Fundamental · Werkboek · 10. Materialen en hun eigenschappen StemExpert · Brecht Corbeel · schoolium.me
SE
StemExpert
F10. Materialen en hun eigenschappen — werkboek
FFundamental · deel F2 · Materie en materialen
Werkboek · hoofdstuk 10Materialen en hun eigenschappen
Waarom een kas uit aluminium en polycarbonaat bestaat, en hoe je dat met proeven en een keuzetabel onderbouwt
Je begint met de families en de juiste woorden voor eigenschappen. Daarna test je materialen zelf, meet je doorbuiging, onderzoek je roest en warmtegeleiding en werk je met keuzetabellen en recyclagecodes. In de uitdagingen kies je de materialen van de plantentafel en de bakjes (opdracht 10.11, voor je Habitat-portfolio), debatteer je over hout of aluminium, maak je een composiet en reken je aan de energie van een blikje.
Vijf families, tientallen materialen. Welk ervan past bij welk onderdeel?
Hoe lees je een opdracht?
Drie tredenOefenenToepassenUitdagen
Elk hoofdstuk bouwt op: eerst oefenen (één stap, direct toepassen), dan toepassen (meerdere stappen, in een context), dan uitdagen (transfer, open problemen, andere leerlijnen erbij).
De StemExpert-schaal5
Eén moeilijkheidsschaal van 1 tot 9 over de drie niveaus heen: Fundamental loopt van 1 tot 4, Intermediate van 3 tot 7, Expert van 6 tot 9. Zo zie je dat de uitdaging van het ene niveau de oefening van het volgende is.
Oefenen
Oefenen
één stap, direct toepassen
10.1
Welke familie?
Oefenen1Begrijpen10 min
Deel elk voorwerp in bij een materiaalfamilie: hout, metaal, kunststof, keramiek en glas, of composiet.
a
Vul in.
voorwerp
materiaal
familie
(a) glazen bokaal
(b) drankfles van PET
(c) blikje
(d) pollepel
(e) koffiekop
(f) raceframe van koolstofvezel
(g) baksteen
(h) elektriciteitsdraad (binnenkant)
(i) brugpijler
(j) kastdeur van MDF
10.2
Het juiste woord
Oefenen1Begrijpen10 min
Welke eigenschap wordt telkens beschreven? Kies uit: hardheid, sterkte, stijfheid, elastisch, plastisch, bros, taai, geleiding, duurzaamheid.
a
Vul in.
situatie
eigenschap
(a) Een diamant maakt een kras in glas.
(b) Een elastiekje neemt na het uitrekken zijn vorm weer aan.
(c) Een bord valt en ligt in stukken.
(d) In kabels zit koper.
(e) Een houten paaltje in de tuin is na tien jaar vergaan.
(f) Een staalkabel houdt een lift van 1000 kg.
(g) Een boekenplank buigt door onder de boeken.
(h) Een autodeur deukt bij een botsing, maar breekt niet.
(i) Een lepel die je plooit, blijft geplooid.
10.3
Wie krast wie?
Oefenen2Analyseren12 min
Een leerling test vier onbekende materialen P, Q, R en S. Resultaten: P krast Q en S; Q krast S; R krast P, Q en S; S krast niets. De vingernagel krast S maar niet Q; de koperen munt krast Q maar niet P; het glas krast P, maar R krast het glas.
a
Rangschik P, Q, R en S van zacht naar hard.
b
Tussen welke waarden op de schaal van Mohs ligt elk materiaal? Gebruik de vergelijkingsvoorwerpen uit het handboek.
materiaal
hardheid tussen
c
Welk materiaal zou je kiezen voor het venster van een horloge, en waarom?
10.4
Waarom dit materiaal?
Oefenen2Begrijpen12 min
Verklaar elke keuze met één of twee eigenschappen.
a
(a) Een pan met een koperen bodem en een handvat van bakeliet (een kunststof).
b
(b) Een elektriciteitskabel: koperdraad in een PVC-mantel.
c
(c) Een spoelbak in roestvast staal.
d
(d) Een veiligheidsbril met glazen van polycarbonaat.
e
(e) Vloertegels van keramiek in een keuken.
