Van grondstof tot afval en terug: rekenen aan de voetafdruk van wat je maakt
Uitgewerkte oplossingen bij de 16 opdrachten van het werkboek. Voor de leerkracht, en voor wie zichzelf wil verbeteren nadat hij het eerst zelf probeerde.
Grondstof, onderdeel, herstel en een nieuw begin: elke fase van een product telt mee.
Voor de leerkrachtDeze pagina bevat de antwoorden. Druk het werkboek af zonder deze pagina.
Oefenen
Oefenen
één stap, direct toepassen
38.1
De levensloop van een groeilamp
Oefenen3Begrijpen10 min
Een groeilamp van 95 W voor de klimaatmodule.
a
Zet elk proces in de juiste fase (grondstof, materiaal, product maken, transport, gebruik, einde): bauxiet delven; ledchips maken; de armatuur monteren; per schip naar Antwerpen; 16 uur per dag branden; het stof van de lens vegen; de printplaat naar een recyclagebedrijf; het aluminium koellichaam omsmelten.
Grondstof: bauxiet delven. Materiaal: ledchips maken (ook: aluminium maken). Product maken: de armatuur monteren. Transport: per schip. Gebruik: 16 uur per dag branden, stof van de lens vegen (onderhoud). Einde: de printplaat naar een recyclagebedrijf, het koellichaam omsmelten (dat is ook het begin van een nieuw materiaal).
b
In welke fase verwacht je de grootste uitstoot? Leg uit met een getal.
Het gebruik: 95⋅16⋅365=555kWh per jaar, met 0,15 kg per kWh ±83 kg CO₂-eq per jaar, tegenover ±50 kg voor het maken van de hele armatuur.
38.2
Omrekenen naar CO₂-equivalent
Oefenen3Rekenen12 min
Gebruik de GWP-waarden van het handboek (CH₄ niet-fossiel 27, fossiel 29,8, N₂O 273, HFK-134a 1530).
a
Een koe stoot ongeveer 100 kg methaan per jaar uit. Hoeveel CO₂-eq?
100⋅27=2700kg CO₂-eq, 2,7 ton.
b
Bij een aardgasleiding lekt 2 kg methaan. Hoeveel CO₂-eq? Waarom een ander GWP dan bij de koe?
2⋅29,8=59,6kg. Fossiel methaan wordt in de lucht omgezet in CO₂ die er vroeger niet was; bij de koe komt die koolstof uit gras dat ze net at: dat deel telt niet mee.
c
Een akker krijgt kunstmest en stoot daardoor 1,5 kg lachgas per hectare per jaar uit. Hoeveel CO₂-eq per hectare?
1,5⋅273=410kg CO₂-eq per hectare.
d
Welke is meer: 1 kg HFK-134a of 1 ton CO₂?
1 kg HFK-134a = 1530 kg CO₂-eq, dus meer dan 1 ton CO₂.
38.3
Welke functionele eenheid?
Oefenen3Begrijpen10 min
Een eerlijke vergelijking begint met de dienst die het product levert.
a
Kies een eerlijke functionele eenheid voor: (a) ledlamp tegenover gloeilamp; (b) een katoenen tegenover een papieren tas; (c) LiFePO4 tegenover lood-zuur voor de module; (d) sla uit de module tegenover sla van het veld.
(a) Een hoeveelheid licht, bv. 1000 lumen gedurende 10 000 uur. (b) Eén keer boodschappen doen (een bepaalde hoeveelheid dragen). (c) 1,3 kWh per nacht leveren, 15 jaar lang. (d) Eén kg eetbare sla op het bord (inclusief transport en verlies).
b
Waarom is 'per kg product' voor (a) en (c) een slechte keuze?
Een zware lamp of batterij is niet slechter per se: ze kan veel langer meegaan of zuiniger zijn. Je vergelijkt de dienst, niet het gewicht.
38.4
Welke trede van de R-ladder?
