Handboek · hoofdstuk 3Integralen: ophopen
Uit een vermogen de energie, uit een stroom de lading, uit een snelheid de weg
Wie weet hoe snel iets verandert, wil vaak weten hoeveel er in totaal bijkomt. Een zonnepaneel meldt watt, de bewoners betalen kilowattuur; een stroommeter meet ampère, de batterij bevat ampère-uur. Dat ophopen is de integraal: een oppervlakte onder een kromme, opgebouwd uit dunne strookjes. Je bouwt ze op met Riemann-sommen, rekent ze exact uit met primitieven dankzij de hoofdstelling, en numeriek met de trapeziumregel en Simpson. Voor Habitat haal je de dagopbrengst van de zonnepanelen uit een vermogensgrafiek.

- Je kan een hoeveelheid die met een veranderlijke snelheid ophoopt, voorstellen als de oppervlakte onder een kromme, met de juiste eenheid.
- Je kan linker-, rechter- en middenpunt-Riemann-sommen berekenen en uitleggen hoe ze naar de bepaalde integraal gaan.
- Je kan de bepaalde integraal interpreteren als oppervlakte met teken en haar eigenschappen gebruiken.
- Je kan primitieve functies bepalen en de hoofdstelling uitleggen en gebruiken om integralen exact te berekenen.
- Je kan integralen toepassen: energie uit vermogen, lading uit stroom, verplaatsing uit snelheid, arbeid bij een veranderlijke kracht.
- Je kan een integraal numeriek benaderen met de trapeziumregel en Simpson, ook op meetdata, en de orde van de fout verklaren.
- Je kan de gemiddelde waarde en de effectieve waarde van een functie berekenen en interpreteren.
- Je kan de dagopbrengst van de zonnepanelen uit metingen berekenen en kritisch vergelijken met PVGIS en het energiebudget.
Archimedes en de uitgeputte parabool
In de derde eeuw voor Christus wilde Archimedes van Syracuse de oppervlakte kennen van een stuk parabool, afgesneden door een rechte. Er bestond geen formule, dus bouwde hij er een. Hij tekende in het stuk de grootste driehoek, daarna in de twee overblijvende randjes weer de grootste driehoeken, en zo verder. Elke nieuwe generatie driehoeken samen bleek precies een vierde van de vorige te zijn. De oppervlakte is dus
met de eerste driehoek. Omdat de Grieken oneindige sommen wantrouwden, bewees hij het met de methode van uitputting (exhaustie, ouder dan hem, van Eudoxus): de oppervlakte kan niet groter en niet kleiner zijn dan , want elk verschil zou na genoeg stappen uitgeput raken.
Hoe Archimedes zulke resultaten eerst vond, bleef eeuwenlang een raadsel. Het antwoord stond in De Methode, een brief die alleen bewaard bleef in een tiende-eeuwse kopie. In de dertiende eeuw werd dat perkament afgeschraapt en overschreven als gebedenboek: een palimpsest. In 1906 herkende de Deense filoloog Johan Ludvig Heiberg er de tekst van Archimedes in; in 1998 werd het boek geveild en daarna in het Walters Art Museum in Baltimore met multispectrale beeldvorming gelezen. Archimedes 'woog' er figuren door ze op te delen in ontelbare dunne sneden: het idee van een integraal, bijna tweeduizend jaar voor Newton en Leibniz.
Leibniz gaf die sommen van dunne sneden een teken, , een uitgerekte s van summa. In 1854 maakte Bernhard Riemann er een strenge definitie van: de sommen van rechthoekjes die je in dit hoofdstuk leert.
Het brein van het station telt voortdurend op: wattuur uit de zonnepanelen, ampère-uur in en uit de batterij, liter water, graaduren kou. Elke teller is een integraal, en elke numerieke integraal heeft een fout die afhangt van hoe vaak je meet. De I-actie van een PID-regelaar (hoofdstuk 39) en elke simulatie (hoofdstuk 4) zijn integralen.

