De Krantenmepper
Namen ophalen onder tijdsdruk. Eén kind in het midden met een opgerolde krant. Er wordt een naam geroepen; die persoon moet snel een ándere naam roepen vóór de mepper hem tikt.
Waarom dit spel werkt
Geheugenonderzoek noemt dit retrieval onder druk: informatie ophalen wanneer het spannend is, verankert veel sterker dan rustig herhalen. Kinderen voelen dat ook: na dit spel zeggen ze zelf dat ze 'nu iedereen kennen'. Het is bovendien luid, snel en grappig, dus het werkt uitstekend als tweede of derde spel, wanneer de eerste spanning eraf is.
Wat je nodig hebt
Materiaal
- Eén krant, opgerold en rondom afgeplakt met plakband tot een zachte, stevige koker van ongeveer 50 cm.
- Stoelen in een kring, één per kind (de mepper heeft er geen).
Vooraf klaarzetten
- Rol de krant écht goed op en plak hem volledig af - een losse krant zwiept en doet meer pijn dan je denkt.
- Zet de stoelen zo dat er in het midden minstens twee meter vrije ruimte is.
- Zorg dat iedereen zijn eigen naam één keer luidop gezegd heeft vóór je begint. Zonder dat werkt het spel niet.
De opstelling
Kring van stoelen, iedereen zit. Eén kind staat in het midden met de krant.
Zo leg je het uit
Wie in het midden staat, heeft de krant. Iemand roept een naam. Die persoon moet zo snel mogelijk zelf een andere naam roepen - vóór de mepper hem zachtjes op de knie of het been tikt. Lukt dat niet? Dan wissel je: jij gaat naar het midden. Er wordt alleen op knieën en benen getikt, nooit hoger. En je mag nooit twee keer na elkaar dezelfde naam roepen.
Stap voor stap
Start
Jij staat in het midden en roept een naam. Dat kind moet meteen een andere naam roepen. Jij loopt naar het kind wiens naam als laatste viel.
Tikken of ontsnappen
Tik je hem vóór hij een nieuwe naam geroepen heeft, dan wisselen jullie van plaats. Roept hij op tijd, dan draai je om en ga je achter de nieuwe naam aan.
Het tempo bouwt zichzelf op
Na een minuut of twee gaat het razendsnel. Grijp niet in - de chaos is het spel.
Rustpunt
Roep om de vijf minuten 'stop': iedereen wisselt van stoel, en het spel gaat verder met een nieuwe zitorde. Zo krijg je nieuwe buren, dus nieuwe namen.
Varianten
Naam + kleur
Je moet niet alleen de naam roepen maar ook de kleur van iemands trui. Trager, maar dwingt tot echt kijken.
Twee kranten
Vanaf 11 jaar en bij een grote groep: twee meppers tegelijk. Onvoorspelbaar en heel grappig.
De omgekeerde
Je roept niet de naam van iemand anders, maar je eigen naam. De mepper moet dan raden wie het zei zonder te kijken. Rustiger, en ook goed.
Makkelijker en moeilijker maken
Laat naamkaartjes op de borst hangen of gebruik de gevouwen naamkaartjes op de stoel. Voor jonge kinderen: de mepper wijst en de naam wordt door de groep geroepen.
Naam + één ding dat je over die persoon geleerd hebt vandaag ('Sara-die-paardrijdt'). Nu moet je namen én verhalen ophalen.
Waar het meestal misloopt
- De krant is te hard. Test hem eerst op je eigen been. Als het pijn doet, is hij te hard.
- Altijd dezelfde drie namen. Voeg de regel toe: een naam die net gevallen is, mag een minuut lang niet opnieuw.
- Eén kind blijft in het midden hangen en wordt beschaamd. Grijp in: roep zelf een naam en laat hem wisselen na hoogstens twee beurten.
Afsluiten
Printklaar materiaal
Openen, printen op ware grootte (100%), knippen. Alles staat ook samen in de printbank.