← Back to CoursesStemExpert
StemExpert
Fundamental · Werkboek · 33. Integratieproject: de meetkas
StemExpert · Brecht Corbeel · schoolium.me
StemExpert
F33. Integratieproject: de meetkas — werkboek
FFundamental · deel F9 · Habitat F: de meetkas

Werkboek · hoofdstuk 33Integratieproject: de meetkas

Van programma van eisen tot presentatie: je team bouwt, programmeert, test en presenteert de eerste module van Habitat

Dit is jullie projectmap. De opdrachten volgen de fasen van het project. Oefenen zijn korte voorbereidingen per fase, alleen of met twee. Toepassen zijn de echte projectopdrachten van het team, elk met een rubric: van het programma van eisen tot de presentatie en de peer-evaluatie. Uitdagen vraagt meer: foutzoeken in een echt verslag, het programma slimmer maken, december zonder stopcontact, een debat en de eindevaluatie. Alles is Habitat-werk: bewaar het in je portfolio.

8× oefenen14× toepassen6× uitdagen± 1407 min0/28 gedaan
De meetkas af: ze meet, geeft water, verlucht en draait op de zon. De eerste module van Habitat werkt.
De meetkas af: ze meet, geeft water, verlucht en draait op de zon. De eerste module van Habitat werkt.
Hoe lees je een opdracht?
Drie tredenOefenen Toepassen Uitdagen

Elk hoofdstuk bouwt op: eerst oefenen (één stap, direct toepassen), dan toepassen (meerdere stappen, in een context), dan uitdagen (transfer, open problemen, andere leerlijnen erbij).

De StemExpert-schaal5

Eén moeilijkheidsschaal van 1 tot 9 over de drie niveaus heen: Fundamental loopt van 1 tot 4, Intermediate van 3 tot 7, Expert van 6 tot 9. Zo zie je dat de uitdaging van het ene niveau de oefening van het volgende is.

Oefenen

Oefenen

één stap, direct toepassen
33.1

Welk hoofdstuk, welk onderdeel?

Oefenen2Begrijpen15 min
Elk onderdeel van de meetkas kreeg in een ander hoofdstuk zijn maat of zijn werking. Gebruik het ontleedblad en het verbandblad van het handboek.
  1. a
    Vul de tabel aan.
    onderdeelwaarde of keuzehoofdstuk
    binnenmaten van de kas
    stroom door de ledstrip
    drempel voor water geven
    opening van het dakraam
    piekvermogen van het zonnepaneel
    werktekening van de plantenbak
    plaats van de groepen in de groeiproef
    houder van de temperatuursensor
  2. b
    Uit welk deel van Fundamental (F1 tot F8) komen de meeste onderdelen? Is dat logisch voor een meetkas?
33.2

Habitat: rollen en afspraken

Oefenen2Habitat25 min
Een project van tien weken lukt alleen als iedereen weet wat hij doet en wat er afgesproken is. Gebruik de rollen uit het handboek (fase 1).
  1. a
    Verdeel de rollen.
    rolnaamtweede verantwoordelijkeeerste taak in week 1
    projectleider
    bouwer
    elektronicus-programmeur
    onderzoeker
  2. b
    Schrijf drie teamafspraken: hoe beslissen jullie, wat gebeurt er als iemand afwezig is, en wanneer vullen jullie het logboek in?
  3. c
    Welke rol past het best bij jou, en in welke rol wil je iets bijleren? Waarom?
33.3

Van eis naar test

Oefenen2Begrijpen15 min
Een eis is pas nuttig als iemand anders kan nagaan of ze gehaald is (hoofdstuk 30). Kies voor elke eis een toets en een criterium.
  1. a
    Vul de tabel aan.
    eistoets (hoe en waarmee?)criteriumin fase
    K5: raam met de hand ≤ 10 N
    W2: ≥ 14 dagen zonder bijvullen
    C4: grondankers ≥ 100 N
    G5: herstart in veilige stand
    E2: batterij ≥ 3 winterdagen
  2. b
    Welke van deze eisen kan je niet in één lesuur testen? Wat doe je dan?
33.4

Wat kost de kas?

