Fundamental · Werkboek · 21. Elektrisch vermogen en energie StemExpert · Brecht Corbeel · schoolium.me
SE
StemExpert
F21. Elektrisch vermogen en energie — werkboek
FFundamental · deel F5 · Elektriciteit
Werkboek · hoofdstuk 21Elektrisch vermogen en energie
Hoeveel een toestel per seconde omzet, wat dat per dag kost, en waarom de led de gloeilamp verving
Je begint met vermogen en energie uitrekenen en omzetten, en met typeplaatjes en labels lezen. Daarna meet je zelf, reken je facturen en stand-byverbruik uit, lees je vermogensgrafieken en vergelijk je lampen. In de uitdagingen maak je de meetkas zuiniger (opdracht 21.12, voor je Habitat-portfolio), bepaal je het rendement van een waterkoker en debatteer je over zon of net.
Evenveel licht: links voor 60 W, rechts voor 8,5 W.
Hoe lees je een opdracht?
Drie tredenOefenenToepassenUitdagen
Elk hoofdstuk bouwt op: eerst oefenen (één stap, direct toepassen), dan toepassen (meerdere stappen, in een context), dan uitdagen (transfer, open problemen, andere leerlijnen erbij).
De StemExpert-schaal5
Eén moeilijkheidsschaal van 1 tot 9 over de drie niveaus heen: Fundamental loopt van 1 tot 4, Intermediate van 3 tot 7, Expert van 6 tot 9. Zo zie je dat de uitdaging van het ene niveau de oefening van het volgende is.
Oefenen
Oefenen
één stap, direct toepassen
21.1
P = U · I in een tabel
Oefenen1Rekenen10 min
Vul de ontbrekende waarden in. Schrijf de berekening erbij, met eenheden.
a
Bereken.
U
I
P
berekening
(a) fietslamp
6 V
0,5 A
(b) strijkijzer
230 V
2300 W
(c) USB-poort
5 V
2,5 W
(d) elektrische auto (laden)
32 A
7,4 kW
(e) ledstrip meetkas
12 V
0,40 A
21.2
Omzetten: J, Wh en kWh
Oefenen1Rekenen10 min
Gebruik 1Wh=3600J en 1kWh=1000Wh=3,6MJ.
a
2,5kWh= Wh = MJ
b
7200J= Wh
c
450Wh= kWh
d
Een lamp van 10 W brandt 1 minuut. Hoeveel joule?
e
Een kacheltje van 1,5 kW brandt 2 uur. Hoeveel kWh?
21.3
Typeplaatjes lezen
Oefenen2Rekenen12 min
Drie typeplaatjes: een haardroger (230 V ~, 1800 W), een stofzuiger (220-240 V ~, 750 W) en een USB-lader (uitgang 5 V ⎓ 2,4 A).
a
Welke stroom trekt de haardroger?
b
Welke stroom trekt de stofzuiger bij 230 V?
c
Welk vermogen levert de USB-lader hoogstens?
d
Wat betekenen de tekens ~ en ⎓?
21.4
Energie en kosten van toestellen
Oefenen2Rekenen15 min
Reken met € 0,30 per kWh en 365 dagen per jaar.
a
Vul de tabel in.
toestel
vermogen
tijd per dag
kWh per jaar
euro per jaar
koelkast (gemiddeld)
20 W
24 h
tv
80 W
3 h
gamepc
300 W
2 h
wifirouter
8 W
24 h
föhn
1800 W
10 min
b
Welk toestel kost het meest per jaar? Heeft dat ook het grootste vermogen?
21.5
Twee energielabels
Oefenen2Begrijpen10 min
Twee koelkasten van dezelfde grootte. Bekijk hun energielabels.
Vereenvoudigde energielabels van koelkast X en koelkast Y.
a
Welke koelkast is zuiniger? Waaraan zie je dat (twee dingen)?
b
Hoeveel kWh en euro spaart de zuinigste per jaar?
c
Koelkast Y kost € 150 meer. Na hoeveel jaar is dat terugverdiend? Is dat de moeite, als een koelkast 12 jaar meegaat?
Toepassen
Toepassen
meerdere stappen, in een context
21.6
Labo: gloeilampje of ledlampje?
Toepassen3Labo45 min
Je vergelijkt een gloeilampje van 12 V met een ledlampje van 12 V. Meet de spanning en de stroom, bereken het vermogen, en meet het licht met een luxmeter (of een lichtmeter-app) op 20 cm afstand, in een verduisterd lokaal.
a
Teken het meetschema: bron, lampje, ampèremeter en voltmeter.
b
Noteer je metingen.
lampje
U (V)
I (A)
P (W)
verlichting (lux)
lux per watt
c
Voel voorzichtig (houd je hand op enkele centimeter) welk lampje het warmst wordt. Verklaar met het woord rendement.
d
Hoeveel keer zoveel licht per watt geeft het ledlampje? Vergelijk met de 95 en 12 lm/W uit het handboek.
