← Back to CoursesDifferentiatie 5de Leerjaar
Differentiatie 5
Super plus 4 · bijvoegsel

Het kabinet van de werkplaats

In dit bijvoegsel lees je vier bladzijden uit het werkboek dat Newton in de tweede week van maart 1687 volschreef: drie proeven, drie tabellen en een week vol getallen. Eén optelling deugt niet, één dag kan helemaal niet, en boven elke dag staat een woord dat samen met de andere een zin vormt. Daarna knip je de slingerproef in stukken, leg je hem in de juiste volgorde, en bouw je van het A3-blad een echte slingerschaal, een echte hefboom van 320 millimeter en een rooster waarop je je eigen metingen zet.

Voor de leerkracht

Dit bijvoegsel hoort bij de bundel 'Newtons werkplaats' en gebruikt dezelfde werkplaats, dezelfde assistent en dezelfde beeldstijl, maar het raakt de opgaven van de bundel niet aan: alle getallen hier zijn nieuw, zodat geen enkel antwoord uit de bundel verklapt wordt. Het werkboek van blad 2 tot 5 is verzonnen; het is geschreven als een echt logboek, met regelnummers, en er zitten twee fouten in die de leerling er zelf moet uithalen. De ene is een rekenfout die je kan herberekenen, de andere is een natuurkundige onmogelijkheid die je alleen vindt door twee bladen naast elkaar te leggen. Boven elke dag staat bovendien een woord verstopt. Het A3-blad is geen prent maar gereedschap: op ware grootte, met een hefboombalk van 320 mm, een meetstrook van 20 cm in millimeter, een slingerschaal van 0 tot 30 graden en een afstand-tijdrooster tot 200 cm en 5 seconden. Reken op vier lesuren als je alles doet: twee voor het werkboek en de ontleding, één voor het knip- en plakwerk, één voor de bouw en het rooster. Print het A3-blad op stevig papier of plak het op karton.

INVENTARIS
Bijvoegsel · de kast gaat open

Wat er in het kabinet ligt

Een bijvoegsel is geen tweede bundel. Het is het gereedschap waarmee de bundel tot leven komt.
1
Vier stukken, en wat je ermee doet

In deze kast liggen vier stukken. Ze horen bij elkaar: het ene bewijst wat het andere beweert.

  • Het werkboek — vier bladzijden die Newton in één week volschreef. Er staat iets in dat niet kan.
  • De platen — prenten waarin je moet tellen, niet kijken.
  • Het knip- en plakwerk — de slingerproef in zes stappen, door elkaar geschud.
  • Het kabinet zelf — een A3-bouwplaat op ware grootte. Knip uit, zet in elkaar, meet na.
De kast in de werkplaats. Eén lade staat op een kier.
superplus04/b_kabinetkast_met_laden.jpg
1

Op de plaat op dit blad staat de kast van de werkplaats, met één lade op een kier. Wat ligt erin, en bij welk van de vier stukken hierboven hoort dat?

2

Newton schrijft alles op, ook wat misliep. Bedenk één reden waarom een onderzoeker juist zijn mislukkingen bewaart, en één reden waarom dat moeilijk is.

Wereldoriëntatie naam
Het werkboek · blad 1 van 4

Maandag en dinsdag

Werkboek van I. Newton, de tweede week van maart 1687
Elke alinea heeft een regelnummer. Je hebt ze straks nodig.
2

1Maandag. Meten is niet hetzelfde als kijken, en dat schrijf ik hier bovenaan omdat ik het zelf om de haverklap vergeet. Vanmorgen heb ik de kast leeggehaald en alles op de bank gelegd: zes gewichtjes van gelijke zwaarte, een houten goot, een handvol knikkers, een zandloper en een kluwen dun touw. Verder heb ik vandaag niets gedaan dan ordenen; een dag zonder meting is geen verloren dag, maar ik noteer hem wel.