Oefenen2Rekenen15 min
Gebruik de stuklijst met richtprijzen in het handboek (fase 2).
  1. a
    Tel de richtprijzen op van de elektriciteit (pos. 16 tot 20) en van de besturing (pos. 21 tot 24).
  2. b
    Hoeveel procent van de totale waarde (€ 556) gaat naar de constructie (€ 282)?
  3. c
    De school heeft pos. 6, 8, 15, 18, 20, 21, 22 en 24 al. Hoeveel moet het team nog kopen? Haalt het de wens G4 (hoogstens € 400)?
  4. d
    Het zonnepaneel, de laadregelaar, de batterij en de kast (€ 190) tellen niet mee voor G4. Waarom zou dat zo afgesproken zijn?
33.5

Stroom per tak

Oefenen2Rekenen15 min
De 12 V-kant van de kas heeft vier takken (aansluitschema in het handboek). De ledstrip bestaat uit twee helften van 60 Ω, parallel.
  1. a
    Bereken de stroom door één helft van de ledstrip en door de hele ledstrip.
  2. b
    Vul de tabel aan.
    takstroomzekering (0,25 / 0,5 / 1 / 2 A)
    ledstrip
    pompje0,65 A
    duwstang±0,5 A
    omvormer0,15 A
    alles samen (hoofdzekering)
  3. c
    Het programma laat het pompje en de duwstang nooit samen draaien. Hoe groot is de grootste stroom dan echt?
33.6

Habitat: het pinplan

Oefenen2Habitat15 min
Het pinplan is de afspraak tussen de schakeling en de code. Het staat in hoofdstuk 24 en 25, in het handboek (fase 5) en bovenaan het programma.
  1. a
    Vul het pinplan in.
    pinonderdeelingang of uitgang?welke kant van het onderdeel is 12 V?
    A0
    A1
    A2
    D2
    D3
    D4
    D6
    D7
    D10
  2. b
    Waarom mag vlotter B1 van de pompkring niet ook op D3?
33.7

Wat doet het programma?

Oefenen2Programmeren20 min
Zes losse situaties. Bij elke situatie staat de toestand vóór de meting en wat de sensoren meten. Reken om zoals het programma: en vocht = map(ruw, 600, 300, 0, 100), waarbij map() alles na de komma weglaat.
  1. a
    Vul de tabel aan.
    toestand voorafA1A0water?T (°C)vocht (%)wat doet het programma?
    (1)raam dicht, wacht 0, mislukt 0166500ja
    (2)raam open, wacht 0, mislukt 0158520ja
    (3)raam open, wacht 6, mislukt 1154530ja
    (4)raam dicht, wacht 0, mislukt 2150525ja
    (5)raam dicht, wacht 0, mislukt 0150640ja
    (6)raam dicht, wacht 0, mislukt 0150520nee (vlotter open)
  2. b
    In welke situaties gaat het rode lampje knipperen, en waarom?
33.8

Habitat: symptoom en oorzaak

Oefenen2Habitat12 min
Koppel elk symptoom aan de meest waarschijnlijke oorzaak, zonder de foutzoektabel. Oorzaken: A de temperatuursensor hangt in de zon, zonder houder; B T_OPEN en T_DICHT zijn allebei 28; C de vochtsensor steekt in een ander bakje dan waar de druppelaar water geeft; D zekering F1 of F4 is doorgebrand; E het paneel is te klein voor het verbruik, of beschaduwd; F de vochtsensor is uit de grond getrokken.
  1. a
    Koppel symptoom en oorzaak.
    symptoomoorzaak
    1. Het raam gaat 's middags tientallen keren open en dicht.
    2. Het pompje pompt elk kwartier; de grond in de bakjes is kletsnat.
    3. Rood knippert; op de laptop staat vocht −13.
    4. 's Morgens is de batterij leeg, alleen in december.
    5. Overdag meet de kas 6 °C meer dan de referentiethermometer.
    6. Niets werkt, geen enkel lampje op de Arduino.
  2. b
    Kies één symptoom en beschrijf de test waarmee je de oorzaak bevestigt.
Toepassen

