Wie is de Leider?
Iedereen beweegt mee - maar wie begon?. Eén kind is detective en staat buiten. De kring kiest een leider die bewegingen start; iedereen volgt. De detective moet raden wie.
Waarom dit spel werkt
Om te winnen moet de detective de gezichten in de kring één voor één afgaan. Om níet gesnapt te worden, moeten de anderen elkaar in het ooghoekje houden in plaats van te staren. Beide kanten trainen exact wat een nieuwe groep mist: aandacht voor elkaar. Het is bovendien rustig en stil - de ideale landing na een wild spel of vlak voor een pauze.
Wat je nodig hebt
Materiaal
- Niets.
Vooraf klaarzetten
- Bedenk waar de detective naartoe gaat terwijl de leider wordt gekozen: buiten de deur, of gewoon met de rug naar de kring en de ogen dicht.
De opstelling
Kring, staand of zittend. De detective in het midden.
Zo leg je het uit
Eén iemand is detective en gaat even weg. Wij kiezen dan in stilte een leider. Die leider begint met een beweging - klappen, wiegen, tikken op je knie - en iedereen doet die beweging mee. De leider verandert af en toe van beweging en iedereen volgt zo snel mogelijk. De detective komt terug in het midden en heeft drie kansen om te raden wie de leider is. Belangrijk: kijk niet recht naar de leider, want dan verklap je hem.
Stap voor stap
Detective weg
Kies een detective en stuur hem even weg of laat hem zich omdraaien met de ogen dicht.
Leider kiezen
Wijs in stilte een leider aan. Iedereen weet nu wie het is.
Beweging starten
De leider begint een beweging; de kring doet mee. Laat een paar seconden lopen voor de detective terugkomt.
Detective raadt
De detective staat in het midden en draait rond. Drie gokken. Ondertussen wisselt de leider om de tien à twintig seconden van beweging.
Wissel
Gelukt? De leider wordt detective. Niet gelukt? De leider mag zelf de volgende detective kiezen. Speel drie tot vijf rondes.
Varianten
Met geluid
De bewegingen mogen ook geluid maken. Veel makkelijker voor de detective, dus goed voor jonge kinderen.
Twee leiders
Vanaf 11 jaar: twee leiders tegelijk, de kring volgt wie hij wil. Nu wordt het écht moeilijk.
Naam-versie
De leider zegt telkens een naam uit de kring in plaats van een beweging te maken; de hele kring herhaalt die naam op hetzelfde ritme. Zo wordt het een naamspel.
Makkelijker en moeilijker maken
Kleinere kring (acht kinderen) en vijf gokken. En zeg vooraf tegen de kring: het is niet erg als hij het raadt.
De kring mag niet meebewegen op het moment dat de leider wisselt, maar pas twee tellen later. Bijna niet te raden - en fantastisch om te zien.
Waar het meestal misloopt
- Iedereen staart naar de leider. Zeg het één keer duidelijk en oefen het even: kijk naar het midden, gebruik je ooghoeken.
- De detective raadt willekeurig en snel. Geef hem een opdracht: 'Kijk eerst een halve ronde rond voor je je eerste gok doet.'
- Dezelfde kinderen worden leider. Wijs zelf aan en let erop dat ook de stille kinderen aan de beurt komen - dit is precies hun spel.