Twee dagen na de diefstal verschijnt De Vaerdonkse Bode met een hoofdartikel, een interview, kleine berichten, een radiogids en drie advertenties. De krant weet minder dan jij, en op vier plaatsen schrijft ze iets wat niet kan. Je leest de pagina met regelnummers, legt er het dossier naast, knipt acht kaarten uit, plakt elke getuige en elk voorwerp op het A3-stadsplan en zet je bewijs op een bewijsbord.
Dit bijvoegsel hoort bij Super plus 2 en gebruikt exact dezelfde zaak, dezelfde namen en dezelfde getallen. Het voegt geen nieuwe oplossing toe: het levert het materiaal waarmee de bundel tot leven komt. De kern is een krantenpagina van 14 oktober 1926 over vier bladen (blad 2 tot 5, samen ongeveer duizend woorden, met regelnummers per blad). In die pagina zitten vier dingen verstopt: twee tegenstrijdigheden met de getuigenissen, een uur dat niet klopt met de nachtdienstregeling, een advertentie met een detail dat alleen iemand ter plaatse kan kennen, en een verborgen woord in de beginletters van de acht kleine berichten. Blad 6 en 7 zijn de ontleding; blad 8 en 9 zijn zes beelden met aanwijzingen; blad 10 tot 12 zijn het knip- en plakwerk; blad 13 is de schrijfopdracht. Blad 14 is het A3-stadsplan. Laat leerlingen verwijzen met blad en regelnummer: de nummering begint op elk krantenblad opnieuw bij 1.
Beste assistent, er ligt een tweede pak op je tafel. Geen nieuwe zaak: dezelfde zaak, maar nu het papier dat ik zelf niet geschreven heb. Vanmorgen is De Vaerdonkse Bode verschenen met een volle pagina over onze klok, en die pagina is een geschenk. Niet omdat ze iets weet, wel omdat ze zich vier keer verspreekt.
Lees de krant zoals je een getuige leest: traag, met je potlood erbij. De regels zijn genummerd, en de nummering begint op elk krantenblad opnieuw bij één. Verwijs daarom altijd zo: blad drie, regel vier. Wie dat niet doet, laat de commissaris zoeken, en een commissaris die zoekt, gelooft je niet.
Daarna krijg je zes beelden die de fotograaf van de politie gemaakt heeft, acht kaarten om uit te knippen en het grote stadsplan van onze wijk op één blad. Op dat plan plak je elke getuige waar hij om middernacht stond, en elk voorwerp waar het gevonden is. Eén van die vier getuigen stond niet op het plein; je zal moeten rekenen om te weten waar hij dan wel liep.
Ik zeg je nog altijd geen naam. Ik zeg je wel dit: één zin in die krant kan alleen geschreven zijn door iemand die er die nacht met zijn eigen ogen bij was. Zoek die zin. Als je hem gevonden hebt, weet je genoeg om het tweede rapport te schrijven. — Aurelia Vonck
Aurelia zegt dat de krant zich vier keer verspreekt. Schrijf voor je begint op welke vier soorten fouten jij in een krant zou verwachten bij zo'n zaak, en hoe je elke soort zou kunnen nakijken. Kom na blad 6 terug en zet erbij welke van je vier je echt gevonden hebt.
Zet een streepje naast elke regel die je met een papier uit de bundel kan nakijken. Je hebt er straks vier nodig.
1DE STERRENKLOK NOG ALTIJD ZOEK. Twee dagen na de nacht van maandag op dinsdag is er van de Sterrenklok uit het Noorderstation geen spoor. De politie heeft niemand aangehouden en wil over het onderzoek niets kwijt. De familie van de schenker looft vijfhonderd frank uit voor wie het stuk terugbrengt.
2Het gaat om zesendertig kilo verguld koper, met een wijzerplaat in de vorm van een ster met twaalf punten. De klok hing aan vier bouten boven de ingangsboog, op twee meter veertig boven de tegels, en zij hing daar sinds de opening van het station in 1924.
3Wat de politie wel bevestigt: om tien over elf hing de klok er nog, en om vijf over half twee belde de nachtwaker. Tussen die twee uren is zij van de muur gehaald. Hoe zij het gebouw uit geraakt is, wil de tweede afdeling niet zeggen.
