhoog houden
sensor los
vochtsensor uit de grond
slang los
droge grond, pomp in een lege emmer
knop
na het alarm de knop indrukken
stroomuitval
stekker X1 een minuut uit
b
Welke test was het moeilijkst na te bootsen? Hoe loste je dat op?
c
Vond je een fout? Beschrijf symptoom, oorzaak, oplossing en hertest.
Zo wordt dit beoordeeld
Testplan
Alle negen situaties getest; 'verwacht' vooraf ingevuld.
Veilig testen
Eerst met de relaisledjes, dan pas met pomp en duwstang.
Eerlijk
'Gezien' is wat er echt gebeurde, ook als het anders was dan verwacht.
Fouten
Elke fout met symptoom, oorzaak en oplossing in het logboek, en hertest na de verbetering.
33.17
Fase 6: het energiebudget van jullie kas
Toepassen3Habitat45 min
Meet de stromen van jullie kas met de multimeter in serie (hoofdstuk 19) en reken het budget na zoals in het voorbeeld van het handboek.
a
Het budget.
verbruiker
gemeten stroom
vermogen (W)
tijd per dag
energie per dag (Wh)
omvormer (12 V-kant)
24 h
ledstrip (winter)
4 h
pompje
225 s
relais K1 (5 V-kant, via omvormer)
4 h
duwstang (zonnige dag)
14 × 8 s
samen: zomer / winter
b
Vergelijk met de opbrengst van het paneel in juni (177 Wh per dag) en in december (62,5 Wh per dag). Wat besluit je?
c
Hoeveel winterdagen houdt jullie batterij het vol, als 80 % van de capaciteit bruikbaar is?
d
Meet in de testweek elke dag op hetzelfde uur de batterijspanning. Wat verwacht je te zien, en wanneer schrik je?
Zo wordt dit beoordeeld
Metingen
Ampèremeter in serie in de juiste tak; stroom met eenheid; bereik van de meter juist.
Budget
P = U · I en E = P · t juist, tijden per dag realistisch, de 5 V-kant via het rendement van de omvormer.
Besluit
Vergeleken met juni en december; besluit over de adapter als reserve.
Batterij
Bruikbare energie gedeeld door het winterverbruik; E2 getoetst.
33.18
Fase 7: het testrapport
Toepassen3Habitat90 min
Voer jullie testplan uit, van de deeltests tot de testweek. De codes van de moet-eisen staan voorgedrukt; de wensen voeg je eronder toe.
a
Het testrapport van de moet-eisen.
code
toets
criterium
resultaat
voldaan?
M1
M2
M3
C1
C2
C3
C4
K1
K2
K3
K4
K5
K6
W1
W2
W3
W4
W5
W7
E1
E2
V1
V2
V3
G1
G2
G5
P1
b
Welke eisen zijn niet of voorlopig gehaald? Wat is de oorzaak en wat verbeteren jullie?
c
Welke wensen haalden jullie? Welke zouden jullie in versie 2 schrappen of veranderen, en waarom?
Zo wordt dit beoordeeld
Volledig
Elke moet-eis getest of eerlijk als 'voorlopig' of 'berekend' gemarkeerd.
Criteria vooraf
Het criterium komt uit het PvE en werd niet achteraf aangepast aan het resultaat.
Resultaten
Gemeten waarden met eenheid, niet alleen 'ja'.
Verbeteren
Voor elke niet-gehaalde eis een oorzaak, een verbetering en een hertest (of een plan).
33.19
Fase 8: de groeiproef uitvoeren
Toepassen3Onderzoeken120 min
Voer het proefplan uit zoals in het handboek (fase 8). De proef loopt vijf weken; meet elke week op dezelfde dag.
a
Weekmetingen.
week
licht onder A / B / C / D
bladeren per bakje A / B / C / D
bijzonderheden
b
Oogst.
groep
bakje 1 (g)
bakje 2 (g)
bakje 3 (g)
gemiddelde (g)
bereik (g)
A (0 % schaduw)
B (30 %)
C (50 %)
D (70 %)
c
Teken de grafiek: versgewicht tegenover licht, met de gemiddelden en de losse bakjes.
d
Beantwoord de onderzoeksvraag met getallen.
Zo wordt dit beoordeeld
Uitvoering
Proefplan gevolgd: loting, uitdunnen, zelfde water per bakje, ledstrip uit.
Metingen
Elke week volledig; oogst per bakje op dezelfde dag; eenheden in de kop van de tabel.
Verwerking
Gemiddelde en bereik juist; grafiek met grootheden, eenheden en een passende schaal.
Besluit
Antwoord op de vraag met getallen; het verschil tussen de groepen vergeleken met de spreiding binnen een groep.
