Alle Stoelen Wisselen Die...
Fruitmand, maar dan om elkaar te leren kennen. Een stoel te weinig. Wie in het midden staat, roept iets over zichzelf; iedereen voor wie dat óók geldt, moet wisselen.
Waarom dit spel werkt
Dit is het snelste sociale scanapparaat dat er bestaat. Elke ronde stelt iemand een categorie voor en de groep sorteert zichzelf zichtbaar: 'oh, jij ook?' Voor kinderen die zich buitenbeentje voelen, is het vaak het eerste moment van de dag waarop ze zien dat ze niet alleen zijn. Bijkomend voordeel: het is luid, snel en iedereen doet mee, ook wie niet graag praat.
Wat je nodig hebt
Materiaal
- Eén stoel per kind, min één.
- Eventueel een fluitje of iets om de ronde te stoppen.
Vooraf klaarzetten
- Zet de stoelen in een echte kring met de zittingen naar binnen, stevig, zonder wieltjes.
- Bedenk vijf goede voorbeeldzinnen om te starten, oplopend van makkelijk naar persoonlijk.
De opstelling
Kring van stoelen, iedereen zit, één kind staat in het midden. Het midden moet minstens twee meter vrij zijn.
Zo leg je het uit
Wie in het midden staat, zegt: 'Alle stoelen wisselen die...' en dan iets dat over hemzelf waar is. Bijvoorbeeld: 'alle stoelen wisselen die met de fiets gekomen zijn'. Iedereen voor wie dat klopt - ook wie het riep - moet opstaan en een andere stoel zoeken. Je mag niet naar de stoel van je buur en niet terug naar je eigen stoel. Wie geen stoel vindt, staat in het midden en roept de volgende.
Stap voor stap
Voorbeelden geven
Jij staat als eerste in het midden. Roep drie oplopende voorbeelden: iets uiterlijks ('wie een blauwe trui draagt'), iets over gewoontes ('wie brood at vanmorgen'), iets persoonlijkers ('wie een broer of zus heeft').
De eerste rondes
Laat het gewoon lopen. De eerste vijf rondes gaan altijd over kleren en eten - dat is normaal, laat het.
Verdiepen
Na een minuut of vijf: 'De volgende drie rondes moeten over iets gaan dat we níet aan je kunnen zien.' Nu komen de goede dingen: 'wie een huisdier heeft', 'wie kan zwemmen', 'wie bang is van spinnen'.
Bevriezen en kijken
Roep af en toe 'stop!' terwijl iedereen staat. Laat iedereen rondkijken: 'Zie je wie er allemaal met jou is opgestaan?' Dat halve seconde kijken is de kern van het spel.
Afronden
Laatste ronde: 'alle stoelen wisselen die vandaag iemand nieuws hebben leren kennen.' Iedereen staat op. Mooi einde.
Varianten
Zonder stoelen
Buiten of in een gymzaal: iedereen staat in een kring op een merkteken (krijtje, pion, jas). Werkt identiek.
Coöperatief
Niemand valt af; wie geen plaats vindt, mag gewoon kiezen wat er als volgende geroepen wordt. Rustiger en veiliger voor jonge groepen.
Met vervolgvraag
Wie in het midden komt, mag eerst één vraag stellen aan iemand die opstond. Trager, veel meer opbrengst.
Makkelijker en moeilijker maken
Jij roept alle categorieën zelf en de kinderen wisselen alleen. Voor kleuters: alleen zichtbare dingen (kleuren, kleren).
De zin moet beginnen met 'iedereen die net als ik...' en mag niet over kleren of eten gaan. Dwingt tot echt nadenken.
Waar het meestal misloopt
- Sprinten en duwen. Zet vooraf vast: stappen, geen lopen. Het spel wordt er niet minder leuk van, wel minder gevaarlijk.
- Hetzelfde kind blijft in het midden. Regel: wie drie keer na elkaar in het midden staat, mag iemand aanwijzen om te wisselen.
- Kwetsende categorieën ('iedereen die geen papa heeft'). Spreek vooraf af: het gaat over wat je doet, hebt of leuk vindt - niet over hoe je eruitziet of wie je familie is.
Afsluiten
Printklaar materiaal
Openen, printen op ware grootte (100%), knippen. Alles staat ook samen in de printbank.