← Back to CoursesStemExpert
StemExpert
Fundamental · Handboek · 15. Energie: vormen en omzettingen
StemExpert · Brecht Corbeel · schoolium.me
StemExpert
F15. Energie: vormen en omzettingen
FFundamental · deel F4 · Energie

Handboek · hoofdstuk 15Energie: vormen en omzettingen

Wat energie is, in welke vormen ze voorkomt, en waarom er bij elke omzetting 'verlies' is zonder dat er iets verdwijnt

Een fiets die bergaf rolt, een batterij die leegloopt, een plant die groeit in de zon: telkens verandert energie van vorm. In dit hoofdstuk leer je de energievormen herkennen, energieketens tekenen en rekenen met de eenheid van energie, de joule. Je ontdekt een van de belangrijkste wetten uit de natuurwetenschappen: energie gaat nooit verloren. En toch 'verliest' elk toestel energie. Met het rendement en het Sankey-diagram zie je waar ze naartoe gaat. Voor de meetkas volg je de energie van de zon tot in de plant.

8× uitleg4× uitgewerkt voorbeeld1× proef1× ontleed1× naslag1× verhaal1× het geheel17 opdrachten in het werkboek± 6 lestijden
Zonlicht wordt suiker, warmte en een beetje elektriciteit: de meetkas zit vol energieomzettingen.
Zonlicht wordt suiker, warmte en een beetje elektriciteit: de meetkas zit vol energieomzettingen.
Na dit hoofdstuk
Verhaal · 15.1

Een schoepenrad in een vat water

1/17

In de jaren 1840 stelde James Prescott Joule, de zoon van een brouwer uit Salford bij Manchester, een vraag die vreemd klinkt: kan je water opwarmen door erin te roeren?

Hij bouwde een goed afgesloten vat met water, met binnenin een schoepenrad. Twee gewichten aan touwen zakten langzaam naar beneden en deden het rad draaien. De schoepen woelden het water om, en het water werd warmer: niet veel, een fractie van een graad. Joule mat die kleine temperatuurstijging met een heel nauwkeurige thermometer en herhaalde de proef vele keren, ook op andere manieren: door water door nauwe buisjes te persen, door lucht samen te drukken.

Zijn besluit: als de gewichten een bepaalde afstand zakken, komt er altijd evenveel warmte bij, hoe je het ook doet. Beweging, hoogte en warmte zijn dus geen losse dingen, maar verschillende vormen van één grootheid die je kan omrekenen: energie. Rond dezelfde tijd kwamen ook de Duitse arts Julius Robert Mayer en de Duitse natuurkundige Hermann von Helmholtz tot dat inzicht. Samen legden ze de basis voor de wet van behoud van energie. De eenheid van energie draagt de naam van de brouwerszoon: de joule (J).

Waarom dit verhaal ertoe doet

Joule deed wat je in hoofdstuk 2 leerde: één ding veranderen (hoe ver de gewichten zakken), heel precies meten (de temperatuur), herhalen en een patroon zoeken. Met een vergelijkbare proef, met zand in een fles, zie je het zelf in dit hoofdstuk.

Zakkende gewichten draaien het schoepenrad; het water wordt een fractie van een graad warmer.
Zakkende gewichten draaien het schoepenrad; het water wordt een fractie van een graad warmer.
Uitleg · 15.2

Wat is energie?

2/17

Energie zie je niet, maar je merkt ze wel aan wat ze doet. Er is energie nodig om iets in beweging te brengen, iets op te tillen, iets op te warmen, iets te laten oplichten of geluid te maken, en om stoffen te laten veranderen of een plant te laten groeien. Kort gezegd: energie is wat nodig is om iets te laten gebeuren.

Energie is geen stof. Je kan geen liter energie in een fles gieten. Wel kan ze opgeslagen zitten in iets: in benzine, in een boterham, in een batterij, in water dat hoog in een stuwmeer staat. En ze kan onderweg zijn van de ene plaats naar de andere: als licht van de zon naar de aarde, als elektrische stroom door een kabel, als warmte van een radiator naar de lucht.

In hoofdstuk 1 leerde je elk toestel bekijken als een systeem met input, proces en output. Energie is een van de drie dingen die door een systeem stromen (naast materie en informatie). In dit hoofdstuk volg je die energiestroom: waar komt hij vandaan, in welke vorm, en waar gaat hij naartoe?

Energie en kracht zijn hetzelfde

In de dagelijkse taal lopen ze door elkaar ('ik heb geen kracht meer', 'ik heb geen energie meer'), maar in STEM zijn het twee verschillende grootheden. Een kracht is een duw of een trek, in newton (hoofdstuk 11). Energie is wat nodig is om iets te doen, in joule. Een boek dat op een tafel ligt, duwt al jaren met een kracht op de tafel, maar er wordt geen energie overgedragen: er gebeurt niets. Pas als een kracht iets over een afstand verplaatst, gaat er energie over.