33.20
Fase 8: het onderzoeksverslag
Toepassen3Habitat90 min
Schrijf het verslag van de groeiproef met de vaste onderdelen (handboek, fase 8). Gebruik je tabel en grafiek van de vorige opdracht.
a
Titel en onderzoeksvraag.
b
Hypothese: als ..., dan ..., omdat ....
c
Materiaal en methode, kort, met een schets van de indeling van de bakjes.
d
Resultaten: verwijs naar je tabel en grafiek, en beschrijf wat je ziet (nog zonder uitleg).
e
Besluit.
f
Bespreking: wat kan het resultaat beïnvloed hebben, en wat zou je anders doen?
Zo wordt dit beoordeeld
Structuur
Alle onderdelen, in de juiste volgorde; waarneming en interpretatie gescheiden.
Hypothese en besluit
Hypothese toetsbaar; besluit beantwoordt de vraag met getallen en zegt of de hypothese klopt.
Bespreking
Minstens twee echte storende factoren (temperatuur onder het doek, plaats, druppelaars, weinig bakjes) en een verbetering.
Vorm
Kort en zakelijk, eenheden overal, tabel en grafiek met nummer en titel.
33.21
Fase 9: poster, pitch en demo
Toepassen3Habitat90 min
Bereid de presentatie voor zoals in het handboek (fase 9). Oefen de pitch minstens twee keer met een stopwatch.
a
Schets de indeling van jullie poster, met de titel en de plaats van de grafiek.
b
De pitch van twee minuten.
tijd
wat zeg je?
wie?
0:00-0:20
0:20-0:50
0:50-1:20
1:20-1:45
1:45-2:00
c
Het draaiboek van de demo.
demo
wat doe je?
wat zie je?
plan B
Zo wordt dit beoordeeld
Poster
Leesbaar van op een paar meter, één grote grafiek, weinig tekst, titel als vraag of boodschap.
Pitch
Binnen twee minuten; probleem, oplossing, bewijs met getallen, wat we leerden; iedereen spreekt.
Demo
Voorbereid en getest, met een plan B; toont een regeling live.
Vragen
Eerlijke antwoorden, ook over wat niet lukte.
33.22
Peer- en zelfevaluatie
Toepassen3Habitat25 min
Beoordeel jezelf en je teamgenoten met dezelfde criteria, van 1 (zelden) tot 4 (altijd). Wees eerlijk en geef iedereen één top en één tip.
a
Scores.
criterium
ikzelf
teamlid 2
teamlid 3
teamlid 4
komt afspraken en deadlines na
levert kwaliteit in de eigen rol
helpt anderen en deelt wat hij kan
denkt mee en brengt ideeën aan
houdt het logboek mee bij
b
Top en tip.
teamlid
top: wat ging goed?
tip: wat kan beter?
c
Vergelijk je zelfevaluatie met wat de anderen over jou schreven. Wat valt je op?
Uitdagen
Uitdagen
transfer, open problemen, leerlijnen combineren
33.23
Foutzoeken in het verslag van een kas
Uitdagen4Analyseren35 min
Een team liet de kas een dag alleen en leest 's avonds het verslag op de laptop. Elke regel is één minuut: minuut;T;licht;vocht;raam;beurten;mislukt (de Arduino schrijft een punt in plaats van een komma). Drie stukjes: Stuk A ('s nachts)
Stuk A: wat is er aan de hand? Leg uit met de getallen, en zeg wat het rode lampje doet.
b
Stuk B: wat is er aan de hand? Wat betekent dat voor de planten?
c
Stuk C: wat is er aan de hand? Doet het programma wat het moet doen?
d
Kies één fout en beschrijf hoe je ze in het echt bevestigt en oplost.
Hint
Kijk per kolom wat verandert en wat niet. Een pompbeurt geeft normaal ongeveer +16 procentpunt.
33.24
Het seizoen uit de daglengte
Uitdagen4Programmeren45 min
Nu moet iemand EXTRA_LICHT in oktober en in april met de hand veranderen. Het kan slimmer: de Arduino telt zelf hoeveel minuten het licht was (lichtwaarde boven DAG). Was de vorige dag korter dan 12 uur (720 minuten), dan is het winterhalfjaar en mag de ledstrip aan. Zo schakelt de kas in de herfst vanzelf het extra licht in, en in de lente weer uit.
a
Welke variabelen heb je nodig? Wanneer tel je op, en wanneer zet je terug op 0?
b
Schrijf de nieuwe regels code, in plaats van EXTRA_LICHT.
c
Test op papier: eerst een dag met 9 uur licht, daarna een dag met 13 uur licht. Wat doet de ledstrip op elke avond?
d
Wat kan er misgaan op een donkere, regenachtige dag in mei? Hoe maak je het robuuster?
Hint
Je hebt drie variabelen nodig: een teller voor vandaag, de lengte van de vorige dag, en een vlag die onthoudt of het al dag geweest is.
