← Back to CoursesStemExpert
StemExpert
Intermediate · Oplossingen · 16. Redox en batterijen
StemExpert · Brecht Corbeel · schoolium.me
StemExpert
I16. Redox en batterijen — oplossingen
IIntermediate · deel I4 · Chemie en materialen

Oplossingen · hoofdstuk 16Redox en batterijen

Elektronen die van zink naar koper springen: van de Daniell-cel tot de batterij van de klimaatmodule

Uitgewerkte oplossingen bij de 16 opdrachten van het werkboek. Voor de leerkracht, en voor wie zichzelf wil verbeteren nadat hij het eerst zelf probeerde.

5× oefenen8× toepassen3× uitdagen± 365 min
Van AA tot LiFePO4: dezelfde natuurkunde, een andere chemie.
Van AA tot LiFePO4: dezelfde natuurkunde, een andere chemie.
Voor de leerkrachtDeze pagina bevat de antwoorden. Druk het werkboek af zonder deze pagina.
Oefenen

Oefenen

één stap, direct toepassen
16.1

Oxidatie of reductie?

Oefenen3Begrijpen10 min
Vul de elektronen aan en zeg of het een oxidatie of een reductie is.
  1. a
    (a) ; (b) ; (c) ; (d) ; (e)
    (a) , oxidatie; (b) , reductie; (c) , reductie; (d) , oxidatie (de lading stijgt); (e) , oxidatie.
  2. b
    Magnesium reageert met koperionen: . Welke stof is de reductor, welke de oxidator?
    Magnesium geeft elektronen af: reductor. Het koperion neemt ze op: oxidator.
16.2

Redoxreacties opsplitsen

Oefenen4Rekenen15 min
Schrijf de twee halfreacties en de kloppende totale vergelijking.
  1. a
    (a) ijzer in een oplossing met koperionen (er ontstaan Fe2+-ionen)
    ; ; .
  2. b
    (b) zink in zoutzuur (er ontstaat waterstofgas)
    ; ; .
  3. c
    (c) koper in een oplossing met zilverionen Ag+
    ; (maal 2); .
  4. d
    (d) aluminium dat met zuurstof een oxidelaagje vormt
    (maal 4); (maal 3); samen 12 elektronen: .
16.3

Reageert het?

Oefenen4Begrijpen10 min
Gebruik de spanningsreeks uit het handboek.
  1. a
    Voorspel of er een reactie is, en schrijf ze dan op: (a) een koperdraad in zilvernitraat; (b) een koperdraad in zinksulfaat; (c) een zinken dakgoot in zure regen; (d) een zilveren ring in zoutzuur; (e) een magnesiumlint in kopersulfaat.
    (a) ja: (zilverkristallen, de oplossing wordt blauw). (b) nee: koper is edeler dan zink. (c) ja, langzaam: zink staat links van waterstof, . (d) nee: zilver staat rechts van waterstof. (e) ja: .
  2. b
    Waarom maakt men juwelen van goud en zilver, en geen dakgoten van magnesium?
    Goud en zilver zijn edel: ze geven hun elektronen niet af aan water, zuurstof of zwakke zuren, en blijven glanzen. Magnesium is zo onedel dat het in regenwater en lucht snel zou aangetast worden (en het brandt fel).
16.4

Ampère-uur en wattuur

Oefenen3Rekenen15 min
Reken om en bereken de energie.
  1. a
    Bereken de energie in Wh.
    ; ; ; .
  2. b
    Hoeveel coulomb is 1 Ah? En 4500 mAh?
    ; .
  3. c
    Een powerbank bevat 10 000 mAh bij 3,7 V. Hoeveel mAh kan ze aan de USB-uitgang (5 V) leveren als 85 % van de energie overblijft?
    Energie: ; daarvan 85 %: 31,5 Wh. Bij 5 V: . Het getal op de verpakking geldt voor de celspanning, niet voor de uitgang.
16.5