Oefenen3Begrijpen10 min
Plaats elke actie op de R-ladder (R0 weigeren tot R9 terugwinnen).
a
(a) Een kapotte pomp krijgt een nieuwe waaier. (b) Oude PETG-prints worden gemalen tot nieuw filament. (c) Het kweekrek wordt ontworpen met 20 % minder profiel. (d) De oude lampen van de module gaan naar de meetkas. (e) Plantenresten gaan naar een vergister. (f) Je beslist dat de regelkast geen display nodig heeft. (g) Een batterijpakket krijgt nieuwe cellen. (h) Een oude laadkar wordt een kweekbak.
(a) R4 herstellen. (b) R8 recycleren. (c) R2 verminderen. (d) R3 hergebruiken (zelfde functie, andere plaats) of R7 herbestemmen als ze een andere taak krijgen. (e) R9 terugwinnen (energie uit biogas). (f) R0 weigeren. (g) R6 herfabriceren. (h) R7 herbestemmen.
38.5
Hoeveel aardes?
Oefenen4Rekenen12 min
De aarde heeft ±1,5 gha per mens. Het aantal aardes = voetafdruk per persoon / 1,5 gha.
a
Bereken het aantal aardes bij een voetafdruk van 2,6 gha (wereld), 6,0 gha (België) en 1,2 gha.
Ongeveer 60 % van de voetafdruk is koolstof. Hoeveel aardes blijven er over voor een Belg als die koolstof helemaal wegvalt?
0,40⋅6,0=2,4gha: 2,4/1,5=1,6 aardes. Ook zonder CO₂ gebruiken we meer dan er is (voedsel, hout, vezels).
c
Waarom daalt de voetafdruk van een land als het meer bos plant, ook al verandert de levensstijl niet?
Strikt genomen daalt de voetafdruk niet, maar stijgt de biocapaciteit (het land dat CO₂ opneemt). De balans verbetert; de voetafdruk per persoon blijft dezelfde.
Toepassen
Toepassen
meerdere stappen, in een context
38.6
LCA van de sensorhouder
Toepassen5Rekenen20 min
De sensorhouder SH-1 van de meetkas (F32): 3,4 cm³, 19 minuten printen. Vergelijk PLA en PETG over 10 jaar buiten op het terras, waar PLA na ongeveer 2 jaar vervangen moet worden en PETG 10 jaar meegaat.
a
Bereken per materiaal: aantal stuks, kg CO₂-eq voor materiaal en printen (gebruik de rekenwaarden; laat het einde weg).
PLA: 5 stuks; massa 3,4⋅1,24=4,2g; materiaal 5⋅0,0042⋅5,76=0,121kg; printen 5⋅(19/60)h⋅0,10⋅0,15=0,024kg; samen 0,145 kg. PETG: 1 stuk, 4,3g: 0,0043⋅5,85=0,025 plus 0,005: 0,030 kg.
b
Hoeveel sensorhouders in PETG kan je printen voor de CO₂ die de lampen van de module in één dag kosten (3,04 kWh, 0,15 kg per kWh)?
Eén dag lampen: 3,04⋅0,15=0,456kg. Dat is 0,456/0,030≈15 sensorhouders in PETG.
c
Wat is hier de belangrijkste les voor een ontwerper?
Voor kleine geprinte delen telt vooral hoe lang ze meegaan (en of je ze niet te veel opnieuw print); op het niveau van de module zijn ze geen hotspot.
38.7
Lamp A of lamp B?
Toepassen5Rekenen20 min
In hoofdstuk 4 vergeleek je lamp A (150 W, € 45) en lamp B (95 W, € 120), met dezelfde lichtopbrengst, op kosten. Nu op CO₂. Beide armaturen: ±50 kg CO₂-eq om te maken, 8 jaar levensduur. 16 uur per dag; stroom 0,15 kg CO₂-eq per kWh.
Opgeteld CO₂ van één lamp over de jaren; na 8 jaar komt er een nieuwe armatuur bij.
a
Bereken de stroom per jaar en de CO₂ per jaar van elke lamp.
