← Back to CoursesStemExpert
StemExpert
Expert · Handboek · 24. Vermogenselektronica en elektrische machines
StemExpert · Brecht Corbeel · schoolium.me
StemExpert
E24. Vermogenselektronica en elektrische machines
EExpert · deel E4 · Elektrotechniek en elektronica

Handboek · hoofdstuk 24Vermogenselektronica en elektrische machines

Buck, boost, MPPT en motorbrug binnen hun grenzen

Een converter koppelt bronnen en lasten met andere spanningen. Je leidt buck en boost af, zoekt het PV-maximum, stuurt een borstelloze motor en rekent de elektrische en thermische grenzen van Habitat door.

11× uitleg8× uitgewerkt voorbeeld1× ontleed1× naslag1× verhaal1× het geheel1× code12 opdrachten in het werkboek± 12 lestijden
Elk bron- en lastpad heeft eigen stroom-, spannings- en temperatuurgrenzen.
Elk bron- en lastpad heeft eigen stroom-, spannings- en temperatuurgrenzen.
Na dit hoofdstuk
Uitleg · 24.1

Vermogen verplaatsen vraagt meer dan spanning kiezen

1/24

Het station heeft een 48 V-rail, de module een 12 V-rail en apparaten op 230 V AC. Een omzetter past spanning en stroom aan terwijl de vermogensbalans behouden blijft. Bij rendement η geldt . Een hogere uitgangsspanning maakt bij gelijk vermogen de stroom kleiner; energie wordt niet gratis vermenigvuldigd.

Een lineaire regelaar verbrandt het spanningsverschil. Schakelende omzetters bewaren energie tijdelijk in spoel en condensator en sturen met duty-cycle D. De schakelaar is ideaal gesloten of open; in werkelijkheid geven weerstand, flanken en stuurenergie warmte.

omzetterbalans
DC-bronUischakelcelMOSFET + vrijloopL + Cenergieopslagbelastingbuck: cel vóór L; boost: L vóór schakelende knoopfunctioneel overzicht; de volgende bladen tonen exacte topologieën
De opslagcomponenten dragen energie tussen schakeltoestanden; het is geen weerstandsdeler.
Uitleg · 24.2

Buck: de twee stroompaden zijn elektrisch verschillend

2/24

De positieve ingang voedt S, daarna de schakelende knoop, de spoel en de uitgang. C en last staan parallel tussen uitgang en retour. De diode heeft haar anode aan retour en haar kathode aan de schakelende knoop; zij geleidt dus omhoog.

S aan: de stroom loopt van Ui via S en L naar C/last en via retour terug naar de bron. De diode is sperrend; de knoop is ongeveer Ui en uL=Ui−Uo.

S uit: de spoelstroom kan niet plots nul worden. De knoop zakt tot iets onder retour; de diode geleidt retour → D → L → uitgang → last → retour. De bron is uit dit ideale vrijlooppad. De spoel levert energie en haar stroom daalt, want uL≈−Uo.

Het getekende open contact stelt een bestuurbare ideale schakelaar voor. Een praktische MOSFET vraagt een passende gatedriver; bij een synchrone buck vervangt een tweede MOSFET de vrijloopdiode, met dode tijd om railkortsluiting te vermijden.

Ui+−Clast+ Uo−ioretour (gemeenschappelijke min)SLDiL
De kathodestreep staat aan de spoelknoop: omdraaien van deze diode maakt het vrijlooppad onjuist.
Ontleed · 24.3

Boost: de diode scheidt opladen en afleveren

3/24

De ingang voedt eerst L. De schakelende knoop is verbonden met S naar retour én met de anode van D. De kathode van D is verbonden met de positieve uitgang. C en last staan parallel.

S aan: Ui → L → S → retour vormt het laadpad. De knoop ligt ongeveer op retour, D spert wegens de hogere positieve uitgangsspanning, en C levert tijdelijk de laststroom. De spoelstroom stijgt met Ui/L.

S uit: de spoel drijft de knoop omhoog totdat D geleidt. Ui → L → D → C/last → retour levert uitgangsenergie; bron en afnemende spoelenergie werken samen. De spoelspanning is Ui−Uo, negatief voor Uo>Ui.