De Daniell-cel lezen

Oefenen4Begrijpen15 min
Een Daniell-cel, zonder aanduidingen.
VZnCuZnSO4 (aq)CuSO4 (aq)zoutbrug
Zink in zinksulfaat, koper in kopersulfaat, een zoutbrug en een voltmeter.
  1. a
    Welke elektrode is de minpool? In welke richting lopen de elektronen door de draad?
    Zink is onedeler: het is de minpool. De elektronen lopen door de draad van zink naar koper.
  2. b
    Schrijf de halfreacties aan beide elektroden. Welke is de anode?
    Zink: (oxidatie: anode). Koper: (reductie: kathode).
  3. c
    Welke kant op bewegen de kaliumionen en de nitraationen in de zoutbrug? Waarom?
    Aan de zinkkant komt positieve lading bij (Zn²⁺), aan de koperkant verdwijnt ze (Cu²⁺). Nitraationen (negatief) gaan naar de zinkkant, kaliumionen (positief) naar de koperkant, zodat beide oplossingen neutraal blijven.
  4. d
    Wat meet de voltmeter als je de zoutbrug weghaalt? Leg uit.
    0 V: de kring is open. Zonder ionenstroom kunnen ook de elektronen niet stromen, want de lading zou zich meteen ophopen.
Toepassen

Toepassen

meerdere stappen, in een context
16.6

Labo: een Daniell-cel en een citroenbatterij

Toepassen5Labo50 min
Je bouwt een Daniell-cel met bekerglazen, zink- en koperplaatjes, zinksulfaat- en kopersulfaatoplossing (1 mol/L) en een zoutbrug van filterpapier gedrenkt in kaliumnitraatoplossing. Daarna steek je een zink- en een koperplaatje in een citroen.
  1. a
    Meet de spanning van de Daniell-cel. Vergelijk met 1,10 V.
    Typisch 1,0 à 1,1 V. Iets minder dan 1,10 V: de concentraties zijn niet precies 1 mol/L, de temperatuur is niet 25 °C, en de plaatjes zijn niet helemaal zuiver.
  2. b
    Meet de spanning en de kortsluitstroom (multimeter op A, even aanraken) van de Daniell-cel en van de citroen.
    Daniell: ± 1,05 V, enkele tientallen mA. Citroen (zink/koper): ± 0,9 V, slechts ± 1 mA of minder.
  3. c
    Vervang het koperplaatje in de citroen door een ijzeren spijker, en het zink door magnesium (indien beschikbaar). Wat verwacht je met de spanningsreeks, en wat meet je?
    IJzer staat dichter bij zink dan koper: kleinere spanning (enkele tienden van een volt). Magnesium staat verder van koper dan zink: grotere spanning (ongeveer 1,5 V of meer, afhankelijk van de oppervlakte).
  4. d
    Waarom levert de citroen veel minder stroom dan de Daniell-cel, ook al is de spanning bijna even groot?
    De citroen heeft een grote inwendige weerstand: het sap geleidt slecht, de plaatjes zijn klein, en de reactie aan het koper (daar wordt vooral waterstof gevormd uit het zuur) verloopt traag. Bij een stroom valt de spanning dan bijna volledig weg over de citroen zelf.
Zo wordt dit beoordeeld
VeiligheidBril en handschoenen; kopersulfaat in het afvalvat, niet in de gootsteen; citroenen niet opeten.
MetingenSpanning en stroom correct gemeten (voltmeter parallel, ampèremeter kort in serie); eenheden.
SpanningsreeksVoorspelling: grotere afstand in de reeks geeft grotere spanning; vergelijking met de meting.
VerklaringInwendige weerstand van de citroen; kleine plaatjes, weinig ionen, geen zoutbrug nodig maar trage reactie.
16.7

