← Back to CoursesDifferentiatie 5de Leerjaar
Differentiatie 5
Super plus 5 · bijvoegsel

Het dossier van de gezant

Een week voor de brief uit Farrowgate verdween in Londen een gezant: een man die brieven droeg en zijn hele dag indeelde op de slagen van de grote klok. Watson schreef er een verslag over dat hij zelf niet helemaal begrijpt. Jij leest dat verslag, legt er zes bewijsstukken naast, knipt acht krijtbriefjes uit en ontcijfert ze, en zoekt op het A3-stadsplan het ene vakje waar alles samenkomt.

Voor de leerkracht

Dit bijvoegsel hoort bij Super plus 5 en speelt zich af in de week voor de brief van Thomas Crale: maandag 7 tot en met donderdag 10 maart 1898. Het is geen tweede bundel en herhaalt geen enkele opgave; het levert het materiaal waarmee de bundel tot leven komt. De leerling kent uit de bundel de sleutel van de dansende mannetjes (blad 2) en het codewiel (blad 5 en 6) en gebruikt die hier op echt materiaal: een verslag van ruim negenhonderd woorden met regelnummers, zes beelden waarin een aanwijzing zit, acht knipkaarten met krijtbriefjes, en een A3-stadsplan met een versleutelde route en een uitknipbaar codewiel. Werk in volgorde: blad 1 en 2 zijn de instap, blad 3 tot 5 zijn het verslag, blad 6 en 7 de ontleding, blad 8 en 9 de bewijsstukken, blad 10 tot 12 het knip- en plakwerk en blad 13 het eigen verslag. Reken op twee tot drie lesuren. Het bijvoegsel verklapt niets van de bundel: de meesterproef, het sleutelwoord van strook twee en de laatste brief komen er niet in voor.

Het dossier · de opdracht

Een opdracht van Baker Street

Baker Street, zaterdag 12 maart 1898
1

Beste collega, Watson heeft deze week een verslag geschreven dat hij zelf niet helemaal begrijpt. Dat is geen verwijt: hij heeft eerlijk opgeschreven wat hij gezien heeft, en juist daardoor staat er meer in dan hij weet. Ik heb dat verslag, het stadsplan van de stad en alles wat wij verder gevonden hebben in dit dossier gelegd. Je krijgt het zoals het is.

Wat je moet doen, is dit. Lees het verslag eerst van voor naar achter en trek er nog niets uit. Kijk pas daarna naar wat er niet klopt: een naam, een uur, een dag. Leg de bewijsstukken ernaast. En vouw het stadsplan open, want er staat één plaats in het verslag die zo nauwkeurig beschreven is dat er maar één vakje bij past.

Ik zeg je niet welke plaats dat is, en ook niet wat er met de gezant gebeurd is; ik weet het zelf nog niet. Ik zeg je wel dat een van de stukken in dit dossier gelogen is, en dat je dat kunt bewijzen zonder ook maar iemand te ondervragen. Schrijf op wat je vindt, en zet er telkens bij waar je het gevonden hebt. Met achting, S. Holmes.

Het dossier zoals het op de ontbijttafel lag: een map, een plan en zeven losse stukken.
superplus05/b_dossiermap_op_de_tafel.jpg
Wat er in dit dossier zit

Vijf soorten stukken, en ze horen bij elkaar. Verwijs naar een regel met deel en nummer: 1-4 betekent deel 1, regel 4.

  • Het verslag van Watson, blad 3 tot 5, met genummerde regels per deel.
  • De bewijsstukken, blad 8 en 9: zes voorwerpen met iets erin verstopt.
  • Acht briefjes in mannetjes, blad 10 en 11: knippen, ontcijferen, plakken.
  • Het stadsplan op A3, met de sleutel, de route en het codewiel in de hoek.
Taal naam
Het A3-plan

Het stadsplan van Londen lezen

Leg het grote blad naast je. Je ontcijfert eerst de stroken langs de onderrand, en daarna meet je.
2
Zo lees je dit plan

Het plan heeft een rooster van A tot L en van 1 tot 8. Een vakje noem je met de letter eerst, dus H5 en niet 5H.

