← Back to CoursesStemExpert
StemExpert
Fundamental · Werkboek · 31. Technisch tekenen
StemExpert · Brecht Corbeel · schoolium.me
StemExpert
F31. Technisch tekenen — werkboek
FFundamental · deel F8 · Ontwerpen en maken

Werkboek · hoofdstuk 31Technisch tekenen

Van een krabbel op papier naar een tekening waarmee iemand anders je onderdeel kan maken

Je begint met lezen: lijnsoorten, aanzichten, schaal en fouten in de maatvoering. Daarna teken je zelf: isometrisch op een raster, drie aanzichten uit een isometrische tekening, een ontbrekend aanzicht, en je bemaat en meet echte voorwerpen op. In de uitdagingen maak je de werktekening van de plantentafel met haar stuklijst (opdracht 31.12, voor je Habitat-portfolio) en puzzel je met aanzichten die meer dan één voorwerp toelaten.

5× oefenen6× toepassen5× uitdagen± 324 min0/16 gedaan
Schets, werktekening en het echte onderdeel: drie keer hetzelfde, elk voor een ander doel.
Schets, werktekening en het echte onderdeel: drie keer hetzelfde, elk voor een ander doel.
Hoe lees je een opdracht?
Drie tredenOefenen Toepassen Uitdagen

Elk hoofdstuk bouwt op: eerst oefenen (één stap, direct toepassen), dan toepassen (meerdere stappen, in een context), dan uitdagen (transfer, open problemen, andere leerlijnen erbij).

De StemExpert-schaal5

Eén moeilijkheidsschaal van 1 tot 9 over de drie niveaus heen: Fundamental loopt van 1 tot 4, Intermediate van 3 tot 7, Expert van 6 tot 9. Zo zie je dat de uitdaging van het ene niveau de oefening van het volgende is.

Oefenen

Oefenen

één stap, direct toepassen
31.1

Lijnsoorten herkennen

Oefenen1Begrijpen8 min
Bekijk de werktekening van de hoeksteun in het handboek (blad 'Een volledige werktekening').
vooraanzichtlinkerzijaanzichtbovenaanzichtisometrie
De hoeksteun in drie aanzichten en isometrie.
  1. a
    Welke lijnsoort gebruik je voor elk van deze dingen? (a) de rand tussen voet en lip in het vooraanzicht; (b) de gaten in de voet, gezien in het vooraanzicht; (c) het midden van het gat van Ø 8; (d) de lijn met twee pijlpunten waarboven '60' staat.
  2. b
    Waarom zie je het gat van Ø 8 in het bovenaanzicht als twee streeplijnen en niet als cirkel?
31.2

Welk aanzicht is welk?

Oefenen2Begrijpen12 min
Links zie je een T-stuk in isometrie (de pijl wijst naar de voorkant). Rechts staan zes tekeningen A tot F.
voorABCDEF
Een T-stuk van 40 × 20 × 30 mm en zes mogelijke aanzichten.
  1. a
    Welke tekening is het vooraanzicht, welke het bovenaanzicht en welke het linkerzijaanzicht?
  2. b
    Waarom is F geen juist linkerzijaanzicht, hoewel het dezelfde omtrek heeft als C?
  3. c
    Wat stelt E voor? En B?
  4. d
    Schets hoe je de drie juiste aanzichten op een blad legt volgens de Europese projectie.
31.3

Schaal omrekenen

Oefenen1Rekenen10 min
Reken om. Schrijf je berekening in de tabel.
  1. a
    Vul de tabel aan.
    ware maatschaaltekeningmaat
    (a)600 mm1:10
    (b)45 mm2:1
    (c)1:524 mm
    (d)1180 mm59 mm
    (e)12 mm5:1
31.4

Isometrisch tekenen op raster

Oefenen2Tekenen15 min
Een hoekblok van 30 × 20 × 20 mm, waaruit rechtsvoor bovenaan een blokje van 10 × 10 × 10 mm weggenomen is.
vooraanzichtlinkerzijaanzichtbovenaanzichtéén hokje = 10 mmbegin hier (hoek vooraan links)
De drie aanzichten (links) en een isometrisch raster (rechts); één hokje is 10 mm.
  1. a
    Teken het hoekblok isometrisch op het raster. Begin bij de gemarkeerde hoek.
  2. b
    Waarom zijn de twee lijnen in het linkerzijaanzicht gestreept?
31.5