Toepassen

meerdere stappen, in een context
33.9

Fase 1: jullie programma van eisen, versie 2

Toepassen3Habitat50 min
Neem het programma van eisen van hoofdstuk 30 (versie 1) uit je portfolio. Herbekijk het met je team, eis per eis, met de drie vragen uit het handboek.
  1. a
    Werk de eisen uit die jullie aanpassen of die een toets nodig hebben (gebruik extra blad voor de rest).
    codenog juist? (ja / aanpassen)toets en criteriumfasewie
  2. b
    Welke eisen passen jullie aan, en waarom?
  3. c
    Formuleer minstens één nieuwe eis die pas opduikt als je alles samenzet. Maak ze meetbaar: grootheid, grens met eenheid, toets.
  4. d
    Hoeveel eisen telt jullie versie 2, en hoeveel daarvan zijn moet-eisen?
Zo wordt dit beoordeeld
VolledigheidAlle 34 eisen van versie 1 overlopen; per eis een toets, een criterium en een moment.
AanpassingenOnderbouwd met wat later berekend of beslist werd (bv. C1 middensteun, C5 tafel apart, E1-E3 met relais).
Nieuwe eisMeetbaar, zonder oplossing in de eis, met toets; komt echt uit het samenzetten.
PlanningElke moet-eis heeft een fase en een verantwoordelijke.
33.10

Fase 1: de planning en het logboek

Toepassen3Habitat40 min
Tien weken van drie lestijden. Maak jullie eigen planning; de planning van het voorbeeldteam mag het vertrekpunt zijn, maar pas ze aan jullie school aan (vakanties, toetsen, uitstappen). Kleur per fase de weken in.
  1. a
    Het Gantt-diagram.
    fase12345678910
    1 · programma van eisen
    2 · ontwerp en tekeningen
    3 · constructie
    4 · elektrische kring
    5 · besturing: code, ijken
    6 · energiebudget
    7 · testen (testweek 7)
    8 · groeiproef, verslag
    9 · presenteren
    logboek en portfolio
  2. b
    Duid vijf mijlpalen aan met een ruitje en schrijf erbij wat er dan af moet zijn.
  3. c
    Welke taken liggen op het kritieke pad? Waar plannen jullie een buffer?
  4. d
    De eerste drie regels van jullie logboek.
    datumwiewat gedaanprobleem of beslissingvolgende stap
Zo wordt dit beoordeeld
PlanningAlle fasen in een logische volgorde; parallel waar het kan; de groeiproef krijgt vijf weken in een werkende kas.
MijlpalenMinstens vijf, elk met wat er dan af en getoetst moet zijn.
Kritiek padAfhankelijkheden benoemd (frame → wanden, keuring → besturing in de kas, pomp → testweek) en een buffer.
LogboekWie, wat, probleem of beslissing, volgende stap; concreet, niet 'we hebben gewerkt'.
33.11

Fase 2: de samenstellingstekening

Toepassen3Tekenen50 min
Teken de meetkas zoals HAB-F33-01 in het handboek, maar met de keuzes van jullie team (bijvoorbeeld de plaats van de elektronicakast).
  1. a
    Teken op schaal 1:20 het vooraanzicht, het bovenaanzicht en het linkerzijaanzicht, in Europese projectie.
  2. b
    Breng de hoofdmaten aan (buitenmaten, binnenlengte, tafelhoogte, dakraam) en teken het titelblok.
  3. c
    Maak de tekeningenlijst.
    nummerbenaminghoofdstuk
  4. d
    Controleer drie interfaces met je tekening: past de tafel in de kas, past het reservoir onder de tafel, is het dakraam de helft van het dak?
Zo wordt dit beoordeeld
AanzichtenDrie aanzichten op de juiste plaats (bovenaanzicht onder, linkerzijaanzicht rechts), uitgelijnd.
LijnenFrame met dikke lijnen, wat je door de platen ziet dunner, het open dakraam gestreept.
Maten en titelblokAlleen hoofdmaten, juist op 1:20; titelblok met benaming, nummer, schaal en projectiesymbool.
ControleDe drie interfaces nagerekend met getallen.
33.12

