Een geheimschrift waarvan de sleutel afhangt van de spellingregel: je kraakt het pas als je -ig en -lijk echt doorhebt.
Bij deze code schuif je elke letter een aantal plaatsen op in het alfabet. Hoeveel plaatsen, dat verklapt het sleutelwoord dat ervoor staat.
Bepaal de schuifwaarde. Spreek elk sleutelwoord eerst hardop uit.
| sleutelwoord | -ig, -lijk of geen | schuif hoeveel? |
|---|---|---|
| grappig | ||
| vriendelijk | ||
| gezellig | ||
| gelijk | ||
| praktijk | ||
| moeilijk |
Codeer nu zelf. Neem BOEK met het sleutelwoord nieuwsgierig, en DEUR met het sleutelwoord mogelijk.
Iemand leest gelijk als een woord op -lijk en schuift 4. Wat gaat er dan mis bij het ontcijferen?
Elk gecodeerd woord heeft zijn eigen sleutelwoord, dat er in het grijs voor staat. Bepaal eerst alle vier de schuifwaarden en pas daarna de letters. Ontcijferen is schuiven de andere kant op: bij schuifwaarde 2 ga je twee letters terug in het alfabet.
Ontcijfer woord voor woord.
| sleutelwoord | gecodeerd | schuif | ontcijferd |
|---|---|---|---|
| grappig | MKLM | ||
| vrolijk | SRHIV | ||
| gezellig | FG | ||
| gelijk | KLOK |
Schrijf de hele boodschap op een regel. Een van de vier woorden is helemaal niet veranderd. Leg uit waarom dat klopt en geen fout is.
Maak nu zelf een boodschap van minstens drie woorden. Kies bij elk woord een eigen sleutelwoord en gebruik minstens een keer een woord op -ig en een keer een woord op -lijk. Geef je klasgenoot de regels, maar niet de oplossing.