Batterijen vergelijken

Toepassen5Analyseren20 min
Gebruik de tabel met batterijtypes uit het handboek (typische waarden per cel).
  1. a
    Hoeveel weegt een batterij die 100 Wh opslaat, voor elk type (neem 35, 90, 120, 140 en 200 Wh/kg)?
    Lood ; NiMH 1,1 kg; alkaline 0,83 kg; LiFePO4 0,71 kg; Li-ion (NMC) 0,50 kg.
  2. b
    Kies en motiveer een type voor: (a) een rookmelder die tien jaar moet werken; (b) een drone; (c) een startaccu voor een auto; (d) een thuisbatterij bij zonnepanelen; (e) een draadloze computermuis.
    (a) Een lithiumprimaire cel (of alkaline): lang houdbaar, weinig zelfontlading, klein verbruik. (b) Li-ion (NMC of lithiumpolymeer): de hoogste energie per kilogram, en grote stromen. (c) Lood-zuur: goedkoop, levert kort een enorme stroom, verdraagt kou, en weegt in een auto weinig door. (d) LiFePO4: veel cycli, veilig, gewicht speelt geen rol. (e) Oplaadbare NiMH of een ingebouwde Li-ioncel; alkaline kan ook, maar maakt veel afval.
16.8

Een ontlaadtest lezen

Toepassen5Analyseren15 min
Een NiMH-cel van 2000 mAh wordt ontladen met 0,50 A tot de spanning onder 1,0 V komt.
0,00,51,01,52,02,53,03,54,04,50,80,91,01,11,21,31,41,5tijd (h)U (V)eindspanning 1,0 VNiMH-cel, 0,50 A
De spanning van de cel tijdens de ontlaadtest.
  1. a
    Na hoeveel uur is de eindspanning bereikt? Hoeveel lading leverde de cel? Klopt de opgave van 2000 mAh?
    Na ongeveer 3,95 h. Lading: , bijna de opgegeven 2,0 Ah: klopt (de test stopt iets voor de cel helemaal leeg is).
  2. b
    Schat de gemiddelde spanning uit de grafiek en bereken de geleverde energie.
    Gemiddeld ongeveer 1,22 V (een groot stuk rond 1,2 à 1,25 V). .
  3. c
    Wat verwacht je als je dezelfde test doet met 2,0 A in plaats van 0,50 A? Leg uit.
    Bij 2,0 A (1 C) zakt de spanning meer door de inwendige weerstand van de cel, en wordt de eindspanning vroeger bereikt: minder dan 2,0 Ah en minder energie, en de cel wordt warm. Het uur-getal is dan ongeveer een uur, niet vier.
16.9

Rekenen met Faraday

Toepassen6Rekenen20 min
= 26,8 Ah per mol elektronen. Atoommassa's: Zn 65,38; Cu 63,55; Ag 107,87; Li 6,94 g/mol.
  1. a
    Een zinkplaatje van 5,0 g in een Daniell-cel is voor de helft opgebruikt. Hoeveel Ah heeft de cel geleverd?
    2,5 g zink: , dus elektronen .
  2. b
    Bij verzilveren wordt zilver neergeslagen uit een oplossing met Ag+. Hoe lang moet een stroom van 0,20 A lopen om 1,0 g zilver neer te slaan?
    Ag = evenveel mol elektronen: ; .
  3. c
    Hoeveel gram lithium moet er minstens heen en weer schuiven om 4500 mAh te leveren (één elektron per lithiumion)? Waarom bevat de echte batterij er meer?
    elektronen = 0,168 mol Li lithium. De echte batterij bevat meer, want niet al het lithium kan heen en weer (een deel zit vast in beschermlagen, de kathode wordt nooit helemaal leeg of vol gemaakt, en er is reserve voor veroudering).
16.10

Een batterij laden

Toepassen5Rekenen15 min
De LiFePO4-batterij van Habitat (12,8 V, 120 Ah) staat op 20 %. De laadregelaar laadt met hoogstens 20 A. Rendement van het laden: 95 %.
  1. a
    Hoeveel Ah en hoeveel Wh moet er in de batterij bij om weer vol te zijn?
    80 % van 120 Ah = 96 Ah; .
  2. b
    Hoe lang duurt het laden minstens? Welke C-rate is 20 A voor deze batterij?
    . (ongeveer C/6).
  3. c
    Hoeveel energie moet het zonnepaneel daarvoor leveren?
    .
  4. d
    Waarom duurt het laden in werkelijkheid wat langer dan je berekening?
    Op het einde laadt de regelaar met constante spanning, en daalt de stroom; bovendien levert het paneel niet de hele dag 20 A (wolken, de stand van de zon: hoofdstuk 20).
16.11