Toepassen
Toepassen
meerdere stappen, in een context
10.5
Labo: zeven materialen testen
Toepassen3Labo50 min
Voer de proef 'Buigen, krassen en geleiden' uit het handboek uit met zeven stroken van dezelfde afmetingen.
a
Voorspel eerst: welk materiaal buigt het meest, welk is het hardst, welke geleiden?
b
Meet en noteer.
strook
doorbuiging (mm)
terug na loslaten?
ver buigen
kras met
led
c
Rangschik de materialen van stijf naar slap. Past dat bij de families?
d
Welke variabelen hield je gelijk, en waarom is dat nodig?
Zo wordt dit beoordeeld
Veiligheid
Bril bij het buigen; niet naar het gezicht buigen.
Eerlijke proef
Zelfde afmetingen, zelfde uitsteeklengte, zelfde gewicht, zelfde manier van krassen.
Metingen
Doorbuiging in mm met een lat op ooghoogte; waarnemingen per proef.
Besluit
Rangschikking per eigenschap, en verband met de families.
10.6
Doorbuiging meten
Toepassen3Analyseren20 min
Twee stroken van 20 × 3 mm steken 20 cm uit. Je hangt steeds meer gewicht aan het uiteinde.
aluminium
PVC
massa (g)
doorbuiging (mm)
massa (g)
doorbuiging (mm)
0
0,0
0
0,0
200
1,7
20
3,9
400
3,3
40
7,8
600
5,0
60
11,6
800
6,6
80
15,5
Na alle metingen hang je nog 2000 g aan de aluminium strook. Als je het gewicht wegneemt, blijft het uiteinde 3 mm lager staan dan in het begin.
a
Teken voor beide stroken de grafiek van de doorbuiging tegenover de massa.
b
Is de doorbuiging recht evenredig met de massa? Hoe zie je dat?
c
Bereken voor elke strook de doorbuiging per 100 g. Hoeveel keer stijver is aluminium dan PVC?
d
Wat toont de meting met 2000 g? Gebruik de woorden elastisch en plastisch.
10.7
Roest onderzocht
Toepassen3Analyseren15 min
Vijf gelijke ijzeren spijkers liggen een week in een afgesloten potje. Resultaat:
potje
omstandigheid
na een week
1
droge lucht (met droogmiddel)
blank
2
gekookt water met een laagje olie erop
bijna blank
3
kraanwater, deels ondergedompeld
roest, vooral aan het wateroppervlak
4
zout water, deels ondergedompeld
veel roest
5
zout water, maar een verzinkte spijker
blank, een wit laagje op het zink
a
Wat is er nodig om ijzer te laten roesten? Welke potjes tonen dat?
b
Waarom kook je het water in potje 2 en giet je er olie op?
c
Wat versnelt roesten? Waar ter wereld roesten auto's het snelst, denk je?
d
Welke schroeven gebruik je in de vochtige meetkas? Waarom geen gewone stalen?
10.8
Een keuzetabel voor de plantenbakjes
Toepassen3Rekenen20 min
Voor de twaalf plantenbakjes twijfel je tussen polypropeen (PP), terracotta (gebakken klei) en hout.
criterium
gewicht
PP
terracotta
hout
houdt water, lekt niet
3
5
2
2
licht
2
5
1
3
gaat lang mee in vocht
3
4
4
2
goed voor de wortels (lucht)
2
2
5
4
prijs
1
5
3
3
recycleerbaar of natuurlijk
1
3
3
5
a
Bereken het totaal voor elke optie. Wat is het maximum?
b
Welke optie wint? Verklaar twee scores met een eigenschap uit dit hoofdstuk.
c
Een tuinier vindt 'goed voor de wortels' het belangrijkste (gewicht 3) en 'licht' onbelangrijk (gewicht 1). Verandert de winnaar?
10.9
Recyclagecodes en de kringloop
Toepassen2Begrijpen12 min
Gebruik de tabel met recyclagecodes en de materialenkringloop uit het handboek.
a
Welke kunststof hebben: (a) een waterfles, (b) een dop, (c) een boterhamzakje, (d) een plantenbakje van de meetkas, (e) een kasplaat van polycarbonaat?
b
Waarom is polycarbonaat (code 7) moeilijker te recycleren dan PET (code 1)?
c
Zet in volgorde van voorkeur: verbranden, hergebruiken, storten, recycleren, minder gebruiken.
d
Geef voor de meetkas een voorbeeld van hergebruiken en een voorbeeld van recycleren.
