Handboek · hoofdstuk 9Arbeid, energie en vermogen
Kracht maal weg: hoe energie van vorm verandert, hoeveel ervan verloren gaat, en hoe snel
Een kar een oprit op duwen, water naar boven pompen, een auto afremmen: telkens wordt er energie omgezet. In Fundamental leerde je de energievormen en het behoud van energie. Nu reken je ermee. Arbeid koppelt energie aan kracht en weg, kinetische en potentiële energie krijgen een formule, en zonder wrijving blijft hun som behouden. Met vermogen en rendement bereken je hoeveel energie een pomp werkelijk nodig heeft, en je ontdekt waarom een waterreservoir in Habitat een slechte batterij zou zijn.

- Je kan arbeid berekenen als kracht maal verplaatsing, ook als de kracht een hoek maakt met de verplaatsing, en het teken van de arbeid verklaren.
- Je kan arbeid bepalen als oppervlakte onder een (F,s)-grafiek, ook bij een veranderlijke kracht.
- Je kan kinetische en potentiële energie berekenen en de formule voor de kinetische energie afleiden uit de tweede wet.
- Je kan met behoud van mechanische energie snelheden en hoogtes berekenen, zonder de tijd te kennen.
- Je kan het energieverlies door wrijving berekenen als arbeid van de wrijvingskracht en in een energieboekhouding verwerken.
- Je kan vermogen berekenen met en , en omrekenen tussen joule, wattuur en kilowattuur.
- Je kan het rendement van een machine berekenen en de verliezen voorstellen in een Sankey-diagram.
- Je kan het energieverbruik van de pomp van Habitat berekenen en vergelijken met de energie in een batterij.
Wat je al weet, en wat nu komt
In hoofdstuk F15 leerde je dat energie niet verloren gaat maar van vorm verandert, dat je ze meet in joule, dat een toestel altijd een deel 'verliest' als warmte (rendement), en dat een Sankey-diagram die stromen zichtbaar maakt. In hoofdstuk F21 berekende je elektrische energie als vermogen maal tijd.
| uit Fundamental (F15) | in dit hoofdstuk |
|---|---|
| bewegingsenergie | kinetische energie |
| zwaarte-energie | potentiële energie |
| energie gaat niet verloren, ze wordt omgezet | behoud van mechanische energie, en wat wrijving ermee doet |
| de joule | : arbeid als overdracht van energie |
| rendement in procent, Sankey-diagram | rendement van een pomp en een motor, berekend |
| vermogen van een toestel (F21) | en |
In hoofdstuk 6 viel je iets op: om de batterijkar over de oprit te duwen, is maar 49 N nodig over 6,41 m; om ze recht omhoog te tillen 785 N over 0,40 m. Maar . Toeval? Nee: dat product van kracht en weg is de arbeid, en het is de energie die in de kar gaat zitten, langs welke weg ook. In dit hoofdstuk
- reken je arbeid uit, ook als kracht en weg niet in dezelfde richting liggen;
- geef je bewegings- en zwaarte-energie een formule, en gebruik je het behoud ervan als rekenmethode;
- volg je wat wrijving met energie doet;
- reken je met vermogen en rendement aan de pomp en de dakmotor van Habitat.
Arbeid: kracht maal weg
Een kracht die een voorwerp over een afstand verplaatst, draagt energie over. Die overgedragen energie heet arbeid. Werkt de kracht in de richting van de verplaatsing, dan is ze gewoon kracht maal afstand. Maakt de kracht een hoek met de verplaatsing, dan telt alleen de component langs de verplaatsing, (hoofdstuk 6):
Het teken van de arbeid heeft een betekenis:
- (): de kracht geeft energie aan het voorwerp. Je duwt de kar vooruit.
- (): de kracht draagt geen energie over. Een boodschappentas horizontaal dragen: je tilt verticaal, de tas beweegt horizontaal. (Moe word je wel: je spieren verbruiken energie om te blijven aanspannen, maar die komt niet in de tas terecht.) Ook de normaalkracht op een horizontaal rijdende kar doet geen arbeid.