Wat je al weet: ophopen
| wat je al kan | wat nu komt |
|---|---|
| energie = vermogen × tijd, in kWh (hoofdstuk 21 van Fundamental) | energie als oppervlakte onder een veranderlijk vermogen |
| de oppervlakte onder een (v,t)-grafiek is de verplaatsing, voor rechte stukken (hoofdstuk 7 van Intermediate) | voor elke kromme, exact of numeriek |
| de dagopbrengst als som van uurwaarden, volle zonuren (hoofdstuk 20 van Intermediate) | de trapeziumregel, en hoe groot de fout is |
| afgeleiden en rekenregels (hoofdstuk 1) | primitieven: de afgeleide achterstevoren |
Stroomt water met een constant debiet van 5,0 L/min, dan komt er in 12 minuten bij: debiet maal tijd, de oppervlakte van een rechthoek onder de (Q,t)-grafiek. Levert een paneel 350 W gedurende 2 uur, dan is dat 700 Wh. Maar echte snelheden veranderen. Dan deel je de tijd op in stukjes waarin de snelheid bijna constant is, en tel je de rechthoekjes op: de oppervlakte onder de kromme.
Het schuifpaneel van de kasmodule (hoofdstuk 7 van Intermediate) had een trapeziumprofiel: de oppervlakte onder zijn (v,t)-grafiek is , precies de slag. Voor het vijfdegraadsprofiel uit hoofdstuk 1 lukt dat niet meer met driehoekjes en rechthoeken; daarvoor is dit hoofdstuk.
Riemann-sommen
Neem een geïdealiseerde heldere dag: watt, van 6:30 tot 20:30. Hoeveel energie leveren de panelen in de ochtend, van 6:30 tot 13:30? Verdeel die 7 uur in stroken van en neem in elke strook een rechthoek met als hoogte het vermogen in één punt:
Het vermogen stijgt in de ochtend, dus de linkersom onderschat (3544 Wh) en de rechtersom overschat (4444 Wh). De middenpuntsom zit er dicht bij: 4019 Wh, tegen exact 4011 Wh (dat bereken je verder in dit hoofdstuk). Hoe smaller de stroken, hoe kleiner het verschil.
Voor op kan je de limiet zelfs exact volgen. Met stroken is de rechtersom
en die gaat naar als . Zo werkte Archimedes ook, zonder algebra.
| links | rechts | midden | |
|---|---|---|---|
| 4 | 0,218750 | 0,468750 | 0,328125 |
| 10 | 0,285000 | 0,385000 | 0,332500 |
| 100 | 0,328350 | 0,338350 | 0,333325 |
| 1000 | 0,332834 | 0,333834 | 0,333333 |
| limiet | |||
Hoeveel water verliest de meetkas per dag?
De meetkas verliest water door verdamping en door de planten. Uit het gewicht van de plantenbakken schat het brein van het station elke 2 uur hoe snel dat gaat (voorbeeldreeks):
| tijd (h) | 0 | 2 | 4 | 6 | 8 | 10 | 12 | 14 | 16 | 18 | 20 | 22 | 24 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| mL/h | 25 | 25 | 25 | 25 | 76 | 129 | 161 | 161 | 129 | 76 | 25 | 25 | 25 |
Bereken het verlies over de hele dag met de linker- en de rechtersom, en vergelijk met de 1,8 L per dag uit het dossier (150 mL per bakje, hoofdstuk 27 van Fundamental).
- snelheid in mL/h om de 2 uur, van 0 tot 24 uur
- en in mL, en hun gemiddelde
- 1Linkersom: elke strook krijgt de waarde aan het begin: .
- 2Rechtersom: de waarde aan het eind: .
- 3Hier zijn ze zelfs gelijk: , want de reeks begint en eindigt met 25 mL/h. Wat links te weinig is in de ochtend, is rechts te veel, en omgekeerd in de namiddag. Samen: .
- 4Eenheid: mL/h maal h geeft mL. Omgerekend: per dag.
De bepaalde integraal
Als de Riemann-sommen naar één getal gaan, welk punt je in de stroken ook kiest, dan is dat getal de bepaalde integraal. Voor continue functies is dat altijd zo.
Oppervlakte met teken. Waar negatief is, zijn de strookjes negatief. De stroom van de batterij is positief bij laden en negatief bij ontladen: de integraal over een dag is de netto lading. De figuur toont een gemiddelde aprildag in de module (zonnestroom min verbruik per uur, uit hoofdstuk 20 van Intermediate): overdag gaat er 231 Ah in, 's avonds en 's nachts 83 Ah uit, netto . Dat is meer dan de batterij (2 × 120 Ah) kan opnemen: in werkelijkheid stopt de regelaar met laden als ze vol is, het overschot uit hoofdstuk 20 van Intermediate. Wie de totale 'drukte' wil, integreert .