Bij uitgeschakelde sturing bestaat nog een bronpad via L en D naar de uitgang. Een veiligheidsafschakeling kan dus een afzonderlijke onderbreker vereisen. De getekende ideale topologie bevat geen complete gate-, meet- of beveiligingsbedrading.

Ui+−Clast+ Uo−ioretour (gemeenschappelijke min)LDSiL
De diode geleidt van spoelknoop naar uitgang; tijdens S-aan voedt de condensator de last.
Wijs een nummer aan: de figuur zoomt in. Klik om vast te zetten.
  1. 1
    Spoel

    De bron voedt L voortdurend; aan wordt energie opgeslagen, uit wordt zij met bronenergie afgegeven.

  2. 2
    Schakelaar naar retour

    S-aan sluit het laadpad en laat de diode sperren. S-uit laat de spoelknoop omhoog gaan.

  3. 3
    Diode naar uitgang

    Anode links, kathode rechts. Stroom naar de uitgang bij S-uit; geen ideale terugstroom vanuit C.

  4. 4
    Uitgangscondensator

    C voedt de last tijdens S-aan en krijgt tijdens S-uit bron- en spoelenergie.

Uitleg · 24.4

Spoelvolt-seconden en condensatorlading

4/24

Voor een ideale spoel is . Over een periodieke stationaire schakelcyclus moet de stroom terugkomen op dezelfde waarde. Daarom : positieve en negatieve volt-seconden zijn gelijk. Bij een condensator geldt analoog .

Deze voorwaarden leveren gemiddelde omzetverhoudingen. CCM betekent dat de spoelstroom niet nul wordt gedurende de cyclus. DCM heeft een extra nulstroomfase en kan een belastingafhankelijke verhouding geven. De ideale formule wordt dus niet onbeperkt doorgetrokken tot nullast.

gemiddelde spoelspanning
Uitgewerkt voorbeeld · 24.5

Buck: spanning omlaag door duty-cycle

5/24
Een energieomzetter stap voor stap doorrekenen.
Gegeven
  • Ideaal, stationair, CCM. Aan: bron via schakelaar naar spoel/belasting; uit: spoel blijft via vrijloopdiode of synchrone MOSFET stroom leveren.
Gevraagd
  • Schakelverhouding, stroom, verlies en ontwerpgrenzen.
Oplossing
  1. 1
    Aan krijgt L spanning ; uit krijgt L . Volt-seconden: .
  2. 2
    Daaruit . Condensator houdt het spanningsniveau; gemiddelde spoelstroom is de belastingstroom.
  3. 3
    Bij 24→12 V is D=0,50. Een uitgang van 12 V/5 A levert 60 W; ideale ingangsstroom 2,5 A, bij 95 % wordt die 2,632 A.
Antwoord
Een buck verlaagt spanning en vergroot bij vergelijkbaar vermogen de uitgangsstroom.
Klopt dit? Een diodegeleidingsval en MOSFETweerstand wijzigen de benodigde D; CCM en goede regelkring blijven voorwaarden.
Uitleg · 24.6

Boost: eerst opslaan, dan samen met de bron leveren

6/24

In een boost ligt L aan de ingang. Aan verbindt de schakelaar de spoelknoop naar de retour, zodat en de spoelenergie groeit; de uitgangsdiode blokkeert en C voedt de belasting. Uit stuurt de spoel stroom door de diode naar de hogere uitgang, zodat .

Volt-secondebalans geeft en dus . Naar D=1 gaan betekent niet onbeperkt veilig vermogen: stroom, verlies, rimpel, schakeltijden en componentgrenzen worden dominant. De boost heeft meestal geen volledige uitgangsafschakeling via alleen zijn dutyregeling.

ideale boost in CCM
Uitgewerkt voorbeeld · 24.7

Een boost naar de tussenkring

7/24
Een energieomzetter stap voor stap doorrekenen.
Gegeven
  • 48 V naar 400 V; gewenste uitgang van 1,0 kW; η=0,93 als rekenwaarde.
Gevraagd
  • Schakelverhouding, stroom, verlies en ontwerpgrenzen.
Oplossing
  1. 1
    D=1−48/400=0,88. Uitgangsstroom 1000/400=2,50 A.
  2. 2
    Ingangsstroom 1000/(0,93·48)=22,40 A; bij 44 V wordt 24,44 A en D=0,89.
  3. 3
    Verlies=1000/0,93−1000=75,27 W. Een praktische omvormer kan hiervoor een transformator of andere topologie gebruiken.
Antwoord
De eenvoudige boost laat de hoge duty en ingangsstroom zien.
Klopt dit? Dit is een topologievoorbeeld, geen voorschrift om de 4 kVA-stationsomvormer zelf te bouwen.
Uitleg · 24.8