- (): de kracht neemt energie weg. Wrijving werkt tegen de beweging (, ): ze zet bewegingsenergie om in warmte.
In de natuurkunde is arbeid alleen wat een kracht langs een verplaatsing overdraagt. Een zware kist een uur lang stilhouden kost veel inspanning, maar de arbeid op de kist is nul: ze verplaatst niet. Een plank die de kist draagt, doet precies hetzelfde zonder moe te worden.
Habitat: de arbeid van elke kracht op de batterijkar
De batterijkar (80 kg) wordt aan constante snelheid over de hele oprit geduwd: 6,41 m langs de helling, 0,40 m hoger. Uit hoofdstuk 8: duwkracht 68,6 N langs de helling, , rolweerstand 19,6 N, normaalkracht 783 N. Bereken de arbeid van elke kracht en tel ze op.
- langs de helling omhoog
- , , ,
- per kracht, en de som
- 1Duwkracht, in de zin van de verplaatsing (): .
- 2Zwaartekracht: haar component langs de helling wijst omlaag, tegen de verplaatsing: . (Of met de volle kracht en de hoek tussen verticaal omlaag en de verplaatsing, : .)
- 3Rolweerstand, tegen de beweging (): .
- 4Normaalkracht, loodrecht op de verplaatsing: .
- 5Som: .
Arbeid als oppervlakte
Teken de kracht in functie van de verplaatsing, een (F,s)-grafiek. Bij een constante kracht is de arbeid de oppervlakte van een rechthoek, zoals de verplaatsing de oppervlakte was onder een (v,t)-grafiek (hoofdstuk 7). Dat blijft gelden als de kracht verandert: de arbeid is de oppervlakte onder de (F,s)-grafiek.
Een voorbeeld is een veer. Volgens de wet van Hooke (hoofdstuk F11) groeit de kracht evenredig met de uitrekking: , met de veerconstante in N/m. Wie een veer uitrekt, begint met een kleine kracht en eindigt met een grote. De oppervlakte is een driehoek:
Moet je een oppervlakte onder een kromme bepalen, dan tel je hokjes of splits je ze in stroken: precies wat een computer doet (hoofdstuk 7, en hoofdstuk E3 met integralen).
Kinetische energie
Hoeveel energie zit er in een bewegend voorwerp? Reken uit hoeveel arbeid nodig is om het vanuit stilstand op snelheid te brengen. Een constante resulterende kracht geeft een versnelling (tweede wet). De afstand die daarvoor nodig is, volgt uit de formule zonder tijd (hoofdstuk 7): , dus . De arbeid is dan
De versnelling valt weg: hard duwen over een korte afstand of zacht duwen over een lange, het resultaat is hetzelfde. Die energie noemen we de kinetische energie (bewegingsenergie):
| voorwerp | massa | snelheid | |
|---|---|---|---|
| schuifpaneel van het kasdak | 10 kg | 0,10 m/s | 0,05 J |
| wandelaar | 70 kg | 1,4 m/s | 69 J |
| fietser met fiets | 90 kg | 18 km/h | 1,1 kJ |
| auto in de bebouwde kom | 1200 kg | 50 km/h | 116 kJ |
| auto op de autosnelweg | 1200 kg | 120 km/h | 667 kJ |
Omdat in het kwadraat staat, groeit de energie snel met de snelheid: twee keer zo snel is vier keer zoveel energie. Een auto aan 120 km/h heeft bijna zes keer de energie van dezelfde auto aan 50 km/h.
Waarom de remweg met het kwadraat groeit
In hoofdstuk 7 leidde je de remafstand af met oppervlaktes. Toon nu met energie aan waarom een auto van 1200 kg die remt met een remkracht van 8400 N (7,0 m/s²) bij 100 km/h vier keer zo ver remt als bij 50 km/h. Hoe hoog zou je dezelfde auto moeten laten vallen om evenveel kinetische energie te krijgen als bij 50 km/h?
- ,
- en
- remafstand bij beide snelheden
- gelijkwaardige valhoogte
- 1Tijdens het remmen is de remkracht de resulterende kracht, tegen de beweging in. Haar arbeid is , en die moet alle kinetische energie wegnemen: .
