← Back to CoursesStemExpert
StemExpert
Intermediate · Handboek · 15. Zuren, basen en pH
StemExpert · Brecht Corbeel · schoolium.me
StemExpert
I15. Zuren, basen en pH
IIntermediate · deel I4 · Chemie en materialen

Handboek · hoofdstuk 15Zuren, basen en pH

Van citroensap tot ontstopper: een logaritmische schaal, een kleurstof uit rode kool en een druppel die alles verandert

Citroensap en ontstopper hebben iets gemeen: allebei tasten ze je huid aan, het ene als zuur, het andere als base. Hoe zuur of hoe basisch een oplossing is, druk je uit met één getal: de pH. Je leert wat een stof zuur of basisch maakt, waarom de pH-schaal met machten van tien werkt, hoe een zuur en een base elkaar opheffen, en hoe je met een buret tot op een druppel meet hoeveel zuur er in azijn zit. Voor Habitat bewaak je de pH van de voedingsoplossing: met een geijkte pH-meter, en met een proefje op één liter voor je bijstuurt.

9× uitleg6× uitgewerkt voorbeeld1× proef1× ontleed1× naslag2× verhaal1× het geheel2× code16 opdrachten in het werkboek± 10 lestijden
Eén kleurstof uit rode kool, acht kleuren: van zuur (rood) tot sterk basisch (geel).
Eén kleurstof uit rode kool, acht kleuren: van zuur (rood) tot sterk basisch (geel).
Na dit hoofdstuk
Uitleg · 15.1

Wat je al weet, en wat nu komt

1/23

Azijn, citroensap en cola smaken zuur; zeep en soda voelen glad aan. Op het etiket van een ontstopper en van ontkalker staan gevarenpictogrammen (F5). In F8 zag je dat azijn stroom geleidt, maar zwak: er zijn ionen in. Nu leer je wat die zure en basische stoffen gemeen hebben, en hoe je hun sterkte meet.

wat je al weetwaarwat er nu bij komt
gevarenpictogrammen: bijtend, irriterendF5waarom zuren en basen bijten, en hoe je veilig verdunt
concentratie in g/L; azijn geleidt zwak; cola is zuurF8concentratie in mol/L en de pH
de logaritmische schaal: elke stap is een factor 10hoofdstuk 5de pH-schaal is er een
ionen; zouten vallen in water uiteen (Arrhenius)hoofdstuk 13zuren en basen maken ionen: H3O+ en OH−
reactievergelijkingen, de mol, hoofdstuk 14neutralisatie en titratie: rekenen met mol per liter
de EC van de voedingsoplossinghoofdstuk 13de tweede meting die elke hydroponieteler doet: de pH

In dit hoofdstuk

  • leer je wat een stof zuur of basisch maakt, volgens Arrhenius en Brønsted;
  • reken je de pH uit, en zie je waarom de pH-schaal met machten van tien werkt;
  • kies je een indicator en maak je er zelf een uit rode kool;
  • laat je een zuur en een base elkaar opheffen, en bepaal je met een titratie hoeveel zuur er in azijn zit;
  • ijk je een pH-meter met bufferoplossingen;
  • bekijk je de pH van de bodem, van de voedingsoplossing en van de oceaan;
  • bewaak en stuur je voor Habitat de pH van het voedingsreservoir bij.
Boven eetbaar zuur en zacht basisch, onder bijtend: dezelfde chemie, een andere sterkte.
Boven eetbaar zuur en zacht basisch, onder bijtend: dezelfde chemie, een andere sterkte.
Uitleg · 15.2

Zuren en basen in het dagelijks leven

2/23

Zuren smaken zuur (proef het nooit in het labo!), reageren met kalk en met onedele metalen zoals zink en ijzer (er ontstaat waterstofgas), en kleuren blauw lakmoespapier rood. Basen voelen glad of zeepachtig aan, omdat ze de vetten en eiwitten van je huid aantasten, en kleuren rood lakmoes blauw. Een oplossing van een base in water heet ook een loog: natronloog, kaliloog. En het belangrijkste: een zuur en een base heffen elkaars werking op.

productzuur of basewerkzame stofwaarvoor
azijnzuurazijnzuur CH3COOHsmaak, bewaren, ontkalken
citroensap, frisdrankzuurcitroenzuur, fosforzuur, koolzuurfrisse smaak, bewaren
ontkalkerzuurcitroenzuur, amidosulfonzuur of mierenzuurkalk CaCO3 oplossen
maagsapzuurzoutzuur (HCl in water)eiwitten verteren, bacteriën doden
accuzuur (autobatterij)zuurzwavelzuur H2SO4, ± 35 %elektrolyt van de loodaccu (hoofdstuk 16)
bakpoeder, sodazwakke baseNaHCO3, Na2CO3deeg laten rijzen, reinigen
zeepzwakke basenatrium- en kaliumzouten van vetzurenvet losmaken
allesreinigerbaseammoniak NH3 of sodavet en vuil losmaken
ontstoppersterke basenatriumhydroxide NaOHhaar en vet in de afvoer afbreken
kalk voor de tuinbasecalciumcarbonaat CaCO3zure grond minder zuur maken
Zuren én basen kunnen bijten

Geconcentreerde zuren (accuzuur, zoutzuur, sommige ontkalkers) en geconcentreerde basen (ontstopper, natronloog) dragen het pictogram bijtend (GHS05): ze vreten huid, ogen en metaal aan. Basen zijn voor de ogen zelfs gevaarlijker dan veel zuren, omdat ze dieper in het weefsel doordringen. Verdunde oplossingen en soda zijn vaak irriterend (GHS07). Draag altijd een bril, en spoel een spat meteen minutenlang af met veel water.

Verdun je een geconcentreerd zuur: eerst het water, dan het zuur, langzaam en al roerend. Omgekeerd kan de warmte die vrijkomt het water plots doen koken, en spat het zuur eruit.

GHS05 bijtendGHS07 irriterend
Links: geconcentreerde zuren en basen. Rechts: veel verdunde oplossingen, soda, citroenzuur.
Verhaal · 15.3

Sørensen, bier en de p van pH

3/23

In 1909 leidde de Deense chemicus Søren Sørensen de chemische afdeling van het Carlsberg Laboratorium in Kopenhagen, het onderzoekslabo van de gelijknamige brouwerij. Hij bestudeerde eiwitten en enzymen, de stoffen die van mout en gist bier maken. Hij merkte dat enzymen heel gevoelig zijn voor de zuurgraad: een beetje zuurder of minder zuur, en ze werkten veel trager.

