Bij de bundel hoort een envelop: negen dagen dagboek van Maaike Vergauwen, een reeks beelden uit het kamp, zeven voorraadkisten om te knippen en een grote ijskaart om op te plakken en op te meten. In dat dagboek staan twee dingen die niet allebei waar kunnen zijn, en in de laatste alinea's zit een woord verstopt dat de teamleider niet hardop durfde te schrijven.
Dit bijvoegsel is het materiaal waarmee Super plus 1 gaat leven; het is geen tweede bundel en herhaalt geen enkele opdracht daaruit. Het dagboek van de teamleider loopt over drie bladen (2, 3 en 5) en telt ruim duizend woorden. De leerling haalt er twee tegenstrijdigheden uit, reconstrueert de route op het A3-bord en vindt een verborgen woord. Daarna komt het knip- en plakwerk: zeven voorraadkisten die precies passen als je rekent, en negen weerkaartjes die alleen in de juiste volgorde te leggen zijn als je het dagboek gelezen hebt. De regelnummers beginnen op elk blad opnieuw; laat leerlingen dus altijd blad en regel noteren. Het A3-bord hangt of ligt open naast de bladen: bijna elk blad verwijst ernaar. Reken op anderhalf tot twee lesuren, of op vier losse momenten van een halfuur.
Je weet al hoe je een positie in graden noteert. Hier staan beide manieren naast elkaar.
Zoek de vier plaatsen op het bord. Schrijf telkens het vakje op en daarna het adres in graden, eerst de breedte.
| plaats | vakje | adres in graden |
|---|---|---|
| Station Witberg | ||
| Depot 2 | ||
| de Landingsbaan | ||
| Havikbaai, de basis |
Ga met je vinger van Depot 1 naar het station. Door welk vakje kom je, en hoeveel graden ga je naar het oosten?
Eén plaats op dit bord ligt zowel het verst naar het noorden als het verst naar het oosten. Welke, en wat is haar adres?
1Dag 1. Om tien voor elf zette het toestel ons neer op de Landingsbaan, vak G5, tweeënzeventig graden noorderbreedte en veertig graden westerlengte. Zeven kisten gingen de sneeuw op. De vrachtlijst ging met het toestel mee terug naar Havikbaai, en dat is mijn fout: ik had ze in mijn binnenzak moeten steken.
2Wij weten wel wat er in elke kist zit, want dat staat op het deksel, maar niet meer welke kist waar hoort. Ik heb ze met houtskool gemerkt van A tot G en ze in de luwte van het rek gezet. Vanavond beslissen wij welke drie in de depots blijven en welke vier naar het station gaan.
3Een handslee draagt hier hoogstens dertig kilogram. Dat is geen richtlijn maar de breekgrens van de disselboom; Nils heeft er vorig jaar een doormidden horen gaan, op honderd meter van de hut. Min één graad vandaag, en een wind die de vlag nauwelijks beweegt.
4Dag 2. Van de Landingsbaan recht naar het noorden, één graad ver, naar vak G4. Daar staat Depot 3: twee stijlen, twee planken, een merkstok en verder niets. Het rek is leeg. De reserveradio ligt nog op de Landingsbaan, want de tweede vlucht heeft niet kunnen landen.
5Plus vier graden, het zachtste dat ik hier ooit gemeten heb. Élise heeft sneeuw van drie diepten meegenomen en Nils heeft het merkbaken nagekeken. Ik heb het lege rek getekend en er de dag bij gezet, want een leeg rek wordt later altijd iemands woord tegen dat van een ander.
6Dag 3. Om kwart over twee in de namiddag plus twee graden; vannacht om vier uur stond dezelfde thermometer op min negen. Om zes uur 's avonds stonden wij op Station Witberg, vak E3, vierenzeventig graden noorderbreedte en tweeënveertig graden westerlengte. De vier units staan er nog zoals wij ze vorig jaar achtergelaten hebben.
7Onder de brandstofton ligt smeltwater dat overdag wegloopt en 's nachts weer dichtvriest. Vier meter ten oosten van de ton loopt een scheur door het ijs. Ik heb hem opgemeten en in het logboek gezet; hier schrijf ik alleen dat ik er niet rustig van word en dat ik de ton morgen verzet.
Drie vakjes van het bord worden in deze zeven regels genoemd. Zet ze met potlood aan op het grote blad en schrijf er hier de regelnummers bij.
