Fundamental · Werkboek · 32. Van idee tot object: CAD en 3D-printen StemExpert · Brecht Corbeel · schoolium.me
SE
StemExpert
F32. Van idee tot object: CAD en 3D-printen — werkboek
FFundamental · deel F8 · Ontwerpen en maken
Werkboek · hoofdstuk 32Van idee tot object: CAD en 3D-printen
Van een schets op papier naar een onderdeel dat je in je hand houdt, laag per laag
Je begint met de basis: vormen herkennen, driehoeken tellen, overhang beoordelen, filament en lagen uitrekenen. Daarna ontwerp je zelf onderdelen in CAD, reken je tijd en kosten, kies je printrichting en toleranties, en test je je eigen printer. In de uitdagingen ontwerp je een houder voor de bodemvochtsensor (opdracht 32.13, voor je Habitat-portfolio), verbeter je een onderdeel zodat het zonder support print en weeg je vulling af tegen sterkte.
Laag per laag groeit de sensorhouder voor de meetkas: 150 lagen van 0,2 mm.
Hoe lees je een opdracht?
Drie tredenOefenenToepassenUitdagen
Elk hoofdstuk bouwt op: eerst oefenen (één stap, direct toepassen), dan toepassen (meerdere stappen, in een context), dan uitdagen (transfer, open problemen, andere leerlijnen erbij).
De StemExpert-schaal5
Eén moeilijkheidsschaal van 1 tot 9 over de drie niveaus heen: Fundamental loopt van 1 tot 4, Intermediate van 3 tot 7, Expert van 6 tot 9. Zo zie je dat de uitdaging van het ene niveau de oefening van het volgende is.
Oefenen
Oefenen
één stap, direct toepassen
32.1
Welke basisvormen?
Oefenen1Begrijpen10 min
Drie voorwerpen, gebouwd in een CAD-programma.
Een potje, een slanghouder en een haakje.
a
Schrijf voor elk voorwerp welke basisvormen je nodig hebt, en welke daarvan een gat zijn.
b
Waarom moet je de vormen groeperen voor je exporteert?
32.2
Driehoeken tellen
Oefenen1Rekenen8 min
Een STL-bestand beschrijft het oppervlak met driehoeken. Een cilinder met n zijden heeft 4n−4 driehoeken.
a
Hoeveel driehoeken heeft een doos?
b
En een wig (een driehoekig prisma)?
c
Een cilinder met 20 zijden? Met 64 zijden?
d
Waarom zet je een cilinder niet standaard op 1000 zijden?
32.3
Support nodig?
Oefenen2Begrijpen10 min
Zes vormen staan op het printbed. De hoeken zijn gemeten vanaf de verticale.
a tot c: schuine wanden; d en e: bruggen; f: een horizontaal uitsteeksel.
a
Welke vormen print je zonder support? Leg telkens kort uit.
32.4
Van volume naar filament
Oefenen2Rekenen12 min
Een etiketplaatje van 60 × 20 × 3 mm met twee gaten van Ø 3,5 mm wordt massief geprint in PLA (ρ=1,24g/cm3, filament Ø 1,75 mm, doorsnede 2,405 mm²).
a
Bereken het volume in mm³ en in cm³.
b
Bereken de massa.
c
Hoeveel meter filament is dat?
d
Hoeveel plaatjes haal je uit een rol van 1 kg (verlies niet meegerekend)?
32.5
Lagen tellen
Oefenen2Rekenen10 min
De hoeksteun uit hoofdstuk 31 is 50 mm hoog. Met lagen van 0,2 mm duurt de print 50 minuten.
a
Hoeveel lagen bij 0,1, 0,2 en 0,3 mm?
b
Schat de printtijd bij 0,1 en 0,3 mm.
c
Kan je met een spuitmond van 0,4 mm ook lagen van 0,5 mm printen? Waarom niet?
Toepassen
Toepassen
meerdere stappen, in een context
32.6
Een bouwplan voor een slangklem
Toepassen3Ontwerpen30 min
De druppelslang van de meetkas (binnendiameter 8,0 mm, buitendiameter gemeten 10,0 mm) moet langs de rand van het tafelblad lopen (18 mm dik). Je ontwerpt een klem die over de tafelrand schuift en de slang vasthoudt. Je printer maakt gaten en sleuven 0,2 mm kleiner dan getekend.
a
Maak een schets van je klem met de belangrijkste maten.
b
Schrijf het bouwplan in CAD: welke vormen en gaten, met maten en plaats.
stap
vorm of gat
maten (mm)
plaats
c
Welke maat teken je voor de sleuf over de tafelrand en voor het gat van de slang? Leg uit.
d
In welke richting print je de klem? Waarom?
Zo wordt dit beoordeeld
Schets
Klem over de tafelrand + houder voor de slang; maten erbij.
Bouwplan
Vormen en gaten met maten en plaats; gaten langer dan het materiaal; uitlijnen en groeperen.
Toleranties
Speling en printerafwijking verrekend en uitgelegd.
