Snelheid meten — afstand ÷ tijd → m/s → km/u
Twee A4's: een meetblad per leerling (3 metingen: afstand + tijd → snelheid, met uitgewerkt voorbeeld en de omrekening ×3,6 naar km/u) en een dieren-vergelijkingskaart om te zien hoe snel de kinderen zijn tegenover een slak, een fiets, een duif en een cheeta. Print het meetblad per kind; print en lamineer de vergelijkingskaart zodat je ze bij de meetbaan kan neerleggen. Gebruikt bij: Sprintlab: km/h vs m/s en Papieren vliegtuigen.
Printen: knop rechtsboven of Ctrl+P → "Opslaan als PDF" · elk blad = één A4.
Hoe snel ben jij? · afstand ÷ tijd · meetblad
Naam:
Meet 3 keer. Iemand klokt met de stopwatch, jij loopt (of gooit je vliegtuig) over de meetbaan. Reken dan: snelheid = afstand ÷ tijd.
| Meting | Afstand in meter (m) |
Tijd in seconden (s) |
Snelheid = afstand ÷ tijd in m/s |
|---|---|---|---|
| 1 | |||
| 2 | |||
| 3 |
Snelheid = 20 ÷ 5 = 4 m/s.
Van m/s naar km/u
Wil je weten hoeveel km per uur dat is? Vermenigvuldig met 3,6.
Voorbeeld: 4 m/s × 3,6 = 14,4 km/u — ongeveer zo snel als een fiets!
Wie is de snelste? · snelheid in m/s · vergelijkingskaart
Hoe langer de balk, hoe sneller. Waar sta jij? Teken een pijl bij jouw snelste meting.
De balken zijn niet perfect op schaal — een cheeta is véél sneller dan een slak. Ze tonen vooral de volgorde: langzaam links, snel rechts.