4De laatste tram van lijn 7 verliet het Stationsplein die nacht om kwart voor twaalf, zo vernemen wij van de maatschappij. Wie na dat uur nog van het plein weg wilde, moest te voet of met de fiets.
5Onze medewerker sprak met de bloemenverkoopster die elke avond op het plein staat. Zij had haar kraam naar eigen zeggen al om elf uur afgebroken en was ruim voor middernacht thuis op de Vlasmarkt. Zij heeft niemand het station zien binnengaan.
6Op de vraag of de dienstdeur in de Kaaistraat die nacht op slot was, kregen wij van het station geen antwoord. De stationschef is tot vrijdag in Brussel en zijn plaatsvervanger verwijst naar de politie.
7Wie die nacht op of rond het Stationsplein geweest is, wordt verzocht zich te melden bij de tweede afdeling. Daarnaast doet het bureau aan de Kaaistraat, in opdracht van de familie, een eigen onderzoek. De Bode volgt de zaak.
De Vaerdonkse Bode, donderdag 14 oktober 1926, eerste blad
1ONS GESPREK MET DE NACHTWAKER. Gustaaf Bierens is tweeënzestig en doet sinds 1915 de nachtdienst in het Noorderstation. Hij ontving ons woensdagavond in de wachtzaal, met zijn pet nog op en zijn boekje in de hand.
2Wanneer hebt u de klok het laatst zien hangen? — Om tien over elf, toen de sneltrein wegreed. Ik ga dan altijd onder de boog staan om de wijzers te vergelijken met mijn eigen horloge. Zij hing er, zo zeker als ik hier zit.
3En daarna? — Om drie voor twaalf ben ik naar de seinpost vertrokken. Twaalf minuten stappen langs de berm, elke nacht dezelfde weg. Pauwels zet daar koffie en schrijft zijn boek bij; ik ben gebleven tot vijf over een.
4Hebt u de klok die nacht horen slaan? — Zeker. Twaalf slagen om middernacht, en om één uur nog eens die ene slag. Ik tel ze mee zonder er bij na te denken, dat doe ik al elf jaar.
5Waarom belde u dan pas om vijf over half twee? — Omdat het aardedonker was toen ik terugkwam. Het licht in de hal deed het niet en ik heb eerst met de hand moeten schakelen. Pas toen zag ik de lege muur.
6KORT BERICHT. STORING IN DE STADSCENTRALE. De centrale aan de vaart laat weten dat er in de nacht van maandag op dinsdag geen enkele storing is geweest. De leidingen werden op de gewone uren afgesloten en weer aangezet. Welke uren dat zijn, deelt de centrale niet mee; die gegevens gaan alleen naar de politie.
De Vaerdonkse Bode, donderdag 14 oktober 1926, tweede blad
| de radiogids van woensdagavond | wat er te horen was |
|---|---|
| 18.00 - 19.00 u | berichten, marktprijzen en de weerkaart |
| 19.30 - 21.00 u | gesproken voordracht en pianomuziek |
| 21.00 - 23.30 u | concert uit de grote zaal te Brussel |
| 23.30 u | goedenacht; elke avond einde uitzending tot 07.00 u |
Een zetter kiest zelf in welke volgorde de kleine berichten staan. Kijk naar de eerste letter van elk bericht en zet ze in die volgorde onder elkaar.
1Kaartclub De Sterre houdt zaterdag haar jaarlijkse prijskamp in de bovenzaal van het gemeentehuis. Inschrijven kan tot vrijdagavond bij de secretaris.
2Aardappelen zijn op de markt een frank per zak goedkoper geworden. De handelaars wijten het aan de milde herfst en verwachten geen verdere daling.
3Regen en wind uit het noorden, meldt de weerdienst, tot en met zaterdag. Voor zondag wordt opklaring verwacht, met kans op nachtvorst in het binnenland.
4Schoolkinderen van de stadsschool hebben hun zwemproef behaald in het bad aan de Melkbrug. Elf van de veertien deelnemers slaagden bij de eerste poging.
5Postkantoor Noord is vrijdag de hele dag gesloten wegens de verhuizing van de loketten naar de gelijkvloerse verdieping. De brievenbus blijft in gebruik.