Printrichting
Zonder support, met de ronde vorm als profiel op het bed.
32.7
Printtijd en kosten van een reeks
Toepassen3Rekenen15 min
De klas print twaalf etiketplaatjes, één voor elk bakje. Volgens de slicer kost één plaatje 2,6 g PLA en 11 minuten. Twaalf tegelijk op het bed kost 31 g en 1 uur 55 minuten. PLA kost € 20 per kg; de printer verbruikt ongeveer 0,12 kW tijdens het printen; stroom kost € 0,30 per kWh.
a
Hoe lang duurt het als je de plaatjes één voor één print? Hoeveel tijd win je door ze samen te printen?
b
Waarom is samen printen sneller, hoewel de printer evenveel plastic legt?
c
Bereken de kosten van filament en elektriciteit voor de hele reeks (samen geprint).
d
Een klasgenoot print elk plaatje apart 'voor de zekerheid'. Welk risico heeft samen printen wel?
32.8
Printrichting van de hoeksteun
Toepassen3Analyseren15 min
De hoeksteun uit hoofdstuk 31 (voet 60 × 40 × 10 mm met twee verticale gaten Ø 4,5, lip 60 × 10 × 40 mm met een horizontaal gat Ø 8) wordt in PETG geprint. De duwstang duwt via de pen in het gat van Ø 8 op de lip, tot 40 N.
Drie manieren om de hoeksteun op het bed te leggen, telkens van voren gezien. Bij C ligt de L-vorm plat op het bed; je ziet de lip als een smalle strook.
a
Vul in: welke gaten liggen horizontaal (moeilijker) in elke richting?
richting
horizontale gaten
support nodig?
A
B
C
b
In welke richting is de hoek tussen voet en lip het sterkst? Leg uit met de lagen.
c
Welke richting kies je?
32.9
Toleranties ontwerpen
Toepassen3Rekenen15 min
Je printer maakt gaten en sleuven 0,2 mm kleiner dan getekend (zie de proef). Je wil telkens 0,2 mm speling per kant.
a
Welke maat teken je voor een sleuf waarin een koker van 20 × 20 mm moet schuiven?
b
Welk gat teken je voor de pen van Ø 8 mm van de duwstang (ze moet kunnen draaien)?
c
Een schroef M4 moet vast in het plastic zitten zonder moer (hij tapt zelf zijn draad). Teken je het gat groter of kleiner dan 4 mm? Welke maat zou je testen?
32.10
Lasersnijden: de snede
Toepassen3Rekenen15 min
Je lasert uit multiplex van 3 mm een deksel voor het reservoir: een vierkant van 100 × 100 mm met in het midden een vierkant gat van 30 × 30 mm voor de slang. De snede is 0,15 mm.
a
Hoe groot wordt het deksel echt, en hoe groot het gat?
b
Je lasert ook een vierkant plugje van 30 × 30 mm om het gat te sluiten. Past het? Hoeveel speling is er?
c
Hoe pas je de tekening aan zodat het plugje klemt?
32.11
Labo: test je printer
Toepassen3Labo60 min
Voer de proef 'Hoe nauwkeurig is onze printer?' uit met je eigen printer en filament.
a
Teken en print het testplaatje. Noteer je slicerinstellingen.
b
Meet en noteer.
CAD (mm)
meting 1
meting 2
meting 3
gemiddelde
verschil
pen past?
c
Teken de grafiek: gemeten tegen CAD, met de lijn 'gemeten = CAD'.
d
Welke afwijking heeft jouw printer? Welk gat teken je voor een pen van 5,00 mm die moet schuiven?
Zo wordt dit beoordeeld
Testplaatje
Vijf gaten met stappen van 0,2 mm, 64 zijden, plat geprint; instellingen genoteerd.
Metingen
Drie metingen per gat in verschillende richtingen, gemiddelde tot op 0,01 mm.
Grafiek
Assen met eenheid, de lijn gemeten = CAD, de punten eronder.
Besluit
Afwijking als getal; ontwerpregel voor een schuivende passing.
32.12
Welke maakmethode?
Toepassen2Begrijpen12 min
Kies voor elk voorwerp een maakmethode: 3D-printen, lasersnijden, zagen en boren, vacuümvormen of spuitgieten.
a
(a) Een vervangknop voor een oude radio, met een ribbeltje. (b) 30 gelijke naambordjes van acryl. (c) Een aluminium profiel van 1,20 m op lengte. (d) 10 000 flessendoppen. (e) Een doorzichtig kapje over een sensor, dunwandig, in 20 stuks.