Fase 3: bouwen en de stijfheidstest

Toepassen3Maken150 min
Bouw de kas in de volgorde van het handboek. Test daarna eis C2 zoals in de proef van fase 3.
  1. a
    Bereken de verwachte lengte van de diagonaal van de achterwand (1,20 × 0,80 m) en van een zijwand (0,60 × 0,80 m).
  2. b
    Meet na elke stap de twee diagonalen van het vlak dat je monteerde.
    vlakdiagonaal 1 (mm)diagonaal 2 (mm)verschilin orde?
    bodem
    achterwand
    linkerzijwand
    rechterzijwand
    voorkant
  3. c
    Stijfheidstest C2: verschuiving van de bovenhoek.
    F (N)zonder diagonalen (mm)met diagonalen (mm)
    0
    10
    20
    30
    40
    50
  4. d
    Zet je metingen in een grafiek. Haalt je frame eis C2?
Zo wordt dit beoordeeld
Veilig en in volgordeChecklist gebruikt, elke snede ontbraamd, bouwvolgorde van het handboek.
MaatvastheidDiagonalen per vlak gemeten; bijgesteld tot het verschil hoogstens een paar millimeter is.
StijfheidstestKracht in stappen, verschuiving tegen een vaste referentie, zonder en met diagonalen.
BesluitGrafiek met grootheden en eenheden; C2 getoetst aan het criterium; verklaring met driehoeken.
33.13

Fase 3: massa en kantelen

Toepassen3Habitat30 min
Het rekenmodel van hoofdstuk 13 geeft de massa en de hoogte van het zwaartepunt van elk deel van de volle kas:
deelmassa (kg)hoogte (m)
water (20 cm)24,00,10
potgrond (vochtig)43,00,35
tafelblad8,40,291
bakjes (12)3,60,36
frame3,10,40
wanden en dak2,90,48
planten1,20,45
lucht0,690,40
  1. a
    Bereken de totale massa en de hoogte van het zwaartepunt: tel van elk deel massa × hoogte op, en deel door de totale massa.
  2. b
    Teken het zijaanzicht (0,60 m breed) op schaal met het zwaartepunt in het midden, op de berekende hoogte. Meet met een gradenboog hoe ver je de kas kan kantelen tot het zwaartepunt recht boven de onderrand staat.
  3. c
    Tel ook de drie steunen (5,8 kg op 0,14 m) en de achterregel (0,8 kg op 0,25 m) mee. Wordt de kas stabieler of minder stabiel? Leg uit zonder te rekenen.
  4. d
    Twee leerlingen willen de lege kas verplaatsen. Wat raad je aan, met eis C5 (hoogstens 25 kg)?
33.14

Fase 4: de kring bouwen en laten keuren

Toepassen3Habitat100 min
Bouw de 12 V-kant volgens het aansluitschema, eerst zonder de Arduino. Laat de kring keuren voor je de besturing aansluit.
  1. a
    Vul de risicotabel aan voor jullie werkplek.
    taakgevaarkans × ernstmaatregel (STOP)restrisico
    zagen en boren in aluminium
    solderen
    batterij aansluiten
    230 V-adapter
    eigen taak:
  2. b
    Meet vóór de keuring, met de multimeter op V⎓ en de zwarte pen op de min.
    meetpuntverwachtgemetenin orde?
    na F112 à 13,5 V
    ingang omvormer (na F4)
    uitgang omvormer
    over de ledstrip, S1 dicht
    over het pompje, K2 open
  3. c
    Keuring: vink elk punt van de keuringslijst uit het handboek af en laat de leraar tekenen.
    puntin orde?opmerking
    1
    2
    3
    4
    5
    6
  4. d
    Wat deed je team als een punt niet in orde was? Schrijf het ook in het logboek.
Zo wordt dit beoordeeld
KringVolgens het schema: F1 na X1, een zekering per tak, B1 in serie met het pompje, K3/K4 als omkeerschakeling.
VeiligheidRisicotabel met STOP-maatregelen; F6 eerst uit; adapter buiten, droog, achter 30 mA.
MetingenMultimeter correct ingesteld; spanningen vóór de keuring gemeten en genoteerd.
KeuringLijst volledig; fouten hersteld en opnieuw gekeurd.
33.15