Eigenschappen, rechtstreeks uit de sommen:
- lineair: ;
- opsplitsen: (energie van de ochtend plus die van de namiddag);
- grenzen omdraaien wisselt het teken: , en ;
- als op , dan .
Een coulombteller voor de batterij
De batterij van de module (2 × 120 Ah) staat 's morgens om 7:00 op 55 %. Een stroomsensor meet elk uur (positief = laden). Bereken met de trapeziumregel per uur hoeveel ampère-uur er bijkomt en volg de laadtoestand (state of charge, SoC).
- om 7:00, 8:00, …, 19:00: 2,0; 6,5; 12,0; 17,0; 19,0; 18,0; 13,5; 6,0; −3,5; −15,5; −15,8; −15,7; −15,8 A
- , start 55 % = 132 Ah
- laadtoestand na elk uur
- 1In elk uur: (een trapezium). Eerste uur: .
- 2De teller telt die bijdragen op: . Dat is een Riemann-som die de integraal benadert.
- 3Het programma hieronder doet het voor alle uren.
# coulombteller.py - laadtoestand van de batterij uit de gemeten stroom (trapeziumregel, cumulatief) stroom = [2.0, 6.5, 12.0, 17.0, 19.0, 18.0, 13.5, 6.0, -3.5, -15.5, -15.8, -15.7, -15.8] # A, om het uur Q_nominaal = 240.0 # Ah (2 x 120 Ah) soc = 0.55 # laadtoestand bij de start (55 %) q = soc * Q_nominaal for i in range(len(stroom) - 1): q += (stroom[i] + stroom[i + 1]) / 2 * 1.0 # Ah in dit uur print("na uur %2d: %6.1f Ah (%3.0f %%)" % (i + 1, q, 100 * q / Q_nominaal))na uur 1: 136.2 Ah ( 57 %) na uur 2: 145.5 Ah ( 61 %) na uur 3: 160.0 Ah ( 67 %) na uur 4: 178.0 Ah ( 74 %) na uur 5: 196.5 Ah ( 82 %) na uur 6: 212.2 Ah ( 88 %) na uur 7: 222.0 Ah ( 92 %) na uur 8: 223.2 Ah ( 93 %) na uur 9: 213.8 Ah ( 89 %) na uur 10: 198.1 Ah ( 83 %) na uur 11: 182.3 Ah ( 76 %) na uur 12: 166.6 Ah ( 69 %)
Primitieve functies
Een primitieve functie van is een functie waarvan de afgeleide is: . Je zoekt dus de afgeleide 'achterstevoren'. Omdat de afgeleide van een constante nul is, heeft niet één maar oneindig veel primitieven: . Een tabel volgt rechtstreeks uit de tabel van afgeleiden in hoofdstuk 1:
| primitieve | controle: | |
|---|---|---|
| (constante) | ||
| () | ||
Bij elke primitieve mag je een constante optellen. Voor de bepaalde integraal valt die weg in .
Voorbeelden: een primitieve van is ; van is ; van is . Controleer altijd door af te leiden: dat is eenvoudig, en de fouten zitten meestal in een factor (, ) of een teken.
(de normale verdeling, hoofdstuk 6), of het vermogen van een echte zonnedag hebben geen primitieve die je met gewone functies kan opschrijven. Afleiden kan altijd, integreren in formules niet. Daarom is numeriek integreren in de techniek geen noodgreep maar het gewone werk.
De hoofdstelling: afleiden en integreren zijn elkaars omgekeerde
Definieer de oppervlaktefunctie : de energie die de panelen sinds de ochtend geleverd hebben, tot tijdstip . Hoe snel groeit ? Schuif een beetje op, met . Er komt een dun strookje bij met breedte en hoogte ongeveer :
Hoe smaller het strookje, hoe beter (voor een continue ); in de limiet: . De energieteller groeit met precies het vermogen: dat wist je fysisch al, nu staat het wiskundig.
Terug naar : is een primitieve, dus , de limiet waar de Riemann-sommen naartoe kropen, in één regel. Een oneindige som van strookjes wordt een verschil van twee functiewaarden: dat is de kracht van de stelling, en de reden waarom Newton en Leibniz de vaders van de analyse heten.