Stoom, gloeiende draden, een rijdend speelgoedje, een stuiterende bal: overal is energie aan het werk.
Stoom, gloeiende draden, een rijdend speelgoedje, een stuiterende bal: overal is energie aan het werk.
Uitleg · 15.3

Acht energievormen

3/17

Energie komt in verschillende vormen voor. Welke vorm het is, hangt af van waar de energie 'zit'. In deze opleiding gebruiken we acht vormen:

energievormwaar zit de energie?voorbeeldenin de meetkas
bewegingsenergiein alles wat beweegtrollende bal, wind, stromend water; ook geluid (trillende deeltjes)water in de druppelslang, de draaiende pomp
zwaarte-energiein alles wat hoog ligt, door de aantrekking van de aardewater in een stuwmeer, een appel aan de boomhet opengeduwde dakraam; water dat omhoog gepompt is
veerenergiein iets wat elastisch vervormd isgespannen boog, opgewonden veer, uitgerekt elastiekde veer in een drukknop
warmte (thermische energie)in de beweging van de deeltjes van een stof (hoofdstuk 6)hete thee, warme lucht, je lichaamde warme lucht en grond na een zonnige dag
chemische energiein stoffen; ze komt vrij bij een chemische reactievoedsel, benzine, hout, aardgas, een batterijde suiker in de planten, de batterij
elektrische energiein bewegende lading (hoofdstuk 19)stroom uit het stopcontact of uit een batterijde stroom naar de ledstrip, de pomp en de microcontroller
stralingsenergiein licht en andere stralingzonlicht, de warmte die je van een kampvuur voeltzonlicht door de wand, het licht van de ledstrip
kernenergiein de kernen van atomende zon (kernfusie), een kerncentrale (kernsplijting)onrechtstreeks: alle zonlicht

Twee opmerkingen. Geluid is geen aparte vorm: het is een trilling van deeltjes die zich voortplant, dus bewegingsenergie die onderweg is. En in andere boeken zie je soms andere namen: kinetische energie voor bewegingsenergie, potentiële energie voor opgeslagen energie door de plaats of de vorm (zwaarte-energie en veerenergie), mechanische energie voor beweging en hoogte samen. In Intermediate (hoofdstuk I9) krijgen bewegings- en zwaarte-energie een formule.

Warmte of thermische energie?

In de dagelijkse taal zeg je 'warmte' voor de energie die in een warm voorwerp zit. Strikt genomen heet die energie van de bewegende deeltjes thermische energie, en is warmte de energie die van een warm naar een koud voorwerp stroomt. Dat verschil wordt belangrijk in hoofdstuk 16. In dit hoofdstuk gebruiken we 'warmte' voor allebei.

bewegingsenergierollende bal, windzwaarte-energiehwater in eenstuwmeerveerenergiegespannen boog ofveerwarmtedeeltjes in hetetheechemische energievoedsel, benzine,batterijelektrische energiestroom door eendraadstralingsenergielicht, infrarood,uvkernenergiede zon, eenkerncentrale
Acht vormen, elk met een voorbeeld. Bij bijna elke omzetting komt er ook warmte vrij.
Ontleed · 15.4

Energie in de meetkas

4/17

In de meetkas zit bijna elke energievorm, en overal wordt energie omgezet. Volg de nummers: van de zon, via het zonnepaneel en de batterij, naar de ledstrip, de pomp en de planten.

µC
Zijaanzicht van de meetkas met zonnepaneel en batterij. Rode golf: warme lucht onder het dak.
Wijs een nummer aan: de figuur zoomt in. Klik om vast te zetten.
  1. 1
    Zon

    In de kern van de zon smelten atoomkernen samen (kernfusie). Die kernenergie komt vrij als stralingsenergie: zichtbaar licht, infrarood en uv.

  2. 2
    Zonnepaneel

    Zet stralingsenergie rechtstreeks om in elektrische energie: ongeveer een vijfde van het licht. De rest wordt warmte (hoofdstuk 17).

  3. 3
    Batterij

    Bij het laden wordt elektrische energie chemische energie; bij het ontladen omgekeerd. Zo is er ook 's nachts energie.

  4. 4
    Ledstrip

    Elektrische energie wordt licht voor de planten, en warmte. Hoeveel van elk, zie je in hoofdstuk 21.

  5. 5
    Pomp

    Elektrische energie wordt bewegingsenergie van het water, en zwaarte-energie als het water omhoog gaat. In de slang en de druppelaars wordt die door wrijving warmte.

  6. 6
    Planten

    Maken met licht suiker uit water en koolstofdioxide (fotosynthese, hoofdstuk 27): stralingsenergie wordt chemische energie. Maar dat is maar een heel klein deel van het licht.

  7. 7
    Lucht, grond en water

    Licht dat niet in suiker terechtkomt, wordt warmte: de grond, het water en de lucht warmen op. Warme lucht stijgt en blijft onder het dak hangen (hoofdstuk 16).

  8. 8
    Dakraam

    Wie het dakraam openduwt (hoofdstuk 12), geeft het zwaarte-energie. Als het dicht valt, wordt die bewegingsenergie en dan warmte en geluid.

  9. 9
    Microcontroller

    Gebruikt elektrische energie om te meten en te beslissen. Alles wat hij gebruikt, wordt uiteindelijk warmte.