De zuurgraad zelf was lastig op te schrijven. De concentraties van de waterstofionen in zijn oplossingen waren getallen met veel nullen achter de komma, die bovendien een factor honderd of duizend van elkaar konden verschillen. Sørensen stelde voor om alleen de exponent te noteren, zonder het minteken: 0,000 01 mol/L is mol/L, en dus 'pH 5'. Zo ontstond de pH-schaal. Waar de p precies voor staat, weet niemand zeker; de meest gehoorde uitleg is Potenz, Duits voor macht.

Een kwarteeuw later, in 1934, vroeg een oud-studiegenoot bij de citrusvereniging van Californië aan de chemicus Arnold Beckman om een toestel waarmee je snel en betrouwbaar de zuurgraad van citroensap kon meten. Beckman combineerde een glaselektrode met een versterker met elektronenbuizen, en bouwde zo de eerste handige pH-meter. Vanaf 1935 maakte zijn bedrijf ze in serie. Vandaag meet elke hydroponieteler er dagelijks mee.

Waarom dit verhaal ertoe doet

De pH is geen natuurconstante maar een slimme schrijfwijze: een logaritme, bedacht om onhandige getallen hanteerbaar te maken. Dat verklaart ook waarom pH 4 niet 'een beetje' zuurder is dan pH 5, maar tien keer.

Het Carlsberg Laboratorium rond 1909: enzymen, bier en de uitvinding van de pH-schaal.
Het Carlsberg Laboratorium rond 1909: enzymen, bier en de uitvinding van de pH-schaal.
Uitleg · 15.4

Wat maakt een stof zuur of basisch?

4/23

In hoofdstuk 13 leerde je van Arrhenius dat zouten in water uiteenvallen in ionen. Hij ging nog een stap verder: een zuur is een stof die in water waterstofionen vormt, een base een stof die in water hydroxide-ionen OH− vormt.

Waterstofchloride is een polair gas (hoofdstuk 13). Leid je het in water, dan geeft elke molecule haar H-atoom zonder elektron, dus een proton H+, door aan een watermolecule. Zo'n los proton bestaat in water niet: het hangt meteen vast aan een vrij elektronenpaar van zuurstof, en vormt het oxoniumion H3O+. De oplossing heet zoutzuur.

zoutzuur ontstaat
Vaak schrijft men kortweg H+ in plaats van H3O+: het betekent hetzelfde.

Natriumhydroxide is een zout; het valt in water uiteen in Na+ en OH−: . Ammoniak bevat geen OH− en is toch een base: het neemt een proton van water over, .

Dat laatste verklaart de ruimere definitie van de Deen Johannes Brønsted en de Engelsman Thomas Lowry (1923): een zuur is een protondonor, een base een protonacceptor. Een zuur-basereactie is dan het doorgeven van een proton. Water kan allebei: bij zoutzuur neemt het een proton op, bij ammoniak geeft het er een af.

Sterk en zwak. Bij zoutzuur en salpeterzuur HNO3 geven (bijna) alle moleculen hun proton af: het zijn sterke zuren. Bij azijnzuur doet maar een kleine fractie dat, zo'n 1 % in een oplossing van 0,1 mol/L: een zwak zuur. De dubbele pijl bij ammoniak betekent dat de reactie in beide richtingen verloopt en maar gedeeltelijk gebeurt. In dit hoofdstuk reken je alleen de pH van sterke zuren en basen uit; zwakke volgen in E26.

Sterk is niet hetzelfde als geconcentreerd

Sterk zegt welk deel van de moleculen een proton afgeeft; geconcentreerd zegt hoeveel zuur er per liter is. Zoutzuur van 0,001 mol/L is een sterk zuur in een verdunde oplossing (pH 3); azijn is een zwak zuur in een vrij geconcentreerde oplossing (0,83 mol/L, pH ± 2,4). Bij dezelfde concentratie van 0,1 mol/L heeft zoutzuur pH 1,0 en azijnzuur ongeveer pH 2,9.

HCl+OHHH⁺ springt overOHHH++Cl−HClzuur: geeft H⁺ afH2Obase: neemt H⁺ opH3O+oxoniumionCl−chloride-ion
Brønsted in één beeld: het zuur geeft een proton af, het water neemt het op.
Uitleg · 15.5

Water en de pH-schaal

5/23

Ook zuiver water bevat een piepklein beetje ionen: watermoleculen geven elkaar af en toe een proton door, . In zuiver water bij 25 °C zijn er van elk mol per liter: evenveel H3O+ als OH−, dus neutraal. Het product van beide concentraties blijft in elke waterige oplossing gelijk: voeg je zuur toe, dan stijgt en daalt evenveel keer.

de waterconstante
De rechte haken betekenen: concentratie in mol/L. Bij andere temperaturen is anders: bij 37 °C is zuiver water neutraal bij pH 6,8.

Die concentraties lopen van ongeveer 1 mol/L tot mol/L: veertien machten van tien. Daarom gebruik je, zoals Sørensen, de exponent:

pH en pOH (25 °C)
pH onder 7: zuur; pH 7: neutraal; pH boven 7: basisch. De pH heeft geen eenheid, maar de concentratie moet in mol/L staan.

De pH-schaal is logaritmisch (hoofdstuk 5): één pH-eenheid lager betekent tien keer meer oxoniumionen, twee eenheden honderd keer. Citroensap (pH 2,2) bevat keer meer H3O+ dan koffie (pH 5,0): het verschil van de pH-waarden is de exponent.

De logaritme op je rekenmachine

: de logaritme van een macht van tien is de exponent. Voor andere getallen gebruik je de toets log: , dus pH 2,70. Terug gaat met : bij pH 3,40 hoort mol/L. Geef een pH met twee decimalen: zoveel cijfers heeft ook een goede pH-meter.

pH[H₃O⁺] (mol/L)01001210−23410−45610−67810−891010−10111210−12131410−14neutraal (25 °C)maagzuur 1,5citroensap 2,2azijn 2,4cola 2,5koffie 5,0regenwater 5,6melk 6,7zuiver water 7,0bloed 7,4zeewater 8,1bakpoeder in water 8,3zeepsop 10,0allesreiniger met ammoniak 11,5bleekwater 12,5ontstopper 14,0zuurderbasischer
Typische waarden: elk streepje op de schaal is een factor tien in de concentratie oxoniumionen.
Uitgewerkt voorbeeld · 15.6

De pH van sterke zuren en basen berekenen

6/23

(a) Bereken de pH van zoutzuur met 0,020 mol/L. (b) Bereken de pH van natronloog met 0,0050 mol/L. (c) Een oplossing heeft pH 3,40. Hoe groot is de concentratie oxoniumionen, en hoeveel keer zuurder is ze dan een oplossing met pH 5,40?

