Speed-friending
Negentig seconden per persoon, dan doorschuiven. Twee rijen tegenover elkaar. Eén vraagkaart, negentig seconden, dan schuift één rij door. Iedereen spreekt met acht anderen.
Waarom dit spel werkt
Een gesprek beginnen is moeilijk; een gesprek beëindigen soms nog moeilijker. Dit spel doet allebei voor je: de vraagkaart geeft het startzinnetje, de timer geeft de uitweg. Wat overblijft is puur contact. Kinderen die anders in een hoek zouden blijven staan, praten hier probleemloos - omdat het niet hun keuze is met wie, en dat is een opluchting.
Wat je nodig hebt
Materiaal
- De vraagkaarten (zie printblad), geknipt en op stapeltjes.
- Twee rijen stoelen, of gewoon staan.
- Een timer of telefoon met een luide bel.
Vooraf klaarzetten
- Knip de kaarten en leg één kaart per duo klaar. Lamineren loont als je dit vaker doet.
- Zet de stoelen in twee rijen tegenover elkaar, met genoeg ruimte tussen de duo's zodat ze elkaar kunnen verstaan.
- Bepaal welke rij doorschuift en waar de laatste persoon naartoe gaat (naar het begin van de eigen rij).
De opstelling
Twee rijen tegenover elkaar, A tegenover B. Rij A blijft zitten, rij B schuift telkens één plaats op.
Zo leg je het uit
Je zit straks tegenover iemand. Op tafel ligt een kaart met een vraag. Jullie hebben samen negentig seconden: eerst antwoordt de ene, dan de andere. Als de bel gaat, schuift deze rij één plaats op en krijg je een nieuwe partner en een nieuwe vraag. Eén regel: je zegt altijd eerst je naam.
Stap voor stap
Opstellen
Rij A gaat zitten, rij B ertegenover. Iedereen die overblijft, komt bij jou - jij speelt gewoon mee.
Ronde 1
Kaart omdraaien, naam zeggen, vraag beantwoorden. Jij houdt de tijd. Negentig seconden is kort - dat is de bedoeling.
Doorschuiven
Bel. Rij B schuift één plaats op, de laatste loopt naar voren. Kaart blijft liggen, dus elk duo krijgt een nieuwe vraag.
Acht rondes
Zo acht keer. Na vier rondes even pauze van dertig seconden - het is intensiever dan het lijkt.
Oogsten in de kring
Terug in de kring: 'Vertel één ding dat je vandaag over iemand geleerd hebt.' Je mag alleen iets over een ánder vertellen, niet over jezelf. Zo hoort de hele groep in vijf minuten twintig verhalen.
Varianten
Wandelversie
Geen stoelen: iedereen loopt rond op muziek, bij stilte zoek je de dichtstbijzijnde persoon en jij roept een vraag. Losser en sneller.
Zelf vragen maken
Elk kind schrijft eerst één vraag die hij zelf graag beantwoord zou krijgen. Die kaarten gebruik je. Vaak veel beter dan de mijne.
Trio's
Bij een oneven groep of als het te spannend is: telkens met drie. Minder diep, veel veiliger.
Makkelijker en moeilijker maken
Zestig seconden en makkelijke vragen (lievelingseten, huisdier, wat je doet na school). Zes rondes volstaat.
Twee minuten en één regel erbij: je moet minstens één doorvraag stellen op wat de ander zegt. Doorvragen is de vaardigheid waar het echt om gaat.
Waar het meestal misloopt
- Duo's die stilvallen. Loop rond met een stapel reservekaarten en leg er gewoon een nieuwe neer, zonder commentaar.
- Te lange rondes. Bij twee minuten valt de energie weg. Kort houden en liever een ronde extra.
- De oogstronde overslaan. Zonder die vijf minuten blijft het bij losse gesprekjes en leert de groep als geheel niets.
Afsluiten
Printklaar materiaal
Openen, printen op ware grootte (100%), knippen. Alles staat ook samen in de printbank.