Dezelfde installatie heeft een snel reagerende luchttemperatuur en veel trager water en bouwmateriaal.
Hoe lees je een opdracht?
Drie tredenOefenenToepassenUitdagen
Elk hoofdstuk bouwt op: eerst oefenen (één stap, direct toepassen), dan toepassen (meerdere stappen, in een context), dan uitdagen (transfer, open problemen, andere leerlijnen erbij).
De StemExpert-schaal5
Eén moeilijkheidsschaal van 1 tot 9 over de drie niveaus heen: Fundamental loopt van 1 tot 4, Intermediate van 3 tot 7, Expert van 6 tot 9. Zo zie je dat de uitdaging van het ene niveau de oefening van het volgende is.
Oefenen
Oefenen
één stap, direct toepassen
17.1
Eenheden en tekens
Oefenen6Begrijpen25 min
Een wand verliest energie aan koudere buitenlucht.
a
Onderscheid q, Q en Q met een tijdstip erboven (warmtestroom). Geef eenheden.
b
T neemt van binnen naar buiten af. Verklaar het minteken in Fourier.
17.2
Dikte en oppervlakte
Oefenen6Rekenen25 min
Een plaat heeft d = 0,10 m, λ = 0,040 W/(m·K), A = 8,0 m² en ΔT = 20 K.
a
Bereken R en vermogen.
b
Bepaal het vermogen als de dikte verdubbelt en de oppervlakte halveert.
17.3
Convectie of straling
Oefenen6Rekenen25 min
Een klein oppervlak A = 0,50 m² op 40 °C ziet grote omgeving en lucht op 20 °C, ε = 0,90, hconv = 5,0 W/(m²K).
a
Bereken beide vermogens met absolute temperaturen.
b
Leg uit waarom 40⁴ − 20⁴ fout is.
17.4
Tijdconstante uit capaciteit
Oefenen6Rekenen25 min
Een kast heeft C = 120 kJ/K, H = 10 W/K; buiten 5 °C, start 25 °C, verwarming uit.
a
Bereken τ en T na één τ.
b
Bereken de tijd tot 10 °C.
Toepassen
Toepassen
meerdere stappen, in een context
17.5
Parallelle bruggen
Toepassen7Rekenen25 min
Een wand van 30 m² heeft 85 % met U = 0,20 en 15 % met U = 0,70 W/(m²K). Binnen 20 °C, buiten −8 °C.
a
Bereken Ueff en verlies; vergelijk met de wand zonder brug.
b
Toon waarom een oppervlaktegewogen gemiddelde van R′ geen correcte U geeft.
17.6
Ventilatiebudget
Toepassen7Rekenen25 min
Een ruimte ventileert 80 m³/h; ρ = 1,2 kg/m³ en cp = 1005 J/(kgK), ΔT = 25 K. De warmtewisselaar haalt 80 %.
a
Bereken verlies met en zonder terugwinning.
b
Bereken energiebesparing over 12 uur en benoem een weggelaten term.
17.7
Twee balansen, één totale energie
Toepassen7Analyseren25 min
Module: Ca = 80000 J/K, Cb = 1100000 J/K, H = 20,2 W/K, G = 30 W/K. Ta = 18 °C, Tbuf = 24 °C, Tb = 4 °C, P = 500 W.
a
Bereken beide afgeleiden in K/h.
b
Controleer de totale energiestroom en verklaar het teken van de bufferafgeleide.
17.8
Parameterproef doorrekenen
Toepassen7Analyseren25 min
Een rekenproef geeft met 300 W een rustverschil van 15 K. Na uitschakelen halveert het verschil elke 2 h.
a
Vind H, τ en C.
b
De buitenlucht warmt tijdens de proef op. Leg de mogelijke fout uit en verbeter de proef.
Uitdagen
Uitdagen
transfer, open problemen, leerlijnen combineren
17.9
Euler heeft een stabiliteitsgrens
Uitdagen9Programmeren25 min
Gebruik de twee-knoopcode uit het handboek; de modes staan in de echte uitvoer.
a
Leid de Eulerfactor 1+sΔt af en bepaal een theoretische bovengrens voor Δt.
b
Vergelijk 5, 10, 60 en 600 s voor een 24 h-proef. Noteer verschil tegen 5 s en controleer ook de eerste tien minuten.
c
Leg uit waarom een nauwkeurige eindwaarde nog geen nauwkeurige respons bewijst.
17.10
Een model dat niet te identificeren is
Uitdagen9Onderzoeken50 min
Je meet alleen Ta in rust, met onbekende zonnewinst; Tbuf wordt niet gelogd.
a
Beschrijf minstens drie parametercombinaties of storingen die dezelfde luchttemperatuur kunnen geven.
b
Ontwerp een proefreeks die H, Ca, G en Cb beter onderscheidt; leg meetduur en extra sensoren uit.
Zo wordt dit beoordeeld
Model
Systeemgrens, knopen, eenheden en energiebalansen correct.
Bewijs
Rekenwaarden, stapgroottecontrole en onafhankelijke meetreeks expliciet.
Ontwerp
Capaciteit en vermogen onderscheiden; veiligheid en grenzen benoemd.
17.11
Habitat: ontwerp de thermische tweeling
Uitdagen9Habitat80 min
Het stationreferentiemodel blijft 50 W/K en 540 kJ/K. De klimaatmodule krijgt het twee-knoopmodel; verwarming maximaal 800 W. Setpoint 20 °C; ontwerp buiten −8 °C. Neem geen zon of interne winst als gegarandeerd.
a
Bereken rustvraag van module en station en reserve van de moduleconvector.
b
Teken knopen, verliespaden en warmtebronnen zonder de module tweemaal mee te rekenen.
c
Beschrijf invoer, uitvoer, meetperiode, validatie en veilige terugval bij een ongeldige voorspelling.
d
Bepaal hoeveel bufferenergie 5 K afkoeling vrijmaakt en waarom dit geen onbeperkte reserve is.
Zo wordt dit beoordeeld
Model
Systeemgrens, knopen, eenheden en energiebalansen correct.
Bewijs
Rekenwaarden, stapgroottecontrole en onafhankelijke meetreeks expliciet.
Ontwerp
Capaciteit en vermogen onderscheiden; veiligheid en grenzen benoemd.
17.12
Een isolatieclaim beoordelen
Uitdagen9Argumenteren25 min
Een leverancier schrijft: 'De waterbuffer halveert het jaarlijkse warmteverlies en de reflectiefolie vervangt 160 mm isolatie.'
a
Beoordeel beide claims met balans, stralingspad en tijdschalen. Geef aan welke meting nodig is.
ZelfevaluatieKleur per doel: lukt al / bijna / nog niet
Je leidt geleidingsweerstanden af uit de wet van Fourier.
Je combineert geleiding, convectie en straling met een geldige systeemgrens.
Je bouwt en simuleert een warmtemodel met één en twee knopen.
Je schat parameters uit een proef en toetst het model op andere data.
Ik gebruik het model om vermogen, buffer en regeling van Habitat te beoordelen.