Stroomrimpel en componentkeuze

8/24

Voor een buck is . Deze piek-piekwaarde komt uit de aanhelling maal aantijd. Controleer tegen spoelverzadiging en schakel-/diodegrenzen. Een spoel met de juiste inductie maar te lage verzadigingsstroom is ongeschikt.

Bij verwaarloosbare ESR is de condensatorspanningsrimpel ongeveer . ESR voegt ongeveer toe. De rimpelstroomrating en thermische levensduur zijn afzonderlijke controles; meer capaciteit alleen verlaagt ESR niet automatisch.

buck-rimpel
02550751001251504,04,55,05,56,0t (µs)spoelstroom (A)buck 24→12 V, 20 kHz, 220 µH
De stroom blijft boven nul: dit voorbeeld voldoet aan CCM.
Uitgewerkt voorbeeld · 24.9

Buck 24→12 V: rimpelbudget

9/24
Een energieomzetter stap voor stap doorrekenen.
Gegeven
  • Io=5 A, fs=20 kHz, L=220 µH, C=470 µF, ESR=50 mΩ; ideale D=0,5.
Gevraagd
  • Schakelverhouding, stroom, verlies en ontwerpgrenzen.
Oplossing
  1. 1
    ΔIL=12·0,5/(220 µH·20 kHz)=1,364 A. Minimum 4,318 A, maximum 5,682 A.
  2. 2
    Ideale C-rimpel=18,13 mV; ESR-term=68,18 mV. De ESR-term is hier groter.
  3. 3
    Een ontwerpmarge boven 5,682 A voor verzadiging en piekstroom is nodig. Controleer ook thermisch RMS-gedrag en fout-/aanloopstromen.
Antwoord
De rimpel is circa 1,36 A piek-piek; elektrische en thermische grenzen worden apart getoetst.
Klopt dit? De twee rimpeltermen zijn een rekenbenadering; een volledige waveform of datasheetmethode bepaalt hun fase en werkelijke som.
Uitleg · 24.10

DC naar AC: brug en sinusmodulatie

10/24

Een H-brug kan de belasting afwisselend aan +Udc en −Udc leggen. Een 50 Hz-vierkantgolf is nog geen zuivere sinus. Sinus-PWM laat de gemiddelde brugspanning een sinus volgen; een uitgangsfilter beperkt de schakelfrequentiecomponenten. e20 gaf het bestaande filter van 1 mH/10 µF en de 400 V-tussenkring.

In een eenvoudige volledige brug met 400 V DC en sinusmodulatie is . Voor 230 V is m≈0,813. De DC-tussenkring moet de dubbele-netfrequentievermogensrimpel opvangen; de batterij hoeft niet elke 100 Hz-piek rechtstreeks te volgen.

Nooit beide MOSFETs van dezelfde brugpoot gelijktijdig aanzetten: shoot-through kortsluit de rail. Gatedriverinterlock en dode tijd voorkomen overlap, maar beïnvloeden vervorming.

vereenvoudigde sinusmodulatie
Uitgewerkt voorbeeld · 24.11

De bestaande stationsomvormer heeft een vermogensgrens

11/24
Een energieomzetter stap voor stap doorrekenen.
Gegeven
  • 4,0 kVA continu, 8 kVA gedurende 5 s, η≈0,93; noodverwarming+warmtepomp+drukpomp samen 4,48 kVA volgens e16.
Gevraagd
  • Schakelverhouding, stroom, verlies en ontwerpgrenzen.
Oplossing
  1. 1
    4,48−4,00=0,48 kVA overschrijding continu. Een 8 kVA-aanlooprating maakt een langdurige 4,48 kVA-combinatie niet toegestaan.
  2. 2
    e20 vraagt aan 48 V circa 100 A continu en 130 A enkele seconden; bij 44 V nemen stromen toe. Scheid kW en kVA bij de belastingstoets.
  3. 3
    Energiebeheer schakelt noodverwarming of drukpomp volgens prioriteiten en minimumtijden; de hardwarestroomgrens blijft onafhankelijk.
Antwoord
Het brein moet de combinatie beheersen, niet de naamplaat negeren.
Klopt dit? Een som van kVA kan conservatief zijn; de dossiercombinatie en fasoren uit e20 bepalen de concrete grens.
Uitleg · 24.12

