Een zeef en een cijferslot die alleen opengaan als je delers en veelvouden echt doorhebt.
In het rooster staan de getallen 1 tot en met 30, elk met een letter. Je streept vakjes weg volgens een regel. De letters die overleven, vormen een woord.
Streep weg volgens de regel. Werk in potlood.
Schrijf de overgebleven letters op volgorde achter elkaar. Welk woord staat er?
Noteer ook de getallen die bleven staan. Wat hebben die getallen gemeen? Eén ervan past niet bij de rest: welk, en waarom niet?
Stel dat je daarna ook alle veelvouden van 7 zou wegstrepen. Welke letter verlies je dan, en waarom zou de boodschap kapot gaan?
Het slot heeft vijf vakjes. Elk vakje hoort bij één vraag over delers of veelvouden, en elk antwoord is precies één cijfer. Los ze van links naar rechts op.
Reken elk vakje uit en schrijf het cijfer in de rechterkolom.
| vakje | de vraag | cijfer |
|---|---|---|
| 1 | de ggd van 24 en 30 | |
| 2 | het kgv van 2 en 8 | |
| 3 | de ggd van 45 en 63 | |
| 4 | het aantal delers van 16 | |
| 5 | het kleinste getal met precies drie delers |
Schrijf de code van vijf cijfers op één regel. Controle: de vijf cijfers zijn samen 32.
Ontwerp nu zelf een slot van vijf cijfers voor een klasgenoot. Schrijf de vijf vragen op. Eisen: elke vraag gaat over delers of veelvouden, elke vraag heeft precies één antwoord, en elk antwoord is een cijfer van 0 tot 9. Zet je eigen code klein op de achterkant van dit blad.
Geef je slot aan iemand anders. Lukt het niet, zoek dan samen welke vraag meer dan één antwoord had. Schrijf op hoe je die vraag hebt bijgesteld.