Gegeven
  • (a) , sterk zuur
  • (b) , sterke base
  • (c) pH 3,40 en pH 5,40
Gevraagd
  • pH
  • en de verhouding
Oplossing
  1. 1
    (a) Zoutzuur is een sterk zuur: elke HCl-molecule wordt een H3O+. Dus en .
  2. 2
    (b) NaOH valt volledig uiteen: . , dus .
  3. 3
    Of via de waterconstante: , en . Zelfde uitkomst.
  4. 4
    (c) . Het verschil is 2,00 pH-eenheden: keer meer oxoniumionen.
Antwoord
(a) pH 1,70; (b) pH 11,70; (c) mol/L, honderd keer zuurder dan pH 5,40.
Klopt dit? Schat eerst: 0,020 ligt tussen 0,01 (pH 2) en 0,1 (pH 1), dus de pH ligt tussen 1 en 2. Een base met tussen en heeft een pH tussen 11 en 12. Klopt je antwoord niet met zo'n schatting, dan heb je vaak het minteken van de logaritme vergeten.
Uitgewerkt voorbeeld · 15.7

Verdunnen: tien keer meer water, één pH-eenheid

7/23

(a) Je verdunt 10 mL zoutzuur met pH 1,00 met water tot 1,0 L. Welke pH krijg je? (b) Hoeveel water moet je bij 50 mL zoutzuur met pH 2,0 voegen om pH 4,0 te krijgen? (c) Wat gebeurt er als je natronloog met pH 12,0 honderd keer verdunt? En als je daarna blijft verdunnen?

012345678901234567891011121314aantal keer tien keer verdundpHneutraalzoutzuur, start 0,10 mol/Lnatronloog, start 0,10 mol/L
Exact berekend: elke factor tien is eerst één pH-eenheid, maar rond pH 7 buigen beide lijnen af.
Gegeven
  • ; verdunnen met factor deelt de concentratie door
Gevraagd
  • de pH na verdunnen
  • het volume water
Oplossing
  1. 1
    (a) Van 10 mL naar 1000 mL is een factor 100. gaat van naar : pH 3,00. Elke factor tien verdunning verhoogt de pH van een sterk zuur met één eenheid.
  2. 2
    (b) Van pH 2,0 naar pH 4,0 is twee eenheden: een factor . Het eindvolume is , dus je voegt water toe.
  3. 3
    (c) gaat van naar : pOH 4, pH 10,0. Een base daalt bij verdunnen naar 7 toe, een zuur stijgt naar 7 toe.
  4. 4
    Blijf je verdunnen, dan nadert de pH 7, maar ze gaat er nooit voorbij: het water brengt zelf H3O+ en OH− mee. De grafiek is berekend met de waterconstante erbij.
Antwoord
(a) pH 3,00; (b) aanvullen tot 5,0 L, dus bijna 5 L water; (c) pH 10,0, en bij verder verdunnen naar pH 7.
Klopt dit? Zeer verdund zoutzuur van mol/L heeft geen pH 8 (dat zou basisch zijn!) maar pH 6,98: het zuur is dan een druppel op een gloeiende plaat naast de mol/L oxoniumionen van het water zelf.
Uitleg · 15.8

Indicatoren: kleurstoffen die de pH verraden

8/23

Een indicator is een kleurstof die zelf een zwak zuur is. De vorm met het proton heeft een andere kleur dan de vorm zonder. Welke vorm de overhand heeft, hangt af van de pH: onder het omslaggebied zie je de zure kleur, erboven de basische, en erin een mengkleur. Elke indicator heeft zijn eigen omslaggebied, meestal zo'n anderhalve tot twee pH-eenheden breed.

indicatoromslaggebied (pH)zure kantbasische kant
methyloranje3,1 – 4,4roodgeel
methylrood4,4 – 6,2roodgeel
broomthymolblauw6,0 – 7,6geelblauw
fenolftaleïne8,2 – 10,0kleurloosroze tot paarsrood
lakmoes4,5 – 8,3roodblauw
universele indicator (mengsel)0 – 14, geleidelijkrood, oranje, geel, groen, blauw, paars
rodekoolsap (antocyaan)geleidelijkrood, roze, paarsblauw, groen, geel

Eén indicator vertelt je alleen of de pH onder, in of boven zijn omslaggebied ligt. Kleurt broomthymolblauw geel, dan weet je: pH onder 6,0, maar niet of het 5,5 of 1,5 is. Daarom mengt men in universele indicator en pH-papier meerdere kleurstoffen: elke pH geeft dan een eigen kleur, en je vergelijkt met een kleurenkaart tot op ongeveer één pH-eenheid.

Een indicator combineren

Met twee indicatoren kan je een pH insluiten. Is een oplossing geel met broomthymolblauw (pH < 6,0) en geel met methylrood (pH > 6,2)? Dat kan niet tegelijk: dan heb je slecht gekeken. Geel met broomthymolblauw en oranje met methylrood: pH tussen 4,4 en 6,0.

3,14,4methyloranje4,46,2methylrood6,07,6broomthymolblauw8,210,0fenolftaleïne01234567891011121314pH
Echte kleuren, benaderd. Broomthymolblauw slaat om rond pH 7; fenolftaleïne pas in het basische gebied.
Proef · 15.9

Rodekoolsap als indicator

9/23
Onderzoeksvraag

Kan je met sap van rode kool zure en basische producten uit de keuken herkennen en rangschikken?

Materiaal
  • een kwart rode kool, heet water (niet kokend), mes, zeef
  • 8 doorzichtige bekertjes, pH-papier
  • azijn, citroensap, spuitwater, melk, kraanwater, bakpoeder, soda (natriumcarbonaat), zeepsop
  • veiligheidsbril
VeiligheidBril op. Soda irriteert de ogen ernstig (GHS07). Proef en drink niets in het labo, ook niet wat uit de keuken komt. Laat het hete water eerst wat afkoelen voor je het over de kool giet.
GHS07soda:ernstigeoogirritatie
Soda is een keukenproduct, maar geen onschuldig: bril op.
Werkwijze
  1. 1Snijd de kool in reepjes, overgiet met 500 mL heet water en laat tien minuten trekken. Zeef: je krijgt een paars sap.
  2. 2Giet in elk bekertje 30 mL sap. Voeg in elk bekertje een theelepel (of 10 mL) van één product toe en roer.
  3. 3Noteer de kleur. Meet daarna met pH-papier de pH van elk mengsel.
  4. 4Rangschik de bekertjes van laagste naar hoogste pH. Zet de kleuren naast de pH-waarden.
Waarneming
productkleur met rodekoolsappH (papier)
citroensaprood2
azijnrood3
spuitwaterroze5
melkpaars6-7
kraanwaterblauwpaars7-8
bakpoederblauw8
zeepsopblauwgroen9-10
sodagroen11

Voorbeeldmeting. De tinten verschillen van kool tot kool.