6Op de vaart is een aak vastgelopen ter hoogte van de stadscentrale. De sleepdienst heeft haar dinsdagmiddag weer vlot gekregen; de scheepvaart liep twee uur vertraging op.
7Onze lezers vragen waarom de straatlantaarns in de Kaaistraat 's nachts gedoofd worden. De stad antwoordt dat stroom geld kost en dat er na middernacht niemand meer loopt.
8Rijwielen mogen voortaan niet meer tegen de gevel van het station worden gezet. De politie kondigt aan dat zij zal wegnemen wat er na zondag nog staat.
De Vaerdonkse Bode, donderdag 14 oktober 1926, derde blad
1ADVERTENTIE. HOTEL ELEKTRA, tegenover het Noorderstation. Zesentwintig kamers, warm water op elke verdieping, eigen bagagekar die uw koffers tot aan de trein brengt. Bij ons brandt altijd licht: toen maandagnacht om twintig voor één de hele stationshal donker viel, brandde bij ons elke lamp.
2ADVERTENTIE. RIJWIELHANDEL SEGERS, Kaaistraat 31. Herstellingen terwijl u wacht, carbidlampen gevuld en nagekeken, tweedehands rijwielen vanaf honderd frank. Open van zeven tot zeven, ook op zondagvoormiddag.
3ADVERTENTIE. WERKHUIS DE COCK, aan de kade. Bagagekarren en handkarren op maat, wielbreedte naar keuze zestig, vijfenzeventig of honderdtien centimeter. Wij herstellen ook wielen van vreemde makelij; levering binnen de week.
4VERLOREN. Tussen het Stationsplein en de Vlasmarkt, in de nacht van maandag op dinsdag, een grijze wollen handschoen van de rechterhand. Terug te bezorgen aan de bloemenkraam op het plein, tegen een kleine beloning.
5INGEZONDEN. Mijnheer de hoofdredacteur, ik woon boven de kruidenier in de Kaaistraat. Maandagnacht ben ik wakker geworden van een kar op de kasseien, ergens tussen middernacht en één uur. Ik heb niet gekeken. Mijn vrouw zegt dat het de postkar was, maar die komt pas om half twee en die hoor ik anders nooit. — G. Wuyts, Kaaistraat 9
De Vaerdonkse Bode, donderdag 14 oktober 1926, achterblad
Een advertentie is geen bericht van de krant. De klant schrijft ze zelf en betaalt per regel. De krant kijkt niet na of het klopt.
Eén van deze vijf stukjes bevat een gegeven dat de krant zelf niet kende. Schrijf het stukje en het gegeven op, en leg uit met welke twee bladen uit de bundel jij bewijst dat de schrijver het alleen ter plaatse kan gezien hebben.
Een krant schrijft op wat men haar vertelt. Jij legt er een papier naast dat niemand kon bijsturen: een logboek, een dienstregeling, een stroomboek, een verklaring die ondertekend is.
Vier regels uit de krant kloppen niet met het dossier. Vul de tabel in. Schrijf in de tweede kolom blad én regelnummer van dit bijvoegsel, en in de derde het bladnummer uit de bundel waarmee je het nakijkt.
| wat de krant beweert | blad en regel | waarmee je het nakijkt | klopt het? |
|---|---|---|---|
| De laatste tram vertrok om kwart voor twaalf. | |||
| De bloemenverkoopster was ruim voor middernacht thuis. | |||
| De nachtwaker hoorde om één uur nog een slag. | |||
| Om twintig voor één viel de hele stationshal donker. |
Drie van de vier zijn gewoon onwaar. De vierde is waar, en dat is juist het vreemde. Leg uit waarom een ware zin verdacht kan zijn, en zeg wie hem volgens jou onmogelijk uit de krant of van de politie kon hebben.
De nachtwaker vergist zich over de slag van één uur. Betekent dat dat hij liegt? Schrijf twee verschillende verklaringen op voor zijn fout, en zet erbij welke van de twee jij waarschijnlijker vindt en waarom.
Eerst de beginletters. Daarna de advertentie. En als laatste het plan erbij, want een uur zonder plaats is maar de helft van een bewijs.
