Teken je Vakantie als Strip
Zes vakjes, één zomer. Iedereen tekent zijn vakantie in zes stripvakjes. Daarna vertel je hem in twee minuten - met je eigen tekening als spiekbriefje.
Waarom dit spel werkt
Na een vakantie heeft elke groep hetzelfde probleem: iedereen heeft een verhaal en niemand krijgt een beurt. Zes vakjes lossen dat op, want ze dwingen tot kiezen - en juist die keuze ís het verhaal. Wie zes momenten uit zeven weken moet halen, laat zien wat voor hem telde. Tekenen geeft bovendien bedenktijd, en het blad wordt daarna een spiekbriefje: je hoeft niets te onthouden, je wijst gewoon aan. Daarom vertellen hier ook kinderen die in een kring nooit iets zeggen.
Wat je nodig hebt
Materiaal
- Eén stripblad per kind (zie printblad) - zes vakjes voor 9 tot 14 jaar, vier grote vakjes voor de jongsten.
- Potloden, stiften of kleurpotloden.
- Eventueel één zwarte fineliner per tafel om achteraf te omlijnen.
- Plakband of een prikbord om alles naast elkaar op te hangen.
Vooraf klaarzetten
- Maak je eigen strip vooraf - en maak hem met opzet slordig. Zolang jouw voorbeeld er getekend uitziet, denkt de helft van de groep dat het mooi moet zijn.
- Print één blad per kind plus vijf reserve; kies vooraf welke versie bij jouw groep past.
- Bepaal waar de strips komen te hangen. Naast elkaar op één lange muur werkt het best: samen zijn het de zomervakantie van de hele groep.
- Zet een timer klaar. Zonder timer wordt tekenen een uur.
De opstelling
Aan tafels in groepjes van vier tot zes, zodat kinderen elkaars blad zien - dat helpt wie vastzit. Voor het vertellen achteraf: een kring, met de strips in de hand.
Zo leg je het uit
Je krijgt een blad met zes vakjes. Daarin teken je je vakantie, als een strip: vakje één is het begin, vakje zes is het einde. Je hoeft geen zes bijzondere dingen te hebben meegemaakt - een vakje over thuis op de bank is even goed als een vakje over een vliegtuig. Praatwolkjes mogen, schrijven mag, en het hoeft absoluut niet mooi te zijn. Straks vertel je je strip in twee minuten aan iemand anders.
Stap voor stap
Toon je eigen strip
Eén minuut: laat jouw zes vakjes zien en vertel ze. Wijs onderweg naar je eigen slechte tekeningen en zeg hardop dat het niet mooi hoeft. Dit ene minuutje bepaalt of de groep durft.
Eerst kiezen, dan tekenen
Vijf minuten: iedereen schrijft naast de vakjes in steekwoorden welke zes momenten hij kiest. Niet tekenen nog. Dit is de belangrijkste stap - wie meteen begint te tekenen, komt bij vakje drie zonder verhaal te zitten.
Tekenen
Vijftien minuten, met muziek. Loop rond en help alleen wie echt vastzit, met een vraag: 'Wat was het eerste wat je deed toen de vakantie begon?' Niet met een idee.
Titel en naam
Twee minuten: bovenaan een titel voor je strip, onderaan je naam. De titel is vaak het grappigste van het hele blad.
Vertellen in duo's
Vijf minuten: ruil met iemand die je nog niet goed kent en vertel elkaar je strip, vakje per vakje. Twee minuten elk, jij houdt de tijd.
Vier in de kring
Vraag vier kinderen om hun strip aan de hele groep te vertellen - liefst vier die je nog niet veel gehoord hebt. Niet iedereen: bewaar de rest voor morgen, dan blijft het bijzonder.
De stripmuur
Alles naast elkaar ophangen, in willekeurige volgorde. Loop er samen langs. Dat is meteen jullie eerste groepsposter.
Varianten
De strip van je buur
Ruil na stap 2 de steekwoorden en teken de vakantie van je buur. Je moet dan doorvragen om te weten wat je tekent - en dat doorvragen is precies wat kennismaken is. Levert ook de grappigste misverstanden op.
Eén vakje per kind
Voor een korte versie: iedereen tekent één vakje van zijn vakantie op een los kaartje. Samen plak je er één lange groepsstrip van, in de volgorde die de groep zelf kiest.
Het leugenvakje
Eén van de zes vakjes is verzonnen. De groep raadt welk. Sluit mooi aan bij Twee Waarheden en een Leugen als je die al gespeeld hebt.
Zonder woorden
Alleen tekeningen, geen tekst en geen praatwolkjes. Bij het vertellen merk je pas hoeveel je zonder woorden al verteld had.
Vandaag in zes vakjes
Werkt ook zonder vakantie: teken deze kampdag, deze schoolweek of je zaterdag. Als afsluiter van een kampweek is dit het mooiste dat er is.
Makkelijker en moeilijker maken
Het blad met vier grote vakjes, en drie invullen is genoeg. Bij kleuters: alleen tekenen, jij schrijft het bijschrift terwijl het kind vertelt.
Het blad met negen vakjes, met drie opgelegde vakjes: één close-up van een detail, één beeld waarop je zelf niet staat, en één vakje zonder tekst. Dat zijn meteen drie lessen beeldtaal.
Waar het meestal misloopt
- "Ik kan niet tekenen." Zeg één keer hardop dat stokfiguurtjes volstaan en toon je eigen slordige voorbeeld. Ga er verder niet op in - hoe langer je erover praat, hoe groter het wordt.
- Kinderen die niet op reis geweest zijn. Zeg vóór je de bladen uitdeelt, niet erna, dat het over je vakantie gaat en niet over je reis: een week thuis heeft ook zes vakjes. Wie dat achteraf zegt, heeft het al verkeerd gedaan.
- Het tekenen loopt uit. Timer aan en één zin herhalen: af is niet hetzelfde als mooi. Een half ingekleurd vakje vertelt evenveel.
- Alleen tekenen en niet vertellen. Dan heb je een tekenles gehouden, geen kennismakingsspel. Plan de vertelronde in en houd er tijd voor over.
Afsluiten
Printklaar materiaal
Openen, printen op ware grootte (100%), knippen. Alles staat ook samen in de printbank.