  • Eén vakje is 20 mm op het plan: 500 yards, en dat is ongeveer 450 meter.
  • Langs de onderrand staan zes stroken met dansende mannetjes; strook 6 is weggesneden.
  • In de rechterhoek staan twee schijven. Die knip je pas uit als je aan blad 12 toe bent.
Een plan leest pas als je er met een lat overheen gaat.
superplus05/b_stadsplan_op_de_tafel.jpg
1

Ontcijfer de vijf stroken met de sleutel uit de cartouche, zoek elke plaats op het plan en vul de tabel in. De laatste kolom vul je in door te tellen: hoeveel vakjes naar links of rechts, plus hoeveel naar boven of onder. Strook 6 laat je voorlopig leeg.

strookhet woordde plaats op het planhet vakjevakjes vanaf de vorige
1
2
3
4
5
6
2

Meet met je lat de afstand tussen het midden van vak E4 en het midden van vak H4. Schrijf op hoeveel millimeter dat is, hoeveel vakjes, hoeveel yards en hoeveel meter. Tel daarna de laatste kolom van je tabel op tot en met strook 5.

Wereldoriëntatie naam
Het verhaal van de gezant · deel 1 van 3

Het verhaal van de gezant

Vrijdagavond 11 maart 1898, Baker Street
3

1Dit schrijf ik op de avond na de dag waarop wij de zaak hebben moeten laten liggen. Het is het dossier van de gezant, en het loopt van maandag zeven maart tot gisteravond. Holmes zegt dat een verslag dat je pas maakt als je het antwoord al kent, geen verslag meer is maar een verhaal. Ik houd mij dus aan wat ik zelf gezien en gehoord heb, en ik zet er telkens bij wanneer. Wat ik ervan denk, komt pas op het laatste blad.

2Elias Vayle is gezant bij het kantoor Chardon aan de Vismarkt. Een gezant draagt wat je niet aan de post durft toe te vertrouwen: contracten, wissels, brieven die een handtekening nodig hebben. Hij loopt elke dag dezelfde ronde, want een ronde die verandert, valt op. Vayle is vierendertig, klein van stuk, en draagt altijd dezelfde bruine jas met een gescheurde rechtermouw.

3Gisteren, donderdag tien maart, is hij niet teruggekomen. Het kantoor wachtte tot de avond en stuurde toen een jongen naar Baker Street. Holmes vroeg drie dingen: wat de gezant bij zich had, langs welke plaatsen hij die dag moest, en wie wist dat hij die ronde liep. Op de eerste vraag kwam geen antwoord, op de tweede een lijstje, op de derde een stilte. Ik heb die stilte opgeschreven, want ook een stilte is een waarneming.

4Elke ochtend begon zijn ronde bij het station Marlow, waar de vroege trein de postzakken afzet. Om zes uur stond hij daar. Om tien uur was hij in Baker Street, bij een notaris, twee huizen van het onze. Ver is dat niet, en toch deed hij er vier uur over. Holmes zei meteen dat daar het eerste getal zat dat niet klopt.

5Zes slagen, acht slagen, tien slagen: Vayle deelde zijn dag in op de grote klok, want lezen kon hij nauwelijks en een uurwerk bezat hij niet. Wat hij moest onthouden, tekende hij. Rijen mannetjes met armen en benen in vreemde standen, met krijt op een muur, een hek of een deurpost. Wie dat niet weet, loopt er straal voorbij. Ik heb er deze week drie rijen van overgetekend en ze achterin dit schrift geplakt.

Uit het schrift van dokter Watson, deel een — de tekst loopt door op blad 4

Een gezant met zijn tas, op weg naar het station, kort voor zes uur.
superplus05/b_gezant_in_de_mist.jpg
Zo verwijs je naar een regel

De nummers beginnen op elk blad opnieuw bij 1. Schrijf dus altijd het deel en het nummer: 1-4 is deel 1, regel 4, en 3-2 is deel 3, regel 2.