Verklaring

Rode kool bevat antocyanen, de kleurstoffen die ook bosbessen en rode druiven kleuren. Het zijn zwakke zuren met meer dan één proton dat ze kunnen afgeven. Bij elke pH overheerst een andere vorm, met een eigen kleur: rood in zuur, paars rond neutraal, blauw en groen in basisch, en geel in sterk basisch. Daarom geeft rodekoolsap een hele kleurenreeks en geen enkele omslag. Voor een nauwkeurige pH is het te vaag: de kleuren lopen in elkaar over en hangen af van hoeveel sap je gebruikt.

Uitleg · 15.10

Neutralisatie: zuur en base heffen elkaar op

10/23

Giet je zoutzuur bij natronloog, dan reageren de oxoniumionen met de hydroxide-ionen tot water. Dat is de neutralisatie:

neutralisatie, als ionenvergelijking
De andere ionen doen niet mee: ze zijn 'toeschouwers'.

De natrium- en chloride-ionen blijven gewoon opgelost. Damp je de oplossing in, dan blijft er keukenzout over. Met alle stoffen erbij:

Een zuur plus een base geeft dus water plus een zout. Welk zout, hangt af van het zuur en de base: salpeterzuur met kaliloog geeft kaliumnitraat, een van de zouten uit het recept van de voedingsoplossing (hoofdstuk 12): . Bij zwavelzuur, dat twee protonen kan afgeven, heb je twee keer zoveel base nodig: .

Een neutralisatie is exotherm (hoofdstuk 14): per mol gevormd water komt ongeveer 56 kJ vrij. Meng je 50 mL zoutzuur en 50 mL natronloog van elk 1 mol/L, dan warmt het mengsel ongeveer 6,7 °C op.

Neutraliseren doe je vaker dan je denkt: een maagtablet met calciumcarbonaat neutraliseert een teveel aan maagzuur, een tuinier strooit kalk op zure grond, en een gemorst zuur maak je onschadelijk met bakpoeder (het bruist: er ontstaat CO2).

Na neutralisatie is de pH altijd 7

Alleen als een sterk zuur en een sterke base in precies de juiste hoeveelheid reageren. Blijft er zuur of base over, dan bepaalt die overmaat de pH (volgend voorbeeld). En neutraliseer je een zwak zuur met een sterke base, dan ligt het equivalentiepunt boven 7 (E26).

H3O+H3O+Cl−Cl−Na+Na+OH−OH−Na+Na+Cl−Cl−H2OH2Ozoutzuurnatronloogna het mengen+zuur: H3O+ en Cl−basisch: Na+ en OH−neutraal: water en een zout
Oxonium- en hydroxide-ionen worden water; natrium en chloride blijven als toeschouwers achter.
Uitgewerkt voorbeeld · 15.11

Zuur en base mengen: wie blijft over?

11/23

Je mengt 50,0 mL zoutzuur van 0,100 mol/L met 30,0 mL natronloog van 0,100 mol/L. Welke pH heeft het mengsel?

Gegeven
  • zoutzuur: ,
  • natronloog: ,
Gevraagd
  • pH van het mengsel
Oplossing
  1. 1
    Tel in mol (of millimol: mL maal mol/L geeft mmol). Zuur: H3O+. Base: OH−.
  2. 2
    Molverhouding 1 : 1: de 3,00 mmol OH− neutraliseert 3,00 mmol H3O+. Er blijft H3O+ over.
  3. 3
    Die overmaat zit in het totale volume: . .
  4. 4
    .
Antwoord
Het mengsel heeft pH 1,60: het is nog altijd zuur.
Klopt dit? Vergeet het totale volume niet: wie deelt door 50 mL, vindt pH 1,40. Een gevoelscontrole: de begin-pH van het zuur is 1,00; na het neutraliseren van 60 % van het zuur en een verdunning stijgt ze maar 0,6 eenheid. Zo werkt een logaritmische schaal.
Uitleg · 15.12

Titratie: tot op een druppel meten

12/23

Hoeveel zuur zit er in een fles azijn? Met een titratie meet je dat. Je doet een nauwkeurig gekend volume van de onbekende oplossing in een erlenmeyer, met een paar druppels indicator. Uit een buret laat je er druppel per druppel een oplossing met gekende concentratie bij lopen, tot de indicator net blijvend van kleur verandert.

  1. Spoel de buret met de natronloog, vul ze en lees de beginstand af, onderaan de meniscus, tot op 0,05 mL.
  2. Breng met een volumepipet precies 25,00 mL van het zuur in de erlenmeyer. Voeg 2 à 3 druppels indicator toe.
  3. Laat eerst vlot, en in de buurt van het omslagpunt druppel per druppel natronloog toe, al roerend.
  4. Stop bij de eerste druppel die de kleur een halve minuut laat blijven (bij fenolftaleïne: licht roze). Lees de eindstand af.
  5. Herhaal tot drie titraties minder dan 0,10 mL van elkaar verschillen, en neem het gemiddelde (hoofdstuk 1).

Op het equivalentiepunt is er precies evenveel mol base toegevoegd als er mol zuur was. Voor een zuur en een base die 1 : 1 reageren:

equivalentiepunt (molverhouding 1 : 1)
Het volume mag in mL, als het aan beide kanten in mL staat. Bij een andere molverhouding reken je via de mol, zoals in hoofdstuk 14.

Het punt waar de indicator omslaat, heet het eindpunt. Een goede indicator zorgt dat eindpunt en equivalentiepunt samenvallen, tot op een druppel. Dat de berekening ook voor een zwak zuur als azijnzuur werkt, is geen toeval: je telt alleen hoeveel mol base er nodig is, niet hoeveel protonen er op een bepaald moment vrij zijn.

buret met natronloog0,100 mol/Lschaal: lees aftot op 0,05 mLkraantje: open hetdruppel per druppelerlenmeyer met 25,00 mLzoutzuur + indicatormagneetroerder
Een witte ondergrond maakt de eerste roze zweem zichtbaar; de roerder mengt elke druppel meteen.
Het eindpunt: één druppel natronloog kleurt de hele oplossing licht roze.
Het eindpunt: één druppel natronloog kleurt de hele oplossing licht roze.
Ontleed · 15.13

De titratiecurve

13/23

Meet je tijdens een titratie na elke toevoeging de pH, dan krijg je een titratiecurve. Deze is niet gemeten maar exact berekend (codeblad verderop): 25,0 mL zoutzuur van 0,100 mol/L met natronloog van 0,100 mol/L. De gekleurde banden zijn de omslaggebieden van drie indicatoren.

0510152025303540455001234567891011121314toegevoegde natronloog (mL)pH25,0 mLmethyloranje 3,1 – 4,4broomthymolblauw 6,0 – 7,6fenolftaleïne 8,2 – 10,0
De sprong bij 25,0 mL gaat door de omslaggebieden van alle drie de indicatoren.
Wijs een nummer aan: de figuur zoomt in. Klik om vast te zetten.
  1. 1
    Beginpunt

    Alleen zoutzuur: pH = −log 0,100 = 1,00.