2De assistent knoopt voor mij een knoop in dat touw om de tien centimeter. Zo hoef ik nooit meer te meten: ik tel de knopen en ik ken de lengte. Wie later een plaat van mijn slinger bekijkt, kan de knopen dus natellen en weet meteen waarmee ik gewerkt heb.

3Dinsdag. Is een zwaar gewicht dicht bij het midden even veel waard als een licht gewicht ver weg? De lat over het ronde potlood zegt van ja, en ik heb het vier keer opgeschreven voor ik het geloofde. De gaten in mijn lat zitten om de twee centimeter, links en rechts van het steunpunt.

4Ik noteer links en rechts apart en reken van elke kant het getal maal de arm uit. Vier keer bleef de lat zo vlak als het tafelblad. Eén keer zakte ze, en juist naar die ene keer heb ik het langst zitten kijken. De tabel staat onderaan dit blad.

5De assistent vroeg of ik dan niet gewoon kon wegen. Natuurlijk kon ik wegen. Maar wegen vertelt je hoe zwaar iets is, en dit vertelt je waar je het moet leggen. Dat zijn twee verschillende vragen, en de tweede is de mijne.

beeld
superplus04/b_hefboom_in_evenwicht.jpg
linksrechtswat de lat deed
3 blokjes op 4 cm2 blokjes op 6 cmbleef vlak
5 blokjes op 2 cm1 blokje op 10 cmbleef vlak
3 blokjes op 8 cm2 blokjes op 12 cmbleef vlak
5 blokjes op 6 cm3 blokjes op 10 cmbleef vlak
2 blokjes op 8 cm1 blokje op 12 cmlinks zakte
Natuur & techniek naam
Het werkboek · blad 2 van 4

Woensdag en donderdag

Werkboek van I. Newton, vervolg
De tekst loopt door op blad 4, op een los vel dat later ingevouwen werd.
3

1Woensdag. Twee kaarsen heb ik opgebrand aan één enkele slinger. Ik hing het touw met zes knopen aan de balk, trok het gewichtje tot tien graden opzij, liet los zonder te duwen, en klokte acht keer tien slingeringen op het slingeruurwerk in de hoek, met de assistent die de tienden erbij schatte.

2De acht getallen staan onderaan dit blad. Ze liggen dicht bij elkaar, wat mij bevalt, want dat betekent dat mijn hand en mijn oog deze week meewerken.

3Samen tellen die acht getallen honderdzesentwintig komma vier, en gedeeld door acht is dat vijftien komma acht. Eén slingering duurt dus ruim anderhalve seconde. Ik heb de optelling niet nog eens overgedaan; het was al laat en de kaars stond laag.

4Donderdag. Keer op keer zakt er iets tussen de planken van deze kast weg. Vanmorgen rolde er een gewichtje onder de kast en ik heb het niet teruggevonden. Er liggen er nu nog vijf in hun vilten holtes. Ik schrijf het op, want anders telt iemand na mij verkeerd.

5Daarna het prisma voor het raam gezet. De banden op de muur telde ik van boven naar beneden: rood, oranje, geel, dan blauw, indigo en violet. Er hoort er nog één tussen, en ik weet welke, maar ik kreeg ze deze keer niet op de muur; het licht was te zwak en de lucht te grijs.

6Een geleerde die zes kleuren telt waar er zeven horen, heeft daarom nog geen zes kleuren. Hij heeft slechter licht. Ik noteer dus wat ik zag én wat ik miste, want dat tweede is even goed een meting.

De slinger van woensdag, aan de balk van de werkplaats.
superplus04/b_slinger_zes_knopen.jpg
poging12345678
tijd voor 10 slingeringen, in seconden15,415,615,515,515,715,415,615,5
Wiskunde naam
LOS BLAD
Het werkboek · blad 3 van 4

Het ingevouwen meetblad

Vrijdag en zaterdag, op een los vel geschreven en later in het werkboek gevouwen.
4

1Vrijdag. Kijken alleen volstaat niet als het snel gaat. Daarom heb ik de goot van drie meter op twee stapels boeken gelegd, zo vlak als ik durfde, en de knikker met krijt laten volgen: bij elke slag van het slingeruurwerk zette de assistent een streepje waar de knikker op dat ogenblik was.