Fase 5: sensoren ijken in de kas

Toepassen3Labo60 min
De ijking van hoofdstuk 25 herhaal je met de echte sensoren, in de kas, aan de echte draden. Laat de Arduino de ruwe waarden naar de laptop sturen.
  1. a
    TMP36 in de SH-1 naast een referentiethermometer.
    situatiereferentie (°C)ruw A1T volgens het programma (°C)verschil (°C)
    koel ('s morgens)
    middag
    warm (hand, föhn)
  2. b
    Bodemvochtsensor in jullie potgrond.
    potgrondruw A0in de code als
    droog
    nat (net gegoten, uitgelekt)
  3. c
    Bereken met jullie ijkpunten de ruwe waarde die bij 30 % hoort.
  4. d
    LDR: ruwe waarde bij daglicht, bij valavond, en 's avonds met de ledstrip aan.
    situatieruw A2
    daglicht
    valavond
    donker, ledstrip aan
  5. e
    Haalt jullie kas eis K1? Wat passen jullie aan in de code?
Zo wordt dit beoordeeld
WerkwijzeSensor en referentie naast elkaar, wachten tot beide stabiel zijn, drie temperaturen.
OmrekeningT berekend met de formule uit het programma; verschil met het juiste teken.
IJkpuntenDroog en nat in dezelfde potgrond als in de bakjes; drempel juist herrekend.
BesluitK1 getoetst; de aanpassing van de constanten in de code genoteerd.
33.16

Fase 5: het programma uploaden en stap voor stap testen

Toepassen3Habitat90 min
Upload het volledige programma uit het handboek, met jullie eigen ijkpunten. Test eerst met de ledjes van de relaismodule: laat de stekker van de 12 V-kant eruit, zodat pomp en duwstang niet echt bewegen. Pas als alles klopt, test je met de 12 V-kant aan.
  1. a
    Het testplan. Vul 'verwacht' in vóór je test.
    testhoe boots je het na?verwachtgezienin orde?
    droge grondsensor in droge potgrond
    natte grondsensor in natte potgrond
    warmhand of föhn op de TMP36
    afkoelenijszakje tegen de TMP36
    reservoir leegvlotter B2 omhoog houden
    sensor losvochtsensor uit de grond
    slang losdroge grond, pomp in een lege emmer
    knopna het alarm de knop indrukken
    stroomuitvalstekker X1 een minuut uit
  2. b
    Welke test was het moeilijkst na te bootsen? Hoe loste je dat op?
  3. c
    Vond je een fout? Beschrijf symptoom, oorzaak, oplossing en hertest.
Zo wordt dit beoordeeld
TestplanAlle negen situaties getest; 'verwacht' vooraf ingevuld.
Veilig testenEerst met de relaisledjes, dan pas met pomp en duwstang.
Eerlijk'Gezien' is wat er echt gebeurde, ook als het anders was dan verwacht.
FoutenElke fout met symptoom, oorzaak en oplossing in het logboek, en hertest na de verbetering.
33.17

Fase 6: het energiebudget van jullie kas

Toepassen3Habitat45 min
Meet de stromen van jullie kas met de multimeter in serie (hoofdstuk 19) en reken het budget na zoals in het voorbeeld van het handboek.
  1. a
    Het budget.
    verbruikergemeten stroomvermogen (W)tijd per dagenergie per dag (Wh)
    omvormer (12 V-kant)24 h
    ledstrip (winter)4 h
    pompje225 s
    relais K1 (5 V-kant, via omvormer)4 h
    duwstang (zonnige dag)14 × 8 s
    samen: zomer / winter
  2. b
    Vergelijk met de opbrengst van het paneel in juni (177 Wh per dag) en in december (62,5 Wh per dag). Wat besluit je?
  3. c
    Hoeveel winterdagen houdt jullie batterij het vol, als 80 % van de capaciteit bruikbaar is?
  4. d
    Meet in de testweek elke dag op hetzelfde uur de batterijspanning. Wat verwacht je te zien, en wanneer schrik je?
Zo wordt dit beoordeeld
MetingenAmpèremeter in serie in de juiste tak; stroom met eenheid; bereik van de meter juist.
BudgetP = U · I en E = P · t juist, tijden per dag realistisch, de 5 V-kant via het rendement van de omvormer.
BesluitVergeleken met juni en december; besluit over de adapter als reserve.
BatterijBruikbare energie gedeeld door het winterverbruik; E2 getoetst.
33.18

