In de kist van de Vier Havens zitten twee afwrijfsels van steen met de twaalf wetten van de mensen die vóór jou op Almara woonden, en één blad uit het register van de waterschrijver. Je leest ze, je zoekt waar ze elkaar tegenspreken, je verbetert wat oneerlijk is, en daarna plak je op de stichtingskaart van A3 waar jouw haven, dorp, akkers, school en waterput komen — volgens zes regels die je met de lat moet naberekenen.
Het bijvoegsel bij de meesterproef: twaalf A4-bladen en één A3-bord. De leerling krijgt twee stenen met de twaalf oude wetten van Almara en één blad uit het register van de waterschrijver over het droge jaar 1247. In die stukken zitten met opzet vier dingen verstopt: twee artikelen die elkaar tegenspreken, één artikel dat oneerlijk uitpakt, een eeuw die niet bij het jaartal past, en een woord in de beginletters van de twaalf artikelen. Daarna bouwt de leerling zijn eiland echt: acht knipkaartjes, zes gestreepte plakvakken op het A3-bord zonder vaste bestemming, en zes regels die dwingen tot meten met de lat. Het tweede knipblad is een begroting die maar op twee manieren precies op 30 000 schelp uitkomt. Reken op anderhalf tot twee lesuren, bij voorkeur na blad 13 van de bundel. Het bord print je apart op A3, liggend; de bladen 8 en 10 zijn knipbladen.
Bij uw opdracht hoort een kist. Wij hebben ze niet eerder opengedaan dan vandaag, want wat erin zit is ouder dan alles wat u van uw eiland weet. Twee afwrijfsels van steen, één blad uit een register, en een zegel dat niemand van ons herkent.
De stenen stonden bij de bron in de Drie Ruggen. Er zijn er twee, en samen dragen zij twaalf wetten van de mensen die vóór u op Almara woonden. Zij zijn zonder nummer gehakt; u zal ze zelf moeten tellen om te weten welke de achtste is.
Het registerblad is jonger. Het is bijgehouden door de waterschrijver van het eiland in het jaar 1247, het jaar van de droogte, en het gaat over een ruzie om water die de raad van toen beslecht heeft. Wij vinden dat hij ze verkeerd beslecht heeft. Oordeel zelf.
Doe met deze stukken wat een bestuurder ermee doet: lees ze traag, vergelijk ze, zoek waar ze elkaar tegenspreken en verbeter wat oneerlijk is. Daarna tekent en plakt u op het grote blad waar uw eigen eiland gebouwd wordt. Wat u daar vastlijmt, staat er voorgoed.
Zet in je eigen woorden op wat er in de kist zat en wat je met elk stuk gaat doen. Schrijf achter elk stuk één vraag die je eraan wil stellen.
Dit is het wetboek dat de stichters in twee stenen lieten hakken bij de bron, in het jaar 1183. Twaalf artikelen, en geen dertiende. Wat vooraan staat, weegt zwaarder dan wat achteraan staat: zo heeft de eerste vergadering het gewild.
1Beide oevers van de Slingerrivier behoren aan het eiland en aan niemand in het bijzonder. Wie er woont, mag er water putten; niemand mag er een muur of een dam bouwen die het water tegenhoudt.
2Recht op drinkbaar water heeft iedere inwoner van Almara, vanaf de eerste dag dat hij hier slaapt, en evenveel als ieder ander. Dit recht vervalt nooit, ook niet in een droog jaar.
3Op het Laagveld wordt geploegd en niet gebouwd. Wie daar toch een huis of een schuur zet, breekt die binnen dertig dagen af op eigen kosten, en de grond komt terug bij de akkers.
4Niemand neemt uit de bron meer dan vijftien maten water op één dag, ook niet wie het meeste land bezit of het meeste vee houdt. Wie meer neemt, betaalt de raad tien schelp voor elke maat te veel.
5Vissers mogen hun boot op elk strand van het eiland trekken en er hun netten drogen. Niemand vraagt hun daarvoor iets en niemand jaagt hen weg, behalve wanneer de haven zelf die plaats nodig heeft.
6Als het water in de bron onder de derde kerf van de peilstok zakt, roept de raad binnen drie dagen de eilandvergadering samen. De vergadering, en zij alleen, verdeelt dan het water tot de regen komt.