A: 150⋅16⋅365=876kWh, 131kg CO₂-eq per jaar. B: 555kWh, 83kg per jaar. Verschil 48 kg per jaar.
b
Je hebt lamp A al en hij werkt nog. Na hoeveel dagen heeft een nieuwe lamp B de 50 kg van haar productie terugverdiend? Welke situatie toont de grafiek?
B extra maken kost 50 kg; B spaart 321kWh⋅0,15=48kg per jaar, of 0,132 kg per dag: 50/0,132≈380 dagen, iets meer dan een jaar. De grafiek toont een andere situatie: je koopt hoe dan ook een nieuwe lamp. Dan kosten beide evenveel om te maken en wint B vanaf de eerste dag.
c
Stel dat de module haar lampen volledig op eigen zonnestroom laat branden. Is de CO₂-winst van lamp B dan nul? Leg uit.
Nee. Zuiniger licht vraagt minder panelen en minder batterijcapaciteit (93 % van het budget gaat naar de lampen), en minder netstroom in de winter. De winst verschuift van de stroomfactuur naar de productie van panelen en batterijen, maar ze blijft.
38.8
Een matrix voor het reservoir
Toepassen5Analyseren20 min
Het reservoir van 60 L kan uit PE (gespoten bak), roestvrij staal of glasvezelversterkt polyester. Criteria en gewichten: CO₂ over 15 jaar 30 %, voedselveilig en lichtdicht 30 %, herstelbaar 15 %, einde (recycleerbaar) 15 %, kost 10 %. Scores (1 tot 5): PE 4, 4, 2, 4, 5; RVS 2, 5, 4, 5, 2; polyester 3, 3, 3, 1, 3.
a
Bereken de gewogen scores. Welke optie wint?
PE: 0,3⋅4+0,3⋅4+0,15⋅2+0,15⋅4+0,1⋅5=3,80. RVS: 0,6+1,5+0,6+0,75+0,2=3,65. Polyester: 0,9+0,9+0,45+0,15+0,3=2,70. PE wint, nipt voor RVS.
b
Vanaf welk gewicht voor 'herstelbaar' (in plaats van 15 %, de andere schalen mee) wint RVS? Probeer 25 % en 35 %.
Bij 25 % herstel schalen de andere vier gewichten met 75/85: PE =0,25⋅2+(75/85)(1,2+1,2+0,6+0,5)=0,5+3,088=3,59; RVS =1,0+(75/85)(0,6+1,5+0,75+0,2)=1,0+2,691=3,69: RVS wint al. Bij 35 % nog duidelijker (PE 3,38, RVS 3,73). Het omslagpunt ligt rond 21 %: de keuze is gevoelig.
c
Welke score zou je willen onderbouwen met een meting of een bron, en hoe?
Bijvoorbeeld de CO₂-score: met de massa's (een PE-bak van ±4 kg, RVS van ±9 kg) en de rekenwaarden. Of 'lichtdicht': een lamp in de bak en meten met de lichtsensor.
38.9
Python: transport erbij
Toepassen6Programmeren30 min
Het station ligt later op een afgelegen plek (F1). Batterijen komen per vrachtwagen (800 km, 0,10 kg CO₂-eq per ton·km) en per schip (12 000 km, 0,015 kg CO₂-eq per ton·km); wat op is, gaat dezelfde weg terug. Breid batterij() uit lca.py uit met transport.
a
Schrijf een functie transport(massa_kg, km_weg, km_schip) die kg CO₂-eq geeft voor heen en terug, en tel ze op bij de batterijen.
def transport(massa_kg, km_weg=800, km_schip=12000):
ton = massa_kg / 1000
heen = ton * (km_weg * 0.10 + km_schip * 0.015)
return 2 * heen # heen met het nieuwe, terug met het oude
for naam, r in (("LiFePO4", lfp), ("lood-zuur", lood)):
t = transport(r["massa"])
print(naam, round(t), "kg transport,", round(r["productie"] + r["verlies"] + t), "kg samen")
b
Hoeveel CO₂ kost het transport van alle pakketten over 15 jaar voor LiFePO4 en voor lood-zuur? Verandert de conclusie?