Zet de eerste letter van elk van de acht kleine berichten van blad 4 onder elkaar, in de volgorde waarin ze gedrukt staan. Welk woord lees je? Schrijf erbij naar welk spoor uit de bundel dat woord verwijst.
Neem de advertentie van blad 5, regel 1 erbij. Schrijf het uur op dat erin staat. Zoek daarna in de bundel het papier waar datzelfde uur op staat, en schrijf op blad 3 van dit bijvoegsel de regel over waaruit blijkt dat de krant dat uur niet kende.
Kijk op het A3-stadsplan. In welk vakje ligt de balie van het hotel, en in welk vakje de dienstdeur? Noteer beide vakjes en meet met de schaalbalk hoeveel meter er tussen ligt.
Zoek in elk beeld één ding dat je met een papier uit het dossier kan koppelen: een uur, een breedte, een teken.
Koppel elke plaat aan een papier uit de bundel. Schrijf in de tweede kolom wat je precies ziet, en in de derde het bladnummer waarmee het klopt of botst.
| plaat | wat je ziet | welk blad uit de bundel |
|---|---|---|
| 1 · de klok en de haak | ||
| 2 · de twee sporen | ||
| 3 · de kar |
Twee van deze drie beelden tonen een stand die je kan vergelijken met een tabel uit de bundel.
Vul in wat elk beeld bewijst en wat het juist niet bewijst. Wees streng: een leeg krukje bewijst niet waar iemand wel was.
| plaat | dit bewijst het | dit bewijst het niet |
|---|---|---|
| 4 · de wijzer van het toestel | ||
| 5 · de lege balie om half een | ||
| 6 · de stempel van 23.35 u |
Elke kaart valt uiteen in twee stukken. Knip het beeldje af langs de stippellijn en knip het bij tot ongeveer 24 mm breed: dan past het in een gestreept vak op het A3-plan. Het stuk met de naam en de tekst gaat op het bewijsbord van blad 11.
Op het plan staan acht gestreepte vakken: vier voor een getuige en vier voor een voorwerp. Een dun lijntje wijst telkens naar de plek. Drie getuigen stonden om middernacht op het plein; de vierde was onderweg.
Een bewijs is nooit één ding. Het is een uur, een plaats, een voorwerp en een persoon die alle vier naar hetzelfde wijzen. Ontbreekt er één, dan heb je een vermoeden en geen bewijs.
Lees je twee volle regels hardop. Wijzen ze naar dezelfde persoon? Schrijf in één zin op wat je bord bewijst, en in één zin wat het nog niet bewijst.
De baard van een sleutel is een rij tanden. Elke tand heeft een hoogte, en het slot heeft daar precies de omgekeerde vorm.
Knip de sleutel rechtsonder op het A3 uit. Lees de vier tandhoogtes af en schrijf ze op. Leg de sleutel daarna op elk van de vier slotplaten die onderaan het plan staan, en vul de tabel in.
| deur | de vier tandhoogtes | past de sleutel? |
|---|---|---|
| de hoofdingang | ||
| de dienstdeur in de Kaaistraat | ||
| de kelderdeur van het hotel | ||
| de deur van de seinpost |
Deze sleutel is de sleutel die de uurwerkmaker in mei 1925 heeft ingeleverd. Wat bewijst het dat hij op de dienstdeur past, en wat bewijst het uitdrukkelijk niet? Schrijf allebei een volle zin.
Hoeveel verschillende baarden kan je maken met vier tanden die elk een hoogte 1, 2, 3 of 4 hebben, als elke hoogte maar één keer voorkomt? Reken het uit en leg je redenering uit.
Je schrijft niet aan de politie maar aan de krant. Noem de regel die fout is, zeg met welk papier je het nakijkt, en vraag om een verbetering. Geen naam van een verdachte: dat is het werk van de commissaris.
Schrijf je brief aan de hoofdredacteur van de Bode. Begin met een aanhef, noem drie regels uit zijn krant met blad en regelnummer, zet bij elke regel het papier waarmee je het nakijkt, en sluit af met wat je van hem verwacht. Lees hem daarna hardop na.
Welke van je drie regels is voor de krant het pijnlijkst, en waarom juist die?