7Naar de school gaat ieder kind tot het twaalf jaar oud is. De school staat op ten hoogste tweeduizend passen van ieder huis; duizend passen is één kilometer, en verder loopt een kind niet tweemaal per dag.
Afwrijfsel van de eerste steen bij de bron, gehakt in het jaar 1183
1Aan wie het langst op Almara woont, komt bij droogte het water van de bron het eerst toe. Daarna komt wie er korter woont, en het laatst wie er dit jaar of vorig jaar is aangekomen.
2Langs de haven staat geen looierij, geen visrokerij en geen smidse die vuur stookt na zonsondergang. Wat stinkt of rookt, staat beneden de wind en beneden het water van het dorp.
3Leden van de raad worden door de eilandvergadering gekozen voor drie jaar. Niemand blijft langer dan tweemaal na elkaar in de raad, en wie eruit gaat, legt eerst rekenschap af van het geld.
4Elk geschil over water wordt beslecht door de raad. De raad hoort beide partijen en beslist binnen de dertig dagen; zolang hij niet beslist heeft, verandert er niets aan wat er was.
5Niets van dit boek wordt veranderd dan met twee derden van de eilandvergadering, en nooit in hetzelfde jaar waarin het voorstel gedaan is. Een verandering wordt in de steen gehakt, niet op papier geschreven.
6Zo gehakt in twee stenen bij de bron, in het jaar 1183, door de tweeënveertig stichters van Almara, en voorgelezen aan de vergadering op de eerste dag van de oogst.
Afwrijfsel van de tweede steen bij de bron
1Ik ben Maren, waterschrijver van Almara, en ik hou het register van de bron bij sinds elf jaar. Vanmorgen stond het water onder de derde kerf van de peilstok. Ik heb het drie keer gemeten voor ik het opschreef, want wie dit opschrijft, zet een wet in werking.
2Het wetboek, dat in de elfde eeuw in de steen is gehakt, zegt wat er dan gebeuren moet: de raad roept binnen drie dagen de eilandvergadering samen. Ik heb de steen zelf nagelezen om zeker te zijn, en ik ben naar de raad gegaan met het afwrijfsel onder mijn arm.
3De raad heeft mij aangehoord en gezegd dat dit geen wet was maar een geschil, en dat een geschil over water bij hem hoort. Hij nam er dertig dagen voor, zoals het boek hem voor geschillen toestaat. Ik heb gezegd dat dat te lang was. Men heeft mij bedankt en naar huis gestuurd.
4Het geschil ging tussen twee huizen. Het huis van Verrin woont hier zestig jaar en heeft het meeste land aan de rivier. Het huis van Dolm is twee zomers geleden met de veerboot aangekomen, met zeven kinderen en zonder één el grond.
5Verrin vroeg het water het eerst, omdat hij er het langst is. Dolm vroeg evenveel als ieder ander, omdat hij hier slaapt. Zij haalden allebei een artikel aan, en zij hadden allebei een artikel dat hun gelijk gaf. Dat is het ongemak waar dit blad over gaat.
Register van de bron, eerste blad
1Dertig dagen later heeft de raad beslist, en hij heeft Verrin gelijk gegeven. Hij las het artikel dat zegt dat wie het langst op Almara woont bij droogte het eerst aan de beurt is, en hij hield zich daaraan. De eilandvergadering is deze zomer nooit samengeroepen.
2Ik heb die dag de bron gemeten: drieduizend maten, en er zijn tweehonderdveertig monden op dit eiland. Wie kan rekenen, ziet meteen dat er voor niemand vijftien maten waren, ook niet voor Verrin. De raad had niet moeten kiezen wie eerst kwam, maar hoeveel er voor ieder was.
3De huizen die het laatst aangekomen waren, kregen de laatste dagen niets. Twee huizen, samen elf mensen, zijn in september met een schip naar Beauvent overgestoken. Dat schip is in oktober teruggekomen, en wat het toen meebracht staat in een ander boek dan het mijne.
4Ik schrijf dit op omdat een register geen mening heeft en ik wel. Twee artikelen van onze stichters kunnen niet allebei waar zijn op dezelfde dag. Zolang dat zo blijft, kiest niet de wet maar de raad, en de raad kiest wie hij kent.
5Onder dit blad druk ik mijn zegel: de bron die opwelt tussen de drie ruggen. De stichters hebben dat teken gekozen en niet hun eigen naam, en ik denk dat zij daar iets mee bedoeld hebben. Wie de twaalf artikelen na elkaar leest, leest het een tweede keer.