De energie van een ideale heldere dag
Bereken exact de energie van de geïdealiseerde dag W van 6:30 tot 20:30, en die van de ochtend (tot 13:30). Vergelijk met de Riemann-sommen met zeven stroken.
- , ,
- en
- 1Substitueer ; een primitieve van is met .
- 2.
- 3. De ochtend is de helft (symmetrie): .
- 4Riemann met zeven stroken: links 3544, rechts 4444, midden 4019 Wh. De middenpuntsom mist maar 0,2 %.
Verplaatsing uit snelheid: het kasdak
In hoofdstuk 1 opende het schuifpaneel met het vijfdegraadsprofiel , , , . Toon aan dat het paneel echt 0,60 m aflegt, en bereken hoe ver het na 2,0 s is.
- met
- en
- 1Substitueer , dus : .
- 2Werk uit: , met primitieve .
- 3Van 0 tot 1: . Dus .
- 4Tot (): .
Arbeid bij een veranderlijke hoogte: de tank vullen
De drinkwatertank van het station (hoofdstuk 2: diameter 0,78 m, 500 L) staat met haar bodem 0,30 m boven de vloer op een sokkel. Stel dat ze gevuld wordt vanuit een put waarvan de waterspiegel 2,0 m onder de vloer ligt. Hoeveel arbeid kost het om de tank te vullen, en hoeveel elektrische energie met een pomp van 10 % rendement (hoofdstuk 9 van Intermediate)?
- , waterhoogte
- elk laagje moet van −2,0 m naar m
- en de elektrische energie
- 1De kracht is niet het probleem, de hoogte wel: elk laagje water gaat anders ver omhoog. Een laagje op hoogte in de tank met dikte heeft massa en gaat meter omhoog.
- 2, dus .
- 3.
- 4In wattuur: ; met 10 % rendement elektrisch.
Integralen: formules en eenheden
Controleer een primitieve door af te leiden, een numerieke integraal door te verdubbelen, en elk resultaat op eenheden.
| symbool | betekenis | eenheid |
|---|---|---|
| energie | J of Wh | |
| lading | C of Ah | |
| verplaatsing | m | |
| arbeid | J |
| symbool | betekenis | eenheid |
|---|---|---|
| breedte van een strook (b − a)/n | eenheid van x | |
| f(a + i h) | eenheid van f |
| primitieve | controle: | |
|---|---|---|
| (constante) | ||
| () | ||
Bij elke primitieve mag je een constante optellen. Voor de bepaalde integraal valt die weg in .
| regel | fout bij klein | verdubbelen | exact voor |
|---|---|---|---|
| links of rechts | fout / 2 | constanten | |
| midden | fout / 4 | rechten | |
| trapezium | fout / 4 | rechten | |
| Simpson | fout / 16 | derdegraadsveeltermen |
Numeriek integreren: trapezium en Simpson
Trapeziumregel. Verbind opeenvolgende punten met rechte stukjes en tel de trapezia op. Elk trapezium heeft oppervlakte ; samen tellen de binnenste punten twee keer half mee:
Waar de kromme bol is (), ligt de koorde eronder en onderschat de trapeziumregel; waar ze hol is, overschat ze. Voor één trapezium is exact min benadering ; over stroken samen is de fout van de orde : tweede orde. Voor meetdata met een vaste stap is het de natuurlijke keuze: je integreert precies wat je gemeten hebt, met rechte lijnen ertussen.
Simpson. Leg door telkens drie punten een parabool in plaats van een rechte. Voor twee stroken samen geeft dat ; achter elkaar de gewichten 1, 4, 2, 4, 2, …, 4, 1 (met even). De fout is van de orde , en de regel is zelfs exact voor derdegraadsveeltermen. Nog een manier om hem te zien: , de trapeziumregel verbeterd met haar eigen foutschatting (extrapolatie van Richardson).
Voor de ochtend van de ideale dag met zeven trapezia: tegen exact , −0,4 %: de sinus is bol, de koorden liggen eronder.
Vier regels vergeleken
Een test met een integraal waarvan je de uitkomst kent, , toont de orde van elke regel: verdubbel en kijk hoeveel keer kleiner de fout wordt.