Uitleg · 15.5

Energieketens

5/17

Energie verandert zelden maar één keer van vorm. Meestal loopt ze door een hele energieketen: een reeks omzettingen na elkaar. Elke omzetting gebeurt in iets: een toestel, een plant, een lichaam. Dat noemen we de omzetter.

Neem het lampje van een fiets met dynamo. Waar komt het licht vandaan? Uit de dynamo, die draait omdat het wiel draait. Het wiel draait omdat de fietser trapt. De fietser haalt zijn energie uit zijn eten, bijvoorbeeld brood. Het graan voor dat brood groeide in de zon. En de zon straalt omdat in haar kern atoomkernen samensmelten. Van achter naar voor gelezen is dat de keten in de figuur.

Zo'n keten teken je met blokken (de omzetters) en pijlen (de energie die van de ene naar de volgende gaat). Schrijf in elk blok welke vorm erin gaat en welke eruit komt. Bij bijna elke omzetting komt er ook warmte vrij die niet verder gaat in de keten: teken die als een zijpijl.

Bijna alles begint bij de zon

Voedsel, hout, wind (de zon warmt de lucht ongelijk op), waterkracht (de zon laat water verdampen dat later als regen hoog in de bergen valt) en zelfs steenkool, aardolie en aardgas (resten van planten en plankton die miljoenen jaren geleden zonlicht opvingen): allemaal zonne-energie. Er zijn maar enkele uitzonderingen: kernenergie in uranium, aardwarmte uit het binnenste van de aarde, en de getijden, die vooral door de maan komen.

Zonkernenergie wordtstralingsenergiewarmteTarwestraling wordtchemische energiewarmteFietser (die brood at)chemische energie wordtbewegingsenergiewarmteDynamobewegingsenergie wordtelektrische energiewarmteLampjeelektrische energiewordt lichtwarmteOmgevinghet licht wordtgeabsorbeerd: warmte
Zes omzetters na elkaar. Bij elke stap komt er warmte vrij (rode pijlen).
Uitgewerkt voorbeeld · 15.6

De keten van een zaklamp met een slinger

6/17

Een noodzaklamp heeft een slinger. Je draait een minuut aan de slinger; daarna kan de lamp een half uur branden, ook als je niet meer draait, want binnenin zit een oplaadbare batterij. Stel de energieketen op, van je spieren tot het licht, en zeg waar er energie 'verloren' gaat.

Jijchemische energie wordtbewegingsenergiewarmteSlinger en dynamobeweging wordtelektrische energiewarmteBatterij (laden)elektrische energiewordt chemische energiewarmteBatterij (ontladen)chemische energie wordtelektrische energiewarmteLedelektrische energiewordt licht (en warmte)warmteKamerhet licht wordt warmtein muren en lucht
De batterij komt twee keer voor: eerst slaat ze energie op, later geeft ze die weer af.
Gegeven
  • een zaklamp met slinger, dynamo, oplaadbare batterij en led
Gevraagd
  • de energieketen: omzetters en energievormen
  • waar er warmte vrijkomt
Oplossing
  1. 1
    Zoek de omzetters, in de volgorde waarin de energie ze doorloopt: je spieren, de slinger met de dynamo, de batterij (twee keer: laden en ontladen), de led.
  2. 2
    Schrijf per omzetter de vorm erin en eruit. Spieren: chemische energie (uit je voedsel) wordt bewegingsenergie. Dynamo: bewegingsenergie wordt elektrische energie. Batterij bij het laden: elektrische energie wordt chemische energie. Batterij bij het ontladen: chemische energie wordt weer elektrische energie. Led: elektrische energie wordt licht.
  3. 3
    Waar komt er warmte vrij? Bij elke stap: je spieren worden warm, de tandwielen in de slinger en de dynamo worden warm door wrijving, de batterij wordt een beetje warm bij het laden en het ontladen, en de led wordt warm.
  4. 4
    En het licht zelf? Het valt op de muren en wordt daar opgenomen: ook het licht eindigt als warmte in de kamer.
Antwoord
Chemische energie (spieren) bewegingsenergie (slinger) elektrische energie (dynamo) chemische energie (batterij laden) elektrische energie (batterij ontladen) licht (led) warmte (kamer). Bij elke omzetting gaat een deel als warmte naar de omgeving.
Klopt dit? Kijk of elke pijl in je keten bij een omzetter hoort, en of de vorm die een blok verlaat, dezelfde is als de vorm die het volgende blok binnenkomt. Merk op dat de keten eindigt in warmte: dat is bijna altijd zo.
Uitleg · 15.7

De wet van behoud van energie

7/17

Wat Joule ontdekte, is een van de belangrijkste wetten uit de natuurwetenschappen:

wet van behoud van energie
Energie kan niet ontstaan en niet verdwijnen. Ze kan alleen van vorm veranderen, of van het ene voorwerp naar het andere gaan.

Je kan het vergelijken met een boekhouding. Stort je geld van je spaarrekening naar je zichtrekening, dan verandert er niets aan je totaal. Zo is het ook met energie: bij elke omzetting verschuift ze naar een andere 'rekening' (een andere vorm), maar het totaal blijft gelijk. Er is nog nooit een uitzondering op deze wet gevonden.

