Achttien op zichzelf staande modules van 50–60 minuten voor OKAN1/OKAN2 (12–15 j., A0–A2) en
1A/1B (12–13 j.). Elk uur volgt hetzelfde beproefde skelet, elke module verstopt één zomerschooldoel
wiskunde of Nederlands in een hands-on opdracht: meten, hoeken, breuken, tijd, snelheid, geld.
Alles is volledig unplugged planbaar — een laptop is bonus, nooit voorwaarde.
modules van 50–60 minOKAN1 · OKAN2 (A0–A2) én 1A/1B100% zonder laptops planbaar
0modules
0minuten per uurblok
0doelwoorden per les
0laptops nodig
Het OKAN-uurskelet — elke dag identiek
Groepen wisselen dagelijks, dus de routine moet zichzelf in vijf minuten uitleggen.
Dit skelet (gebaseerd op de viertakt-woordenschatdidactiek van CTO KU Leuven) blijft élke module
hetzelfde; alleen de inhoud van het hands-on-blok verandert.
0' · Vast openingsritueel (5') — naambadges maken in de eerste 2 minuten, visuele
dagagenda met picto's ophangen (SCLERA-picto's zijn de OKAN-standaard), korte datum- en weerroutine.
Print: badges · dagagenda
5' · Pre-teach: exact 5 doelwoorden (8') — picto-flitskaarten via de viertakt
(voorbewerken → semantiseren → consolideren → controleren): tonen, uitbeelden, koorherhaling,
één vast gebaar per woord. Niet meer dan vijf woorden — meer beklijft niet op een one-off dag.
Print: woordmuur-kaarten
13' · Stille demo + voorspelronde (7') — je doet de proef of opdracht zwijgend voor,
met overdreven gebaren en mimiek. Dan voorspelt de klas met duim omhoog/omlaag: "Wat denk je?"
Begrip tonen kan zo zonder één woord Nederlands.
20' · Hands-on in vaste duo's (25') — één materiaalkit per duo, stappenplan als
fotoreeks of picto's (geen lopende tekst), zinskaders op een tafelkaart: "Ik zie dat…",
"Ik meet … cm", "Ik denk dat…". Thuistaal-overleg mag; het eindwoord is Nederlands.
Print: zinsstarters · rolkaarten
45' · Opruim + visuele reflectie (10') — opruimritueel met zichtbare timer, dan het
smiley-/doelschijfblad: elk duo zegt één zin met een zinskader, vult een picto-exitticket in en
sluit af met "vandaag leerde ik…" in één woord. Vaste slotformule, elke dag dezelfde.
Print: exit-tickets
Zelfde skelet voor 1A/1B. Alleen krimpt de woordenschatfase tot 3 minuten en komt er een
uitdagingslaag bovenop: een recordbord aan de muur en een bonusopdracht op elke kaart. Reguliere
eerstejaars hebben meer nood aan competitie en autonomie dan aan taalsteun — hetzelfde uur,
andere motor.
Laptoptekort kan dit rooster nooit breken. Elke voormiddagmodule hieronder is volledig
unplugged ontworpen. Een toestel is hooguit een bonus (demo-filmpje), nooit een vereiste — zo
blijft het programma overeind, welke groep en welk lokaal je ook krijgt.
Meten, tijd & geld — de wiskundedoelen als spel
Papieren vliegtuigen: vouw – test – meet
55–60 min12–15 j.OKAN-proofzonder toestelmeetblad m/s
Duo's vouwen twee vliegtuigmodellen via een foto-stappenplan, gooien op een meetbaan in de
gang of op de speelplaats, meten afstand (rolmeter) en tijd (stopwatch) en rekenen op het
invulblad snelheid = afstand ÷ tijd uit — met voorbeeld. Recordbord per dag. De vijf doelwoorden:
vouwen, gooien, meten, afstand, tijd.