Corrosie in en rond de kas

Toepassen5Begrijpen15 min
In en rond de meetkas vind je: een aluminium frame met RVS-schroeven en kunststof ringen, verzinkte stalen grondankers, een koperen buisje dat met een stalen koppelstuk aan een leiding vastzit, en een kaal stalen haakje waar het sproeiwater op spat.
  1. a
    Waarom zitten er kunststof ringen tussen de RVS-schroeven en het aluminium? Wat zou er gebeuren zonder?
    Aluminium is onedeler dan roestvast staal. Met water ertussen vormen ze een cel: het aluminium wordt de anode en lost rond de schroef op (contactcorrosie). De ringen verbreken het elektrische contact.
  2. b
    Het zinklaagje van een grondanker is beschadigd bij het inslaan. Roest het staal nu op die plek? Leg uit.
    Nee, of toch veel minder: zink is onedeler dan ijzer en blijft rond de kras zichzelf opofferen, zolang er zink in de buurt is. Het staal wordt kathode.
  3. c
    Welk metaal corrodeert bij het koppelstuk van koper en staal? Hoe los je het op?
    Staal (ijzer) is onedeler dan koper: het stalen koppelstuk corrodeert. Oplossing: een koppelstuk van messing of kunststof, of een isolerend tussenstuk.
  4. d
    Waarom roest het stalen haakje sneller als er voedingsoplossing op spat dan regenwater?
    De voedingsoplossing bevat veel ionen (EC 1,4 mS/cm tegenover ± 0,05 voor regenwater): ze geleidt veel beter, zodat de corrosiestroom groter is. Dezelfde reden waarom strooizout en zeewater corrosie versnellen.
16.12

Python: een dag van de klimaatmodule

Toepassen6Programmeren30 min
Een datalogger noteert elk uur de gemiddelde stroom van de batterij (positief: ontladen, negatief: laden), in A: [4, 4, 4, 4, 4, 4, 2, -5, -15, -20, -20, -20, -20, -18, -12, -6, 1, 3, 5, 5, 5, 5, 4, 4]. De batterij (120 Ah) start om middernacht op 60 %. Laden gebeurt met 95 % rendement.
  1. a
    Schrijf een programma dat per uur de laadtoestand in procent berekent en afdrukt (coulombtellen). Houd rekening met het rendement bij het laden en begrens tussen 0 en 100 %.
    stromen = [4, 4, 4, 4, 4, 4, 2, -5, -15, -20, -20, -20, -20, -18, -12, -6,
               1, 3, 5, 5, 5, 5, 4, 4]
    CAP = 120.0
    soc = 60.0
    for uur, i in enumerate(stromen):
        if i < 0:
            i = i * 0.95              # bij laden komt maar 95 % aan
        soc -= i / CAP * 100
        soc = max(0.0, min(100.0, soc))
        print(uur + 1, round(soc, 1))
  2. b
    Wat is de laagste en de hoogste laadtoestand van de dag? Komt de batterij onder de 20 %?
    Het laagste punt valt om 7 uur 's ochtends: ongeveer 38,3 %, boven de 20 %. Vanaf 12 uur staat de batterij op 100 % en blijft ze daar tot 16 uur: de begrenzing gooit het teveel weg (in werkelijkheid stopt de regelaar dan met laden).
  3. c
    Hoeveel Ah is er netto bij gekomen? Is de energiehuishouding van deze dag in evenwicht?
    Ontladen: 4·6 + 2 + 1 + 3 + 5·4 + 4 + 4 = 58 Ah. Laden: 136 Ah, waarvan 129,2 Ah aankomt. Netto zou er 71 Ah bijkomen, maar de batterij kan maar tot 100 %: ze eindigt de dag op 73,3 %, hoger dan de 60 % van de start. Deze dag is zonnig genoeg, met overschot; een grijze dag niet (hoofdstuk 20).
16.13