Maar waarom komt een stuiterbal dan telkens minder hoog? Waar blijft die energie? Bij elke botsing worden de bal en de vloer een heel klein beetje warmer, en er ontstaat geluid (dat ook eindigt als warmte). De energie is dus niet weg, maar ze zit nu in een vorm die de bal niet meer omhoog helpt: verspreid over miljarden trillende deeltjes in de bal, de vloer en de lucht.

Energie raakt op

We zeggen 'de batterij is leeg' of 'ik heb energie verbruikt'. De energie is niet weg: ze is omgezet, meestal in warmte die zich over de omgeving verspreidt. Wat wel opraakt, is energie in een bruikbare vorm: warmte die verspreid is over een hele kamer, kan je niet meer gebruiken om een lamp te laten branden. Energie 'verbruiken' betekent dus: bruikbare energie omzetten in minder bruikbare.

Geen eeuwig draaiende machine

Uitvinders probeerden eeuwenlang een perpetuum mobile te bouwen: een machine die zonder brandstof of stroom eeuwig blijft draaien, en liefst nog iets aandrijft. Het lukte nooit, en de wet van behoud van energie zegt waarom. Een machine kan niet meer energie afgeven dan ze krijgt, en door de wrijving wordt er altijd een deel warmte. Een hefboom of een tandwiel kan een kracht groter maken (hoofdstuk 12), maar nooit de energie.

100 %65 %42 %27 %18 %Bij elke botsing wordteen deel van de energiewarmte en geluid. De balkomt telkens minder hoog.rode streepjes: warmte en geluid bij elke botsing
Elke botsing zet 35 % van de energie om in warmte en geluid; de bal komt telkens minder hoog.
Proef · 15.8

Warmte uit beweging: zand schudden

8/17
Onderzoeksvraag

Wordt zand warmer als je het lang en hard schudt, zoals het water in de proef van Joule?

Materiaal
  • twee gelijke plastic flessen van 0,5 L met schroefdop
  • 2 × 300 g droog zand
  • digitale thermometer met een sonde (0,1 °C)
  • stopwatch
  • ovenwanten of een dikke handdoek
  • keukenweegschaal
VeiligheidDraai de doppen goed dicht en schud niet in de buurt van iemands hoofd.
Links wordt geschud, rechts staat de controlefles: alleen het geschudde zand wordt warmer.
Links wordt geschud, rechts staat de controlefles: alleen het geschudde zand wordt warmer.
Werkwijze
  1. 1Doe in elke fles 300 g zand. Laat beide flessen een half uur in het lokaal staan, zodat ze dezelfde temperatuur krijgen.
  2. 2Meet de temperatuur in het midden van het zand, in beide flessen. Sluit de flessen.
  3. 3Fles A: schud ze drie minuten lang zo hard mogelijk op en neer, met ovenwanten aan, zodat de warmte van je handen het zand niet opwarmt. Wissel elke minuut van schudder.
  4. 4Fles B blijft op tafel staan: dat is de controle.
  5. 5Meet meteen daarna opnieuw de temperatuur in beide flessen. Herhaal de proef met zes minuten schudden.
Waarneming
voorna 3 minstijgingna 6 minstijging
fles A (geschud)19,6 °C20,9 °C+ 1,3 °C22,1 °C+ 2,5 °C
fles B (controle)19,6 °C19,7 °C+ 0,1 °C19,7 °C+ 0,1 °C

Voorbeeld van resultaten in een klas. Het geschudde zand wordt merkbaar warmer, het zand in de controlefles nauwelijks.

Verklaring

Bij elke schudbeweging krijgt het zand bewegingsenergie. Als het zand tegen de bodem en de dop botst en de korrels over elkaar schuren, wordt die bewegingsenergie warmte: de deeltjes van het zand gaan heviger trillen (hoofdstuk 6). Twee keer zo lang schudden geeft ongeveer twee keer zoveel warmte. De controlefles toont dat het niet aan het lokaal of aan je handen ligt.

Waarom zo weinig? Eén schudbeweging geeft het zand hooguit ongeveer 1 J. Om 300 g zand één graad warmer te maken, is ongeveer 250 J nodig. Drie minuten schudden, drie keer per seconde, geeft ongeveer 500 schudbewegingen: net genoeg voor een à twee graden. Een deel van de warmte gaat bovendien naar de fles en de lucht. Dat is precies wat Joule ontdekte: een beetje warmte stemt overeen met heel veel beweging.

Uitleg · 15.9

De joule: hoeveel is dat?

9/17

Energie meet je in joule (J). Hoeveel is dat? De eenvoudigste manier om het te voelen is iets optillen. Om iets op te tillen, moet je de zwaartekracht overwinnen (hoofdstuk 11) over een zekere hoogte. De energie die je daarvoor nodig hebt, zit daarna als zwaarte-energie in het voorwerp:

energie om iets op te tillen
in joule (J), = de zwaartekracht in newton (N), met en ; = de hoogte in meter (m). Dus: .