  2. 2
    Het vlakke stuk

    Na 12,5 mL is de helft van het zuur weg, en toch is de pH maar gestegen tot 1,48: de concentratie is gehalveerd (en verdund), dat is nog geen factor tien.

  3. 3
    Equivalentiepunt

    Na 25,00 mL: evenveel mol OH− als er H3O+ was. Er is alleen nog een oplossing van keukenzout: pH 7,00.

  4. 4
    Eén druppel ervoor

    Bij 24,95 mL (één druppel te weinig) is de pH 4,0: er blijft nog 0,005 mmol zuur over.

  5. 5
    Eén druppel erna

    Bij 25,05 mL is de pH al 10,0. Eén druppel van 0,05 mL doet de pH zes eenheden stijgen: daarom is een titratie zo nauwkeurig.

  6. 6
    Overmaat base

    Nu bepaalt de overmaat natronloog de pH. De curve nadert pH 13 (de pH van de natronloog zelf), maar haalt die niet: de base wordt verdund door het zuur.

Uitgewerkt voorbeeld · 15.14

Hoeveel azijnzuur zit er in azijn?

14/23

Op een fles schoonmaakazijn staat '5 % zuurgraad': 5 g azijnzuur per 100 mL. Je pipetteert 10,00 mL azijn in een maatkolf en vult aan tot 100,0 mL met water. Van die verdunde azijn titreer je telkens 25,00 mL met natronloog van 0,100 mol/L en fenolftaleïne. Je hebt 20,85 mL, 20,80 mL en 20,75 mL nodig. Klopt het etiket?

Gegeven
  • (1 : 1)
  • (gemiddelde),
Gevraagd
  • de concentratie azijnzuur in de azijn, in mol/L en in g per 100 mL
Oplossing
  1. 1
    Mol base tot het equivalentiepunt: .
  2. 2
    Molverhouding 1 : 1: in de 25,00 mL verdunde azijn zat mol azijnzuur.
  3. 3
    In de hele maatkolf (100,0 mL, vier keer zoveel): . Dat kwam allemaal uit de 10,00 mL azijn.
  4. 4
    Concentratie in de azijn: .
  5. 5
    In gram: , of 5,00 g per 100 mL.
Antwoord
De azijn bevat 0,832 mol/L azijnzuur, 5,0 g per 100 mL: het etiket klopt.
Klopt dit? Waarom eerst tien keer verdunnen? Onverdund zou je voor 25 mL azijn 208 mL natronloog nodig hebben: meer dan vier buretten. Kies de verdunning zo dat je eindigt tussen 15 en 45 mL. De drie metingen liggen binnen 0,10 mL van elkaar: het gemiddelde is betrouwbaar tot op ongeveer 0,5 %.
Code · 15.15

Python: de titratiecurve berekenen

15/23

Hoe bereken je de pH tijdens een titratie? Tel de overmaat zuur (of base) in mol, deel door het totale volume, en neem de waterconstante mee. Dan wordt het één kwadratische vergelijking: de ladingsbalans zegt dat er in de oplossing evenveel positieve als negatieve lading is. Met en de overmaat zuur in mol/L geldt , dus . Rond het equivalentiepunt () geeft dat vanzelf pH 7, en ver ervan gewoon .

Pythontitratiecurve.py22 regelsDownload
# titratiecurve.py - pH tijdens de titratie van een sterk zuur met een sterke baseimport math KW = 1.0e-14            # waterconstante bij 25 graden: [H3O+] * [OH-]  def ph_mengsel(c_zuur, v_zuur, c_base, v_base):    """pH na het mengen van v_zuur mL sterk zuur (c_zuur mol/L) met v_base mL sterke base (c_base mol/L)."""    overmaat = (c_zuur * v_zuur - c_base * v_base) / (v_zuur + v_base)   # mol/L zuur (negatief: base)    # ladingsbalans: [H3O+] - KW / [H3O+] = overmaat  ->  kwadratische vergelijking in [H3O+]    h = (overmaat + math.sqrt(overmaat ** 2 + 4 * KW)) / 2    return -math.log10(h)  C_ZUUR, V_ZUUR = 0.100, 25.0     # 25,0 mL zoutzuur van 0,100 mol/L in de erlenmeyerC_BASE = 0.100                   # natronloog van 0,100 mol/L in de buret if __name__ == "__main__":    v_eq = C_ZUUR * V_ZUUR / C_BASE    print(f"equivalentiepunt bij {v_eq:.2f} mL")    for v in [0, 10, 20, 24, 24.9, 24.95, 25, 25.05, 25.1, 26, 30, 50]:        print(f"{v:6.2f} mL   pH {ph_mengsel(C_ZUUR, V_ZUUR, C_BASE, v):5.2f}")

Uitvoer (gedraaid bij het bouwen van deze pagina):

equivalentiepunt bij 25.00 mL
  0.00 mL   pH  1.00
 10.00 mL   pH  1.37
 20.00 mL   pH  1.95
 24.00 mL   pH  2.69
 24.90 mL   pH  3.70
 24.95 mL   pH  4.00
 25.00 mL   pH  7.00
 25.05 mL   pH 10.00
 25.10 mL   pH 10.30
 26.00 mL   pH 11.29
 30.00 mL   pH 11.96
 50.00 mL   pH 12.52

De titratiecurve en de verdunningsgrafiek van dit hoofdstuk komen uit deze functie. In opdracht 15.11 gebruik je ze om te onderzoeken hoe breed de sprong is bij een tien keer meer verdund zuur.

Uitleg · 15.16

De pH-meter en zijn ijking

16/23

Een pH-meter meet een spanning. Aan het uiteinde van de elektrode zit een heel dunne glasbol. Aan de binnenkant zit een oplossing met een vaste pH, aan de buitenkant de vloeistof die je meet. Hoe groter het verschil in pH, hoe groter de spanning over het glas. Een tweede elektrode, de referentie, maakt via een klein poreus diafragma contact met de vloeistof en sluit de kring. Een ideale elektrode geeft bij 25 °C 0 mV bij pH 7 en 59,16 mV per pH-eenheid: een lineair verband (waarom precies dat getal, zie je in E27).

Een echte elektrode wijkt af: het nulpunt verschuift en de helling wordt kleiner naarmate het glas veroudert. Daarom ijk (kalibreer) je de meter met bufferoplossingen: oplossingen met een nauwkeurig gekende pH die nauwelijks verandert, zelfs als er een beetje zuur of base bij komt.

