← Back to CoursesStemExpert
StemExpert
Fundamental · Werkboek · 18. De elektrische kring
StemExpert · Brecht Corbeel · schoolium.me
StemExpert
F18. De elektrische kring — werkboek
FFundamental · deel F5 · Elektriciteit

Werkboek · hoofdstuk 18De elektrische kring

Bron, verbruiker, draad en schakelaar: van zaklamp tot trappenhuis

Je begint met symbolen, geleiders en eenvoudige kringen lezen. Daarna test je stoffen in het labo, zoek je fouten in schema's, redeneer je over kortsluiting en zekeringen, en bouw je logica met schakelaars. In de uitdagingen teken je het schema van de meetkas (opdracht 18.12, voor je Habitat-portfolio), ontwerp je een alarm, onderzoek je water en bedien je een lamp van drie plaatsen.

5× oefenen6× toepassen4× uitdagen± 315 min0/15 gedaan
Een lampje, een batterij, twee draden en een schakelaar: de kleinste kring die iets doet.
Een lampje, een batterij, twee draden en een schakelaar: de kleinste kring die iets doet.
Hoe lees je een opdracht?
Drie tredenOefenen Toepassen Uitdagen

Elk hoofdstuk bouwt op: eerst oefenen (één stap, direct toepassen), dan toepassen (meerdere stappen, in een context), dan uitdagen (transfer, open problemen, andere leerlijnen erbij).

De StemExpert-schaal5

Eén moeilijkheidsschaal van 1 tot 9 over de drie niveaus heen: Fundamental loopt van 1 tot 4, Intermediate van 3 tot 7, Expert van 6 tot 9. Zo zie je dat de uitdaging van het ene niveau de oefening van het volgende is.

Oefenen

Oefenen

één stap, direct toepassen
18.1

Symbolen herkennen

Oefenen1Begrijpen8 min
Welk onderdeel stelt elk symbool voor?
1234M5678
Acht IEC-symbolen, genummerd van 1 tot 8.
  1. a
    Schrijf de naam van elk onderdeel.
    nronderdeelnronderdeel
    15
    26
    37
    48
  2. b
    Bij symbool 4: welke kant is de pluspool? Hoe zie je dat?
18.2

Geleider of isolator?

Oefenen1Begrijpen8 min
Deel in. Denk aan de proef uit het handboek.
  1. a
    Vul in: geleider, zwakke geleider of isolator.
    stofgeleider, zwakke geleider of isolator
    koperdraad
    pvc-mantel van een snoer
    potloodmine
    zout water
    droge lucht
    aluminiumfolie
    porselein
    kraanwater
  2. b
    Waarom is een snoer gemaakt uit twee verschillende soorten materiaal?
18.3

Van opstelling naar schema

Oefenen2Tekenen12 min
Een leerling bouwt een alarm met licht en geluid: een batterij, een schakelaar, een lamp en een zoemer.
4,5 V+−schakelaarlampzoemer
De opstelling, zoals ze op tafel ligt.
  1. a
    Teken het schakelschema met de juiste symbolen.
  2. b
    Wat gebeurt er met de lamp als de zoemer stukgaat (de kring door de zoemer is onderbroken)? Leg uit.
18.4

Brandt het lampje?

Oefenen2Begrijpen12 min
Zes kringen, telkens met één cel. Let op de standen van de schakelaars en op de knooppunten.
ABCDplasticEF
Zes kringen A tot F.
  1. a
    Vul de tabel in.
    kringbrandt het lampje (of de led)?waarom?
    A
    B
    C
    D
    E
    F
Hint
Volg de weg van de pluspool (lange streep) naar de minpool. Een draad met knooppunten aan beide kanten van een onderdeel is een weg om dat onderdeel heen.
18.5

Welke schakelaar?

Oefenen2Begrijpen8 min
Schakelaar, drukknop met maakcontact, drukknop met verbreekcontact of wisselschakelaar?
  1. a
    Vul in.
    toepassingsoort schakelaar
    (a) de deurbel
    (b) het licht in de klas
    (c) het lampje in de koelkast
    (d) de lamp boven de trap
    (e) een toets van een rekenmachine
    (f) een knop op een kast met een lampje dat uitgaat zolang de deur dicht is
Toepassen