Een appel van 100 g ondervindt een zwaartekracht van ongeveer 1 N. Til je hem 1 m op, dan heb je ongeveer 1 joule energie gebruikt. Een joule is dus weinig. Daarom gebruik je vaak veelvouden:

eenheidsymboolin joulewaar je ze tegenkomt
jouleJ1 Jde SI-eenheid van energie
kilojoulekJ1000 Jvoedingsetiketten
megajouleMJ1 000 000 Jbrandstoffen, voeding per dag
gigajouleGJ1 000 000 000 Jverwarming van een huis per jaar
kilocaloriekcal4184 J (ongeveer 4,2 kJ)voedingsetiketten, naast kJ
kilowattuurkWh3 600 000 J = 3,6 MJde elektriciteitsfactuur (hoofdstuk 21)

Op voedingsetiketten staat de energie in kJ en in kcal (kilocalorie, een oudere eenheid): . Op je elektriciteitsfactuur staat ze in kilowattuur: . Waar dat getal vandaan komt, leer je in hoofdstuk 21.

De energieladder

In de figuur is elke stap naar boven tien keer meer energie. Zo passen een appel en de elektriciteit van een heel gezin op één ladder: tien stappen, of een factor tien miljard. Een snoepreep bevat evenveel energie als een miljoen keer een appel één meter optillen.

1 J10 J100 J1 kJ10 kJ100 kJ1 MJ10 MJ100 MJ1 GJ10 GJ100 GJeen appel van 100 g 1 m optillen: 1 Jeen sprong van 30 cm (50 kg): 150 Jéén verdieping de trap op (50 kg): 1,5 kJeen AA-batterij: ongeveer 11 kJeen smartphonebatterij (15 Wh): 54 kJeen snoepreep van 50 g: ongeveer 1 MJvoeding voor één dag: ongeveer 9 MJ1 liter benzine: ongeveer 32 MJ100 km met de auto (6 L benzine): 190 MJelektriciteit van een gezin per jaar (3500 kWh): 13 GJenergie
De energieladder (orde van grootte). Elke streep is een factor tien: een logaritmische schaal.
Uitgewerkt voorbeeld · 15.10

Hoeveel trappen voor één snoepreep?

10/17

Lotte (50 kg) eet een snoepreep. Op de wikkel staat: 1000 kJ per reep. Hoeveel verdiepingen van 3,0 m hoog moet ze de trap op lopen om die energie om te zetten in zwaarte-energie?

Gegeven
  • per verdieping
  • energie in de reep:
Gevraagd
  • het aantal verdiepingen
Oplossing
  1. 1
    Zwaartekracht op Lotte: .
  2. 2
    Energie per verdieping: .
  3. 3
    Zelfde eenheid: de reep bevat .
  4. 4
    Delen: verdiepingen.
Antwoord
Om de energie van één reep in zwaarte-energie om te zetten, moet Lotte ongeveer 680 verdiepingen hoog klimmen: een toren van ongeveer 2 km.
Klopt dit? Dat lijkt onwaarschijnlijk veel, en het klopt ook niet helemaal: haar spieren zetten maar ongeveer een kwart van de energie om in beweging, de rest wordt warmte (zie rendement, verder in dit hoofdstuk). In werkelijkheid is de reep dus al 'op' na ongeveer verdiepingen. Nog altijd veel: voedsel bevat heel veel energie.
Uitleg · 15.11

Nuttige en verloren energie: het rendement

11/17

Een toestel is gemaakt om energie om te zetten in één bepaalde vorm: een lamp in licht, een motor in beweging, een waterkoker in warmte van het water. Dat deel heet de nuttige energie. De rest gaat meestal als warmte naar de omgeving: de verloren energie. 'Verloren' betekent hier niet 'verdwenen' (dat kan niet), maar 'niet gebruikt waarvoor het toestel dient'.

Hoe goed een toestel is in die omzetting, zegt het rendement: welk deel van de energie die je erin stopt, komt eruit in de nuttige vorm?

rendement
Beide energieën in dezelfde eenheid. Het rendement ligt altijd tussen 0 en 100 %. In formules schrijf je het rendement vaak met de Griekse letter η (èta).

Een rendement van 30 % betekent: van elke 100 J die erin gaat, komt er 30 J nuttig uit, en worden 70 J warmte (of een andere vorm die je niet nodig had). Je kan het rendement ook omgekeerd gebruiken: weet je het rendement en de toegevoerde energie, dan is de nuttige energie = rendement × toegevoerde energie.

Een rendement van meer dan 100 %

Kan niet: er kan nooit meer nuttige energie uitkomen dan er in totaal ingaat. Zie je ergens '110 %' staan, dan wordt er iets anders bedoeld, of ontbreekt er een energiebron in de telling. Een warmtepomp bijvoorbeeld haalt warmte uit de buitenlucht die niet in de rekening zit (hoofdstuk E16).