- 250 km/h: ; .
- 3100 km/h: (vier keer zoveel); .
- 4Valhoogte met dezelfde energie: , dus .
Potentiële energie: zwaarte-energie
Til een voorwerp met massa traag een hoogte op. Je kracht is even groot als de zwaartekracht, , en je arbeid is . Die energie is niet weg: laat je het voorwerp los, dan krijg je ze terug als bewegingsenergie. Ze zit 'opgeslagen' in de hoogte, als potentiële energie of zwaarte-energie:
Belangrijk: de arbeid van de zwaartekracht hangt alleen af van het hoogteverschil, niet van de weg. Recht omhoog tillen of over een lange, flauwe oprit duwen: de zwaartekracht neemt telkens op. Een oprit verkleint de kracht, niet de energie. Dat is de 'gulden regel' van alle eenvoudige machines: hefboom, katrol, hellend vlak. Wat je wint aan kracht, verlies je aan weg (hoofdstuk F12).
gaat ervan uit dat overal even groot is. Voor alles op aarde, tot vele kilometers hoog, klopt dat goed genoeg. Voor satellieten en raketten niet meer: daar neemt de zwaartekracht merkbaar af met de afstand tot het middelpunt van de aarde.
Behoud van mechanische energie
Laat een bal van 0,50 kg vallen van 10 m hoogte. Bovenaan heeft hij en geen . Onderweg wint hij snelheid en verliest hij hoogte. Zolang alleen de zwaartekracht arbeid doet, is wat de ene vorm verliest precies wat de andere wint:
Die wet is een krachtige rekenmethode, want ze vraagt de tijd niet en ook de vorm van de baan niet. Deel door en de massa valt weg. Voor een val vanuit rust over een hoogte geeft ze meteen : dezelfde formule als in hoofdstuk 7, zonder één keer te gebruiken. En ze geldt evengoed voor een glijbaan, een slinger of een achtbaan, waar de versnelling voortdurend verandert en de formules van de EVRB niet meer werken.
Met wrijving daalt de mechanische energie. De energie is niet weg: ze wordt warmte (de deeltjes van de oppervlakken gaan sneller trillen, hoofdstuk F6). De totale energie blijft behouden: is constant, met de wrijvingswarmte, gelijk aan de arbeid tegen de wrijving, .
De bal uit hoofdstuk 4, nu met energie
In hoofdstuk 4 gooide je een bal recht omhoog: hij verliet je hand op 1,5 m hoogte met 10 m/s, en met een parabool vond je een top van 6,60 m. Bereken die top nu met behoud van energie. Met welke snelheid komt de bal op de grond, als je hem niet vangt? Luchtweerstand verwaarloos je.
- ,
- top: ; grond:
- en
- 1Kies de grond als referentieniveau. Energie in de hand, per kg (deel door ): .
- 2Top (): , dus .
- 3Grond (): , dus .
Energie in een achtbaan
Een achtbaan heeft geen motor in de karretjes. Een ketting trekt ze naar het hoogste punt, en daarna doet de zwaartekracht het werk. De figuur toont een baan zonder wrijving, met de energie in elk punt als staafje: groen de zwaarte-energie, blauw de bewegingsenergie. De hoogte van elk staafje is dezelfde.
- 1A: de top van de optakelheuvel
30 m hoog, (bijna) stil. Alle energie is zwaarte-energie. Voor een karretje van 500 kg heeft de ketting arbeid geleverd: meer komt er daarna nooit bij.
- 2B: het laagste punt
Alle zwaarte-energie is bewegingsenergie geworden: , 87 km/h. Voor elk karretje, zwaar of licht.
- 3C: de tweede heuvel is lager
Op 20 m is nog 10 m 'over': . Een heuvel van meer dan 30 m haalt het karretje nooit: er is geen energie voor.
- 4D: tweede dal
Op 8 m: . De snelheid hangt alleen af van hoe diep het punt onder de start ligt, niet van de weg ernaartoe.