Taal naam
AFSCHRIFT
Het verhaal van de gezant · deel 2 van 3

Het register van de portier

Bladzijde twee van het verslag, met de vijf regels die Watson uit het register van het kantoor overschreef.
4

1Aan het kantoor Chardon hoort een portiersloket, en bij dat loket hoort een register. Wie binnenkomt of buitengaat, wordt erin geschreven: de naam, de dag, en het uur zoals de grote klok het gaf. De portier heet Mudge en zit daar sinds elf jaar. Boven zijn loket hangt een koperen bel die je van buiten niet hoort. Hij schoof mij het boek toe nog voor ik erom vroeg, en dat was het eerste wat mij niet beviel.

2Niemand had hem iets gevraagd, en toch stond de hele week al ingevuld, tot en met donderdagavond toe. Het handschrift was overal even net, de inkt overal even donker, en de regels stonden allemaal even ver uit elkaar. Zo ziet een boek er niet uit waarin een week lang elke dag een paar regels bij komen. Ik heb de vijf regels over de gezant overgeschreven; ze staan hieronder.

3Twee van die vijf regels kunnen niet waar zijn. Holmes heeft ze niet aangewezen. Hij heeft mij alleen gevraagd hoeveel slagen de grote klok op haar drukste moment geeft, en toen ik twaalf zei, schoof hij het boek naar mij toe en ging verder met zijn viool. Ik heb er een halfuur over gedaan, en ik heb mij geschaamd toen ik het zag. Het is niet moeilijk, zodra je weet wat een klok wel en niet kan.

Afschrift van deel twee — de tekst loopt door op blad 5

dagwat er in het register staathet uur zoals de klok het gaf
maandag 7 maartE. Vaile haalt de zakken opde klok sloeg zes
dinsdag 8 maartE. Vaile brengt het pakket terugde klok sloeg acht
woensdag 9 maartE. Vaile komt binnenik telde dertien slagen
donderdag 10 maartE. Vaile gaat de deur uitde klok sloeg zes
donderdag 10 maartE. Vaile keert niet terugom middernacht sloeg de klok zeven
Het loket, de bel en het boek dat te netjes was.
superplus05/b_portiersloket_met_register.jpg
Wist je dat

De grote klok van het parlement sloeg vanaf 1859 elk heel uur vanzelf. Tot dan werd er met de hand geluid, en een klok die uit zichzelf slaat, was voor veel Londenaars nog iets nieuws om trots op te zijn.

Taal naam
Het verhaal van de gezant · deel 3 van 3

De steeg en de mist

Zaterdagochtend 12 maart 1898
5

1Lezen kan Mudge wel; spellen niet. In zijn register staat de naam van de gezant anders dan op de loonlijst van het kantoor en anders dan onder elk papier dat de man zelf ooit getekend heeft. Het scheelt één letter, meer niet. Juist die ene letter doet mij nu denken dat wie het boek volgeschreven heeft, de gezant nooit van nabij gekend kan hebben.

2Er bleef daarna één plaats over die ik met eigen ogen wilde zien. Na de kerk van Sint-Brandaan moest de gezant die donderdag nog één keer naar de oude kade, en tussen die twee ligt maar één doorgang: een smalle steeg waar drie gaslantaarns in één rechte lijn achter elkaar staan. Ik heb ze twee keer geteld, want ik wilde mij niet vergissen. De kerk ligt er pal ten noorden van, de kade pal ten zuiden.

3En daar hing de mist. Om acht uur zag ik de middelste lantaarn nog als een vlek boven mijn hoofd; een kwartier later zag ik mijn eigen hand niet meer. Op de muur naast die middelste lantaarn stond een rij mannetjes in krijt, half uitgeveegd door het vocht. Ik heb ze overgetekend zoals ze stonden en niets veranderd aan wat ik niet begreep.

4Farrowgate stond in het lijstje van het kantoor als de bestemming van de brief die de gezant die dag bij zich had. Dat is een dorp, ver buiten de stad, en er loopt geen ronde heen. Het lijstje zelf is bovendien in een ander handschrift geschreven dan de rest van het kantoorboek. Waarom een man die alleen in Londen loopt een brief naar Farrowgate zou dragen, heeft niemand mij kunnen uitleggen.

5Toen ik dit alles uitschreef, heb ik elke alinea laten beginnen met de letter die ik hebben wilde. Holmes doet dat al jaren in zijn telegrammen, en hij heeft het mij geleerd zonder het ooit met zoveel woorden te zeggen. Wie mijn verslag leest zoals hij het leest, vindt er een zin in die ik nergens heb opgeschreven.

