Cijferen met kommagetallen, inhoudsmaten van echte verpakkingen, spiegelen in een rooster en rekenen met tijd.
Bij cijferen reken je per kolom, van rechts naar links. Wie de kolommen goed onder elkaar zet, kan nooit de verkeerde cijfers bij elkaar tellen.
Zoek het weggelopen cijfer. Werk kolom per kolom en begin rechts.
| som | welk cijfer stond er? |
|---|---|
| 4 7 6 + 2 5 8 4 = 7 3 2 0 | |
| 8 0 0 5 - 2 7 8 = 5 2 5 7 | |
| 3 8 4 7 6 + 9 8 5 = 4 8 1 6 1 | |
| 6 0 3 0 0 - 4 7 8 4 = 1 2 4 5 5 |
Bij 8 005 - 2 748 moet je twee keer na elkaar lenen. Leg in je eigen woorden uit wat er met die twee nullen gebeurt.
Cijfer uit. Schat eerst, zodat je achteraf weet of je antwoord kan kloppen.
| som | schatting | uitkomst |
|---|---|---|
| 45 608 + 37 995 | ||
| 70 004 - 28 617 | ||
| 8 249 + 16 758 + 4 993 |
Een van die drie uitkomsten is opvallend rond. Welke, en had je dat vooraf kunnen zien?
Bij kommagetallen zet je de komma's recht onder elkaar. Daarna staan alle kolommen vanzelf goed.
| wat je koopt | prijs |
|---|---|
| brood | 2,45 euro |
| melk | 1,09 euro |
| appels | 3,60 euro |
| kaas | 4,85 euro |
| sap | 1,79 euro |
Tel de vijf bedragen cijferend op. Zet ze netjes onder elkaar en schrijf je hele berekening uit.
Je betaalt met een briefje van 20 euro. Hoeveel krijg je terug? Cijfer het uit.
Reken uit: 7,5 + 12,25 en daarna 30 - 4,6. Schrijf eerst op wat je aan de getallen verandert voor je begint te cijferen.
Je hoeft geen inhouden uit je hoofd te leren. Je hebt maar enkele houvasten nodig, en daarmee schat je de rest.
| verpakking | wat erop staat | in ml |
|---|---|---|
| blikje frisdrank | 33 cl | 330 ml |
| klein brikje sap | 20 cl | 200 ml |
| pak melk | 1 l | 1 000 ml |
| grote fles water | 1,5 l | 1 500 ml |
| yoghurtpotje | 12,5 cl | 125 ml |
| eetlepel | 1,5 cl | 15 ml |
Schat eerst met je houvasten, reken daarna na.
| vraag | jouw schatting | berekend |
|---|---|---|
| Hoeveel blikjes gaan er in een fles van 1,5 l? | ||
| Hoeveel theelepels van 5 ml gaan er in een eetlepel? | ||
| Hoeveel yoghurtpotjes samen zijn 1 liter? |
Bij de fles van 1,5 l gaat het niet netjes op. Hoeveel blijft er over, en in welke eenheid antwoord je dan het handigst?
De maten staan op een trap: l - dl - cl - ml. Elke stap naar rechts is keer 10, elke stap naar links is delen door 10.
Herleid. Zet er telkens bij hoeveel stappen je zet en in welke richting.
| herleiden | antwoord |
|---|---|
| 2,5 l = ... cl | |
| 750 ml = ... l | |
| 4 dl = ... ml | |
| 0,3 l = ... ml | |
| 125 cl = ... l | |
| 6 l 5 dl = ... ml |
Een kan houdt 1,5 l. Je schenkt er glazen van 2 dl mee vol. Hoeveel volle glazen krijg je, en hoeveel blijft er in de kan?
Een kraan lekt 3 ml per minuut. Hoeveel liter is dat op een hele dag? Reken eerst uit hoeveel minuten een dag telt.
Een recept voor vier personen vraagt 6 dl bouillon. Hoeveel liter heb je nodig voor tien personen?
Een spiegelas is een lijn waarlangs je een figuur omklapt. Elk punt komt aan de andere kant terecht, even ver van de as.
De spiegelas loopt rechtop, tussen kolom 5 en kolom 6. Kleur de spiegeling van de figuur in.
Tel per vakje hoe ver het van de as ligt.
Schrijf de hoofdletters van het alfabet op en zoek welke er in een rechtopstaande spiegel hetzelfde uitzien. Noteer er minstens acht.
Maak met die letters een woord of een naam die in de spiegel leesbaar blijft. Het woord moet ook nog van achter naar voor hetzelfde zijn.
Vier hoofdletters overleven allebei de spiegels: H, I, O en X blijven hetzelfde in een rechtopstaande en in een liggende spiegel.
Een wijzerplaat telt maar tot 12, dus komt elk uur twee keer per dag langs. Daarom bestaat er ook een telling tot 24.
Vul de lege vakjes aan. Let goed op of het over ochtend of avond gaat.
| hoe je het zegt | digitaal, tot 24 |
|---|---|
| kwart voor negen 's avonds | |
| tien voor half acht 's ochtends | |
| 17.50 | |
| 13.15 | |
| kwart over elf 's avonds |
Teken drie wijzerplaten en zet de wijzers op 8.45, op 13.15 en op 17.50. Vergeet de kleine wijzer niet mee te schuiven.
Waarom zet een treinstation 20.45 op het bord en niet kwart voor negen? Geef twee redenen.
Spring eerst naar het volgende hele uur en tel daarna de losse minuten erbij. Zo kom je nooit in de knoei met die zestig. Wie 19.40 plus 1 uur 35 in een keer probeert, rekent meestal met honderd minuten in een uur.
De film begint om 19.40 en duurt 1 uur en 35 minuten. Hoe laat is hij gedaan? Schrijf je tussenstap op.
Lees de dienstregeling en vul de reistijd aan.
| traject | vertrek | aankomst | reistijd |
|---|---|---|---|
| Markt naar Station | 8.12 | 8.39 | |
| Station naar Zwembad | 8.45 | 9.08 | |
| Zwembad naar School | 9.20 | 9.47 |
Hoe lang duurt de hele reis van Markt tot School, wachttijd meegerekend? En hoeveel van die tijd sta je stil?
Je moet om 14.05 bij de tandarts zijn en wil er 10 minuten voor die tijd aankomen. De rit duurt 25 minuten. Hoe laat vertrek je?