- 5E: de remmen
Het station ligt op 5 m; het karretje komt aan met . Remmen (wrijving of wervelstroomremmen) zetten die bewegingsenergie om in warmte.
- 6In werkelijkheid
Wrijving in de wielen en luchtweerstand nemen onderweg energie weg: elk staafje zou iets korter zijn dan het vorige, en de echte snelheden liggen enkele procenten lager. Daarom moet elke volgende heuvel duidelijk lager zijn dan de start.
Wrijving, verlies en rendement
Geen enkele machine zet alle energie om in wat je wil. Een motor wordt warm, een pomp maakt het water wat warmer en draaikolken in de leidingen kosten energie. Het rendement (de Griekse letter èta) zegt welk deel nuttig is:
Het Sankey-diagram (hoofdstuk F15) toont waar de energie heen gaat, met de breedte van elke pijl evenredig met het vermogen. Het diagram hiernaast hoort bij de pomp van de waterkringloop van Habitat: een 12 V-dompelpomp die 12 W opneemt en 5,0 liter per minuut 1,5 m hoog pompt. Het nuttige vermogen is de zwaarte-energie die het water per seconde krijgt: . Het rendement is dus maar 10 %.
Dat is typisch voor kleine pompen. Grote centrifugaalpompen halen 70 à 90 %, elektromotoren van enkele kilowatt 85 à 90 %. Hoe kleiner de machine, hoe groter het deel dat verloren gaat aan wrijving in lagers, lekstromen en draaikolken.
De 10,8 W die 'verloren' gaat, is niet vernietigd. Ze zit als warmte in de motor, de pomp en het water. Voor de energiewet telt ze volledig mee; voor de gebruiker is ze waardeloos. Verlies betekent: omgezet in een vorm die je niet kan gebruiken.
Vermogen: hoe snel energie omgezet wordt
Een lift en een trap brengen je naar dezelfde verdieping, met dezelfde zwaarte-energie. Het verschil is de tijd. Het vermogen is de arbeid (of de omgezette energie) per seconde:
Energie in kilowattuur. Een vermogen van 1 kW gedurende 1 uur levert : dat is 1 kWh, de eenheid op je energiefactuur (hoofdstuk F21). Voor kleine toestellen reken je in wattuur: .
| toestel of situatie | vermogen (orde van grootte) |
|---|---|
| schuifpaneel van het kasdak (mechanisch) | 6 W |
| pomp van de waterkringloop (elektrisch) | 12 W |
| mens, lang volgehouden (recreatief fietsen) | 100 à 200 W |
| mens, enkele seconden (trap oplopen) | 500 W à 1 kW |
| waterkoker | 2 kW |
| gezinsauto (motor, maximaal) | 50 à 150 kW |
| pompcentrale van Coo (alle turbines) | ruim 1 GW |
De dakmotor. Bij het sluiten trekt de riem met ongeveer 59 N aan 0,10 m/s: mechanisch. De grafiek toont over de hele sluiting; de oppervlakte eronder is de arbeid, . Daarvan wordt 24,9 J zwaarte-energie van het paneel en 10,7 J warmte in de glijders.
Je eigen vermogen op de trap
Hoeveel vermogen levert je lichaam als je een trap oploopt, en als je hem rustig op stapt?
- een trap met minstens 12 treden
- rolmeter
- stopwatch (of de stopwatch van een smartphone)
- personenweegschaal

- 1Meet je massa. Meet de hoogte van één trede en tel de treden; bereken de totale hoogte .
- 2Een partner meet de tijd van de eerste tot de laatste trede terwijl je rustig naar boven stapt.
- 3Herhaal terwijl je zo snel als veilig kan naar boven loopt. Herhaal elke meting twee keer.
- 4Bereken telkens de zwaarte-energie en het vermogen .
Voorbeeld: 58 kg, 18 treden van 17,0 cm, dus . Rustig stappen: 9,0 s. Lopen: 3,4 s. .
| tijd | vermogen | |
|---|---|---|
| rustig stappen | 9,0 s | |
| lopen | 3,4 s |
Dezelfde energie in minder tijd is een groter vermogen. Een halve kilowatt houdt een mens maar enkele seconden vol; lang volhouden lukt met ongeveer 100 à 200 W, een getrainde wielrenner haalt een uur lang ongeveer 300 à 400 W.