# integreer.py - vier regels voor een bepaalde integraal, getest op de integraal van e^x van 0 tot 1import math def links(f, a, b, n): h = (b - a) / n return h * sum(f(a + i * h) for i in range(n)) def midden(f, a, b, n): h = (b - a) / n return h * sum(f(a + (i + 0.5) * h) for i in range(n)) def trapezium(f, a, b, n): h = (b - a) / n return h * (f(a) / 2 + sum(f(a + i * h) for i in range(1, n)) + f(b) / 2) def simpson(f, a, b, n): # n moet even zijn h = (b - a) / n binnen = sum((4 if i % 2 else 2) * f(a + i * h) for i in range(1, n)) return h / 3 * (f(a) + binnen + f(b)) exact = math.e - 1print(" n links midden trapezium Simpson")for n in (2, 4, 8, 16, 32): fouten = [abs(r(math.exp, 0, 1, n) - exact) for r in (links, midden, trapezium, simpson)] print("%3d " % n + " ".join("%9.2e" % x for x in fouten))Uitvoer:
n links midden trapezium Simpson 2 3.94e-01 1.78e-02 3.56e-02 5.79e-04 4 2.06e-01 4.47e-03 8.94e-03 3.70e-05 8 1.05e-01 1.12e-03 2.24e-03 2.33e-06 16 5.31e-02 2.80e-04 5.59e-04 1.46e-07 32 2.67e-02 6.99e-05 1.40e-04 9.10e-09
Links: fout / 2 per verdubbeling (eerste orde). Midden en trapezium: fout / 4 (tweede orde), met de middenregel ongeveer twee keer nauwkeuriger en met het andere teken. Simpson: fout / 16 (vierde orde); bij 32 stroken is de fout al . De log-loggrafiek (tot 256 stroken) toont de hellingen −1, −2 en −4; bij nog meer stroken zou Simpson op de bodem van de afrondingsfout botsen, zoals in hoofdstuk 1.
numpy.trapezoid(p, t) doet de trapeziumregel op meetpunten, ook met ongelijke stappen (in oudere versies heette ze numpy.trapz); scipy.integrate.simpson doet Simpson. Voor een functie die je zelf kan uitrekenen, kiest scipy.integrate.quad de stroken zelf.
Gemiddelde en effectieve waarde
De gemiddelde waarde van een functie op is de hoogte van de rechthoek met dezelfde breedte en dezelfde oppervlakte:
De meetkas op de zonnige aprildag (hoofdstuk 4 van Fundamental): de trapeziumregel op de uurwaarden geeft , dus . Het gemiddelde van minimum en maximum, , ligt veel hoger: de kas is maar enkele uren echt warm. Ook de gemiddelde hoogte van het water in de tankopdracht, en de 'gemiddelde snelheid' van hoofdstuk 7 van Intermediate, zijn zulke gemiddelden.
De effectieve waarde (RMS, root mean square) is de wortel uit het gemiddelde van het kwadraat. Ze telt voor vermogen, want . Voor is het gemiddelde van over een periode (want en de cosinus middelt weg), dus
Het gemiddelde van de netspanning over een periode is nul, maar een waterkoker wordt er toch warm van: het vermogen hangt af van , en dat is nooit negatief. Welk gemiddelde je nodig hebt, hangt af van de vraag: lading (gewoon gemiddelde van de stroom) of warmte (effectieve waarde).
Habitat: de dagopbrengst uit de logger
De MPPT-regelaar van de klimaatmodule meldt elk kwartier het vermogen dat hij naar de batterij stuurt. Het brein van het station krijgt een CSV-bestand. Hier: een zonnige dag, 12 mei 2026, met drie wolken (een voorbeeldreeks, gemaakt met een model voor de zonnestand in Brussel, zie het volgende blad). De eerste regels, en een stuk rond de middag:
tijdstip,vermogen_W 05:00,0 05:15,0 ... 11:45,944 12:00,1006 12:15,1013 ...
