← Back to CoursesDifferentiatie 5de Leerjaar
Differentiatie 5
Spelling · bundel 2

Woorden op -em, -ik, -is, -ond en -or

Vijf woordgroepen die bijna hetzelfde klinken. Sorteren, de groepen zelf benoemen en toepassen in een eigen tekst.

Download PDF alle bundels spelling
Spelling · sorteren en benoemen

Vijf staarten, bijna één klank

Achttien woorden die op het einde bijna hetzelfde klinken en toch vijf keer anders geschreven worden.
1
De klank die niets verraadt

Spreek bodem, monnik, hindernis, avond en motor uit en luister alleen naar het einde. Je hoort telkens een vage, doffe klank, en niet welke letters er staan.

  • In zo'n laatste lettergreep ligt de klemtoon nooit. Je mond slikt de klinker half in.
  • Er bestaan vijf vaste groepen: -em, -ik, -is, -ond en -or. Welke het is, hoor je niet.
  • Groeperen helpt wel. Wie de groepen kent, hoeft veel minder los te onthouden.
bodemmonnikhindernisavondmotorbezemhavikvonnistractorbliksemperzikvuilnisgisteravondprofessorademleeuwerikkennismonitor
1

Verdeel de achttien woorden over de vijf kolommen. Schrijf boven elke kolom zelf het stukje dat je er telkens achter schrijft.

-...-...-...-...-...
2

Eén kolom blijft bijna leeg. Welke is dat? Zoek er zelf nog woorden bij en schrijf op wat je opvalt aan de woorden die je vindt.

3

Lees de woorden van één volle kolom hardop na elkaar. Verandert er iets aan de klank als je van kolom wisselt? Schrijf op wat dat betekent voor wie deze woorden wil leren.

Spelling naam
Spelling · onderzoeken

Waar verlengen wél helpt

Bij twee van de vijf groepen verraadt een langer woord het antwoord.
2
Een woord langer maken is een proef

Bij hond helpt verlengen: honden verraadt de d. Bij deze vijf groepen werkt die proef maar bij een deel van de woorden. Jij zoekt uit bij welke.

  • Maak van elk woord het meervoud en luister naar de lettergreep die eerst dof klonk.
  • Verandert er niets aan die klank, dan is verlengen nutteloos en moet je het woord kennen.
  • Hoor je plots wél een duidelijke klank of letter, dan heb je een proef in handen.
1

Maak elk woord langer en luister opnieuw naar het einde.

woordlanger gemaakthoor je nu meer dan eerst?
bodem
motor
avond
monnik
hindernis
2

Bij twee groepen helpt verlengen wel degelijk. Welke twee, en wat hoor je er precies bij? Schrijf de proef op als een regel die ook werkt bij een woord dat hier niet staat.

3

Deze vijf woorden horen in geen van de vijf groepen thuis, hoewel ze op dezelfde letters eindigen. Leg per woord uit waarom niet. Spreek ze eerst hardop uit.

woordwaarom hoort het er niet bij?
de tor
de grond
het gemis
de prik
de stem
Spelling naam
Spelling · toepassen

De trekker van mijn oom

Negen stukjes zijn uit de tekst gevallen. Zet ze terug.
3
Lees eerst de hele zin

Een los stukje kan je niet kiezen. Lees telkens de hele zin, bepaal welk woord er moet staan en zet het pas dan in de juiste groep.

Zaterdag op het veld

Elke zaterdagav rijdt mijn oom met zijn oude trekker naar het veld achter de kerk. De mot maakt meer lawaai dan de rest van de tract samen. Op de bod van de aanhangwagen ligt altijd een bez, want er waait van alles in.

Vorige week zat er een hav op de paal aan de ingang. Hij keek naar ons alsof wij de hindern waren, en niet omgekeerd. Mijn oom zette de mot af. Pas toen hoorde ik zijn ad en de wind.

1

Vul de negen stukjes aan in de tekst hierboven.

2

Schrijf de negen ingevulde woorden op en zet er telkens bij tot welke groep ze horen. Eén woord komt twee keer voor: schrijf het maar één keer op.

3

Schrijf nu zelf een stukje van minstens zes zinnen over een plaats die jij goed kent. Gebruik er minstens zeven woorden in uit de vijf groepen, en onderstreep ze. Je mag woorden van blad 7 gebruiken, maar minstens twee moet je zelf bedenken.

Spelling naam