Wat je berekent, is alleen het nuttige vermogen: de zwaarte-energie per seconde. Je spieren hebben een rendement van ongeveer 20 à 25 %: om 512 W nuttig te leveren, verbruikt je lichaam er ruim 2 kW, en de rest wordt warmte. Daarom krijg je het warm op de trap. De beweging van armen en benen en de schokken bij elke stap tellen hier niet mee, dus je echte vermogen is nog iets groter.
Habitat: water naar een hoger reservoir pompen
De pomp van de waterkringloop brengt de voedingsoplossing uit het reservoir van 60 L naar de bovenste kweekgoot, 1,5 m hoger, van waar ze door de goten terugstroomt. De pomp neemt 12 W op (12 V, 1,0 A) en verplaatst 5,0 L per minuut. Hoeveel zwaarte-energie krijgt het water als de pomp de hele 60 L één keer rondpompt? Hoe lang duurt dat, hoeveel elektrische energie kost het, en wat is het rendement?

- , dus (de oplossing is bijna zuiver water, 1,00 kg per liter)
- , debiet 5,0 L/min
- , pomptijd, ,
- 1Zwaarte-energie: .
- 2Pomptijd: .
- 3Elektrische energie: .
- 4Rendement: , ongeveer 10 %. Nuttig vermogen: .
Water als batterij?
Zou Habitat energie kunnen opslaan door water omhoog te pompen, en ze 's nachts terug te winnen met een turbine? Vergelijk met een batterij. Reken voorlopig met een batterij van 12 V en 100 Ah (hoofdstuk 16 en 20 kiezen de echte).
- batterij:
- reservoir: 60 kg water, 1,5 m hoger: 883 J
- hoeveel water op 1,5 m evenveel energie bevat als de batterij
- welk deel van de batterij één pompbeurt kost
- 1Energie in de batterij: .
- 2Massa water op 1,5 m met dezelfde energie: , dus ongeveer water: het volume van een klein zwembad.
- 3Anders bekeken: de batterij bevat evenveel energie als volle reservoirs van 60 L op 1,5 m. Of: ze kan dat ene reservoir 7,3 km hoog tillen.
- 4Eén keer 60 L rondpompen kost 2,4 Wh elektrisch: van de batterij.
Coo: een batterij van acht miljoen kubieke meter
In de Belgische Ardennen, bij Coo en Trois-Ponts, ligt de grootste energieopslag van België. Het is een pompcentrale, gebouwd tussen 1967 en 1979: twee kunstmatige meren op een heuvel, en een lager meer in de vallei van de Amblève, ongeveer 270 m lager. Samen kunnen de bovenbekkens ongeveer 8,5 miljoen kubieke meter water bevatten.
Als er veel goedkope stroom is (vroeger 's nachts, nu steeds vaker op zonnige, winderige dagen), pompen zes machines het water naar boven. Als er stroom tekort is, laten ze het terugstromen: dezelfde machines werken dan als turbines en generatoren. Samen leveren ze ruim 1 gigawatt, vijf à zes uur lang.
Reken na: , ongeveer 6 GWh. Niet al dat water is bruikbaar en de omzetting kost energie; de centrale kan ongeveer 5 GWh leveren. Een volledige cyclus, oppompen en terug omzetten, heeft een rendement van ongeveer 75 %: voor elke 3 kWh die de centrale teruglevert, heeft ze er 4 verbruikt om te pompen.
Een pompcentrale werkt met precies dezelfde formule als het reservoir van Habitat. Het verschil zit in de getallen: 8,5 miljoen ton in plaats van 60 kg, 270 m in plaats van 1,5 m. Wie energie wil opslaan, moet eerst nagaan of de ordes van grootte kloppen. In 2021 werden de bovenbekkens uitgebreid met 600 000 m³: reken zelf na dat dat ruim 400 MWh extra is (opdracht 9.17).