1Dag 4. Nils is vanmorgen met de motorslee naar het westen vertrokken, twee graden ver, naar vak C3. Daar ligt Depot 1 en daar hoort de brandstof. Hij blijft één nacht weg. Min drie overdag, en vannacht is het de koudste nacht tot nu toe geweest.
2Ik heb de depotlijst bijgewerkt. Depot 1 krijgt de brandstof zodra Nils er is, Depot 3 krijgt de reserveradio zodra die van de Landingsbaan komt, en Depot 2 is gevuld en gesloten. Daarmee staat alles waar het hoort en kan die lijst voorlopig de kast in.
3Dag 5. Precies nul graden overdag en min twaalf vannacht. De wind is naar het noordwesten gedraaid en trekt sinds de avond aan. Élise heeft water uit de scheur onder de lens gelegd en telde in één druppel veertien beestjes van minder dan een millimeter. Nils is om negen uur terug van Depot 1.
4Sinds vanavond staat de merkstok bij de ton scheef, en niemand van ons heeft hem aangeraakt. Ik zet er morgen een tweede naast, met een touw ertussen, zodat ik kan zien welke van de twee beweegt. Wie niet meet, gelooft na drie dagen vanzelf wat hem het beste uitkomt.
5Dag 6. Vanmorgen zijn Élise en Nils met de motorslee naar het noorden vertrokken, één graad ver, naar vak E2. Daar ligt Depot 2, en daar moet het reserverantsoen naartoe: eten voor vier mensen, vier dagen lang. Zij blijven twee nachten weg.
6Min vijf overdag en min achttien vannacht. De wind staat krachtig uit het noordwesten en de kachel trekt slecht. Ik laat hem liever uit dan dat ik hem onbewaakt laat branden terwijl ik zelf in de meethut zit.
7Twee mensen minder in een kamp voor vier is stiller dan ik verwacht had. Ik heb de hele avond aan de mast gestaan en de windmeter om het halfuur afgelezen. Alles wat ik las, staat in de weerpost op de kaart; alles wat ik dacht, staat hier.
Op dit blad staat één zin die onmogelijk waar kan zijn op de dag waarop hij geschreven is. Onderstreep hem en noteer hier zijn regelnummer.
Zoek eerst het kleinste ding dat je echt kan aflezen. Pas daarna vergelijk je het met een tabel of een regel.
Zoek in de weerpost op het bord de nacht waarin min veertien gemeten is. Welke dag is dat?
Welk depot staat op het tweede beeld, en welke kist hoort op die afgetekende plaats?
Élise komt uit Canada. Welke van de twee sleeën is de hare, en waaraan zie je dat?
1Dag 7. Om twee uur in de namiddag las ik min vier graden af. De windmeter heeft de hele dag bijna stilgestaan, dus ik heb hem twee keer met de hand rondgedraaid om te zien of hij nog liep. Hij liep. De vlakte lag er zo stil bij dat ik het ijs onder de units hoorde kraken.
2Alleen zijn in een kamp voor vier is vreemd werk. Ik heb de voorraad nageteld, de kisten opnieuw gewogen en alles wat ik woog twee keer opgeschreven: één keer in het logboek en één keer hier. Twee keer opschrijven is het enige wat helpt tegen jezelf.
3Om zes uur heb ik Depot 3 opgeroepen en geen antwoord gekregen. Dat is logisch, want daar staat nog altijd geen radio, maar ik probeer het elke avond. Het kost niets, en het is de enige gewoonte die ik van mijn eerste winter hier heb overgehouden.
4Dag 8. Élise en Nils zijn om halfacht 's avonds terug van Depot 2. Het reserverantsoen staat er nu onder een dubbel zeil en de merkstok is twee meter verzet. Onderweg zijn ze langs Depot 3 gereden: het rek staat daar nog altijd leeg, met de afgetekende plaats er nog open bij.
5Rond middernacht heb ik mijn drie depotlijsten naast elkaar gelegd en ik ben er niet gerust op. Er staat iets in mijn eigen schrift dat niet kan kloppen, en ik weet ook op welke bladzijde. Ik laat het staan zoals het er staat, want doorstrepen maakt van een fout een geheim.
6Dag 9. Om vijf over zeven vanavond kwam het bericht van de basis binnen: het lagedrukgebied is versneld en het toestel haalt ons op dag elf op. Min zeven overdag, min zeventien vannacht, en de wind staat weer krachtig uit het noordwesten. Wij moeten voor middernacht antwoorden.