  • Tweepuntsijking: eerst buffer pH 7,00 (het nulpunt), dan pH 4,00 als je in het zure gebied meet (hydroponie) of pH 10,00 in het basische. De meter legt een rechte door de twee punten, zoals je in hoofdstuk 3 een sensor ijkte.
  • Driepuntsijking met 4, 7 en 10 als je over het hele gebied meet.
  • Tussen twee buffers spoel je de elektrode met gedemineraliseerd water en dep je ze droog. Niet wrijven.
  • De meter berekent de helling in procent van 59,16 mV per pH. Veel fabrikanten vragen tussen ongeveer 95 en 105 %, en een nulpunt binnen ongeveer 30 mV. Daarbuiten reinig of vervang je de elektrode.
  • De helling hangt af van de temperatuur (bij 20 °C is ze 58,17 mV per pH): goede meters meten de temperatuur mee en compenseren. De pH van een buffer verandert ook een beetje met de temperatuur; de tabel staat op het flesje.
Een elektrode droogt niet uit

Bewaar een pH-elektrode altijd met het dopje vol bewaarvloeistof (kaliumchloride, 3 mol/L), nooit droog en nooit in gedemineraliseerd water: dan trekken ionen uit het glas en uit de referentie weg, en wordt de meter traag en onbetrouwbaar. Een elektrode gaat een à twee jaar mee.

pH 6.33meterbinnenbuis: zilverdraadin een bufferbuitenbuis: referentie-elektrode in KCldiafragma: contactmet de oplossingdunne glasbol: hierontstaat de spanning
De spanning ontstaat over de dunne glasbol; de referentie-elektrode sluit de kring via het diafragma.
Gekleurde buffers: rood voor pH 4, geel voor pH 7, blauw voor pH 10 (een gangbare afspraak).
Gekleurde buffers: rood voor pH 4, geel voor pH 7, blauw voor pH 10 (een gangbare afspraak).
Uitgewerkt voorbeeld · 15.17

Een pH-sensor ijken met twee buffers

17/23

De klimaatmodule krijgt een goedkope pH-module die een spanning tussen 0 en 5 V naar de microcontroller stuurt. In buffer pH 7,00 meet je 2,50 V, in buffer pH 4,00 3,04 V. (a) Stel de ijklijn op. (b) In het reservoir meet je 2,62 V. Welke pH is dat? (c) Ter controle hang je de sensor in buffer pH 10,00: 1,98 V. Hoe groot is de afwijking?

012345678910111213141,01,52,02,53,03,54,0pHU (V)monster: 2,62 V → pH 6,33ijklijn door de twee buffersbuffers pH 4,00 en 7,00controle: buffer pH 10,00
De rechte door de twee buffers; de derde buffer controleert of het verband ook daarbuiten klopt.
Gegeven
  • en
  • monster: ; controle: in pH 10,00
Gevraagd
  • ijklijn
  • pH van het monster
  • afwijking bij pH 10
Oplossing
  1. 1
    (a) Helling: per pH-eenheid. De spanning daalt als de pH stijgt. Ijklijn: .
  2. 2
    Omgevormd naar wat de microcontroller nodig heeft: .
  3. 3
    (b) .
  4. 4
    (c) : 0,11 onder 10,00.
Antwoord
; het reservoir staat op pH 6,33; bij pH 10 wijkt de sensor 0,11 af.
Klopt dit? Een afwijking van 0,1 bij pH 10, ver buiten het gebied tussen de twee buffers, is aanvaardbaar voor de hydroponie, waar je tussen 5,5 en 6,5 werkt: dat ligt tussen de ijkpunten. Wie ook bij pH 10 nauwkeurig wil meten, doet een driepuntsijking. Het monster op pH 6,33 ligt in het werkgebied, maar al boven de streefwaarde 5,8.
Uitleg · 15.18

pH in de bodem en in de hydroponie

18/23

Een plant neemt haar voeding op als opgeloste ionen (hoofdstuk 12). Of een ion opgelost blijft, hangt sterk af van de pH. In de bodem doen de meeste groenten het best tussen pH 6 en 7; op zure zandgrond, zoals in de Kempen, strooit men kalk CaCO3 om de pH op te trekken (bekalken): het carbonaat neutraliseert het zuur. Sommige planten houden net van zuur.

gewas of plantgunstige bodem-pH
de meeste groenten (sla, kool, bonen), gazon6,0 – 7,0
aardappel5,0 – 6,0
blauwe bes, rododendron, heide4,5 – 5,5

In de hydroponie is er geen bodem die schommelingen opvangt: de pH van de voedingsoplossing verandert soms met een halve eenheid in twee dagen. Voor de meeste gewassen ligt het werkgebied tussen 5,5 en 6,5; sla doet het goed rond 5,8.

pH van de voedingsoplossingwat er gebeurt
onder 5,0de wortels raken beschadigd; calcium en magnesium worden slechter opgenomen; zwaar zure oplossing tast ook metalen onderdelen aan
5,5 – 6,5alle voedingselementen blijven opgelost en opneembaar: het werkgebied van de meeste gewassen (sla, kruiden, tomaat)
boven 6,5ijzer en mangaan slaan neer of worden slecht opneembaar: jonge bladeren worden geel tussen de nerven (ijzergebrek); fosfaat vormt met calcium een neerslag
boven 7,5kalkaanslag (calciumcarbonaat en -fosfaat) in leidingen en druppelaars

Waarom stijgt de pH vanzelf? Het recept van Habitat levert de stikstof als nitraat NO3−. Een plant die meer negatieve ionen opneemt dan positieve, moet haar lading in evenwicht houden: haar wortels geven OH−- of HCO3−-ionen af. De oplossing wordt langzaam basischer, zeker als de planten snel groeien. Met ammonium NH4+ als stikstofbron gebeurt het omgekeerde. Daarom heb je in de hydroponie vooral pH-min nodig: een verdund zuur, meestal salpeterzuur of fosforzuur, dat meteen ook stikstof of fosfor aanvult.

EC en pH horen samen

Zuur toevoegen brengt ook ionen mee: de EC stijgt een beetje. Meet daarom altijd eerst de pH, dan de EC, en stuur de pH bij voor je de EC bijstuurt. Laat een pH- en een EC-sonde niet tegelijk meten in hetzelfde reservoir zonder elektrische scheiding: ze kunnen elkaars meting storen.