10.10
Onderzoek: welk materiaal voelt het koudst?
Toepassen3Onderzoeken40 min
Plaatjes van even grote afmetingen (bijvoorbeeld 10 × 10 cm, 3 mm dik) van aluminium, koper, staal, glas, hout en polycarbonaat liggen al een uur in het klaslokaal. Voel eraan: welk voelt het koudst? Leg dan op elk plaatje een even groot ijsblokje en meet hoe lang het duurt tot het gesmolten is.
a
Voorspel: welk plaatje voelt het koudst, en op welk smelt het ijsblokje het snelst? Hebben de plaatjes een verschillende temperatuur?
b
Meet.
plaatje
voelt (koud/lauw)
smelttijd (min)
c
Verklaar je resultaten met warmtegeleiding.
d
Hoe controleer je dat alle plaatjes echt even warm zijn?
Zo wordt dit beoordeeld
Voorspelling
Met een reden.
Eerlijke proef
Even grote plaatjes en ijsblokjes, zelfde ruimte, zelfde start.
Verklaring
Metaal voert warmte snel aan (naar het ijs) en af (weg van je hand); kunststof en hout traag.
Controle
Temperatuur gemeten met een thermometer of een infraroodthermometer.
Uitdagen
Uitdagen
transfer, open problemen, leerlijnen combineren
10.11
Habitat: materialen voor de plantentafel en de bakjes
Uitdagen4Habitat50 min
De twaalf bakjes met vochtige potgrond wegen samen ongeveer 43 kg (hoofdstuk 7). Ze staan op een tafel van 1,18 m × 0,58 m op 30 cm hoogte, boven het reservoir. Opties voor het tafelblad (18 mm dik): multiplex voor binnen, watervast multiplex, een plaat HDPE, en een rooster van aluminium profielen.
a
Stel minstens vijf criteria op voor het tafelblad, met een gewicht en een reden.
criterium
gewicht
waarom?
b
Geef elke optie een score van 1 tot 5 per criterium, met een korte reden, en bereken de totalen.
c
Welke optie kies je? Verandert de keuze als je de gewichten een beetje verschuift?
d
Welke materialen kies je voor de bakjes en voor de schroeven van het frame? Verwijs naar opdracht 10.7 en 10.8.
e
Portfolio: vat de materiaalkeuze van de hele meetkas samen in een tabel (onderdeel, materiaal, belangrijkste reden).
onderdeel
materiaal
belangrijkste reden
Zo wordt dit beoordeeld
Criteria
Passend bij de taak: draagt 43 kg zonder door te buigen, vochtbestendig, licht, bewerkbaar, prijs.
Scores
Onderbouwd met eigenschappen of metingen, niet met gevoel.
Controle
Gevoeligheid voor de gewichten besproken; wat de tabel niet ziet benoemd.
Portfolio
Volledige tabel voor frame, wanden, tafel, bakjes en schroeven.
10.12
Debat: hout of aluminium voor het kasframe?
Uitdagen3Argumenteren25 min
Een groep wil het frame van de meetkas toch in hout maken: 'Hout groeit terug, aluminium kost veel energie.' Een andere groep houdt vast aan aluminium. Bereid beide kanten voor.
a
Geef drie argumenten voor hout.
b
Geef drie argumenten voor aluminium.
c
Welke informatie zou je nodig hebben om het echt te beslissen? Denk aan de hele levensloop.
d
Formuleer een compromis of een eigen standpunt in twee zinnen.
Zo wordt dit beoordeeld
Argumenten
Juist en concreet: grondstof, energie, levensduur, onderhoud, recyclage, massa.
Levensloop
Denkt aan de hele kringloop, niet alleen aan de grondstof.
Standpunt
Helder, en gebaseerd op de argumenten.