2Vier streepjes, vier afstanden, opgemeten met het lint vanaf de startlijn. Ze staan in de tabel onderaan. Ik heb elke afstand drie keer gemeten en de drie uitkomsten scheelden hoogstens een halve centimeter, wat mij volstaat.

3Wat mij trof is dat de stukken tussen de streepjes niet even lang zijn. Elk volgend stuk is langer dan het vorige, en het verschil tussen twee opeenvolgende stukken is telkens even groot. Er zit een regel in die ik zie maar nog niet durf op te schrijven; ik laat de vier afstanden staan zoals ik ze gemeten heb.

4Zaterdag. Naar buiten kon ik niet, het regende de hele dag, dus heb ik de gaten in de lat nagemeten en de vijf gewichtjes gewogen die nog in de kast lagen. Ze verschillen onderling geen haar. Dat is voor mijn werk belangrijker dan hun gewicht zelf.

5Verder de zandloper op de proef gesteld. Ik keerde hem om en telde hardop tot hij halverwege stond: honderdtachtig tellen. Tot hij helemaal leeg was: driehonderdzestig. Hij loopt in drie minuten leeg, dus mijn hardop tellen gaat twee keer zo snel als de slagen van het uurwerk.

6Dat is geen kleinigheid. Wie mijn tabellen naleest en denkt dat mijn tellen seconden zijn, leest alles dubbel zo snel als het gebeurd is. Ik zet het er hier maar bij, in de hoop dat ik het zelf ook onthoud.

De goot in de gang, met de knikker op een van de vier krijtstreepjes.
superplus04/b_helling_met_knikker.jpg
na ... slagen van het uurwerkafstand vanaf de startlijn
1 slag10 cm
2 slagen40 cm
3 slagen90 cm
4 slagen160 cm
Wiskunde naam
Het werkboek · blad 4 van 4

Zondag

Werkboek van I. Newton, laatste bladzijde
Lees deze bladzijde traag. Er staat iets in wat een slinger nooit doet.
5

1Zondag. Hetzelfde gewichtje, hetzelfde uurwerk, dezelfde hoek van tien graden. Alleen het touw heb ik langer geknoopt: negen knopen in plaats van zes. En toch klokte ik precies hetzelfde als woensdag, ruim anderhalve seconde voor elke slingering. Drie keer gedaan, drie keer hetzelfde gekregen; de drie tijden staan onderaan.

2Dat bevalt mij uitstekend. Het zou betekenen dat de lengte van het touw er niet toe doet, en dat een slinger dus overal en altijd dezelfde maat geeft. Ik schrijf het met opzet groot op, want als het waar is, is het het mooiste wat ik deze week gevonden heb.

3Om zeker te zijn heb ik de knopen nog eens nageteld, met mijn vinger, hardop, van de balk tot aan het gewichtje. Negen. Het touw hing vrij en raakte nergens de muur. Er is dus niets mis met mijn opstelling, en dat is precies wat mij ongerust zou moeten maken.

4De assistent kijkt bedenkelijk en zegt dat hij het woensdag anders zag. Ik heb hem geantwoord dat één avond kijken geen meting is. Hij heeft gelijk noch ongelijk tot hij het opschrijft; dat heb ik hem ook gezegd, en ik heb hem het touw meegegeven om alles nog eens over te doen.

5Genoeg voor deze week. Ik sluit de kast, doe de luiken toe en laat dit schrift openliggen op de bank, zodat het morgen het eerste is wat ik zie.

6Wie dit schrift ooit naleest: begin bovenaan bij elke dag en lees alleen het eerste woord dat ná de dagnaam staat. Dan heb je de enige regel die ik in deze werkplaats werkelijk geleerd heb. De rest zijn getallen, en getallen moet je zelf narekenen.

