Twee Waarheden en een Leugen
Raad welke er niet klopt. Iedereen vertelt drie dingen over zichzelf. Twee zijn waar, één is verzonnen. De groep raadt welke.
Waarom dit spel werkt
Kinderen onthouden 'Sara die ooit een slang heeft vastgehouden' moeiteloos, terwijl ze 'Sara' alleen alweer vergeten zijn. Het spel geeft bovendien controle: jij kiest zelf wat je vertelt, en de leugen is een schild - je hoeft nooit iets prijs te geven dat je niet wil. Dat maakt het veilig voor verlegen kinderen, terwijl het toch echt over henzelf gaat.
Wat je nodig hebt
Materiaal
- Eén invulstrookje per kind (zie printblad).
- Pennen.
- Een doos of pet om de strookjes in te verzamelen (voor de anonieme versie).
Vooraf klaarzetten
- Bedenk je eigen drie zinnen op voorhand en maak ze goed: jouw voorbeeld bepaalt het niveau van de hele groep.
- Print de strookjes en knip ze los. Reken twee minuten schrijftijd per kind.
De opstelling
Kring, zittend. Voor de schrijffase mogen kinderen even apart gaan zitten zodat niemand meeleest.
Zo leg je het uit
Schrijf drie zinnen over jezelf op je strookje. Twee ervan zijn waar, één verzin je. Probeer je leugen geloofwaardig te maken en je waarheden een beetje ongelooflijk - dan wordt het pas moeilijk. Straks lees je ze voor en raadt de groep welke zin niet klopt.
Stap voor stap
Jij eerst
Lees je eigen drie zinnen voor en laat de groep raden. Doe dit vóór je uitdeelt: dan snapt iedereen meteen wat er verwacht wordt.
Schrijven
Vijf minuten schrijftijd. Loop rond en help wie vastzit met een categorie: iets wat je ooit meemaakte, iets wat je kan, ergens waar je geweest bent, een dier dat je aanraakte, iets wat je verzamelt.
Voorlezen en raden
Om de beurt. Na het voorlezen steekt iedereen tegelijk het aantal vingers op van de zin die volgens hem gelogen is. Tegelijk stemmen is belangrijk: anders volgt iedereen de eerste stem.
Onthullen
Het kind vertelt welke zin gelogen was, en vertelt kort iets meer over één van de twee ware zinnen. Dát is het moment waarop je iemand leert kennen.
Bijhouden
Hou op een blad bij wie de meeste keren juist raadde. De winnaar krijgt de titel 'leugendetective van de dag'.
Varianten
Anoniem
De strookjes gaan in een pet, jij leest ze voor en de groep raadt eerst wie het geschreven heeft en dan welke zin gelogen is. Veel spannender én veiliger.
Twee dingen die ik kan en één niet
Voor 7-9 jaar: makkelijker en concreter. 'Ik kan fluiten, ik kan op mijn handen staan, ik kan mijn tong oprollen.' Bij twijfel mag de groep vragen om het te bewijzen - dat is het leukste deel.
In duo's
Eerst in duo's aan elkaar vertellen, dan vertelt je duo jouw drie zinnen aan de groep. Nu moet je goed luisteren én word je voorgesteld door iemand anders.
Makkelijker en moeilijker maken
Geef drie vaste categorieën op het bord: een dier, een plaats, iets wat ik kan. Dan hoeft niemand vanaf nul te bedenken.
Vier zinnen waarvan er twee gelogen zijn. Of: de groep mag drie ja/nee-vragen stellen voor er gestemd wordt.
Waar het meestal misloopt
- Kinderen schrijven drie saaie ware zinnen en één overduidelijke leugen. Voorkom dat met een sterk eigen voorbeeld waarin je waarheid ongelooflijk klinkt.
- Eén kind praat vijf minuten. Zet een timer op één minuut per persoon; bij een grote groep verdeel je in twee kringen.
- Gevoelige onderwerpen. Zeg vooraf: het gaat over dingen die je gedaan hebt of kan, niet over je familie of hoe je je voelt.
Afsluiten
Printklaar materiaal
Openen, printen op ware grootte (100%), knippen. Alles staat ook samen in de printbank.
Invulstrookjes met drie regels en een vakje voor de leugen.
NaamkaartjesVouwbordjes met grote letters. Acht per blad, in vier kleuren.