Wat 'nuttig' is, hangt af van wat je wil. Bij een gloeilamp is de warmte verloren energie; bij een elektrisch kacheltje is diezelfde warmte net de bedoeling: het rendement is dan (bijna) 100 %.

fotosynthese in een veld1 %gloeilamp (licht)5 %benzinewagen (tot de wielen)20 %zonnepaneel20 %menselijke spieren25 %kerncentrale (elektriciteit)33 %STEG-centrale op aardgas58 %grote elektromotor93 %elektrisch kacheltje (warmte)100 %0 %25 %50 %75 %100 %
Typische rendementen, als orde van grootte. Een elektromotor is heel goed, een benzinemotor matig, een plant (voor energie) slecht.
Uitgewerkt voorbeeld · 15.12

Het rendement van een stuiterbal

12/17

In hoofdstuk 4 liet je een bal vallen van verschillende hoogtes. Van 1,00 m stuitert hij terug tot 0,65 m. (a) Hoe groot is het rendement van één botsing? (b) Hoe hoog komt hij na de tweede en de derde botsing? (c) Waar gaat de rest van de energie naartoe?

0102030405060708090100110hoogte (cm)10065422718loslatenbotsing 1botsing 2botsing 3botsing 4
Na elke botsing 65 % van de vorige hoogte: 100, 65, 42, 27 en 18 cm.
Gegeven
  • valhoogte
  • hoogte na de botsing
Gevraagd
  • rendement van een botsing
  • hoogte na botsing 2 en 3
  • waar de rest heen gaat
Oplossing
  1. 1
    Energie en hoogte: de zwaarte-energie is . Het is dezelfde bal, dus blijft gelijk. De energie is recht evenredig met de hoogte: 65 % van de hoogte is 65 % van de energie.
  2. 2
    (a) Toegevoerd: de zwaarte-energie bij het loslaten (). Nuttig: de zwaarte-energie op het hoogste punt na de botsing (). Rendement .
  3. 3
    (b) Elke botsing houdt 65 % over: na de tweede, na de derde.
  4. 4
    (c) Telkens 35 % wordt warmte in de bal en de vloer, en geluid (de 'tok' die je hoort). Ook een beetje luchtweerstand remt de bal af en maakt de lucht warmer.
Antwoord
(a) 65 %. (b) 0,42 m en 0,27 m. (c) Warmte in bal en vloer, geluid, en wat warmte in de lucht.
Klopt dit? De hoogte daalt niet elke keer met hetzelfde aantal centimeter, maar met hetzelfde percentage: eerst 35 cm, dan 23 cm, dan 15 cm. Zo'n verband (elke stap maal hetzelfde getal) heet exponentieel; je leert het in Intermediate (hoofdstuk I5).
Uitleg · 15.13

Het Sankey-diagram

13/17

Een Sankey-diagram toont in één oogopslag waar de energie naartoe gaat. Het is genoemd naar de Ierse ingenieur Matthew Sankey, die er in 1898 de energiestromen van een stoommachine mee tekende. De regels:

  1. De energie stroomt als een brede pijl van links naar rechts.
  2. De breedte van elke pijl is evenredig met de hoeveelheid energie. Twee keer zo breed is twee keer zoveel energie. Kies daarom eerst een schaal, bijvoorbeeld 1 mm per procent.
  3. De nuttige energie loopt rechtdoor; de verliezen buigen af, meestal naar onder.
  4. Door de wet van behoud van energie is de breedte van de pijl die binnenkomt gelijk aan de som van de breedtes van alle pijlen die buitengaan.
  5. Schrijf bij elke pijl wat het is, met de hoeveelheid energie of het percentage.

Het diagram hieronder toont een benzinewagen in gemengd verkeer. Van de energie in de benzine wordt ongeveer 70 % meteen warmte in de motor, die via de uitlaatgassen en de radiator naar buiten gaat. Wat overblijft, gaat deels naar stationair draaien (wachten aan een verkeerslicht), naar toestellen zoals de airco en de pompen, en naar wrijving in de versnellingsbak. Maar ongeveer 18 % komt aan bij de wielen. Het rendement is dus ongeveer 18 %. En ook die energie wordt uiteindelijk warmte: door luchtweerstand, de rolweerstand van de banden en het remmen.

Eerst rekenen, dan tekenen

Tel altijd na of de verliezen en de nuttige energie samen de toegevoerde energie geven. Hier: %. Klopt de som niet, dan heb je een energiestroom vergeten.

motor: warmte70 %stationair3 %toestellen5 %aandrijving4 %energie in de benzine: 100 %naar de wielen18 %
Benzinewagen in gemengd stads- en snelwegverkeer (afgerond, naar cijfers van de Amerikaanse milieudienst EPA). De breedtes zijn op schaal.
Uitgewerkt voorbeeld · 15.14

Een Sankey-diagram tekenen op schaal

14/17

Een elektromotortje tilt een blok van 0,50 kg 1,20 m hoog. Een energiemeter tussen de voeding en de motor telt 20 J. Met een warmtecamera en een berekening schat je dat de motor zelf 11,0 J warmte afgeeft. De rest van het verlies is wrijving in de tandwielen en het touw. Bereken het rendement en teken het Sankey-diagram op schaal.