Register van de bron, tweede blad
Schrijf altijd waar je het gevonden hebt: steen 1, regel 3 of register, blad 2, regel 4. Een bewering zonder regelnummer telt hier niet mee.
Twee van de twaalf artikelen kunnen op dezelfde dag niet allebei waar zijn. Zoek ze en schrijf van allebei het regelnummer en de zin die botst.
| waar staat het? | de zin die botst |
|---|---|
Welk van de twee wint? Boven de eerste steen staat één zin die het antwoord geeft. Schrijf die zin over en leg uit wat ze beslist.
De raad nam dertig dagen. Welk artikel had hij die zomer moeten volgen, en binnen hoeveel dagen? Hoeveel dagen te laat was de eilandvergadering dan?
Een wet kan kloppen en toch oneerlijk zijn. Een jaartal kan kloppen en de eeuw ernaast niet.
Eén artikel pakt oneerlijk uit: het geeft iemand voorrang om iets waar hij zelf niets voor gedaan heeft. Welk artikel is dat, en wie verliest erdoor? Herschrijf het zo dat het wél eerlijk is.
Op de grenssteen staat 1183. In het register staat in welke eeuw die steen gehakt is. Klopt die eeuw? Verbeter ze, en reken uit hoeveel jaar er tussen de steen en het geschil ligt.
Zet de vier gebeurtenissen in de goede volgorde en vul de twee laatste kolommen in.
| wat gebeurde er | wanneer | hoeveel dagen na de meting |
|---|---|---|
| de raad geeft Verrin gelijk | ||
| twee huizen steken over naar Beauvent | ||
| de waterschrijver meet onder de derde kerf | ||
| de eilandvergadering had moeten samenkomen |
Schrijf de eerste letter van elk van de twaalf artikelen onder elkaar, in volgorde. Lees wat er staat.
De zes regels staan in de cartouche rechts op het A3-bord. Ze bepalen niet wát je bouwt, wel waar het mag komen.
Dit bord staat op 1 : 50 000: 2 cm op het papier is 1 km in het echt. Je kaart van blad 3 staat op 1 : 100 000 en is half zo groot. Meet met de lat.
Vul voor elk bouwwerk het vakje in dat je gekozen hebt, en de regel die het moet doorstaan. Zet in de laatste kolom hoe je gecontroleerd hebt dat het klopt.
| bouwwerk | vakje | hoe ik het gecontroleerd heb |
|---|---|---|
| de haven | ||
| de nederzetting | ||
| graanakker A | ||
| de school | ||
| de waterput |
Meet je weg van de haven naar de nederzetting met de lat. Hoeveel centimeter is dat, en hoeveel kilometer? Blijf je onder de zeven?
Twee kaartjes horen niet op het bord. Welke twee, en welke regel of welk artikel houdt ze tegen?
Hoeveel kilogram graan ligt er in de schuur? Voor hoeveel mensen is dat een jaar genoeg, aan 180 kg?
Op elk kaartje staat één uitgave. Samen zijn ze 33 000 schelp waard, en jouw begroting is precies 30 000 schelp.
Leg de kaartjes eerst los in de vakken en tel op. Klopt het op 30 000? Pas dan lijm je. Wat je weglaat, leg je apart: je moet het straks nog verantwoorden.
Welke kaartjes heb je weggelaten, en samen voor hoeveel schelp? Verantwoord elke schrapping in één zin, en tel je zes posten na.
U hebt uw grondwet geschreven. Er ontbreekt nog één ding: een zegel. Wij vragen u er een te ontwerpen en het onder het laatste artikel van uw eigen grondwet te plakken, want een wet zonder zegel is een voorstel.
De stichters hebben in hun zegel geen naam gezet en geen gezicht, maar een bron die opwelt tussen drie ruggen. Wie dat teken zag, wist meteen waar het eiland van leefde. Kies dus iets wat uw eiland draagt, en niet iets wat u mooi vindt.
Teken het rond, in lijnen, zonder letters. Knip het daarna uit langs de rand en plak het op uw grondwet. Wat wij hier bewaren, is het afdrukje; wat u bewaart, is het eiland.
Ontwerp het zegel van Almara.
Alleen lijnen, geen letters. Teken eerst klein in de hoek wat je wil laten zien, en zet het dan groot in de cirkel.