Dezelfde balk, hetzelfde gewichtje, een ander touw.
superplus04/b_slinger_negen_knopen.jpg
poging met negen knopen123
tijd voor 10 slingeringen, in seconden15,515,415,6
Natuur & techniek naam
Ontleding · deel 1 van 2

De som die niet klopt

Verwijzingen als 'blad 3, regel 3' slaan altijd op de bladen van dit bijvoegsel.
6
Drie vragen bij elk gemiddelde

Voor je een gemiddelde gelooft, controleer je het. Dat hoeft niet lang te duren, en twee van de drie controles kan je uit je hoofd.

  • Ligt het gemiddelde tussen de kleinste en de grootste meting? Zo niet, dan klopt er iets niet.
  • Klopt de som? Tel opnieuw op, maar in een andere volgorde dan de eerste keer.
  • Klopt de deling? Vermenigvuldig je uitkomst terug met het aantal metingen.
beeld
superplus04/b_optelling_bij_kaarslicht.jpg
1

Tel de acht metingen uit de tabel van blad 3 zelf op en deel daarna door acht. Vul de drie stappen in.

stapjouw uitkomst
de som van de acht metingen
gedeeld door acht
afgerond op één cijfer na de komma
2

Newton noteert in blad 3, regel 3 een som én een gemiddelde. Eén van de twee is verkeerd, en het andere volgt er netjes uit. Welke van de twee is de echte fout? Bewijs het.

3

Kijk alleen naar de kleinste en de grootste meting in de tabel van blad 3. Leg uit waarom je aan die twee getallen al kon zien dat het gemiddelde van Newton niet kon kloppen.

Wiskunde naam
Ontleding · deel 2 van 2

De dag die niet kan

Blad 5 beschrijft iets wat een slinger nooit doet. Bewijs het met regelnummers.
7
Twee bladen naast elkaar

Vergelijken doe je niet op gevoel. Je legt de twee passages naast elkaar en je noteert bij elk verschil het blad en het regelnummer waar het staat.

  • Zoek eerst wat hetzelfde bleef. Dat is wat de vergelijking eerlijk maakt.
  • Zoek dan het ene ding dat veranderde. Daar moet het verschil vandaan komen, of nergens.
beeld
superplus04/b_twee_touwen_aan_een_balk.jpg
1

Zet blad 3, regel 1 naast blad 5, regel 1. Vul in wat gelijk bleef en wat veranderde.

waarover het gaatwoensdag (blad 3, regel 1)zondag (blad 5, regel 1)
het gewichtje
de hoek waarbij hij losliet
het aantal knopen in het touw
de tijd voor tien slingeringen
2

Onderaan het A3-blad staat een regel over slingers met een langer touw. Schrijf ze over en leg uit waarom de zondag van Newton daarmee in strijd is.

3

In blad 5, regel 4 schuift Newton de tegenspraak van zijn assistent opzij. Zijn zin klopt en toch is zijn redenering fout. Leg uit waarom.

Natuur & techniek naam
PLAAT III
Beelden met aanwijzingen

Drie platen om uit te lezen

Niet kijken maar tellen. In elke plaat zit een getal dat nergens uitgeschreven staat.
8
Plaat 1 — het prisma voor het raam.
superplus04/b_prisma_met_gat_in_het_spectrum.jpg
Plaat 2 — de zandloper van de werkplaats.
superplus04/b_zandloper_half_leeg.jpg
Plaat 3 — de kist met de gewichtjes.
superplus04/b_kist_met_holtes.jpg
1

Tel de banden op plaat 1. Newton noemt in blad 3, regel 5 zes kleuren op, in volgorde. Welke ontbreekt er, en waar hoort ze?

2

De zandloper is halverwege. Blad 4, regel 5 zegt hoe lang hij leegloopt. Hoeveel seconden zijn voorbij?

3

Tel op plaat 3 de holtes en de gewichtjes. Zoek de dag van het verschil: blad en regel.

Natuur & techniek naam
Knipwerk · deel 1 van 3

De slingerproef in zes stappen

De zes kaarten staan door elkaar. Knip ze uit; op blad 10 leg je ze goed.
9
Wat een stap tot een stap maakt

Een stap in een proef is één handeling die je ofwel doet ofwel niet doet. Twee handelingen in één stap zijn er één te veel.

