← Back to CoursesStemExpert
StemExpert
Fundamental · Werkboek · 5. Veilig werken in labo en werkplaats
StemExpert · Brecht Corbeel · schoolium.me
StemExpert
F5. Veilig werken in labo en werkplaats — werkboek
FFundamental · deel F1 · Denken en werken als STEM'er

Werkboek · hoofdstuk 5Veilig werken in labo en werkplaats

Wie weet wat er mis kan gaan, kan er iets aan doen: veiligheid als deel van het vak

Je begint met pictogrammen, laboregels, beschermingsmiddelen en eerste hulp. Daarna lees je etiketten, zoek je fouten in een werkverslag, reken je aan stroom door je lichaam, lees je een afkoelgrafiek en maak je je eerste risicotabel. In de uitdagingen maak je de veiligheidsfiche voor de bouw van de meetkas (opdracht 5.12, voor je Habitat-portfolio), ontwerp je hoe water en elektriciteit in de kas samengaan, debatteer je over vakmanschap en maak je een instructiekaart.

5× oefenen6× toepassen4× uitdagen± 329 min0/15 gedaan
Bril op, werkstuk vast, bout in de houder: vakmensen aan het werk.
Bril op, werkstuk vast, bout in de houder: vakmensen aan het werk.
Hoe lees je een opdracht?
Drie tredenOefenen Toepassen Uitdagen

Elk hoofdstuk bouwt op: eerst oefenen (één stap, direct toepassen), dan toepassen (meerdere stappen, in een context), dan uitdagen (transfer, open problemen, andere leerlijnen erbij).

De StemExpert-schaal5

Eén moeilijkheidsschaal van 1 tot 9 over de drie niveaus heen: Fundamental loopt van 1 tot 4, Intermediate van 3 tot 7, Expert van 6 tot 9. Zo zie je dat de uitdaging van het ene niveau de oefening van het volgende is.

Oefenen

Oefenen

één stap, direct toepassen
5.1

Pictogrammen herkennen

Oefenen1Begrijpen12 min
Negen gevarenpictogrammen, door elkaar.
123456789
Welk pictogram is welk?
  1. a
    Vul de tabel in.
    nr.betekeniseen voorbeeld van een product
    1
    2
    3
    4
    5
    6
    7
    8
    9
5.2

Juist of fout?

Oefenen1Begrijpen10 min
Zijn deze uitspraken juist of fout? Verbeter de foute.
  1. a
    Vul in.
    uitspraakJ of Fverbetering
    (a) Aan een onbekende stof ruik je door je neus boven de fles te houden.
    (b) Bij de kolomboor draag je werkhandschoenen.
    (c) Je giet een geconcentreerd zuur in water, niet omgekeerd.
    (d) Een brandwonde koel je met ijs, dat werkt het snelst.
    (e) Een beetje over is niet erg: je giet het terug in de voorraadfles.
    (f) Je bril mag af als je zelf niet aan het werken bent.
    (g) Iemand die een stroomschok krijgt, trek je eerst los en dan zet je de stroom af.
5.3

Welke bescherming?

Oefenen1Begrijpen10 min
Kies voor elke taak het nodige persoonlijke beschermingsmiddel, en zeg waartegen het beschermt.
  1. a
    Vul in.
    taakbeschermingsmiddelbeschermt tegen
    een lat zagen
    een plaat polycarbonaat snijden met een cutter
    een oplossing met ontstopper maken
    een gat boren met de kolomboor
    een MDF-plaat schuren
    sensordraadjes solderen
5.4

Gevaar of risico?