warmte in de motor11,0 Jwrijving3,1 Jelektrische energie: 20 Jzwaarte-energie5,9 J
Op schaal: de pijl van 20 J is 160 beeldpunten breed, dus 8 beeldpunten per joule.
Gegeven
  • toegevoerd: elektrische energie
  • blok: ,
  • warmte in de motor:
Gevraagd
  • nuttige energie en wrijving
  • rendement
  • Sankey-diagram op schaal
Oplossing
  1. 1
    Nuttige energie: ; .
  2. 2
    Wrijving met behoud van energie: .
  3. 3
    Rendement: .
  4. 4
    Schaal: kies 1 J = 4 mm. Invoer: breed. Warmte in de motor: 44 mm. Wrijving: 12 mm. Nuttig: 24 mm. Controle: .
  5. 5
    Tekenen: een brede pijl van 80 mm naar rechts. Eerst buigt een pijl van 44 mm naar onder (warmte in de motor), dan een van 12 mm (wrijving). De pijl van 24 mm loopt rechtdoor: de zwaarte-energie van het blok. Schrijf de waarden erbij.
Antwoord
Nuttig 5,9 J, wrijving 3,1 J, rendement ongeveer 29 %. Zie het Sankey-diagram.
Klopt dit? Een klein motortje heeft een laag rendement: veel van de energie gaat naar het opwarmen van zijn wikkelingen. Grote elektromotoren halen meer dan 90 %. Als je zo'n motor aanraakt na het werk, voel je het verschil tussen 'nuttig' en 'verloren'.
Uitleg · 15.15

Habitat: van de zon tot de plant in de meetkas

15/17

De meetkas bestaat om planten te laten groeien, en planten groeien op licht. Hoeveel van het zonlicht komt er echt terecht in de plant? Volg 1000 J zonlicht dat op de kas valt:

  1. De polycarbonaatplaten laten ongeveer 80 % van het licht door (hoofdstuk 10). De andere 200 J wordt teruggekaatst of door de platen opgenomen, die er warm van worden.
  2. Van de 800 J die binnenkomt, valt ongeveer de helft op de bladeren. De rest (400 J) valt op de grond, de bakjes, het water en het frame, en wordt daar warmte.
  3. Van de 400 J op de bladeren gebruikt de plant maar een klein deel voor fotosynthese: suiker maken uit water en koolstofdioxide (hoofdstuk 27). De rest wordt warmte, of gaat naar het verdampen van water uit de bladeren (verdampen vraagt energie, hoofdstuk 6).

Uiteindelijk wordt ongeveer 1 % van het zonlicht chemische energie in suiker. Dat klopt met wat onderzoekers meten: gewassen op een veld slaan over een heel groeiseizoen meestal 1 à 2 % van het zonlicht op als chemische energie; het theoretische maximum ligt rond 5 à 6 %. Voor de plant is dat genoeg: ze gebruikt die suiker om te leven en te groeien, en wij eten ze op.

Het Sankey-diagram toont ook waarom de kas op een zonnige dag zo warm wordt (32 °C in april, hoofdstuk 4): bijna alle energie van het zonlicht wordt warmte binnen de kas. Hoe die warmte in de kas blijft hangen en hoe ze weer weglekt, is het onderwerp van hoofdstuk 16.

Een schatting

De verdeling in dit diagram is een schatting (orde van grootte). Hoeveel licht op de bladeren valt, hangt af van hoe groot de planten zijn en hoe dicht ze staan. Kleine zaailingen vangen veel minder dan 50 %, een volgroeide sla bijna alles. Het besluit blijft: het meeste zonlicht wordt warmte, een heel klein deel wordt suiker.

platen: 200 J(20 %)grond, water, frame400 J (40 %)bladeren: warmteen verdamping: 390 J1000 J zonlicht op de kassuiker in de plant10 J (1 %)
Van 1000 J zonlicht wordt ongeveer 10 J suiker. De pijl naar rechts is zo dun dat je hem bijna niet ziet: precies de boodschap.
Naslag · 15.16

Overzicht: energie, vormen en rendement

16/17

De energievormen, de eenheden, de twee formules en de regels voor een Sankey-diagram op één blad.