Fase 7: het testrapport

Toepassen3Habitat90 min
Voer jullie testplan uit, van de deeltests tot de testweek. De codes van de moet-eisen staan voorgedrukt; de wensen voeg je eronder toe.
  1. a
    Het testrapport van de moet-eisen.
    codetoetscriteriumresultaatvoldaan?
    M1
    M2
    M3
    C1
    C2
    C3
    C4
    K1
    K2
    K3
    K4
    K5
    K6
    W1
    W2
    W3
    W4
    W5
    W7
    E1
    E2
    V1
    V2
    V3
    G1
    G2
    G5
    P1
  2. b
    Welke eisen zijn niet of voorlopig gehaald? Wat is de oorzaak en wat verbeteren jullie?
  3. c
    Welke wensen haalden jullie? Welke zouden jullie in versie 2 schrappen of veranderen, en waarom?
Zo wordt dit beoordeeld
VolledigElke moet-eis getest of eerlijk als 'voorlopig' of 'berekend' gemarkeerd.
Criteria voorafHet criterium komt uit het PvE en werd niet achteraf aangepast aan het resultaat.
ResultatenGemeten waarden met eenheid, niet alleen 'ja'.
VerbeterenVoor elke niet-gehaalde eis een oorzaak, een verbetering en een hertest (of een plan).
33.19

Fase 8: de groeiproef uitvoeren

Toepassen3Onderzoeken120 min
Voer het proefplan uit zoals in het handboek (fase 8). De proef loopt vijf weken; meet elke week op dezelfde dag.
  1. a
    Weekmetingen.
    weeklicht onder A / B / C / Dbladeren per bakje A / B / C / Dbijzonderheden
  2. b
    Oogst.
    groepbakje 1 (g)bakje 2 (g)bakje 3 (g)gemiddelde (g)bereik (g)
    A (0 % schaduw)
    B (30 %)
    C (50 %)
    D (70 %)
  3. c
    Teken de grafiek: versgewicht tegenover licht, met de gemiddelden en de losse bakjes.
  4. d
    Beantwoord de onderzoeksvraag met getallen.
Zo wordt dit beoordeeld
UitvoeringProefplan gevolgd: loting, uitdunnen, zelfde water per bakje, ledstrip uit.
MetingenElke week volledig; oogst per bakje op dezelfde dag; eenheden in de kop van de tabel.
VerwerkingGemiddelde en bereik juist; grafiek met grootheden, eenheden en een passende schaal.
BesluitAntwoord op de vraag met getallen; het verschil tussen de groepen vergeleken met de spreiding binnen een groep.
33.20

Fase 8: het onderzoeksverslag

Toepassen3Habitat90 min
Schrijf het verslag van de groeiproef met de vaste onderdelen (handboek, fase 8). Gebruik je tabel en grafiek van de vorige opdracht.
  1. a
    Titel en onderzoeksvraag.
  2. b
    Hypothese: als ..., dan ..., omdat ....
  3. c
    Materiaal en methode, kort, met een schets van de indeling van de bakjes.
  4. d
    Resultaten: verwijs naar je tabel en grafiek, en beschrijf wat je ziet (nog zonder uitleg).
  5. e
    Besluit.
  6. f
    Bespreking: wat kan het resultaat beïnvloed hebben, en wat zou je anders doen?
Zo wordt dit beoordeeld
StructuurAlle onderdelen, in de juiste volgorde; waarneming en interpretatie gescheiden.
Hypothese en besluitHypothese toetsbaar; besluit beantwoordt de vraag met getallen en zegt of de hypothese klopt.
BesprekingMinstens twee echte storende factoren (temperatuur onder het doek, plaats, druppelaars, weinig bakjes) en een verbetering.
VormKort en zakelijk, eenheden overal, tabel en grafiek met nummer en titel.
33.21

Fase 9: poster, pitch en demo

Toepassen3Habitat90 min
Bereid de presentatie voor zoals in het handboek (fase 9). Oefen de pitch minstens twee keer met een stopwatch.
  1. a
    Schets de indeling van jullie poster, met de titel en de plaats van de grafiek.
  2. b
    De pitch van twee minuten.
    tijdwat zeg je?wie?
    0:00-0:20
    0:20-0:50
    0:50-1:20
    1:20-1:45
    1:45-2:00
  3. c
    Het draaiboek van de demo.
    demowat doe je?wat zie je?plan B
Zo wordt dit beoordeeld
PosterLeesbaar van op een paar meter, één grote grafiek, weinig tekst, titel als vraag of boodschap.
PitchBinnen twee minuten; probleem, oplossing, bewijs met getallen, wat we leerden; iedereen spreekt.
DemoVoorbereid en getest, met een plan B; toont een regeling live.
VragenEerlijke antwoorden, ook over wat niet lukte.
33.22