Toepassen

meerdere stappen, in een context
18.6

Labo: de testkring

Toepassen3Labo40 min
Bouw de testkring uit het handboek en onderzoek minstens tien voorwerpen of stoffen uit je omgeving: ook dingen die je niet zeker weet, zoals een sleutel met een plastic kop, een blikje (met en zonder verf), een stuk krijt of een blad van een plant.
  1. a
    Teken het schema van je testkring.
  2. b
    Noteer je resultaten.
    voorwerpmateriaallampjeledgeleider?
  3. c
    Een blikje met verf: waar moet je de klemmen zetten om te zien of het metaal geleidt? Wat leer je daaruit over verf?
  4. d
    Welk besluit trek je? Welke stoffen geleiden, welke niet?
Zo wordt dit beoordeeld
SchemaBron, lampje (of led) en twee klemmen in één lus; correcte symbolen.
WerkwijzeKring eerst getest door de klemmen tegen elkaar te houden; lampje én led gebruikt bij twijfel.
ResultatenMinstens tien voorwerpen, met het materiaal erbij.
BesluitMetalen en grafiet geleiden; kunststof, glas, hout niet; verf en lak isoleren.
18.7

Foutenjacht in een schema

Toepassen3Analyseren15 min
Een leerling tekende het schema van een lamp en een motor die samen met één schakelaar aan en uit gaan. Er zitten vier fouten in.
bronS1F1lampMM1
Het schema van de leerling.
  1. a
    Zoek de vier fouten. Welke zijn tekenfouten, welke zorgen ervoor dat de kring niet werkt zoals bedoeld?
  2. b
    Teken het schema correct.
18.8

Kortsluiting!

Toepassen3Begrijpen15 min
Twee lampen L1 en L2 staan in serie. Over L2 hangt een drukknop D. A en B zijn twee punten op de draden bij de bron.
bronL1L2DAB
Twee lampen in serie, met een drukknop over L2.
  1. a
    D is niet ingedrukt. Welke lampen branden?
  2. b
    Je drukt op D. Wat gebeurt er met L1 en met L2? Leg uit.
  3. c
    Iemand legt een draad van A naar B. Wat gebeurt er? Waarom is dat gevaarlijk?
  4. d
    Waar zou jij een zekering in deze kring zetten?
18.9

Zekering: waar en waarom?

Toepassen3Begrijpen12 min
Voor de zekering van deze kring op 12 V zijn er drie voorstellen: plaats A, B of C.
12 VSLABC
Drie mogelijke plaatsen voor de zekering (gestreepte kaders).
  1. a
    Welke plaats is de beste? Leg uit.
  2. b
    Wat gebeurt er als je de zekering op plaats C zet? Werkt de lamp dan?
  3. c
    Op B werkt de zekering ook, maar minder goed. Geef een voorbeeld van een kortsluiting die ze op B niet zou opmerken.
  4. d
    De zekering is doorgebrand. Een klasgenoot wil er een stukje koperdraad in plaats van steken. Wat antwoord je?
18.10

EN, OF of allebei?

Toepassen3Analyseren15 min
In deze kring staat S1 in serie met twee schakelaars S2 en S3 die parallel staan.
S1S2S3lamp
Drie schakelaars en een lamp.
  1. a
    Vul de tabel in voor alle acht combinaties (0 = open, 1 = dicht).
    S1S2S3lamp aan?
    000
    001
    010
    011
    100
    101
    110
    111
  2. b
    Schrijf de regel in één zin met EN en OF.
  3. c
    Bedenk een toepassing: wat kunnen S1, S2 en S3 in het echt zijn?
18.11

De trappenhuisschakeling afwerken

Toepassen3Tekenen20 min
De onderdelen van een trappenhuisschakeling liggen klaar. De rode puntjes zijn de aansluitingen.
W1W2
Bron, W1, W2 en lamp, zonder draden.
  1. a
    Teken de draden, zodat je de lamp met W1 en met W2 kan bedienen.
  2. b
    Controleer je schema voor de vier standen.
    W1W2lamp
    bovenboven
    bovenonder
    onderboven
    onderonder
  3. c
    Een elektricien verbindt per ongeluk de bron met een uitgang van W1 in plaats van met het gemeenschappelijke contact. Wat merk je?
Uitdagen