  • Vraag je bij elke kaart af wat er na die stap vastligt en wat nog niet.
  • Twee kaarten lijken op elkaar. De ene mag pas als de andere gebeurd is.
  • Knip langs de buitenrand van elk kaartje. Je houdt er zes over, met een letter erop.
Knip hier de zes kaarten uit
loslaten
superplus04/b_kaart_loslaten.jpg
Kaart A
Laat los zonder te duwen. Iemand anders begint op datzelfde ogenblik te tellen.
knopen tellen
superplus04/b_kaart_knopen.jpg
Kaart B
Knoop het touw om de tien centimeter en tel de knopen. Nu ligt je lengte vast.
acht keer
superplus04/b_kaart_herhalen.jpg
Kaart C
Herhaal alles acht keer. Reken pas als je acht getallen hebt staan.
ophangen
superplus04/b_kaart_ophangen.jpg
Kaart D
Hang het touw aan het ophangpunt, recht boven de nul van de schaal.
klokken
superplus04/b_kaart_klokken.jpg
Kaart E
Klok tien slingeringen en schrijf de tijd meteen op, voor je iets anders doet.
opzij en stil
superplus04/b_kaart_opzij.jpg
Kaart F
Trek het gewichtje tot tien graden opzij en hou het doodstil.
Voor je knipt

Schrijf de letter van elke kaart ook nog eens op de achterkant. Valt je stapeltje om, dan hoef je niet alles opnieuw te lezen.

Taal naam
Knipwerk · deel 2 van 3

Zet de proef in de juiste volgorde

De hint bij elk vak vertelt wat er ná die stap vastligt. Er is maar één volgorde die kan.
10
Eerst leggen, dan lijmen

Lees alle zes de hints voor je iets vastplakt. Een volgorde die je halverwege moet omgooien, kost je meer tijd dan het lezen.

  • Leg de kaarten eerst los in de vakken. Verschuiven mag, overplakken niet.
  • Twijfel je tussen twee kaarten? Vraag je af welke van de twee zonder de andere kan.
Het plakblad van de slingerproef
1hierna weet je hoe lang je slinger is
2hierna hangt je slinger op zijn plaats
3hierna ligt de hoek vast, maar er beweegt nog niets
4hierna beweegt de slinger, en meet je nog altijd niets
5hierna staat je eerste getal op papier
6hierna pas mag je rekenen
beeld
superplus04/b_kaarten_op_de_werkbank.jpg
1

Schrijf achter elk nummer de letter van de kaart die je erop plakte, en zet erbij welke twee kaarten je het langst uit elkaar moest houden.

Taal naam
BOUWPLAAT
Knipwerk · deel 3 van 3

Zo zet je het kabinet in elkaar

Het A3-blad is geen prent maar gereedschap. Knip, vouw, prik, en meet daarna alles na.
11
Wat je erbij nodig hebt

Een schaar, lijm, een splitpen of een rechtgebogen paperclip, en een prikpen.

  • Knip vak 4, 5, 6 en 7 los. Vouw de strook van vak 2 tot een driehoek en lijm de flap vast: dat wordt je steunpunt.
  • Prik de wijzer op het ophangpunt van vak 1 en het middengat van de balk op de punt van het steunpunt. Allebei moeten ze vrij kunnen bewegen.
De gemonteerde hefboom: een gevouwen driehoek, een geperforeerde balk en twee blokjes aan een haakje.
superplus04/b_gemonteerde_hefboom.jpg
1

Vink af terwijl je bouwt, en meet elk onderdeel na met de meetstrook.

onderdeelklaar?wat je nameet
de balk van vak 4de lengte in mm
het steunpunt van vak 2de hoogte van de driehoek
de wijzer van vak 6van het gat tot de punt
2

Meet de balk na met de meetstrook van vak 5. Hoeveel millimeter is hij, en hoeveel gaten zitten er links van het middengat?

