← Back to CoursesDifferentiatie 5de Leerjaar
Differentiatie 5
Denken & code · bundel 1

Schuifcode op de spellingregel

Een geheimschrift waarvan de sleutel afhangt van de spellingregel: je kraakt het pas als je -ig en -lijk echt doorhebt.

Download PDF alle bundels denken & code
Denken & code · geheimschrift

De achtervoegselsleutel

Een code die je alleen kan gebruiken als je -ig van -lijk kan onderscheiden.
1
Hoe de sleutel werkt

Bij deze code schuif je elke letter een aantal plaatsen op in het alfabet. Hoeveel plaatsen, dat verklapt het sleutelwoord dat ervoor staat.

  • Eindigt het sleutelwoord op het achtervoegsel -ig, dan schuif je 2 plaatsen. Het achtervoegsel heeft namelijk 2 letters.
  • Eindigt het op -lijk, dan schuif je 4 plaatsen. Ook hier: het achtervoegsel heeft 4 letters.
  • Heeft het woord geen van beide achtervoegsels, dan schuif je 0 plaatsen en verandert er niets.
  • Voorbeeld: sleutelwoord handig geeft 2, dus HOED wordt J Q G F. Kom je voorbij de Z, tel dan verder vanaf de A: Y plus 4 wordt C.
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
1

Bepaal de schuifwaarde. Spreek elk sleutelwoord eerst hardop uit.

sleutelwoord-ig, -lijk of geenschuif hoeveel?
grappig
vriendelijk
gezellig
gelijk
praktijk
moeilijk
2

Codeer nu zelf. Neem BOEK met het sleutelwoord nieuwsgierig, en DEUR met het sleutelwoord mogelijk.

3

Iemand leest gelijk als een woord op -lijk en schuift 4. Wat gaat er dan mis bij het ontcijferen?

Denken & code naam
Denken & code · kraken

Kraak de boodschap

Hoort bij blad 20. Vier woorden, vier sleutels, en eentje bedriegt je.
2
Zo pak je het aan

Elk gecodeerd woord heeft zijn eigen sleutelwoord, dat er in het grijs voor staat. Bepaal eerst alle vier de schuifwaarden en pas daarna de letters. Ontcijferen is schuiven de andere kant op: bij schuifwaarde 2 ga je twee letters terug in het alfabet.

A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
grappigMKLMvrolijkSRHIVgezelligFGgelijkKLOK
1

Ontcijfer woord voor woord.

sleutelwoordgecodeerdschuifontcijferd
grappigMKLM
vrolijkSRHIV
gezelligFG
gelijkKLOK
2

Schrijf de hele boodschap op een regel. Een van de vier woorden is helemaal niet veranderd. Leg uit waarom dat klopt en geen fout is.

3

Maak nu zelf een boodschap van minstens drie woorden. Kies bij elk woord een eigen sleutelwoord en gebruik minstens een keer een woord op -ig en een keer een woord op -lijk. Geef je klasgenoot de regels, maar niet de oplossing.

Denken & code naam