De Vragen-dobbelsteen
Gooien, lezen, antwoorden. Twee zelfgevouwen kubussen: eentje met vragen, eentje met wie moet antwoorden. Gooien en praten.
Waarom dit spel werkt
Het toeval van de dobbelsteen haalt de druk weg: niemand kiest een vraag, dus niemand kan verweten worden dat hij iets vraagt. Kinderen die niets durven te vragen, kunnen zich achter de steen verstoppen; kinderen die niets durven te vertellen, hebben een goede reden om toch te antwoorden. En het vouwen zelf is al een eerste samenwerkingsklusje.
Wat je nodig hebt
Materiaal
- Eén bouwplaat per groepje (zie printblad) - er staan twee kubussen op: vraagsteen en wie-steen.
- Schaar en lijm of plakband per groepje.
- Eventueel stevig papier (160 g) - gewone kopieerpapier scheurt snel.
Vooraf klaarzetten
- Print één bouwplaat per groepje van vier. Op 160 g papier houdt een steen een heel jaar mee.
- Vouw er zelf één op voorhand: dan kan je hem tonen en hoef je het vouwen niet uit te leggen.
- Blanco vakjes op de bouwplaat kan je zelf invullen met vragen die bij jouw groep passen.
De opstelling
Groepjes van vier tot zes, zittend op de grond of aan een tafel.
Zo leg je het uit
Jullie maken eerst samen twee dobbelstenen: uitknippen, vouwen langs de lijnen, en de flapjes vastplakken. Op de ene steen staan zes vragen, op de andere staat wie er moet antwoorden - jij, je linkerbuur, iedereen, en zo verder. Je gooit allebei de stenen tegelijk en dan weet je wat er gevraagd wordt en aan wie.
Stap voor stap
Vouwen
Tien minuten knippen, vouwen en plakken. Laat groepjes elkaar helpen; het lukt altijd.
Eerste worp
Het jongste kind gooit als eerste. Vraagsteen + wie-steen tegelijk.
Antwoorden
Wie moet antwoorden, antwoordt. Kort - een halve minuut is genoeg. Daarna de volgende die gooit.
Doorspelen
Vijftien minuten laten lopen. Loop rond en luister mee; je hoort meer over je groep dan in een uur klasgesprek.
Ophalen
Terug in de kring: 'Wat was de leukste vraag?' Laat de groep die vraag dan één keer aan iedereen stellen. Als afsluiting: de stenen blijven in de klas of de kamplokaal liggen voor later.
Varianten
Eén reuzensteen
Maak één grote kubus uit een kartonnen doos, beplak hem met de vragen en speel in de hele kring. Enorm effectief bij jonge kinderen.
Zelf vragen schrijven
Print de blanco bouwplaat en laat de groep zelf twaalf vragen bedenken. Dat schrijven ís al het spel.
Wie-steen weglaten
Alleen de vraagsteen, en wie gooit, kiest zelf aan wie hij de vraag stelt. Directer en spannender.
Makkelijker en moeilijker maken
Alleen de vraagsteen, en jij vouwt hem op voorhand. Vragen met tekeningen erbij voor wie nog niet vlot leest.
Voeg een derde steen toe met 'hoe je moet antwoorden': zingend, in één woord, met je ogen dicht, als een nieuwslezer.
Waar het meestal misloopt
- Te dun papier: de steen wordt een propje. Print op 160 g of plak de bouwplaat op karton.
- Groepjes die alleen maar vouwen. Zet een timer op tien minuten en start dan het spel, ook als niet alles perfect geplakt is.
- Altijd dezelfde die antwoordt. Daarvoor bestaat de wie-steen - gebruik hem.
Afsluiten
Printklaar materiaal
Openen, printen op ware grootte (100%), knippen. Alles staat ook samen in de printbank.
Bouwplaat met twee kubussen: vraagsteen en wie-steen.
VraagkaartenAchtenveertig kennismaakvragen om te knippen, oplopend van makkelijk naar diep.