PV is een bron met een werkpunt

12/24

Een paneel levert een I-V-curve die van bestraling en celtemperatuur afhangt. Bij open klem is spanning hoog maar stroom nul; bij kortsluiting is stroom hoog maar spanning nul. In beide uitersten is vermogen nul. Het maximum ligt ertussen.

De lader kiest via zijn belasting welke bronspanning ontstaat. Een MPPT-buitenlus zoekt Vmp of Imp; een snellere interne converterlus volgt dat setpoint. Batterijlimieten, stroomlimiet en temperatuur gaan vóór maximale bronextractie. Is de batterij vol, dan mag de lader minder vermogen nemen.

maximumvermogensvoorwaarde
020406080100120140160180061218243036PV-spanning (V)PV-stroom (A)1000200030004000vermogen (W)I-V modelP-V model
De voorbeeldcurve is synthetisch met 4200 W-maximum; de dubbele y-as toont zowel stroom als vermogen.
Uitleg · 24.13

Perturb and observe: zoeken met twee metingen

13/24

P&O verandert een bronspanningssetpoint een klein stukje en vergelijkt het vermogen. Stijgt P, dan gaat de volgende stap in dezelfde richting; daalt P, dan keert de richting om. Bij vaste zon convergeert het proces naar een kleine oscillatie rond het maximum.

Grote stappen zoeken sneller maar verliezen meer rondom de top. Kleine stappen zijn rustiger maar traag. Snel veranderende zon kan P ook veranderen zonder dat de perturbatie goed of slecht was. Gedeeltelijke schaduw kan meerdere maxima maken; een lokale methode garandeert dan geen globale top.

Een alternatief, incremental conductance, vergelijkt dI/dV met −I/V. De meetruis, wachttijd na een stap en begrenzingen blijven onderdeel van het ontwerp.

vereenvoudigde P&O
Code · 24.14

Een MPPT die je tegen het echte modelmaximum toetst

14/24

Dit model gebruikt Voc=168 V en een gladde stroomcurve; de analytische top is bekend. P&O start op 90 V, met stap 1 V. Het is een statische bronproef; een echte lader voegt settling, meetfouten en stroom-/spanningslimieten toe. De bronsetpointstap is niet gelijk aan direct een willekeurige duty-cycle stap sturen.

Pythonmppt.py27 regelsDownload
# mppt.py — gladde synthetische PV-curve; stationmodel, geen fabrikantdataimport numpy as npvoc, vorm, pmax = 168.0, 16.0, 4200.0vm = voc/(vorm+1)**(1/vorm)isc = pmax/(vm*vorm/(vorm+1))def stroom(v, zon=1.0):    return zon*isc*max(0.0,1-(v/voc)**vorm)def vermogen(v,zon=1.0):    return v*stroom(v,zon) # buitenlus vraagt bronspanning; binnenlus regelt de converter daaropv, richting, vorig = 90.0, 1.0, Nonerij=[]for k in range(160):    p=vermogen(v)    rij.append((k,v,p))    if vorig is not None and p<vorig:        richting=-richting    vorig=p    v=np.clip(v+richting,20.0,165.0)rij=np.array(rij)print(f"modelmaximum {vm:.3f} V, {stroom(vm):.3f} A, {vermogen(vm):.1f} W")print(f"P&O laatste 20 stappen: {rij[-20:,2].min():.1f} tot {rij[-20:,2].max():.1f} W")for ub in (44.0,48.0,56.0):    print(f"batterij {ub:.0f} V: D={ub/vm:.4f}, Iuit={0.97*pmax/ub:.2f} A")print(f"verlies bij 97%: {(1-0.97)*pmax:.1f} W")print(f"koude Voc bij -15 °C: {168*(1+0.0028*40):.3f} V")
modelmaximum 140.736 V, 29.843 A, 4200.0 W
P&O laatste 20 stappen: 4197.0 tot 4199.9 W
batterij 44 V: D=0.3126, Iuit=92.59 A
batterij 48 V: D=0.3411, Iuit=84.88 A
batterij 56 V: D=0.3979, Iuit=72.75 A
verlies bij 97%: 126.0 W
koude Voc bij -15 °C: 186.816 V
02040608010012014016001000200030004000MPPT-stap (relatief)PV-vermogen (W)P&O, vaste zon, stap 1 V
Een kleine permanente zoekoscillatie blijft over; een algoritme dat ophoudt te meten mist bronverandering.
Uitgewerkt voorbeeld · 24.15