Oefenen2Begrijpen10 min
Bij elk zinnetje: gaat het over een gevaar of over een risico?
  1. a
    (a) Ethanol is licht ontvlambaar.
    • Agevaar
    • Brisico
  2. b
    (b) Als je met ethanol werkt naast een brandende kaars, is de kans op een steekvlam groot.
    • Agevaar
    • Brisico
  3. c
    (c) Een cutter is scherp.
    • Agevaar
    • Brisico
  4. d
    (d) Snijden naar je hand toe maakt een snijwonde waarschijnlijk.
    • Agevaar
    • Brisico
  5. e
    Geef bij (b) en (d) een maatregel die het risico verkleint, en zeg of die de kans of de ernst verkleint.
5.5

Eerste hulp in de juiste volgorde

Oefenen2Begrijpen12 min
Tijdens het lijmen van de meetkas raakt Noor het mondstuk van het lijmpistool; er blijft hete lijm op haar vinger kleven. Deze stappen staan door elkaar:
A. De leerkracht verwittigen.
B. De vinger 20 minuten onder lauw stromend water houden.
C. Het lijmpistool op zijn standaard zetten, zodat niemand anders zich brandt.
D. Haar ring uitdoen voor de vinger opzwelt.
E. Na het koelen de wonde laten bekijken.
  1. a
    Zet de stappen in de juiste volgorde.
    12345
  2. b
    Noor wil de gestolde lijm van haar vinger trekken. Wat zeg je?
  3. c
    Waarom gebruik je geen ijs?
Toepassen

Toepassen

meerdere stappen, in een context
5.6

Etiketten in de kast

Toepassen2Analyseren15 min
In een keukenkast staan vier producten.
AOntstopperGEVAARBPropaangasGEVAARCAllesreinigerWAARSCHUWINGDInsectensprayGEVAAR
De pictogrammen en signaalwoorden van vier producten.
  1. a
    Bij welke producten staat het ernstigste signaalwoord? Waarom net daar?
  2. b
    Welke producten mogen niet in de buurt van een vlam of een warme radiator? Waarom?
  3. c
    Welk product mag niet in de gootsteen of in de natuur terechtkomen?
  4. d
    Voor welk product heb je handschoenen en een bril nodig?
  5. e
    De spuitbus insectenspray staat onder druk, maar heeft geen gasfles-pictogram. Zoek uit of bedenk waarom de propaanfles dat wel heeft.
  6. f
    Waar en hoe bewaar je deze producten het best in een huis met jonge kinderen?
5.7

Fouten in het verslag van Tim

Toepassen2Analyseren15 min
Tim schrijft over de techniekles: 'Ik moest de draadjes van een sensor solderen. Mijn haar hing los, want mijn elastiek was kwijt. De soldeerbout legde ik tussendoor op tafel, naast mijn blikje frisdrank. Om sneller te werken, hield ik de draadjes met mijn vingers vast. De rook blies ik weg met mijn mond. Mijn bril zat in mijn tas, mijn buurman droeg er ook geen. Na afloop trok ik de stekker uit en legde ik de bout meteen terug in de doos. Daarna at ik een koek.'
  1. a
    Zoek minstens zes fouten en schrijf bij elke fout hoe het wel moet.
    foutzo moet het
5.8

Hoeveel stroom door je lichaam?

Toepassen3Rekenen20 min
Gebruik de rekenregel stroom = spanning / weerstand, en de figuur met de stroomladder uit het handboek. De weerstanden zijn ordes van grootte.
  1. a
    Bereken de stroom in mA en zoek op de stroomladder wat die stroom doet.
    situatiespanningweerstandstroom (mA)effect
    (a) droge vingers op de pinnen van een USB-kabel5 V5 kΩ
    (b) handen op de klemmen van de 12 V-voeding van de meetkas12 V5 kΩ
    (c) een kapot snoer, van hand tot hand230 V1,5 kΩ
    (d) natte handen en voeten in de badkamer230 V1 kΩ
  2. b
    Bij (c) en (d) lekt de stroom naar de aarde. Welke differentieel schakelt af: die van 300 mA, die van 30 mA, of beide?
  3. c
    Een 12 V-batterij kan je veilig vastnemen. Waarom mag je haar polen toch nooit met een schroevendraaier verbinden?
Hint
Zet kΩ om naar Ω: 5 kΩ = 5000 Ω. Een stroom in A maal 1000 geeft mA.
5.9

Hoe lang blijft de soldeerbout heet?