Uit het schrift van dokter Watson, deel drie — einde van het verslag

Drie lantaarns achter elkaar; de middelste is de enige die je nog ziet.
superplus05/b_steeg_met_drie_lantaarns.jpg
Let op

Watson zegt in de laatste alinea dat hij iets in zijn verslag verstopt heeft, maar niet wat. Ga er nu nog niet naar zoeken: op blad 7 staat precies waar je moet kijken.

Taal naam
Ontleding · deel 1 van 2

Wat er niet kan

Twee regels uit het register kunnen niet waar zijn, en één letter verraadt wie het boek volgeschreven heeft.
6
Wat je van de grote klok moet weten

De klok slaat elk heel uur zoveel slagen als het uur zelf: om vijf uur vijf slagen, om negen uur negen slagen.

  • Om twaalf uur 's middags en om middernacht slaat zij twaalf keer.
  • Meer dan twaalf slagen geeft zij nooit. Een dertiende slag bestaat niet.
Twee bladzijden naast elkaar leggen doet meer dan tien keer dezelfde lezen.
superplus05/b_twee_bladzijden_naast_elkaar.jpg
1

Twee van de vijf regels uit het register op blad 4 kunnen niet waar zijn. Schrijf ze over en zeg er telkens bij waarom het niet kan.

de regel uit het registerwaarom dat niet kan
2

De naam van de gezant staat in het verslag anders gespeld dan in het register. Vul de tabel in en zeg erbij hoe je weet welke spelling de juiste is. Op blad 13 van je bundel heb je die naam in het Frans gespeld; dat helpt.

waar het staathoe de naam er staatdeel en regel
in het verslag van Watson
in het register van de portier
3

Wat besluit je uit die drie vondsten samen? Noem eerst één ding dat je zeker weet, en daarna één ding dat je alleen vermoedt.

Taal naam
Ontleding · deel 2 van 2

Het vakje en de verborgen zin

Eén plaats staat zo precies beschreven dat er maar één vakje bij past. En er zit een zin in het verslag die er niet in staat.
7
Twee manieren om iets te vinden

Soms wijst een tekst naar een plaats, en soms verbergt hij een boodschap. Voor allebei heb je hetzelfde nodig: nauwkeurig lezen.

  • Een plaats vind je door alle kenmerken tegelijk te gebruiken, niet één voor één.
  • Een verborgen boodschap zit meestal op een vaste plek: het begin of het einde van elke alinea.
Van bovenaf zie je pas hoe smal de doorgang tussen kerk en kade is.
superplus05/b_kerk_en_kade_van_boven.jpg
1

In deel 3 staat één plaats zo nauwkeurig beschreven dat er op het plan maar één vakje bij past. Schrijf dat vakje op en noem de drie dingen uit de tekst die samen maar op één plek kloppen.

2

Schrijf van elke alinea van het verslag de eerste letter over, van deel 1 tot en met deel 3, in volgorde. Zet ze in de vakjes hieronder. Er komen drie woorden uit.

3

Wat betekent die zin voor de zaak, en waarom is hij toch geen bewijs?

Wist je dat

Een boodschap die in de eerste letters van de regels of alinea's verstopt zit, heet een acrostichon. Dichters verbergen er al eeuwen namen mee, en niet altijd om aardig te doen.

Taal naam
BEWIJSSTUK
De bewijsstukken · deel 1 van 2

Drie stukken uit het kantoor

Alles wat de jongen uit het kantoor Chardon meebracht, ligt hier op een rij.
8
Eerst kijken, dan schrijven

Kijk een halve minuut naar elk beeld zonder iets op te schrijven.