Bonus rekenen: meten in m en cm, tijd in s, snelheid in m/s — 1A/1B rekent om naar km/h.
Sprintlab op de speelplaats: km/h vs m/s
55 min12–15 j.OKAN-proofzonder toestelmeetblad m/s
Meet 20 m af met krijt. Leerlingen sprinten, stappen en hinkelen; duo's klokken elkaar. Het
invulblad rekent m/s uit en zet om naar km/h, met een vergelijkingskaart: ben jij sneller dan
een fiets, een duif, een cheetah? Perfecte energie-uitlaatklep vlak vóór de pauze — en altijd
's ochtends buiten, mét indoor-variant in de gang.
Bonus rekenen: snelheid in km/h én m/s — letterlijk het zomerschooldoel; omrekenen ×3,6.
Zes stations: hoe lang is de gang, hoe zwaar is de appel, hoeveel water in de fles, hoeveel
seconden duurt het liedje, hoe hoog is de deur, hoeveel erwten in de pot? Eerst schatten en
opschrijven, dan meten met echt gereedschap, dan het verschil berekenen. Winnaar = de kleinste
totale afwijking. Doelwoorden: schatten, meten, meer, minder, ongeveer.
Bonus rekenen: lengte, massa, inhoud en tijd meten + verschil berekenen — het hart van de zomerschooldoelen.
Deel 1: foto-speurtocht door lokaal en school — vind en meet acht hoeken (deur, tegel, dakrand
op foto) met de geodriehoek en sorteer ze op scherp, recht of stomp. Deel 2: een eenvoudig
origamifiguur vouwen en na elke vouw de nieuwe hoek meten en noteren — 90° wordt 45°…
Doelwoorden: hoek, scherp, stomp, recht, graden.
Bonus rekenen: hoeken meten met de geodriehoek — expliciet zomerschooldoel, verpakt als spel.
De klassieke valproef: je partner laat de liniaal vallen, jij vangt — de afgelezen cm wordt
via de omzettabel reactietijd in milliseconden. Tien metingen, gemiddelde berekenen, klas-toplijst.
Uitbreiding: reactietijd mét en zonder afleiding (praten). Bijna taalvrij uit te leggen via demo.
Doelwoorden: vallen, vangen, snel, langzaam, gemiddelde.
Bonus rekenen: tijd in s en ms, tabellen aflezen, gemiddelde — plus een echt meetprotocol (herhaalde meting).
Deel 1: papieren pizza's vouwen en knippen in 1/2, 1/4 en 1/8, met beleg-opdrachten ("leg
champignons op 3/4"). Deel 2: mini-winkel met geprijsde kaartjes waar alles −50% of −25% is —
leerlingen rekenen de nieuwe prijs uit en betalen met speelgeld. De winkeldialoog (de helft,
een vierde, korting, prijs, betalen) is goud voor NT2; 1A/1B krijgt %-hoofdrekenen.
Bonus rekenen: breuken, procenten én geld/korting — drie zomerschooldoelen in één les.
Zes stations rond tijd: zandloper vs. stopwatch (hoeveel seconden echt?), "schat 1 minuut"
met ogen dicht, de analoge klok leggen met kaartjes, dagritme-picto's ordenen (OKAN benoemt de
dagdelen), hartslag tellen in 15 s ×4, en "hoe vaak kan je … in 30 s?". Voor nieuwkomers is
tijd-woordenschat topprioriteit: uur, minuut, seconde, dag, klok — pure overleeftaal.
Bonus rekenen: tijd in h/min/s (zomerschooldoel) en vermenigvuldigen ×4 en ×2; 1A/1B verdiept met tijdzones.
Voorspel-test-tabel met twaalf voorwerpen (kurk, munt, appel, lego…): eerst gokken met
picto-kaartjes drijft/zinkt, dan testen in bakken water. Finale-demo: een dichtheidstoren van
honing, water en olie met drijvende voorwerpen ertussen. Volledig demo-baar zonder taal — sterk
voor OKAN; 1A/1B raakt het begrip dichtheid licht aan. Doelwoorden: drijven, zinken, zwaar,
licht, water.