Python: een energieboekhouding
Hoofdstuk 8 liet de batterijkar van de oprit rollen. Het programma rekent die beweging stap voor stap uit met de tweede wet, en houdt tegelijk drie energieposten bij: de kinetische energie, de zwaarte-energie boven de voet van de oprit, en de warmte die de rolweerstand ontwikkelt ( per stap). Als de natuurkunde klopt, moet de som constant blijven.
# energie.py - de batterijkar rolt van de oprit: een energieboekhouding, stap voor stapimport math G = 9.81M = 80.0 # kar met batterijen (kg)ALFA = math.atan(0.0625) # hellingshoek van een oprit van 6,25 % (radialen)L = 6.41 # lengte van de oprit (m)H0 = 0.40 # hoogte van de bovenkant (m)MU_R = 0.025 # rolweerstandscoefficientDT = 0.001 # tijdstap (s) F_par = M * G * math.sin(ALFA) # zwaartekracht langs de helling (N)F_r = MU_R * M * G * math.cos(ALFA) # rolweerstand (N) s, v, warmte = 0.0, 0.0, 0.0 # weg langs de oprit (m), snelheid (m/s), wrijvingswarmte (J)print(" t (s) s (m) Ek (J) Ep (J) warmte (J) som (J)")stap = 0while s < L: if stap % 1000 == 0: # elke seconde een regel Ek = 0.5 * M * v ** 2 Ep = M * G * (H0 - s * math.sin(ALFA)) print(f"{stap * DT:5.1f} {s:5.2f} {Ek:6.1f} {Ep:6.1f} {warmte:10.1f} {Ek + Ep + warmte:6.1f}") a = (F_par - F_r) / M # tweede wet langs de helling ds = v * DT + 0.5 * a * DT ** 2 warmte = warmte + F_r * ds # arbeid van de rolweerstand wordt warmte s = s + ds v = v + a * DT stap = stap + 1Ek = 0.5 * M * v ** 2print(f"beneden na {stap * DT:.2f} s: v = {v:.2f} m/s, Ek = {Ek:.1f} J, warmte = {warmte:.1f} J")Uitvoer (gecontroleerd door het programma te draaien):
t (s) s (m) Ek (J) Ep (J) warmte (J) som (J) 0.0 0.00 0.0 313.9 0.0 313.9 1.0 0.18 5.4 304.9 3.6 313.9 2.0 0.73 21.6 278.0 14.4 313.9 3.0 1.65 48.5 233.0 32.4 313.9 4.0 2.94 86.3 170.1 57.5 313.9 5.0 4.59 134.8 89.2 89.9 313.9 beneden na 5.91 s: v = 2.17 m/s, Ek = 188.3 J, warmte = 125.6 J
De som blijft 313,9 J: de zwaarte-energie bovenaan (). Beneden is 60 % bewegingsenergie geworden (188 J) en 40 % warmte (126 J). De kar komt aan met 2,17 m/s, zoals in opdracht 8.14. Zo'n controle, 'blijft de totale energie behouden?', gebruiken ingenieurs om een simulatie te testen: klopt de som niet, dan zit er een fout in het model of in de code.