Fouten in de maatvoering

Oefenen2Begrijpen12 min
Op deze tekening van de hoeksteun staan zes fouten tegen de regels van de maatvoering.
60 mm505084,540
Vooraanzicht en linkerzijaanzicht van de hoeksteun, met fouten in de maten.
  1. a
    Zoek de zes fouten en schrijf bij elke fout de regel die geschonden is.
Toepassen

Toepassen

meerdere stappen, in een context
31.6

Van isometrie naar drie aanzichten

Toepassen3Tekenen25 min
Een U-blok met een sleuf. Alle maten in mm.
50303020
Een U-blok van 50 × 30 × 30 mm met een sleuf van 20 mm breed en 15 mm diep.
  1. a
    Teken het vooraanzicht, het bovenaanzicht en het linkerzijaanzicht in Europese projectie op schaal 1:1 (één hokje = 5 mm). Gebruik de juiste lijnsoorten.
  2. b
    In welk aanzicht heb je een verborgen lijn nodig, en waarom?
31.7

Het ontbrekende aanzicht

Toepassen3Tekenen20 min
Van een L-blok met een gat kreeg je het vooraanzicht en het bovenaanzicht (maten in mm: 40 breed, 30 diep, 30 hoog; voet 10 mm dik; opstaand deel 15 mm breed; gat Ø 8).
vooraanzichtbovenaanzichtlinkerzijaanzicht?
Vooraanzicht en bovenaanzicht; het kader rechts is voor het linkerzijaanzicht.
  1. a
    Teken het linkerzijaanzicht in het lege kader, met verborgen lijnen en hartlijnen.
  2. b
    Leg uit hoe je aan het vooraanzicht ziet dat het gat door de voet gaat en niet door het opstaande deel.
31.8

Maatvoering aanbrengen

Toepassen3Tekenen20 min
Neem de drie aanzichten van het U-blok die je in opdracht 31.6 tekende (of de oplossing ervan).
  1. a
    Breng alle maten aan die nodig zijn om het U-blok te maken, volgens de regels. Gebruik zo weinig mogelijk maten.
  2. b
    Hoeveel maten heb je nodig? Welke maat zou je dubbel zetten als je niet oplet?
Hint
Je hebt de totale breedte, diepte en hoogte nodig, en de breedte, diepte en plaats van de sleuf.
31.9

Welke schaal kies je?

Toepassen2Rekenen12 min
Op een A4 heb je voor drie aanzichten ongeveer 270 × 150 mm. De drie aanzichten nemen samen ongeveer (breedte + diepte) in de breedte en (hoogte + diepte) in de hoogte in, plus wat ruimte ertussen. Kies telkens de grootste schaal uit de reeks 5:1, 2:1, 1:1, 1:2, 1:5, 1:10, 1:20 waarmee het past.
  1. a
    Het waterreservoir, buiten 420 × 320 × 260 mm.
  2. b
    De TMP36-sensor, 5 × 4 × 5 mm (zonder pootjes).
  3. c
    De meetkas, 1200 × 600 × 800 mm (binnenmaten).
  4. d
    De hoeksteun, 60 × 40 × 50 mm.
31.10

Opmeten en schetsen

Toepassen3Labo40 min
Kies een eenvoudig voorwerp met minstens één gat of uitsparing: een gum, een USB-stick, een houten blokje met gat, een LEGO-blokje. Meet het op met een schuifmaat en maak er een bematen schets van.
  1. a
    Maak een isometrische schets uit de vrije hand.
  2. b
    Schets drie aanzichten in Europese projectie (op ruitjes, uit de vrije hand).
  3. c
    Meet alle maten op met de schuifmaat en zet ze op je aanzichten, volgens de regels.
  4. d
    Geef je schets aan een klasgenoot. Kan hij zonder vragen zeggen hoe groot het gat is en waar het zit? Wat moest je bijwerken?
Zo wordt dit beoordeeld
SchetsVerhoudingen kloppen; hulplijnen licht, zichtbare randen donker; cirkels als ellips.
AanzichtenJuiste plaats (Europese projectie); uitgelijnd; verborgen lijnen en hartlijnen waar nodig.
MatenOpgemeten tot op 0,1 mm; in mm zonder eenheid; elke maat één keer; volledig.
ControleDe test bij een klasgenoot is uitgevoerd en de tekening werd verbeterd.
31.11