3

Hang blokje 3 in het gat van 4 cm links en blokje 2 in het gat van 6 cm rechts. Reken beide kanten uit en voorspel wat de balk doet.

Natuur & techniek naam
Meten op het bord

Vier kruisjes en één vloeiende lijn

Vak 3 van het A3-blad is jouw rooster. De metingen staan in de tabel van blad 4.
12
Een punt zetten

Een meetpunt heeft twee getallen nodig: eentje voor de liggende as en eentje voor de staande as. Met maar één van de twee staat het nergens.

  • Op het bord is één seconde 22 mm breed en is elke twintig centimeter 11 mm hoog.
  • Zet een kruisje waar de twee elkaar kruisen, en verbind pas als alle punten er staan.
beeld
superplus04/b_passer_op_ruitjespapier.jpg
1

Zet de vier metingen van blad 4 op het rooster van vak 3, en zet ook het punt van nul slagen en nul centimeter erbij. Vul eerst deze tabel in.

slagen van het uurwerkafstandstaat het kruisje er?
00 cm
1
2
3
4
2

Is je lijn recht of gebogen? Schrijf op wat die vorm zegt over de knikker.

3

Newton meet niet verder dan vier slagen. Reken uit hoe ver de knikker na vijf slagen zou staan, en leg uit waarom dat punt niet meer op het rooster past.

Wiskunde naam
Slot · je antwoord aan Newton

De regel die hij zelf verstopte

Aan I. Newton, in de werkplaats
13
Het eerste woord van elke dag

Newton zet het in blad 5, regel 6 recht voor je neus. Vul onder elke dag het eerste woord in dat ná de vette dagnaam staat, en lees ze daarna achter elkaar.

beeld
superplus04/b_notitieboek_met_veertje.jpg
maandag
dinsdag
woensdag
donderdag
vrijdag
zaterdag
zondag
1

Schrijf de zin die je in het rooster leest, in één regel over.

2

Schrijf nu je brief aan Newton: wat je narekende, welke dag niet kan, en wat je hem aanraadt. Zet bij elk getal het blad en het regelnummer waar het staat.

Taal naam
Blad 14Het kabinet van de werkplaats — een apart A3-blad, liggend. Dit blad zit niet in de A4-print.
Open en print de kaart apart (A3)
HET KABINET VAN DE WERKPLAATSbouwplaat en meetblad — knip uit, zet in elkaar, meet en reken na1Slingerschaal30252015105051015202530ophangpuntPrik de wijzer (6) hier vast met een splitpen.Hang je touw aan hetzelfde punt.Trek het gewichtje tot 10 graden opzij,laat los zonder te duwen en klok tien slingeringen.2De hefboom32zo ziet het er in elkaar uitvouwvouwvouwlijmsteunpuntDe gaten staan om de 2 cm.Hang een blokje in een gat.Blokje 5 telt als vijf blokjes van 1.Reken links: getal x arm in cm.Reken rechts op dezelfde manier.Even groot? De balk blijft vlak.Papier weegt niets. Dit bord rekent;de echte lat op het potlood bewijst.3Afstand en tijd012345020406080100120140160180200tijd in secondenafstand in centimeterZet elk meetpunt als een kruisje.4 De hefboombalk — knip uit langs de dikke lijn. Lengte 320 mm; de getallen zijn de arm in centimeter.steunpunt22446688101012121414320 mm012345678910111213141516171819205 Meetstrook — 20 cm, in millimeter. Knip uit en meet er alles mee na.6 Wijzer — prik het gat op het ophangpunt.12357 GewichtblokjesDe wetten van de werkplaatsEen slinger met een langer touw slingert altijd trager. Nooit even snel, nooit sneller.Een balk blijft vlak als getal x arm links even groot is als getal x arm rechts.Wie valt of rolt, legt elke seconde een langer stuk af dan de seconde daarvoor.Een gemiddelde ligt altijd tussen de kleinste en de grootste meting. Anders klopt je som niet.