Extra zonnepark naar het 48 V-net

15/24
Een energieomzetter stap voor stap doorrekenen.
PV extra 4,20 kWpstrings → PV-MPPTPV-bucklader48 V-batterij44–56 V modelwind 59–223 V DCeigen MPPT/remwind-buckladerDC/AC230 V1,40 kWp / 12 V-module blijft een afzonderlijk net
Twee elektrische netten en twee bronregelaars worden niet als één onbegrensde lader behandeld.
Gegeven
  • Station totaal 5,60 kWp: 1,40 kWp module apart en 4,20 kWp extra op 48 V. Illustratieve extra array: 12 modules van 350 W, 4 serie×3 parallel; circa 140 V op de top, open klem 168 V, ηlader = 97 %.
Gevraagd
  • Schakelverhouding, stroom, verlies en ontwerpgrenzen.
Oplossing
  1. 1
    Vmp circa 4·35=140 V en Imp circa 3·10=30 A. Voor de synthetische curve komt de precieze top op 140,736 V; dit is modeldata, geen fabrikantlabel.
  2. 2
    Bij 48 V is Iuit=0,97·4200/48=84,875 A. Bij 44 V 92,591 A; bij 56 V 72,750 A.
  3. 3
    Verlies=(1−0,97)·4200=126 W. Stroomgrens minstens 100 A is een ontwerpvoorstel met nog afzonderlijke temperatuur-/deratingcontrole.
Antwoord
De 12 V-modulelader wordt niet tot 5,60 kWp uitgebreid; de netten blijven onderscheiden.
Klopt dit? PV-stringkeuze is illustratief: echte Voc/Isc/tempco/toleranties en inverter-/laderlimieten vóór installatie uit datasheets halen.
Uitleg · 24.16

Koude openklemspanning en volle batterij

16/24

Een paneel heeft bij koudere cellen meestal hogere openklemspanning. Reken met de laagste ontwerpcelltemperatuur, temperatuurcoëfficiënt en tolerantie, niet alleen met Vmp bij standaardcondities. Onze rekenarray heeft Voc bij 25 °C=168 V en αVoc=−0,0028/K.

Bij −15 °C wordt Voc =168[1+0,0028·40]=186,816 V. Met 3 % bovenmarge is 192,420 V. Een 250 V-invoerklasse is daarom een ontwerpvoorstel, geen bewijs van bescherming tegen transiënten of iedere werkelijke paneelvariant.

Bij volle batterij beperkt de lader vermogen. Kabel-/zekeringskeuze gebruikt ook foutstromen en meerdere parallelstrings. Een PV-curve kan bij licht nog spanning blijven leveren wanneer de lader uit staat; een softwarestop is geen fysieke spanningsloosheid.

lineaire temperatuurschatting
Uitgewerkt voorbeeld · 24.17

Wind 59–223 V naar batterij 44–56 V

17/24
Een energieomzetter stap voor stap doorrekenen.
Gegeven
  • Generator en diodebrug uit e19; MPPT-buck naar stationrail. Ideale duty eerst.
Gevraagd
  • Schakelverhouding, stroom, verlies en ontwerpgrenzen.
Oplossing
  1. 1
    Bij 48 V: D=48/59=0,8136 aan de lage bronkant en 48/223=0,2152 aan de hoge.
  2. 2
    Bij batterij 56 V en bron 59 V wordt D=0,9492: weinig ruimte voor componentverliezen. Controleer minimuminvoermarge en beperk stroom indien nodig.
  3. 3
    Bij 3 kW bron en 97 % omzetting levert bij 48 V 60,625 A. De regelaar verplaatst ook generatorbelasting/koppel; bronspanning is geen onafhankelijk vast voedingstoestel.
Antwoord
Een eigen windregelaar is nodig; één PV-P&O-algoritme op dezelfde rail vervangt de remregeling niet.
Klopt dit? Bij 330 tpm voorspelt de e19-generator circa 245 V gelijk; een 300 V-invoerklasse met afzonderlijke surge-/dumpbeveiliging is een voorstel. De 16,6 Ω/3 kW-dumpbelasting en overtoerenfunctie blijven onafhankelijk.
Uitleg · 24.18