Een stuklijst opstellen

Toepassen3Analyseren15 min
De klemhendel van het dakraam (hoofdstuk 12) bestaat uit: een hendel van aluminium strip 140 × 20 × 4 mm; een scharnierblok van PETG, 30 × 20 × 25 mm, 3D-geprint; een as van roestvast staal, Ø 5 × 30 mm; een drukneus van rubber, Ø 10 × 8 mm; en twee schroeven M4 × 12 van roestvast staal om het blok vast te zetten.
12345
De klemhendel, uit elkaar getrokken. De cirkeltjes zijn positienummers.
  1. a
    Vul de stuklijst in, met de positienummers uit de figuur.
    posaantalbenamingmateriaalafmetingen / norm
  2. b
    Welke onderdelen krijgen een eigen werktekening, en welke niet? Waarom?
Uitdagen

Uitdagen

transfer, open problemen, leerlijnen combineren
31.12

Habitat: de werktekening van de plantentafel

Uitdagen4Habitat60 min
De plantentafel van de meetkas (hoofdstuk 10, 11 en 13) bestaat uit een blad van watervast multiplex van 1180 × 580 × 18 mm op drie steunen van hetzelfde multiplex, 562 × 282 × 18 mm (de tafel is 300 mm hoog). De twee buitenste steunen staan 20 mm naar binnen, de middelste staat in het midden. Tegen de achterkant van de steunen zit een achterregel van 1140 × 60 × 18 mm, vlak onder het blad. Alles wordt geschroefd met roestvast stalen schroeven 4 × 40 mm: drie per steun door het blad, twee per steun door de regel.
  1. a
    Maak op schaal 1:10 de drie aanzichten van de tafel, in Europese projectie, met de juiste lijnsoorten.
  2. b
    Breng de maten aan die nodig zijn om de tafel te maken.
  3. c
    Maak de stuklijst en het titelblok.
    posaantalbenamingmateriaalafmetingen / norm
  4. d
    Controleer met de tekening: hoe breed is de ruimte tussen twee steunen? Past het reservoir (buiten 420 × 320 × 260 mm) eronder?
Zo wordt dit beoordeeld
AanzichtenDrie aanzichten op de juiste plaats, uitgelijnd; steunen en regel verborgen in het bovenaanzicht.
MatenBlad, steunen en regel volledig bepaald, plaats van de steunen (20 mm, midden); geen dubbele maten.
Stuklijst en titelblokVier posities met juiste aantallen (1, 3, 1, 15); schaal 1:10, projectiesymbool, nummer.
ControleRuimte tussen de steunen berekend (543 mm) en vergeleken met het reservoir.
31.13

Eén vooraanzicht, veel voorwerpen

Uitdagen4Tekenen20 min
Het vooraanzicht van een voorwerp is een rechthoek van 40 × 20 mm, zonder lijnen erin. Het bovenaanzicht is een rechthoek van 40 × 30 mm, ook zonder lijnen erin.
  1. a
    Teken drie verschillende linkerzijaanzichten die bij dit vooraanzicht en bovenaanzicht passen.
  2. b
    Schets één van je voorwerpen isometrisch.
  3. c
    Waarom mag er in het zijaanzicht geen trede (L-vorm) staan?
31.14

Een gat in isometrie

Uitdagen4Tekenen20 min
Een blok van 40 × 40 × 20 mm met in het midden een verticaal gat van Ø 20 mm, helemaal door.
  1. a
    Teken het blok isometrisch op schaal 2:1 met de ruitmethode voor het gat.
  2. b
    Zie je in je tekening door het gat de onderrand van het gat? Leg uit met je tekening.
  3. c
    Bereken de lange en de korte as van de ellips bovenaan, op je tekening (2:1).
31.15

Debat: tekenen met de hand is voorbij

Uitdagen3Argumenteren20 min
Stelling: 'Nu er CAD-programma's zijn, is leren tekenen met potlood en lat tijdverlies.'
  1. a
    Geef twee argumenten voor en twee tegen.
  2. b
    Wat verandert er níet als je met de computer tekent?
Zo wordt dit beoordeeld
ArgumentenTwee echte argumenten per kant.
InzichtZiet dat de afspraken (projectie, lijnsoorten, maatvoering) ook in CAD gelden.
VoorbeeldEen concrete situatie waarin een schets met de hand sneller of beter is.
31.16

Een tekening uit Amerika

Uitdagen4Analyseren15 min
Een leverancier stuurt deze tekening van de hoeksteun. Rechtsboven staat het projectiesymbool.
De hoeksteun, getekend door een leverancier.
  1. a
    Welke projectiemethode is dit? Waaraan zie je dat (twee aanwijzingen)?
  2. b
    Welk zijaanzicht staat er rechts? Waar zit in dat aanzicht de voorkant van het voorwerp?
  3. c
    Wat kan er misgaan als een Europese maker deze tekening leest zonder op het symbool te letten?
ZelfevaluatieKleur per doel: lukt al / bijna / nog niet