Uitdagen
Uitdagen
transfer, open problemen, leerlijnen combineren
32.13
Habitat: een houder voor de bodemvochtsensor
Uitdagen4Habitat90 min
De capacitieve bodemvochtsensor van de meetkas (hoofdstuk 25) is een printplaat van 98 × 23 × 1,6 mm. De bovenste 25 mm, met de elektronica, mag niet in de grond en niet nat worden. Voor een eerlijke meting moet de sensor in elk bakje even diep en rechtop zitten (hoofdstuk 2). De plantenbak heeft een wand van 2 mm (hoofdstuk 31) en wordt 10 cm hoog met potgrond gevuld (de bak is 12 cm hoog). Je printer maakt gaten en sleuven 0,2 mm kleiner.
a
Schrijf een klein PvE voor de houder: minstens drie moet-eisen en twee wensen, meetbaar.
b
Schets je ontwerp (vooraanzicht en zijaanzicht), met de maten.
c
Schrijf het bouwplan in CAD (vormen, gaten, maten, plaats) en verklaar elke passende maat.
stap
vorm of gat
maten (mm)
waarom deze maat?
d
Kies de printrichting en bereken ruw de massa (massief volume × 60 %, PLA).
e
Print, test in een bak en noteer wat je verbetert. Portfolio: bewaar het ontwerp als SH-2.
Hint
Een omgekeerde U die over de bakrand klikt, met ernaast een gleuf waar de printplaat in schuift tot een aanslag: zo zit ze altijd even diep.
Zo wordt dit beoordeeld
PvE
Meetbare eisen: diepte vast, elektronica boven de grond, past op een wand van 2 mm, printbaar zonder support.
Ontwerp
Schets met maten; klem en sensorgleuf passen bij 2 mm en 1,6 × 23 mm, met speling en printerafwijking.
Bouwplan
Volledig en in de juiste volgorde; gaten langer dan het materiaal.
Printen en rekenen
Printrichting zonder support gemotiveerd; massa berekend.
Testen
In een echte bak getest; verbetering beschreven; SH-2 in het portfolio.
32.14
Ontwerp: zonder support
Uitdagen4Ontwerpen30 min
Een leerling ontwierp een kapje dat boven de lichtsensor (LDR) komt: een blok van 20 × 20 × 10 mm met bovenaan een horizontale rand van 5 mm breed rondom (een 'hoedje' van 30 × 30 × 2 mm), zodat regendruppels niet op de sensor lopen. Ze wil het in één stuk printen, met het blok op het bed.
a
Waarom lukt dat niet zonder support?
b
Bedenk twee manieren om het kapje zonder support te printen. Schets ze.
c
Welke kies je, en wat verandert er voor de werking?
Zo wordt dit beoordeeld
Diagnose
Horizontale overhang van 5 mm aan alle kanten herkend.
Oplossingen
Twee echt verschillende oplossingen, geschetst: vorm of printrichting.
Keuze
Gemotiveerd met werking én printbaarheid.
32.15
Analyse: vulling en sterkte
Uitdagen4Analyseren25 min
Een klas printte een haakje met 2 wanden bij vier vullingen en trok elk haakje kapot met een veerunster (drie haakjes per vulling, gemiddelde).
vulling
breekkracht (N)
massa (g)
printtijd (min)
10 %
180
6,1
24
20 %
210
6,8
27
40 %
260
8,2
33
100 %
330
12,4
51
a
Bereken voor elke vulling de breekkracht per gram. Welke vulling geeft de meeste sterkte per gram?
vulling
N per g
b
Van 40 naar 100 %: hoeveel procent sterker, en hoeveel procent meer materiaal en tijd?
c
Het haakje moet een tas van 8 kg (78 N) dragen, met veiligheidsfactor 2. Welke vulling kies je?
d
Een klasgenoot zegt: 'Een derde wand zou meer helpen dan 40 % vulling.' Hoe zou je dat testen?
32.16
Debat: een 3D-printer in elke klas?
Uitdagen3Argumenteren20 min
Stelling: 'Elke klas zou een eigen 3D-printer moeten hebben.'
a
Geef twee argumenten voor en twee tegen. Gebruik minstens één getal uit dit hoofdstuk.
b
Onder welke voorwaarden zou je de stelling steunen?
Zo wordt dit beoordeeld
Argumenten
Twee echte argumenten per kant, met minstens één getal (massa, tijd, kost).
Duurzaamheid
Denkt aan mislukte prints, supports en afval, en aan wat het vervangt.
Voorwaarden
Concrete, haalbare afspraken.
ZelfevaluatieKleur per doel: lukt al / bijna / nog niet
Ik kan een eenvoudig onderdeel modelleren in een CAD-programma in de browser met basisvormen, gaten, verplaatsen, uitlijnen en groeperen.
Ik kan uitleggen hoe een model via een STL-bestand (driehoeken) en een slicer (lagen, G-code) een print wordt.
Ik kan de invloed van laaghoogte, wanden, vulling en supports op kwaliteit, sterkte, tijd en materiaal uitleggen.
Ik kan het materiaalverbruik van een print berekenen: volume, massa met de dichtheid, en de lengte filament.
Ik kan ontwerpen voor de printer: de 45°-regel voor overhang, bruggen, een goede printrichting, een voldoende wanddikte.
Ik kan toleranties toepassen: speling tussen onderdelen en de maatafwijking van je printer, gemeten met een testprint.
Ik kan lasersnijden en andere maakmethoden vergelijken en voor een onderdeel een passende methode kiezen.