Het Vertrouwensparcours
Jij bent mijn ogen. Eén kind geblinddoekt, de ander stuurt met alleen zijn stem door een parcours. Daarna wisselen.
Waarom dit spel werkt
Vertrouwen ontstaat niet door erover te praten maar door het één keer echt te doen. Plan dit spel bewust laat op de dag: het werkt alleen als de eerste schroom weg is. Wie het te vroeg speelt, krijgt gegiechel; wie het op het juiste moment speelt, krijgt een groep die daarna anders met elkaar omgaat. De omkering - je bent eerst afhankelijk en daarna verantwoordelijk - is wat het zo krachtig maakt.
Wat je nodig hebt
Materiaal
- Eén blinddoek per duo (sjaals, buffs of slaapmaskers). Of gewoon: ogen dicht, dat werkt ook.
- Zachte obstakels: pionnen, matten, stoelen, kussens, kartonnen dozen.
- Eventueel een touw voor de gevorderde versie.
Vooraf klaarzetten
- Bouw een parcours met zachte obstakels. Geen tafelhoeken, geen glas, geen trappen. Loop het zelf één keer met je ogen dicht - dat is de test.
- Bepaal een duidelijke start en finish.
- Spreek één stopwoord af dat iedereen kent en dat alles onmiddellijk stilzet.
De opstelling
Een parcours van acht tot twaalf obstakels in een grote ruimte. Duo's starten om de twintig seconden.
Zo leg je het uit
Jullie doen dit per twee. Eén van jullie krijgt een blinddoek op, de ander is de gids. De gids mag niet aanraken - alleen praten. Je stuurt je partner door het parcours met woorden: 'drie kleine stappen vooruit', 'draai een kwartslag naar rechts'. Als er iets misgaat of iemand zich niet goed voelt, roept iedereen STOP en staat iedereen meteen stil. Halverwege wisselen jullie.
Stap voor stap
Duo's maken
Deel zelf in en meng: dit werkt het best met iemand die je nog niet goed kent.
Oefenen zonder parcours
Eerst twee minuten op een lege vloer: gewoon rechtdoor sturen en stoppen. Iedereen leert zo hoe onnauwkeurig 'ga eens naar links' is.
Het parcours
Duo's starten om de twintig seconden. Jij loopt mee langs de kant en houdt overzicht. Nooit meer dan drie duo's tegelijk op het parcours.
Wisselen
Bij de finish wisselen: de gids wordt geblinddoekt en gaat terug. Dit is het belangrijkste deel - iedereen moet allebei de kanten gevoeld hebben.
Nabespreken
Twee vragen in de kring: wat maakte een instructie duidelijk? En hoe voelde het om je op iemand te moeten verlaten die je gisteren nog niet kende?
Varianten
Alleen aanraking
Ronde twee zonder woorden: sturen met een hand op de schouder. Verrassend precies en veel rustiger.
De hele groep aan een touw
Iedereen geblinddoekt aan één touw; de groep moet samen een vierkant vormen. Klassiek, en fantastisch om te bespreken.
Schat ophalen
In plaats van een parcours: op de grond liggen twintig voorwerpen. De gids stuurt zijn partner naar één bepaald voorwerp. Rustiger en korter.
Makkelijker en moeilijker maken
Geen blinddoek, alleen ogen dicht, en de gids mag naast je lopen. Kort parcours van vier obstakels.
De gids staat vast op één plek en mag niet meelopen. Of: drie duo's tegelijk, zodat je je gids uit het lawaai moet halen.
Waar het meestal misloopt
- Te vroeg op de dag spelen. Dan wordt er gelachen en geduwd. Zet dit spel na de middag, niet als opener.
- Gidsen die duwen of trekken. Herhaal: alleen woorden. Wie aanraakt, begint opnieuw bij de start.
- Obstakels die pijn doen. Alles moet zacht zijn. Twijfel je? Haal het weg.