Uitdagen

transfer, open problemen, leerlijnen combineren
18.12

Habitat: het schema van de meetkas uitbreiden

Uitdagen4Habitat40 min
Naast de ledstrip komt het waterpompje (12 V) op dezelfde voeding. Eisen: (1) één 12 V-voeding buiten de kas, met één hoofdzekering vlak na de pluspool; (2) de ledstrip heeft een eigen schakelaar; (3) het pompje draait alleen als de pompschakelaar dicht is én een vlotterschakelaar in het reservoir meldt dat er genoeg water is (een pomp die droog draait, gaat stuk); (4) een groene led met voorschakelweerstand brandt zolang de voeding aan staat; (5) ledstrip en pompje werken los van elkaar.
  1. a
    Teken het schakelschema. Geef elk onderdeel een naam (F1, S1, S2, ...).
  2. b
    Hoe zorg je ervoor dat ledstrip en pompje los van elkaar werken? Waar in het schema zie je dat?
  3. c
    Welke schakelaars vormen een EN? Wat gebeurt er als het reservoir leeg raakt terwijl de pomp draait?
  4. d
    Noteer in je portfolio: waarom staat de hoofdzekering vóór de eerste splitsing?
Zo wordt dit beoordeeld
Symbolen en tekenregelsIEC-symbolen, rechte draden, knooppunten bij elke splitsing, namen bij de onderdelen.
VeiligheidVoeding buiten de kas; hoofdzekering vlak na de pluspool, vóór de eerste splitsing.
LogicaPompschakelaar en vlotterschakelaar in serie met het pompje (EN); ledstrip en pompje elk in een eigen tak.
StatuslampjeLed met voorschakelweerstand in een eigen tak na de hoofdzekering, zonder schakelaar.
18.13

Ontwerp: een alarm voor een doos

Uitdagen4Ontwerpen40 min
Je wil weten of iemand een doos opent. Een zoemer moet klinken zolang het deksel open is. Je hebt een batterij, een zoemer, een schakelaar en een drukknop (maak- of verbreekcontact, naar keuze). Het alarm moet ook uitgezet kunnen worden, zodat jij de doos kan openen zonder lawaai.
  1. a
    Welke drukknop kies je, en hoe plaats je hem zodat het deksel hem indrukt? Leg uit.
  2. b
    Teken het schakelschema.
  3. c
    Maak een tabel van alle standen (schakelaar open/dicht, deksel open/dicht) en wat de zoemer doet.
    schakelaardekselzoemer
  4. d
    Bouw het alarm en test het. Wat zou je verbeteren?
Zo wordt dit beoordeeld
Keuze drukknopVerbreekcontact dat door het gesloten deksel ingedrukt wordt, met uitleg.
SchemaBatterij, schakelaar, drukknop en zoemer in één lus (EN), correcte symbolen.
TabelVier standen, alleen 'schakelaar dicht én deksel open' geeft geluid.
Test en verbeteringWerkend alarm; realistische verbetering (bv. lampje erbij, knop verstoppen, batterij sparen).
18.14

Onderzoek: welk water geleidt het best?

Uitdagen4Onderzoeken45 min
In de proef geleidde zout water beter dan kraanwater. Hangt de geleiding af van hoeveel zout er in het water zit? Gebruik de testkring met de led, of vraag je docent een multimeter in te stellen die de stroom meet (hoofdstuk 19).
  1. a
    Formuleer een onderzoeksvraag en een hypothese.
  2. b
    Welke variabele verander je, wat meet je, en wat hou je gelijk? Noem er minstens drie die je gelijk houdt.
  3. c
    Maak oplossingen van 0, 5, 10, 20 en 40 g zout per liter (hoofdstuk 8) en meet.
    zout (g/L)led (helderheid) of stroom (mA)
  4. d
    Formuleer een besluit. Test daarna suikerwater met 40 g suiker per liter. Wat valt op?
18.15

Een lamp van drie plaatsen

Uitdagen4Tekenen25 min
Een lange gang heeft drie deuren. Aan elke deur wil je dezelfde lamp kunnen aan- en uitzetten. Je hebt twee wisselschakelaars en één kruisschakelaar. Een kruisschakelaar heeft vier aansluitingen: in stand 1 verbindt hij de draden rechtdoor, in stand 2 kruist hij ze.
stand 1: rechtdoorstand 2: gekruist
De twee standen van een kruisschakelaar.
  1. a
    Teken het schema: waar komt de kruisschakelaar?
  2. b
    Hoeveel standen heeft de schakeling in totaal? Ga er vier na, en leg uit waarom elke schakelaar de lamp omzet.
  3. c
    Hoeveel kruisschakelaars heb je nodig voor een lamp die je van vijf plaatsen wil bedienen?
ZelfevaluatieKleur per doel: lukt al / bijna / nog niet