Bonus rekenen: voorspellen, tellen en turven — de tabel netjes invullen is de halve les.
Rodekoolsap als pH-indicator (Technopolis-klassieker): leerlingen testen azijn, citroen,
bruiswater, zeepsop en bakpoeder — een kleurenexplosie van roze tot groen. Resultaten plakken
of kleuren ze op de kleurenschaal-kaart. Kook of blend het sap vooraf; dit is de spectaculairste
les van het menu en verkoopt "wetenschap" aan élke groep. Doelwoorden: zuur, kleur, veranderen,
druppel, testen.
Bonus rekenen: sorteren en ordenen op een schaal — de voorloper van de getallenlijn.
Duo's bouwen een filter in een afgesneden PET-fles — steentjes, zand, watten, koffiefilter,
volgorde zelf kiezen — en filteren modderwater. De helderheid vergelijken ze op een geprinte
grijsschaal. Sterke context voor nieuwkomers (drinkwater wereldwijd), met de NOOIT-drinken-regel
als picto op tafel. Doelwoorden: schoon, vuil, water, filter, laag.
Bonus rekenen: volgorde en rangschikken + ml afmeten met de maatbeker.
De engineering-klassieker met een geldtwist: elk duo "koopt" materiaal in de klaswinkel met
speelgeld — spaghetti €1 per stuk, marshmallow €2, touw €3 — binnen een budget van €30. De
hoogste vrijstaande toren wint; meten met de rolmeter. Iteratief ontwerpen is de STEM-kern:
bouwen, testen, verbeteren. Doelwoorden: bouwen, hoog, sterk, kopen, kosten.
Bonus rekenen: geld en budget beheren, optellen, meten in cm.
Duo's bouwen met drie A4'tjes en 30 cm tape een brug tussen twee tafels (overspanning 25 cm)
en testen met muntstukken of blokjes tot hij instort. Op het testblad groeit een grafiekje:
ontwerp vs. aantal munten. Ronde 2 is verbeteren — vouwen = sterkte! Doelwoorden: brug, sterk,
zwak, vouwen, dragen.
Bonus rekenen: tellen en turven, gewicht in gram, overspanning meten — met munten als knipoog naar het gelddoel.
Duo's bouwen een parachute (plastic zak, touw, bekertje) voor een passagier — een ei of een
blokje — en droppen die van 2 à 3 m hoogte. De valtijd wordt geklokt: de langzaamste wint. Het
meetblad vraagt hoogte, tijd en het gemiddelde van drie drops. Spektakel-afsluiter voor de
laatste ochtend; buiten en dus 's ochtends plannen. Doelwoorden: vallen, langzaam, touw,
knopen, testen.
Bonus rekenen: tijd in tienden van seconden, gemiddelde berekenen, hoogte meten in m.
CodeKinderen-klassieker: jij bent de robot, de klas geeft commando's (stap, draai 90°, pak)
om een boterham te smeren of door een raster te lopen — hilarisch letterlijk uitgevoerd. Daarna
in duo's: één robot, één programmeur met pijlenkaarten door een tape-raster op de vloer. De
commando's stap, draai, links, rechts, stop zijn kerninstructietaal NT2 — een taalles vermomd
als ICT.
Bonus rekenen: draaien van 90° (hoeken!), stappen tellen, raster en coördinaten.
Leerlingen leren 5-bit binaire code via kaarten met 1-2-4-8-16 stippen, kraken een geheime
boodschap en rijgen dan de initiaal van hun eigen naam als kralenarmband: donkere kraal = 1,
lichte kraal = 0. Een tastbaar souvenir van de zomerschooldag — meisjes én jongens even
enthousiast. Doelwoorden: geheim, code, aan, uit, tellen.