Toepassen3Analyseren15 min
Een leerling meet hoe de punt van een soldeerbout afkoelt nadat het station is uitgeschakeld.
024681012141604080120160200240280320360t (min)T (°C)punt van de soldeerbout, na uitschakelen
Temperatuur van de punt, elke minuut gemeten.
  1. a
    Hoe warm is de punt 5 minuten na het uitschakelen?
  2. b
    Na hoeveel minuten is de punt onder 100 °C? En onder 50 °C?
  3. c
    In welke minuut koelt de punt het snelst af? Hoeveel graden is dat?
  4. d
    Vergelijk met het lijmpistool uit het handboek. Welk van beide koelt sneller af, en hoe zie je dat?
  5. e
    Schrijf een regel voor de soldeerhoek van de klas: wanneer mag een bout in de doos?
5.10

Een risicotabel: gaten boren in het kasframe

Toepassen3Analyseren20 min
Voor de meetkas boor je met de kolomboor gaten van 4,5 mm in de aluminium kokers van het frame, om de platen vast te schroeven (schroeven M4, hoofdstuk 10).
  1. a
    Vul de risicotabel in: minstens vier gevaren, met kans, ernst en risico.
    gevaarkansernstrisicomaatregel (S, T, O of P)
  2. b
    Welk risico is het hoogst? Welke maatregel neem je eerst?
  3. c
    Schat het restrisico van dat gevaar na de maatregel.
5.11

Onderzoek: gevaarlijke producten thuis

Toepassen3Onderzoeken40 min
Onderzoek welke producten met gevarenpictogrammen er bij jou thuis staan, en of ze veilig bewaard worden.
  1. a
    Zoek minstens acht producten met een gevarenpictogram (keuken, badkamer, garage, tuin). Raak ze alleen aan om het etiket te lezen.
    productpictogram(men)signaalwoordwaar bewaard?
  2. b
    Welk pictogram kwam het vaakst voor? Welk product vind je het gevaarlijkst, en waarom?
  3. c
    Welke producten staan binnen het bereik van kinderen of naast voedsel? Stel een betere plaats voor.
  4. d
    Kies één product en zoek een minder gevaarlijk alternatief (substitutie). Bestaat er een product zonder pictogram dat hetzelfde doet?
Zo wordt dit beoordeeld
InventarisAcht producten met correct overgenomen pictogrammen en signaalwoord.
AnalyseGevaarlijkste product gekozen met argumenten uit het etiket (H-zinnen).
VoorstelConcrete, haalbare verbetering van de bewaarplaats en een onderbouwde substitutie.
Uitdagen

Uitdagen

transfer, open problemen, leerlijnen combineren
5.12

Habitat: de veiligheidsfiche voor de bouw van de meetkas

Uitdagen4Habitat50 min
Je bouwt de meetkas (1,20 m × 0,60 m × 0,80 m) in groep. De taken: aluminium kokers op maat zagen en gaten boren voor het frame; platen polycarbonaat op maat snijden met een cutter; onderdelen vastlijmen met het lijmpistool; draadjes aan de sensoren solderen; het reservoir (30 L) vullen en plaatsen; de 12 V-voeding (die zelf in een 230 V-stopcontact gaat) aansluiten op de pomp en de ledstrip.
  1. a
    Maak een risicotabel voor de zes taken: per taak minstens één gevaar, met kans, ernst en risico.
    taakgevaarkansernstrisico
  2. b
    Kies voor elk risico dat middel of hoog is een maatregel, en schrijf erbij of het S, T, O of P is. Geef het restrisico.
  3. c
    Het reservoir vol water weegt ongeveer 30 kg. Welk gevaar is dat, en hoe vermijd je het?
  4. d
    Waar komt de 230 V-adapter van de voeding? Bedenk twee regels voor water en elektriciteit in de kas.
  5. e
    Schrijf de noodprocedure van je groep: wie doet wat bij een brandwonde, een snijwonde en een elektrisch probleem? Welke nummers staan op de fiche?
  6. f
    Maak van je tabel een checklist van hooguit acht punten die je groep vóór elke bouwsessie overloopt.
Zo wordt dit beoordeeld
VolledigheidAlle zes taken, met realistische gevaren en scores.
MaatregelenVolgens STOP gekozen; PBM pas als laatste; restrisico nergens hoog.
Water en elektriciteitAdapter droog en hoger dan het water, druppellus, differentieel van 30 mA, 12 V in de kas.
NoodprocedureRollen verdeeld, eerste hulp correct, 112 en 070 245 245 vermeld.
ChecklistKort, concreet en bruikbaar vóór elke sessie.
5.13