7Morgen breken wij het halve kamp af en dan pas reken ik alles na. Ik schrijf dit tien minuten voor twaalf, bij het licht van de radiohut. Wil je weten waar ik het bangst voor ben, lees dan de eerste letter van dit stukje en van het laatste stukje van elk van de vier dagen ervoor.
De teamleider zegt op regel 5 dat er iets in haar eigen schrift staat dat niet kan kloppen. Schrijf hier alvast op waar jij zou beginnen zoeken.
Leg één vinger op de zin die je niet gelooft en één op de zin die haar tegenspreekt. Pas als je allebei kan aanwijzen, heb je een bewijs.
In het dagboek staat één temperatuur die niet met de weerpost op het bord klopt. Geef blad en regel, schrijf op wat de teamleider noteert en wat de tabel zegt.
Ergens noemt zij een depot gevuld en gesloten terwijl dat toen nog niet kon. Citeer die regel, en geef daarna de twee regels die haar tegenspreken.
De sporen hierboven lopen recht naar het noorden, weg van het station. Naar welk vakje leiden ze, op welke dag zijn ze gereden, en wat bewijst dat over vraag 2?
Elke dag in het dagboek noemt een richting, een aantal graden of een vakje. Zet ze op volgorde en de hele route komt vanzelf tevoorschijn.
Vul de tabel in met het vakje waar het team die dag was of naartoe reed.
| dag | wat er gebeurde | vakje |
|---|---|---|
| dag 1 | het toestel zet het team neer | |
| dag 2 | langs het lege rek van Depot 3 | |
| dag 3 | aankomst in het kamp | |
| dag 4 | de motorslee naar het westen | |
| dag 6 | de motorslee naar het noorden |
De sleeroute maakt een bocht in plaats van recht van de Landingsbaan naar het station te lopen. Door welk vakje zou die rechte lijn gaan, en wat ligt daar?
Zet de eerste letters van de laatste alinea van dag 5, 6, 7, 8 en 9 achter elkaar. Welk woord krijg je, en waarom heeft zij het zo opgeschreven?
Op de sneeuw bij de Landingsbaan staan zeven kisten, gemerkt van A tot G. Drie ervan horen in een depot; de vier andere gaan met de twee handsleeën naar het station.
| depot | vakje | wat daar moet liggen |
|---|---|---|
| Depot 1 | C3 | brandstof voor de terugweg, twintig liter |
| Depot 2 | E2 | eten voor vier mensen, vier dagen lang |
| Depot 3 | G4 | een tweede radio, met accu en antenne |
Knip eerst blad 9 uit. Welke kist hoort in welk depot? Schrijf bij elk depot de letter en het gewicht, en plak de kist daarna in het juiste gestreepte vak op het bord.
Vier mensen eten hier samen 3,20 kg per dag. Klopt het gewicht van de kist voor Depot 2 met vier dagen eten? Laat je berekening zien.
Lees eerst alle zeven de deksels. Schrijf op een kladblaadje welke drie in een depot horen; dan knip je pas.
Schrijf onder elke slee het totaal in kilogram, met twee cijfers na de komma.
Er is maar één verdeling mogelijk. Leg uit waarom kist D niet samen met kist E kan, niet samen met kist F, en ook niet alleen op een slee.
De kaartjes liggen hier door elkaar en er staat geen dag op. Alleen het dagboek vertelt je welk kaartje bij welke dag hoort.
Eén kaartje past nergens goed. Leg het toch op de plaats waar het volgens het dagboek hoort, en vergelijk het daarna met de weerpost op het bord.
Leg alle negen kaartjes los op de tijdlijn en controleer de volgorde nog een keer met het dagboek. Pas dan de lijmstift.
Vergelijk elk kaartje met de weerpost op het bord. Op welke dag botst het? Schrijf allebei de getallen op.
Kijk in de weerpost op het bord: op hoeveel dagen stond de meting van twee uur boven nul, en op hoeveel dagen zakte ze onder min vijf?
De basis wil geen verhaal maar een vaststelling. Noem eerst wat er niet klopt, dan waar het staat, en pas daarna wat jij denkt dat eraan gedaan moet worden.
Schrijf je bericht. Noem allebei de fouten met blad en regelnummer erbij, zeg welke kist er op dag negen nog altijd niet in zijn depot ligt, en eindig met het woord van vijf letters.