Bonus rekenen: getalbegrip en machten van 2 — voor 1A/1B de opstap naar grote getallen: hoeveel kan een computer tellen?
Bebras-puzzelcircuit op papier
50 min12–15 j.OKAN-proofzonder toestel
Tien à twaalf oude Bebras-opgaven (niveau eerste graad; voor OKAN ook lager onderwijs) als
stationscircuit: logica-puzzels met plaatjes, bijna zonder tekst — de laagste taaldrempel van
het hele menu. Duo's verzamelen stempels per opgelost station. Zet het opgavenarchief van
bebras.be vooraf klaar en print de kaarten; de echte
wedstrijd loopt pas in november, dus beloof geen live-editie.
Bonus rekenen: patronen, sorteren en logisch redeneren — computationeel denken zonder één computer.
Hoe slaat een computer een foto op? Leerlingen decoderen rij-codes (3 wit, 2 zwart, 4 wit…)
tot pixel-tekeningen op ruitjespapier, ontwerpen daarna zelf een pixel-figuur en schrijven de
code die een partner foutloos moet natekenen. Muisstil-en-geconcentreerd type les — ideaal na
een drukke. Doelwoorden: rij, vakje, zwart, wit, getal.
Bonus rekenen: tellen, rooster en coördinaten, nauwkeurig werken — en ICT-doel datarepresentatie erbovenop.
Geprinte kaartenset met foto's en krantenkoppen: echt of nep/AI? Duo's sorteren op een
echt–nep–twijfel-mat en verdedigen hun keuze met een zinskader: "Ik denk nep, want…". Afsluiter
is de poster met drie gouden checkvragen: wie zegt het, staat het ergens anders, klopt het beeld?
Voor 1A/1B vul je aan met de werkbladen uit het gratis Mediawijs-pakket Feitencheckers; voor
OKAN werk je puur met beeld en gedempte tekst.
Bonus taal: redeneertaal met "want" en "omdat" — pure zinsbouwoefening, vermomd als detectivewerk.
Rituelen die one-off groepen dragen
Naamstickers in de eerste 2 minuten. Verlies geen kwartier aan kennismaking — je ziet
deze groep maar één keer, en een naam op de borst is genoeg om iedereen aan te spreken.
Elke dag exact dezelfde visuele dagagenda. Picto's aan het bord; de routine moet
zichzelf binnen vijf minuten uitleggen.
Duo-vorming met gekleurde kaartjes bij binnenkomst. Ieder kind trekt een kaartje aan
de deur; zelfde kleur = duo. Geen gedoe, geen kliekjes, klaar in dertig seconden.
Zichtbare afteltimer per fase. De timer verklaart de structuur zonder woorden — juist
voor nieuwkomers het verschil tussen houvast en chaos.
Materiaalchef + meetchef per duo. Vaste picto-rollen geven ook de stilste leerling
een actieve, niet-talige taak.
Eén vaste slotformule. Elke module eindigt met hetzelfde zinnetje en gebaar — het
ritueel sluit de dag, niet de bel.
⚠️ Veiligheid & logistiek. Natte proeven (rodekool, waterfilter, drijven/zinken) krijgen
10 minuten opruimbuffer én dweilmateriaal binnen handbereik. Buitenactiviteiten (sprintlab, ei-drop)
plan je in augustus altijd 's ochtends: schaduw en water voorzien, en een indoor-variant
(gang-meetbaan) achter de hand voor regen of hitte. Rauwe eieren, azijn en modderwater vragen
expliciete niet-drinken/niet-eten-picto's op tafel — juist bij nieuwkomers regel je dat niet alleen
verbaal. Print: veiligheidspicto's
Elke avond opnieuw — morgen komt een nieuwe groep
Gratis bronnen — download vóór augustus
proefjes.nl — 229 Nederlandstalige proefjes met
goedkope alledaagse materialen; elk proefje heeft een printbaar werkblad + antwoordblad.