Stuk 1 — het zegel van de brief die de gezant droeg.
superplus05/b_lakzegel_op_de_brief.jpg
Stuk 2 — een paar laarzen, waarvan er één vuil is.
superplus05/b_laars_met_modder.jpg
Stuk 3 — de hoedendoos die in het kantoor bleef staan.
superplus05/b_hoedendoos_met_label.jpg
1

Vul voor elk stuk in wat je ziet en wat je eruit besluit. Zet er ook bij hoe zeker je bent: zeker, waarschijnlijk of een gok.

bewijsstukwat ik ziewat ik eruit besluit, en hoe zeker
het lakzegel
de laarzen
de hoedendoos
Wereldoriëntatie naam
De bewijsstukken · deel 2 van 2

Drie stukken uit de steeg

Deze drie heeft Watson zelf gezien, op donderdagavond en de ochtend erna.
9
Tellen hoort erbij

Twee van deze drie beelden spreken een regel uit het register tegen.

Stuk 4 — elke lantaarn van de stad draagt haar nummer in kerven.
superplus05/b_gaslantaarn_met_kerven.jpg
Stuk 5 — de grote klok, gezien vanaf de overkant van de rivier.
superplus05/b_grote_klok_in_de_mist.jpg
Stuk 6 — de deur aan de noordkant van de steeg.
superplus05/b_deur_met_dierklopper.jpg
1

Vul de tabel in. Tel bij de lantaarn de kerven in de ijzeren kraag: dat is haar nummer.

bewijsstukwat ik ziewat ik eruit besluit, en hoe zeker
de lantaarn
de grote klok
de klopper
2

De klok op stuk 5 spreekt één regel uit het register tegen. Welke regel, en hoe zie je dat?

Natuur & techniek naam
Knippen en plakken · deel 1 van 2

Acht briefjes in dansende mannetjes

Acht rijen krijt, gevonden op acht plaatsen in de stad. Knip ze uit en ontcijfer ze met de sleutel.
10
Zo werk je

Elk briefje bestaat uit drie woorden: een dag, een uur en één woord over wat er gebeurde. De streep is de vlag: daar eindigt een woord.

  • Ontcijfer eerst alle acht, en knip en plak daarna pas. Wie plakt en dan pas leest, moet lostrekken.
  • Schrijf je klaartekst op de achterkant van de kaart, niet ernaast.
Knip hier uit — acht kaarten
beeld
superplus05/b_kaart_a_muur_bij_de_regenpijp.jpg
Briefje A
18 5 1 4 10 8 14 11 | 15 1 23 1 4 | 13 2 10 12 |
beeld
superplus05/b_kaart_b_hekpaal.jpg
Briefje B
13 14 14 4 8 14 11 | 12 2 1 4 | 18 14 22 6 12 |
beeld
superplus05/b_kaart_c_brugleuning.jpg
Briefje C
8 5 4 8 1 7 8 14 11 | 14 22 6 12 | 18 1 11 |
beeld
superplus05/b_kaart_d_stationsmuur.jpg
Briefje D
13 14 14 4 8 14 11 | 15 1 10 | 21 5 10 12 |
beeld
superplus05/b_kaart_e_winkelluik.jpg
Briefje E
18 5 1 4 10 8 14 11 | 12 2 1 4 | 10 22 6 2 13 |
beeld
superplus05/b_kaart_f_kelderdeur.jpg
Briefje F
8 2 4 10 8 14 11 | 14 22 6 12 | 15 1 11 1 9 |
beeld
superplus05/b_kaart_g_pakhuiskist.jpg
Briefje G
8 5 4 8 1 7 8 14 11 | 15 1 10 | 3 7 2 1 19 |
beeld
superplus05/b_kaart_h_stoeprand.jpg
Briefje H
8 2 4 10 8 14 11 | 12 18 14 14 9 19 | 9 1 1 11 |
Denken & code naam
TIJDLIJN
Knippen en plakken · deel 2 van 2

De tijdlijn van de gezant

Plak elk briefje in het vak waar het hoort, van het vroegste naar het laatste, en schrijf eronder welke dag en welk uur erin stonden.
11
beeld
superplus05/b_uitgeknipte_briefjes.jpg
Van maandag tot donderdag
1het vroegste briefje — dag uur
2dag uur
3dag uur
4dag uur
5dag uur
6dag uur
7dag uur
8het laatste briefje — dag uur
1

Leg je tijdlijn naast het register van de portier op blad 4. Welke regels uit het register worden door je briefjes bevestigd, en welke niet?