energie om iets op te tillen
symboolbetekeniseenheid
energiejoule (J)
zwaartekrachtnewton (N)
hoogtemeter (m)
massakilogram (kg)
9,81 op aardeN/kg
rendement
symboolbetekeniseenheid
nuttige energieJ
toegevoerde energieJ
energievormwaar zit de energie?voorbeeldenin de meetkas
bewegingsenergiein alles wat beweegtrollende bal, wind, stromend water; ook geluid (trillende deeltjes)water in de druppelslang, de draaiende pomp
zwaarte-energiein alles wat hoog ligt, door de aantrekking van de aardewater in een stuwmeer, een appel aan de boomhet opengeduwde dakraam; water dat omhoog gepompt is
veerenergiein iets wat elastisch vervormd isgespannen boog, opgewonden veer, uitgerekt elastiekde veer in een drukknop
warmte (thermische energie)in de beweging van de deeltjes van een stof (hoofdstuk 6)hete thee, warme lucht, je lichaamde warme lucht en grond na een zonnige dag
chemische energiein stoffen; ze komt vrij bij een chemische reactievoedsel, benzine, hout, aardgas, een batterijde suiker in de planten, de batterij
elektrische energiein bewegende lading (hoofdstuk 19)stroom uit het stopcontact of uit een batterijde stroom naar de ledstrip, de pomp en de microcontroller
stralingsenergiein licht en andere stralingzonlicht, de warmte die je van een kampvuur voeltzonlicht door de wand, het licht van de ledstrip
kernenergiein de kernen van atomende zon (kernfusie), een kerncentrale (kernsplijting)onrechtstreeks: alle zonlicht
eenheidsymboolin joulewaar je ze tegenkomt
jouleJ1 Jde SI-eenheid van energie
kilojoulekJ1000 Jvoedingsetiketten
megajouleMJ1 000 000 Jbrandstoffen, voeding per dag
gigajouleGJ1 000 000 000 Jverwarming van een huis per jaar
kilocaloriekcal4184 J (ongeveer 4,2 kJ)voedingsetiketten, naast kJ
kilowattuurkWh3 600 000 J = 3,6 MJde elektriciteitsfactuur (hoofdstuk 21)
regel voor een Sankey-diagramwaarom
breedte evenredig met de energie, op een gekozen schaalzo zie je meteen wat groot en klein is
nuttige energie rechtdoor, verliezen buigen afhet verschil tussen nuttig en verloren valt op
breedte erin = som van de breedtes eruitwet van behoud van energie
label met waarde of percentage bij elke pijleen diagram zonder getallen kan je niet controleren
warmte in de motor11,0 Jwrijving3,1 Jelektrische energie: 20 Jzwaarte-energie5,9 J
Een Sankey-diagram op schaal: 20 J erin, 11,0 + 3,1 + 5,9 = 20 J eruit.
Het geheel · 15.17

Waar energie naartoe leidt

17/17

Energie is de rode draad van de leerlijn Energie, maar ze zit in bijna elke andere leerlijn: een stroomkring vervoert energie, een plant slaat ze op, een motor zet ze om, een regelaar beslist waar ze naartoe gaat. Met het rendement en het Sankey-diagram raak je ook de leerlijn wiskundig modelleren: procenten, evenredigheid en een schaal kiezen. In Intermediate krijgen de energievormen formules, in Expert wordt de wet van behoud de eerste hoofdwet van de thermodynamica.

Een systeem met input en output: energie is een van de drie stromen.

Warmte als beweging van deeltjes; energie bij smelten en verdampen.

De zwaartekracht die je nodig hebt om de energie van het optillen te berekenen; de gespannen veer.

Een hefboom maakt de kracht groter, nooit de energie; waarom een perpetuum mobile niet bestaat.

Waar de 'verloren' warmte naartoe gaat, en hoe je ze vasthoudt in de meetkas.

Energiebronnen: fossiel en hernieuwbaar, zonnepanelen, wind, water en opslag.

Elektrische energie berekenen in joule en kilowattuur; led tegenover gloeilamp in cijfers.

Hoe een plant licht omzet in suiker: de fotosynthese.

Energie stroomt door een ecosysteem, stoffen gaan in een kringloop.

Energie uit voeding in kJ; het rendement van je spieren.

Arbeid, kinetische en potentiële energie met formules; rendement van pompen en motoren.

Hoeveel energie nodig is om iets op te warmen: .

De wet van behoud van energie als eerste hoofdwet, en waarom warmte nooit helemaal nuttig te maken is.

HabitatDe meetkas vangt zonlicht op en zet het om in suiker, warmte en (met het zonnepaneel) elektriciteit. In opdracht 15.14 maak je het Sankey-diagram van de meetkas voor een zonnige aprildag en zoek je manieren om meer van het licht in de planten te krijgen. Bewaar het in je portfolio: in hoofdstuk 16 gebruik je het om te verklaren waarom de kas overdag zo warm wordt.
Samenvatting

In het kort

Begrippen

Wat je nu kent

energie
Wat nodig is om iets te laten gebeuren: iets in beweging brengen, optillen, opwarmen, laten oplichten of van stof laten veranderen. Eenheid: joule (J).
energievorm
De manier waarop energie aanwezig is: in beweging, in hoogte, in een gespannen veer, in warmte, in stoffen, in elektrische stroom, in straling of in atoomkernen.
energieomzetting
Het veranderen van energie van de ene vorm in de andere, bijvoorbeeld van elektrische energie in licht.
energieketen
Een reeks energieomzettingen na elkaar, van de bron tot het eindgebruik.
wet van behoud van energie
Energie kan niet ontstaan en niet verdwijnen; ze kan alleen van vorm veranderen of van plaats wisselen.
joule
De eenheid van energie. Eén joule is ongeveer de energie om een appel van 100 g één meter op te tillen.
nuttige energie
Het deel van de energie dat een toestel omzet in de vorm waarvoor het gemaakt is.
rendement
Het deel van de toegevoerde energie dat nuttig gebruikt wordt, meestal in procent: nuttige energie gedeeld door toegevoerde energie.
Sankey-diagram
Stroomdiagram van energie waarin de breedte van elke pijl evenredig is met de hoeveelheid energie.
perpetuum mobile
Een machine die zonder energietoevoer eeuwig zou blijven werken. Ze bestaat niet: ze zou de wet van behoud van energie breken.
Aan de slag in het werkboek17 opdrachten, van oefenen tot uitdagen