Borstelloze motor: het statorveld moet de rotor volgen

18/24

Een BLDC-motor heeft een permanente-magneetrotor en meerdere statorfasen. Een driefasebrug commutereert het veld elektronisch. Bij zesstappenbesturing worden doorgaans twee fasen aangestuurd en één vrijgelaten; de volgende sector wordt na 60 elektrische graden gekozen.

Een voorbeeldvolgorde is A+ B−, A+ C−, B+ C−, B+ A−, C+ A−, C+ B−. De werkelijke Hallcodevolgorde hangt van motor en bedrading af en moet worden geijkt. Elektrische snelheid is poolparen maal mechanische snelheid. Met 4 poolparen en 1500 tpm is elektrisch 100 Hz en zijn er 600 sectorwissels per seconde.

Microchips sensored-BLDC-uitleg koppelt Hallpositie aan commutatie. Sensorloos via back-EMF is bij stilstand lastig omdat er nog geen snelheidssignaal is.

elektrische frequentie met p poolparen
Uitgewerkt voorbeeld · 24.19

Koppel, tegen-EMK en stroombegrenzing

19/24
Een energieomzetter stap voor stap doorrekenen.
Gegeven
  • Rekenmotor kt=0,10 N·m/A, ke=0,10 V·s/rad, n=1500 tpm; koppel 1,0 N·m; effectieve windingweerstand 0,40 Ω.
Gevraagd
  • Schakelverhouding, stroom, verlies en ontwerpgrenzen.
Oplossing
  1. 1
    ω=2π·1500/60=157,08 rad/s. Stroom I=M/kt=10 A.
  2. 2
    Tegen-EMK E=keω=15,708 V; ohmse val IR=4 V. Vereenvoudigd gevraagd spanningsniveau circa 19,708 V.
  3. 3
    Mechanisch P=Mω=157,08 W. Koperverlies I²R=40 W; extra ijzer-/schakel-/mechanische verliezen zijn niet inbegrepen.
Antwoord
Het model toont waarom bij stilstand een stroomgrens nodig is: E=0 en de windingweerstand alleen begrenst de stroom.
Klopt dit? Deze scalair equivalente motorwaarden zijn rekenwaarden, niet rechtstreeks de fase-/lijnconstanten van de windgenerator.
Uitleg · 24.20

Rendement wordt een warmtevraag

20/24

Geleidingsverlies is ongeveer Irms²RDS(on); diodeverlies VfIgem; schakelverlies bij een lineaire overlap ongeveer . Gateverlies is QgVgf_s. Spoelkoper, kernverlies, condensator-ESR en stuurcircuits vullen het budget aan.

RDS(on) stijgt vaak bij warmer silicium; een typische 25 °C-waarde is geen worst-case. Een transistor kan genoeg stroom verdragen op papier en toch te heet worden door slechte behuizing/koeling. Stroomrating zonder temperatuurconditie is onbruikbaar.

Thermisch geldt . Het rendement moet bij de hele belastingscurve worden getoetst; nullast 25 W van de bestaande omvormer telt ook in het stationbudget.

thermische ontwerpbalans
Uitgewerkt voorbeeld · 24.21

Een koellichaam kiezen op verlies

21/24
Een energieomzetter stap voor stap doorrekenen.
Gegeven
  • Vermogensmodule verliest 40 W; Ta=40 °C, ontwerplimiet Tj=100 °C; Rθjc=0,50 K/W,Rθcs=0,20 K/W.
Gevraagd
  • Schakelverhouding, stroom, verlies en ontwerpgrenzen.
Oplossing
  1. 1
    Totale toegelaten weerstand (100−40)/40=1,50 K/W.
  2. 2
    Koellichaam naar lucht moet Rθsa≤1,50−0,50−0,20=0,80 K/W.
  3. 3
    Vervuiling, ventilatoruitval, contactkwaliteit en warmte van buurdelen veranderen de conditie. Voeg temperatuurmeting/derating toe; een thermische beveiliging vervangt geen dimensionering.
Antwoord
Maximaal 0,80 K/W voor het koellichaam onder deze rekencondities.
Klopt dit? Gebruik geen absoluut siliciummaximum als normale bedrijfstemperatuur; datasheetthermische waarden hangen van montage af.
Verhaal · 24.22