Peer- en zelfevaluatie

Toepassen3Habitat25 min
Beoordeel jezelf en je teamgenoten met dezelfde criteria, van 1 (zelden) tot 4 (altijd). Wees eerlijk en geef iedereen één top en één tip.
  1. a
    Scores.
    criteriumikzelfteamlid 2teamlid 3teamlid 4
    komt afspraken en deadlines na
    levert kwaliteit in de eigen rol
    helpt anderen en deelt wat hij kan
    denkt mee en brengt ideeën aan
    houdt het logboek mee bij
  2. b
    Top en tip.
    teamlidtop: wat ging goed?tip: wat kan beter?
  3. c
    Vergelijk je zelfevaluatie met wat de anderen over jou schreven. Wat valt je op?
Uitdagen

Uitdagen

transfer, open problemen, leerlijnen combineren
33.23

Foutzoeken in het verslag van een kas

Uitdagen4Analyseren35 min
Een team liet de kas een dag alleen en leest 's avonds het verslag op de laptop. Elke regel is één minuut: minuut;T;licht;vocht;raam;beurten;mislukt (de Arduino schrijft een punt in plaats van een komma). Drie stukjes:
Stuk A ('s nachts)
0;9.6;60;29;0;1;1
1;9.6;60;29;0;1;1
15;9.6;60;28;0;2;2
16;9.6;60;28;0;2;2
30;9.1;60;27;0;3;3
31;9.1;60;26;0;3;3
45;9.1;60;25;0;3;3
46;9.1;60;25;0;3;3
Stuk B (overdag; de referentiethermometer in de schaduw wees om 14 uur 24,4 °C aan)
658;23.8;800;33;0;3;0
659;33.1;800;33;1;3;0
660;32.6;800;32;1;3;0
838;33.5;800;34;1;4;0
839;33.5;800;34;1;4;0
1016;30.1;800;35;1;5;0
1017;20.8;800;35;0;5;0
1018;21.3;800;35;0;5;0
Stuk C ('s avonds)
1162;15.5;800;38;0;6;0
1163;15.5;800;38;0;6;0
1164;15.5;800;-13;0;6;0
1165;15.5;800;-13;0;6;0
1166;15.5;800;-13;0;6;0
  1. a
    Stuk A: wat is er aan de hand? Leg uit met de getallen, en zeg wat het rode lampje doet.
  2. b
    Stuk B: wat is er aan de hand? Wat betekent dat voor de planten?
  3. c
    Stuk C: wat is er aan de hand? Doet het programma wat het moet doen?
  4. d
    Kies één fout en beschrijf hoe je ze in het echt bevestigt en oplost.
Hint
Kijk per kolom wat verandert en wat niet. Een pompbeurt geeft normaal ongeveer +16 procentpunt.
33.24

Het seizoen uit de daglengte

Uitdagen4Programmeren45 min
Nu moet iemand EXTRA_LICHT in oktober en in april met de hand veranderen. Het kan slimmer: de Arduino telt zelf hoeveel minuten het licht was (lichtwaarde boven DAG). Was de vorige dag korter dan 12 uur (720 minuten), dan is het winterhalfjaar en mag de ledstrip aan. Zo schakelt de kas in de herfst vanzelf het extra licht in, en in de lente weer uit.
  1. a
    Welke variabelen heb je nodig? Wanneer tel je op, en wanneer zet je terug op 0?
  2. b
    Schrijf de nieuwe regels code, in plaats van EXTRA_LICHT.
  3. c
    Test op papier: eerst een dag met 9 uur licht, daarna een dag met 13 uur licht. Wat doet de ledstrip op elke avond?
  4. d
    Wat kan er misgaan op een donkere, regenachtige dag in mei? Hoe maak je het robuuster?
Hint
Je hebt drie variabelen nodig: een teller voor vandaag, de lengte van de vorige dag, en een vlag die onthoudt of het al dag geweest is.
33.25