Eerst de pH, dan de EC: de dagelijkse ronde van een hydroponieteler.
Eerst de pH, dan de EC: de dagelijkse ronde van een hydroponieteler.
Verhaal · 15.19

Oceaanverzuring: een logaritme met gevolgen

19/23

Sinds het begin van de industriële revolutie steeg de koolstofdioxide in de lucht van ongeveer 280 naar 425 ppm (hoofdstuk 14). Ongeveer een kwart van de CO2 die we uitstoten, lost op in de oceaan. Daar vormt het koolzuur, een zwak zuur:

Zeewater is licht basisch. Rond 1850 had het oppervlaktewater gemiddeld een pH van ongeveer 8,2; vandaag is dat 8,1. Een daling van 0,1 lijkt niets, maar de schaal is logaritmisch: , dus ongeveer een kwart meer oxoniumionen. Met nauwkeuriger waarden (van 8,21 naar 8,10) is het bijna 30 %. Bij een hoge uitstoot daalt de pH tegen 2100 nog eens ruim 0,3, tot ongeveer 7,8: dan zijn er keer zoveel oxoniumionen als in 1850.

Basisch blijft de oceaan, 'verzuren' betekent hier: de pH daalt. Het probleem zit bij de dieren die een skelet of schelp bouwen uit calciumcarbonaat: koralen, oesters, mosselen, zeeslakjes en veel plankton. De extra oxoniumionen pakken carbonaationen weg (), precies de bouwstenen die ze nodig hebben. Hun kalk bouwen kost meer energie, en in koud water, waar CO2 goed oplost, begint dunne kalk al op te lossen.

Meten op zee

Sinds 1988 meet een onderzoeksprogramma ten noorden van Hawaï maandelijks de pH van het oppervlaktewater. De meetreeks daalt gestaag, in het ritme van de stijgende CO2 in de lucht: ongeveer 0,02 pH-eenheid per tien jaar. Zulke kleine veranderingen zie je alleen met zorgvuldig geijkte meters en een lange meetreeks.

0369121518[H₃O⁺] in nmol/L6,37,915,8rond 1850: pH 8,2nu: pH 8,12100, hoge uitstoot: 7,8
Dezelfde daling in concentraties: van 6,3 naar 7,9 nanomol per liter, en misschien 15,8 in 2100.
Uitgewerkt voorbeeld · 15.20

Habitat: de pH van het reservoir bijsturen

20/23

De voedingsoplossing van de klimaatmodule start op pH 5,8. Een week lang meet je elke ochtend de pH (grafiek). Op dag 6 staat ze op 6,6 en zit er nog 56 L in het reservoir. De pH-min is een werkoplossing salpeterzuur van 0,50 mol/L. Je giet 1,00 L oplossing uit het reservoir in een maatbeker en druppelt er met een spuitje pH-min bij, al roerend: na 1,6 mL staat de pH op 5,8. (a) Hoeveel pH-min heeft het reservoir nodig? (b) Hoe voeg je het toe? (c) Hoeveel mmol zuur zou zuiver water van 56 L nodig hebben om van 6,6 naar 5,8 te gaan? Wat besluit je?

0123456785,05,56,06,57,0dagpHbovengrens 6,5ondergrens 5,590 mL pH-mingemeten (voorbeeld)na het bijsturen
Voorbeeldmeting: de pH kruipt elke dag omhoog door de nitraatopname; op dag 6 terug naar 5,8 (streefwaarde).
Gegeven
  • 56 L op pH 6,6; streefwaarde 5,8
  • proefje: 1,6 mL pH-min (0,50 mol/L) per 1,00 L
  • de pomp zet het reservoir in 12,5 min één keer rond (hoofdstuk 11)
Gevraagd
  • volume pH-min
  • werkwijze
  • vergelijking met zuiver water
Oplossing
  1. 1
    (a) Evenredig opschalen: pH-min.
  2. 2
    (b) Voeg niet alles in één keer toe: giet 45 mL in de stroming bij de pomp, laat de pomp 15 minuten rondpompen (iets meer dan één keer het hele reservoir), meet opnieuw, en voeg de rest toe als de pH nog boven 6,0 staat. Een te grote dosis zet de wortels in één keer in zuur water. Bril en handschoenen: ook verdund salpeterzuur irriteert ogen en huid.
  3. 3
    (c) Zuiver water: moet van naar , een toename van . Voor 56 L: , dat is 0,15 mL pH-min.
  4. 4
    Het reservoir had nodig: ongeveer 600 keer meer. De voedingsoplossing vangt het zuur op: de fosfaat- en waterstofcarbonaationen erin nemen de meeste protonen over. Zo'n oplossing heet een buffer (E26). Daarom kan je de dosis niet uitrekenen met , maar bepaal je ze met een proefje: een kleine titratie.
Antwoord
Ongeveer 90 mL pH-min, in twee keer, met een kwartier rondpompen ertussen. Zuiver water zou maar 0,15 mL nodig hebben: de voedingsoplossing buffert.
Klopt dit? Het salpeterzuur brengt ook stikstof mee: 45 mmol N is , in 56 L 11 mg/L extra, bovenop de 112 mg/L van het recept: geen probleem. De pH stijgt hier ongeveer 0,13 per dag: reken dus op één correctie per week, en meer als de planten groot zijn.
Code · 15.21

C++: de pH bewaken op de microcontroller

21/23

De microcontroller van de klimaatmodule meet elke minuut. Drie keuzes uit dit hoofdstuk zitten in de code: de ijklijn uit het voorbeeld (twee constanten die je na elke ijking aanpast), een mediaan van negen metingen tegen uitschieters (hoofdstuk 1), en de grenzen van het werkgebied 5,5 tot 6,5. De code doseert zelf niets: bijsturen doe je na een proefje op 1 L.

C++ (Arduino)ph_reservoir.ino54 regelsDownload
// pH-bewaking van het voedingsreservoir (Arduino Mega 2560 van de klimaatmodule)// pH-module op A2 (Arduino Mega van de module): de spanning daalt als de pH stijgt. Tweepuntsijking met buffers pH 7,00 en pH 4,00.const float U_PH7 = 2.50;      // gemeten spanning in buffer pH 7,00 (V)const float U_PH4 = 3.04;      // gemeten spanning in buffer pH 4,00 (V)const float HELLING = (U_PH4 - U_PH7) / (4.00 - 7.00);   // V per pH-eenheid (negatief)const float PH_ONDER = 5.5;    // grenzen van het werkgebiedconst float PH_BOVEN = 6.5;const unsigned long INTERVAL_MS = 60000UL;             // elke minuut meten unsigned long vorigeMeting = 0; float leesSpanning() {  // mediaan van 9 metingen: een uitschieter verandert het resultaat niet  int w[9];  for (int i = 0; i < 9; i++) {    w[i] = analogRead(A2);    delay(10);  }  for (int i = 1; i < 9; i++) {          // sorteren (insertion sort)    int x = w[i];    int j = i - 1;    while (j >= 0 && w[j] > x) {      w[j + 1] = w[j];      j--;    }    w[j + 1] = x;  }  return w[4] * 5.0 / 1023.0;            // de middelste van de negen} float naarPH(float u) {  return 7.00 + (u - U_PH7) / HELLING;} void setup() {  Serial.begin(9600);} void loop() {  if (millis() - vorigeMeting >= INTERVAL_MS) {    vorigeMeting += INTERVAL_MS;    float u = leesSpanning();    float ph = naarPH(u);    Serial.print("U = ");    Serial.print(u, 3);    Serial.print(" V   pH = ");    Serial.println(ph, 2);    if (ph > PH_BOVEN) {      Serial.println("pH te hoog: proefje op 1 L en pH-min doseren");    } else if (ph < PH_ONDER) {      Serial.println("pH te laag: dosering nakijken, eventueel pH-plus");    }  }}