Overzicht: arbeid, energie en vermogen
| symbool | betekenis | eenheid |
|---|---|---|
| arbeid | J = N·m | |
| kracht | N | |
| verplaatsing | m | |
| hoek tussen kracht en verplaatsing | ° |
| symbool | betekenis | eenheid |
|---|---|---|
| hoogte boven het referentieniveau | m |
| symbool | betekenis | eenheid |
|---|---|---|
| vermogen | W = J/s | |
| rendement | geen (of %) |
| eenheid | in joule |
|---|---|
| 1 Wh (wattuur) | 3600 J |
| 1 kWh | 3,6 MJ |
| 1 kJ | 1000 J |
| 1 kcal (op voedingsverpakkingen) | 4184 J |
| toestel of situatie | vermogen (orde van grootte) |
|---|---|
| schuifpaneel van het kasdak (mechanisch) | 6 W |
| pomp van de waterkringloop (elektrisch) | 12 W |
| mens, lang volgehouden (recreatief fietsen) | 100 à 200 W |
| mens, enkele seconden (trap oplopen) | 500 W à 1 kW |
| waterkoker | 2 kW |
| gezinsauto (motor, maximaal) | 50 à 150 kW |
| pompcentrale van Coo (alle turbines) | ruim 1 GW |
| Habitat: rekenwaarden uit dit hoofdstuk | |
|---|---|
| pomp waterkringloop | 12 V, 1,0 A (12 W), 5,0 L/min bij 1,5 m opvoerhoogte, rendement ongeveer 10 % |
| 60 L één keer rondpompen | 883 J zwaarte-energie, 12 min, 2,4 Wh elektrisch |
| kasdak sluiten | 35,5 J per sluiting, 6 W mechanisch |
| batterij (voorlopig) | 1,2 kWh = 4,32 MJ |
Waar energie terugkomt
Energie is de grootheid die alle leerlijnen verbindt: mechanisch, elektrisch, chemisch, warmte, licht. Dit hoofdstuk gaf haar de mechanische vorm, met kracht en weg. In de rest van Intermediate reken je ze om naar warmte, naar elektriciteit en naar de opbrengst van een zonnepaneel, en stel je voor de klimaatmodule een energiebudget op.
Energievormen, behoud, rendement en het Sankey-diagram, nu met formules.
Elektrisch vermogen P = U · I en energie in kWh: de pomp neemt 12 V · 1,0 A op.
De formule zonder tijd, waaruit ½ m v² volgt; de remweg op twee manieren.
De krachten waarvan je hier de arbeid berekent, en de wrijving die energie in warmte omzet.
Pompen en leidingen: opvoerhoogte, druk en de wrijving in de leidingen.
Wat er in een batterij gebeurt, en de capaciteit in Ah en Wh.
Waar de 'verloren' energie heen gaat: warmte en temperatuurstijging.
Het energiebudget van de klimaatmodule, met de pomp als verbruiker.
Arbeid bij een veranderlijke kracht als integraal van F over s.
Waarom je warmte nooit volledig terug in arbeid omzet: de tweede hoofdwet.
In het kort
- Arbeid is kracht maal verplaatsing langs de kracht: , in joule. Mee met de beweging positief, loodrecht nul, tegen de beweging negatief.
- Bij een veranderlijke kracht is de arbeid de oppervlakte onder de (F,s)-grafiek; een veer uitrekken kost .
- Kinetische energie volgt uit en de formule zonder tijd. De arbeid van de resulterende kracht is .
- Zwaarte-energie hangt alleen af van het hoogteverschil, niet van de weg: een oprit verkleint de kracht, niet de energie.
- Zonder wrijving blijft constant. Zo reken je snelheden en hoogtes uit zonder de tijd te kennen.
- Wrijving zet mechanische energie om in warmte, . De totale energie blijft behouden.
- Vermogen is energie per seconde: , in watt. .
- Rendement is nuttig gedeeld door toegevoerd; de pomp van Habitat haalt ongeveer 10 %. Zwaarte-energie is 'dun': 60 L op 1,5 m is maar 883 J.
Wat je nu kent
- arbeid
- Energie die een kracht overdraagt langs een verplaatsing: , in joule.
- joule
- Eenheid van energie en arbeid: , de arbeid van 1 N over 1 m.
- kinetische energie
- Energie van een bewegend voorwerp: .
- potentiële energie
- Hier: zwaarte-energie, , met de hoogte boven een gekozen referentieniveau.
- mechanische energie
- De som van kinetische en potentiële energie; zonder wrijving blijft ze constant.
- arbeid-energiestelling
- De arbeid van de resulterende kracht is gelijk aan de verandering van de kinetische energie.
- vermogen
- Energie (of arbeid) per tijdseenheid: , in watt (); ook .
- kilowattuur
- Energie die een vermogen van 1 kW in 1 uur levert: .
- rendement
- Het deel van de toegevoerde energie dat nuttig gebruikt wordt: .
- opvoerhoogte
- Het hoogteverschil waarover een pomp een vloeistof omhoog brengt.