December zonder stopcontact

Uitdagen4Ontwerpen45 min
In december mist de meetkas gemiddeld 2,1 Wh per dag (62,5 Wh opbrengst tegenover 64,6 Wh verbruik). Het team wil de adapter kwijt. Drie ideeën: (1) een groter paneel van 80 Wp (richtprijs € 85); (2) de microcontroller laten slapen tussen de metingen, zodat de 5 V-kant gemiddeld nog 0,05 A vraagt in plaats van 0,30 A (hoofdstuk 21); (3) de ledstrip in december maar 3 uur per avond laten branden.
  1. a
    Reken per idee uit hoeveel Wh er in december per dag over is (of te kort). December: 1,25 Wh per Wp per dag; omvormer 83 %.
  2. b
    Maak een criteriatabel met minstens vier criteria (hoofdstuk 30) en kies.
    criteriumgewichtidee 1idee 2idee 3
  3. c
    Welke eisen uit het programma van eisen raakt elk idee?
Zo wordt dit beoordeeld
RekenwerkPer idee het nieuwe verbruik of de nieuwe opbrengst, met eenheden; de 5 V-kant via het rendement.
CriteriatabelMinstens vier criteria met gewichten; scores onderbouwd; totaal per idee.
EisenPer idee de geraakte eisen (bv. K8, E1-E3, K2 en W1 bij slapen).
KeuzeEen keuze met argumenten, en een eerlijke vermelding van wat ze kost.
33.26

Debat: groeiproef of oogst?

Uitdagen4Argumenteren30 min
In het testrapport botsen twee eisen: P1 (een groeiproef met schaduwdoek moet mogelijk zijn) en P2 (minstens 1 kg sla per teelt). Met drie groepen onder schaduwdoek haalde de kas maar 771 g. Stelling: 'Een meetkas is er om te meten, niet om te oogsten. Schrap P2.'
  1. a
    Zoek twee argumenten voor en twee tegen de stelling.
    voortegen
  2. b
    Welke oplossing laat beide eisen toe?
  3. c
    Hoe beslist een ontwerpteam als twee eisen botsen?
33.27

Habitat: versie 2 van de meetkas

Uitdagen4Habitat50 min
De ontwerpcyclus stopt niet bij de test (hoofdstuk 30). Gebruik jullie testrapport, logboek en foutzoekervaring.
  1. a
    Drie verbeteringen.
    probleem (uit test of logboek)eisverbeteringkost (€ of tijd)effect
  2. b
    Werk één verbetering uit: een schets, een berekening of een stuk code.
  3. c
    Welke verbetering kan je pas maken met wat je in Intermediate leert? Welke kennis heb je nodig?
Zo wordt dit beoordeeld
OnderbouwdElke verbetering komt uit een test, een meting of het logboek, en hoort bij een eis.
AfwegingKost en effect geschat; de belangrijkste verbetering eerst.
UitwerkingSchets, berekening of code die klopt en die een ander kan uitvoeren.
VooruitblikConcreet: welk hoofdstuk van Intermediate, en wat het oplost.
33.28

Habitat: eindevaluatie en op weg naar Intermediate

Uitdagen4Habitat40 min
Beoordeel jullie project met de eindrubric uit het handboek. De leraar doet hetzelfde; daarna vergelijken jullie.
  1. a
    Zelfevaluatie van het project.
    criteriumgewichtniveau (1-4)bewijs (opdracht, meting, logboek)
    programma van eisen en testen15 %
    ontwerp en tekeningen10 %
    constructie15 %
    elektrische kring en veiligheid10 %
    besturing en code15 %
    energiebudget10 %
    groeiproef en verslag15 %
    presentatie en samenwerking10 %
  2. b
    Bereken jullie score: de som van niveau × gewicht, gedeeld door 4.
  3. c
    Reflectie: wat was het moeilijkste aan het samenzetten? Wat zou je een volgend team aanraden?
  4. d
    Welke drie dingen uit dit project neem je mee naar de klimaatmodule van Intermediate?
ZelfevaluatieKleur per doel: lukt al / bijna / nog niet