Je hoort bijna hetzelfde, maar je schrijft het anders. De regel zelf afleiden, de instinkers opsporen en toepassen op onbekende woorden.
| kolom A | kolom B |
|---|---|
| grappig | vriendelijk |
| moedig | moeilijk |
| voorzichtig | natuurlijk |
| gelukkig | duidelijk |
| rustig | gevaarlijk |
| nieuwsgierig | eerlijk |
Lees de twaalf woorden hardop en luister naar het laatste stukje. Welke klinker hoor je daar? Hoe schrijf je die in kolom A, en hoe in kolom B?
Er is wel iets dat je kan horen. Spreek grappig en moeilijk vlak na elkaar uit en luister naar de allerlaatste klank. Welk verschil hoor je?
Schrijf nu zelf de regel op waarmee je beslist of je -ig of -lijk schrijft. Hooguit twee zinnen.
Test je regel. Vul het achtervoegsel aan: pracht , hache , vur , aanneme .
Je regel werkt, maar er zijn woorden die zich voordoen als iets anders. Twee soorten moet je kennen.
Onderzoek elk woord. Spreek het eerst hardop uit.
| woord | doffe uh of echte ij? | -ig, -lijk of geen achtervoegsel? |
|---|---|---|
| gezellig | ||
| lelijk | ||
| geldig | ||
| gelijk | ||
| vrolijk | ||
| praktijk |
Vul alleen de klinker aan: gezellg , moeilk , heilg , natuurlk , geldg , vriendelk .
Waarom helpt de k-klank je niet bij gelijk? Leg uit met je eigen woorden.
Plak -ig of -lijk achter een woord en je krijgt een woord dat zegt hoe iets is. Soms schuift er een letter tussen.
Maak van elk grondwoord een woord op -ig of -lijk. Zet een sterretje bij de woorden waar een letter tussen schuift.
| grondwoord | nieuw woord |
|---|---|
| moed | |
| vriend | |
| gevaar | |
| geduld | |
| natuur | |
| wind |
Deze woorden ken je misschien niet. Spreek ze hardop uit en maak ze af: zorgvuld , hache , kleurr , eigenaard .
Een van die vier is een valstrik en heeft helemaal geen achtervoegsel. Welke, en hoe hoor je dat?
Een woord op -ig of -lijk blijft hetzelfde als je er -e achter zet. Je hoort dan wel twee doffe klanken na elkaar, maar je schrijft er niets extra bij.
In de tekst hieronder staan precies zes woorden fout. Ze gaan allemaal over -ig en -lijk.
Op woensdag is het altijd gezellijk in de bibliotheek. De man achter de balie is heel vriendelijk, maar hij praat niet duidelik. Hij wijst naar een rek waar volgens hem een prachtich boek over vulkanen staat.
Ik vond het niet. Zoeken tussen tweeduizend boeken is moeilik als je niet weet hoe de kasten werken. Gelukkich legde een meisje van het zesde het systeem uit. Daarna ging het vlot, en ik stapte vrolik naar buiten met drie boeken onder mijn arm.
Zoek de zes foute woorden en verbeter ze.
| zoals het er staat | juist | hoe weet je dat? |
|---|---|---|
Een van de zes fouten is de instinker: je hoort er wel een l, en toch schrijf je -ig. Welke is het? Zoek er ook het woord bij dat erop lijkt maar wel juist staat.