Zo wordt dit beoordeeld
Schema
Ampèremeter in serie, voltmeter parallel over het lampje; correcte symbolen.
Metingen
U, I en lux voor beide lampjes, zelfde afstand en zelfde plaats van de meter.
Berekening
P = U · I correct; lux per watt berekend en vergeleken.
Besluit
Led geeft meerdere keren meer licht per watt; gloeilampje zet meer om in warmte (lager rendement).
21.7
De meterstand
Toepassen3Rekenen15 min
Een gezin noteert elke maand de meterstand van de digitale meter: 1 oktober 31 204 kWh; 1 november 31 452 kWh; 1 december 31 781 kWh; 1 januari 32 148 kWh. Reken met € 0,30 per kWh.
a
Hoeveel kWh gebruikte het gezin in oktober, november en december?
b
Hoeveel kostte het kwartaal?
c
Het verbruik stijgt elke maand. Geef twee mogelijke oorzaken.
d
Het gezin krijgt een factuur die hoger is dan het aantal kWh maal € 0,30 laat vermoeden. Noem twee dingen die daar nog op kunnen staan.
21.8
Onderzoek: sluipverbruik in je eigen huis
Toepassen3Onderzoeken40 min
Hoeveel verbruikt je huis als 'alles uit' staat? Methode 1: lees de digitale meter 's avonds laat en 's morgens vroeg af, als niemand iets gebruikt (vraag hulp thuis). Methode 2: meet de toestellen één voor één met een energiemeter.
a
Noteer je metingen.
tijdstip of toestel
meterstand (kWh) of vermogen (W)
opmerking
b
Bereken het gemiddelde sluipverbruik in watt. (Methode 1: verschil in kWh gedeeld door het aantal uren, maal 1000.)
c
Hoeveel kWh en euro is dat per jaar? Welk deel van het jaarverbruik van jullie huis (of van 3500 kWh)?
d
Welke toestellen kunnen echt uit? Welke niet (koelkast, router)? Wat is je advies?
21.9
Een vermogensgrafiek: de wasmachine
Toepassen3Analyseren15 min
Een energiemeter registreerde het vermogen van een wasmachine tijdens één programma op 40 °C.
Vermogen van een wasmachine: opwarmen, wassen, centrifugeren.
a
Lees af: hoe lang duurt elke fase, en met welk vermogen?
fase
tijd
vermogen
energie (Wh)
opwarmen
wassen
centrifugeren
b
Bereken de energie van het hele programma in kWh, en wat het kost.
c
Welke fase gebruikt het meest? Wat leer je daaruit over wassen op 30 °C in plaats van 40 °C?
21.10
Hoeveel mag er op de stekkerdoos?
Toepassen3Rekenen12 min
Op een stekkerdoos staat: 16 A, 250 V ~. Het stopcontact geeft 230 V.
a
Welk vermogen mag er hoogstens op de stekkerdoos (bij 230 V)?
b
Mag je er tegelijk een waterkoker (2000 W), een broodrooster (900 W) en een koffiezet (1000 W) op aansluiten?
c
Een oliebadradiator (2000 W) en een elektrisch vuurtje (2000 W)? Welke stroom zou dat geven?
21.11
Led of gloeilamp: de kostengrafiek
Toepassen3Analyseren15 min
Gebruik de kostengrafiek uit het handboek (3 uur per dag, € 0,30 per kWh, gloeilamp € 1 per 1000 uur, ledlamp € 5).
Cumulatieve kosten van een gloeilamp van 60 W en een ledlamp van 8,5 W.
a
Waarom maakt de lijn van de gloeilamp elk jaar een klein sprongetje?
b
Lees af: wat kost elke lamp na 5 jaar? Hoeveel spaar je?
c
Wat is de steilheid van elke lijn (in euro per jaar)? Wat betekent ze?
d
Hoe zou de grafiek veranderen als de lamp maar 1 uur per dag brandt? Is de led dan nog de beste keuze?