Denken & code naam
Het codewiel

Twee schijven en een splitpen

In de rechteronderhoek van het A3-plan staan twee schijven. Daar staat niets van het plan onder, dus je mag ze gerust uitknippen.
12
Het wiel monteren en zetten

Knip beide schijven uit, leg de kleine op de grote en steek er een splitpen door het midden. Draai de kleine schijf tot de A staat bij de letter die je wilt.

  • Op plus drie staat de A van de kleine schijf bij de D van de grote.
  • Versleutelen is optellen, ontcijferen is hetzelfde getal weer aftrekken.
Twee schijven, een splitpen, en je hebt vijfentwintig codes in je hand.
superplus05/b_codewiel_gemonteerd.jpg
1

Zet het wiel op elke verschuiving en ontcijfer het woord. Schrijf het antwoord in de laatste kolom.

verschuivingwat er staatwat er dan staat
+3P L V W
+8S I L M
+11D E P P R
2

Dit stond met krijt op de muur naast de middelste lantaarn. De verschuiving is plus drie.

GH|PLGGHOVWH|ODQWDDUQ|
Knip hier uit — je detectivekaart
De naam
wat ik zie: wat ik besluit: hoe zeker:
De klok
wat ik zie: wat ik besluit: hoe zeker:
Het vakje
het vakje: waarom juist dat: hoe zeker:
Denken & code naam
Het slot

Je eigen verslag voor Holmes

Vier vondsten, één blad. Schrijf zoals Watson had moeten schrijven: eerst wat je zag, dan pas wat je denkt.
13
Wat er in je verslag hoort

Schrijf 120 tot 160 woorden. Gebruik je detectivekaart van blad 12, het vakje van blad 7 en je tijdlijn van blad 11.

  • Noem bij elke vondst waar ze staat: deel en regel, een bewijsstuk of een vakje.
  • Houd wat je zag los van wat je denkt, en zet bij elk besluit hoe zeker het is.
  • Sluit af met de vraag die jij aan de portier zou stellen, en waarom juist die.
beeld
superplus05/b_verslag_bij_lamplicht.jpg
Tip

Wat je niet kunt bewijzen, mag je gerust opschrijven, zolang je erbij zet dat het een vermoeden is. Holmes doet niets anders.

1

Schrijf je verslag. Lees het daarna hardop en streep elke zin weg waarvan je niet kunt zeggen waar je hem vandaan hebt.

Taal naam
Blad 14Londen, 1898 — het stadsplan bij het dossier — een apart A3-blad, liggend. Dit blad zit niet in de A4-print.
Open en print de kaart apart (A3)
AABBCCDDEEFFGGHHIIJJKKLL1122334455667788station MarlowBaker Streetstation Ashcombede Vismarktkantoor Chardonhet gaslichtkwartierSint-Brandaande steeg van dedrie lantaarnshet pakhuisde oude kadeKolenbrugIJzeren brugstation Wrenfieldmistbankmistbankmistbankde Theemsnaar het westenNOZWLONDEN 1898stadsplan bij het dossier van de gezantrooster A tot L en 1 tot 8 — noorden is bovenDe sleutel van de dansende mannetjesA 14B 3C 22D 8E 1F 19G 11H 6I 2J 25K 17L 9M 13N 4O 5P 21Q 26R 7S 10T 12U 16V 23W 18X 24Y 20Z 15een vlaggetje sluit een woord afLegendespoorwegstation (drie op dit plan)het gemerkte huis in Baker Streetkerkgaslantaarnde oude kade met meerpaalpakhuis met kraanbalkbrug (twee op dit plan)mistbank05001000150020002500yards0450900135018002250meterEen vakje is 20 mm: 500 yards, ongeveer 450 meter.Reken met: 1 yard is ongeveer 0,9 meter.De gestreepte zones zijn mistbanken.Trek de route met je lat van vakje naar vakje, in devolgorde van de stroken. Strook 6 is weggesneden.De ronde van de gezant, in dansende mannetjes1woord en vakje2woord en vakje3woord en vakje4woord en vakje5woord en vakje6weggesnedenwoord en vakjeHet codewiel: knip beide schijven uit enzet ze met een splitpen op elkaar.ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZde grote schijfde kleine