10.13
Maak: een composiet uit gips
Uitdagen4Maken60 min
Giet gipsstaafjes van 20 cm × 3 cm × 1,5 cm in een mal (bijvoorbeeld een melkpak dat je in de lengte doorsnijdt). Maak drie soorten: zonder versterking, met twee stukken touw in de lengte net boven de bodem van de mal, en met een strook jute of glasvezelmat onderaan. Laat twee dagen drogen. Leg elk staafje op twee steunen 15 cm uit elkaar en hang in het midden een emmertje waarin je voorzichtig zand giet tot het staafje breekt. Weeg het emmertje.
a
Voorspel welk staafje het meeste draagt, en hoe elk staafje zal breken.
b
Meet.
staafje
massa emmer bij breuk (g)
hoe brak het?
c
Aan welke kant van het staafje moet de versterking zitten: boven of onder? Waarom? Test het eventueel met een staafje dat je omgekeerd legt.
d
Wat is het verschil tussen de breuk van gewoon gips en van versterkt gips? Welk woord uit dit hoofdstuk past bij elk?
Zo wordt dit beoordeeld
Maken
Drie gelijke staafjes, versterking correct geplaatst, voldoende gedroogd.
Meten
Zand langzaam toegevoegd; massa bij breuk gewogen; breuk beschreven.
Verklaring
Onderaan trek, bovenaan druk; de vezels vangen de trek op.
Veiligheid
Stofmasker bij het mengen van gipspoeder; handen wassen; het emmertje valt op een zachte ondergrond.
10.14
De energie van een blikje
Uitdagen4Rekenen25 min
Een leeg aluminium blikje van 33 cL weegt ongeveer 13 g. Nieuw aluminium maken kost ongeveer 186 MJ per kg, gerecycleerd aluminium ongeveer 8,3 MJ per kg (1 MJ = 1 miljoen joule). Om 1 L water van 20 °C aan de kook te brengen, is ongeveer 0,33 MJ nodig.
a
Hoeveel energie kost het aluminium van één blikje, nieuw en gerecycleerd?
b
Hoeveel energie bespaar je per gerecycleerd blikje? Met hoeveel volle waterkokers (1 L) komt dat overeen?
c
Hoeveel procent besparing is dat?
d
Het aluminium frame van de meetkas weegt 3,1 kg. Hoeveel energie kostte het als nieuw aluminium, en als gerecycleerd aluminium?
e
Waarom is recycleren van aluminium zo interessant, en waarom haal je toch nooit 100 % terug?
10.15
Waarom brak de Schenectady?
Uitdagen4Analyseren25 min
Met de kerfslagproef meet je hoeveel energie een ingekerfd staafje opneemt voor het breekt: veel energie betekent taai, weinig betekent bros. Vereenvoudigde voorbeeldwaarden voor twee soorten scheepsstaal:
temperatuur (°C)
−40
−20
0
10
20
40
staal uit 1943 (J)
5
7
12
25
55
90
modern scheepsstaal (J)
60
110
140
150
150
155
a
Zet beide reeksen in één grafiek (temperatuur horizontaal).
b
Bij welke temperatuur wordt het oude staal ongeveer bros (sterke daling)? En het moderne?
c
Leg met de grafiek uit waarom schepen van het oude staal vooral in de winter braken.
d
Waarom is 'sterk' niet genoeg als je staal kiest voor een schip, een brug of het frame van een poolstation?
ZelfevaluatieKleur per doel: lukt al / bijna / nog niet
Ik kan de vijf materiaalfamilies (hout, metalen, kunststoffen, keramiek en glas, composieten) herkennen en er typische eigenschappen van geven.
Ik kan hardheid, sterkte, stijfheid, taaiheid, elasticiteit, geleiding en duurzaamheid uitleggen en van elkaar onderscheiden.
Ik kan eenvoudige materiaalproeven eerlijk uitvoeren: buigen, krassen en geleiden.
Ik kan de hardheidsschaal van Mohs gebruiken om materialen te rangschikken.
Ik kan uitleggen waarom composieten en legeringen gemaakt worden, met gewapend beton als voorbeeld.
Ik kan een gewogen keuzetabel opstellen, invullen en kritisch bekijken.
Ik kan de materialenkringloop beschrijven, van grondstof tot recyclage, en uitleggen waarom recycleren van aluminium zoveel energie bespaart.
Ik kan de materiaalkeuze voor het frame en de wanden van de meetkas onderbouwen.