Water en elektriciteit in de meetkas

Uitdagen4Ontwerpen35 min
In de meetkas staat een pompje van 12 V in het reservoir, en er hangt een ledstrip van 12 V boven de planten. De 12 V-voeding van 2 A krijgt haar stroom uit een 230 V-stopcontact in het lokaal. Een klasgenoot stelt voor om een goedkoop 230 V-aquariumpompje te gebruiken, 'dat is sterker'.
  1. a
    Teken een zijaanzicht van de kas met het reservoir, de pomp, de ledstrip, de voeding en het stopcontact. Duid aan waar 230 V zit en waar 12 V.
  2. b
    Wat gebeurt er als de isolatie van het 12 V-pompsnoer in het water beschadigd raakt? En bij een 230 V-pomp?
  3. c
    Welke beveiliging in de installatie van de school maakt het verschil bij een 230 V-pomp? Is de differentieel van 300 mA voldoende?
  4. d
    Geef je klasgenoot een onderbouwd antwoord: 12 V of 230 V in de kas?
Zo wordt dit beoordeeld
TekeningDuidelijke grens tussen 230 V (buiten de kas) en 12 V (in de kas); adapter hoog en droog.
RedeneringGebruikt de stroomladder en de differentiëlen correct.
BesluitOnderbouwde keuze met veiligheid als eerste eis, en eventueel een alternatief voor meer pompkracht.
5.14

Debat: veiligheid en vakmanschap

Uitdagen3Argumenteren25 min
Stelling: 'Een ervaren vakman heeft geen veiligheidsbril en geen checklist nodig: hij weet wat hij doet.' Bereid in groepjes argumenten voor en tegen voor, en debatteer.
  1. a
    Geef twee argumenten vóór de stelling, en zoek bij elk een zwakke plek.
  2. b
    Geef drie argumenten tegen de stelling. Gebruik het verhaal van de Boeing 299 en het verschil tussen gevaar en risico.
  3. c
    Formuleer na het debat je eigen standpunt in twee zinnen.
Zo wordt dit beoordeeld
ArgumentenCorrect en concreet, met voorbeelden uit het hoofdstuk.
LuisterenReageert op argumenten van de andere kant.
StandpuntHelder en onderbouwd.
5.15

Maak: een instructiekaart voor een toestel

Uitdagen3Maken40 min
Naast elk toestel in het techniekatelier hangt een kaart van hooguit A5 die in enkele seconden duidelijk maakt hoe je het veilig gebruikt. Kies een toestel: lijmpistool, soldeerbout, kolomboor of cutter.
  1. a
    Maak een schets van je kaart: titel, de belangrijkste gevaren, de nodige beschermingsmiddelen, vijf stappen voor veilig gebruik en wat je doet bij een ongeval.
  2. b
    Test je kaart: laat een klasgenoot die het toestel niet kent haar lezen en uitleggen wat hij zou doen. Wat moest je aanpassen?
Zo wordt dit beoordeeld
InhoudJuiste gevaren, maatregelen en eerste hulp voor dat toestel.
DuidelijkheidKort, in de juiste volgorde, leesbaar op afstand, met eenvoudige tekeningen.
TestGetest bij een klasgenoot en verbeterd.
ZelfevaluatieKleur per doel: lukt al / bijna / nog niet