Een powerbank op het vliegtuig

Toepassen5Begrijpen15 min
Luchtvaartmaatschappijen laten powerbanks en losse lithiumbatterijen alleen toe in de handbagage, niet in de ruimbagage. Tot 100 Wh mag je ze zonder toestemming meenemen.
  1. a
    Waarom juist in de handbagage? Denk aan thermal runaway.
    Als een lithiumbatterij in thermal runaway gaat, merkt de bemanning dat in de cabine meteen (rook, warmte) en kan ze ingrijpen: afkoelen met water, in een brandwerende zak. In het laadruim vindt niemand het vuur voor het zich verspreidt.
  2. b
    Mag een powerbank van 20 000 mAh bij 3,7 V mee? En een e-bikebatterij van 36 V en 14 Ah?
    : mag mee. : veel te groot, mag niet mee.
  3. c
    Waarom tape je de polen van losse batterijen af?
    Om kortsluiting te voorkomen als ze tegen metaal (munten, sleutels) of tegen elkaar aan komen: een kortsluiting kan de batterij verhitten en thermal runaway uitlokken.
Uitdagen

Uitdagen

transfer, open problemen, leerlijnen combineren
16.14

Habitat: de batterij in een koude week

Uitdagen6Habitat45 min
De klimaatmodule krijgt de LiFePO4-batterij van 12,8 V en 120 Ah (80 % bruikbaar). In een koude, grijze week zet het energiebeheer de groeilampen op spaarstand (ongeveer 4,5 lichturen in plaats van 16; zie hoofdstuk 20): de module verbruikt dan 1,1 kWh per dag, en het paneel levert gemiddeld maar 0,7 kWh per dag. In de technische ruimte zakt de temperatuur 's nachts tot 3 °C als de verwarming uitvalt.
  1. a
    Hoeveel dagen houdt de batterij het uit als ze vol start (tot de ondergrens van 20 %)? Reken met 95 % laadrendement.
    Bruikbaar: . Het paneel levert 0,7 kWh, waarvan de module een deel meteen kan gebruiken; stel dat alles eerst in de batterij gaat: komt aan. Tekort per dag: . Dagen: dagen. (Wie rekent dat het paneel rechtstreeks voedt: tekort kWh, dus 3,1 dagen.)
  2. b
    Zou een loodaccu van 12 V en 200 Ah (50 % bruikbaar, 80 % laadrendement) het langer of korter volhouden? Reken.
    Bruikbaar ; aankomend ; tekort 0,54 kWh per dag: dagen. Korter, ondanks de grotere nominale capaciteit: door de kleinere ontlaaddiepte en het grotere laadverlies.
  3. c
    Wat gebeurt er met het laden als de ruimte onder 0 °C zakt? Wat moet het BMS doen? Welke maatregel neem je?
    Onder 0 °C mag LiFePO4 niet geladen worden (lithium zet zich af als metaal). Het BMS moet het laden dan blokkeren (ontladen mag nog). Maatregel: de batterij in de verwarmde leefruimte of een geïsoleerde kast met een kleine verwarmingsmat die de batterij zelf voedt als de temperatuur onder 5 °C zakt; temperatuursensor op de batterij.
  4. d
    Schrijf een advies van vijf regels voor je portfolio: type, capaciteit, plaats, bewaking, en wat je in hoofdstuk 20 nog moet uitzoeken.
    Bijvoorbeeld: 'LiFePO4 12,8 V 120 Ah, 1,2 kWh bruikbaar, in een geïsoleerde kast in de verwarmde module, met BMS (laadblokkering onder 0 °C) en een coulombteller op de microcontroller. In een grijze week overbrugt ze bijna drie dagen. In hoofdstuk 20 bepalen we hoeveel dagen autonomie nodig zijn en of we het paneel of de batterij groter maken.'
Zo wordt dit beoordeeld
EnergiebalansTekort per dag correct (met rendement bij het laden), bruikbare energie gedeeld door het tekort.
VergelijkingLood met 50 % ontlaaddiepte en 80 % rendement correct doorgerekend.
TemperatuurNiet laden onder 0 °C; BMS blokkeert het laden; batterij in de verwarmde ruimte of met verwarmingsmat.
AdviesOnderbouwde keuze met getallen, en de open vraag (dagen autonomie, paneelvermogen) benoemd.
16.15

Waarom is een loodaccu zo zwaar?