De helling staat in de code voor 25 °C. Wordt het reservoir 's winters 18 °C, dan is de helling van de elektrode ruim 2 % kleiner; bij pH 6 (één eenheid van het nulpunt) scheelt dat maar 0,02. Wie nauwkeuriger wil zijn, meet de temperatuur mee (de sensor van hoofdstuk 13 zit al in het reservoir) en schaalt de helling met de absolute temperatuur. In opdracht 15.16 ontwerp je een automatische dosering, met de veiligheden die daarbij horen.

Naslag · 15.22

Overzicht: zuren, basen en pH

22/23
pH
symboolbetekeniseenheid
concentratie oxoniumionenmol/L
waterconstante (25 °C)
symboolbetekeniseenheid
concentratie hydroxide-ionenmol/L
equivalentiepunt (1 : 1)
symboolbetekeniseenheid
concentratiemol/L
volumemL of L
tweepuntsijking
symboolbetekeniseenheid
spanning in buffer pH 7,00V
helling (U_4 − U_7) / (4,00 − 7,00)V
indicatoromslaggebied (pH)zure kantbasische kant
methyloranje3,1 – 4,4roodgeel
methylrood4,4 – 6,2roodgeel
broomthymolblauw6,0 – 7,6geelblauw
fenolftaleïne8,2 – 10,0kleurloosroze tot paarsrood
lakmoes4,5 – 8,3roodblauw
universele indicator (mengsel)0 – 14, geleidelijkrood, oranje, geel, groen, blauw, paars
rodekoolsap (antocyaan)geleidelijkrood, roze, paarsblauw, groen, geel
sterke zurenzwakke zurensterke basenzwakke basen
zoutzuur HCl, salpeterzuur HNO3, zwavelzuur H2SO4 (eerste proton)azijnzuur, citroenzuur, koolzuur, fosforzuurNaOH, KOH, Ca(OH)2ammoniak, waterstofcarbonaat, carbonaat
Habitat: rekenwaarden uit dit hoofdstuk
pH voedingsoplossingstreefwaarde 5,8; bijsturen onder 5,5 of boven 6,5
drift± 0,1 à 0,15 per dag omhoog (nitraatopname)
pH-minwerkoplossing salpeterzuur 0,50 mol/L; dosis via een proefje op 1,0 L (voorbeeld: 1,6 mL/L, 90 mL voor 56 L)
pH-module2,50 V bij pH 7,00; 3,04 V bij pH 4,00; helling −0,18 V per pH
onderhoudijken om de twee weken (buffers 7 en 4); sonde in KCl-bewaarvloeistof
Het geheel · 15.23

Waar zuren en basen terugkomen

23/23

De pH verbindt de chemie met het leven: enzymen werken maar in een smal pH-gebied, je bloed houdt zich tussen 7,35 en 7,45, en een plant kan haar voeding maar opnemen als de pH klopt. Wiskundig is de pH een toepassing van de logaritme; technisch is de pH-meter een sensor die je ijkt met een rechte.

Gevarenpictogrammen; eerst water, dan zuur.

Oplossingen en concentratie in g/L; hier in mol/L.

Een sensor ijken met een rechte: de tweepuntsijking van de pH-meter.

De logaritmische schaal: elke pH-eenheid is een factor tien.

Ionen en polaire moleculen; de EC naast de pH.

De mol en de molverhouding: rekenen aan neutralisatie en titratie.

Accuzuur, en metalen die in zuur oplossen: redox.

Het pH-optimum van een enzym.

EC en pH samen bewaken in het hydroponiesysteem.

Zwakke zuren, Ka en pKa, en buffers: waarom de voedingsoplossing het zuur opvangt.

Waarom een glaselektrode 59 mV per pH-eenheid geeft.

De pH van het bloed als geregelde grootheid.

HabitatVoor Habitat leggen we vast: de voedingsoplossing heeft een pH-streefwaarde van 5,8; onder 5,5 of boven 6,5 stuur je bij, telkens terug naar 5,8. Met het nitraatrijke recept stijgt de pH ongeveer 0,1 à 0,15 per dag. De pH-min is salpeterzuur van 0,50 mol/L; de dosis bepaal je met een proefje op 1,0 L. De pH-module op de microcontroller wordt om de twee weken geijkt met buffers 7 en 4. In opdracht 15.14 stel je het bewakingsplan op; in hoofdstuk 36 komt alles samen in het hydroponiesysteem.
Samenvatting

In het kort

Begrippen

Wat je nu kent

zuur (Arrhenius)
Stof die in water H3O+-ionen vormt (kortweg H+). Volgens Brønsted: een stof die een proton afgeeft.
base (Arrhenius)
Stof die in water OH−-ionen vormt. Volgens Brønsted: een stof die een proton opneemt.
oxoniumion
Het ion H3O+: een watermolecule met een extra proton. Het maakt een oplossing zuur.
sterk zuur
Zuur waarvan (bijna) alle moleculen in water een proton afgeven, zoals zoutzuur en salpeterzuur.
zwak zuur
Zuur waarvan maar een klein deel van de moleculen een proton afgeeft, zoals azijnzuur en citroenzuur.
pH
Maat voor de zuurgraad: , met de concentratie in mol/L. Onder 7 zuur, 7 neutraal, boven 7 basisch (bij 25 °C).
waterconstante
In water en elke waterige oplossing bij 25 °C geldt , dus pH + pOH = 14.
indicator
Kleurstof die van kleur verandert binnen een bepaald pH-gebied, het omslaggebied.
neutralisatie
Reactie van een zuur met een base: H3O+ en OH− vormen water, en er blijft een zout over.
titratie
Methode om een concentratie te bepalen door een oplossing met gekende concentratie toe te voegen tot de reactie precies af is.
equivalentiepunt
Het punt in een titratie waar er precies evenveel mol base is toegevoegd als er mol zuur was.
bufferoplossing
Oplossing waarvan de pH nauwelijks verandert als je er wat zuur of base bij doet; gebruikt om pH-meters te ijken.
oceaanverzuring
De daling van de pH van het zeewater doordat de oceaan koolstofdioxide uit de lucht opneemt.
Aan de slag in het werkboek16 opdrachten, van oefenen tot uitdagen