Uitdagen
Uitdagen
transfer, open problemen, leerlijnen combineren
21.12
Habitat: de meetkas zuiniger maken
Uitdagen4Habitat45 min
De microcontroller met sensoren gebruikt 43,2 van de 62,9 Wh op een winterdag. Aan de 5 V-kant van de omvormer meet je 0,30 A. Drie ideeën: (1) de microcontroller slaapt tussen de metingen: gemiddeld nog maar 0,05 A aan de 5 V-kant; (2) de ledstrip brandt alleen als de lichtsensor zegt dat het donker is: gemiddeld 3 in plaats van 4 uur; (3) in plaats van de omvormer een goedkope lineaire regelaar (die neemt aan de 12 V-kant dezelfde stroom op als hij aan de 5 V-kant levert).
a
Bereken het vermogen aan de 5 V-kant en het rendement van de omvormer. Hoeveel Wh per dag gaat er in de omvormer verloren?
b
Bereken wat idee (1) en idee (2) opleveren in Wh per winterdag. (Neem aan dat de omvormer hetzelfde rendement houdt.)
c
Is idee (3) een goed idee? Reken het uit.
d
Wat wordt het verbruik op een winterdag met (1) en (2)? Welk zonnepaneel zou in december dan volstaan (1,25 Wh per Wp per dag)? Noteer je voorstel in je portfolio.
Zo wordt dit beoordeeld
Rendement
P aan de 5 V-kant, rendement en verlies per dag correct, met eenheden.
Besparingen
Idee 1 en 2 correct doorgerekend in Wh per dag.
Lineaire regelaar
Vermogen aan de 12 V-kant berekend; rendement vergeleken; afgewezen met argument.
Voorstel
Nieuw dagverbruik, gevolg voor het paneel, onderbouwd voorstel in het portfolio.
21.13
Het rendement van een waterkoker
Uitdagen4Rekenen20 min
Een waterkoker van 2000 W brengt 1,0 L water van 15 °C aan de kook (100 °C) in 3 minuten en 20 seconden. Om 1 L water 1 °C warmer te maken, is 4,2kJ nodig (hoofdstuk 16).
a
Hoeveel elektrische energie nam de waterkoker op, in kJ?
b
Hoeveel warmte kreeg het water?
c
Bereken het rendement. Waar ging de rest naartoe?
d
Je kookt telkens 1,0 L water terwijl je maar één tas (0,25 L) nodig hebt, drie keer per dag. Hoeveel kWh en euro verspil je per jaar?
21.14
Debat: de meetkas op het net of op de zon?
Uitdagen4Argumenteren35 min
Van het net zou de meetkas maar ongeveer € 6 per jaar kosten (19,4 kWh). Het zonnepaneel van 50 Wp, de laadregelaar en de batterij van 250 Wh kosten samen al snel € 150 à € 250, en de batterij moet na enkele jaren vervangen worden. Is zonne-energie voor de meetkas dan wel een goed idee? Bereid in groepjes een debat voor.
a
Verzamel argumenten voor 'aan het net' en voor 'op de zon'. Gebruik getallen uit hoofdstuk 17 en 21.
b
Welke argumenten gaan over geld, welke over CO2, welke over veiligheid, welke over leren en over het doel van Habitat?
c
Wat is jouw standpunt na het debat? Onder welke voorwaarden zou je van mening veranderen?
Zo wordt dit beoordeeld
Argumenten
Minstens drie per kant, met correcte getallen (kWh, euro, Wp, Wh).
Afwegen
Geld, CO2, veiligheid en het doel (een zelfvoorzienend station) apart bekeken.
Luisteren
Reageert op de argumenten van de andere groep.
Standpunt
Helder, onderbouwd, met voorwaarden.
21.15
Een verwarming voor de meetkas?
Uitdagen4Rekenen20 min
Iemand stelt voor om de meetkas in de winter 's nachts te verwarmen met een verwarmingselement van 12 V en 2,0 A, 12 uur per nacht. De wanden van de kas verliezen ongeveer 14 W per graad verschil met buiten (hoofdstuk 16).
a
Welk vermogen heeft het element? Kan de voeding van 2 A dat leveren, naast de rest?
b
Hoeveel energie per nacht? Vergelijk met de batterij en met het paneel in december.
c
Hoeveel graden warmer dan buiten houdt het element de kas ongeveer?
d
Wat is je advies? Welke andere manier om de kas 's nachts warmer te houden ken je uit hoofdstuk 16?
ZelfevaluatieKleur per doel: lukt al / bijna / nog niet
Ik kan het vermogen van een toestel berekenen met P=U⋅I en de formule omvormen om de stroom of de spanning te vinden.
Ik kan een typeplaatje lezen en de stroom van een toestel berekenen uit zijn vermogen.
Ik kan energie berekenen met E=P⋅t in joule en in kilowattuur, en omzetten (1kWh=3,6MJ).
Ik kan uit meterstanden en een prijs per kWh berekenen wat elektriciteit kost, en uitleggen wat er nog op een energiefactuur staat.
Ik kan een energielabel lezen en het stand-byverbruik van toestellen omrekenen naar kWh en euro per jaar.
Ik kan een led en een gloeilamp vergelijken in lumen per watt, rendement en kosten over hun levensduur.
Ik kan het dagelijkse energieverbruik van de meetkas berekenen en vergelijken met de opbrengst van het zonnepaneel en de batterij.