Uitdagen7Rekenen30 min
In een loodcel reageert bij het ontladen: . Per formule gaan er 2 elektronen van lood naar looddioxide; de celspanning is 2,0 V. Molaire massa's: Pb 207,2; PbO2 239,2; H2SO4 98,08 g/mol.
  1. a
    Schrijf de twee halfreacties (neem SO42− mee: aan beide elektroden ontstaat PbSO4).
    Minpool: . Pluspool: .
  2. b
    Hoeveel gram beginstoffen is er nodig voor één mol reactie? Hoeveel Ah en Wh levert die?
    . Twee mol elektronen: ; bij 2,0 V: 107 Wh.
  3. c
    Bereken de theoretische energiedichtheid in Wh/kg. Waarom haalt een echte accu maar 30 à 40 Wh/kg?
    . Een echte accu bevat veel meer dan de reagerende stoffen: water in het zuur (het zuur is maar ± 35 %), roosters van lood om de stroom te geleiden, de behuizing, polen, en veel actieve massa die nooit reageert omdat je de accu niet diep mag ontladen. Zo blijft er ongeveer een vijfde van over.
  4. d
    Doe dezelfde grove schatting voor lithium in grafiet: LiC6 levert per mol één elektron bij ongeveer 3,3 V (LiFePO4). Hoeveel Ah levert 1 kg grafiet? Waarom ligt de echte energiedichtheid veel lager?
    levert 26,8 Ah: 1 kg grafiet levert (en bij 3,3 V ongeveer 1,2 kWh). Daar komt nog de kathode bij (, veel zwaarder per mol), de elektrolyt, de folies, de separator en de behuizing: samen ruim de helft van de massa die geen energie opslaat.
16.16

Ontwerp: een led op citroenen

Uitdagen6Ontwerpen45 min
Een rode led brandt vanaf ongeveer 1,8 V en is al zichtbaar bij 1 mA. Een citroencel met een zinken en een koperen plaatje geeft ongeveer 0,9 V zonder stroom, en heeft een inwendige weerstand van ongeveer 1 kΩ.
  1. a
    Hoeveel citroencellen heb je minstens nodig, in serie of parallel? Leg uit met de spanning.
    In serie tellen de spanningen op: 2 × 0,9 = 1,8 V is net de drempel, dus minstens drie (2,7 V). Parallel verhoogt alleen de stroom, niet de spanning.
  2. b
    Schat de stroom door de led als je drie cellen in serie zet (de led neemt 1,8 V). Brandt ze zichtbaar?
    Beschikbaar boven de led: over drie keer 1 kΩ: . Zwak: in het donker net zichtbaar. Met vier cellen: .
  3. c
    Teken het schakelschema met de cellen en de led, met de polariteit juist.
    Van plus naar min: koper (citroen 1) → zink / koper (citroen 2) → zink / koper (citroen 3) → zink; de led met haar anode aan het koper van de eerste citroen en haar kathode aan het laatste zink.
  4. d
    Hoe kan je de stroom vergroten zonder meer citroenen? Noem twee ideeën en test ze.
    Grotere plaatjes (meer oppervlak voor de reactie), de plaatjes dichter bij elkaar (minder weerstand), de citroen eerst kneden (meer sap), of per trap twee citroenen parallel (halve inwendige weerstand). Zink en koper vervangen door magnesium en koper verhoogt de spanning.
Zo wordt dit beoordeeld
SpanningCellen in serie tot boven 1,8 V: minstens drie.
StroomInwendige weerstanden in serie opgeteld; stroom met de wet van Ohm geschat.
SchemaCorrecte symbolen, zink = minpool, led in doorlaatrichting (anode aan de pluskant).
VerbeteringGrotere plaatjes, dichter bij elkaar, meer cellen parallel in elke tak; resultaat gemeten.