Een motorregelaar is een omvormer met positie-informatie

22/24

Dezelfde drie brugpoten die een driefasespanning maken, kunnen motorwikkelingen sturen. Bij een BLDC bepaalt rotorpositie wanneer er geschakeld wordt; bij een netomvormer bepaalt de gewenste netfase het ritme. Het schakelgereedschap is vergelijkbaar, de regeldoelen en veiligheidsgrenzen verschillen.

Microchip onderscheidt zesstappenbesturing en andere motoralgoritmen. De interessante les voor Habitat is dat een toerentalcommando pas bruikbaar is met stroomlimiet, positie-/snelheidsmeting, feedback en veilige fouttoestand. Een vast PWM-percentage bewijst geen vast koppel of vast toerental.

DC-bronUischakelcelMOSFET + vrijloopL + Cenergieopslagbelastingbuck: cel vóór L; boost: L vóór schakelende knoopfunctioneel overzicht; de volgende bladen tonen exacte topologieën
Elektronische omzetting past elektrische energie aan het gewenste mechanische of netgedrag aan.
Naslag · 24.23

Converterrelaties en geldigheidsgebied

23/24
ideale buck, stationair CCM
symboolbetekeniseenheid
duty-cycle1
ideale boost, stationair CCM
symboolbetekeniseenheid
in- en uitgangsspanningV
omzettervermogen
symboolbetekeniseenheid
rendement1
buckstroomrimpel
symboolbetekeniseenheid
inductieH
schakelfrequentieHz
ohmse warmte
symboolbetekeniseenheid
RMS-stroomA
effectieve weerstandΩ
GrensTe controleren
bronkoude Voc, Isc, transiënten
rail44–56 V, BMS en stroomlimiet
halfgeleidersspanning, stroom, schakelflanken, temperatuur
spoel/Cverzadiging, RMS, ESR, rimpel
regelingsettling, stabiliteit, MPPT versus laden
Het geheel · 24.24

Het geheel: zon, wind en lasten krijgen eigen grenzen

24/24

e19/e20 beschrijven generator en omvormer; e21 filters en e23 fysieke stopvoorwaarden. Hier komen converterbalansen, MPPT, motorsturing en thermische dimensionering samen. e49 kan alleen betrouwbaar plannen wanneer vermogenslimieten en volle-batterijtoestanden naast de voorspelde opbrengst staan.

Windgenerator59–223 V en remfunctie.

4 kVA-omvormer, kW/kVA en tussenkring.

Metingen voor MPPT en stroomlus.

Vrijgave en veilige energietoestand.

Habitat

Behoud totaal 5,60 kWp met 1,40 kWp/12 V apart en 4,20 kWp extra naar 48 V. Ontwerpvoorstel PV-lader met 250 V-ingangsklasse en 100 A-uitgangsklasse met 97 % rekenrendement; illustratieve 4S3P-array van 4,20 kWp met 350 W per paneel. Wind krijgt eigen 300 V-klasse buck/MPPT met onafhankelijke dump/rem. Dit zijn selectie-eisen, nog geen gekozen toestel. 4,48 kVA-combinatie blijft verboden als continu 4,0 kVA-omvormerbedrijf; circa 130 A/5 s en 100 A continu aan 48 V blijven dossiergrenzen.

Samenvatting

In het kort

Begrippen

Wat je nu kent

CCM
Een schakelregime waarbij spoelstroom gedurende de hele cyclus niet nul wordt.
MPPT
Regeling die het bronwerkpunt naar maximaal beschikbaar vermogen verplaatst binnen overige grenzen.
shoot-through
Gelijktijdige geleiding van de twee schakelaars van één brugpoot, waardoor de rail kortgesloten wordt.
commutatie
Omschakelen van motorfasen volgens rotorpositie.
derating
Bewust verlagen van toegelaten belasting onder ongunstige omstandigheden.
Aan de slag in het werkboek12 opdrachten, van oefenen tot uitdagen