33.25
December zonder stopcontact
Uitdagen4Ontwerpen45 min
In december mist de meetkas gemiddeld 2,1 Wh per dag (62,5 Wh opbrengst tegenover 64,6 Wh verbruik). Het team wil de adapter kwijt. Drie ideeën: (1) een groter paneel van 80 Wp (richtprijs € 85); (2) de microcontroller laten slapen tussen de metingen, zodat de 5 V-kant gemiddeld nog 0,05 A vraagt in plaats van 0,30 A (hoofdstuk 21); (3) de ledstrip in december maar 3 uur per avond laten branden.
a
Reken per idee uit hoeveel Wh er in december per dag over is (of te kort). December: 1,25 Wh per Wp per dag; omvormer 83 %.
b
Maak een criteriatabel met minstens vier criteria (hoofdstuk 30) en kies.
criterium
gewicht
idee 1
idee 2
idee 3
c
Welke eisen uit het programma van eisen raakt elk idee?
Zo wordt dit beoordeeld
Rekenwerk
Per idee het nieuwe verbruik of de nieuwe opbrengst, met eenheden; de 5 V-kant via het rendement.
Criteriatabel
Minstens vier criteria met gewichten; scores onderbouwd; totaal per idee.
Eisen
Per idee de geraakte eisen (bv. K8, E1-E3, K2 en W1 bij slapen).
Keuze
Een keuze met argumenten, en een eerlijke vermelding van wat ze kost.
33.26
Debat: groeiproef of oogst?
Uitdagen4Argumenteren30 min
In het testrapport botsen twee eisen: P1 (een groeiproef met schaduwdoek moet mogelijk zijn) en P2 (minstens 1 kg sla per teelt). Met drie groepen onder schaduwdoek haalde de kas maar 771 g. Stelling: 'Een meetkas is er om te meten, niet om te oogsten. Schrap P2.'
a
Zoek twee argumenten voor en twee tegen de stelling.
voor
tegen
b
Welke oplossing laat beide eisen toe?
c
Hoe beslist een ontwerpteam als twee eisen botsen?
33.27
Habitat: versie 2 van de meetkas
Uitdagen4Habitat50 min
De ontwerpcyclus stopt niet bij de test (hoofdstuk 30). Gebruik jullie testrapport, logboek en foutzoekervaring.
a
Drie verbeteringen.
probleem (uit test of logboek)
eis
verbetering
kost (€ of tijd)
effect
b
Werk één verbetering uit: een schets, een berekening of een stuk code.
c
Welke verbetering kan je pas maken met wat je in Intermediate leert? Welke kennis heb je nodig?
Zo wordt dit beoordeeld
Onderbouwd
Elke verbetering komt uit een test, een meting of het logboek, en hoort bij een eis.
Afweging
Kost en effect geschat; de belangrijkste verbetering eerst.
Uitwerking
Schets, berekening of code die klopt en die een ander kan uitvoeren.
Vooruitblik
Concreet: welk hoofdstuk van Intermediate, en wat het oplost.
33.28
Habitat: eindevaluatie en op weg naar Intermediate
Uitdagen4Habitat40 min
Beoordeel jullie project met de eindrubric uit het handboek. De leraar doet hetzelfde; daarna vergelijken jullie.
a
Zelfevaluatie van het project.
criterium
gewicht
niveau (1-4)
bewijs (opdracht, meting, logboek)
programma van eisen en testen
15 %
ontwerp en tekeningen
10 %
constructie
15 %
elektrische kring en veiligheid
10 %
besturing en code
15 %
energiebudget
10 %
groeiproef en verslag
15 %
presentatie en samenwerking
10 %
b
Bereken jullie score: de som van niveau × gewicht, gedeeld door 4.
c
Reflectie: wat was het moeilijkste aan het samenzetten? Wat zou je een volgend team aanraden?
d
Welke drie dingen uit dit project neem je mee naar de klimaatmodule van Intermediate?
ZelfevaluatieKleur per doel: lukt al / bijna / nog niet
Ik kan met een team van drie of vier een project van tien weken plannen, de taken verdelen en een logboek en een portfolio bijhouden.
Ik kan het programma van eisen van de meetkas herbekijken, aanvullen en per eis een toets met een meetbaar criterium kiezen.
Ik kan de meetkas bouwen volgens de werktekeningen en haar stijfheid en stabiliteit meten en narekenen.
Ik kan de elektrische kring van de meetkas veilig aansluiten volgens het aansluitschema, met een zekering per tak, en systematisch meten waar een fout zit.
Ik kan het volledige programma van de meetkas lezen, met een tabel naspelen, uploaden en stap voor stap testen.
Ik kan het energiebudget van de meetkas narekenen met gemeten stromen en de opbrengst van het zonnepaneel per maand.
Ik kan de groeiproef uitvoeren, de resultaten verwerken in een tabel en een grafiek, en rapporteren in een onderzoeksverslag.
Ik kan je project voorstellen met een poster, een pitch en een demo, en je eigen werk en dat van je teamgenoten eerlijk beoordelen met een rubric.