# dagopbrengst.py - de energie van de zonnepanelen uit het vermogen om het kwartier (trapeziumregel)import csv tijden, vermogen = [], [] # uren, wattwith open("zonnestroom_12mei.csv", newline="") as f: for rij in csv.DictReader(f): uur, minuut = rij["tijdstip"].split(":") tijden.append(int(uur) + int(minuut) / 60) vermogen.append(float(rij["vermogen_W"])) def trapezium(t, p): """Oppervlakte onder de punten (t, p): energie in Wh als t in uur en p in W.""" return sum((p[i] + p[i + 1]) / 2 * (t[i + 1] - t[i]) for i in range(len(t) - 1)) E = trapezium(tijden, vermogen)E_uur = trapezium(tijden[::4], vermogen[::4]) # alleen de volle urenP_max = max(vermogen)print("dagopbrengst: %.0f Wh (%.2f volle zonuren voor 1400 Wp)" % (E, E / 1400))print("met alleen uurwaarden: %.0f Wh (%+.1f %%)" % (E_uur, (E_uur / E - 1) * 100))t_max = tijden[vermogen.index(P_max)]print("grootste vermogen: %.0f W om %d:%02d" % (P_max, *divmod(round(t_max * 60), 60)))print("gemiddeld vermogen: %.0f W over 24 uur" % (E / 24)) opgebouwd, helft = 0.0, Nonefor i in range(len(tijden) - 1): opgebouwd += (vermogen[i] + vermogen[i + 1]) / 2 * (tijden[i + 1] - tijden[i]) if helft is None and opgebouwd >= E / 2: helft = tijden[i + 1]print("de helft van de energie is binnen om %d:%02d" % divmod(round(helft * 60), 60))Uitvoer:
dagopbrengst: 7197 Wh (5.14 volle zonuren voor 1400 Wp) met alleen uurwaarden: 6787 Wh (-5.7 %) grootste vermogen: 1102 W om 13:15 gemiddeld vermogen: 300 W over 24 uur de helft van de energie is binnen om 13:30
De trapeziumregel op 69 kwartierwaarden geeft 7,20 kWh. Met alleen de 18 uurwaarden kom je 5,7 % lager uit: toevallig vallen drie volle uren (11:00, 15:00 en 17:00) midden in een wolk, zodat elke wolk een heel uur lang lijkt te duren. Omdat de voorbeeldreeks uit een model komt, kennen we ook de energie met een meting per minuut: 7,23 kWh. Het kwartier zit er 0,5 % naast, het uur 6,1 %.
Habitat: een zonnedag lezen
Boven: het vermogen om het kwartier op 12 mei (voorbeeldreeks), het model voor een heldere hemel, en het gemiddelde uurprofiel van een meidag uit PVGIS (hoofdstuk 20 van Intermediate). Onder: de energie die sinds de ochtend is opgebouwd, met de trapeziumregel.
- 1Alleen hemellicht
De zon komt op rond 6:10, maar staat in mei in het noordoosten, achter het steile paneel. Tot ongeveer 8 uur valt er alleen diffuus licht op: enkele tientallen watt.
- 2De zon op het paneel
Rond 7:52 valt de directe zon voor het eerst op de voorkant van de panelen: het vermogen versnelt. Een paneel onder 60° is gemaakt voor de lage winterzon.
- 3Een wolk, één meting
Om 10:45 meet de logger midden in een wolk (386 W). Met alleen uurwaarden zie je ze enkel omdat 11:00 er toevallig in valt, en dan lijkt ze een uur te duren; met een meting per minuut zie je haar echte vorm.
- 4Middag
Het grootste vermogen, 1102 W om 13:15: 79 % van het piekvermogen. De zon staat in het zuiden, maar hoger dan loodrecht op het steile paneel.
- 5Een lange wolk
Tussen 14:30 en 15:15 zakt het vermogen tot ongeveer een derde. De energiekromme onder vlakt daar zichtbaar af.
- 6Helling = vermogen
De opgebouwde energie is de integraal van het vermogen; haar helling (kWh per uur) is dus het vermogen (hoofdstelling). Om 13:30 is de helft binnen.
- 7De dagopbrengst
7,20 kWh, tegen gemiddeld 5,01 kWh voor een meidag (PVGIS, stippellijn): dit was een goede dag, geen gemiddelde.
Habitat: de dagopbrengst beoordelen
Vergelijk de gemeten dagopbrengst van 12 mei met PVGIS, met de heldere hemel en met het energiebudget van de module (3,27 kWh per dag, hoofdstuk 20 van Intermediate). Hoeveel volle zonuren waren het? Hoeveel energie kan de batterij (2,46 kWh bruikbaar) opvangen, en welk besluit trek je voor de logger?
- (trapezium, kwartier)
- PVGIS mei: 3,58 Wh per Wp per dag; heldere hemel (model):
- volle zonuren, verhoudingen, overschot, advies
- 1Volle zonuren: : evenveel energie als 5,1 uur bij 1000 W/m² en STC.
- 2PVGIS-gemiddelde voor mei: . Deze dag gaf 44 % meer; het gemiddelde bevat ook grijze dagen. Tegenover een volledig heldere hemel mist de dag 10 % door de wolken.
- 3Het budget van de module is 3,27 kWh per dag. Overdag verbruikt de module zelf al een groot deel rechtstreeks; wat overblijft, gaat naar de batterij tot ze vol is. Van de 3,9 kWh verschil kan de batterij hoogstens 2,46 kWh opnemen: op zo'n dag is er een overschot (hoofdstuk 20 van Intermediate).
- 4De logger: om het kwartier is de fout op de dagopbrengst ongeveer 0,5 %, om het uur 6 %. Voor een dagtotaal volstaat het kwartier; wie de wolken wil zien (voorspellen, hoofdstuk 43), logt elke minuut. Nog beter: de regelaar integreert zelf elke seconde en meldt wattuur.
Waar integralen vandaan komen en waar ze heen gaan
Integreren is de tweede helft van de analyse: afleiden vraagt 'hoe snel?', integreren 'hoeveel in totaal?'. Samen vormen ze de taal van elk dynamisch model. Het raakt energie (E), mechanica (K), elektronica (L), regelen (R) en data (A): een teller, een gemiddelde, een effectieve waarde, een kans (de oppervlakte onder een verdeling, hoofdstuk 6).
E = P · t en de kilowattuur: ophopen bij een constant vermogen.
De oppervlakte onder de (v,t)-grafiek is de verplaatsing, voor rechte stukken.
Arbeid W = F · s bij een constante kracht; hier bij een veranderlijke.
PVGIS, volle zonuren en het energiebudget van de module.
PWM: gemiddelde en effectieve waarde van een blokgolf.
De afgeleide; de hoofdstelling maakt van integreren afleiden achterstevoren.
Een simulatie integreert een verandering stap voor stap (Euler).
Een kans is een oppervlakte onder een kansverdeling.
Effectieve waarden en gemiddeld vermogen bij wisselstroom.
Runge-Kutta: de regel van Simpson voor differentiaalvergelijkingen.
De I-actie is een integraal van de fout, numeriek een som.
In het kort
- Ophopen met een veranderlijke snelheid is de oppervlakte onder de snelheidskromme: , , , .
- Een Riemann-som benadert die oppervlakte; de bepaalde integraal is haar limiet. Eenheid: die van maal die van .
- Stukken onder de as tellen negatief (oppervlakte met teken); integralen zijn lineair en je mag ze opsplitsen.
- Een primitieve heeft ; hoofdstelling: en .
- Numeriek: trapeziumregel (fout , natuurlijk voor meetdata), Simpson (fout ); controleer door te verdubbelen.
- Gemiddelde waarde ; effectieve waarde , bij een sinus .
- De dagopbrengst van de panelen is de integraal van het vermogen: om het kwartier gemeten ongeveer 0,5 % nauwkeurig, om het uur enkele procent.
Wat je nu kent
- Riemann-som
- Een som van rechthoekjes die de oppervlakte onder een kromme benadert; links, rechts of in het midden van elke strook.
- bepaalde integraal
- De limiet van de Riemann-sommen als de stroken oneindig smal worden: . Eenheid: die van maal die van .
- primitieve functie
- Een functie met . Ze is bepaald op een constante na.
- hoofdstelling van de integraalrekening
- Afleiden en integreren zijn elkaars omgekeerde: en .
- oppervlakte met teken
- Stukken onder de x-as tellen negatief in een integraal: bv. ontladen tegenover laden.
- trapeziumregel
- Numerieke integratie met rechte lijnstukjes tussen de meetpunten; fout evenredig met .
- regel van Simpson
- Numerieke integratie met parabolen door telkens drie punten; fout evenredig met , exact voor derdegraadsveeltermen.
- gemiddelde waarde
- : de hoogte van de rechthoek met dezelfde oppervlakte.
- effectieve waarde (RMS)
- De wortel uit het gemiddelde van het kwadraat: de gelijkspanning die hetzelfde vermogen in een weerstand geeft.
- coulombteller
- Meet de stroom van een batterij en telt (integreert) hem op tot lading, om de laadtoestand te kennen.