Per ton: 800⋅0,10+12000⋅0,015=80+180=260kg, heen en terug 520 kg. LiFePO4: 56 kg batterijen: 0,056⋅520=29kg. Lood-zuur: 1518 kg: 1,518⋅520=789kg. De conclusie verandert niet, ze wordt sterker: het transport van de loodbatterijen alleen (789 kg) is al meer dan de hele rekening van LiFePO4 met transport erbij (670+29=699kg).
38.10
De demontage van de ventilator
Toepassen5Analyseren20 min
Om de ventilator van de klimaatmodule (D11) te vervangen, zijn nu deze stappen nodig: (1) zekering uit; (2) vier schroeven van het rooster (torx T10); (3) rooster eraf, maar het zit vast met siliconenkit; (4) de ventilator zit met vier blindklinknagels in de wand; (5) de draden zijn aan de ventilator gesoldeerd, met krimpkous; (6) de nieuwe ventilator vastklinken, solderen, kit aanbrengen, 24 uur laten drogen.
a
Welke stappen maken herstel moeilijk? Waarom?
Stap 3 (kit: moet losgesneden en opnieuw aangebracht worden, 24 uur drogen), stap 4 (blindklinknagels: uitboren, nieuwe nagels en een tang nodig), stap 5 (solderen: soldeerbout nodig, en de kabel wordt telkens korter). Torx T10 is geen probleem als dat het enige gereedschap is.
b
Herontwerp de bevestiging zodat het vervangen in hoogstens vier stappen en zonder speciaal gereedschap kan. Schets.
Bijvoorbeeld: de ventilator zit in een geprint kader (PETG) met twee klikvingers; het kader zit in een wandplaat met een rubberen dichtingsrand; een stekker in de kabel. Stappen: zekering uit, kader uitklikken, stekker los, nieuw kader erin.
c
Blijft de module even dicht (tocht, vocht) na je herontwerp? Hoe los je dat op?
Met een samengedrukte rubberen dichting (EPDM) tussen kader en wandplaat, in plaats van kit: ze dicht af en kan telkens opnieuw gebruikt worden (en vervangen als ze verhard is).
38.11
Tasjes vergelijken met een grafiek
Toepassen5Analyseren15 min
Gebruik de grafiek met de draagtasjes uit het handboek (logaritmische assen).
CO₂ per keer boodschappen, relatief tegenover een HDPE-tasje dat één keer gebruikt wordt.
a
Hoeveel keer zoveel CO₂ kost het maken van een katoenen tas als een HDPE-tasje? Lees af bij 1 keer gebruik.
131 keer (katoen begint bij 131 als je ze één keer gebruikt).
b
Een katoenen tas gaat 3 jaar mee, en je doet elke week boodschappen. Is ze dan beter dan telkens een nieuw HDPE-tasje?
3⋅52=156 keer: meer dan 131, dus per keer lager (131/156 = 0,84 van een HDPE-tasje). Maar nipt: een katoenen tas die je na een jaar kwijt bent, is slechter.
c
Waarom zijn de lijnen van papier, PP en katoen recht op deze grafiek, terwijl de CO₂ per keer eigenlijk een hyperbool is?
CO₂ per keer =C/k: op twee logaritmische assen wordt log(C/k)=logC−logk een rechte met helling −1 (hoofdstuk 5).
Uitdagen
Uitdagen
transfer, open problemen, leerlijnen combineren
38.12
Greenwashing ontmaskeren
Uitdagen6Argumenteren25 min
Drie claims op producten in een webwinkel: (A) een rol filament: 'Eco-filament, 100 % biologisch afbreekbaar, goed voor de planeet'; (B) een tuinlamp op zonne-energie: 'CO₂-neutraal: we planten een boom voor elke verkochte lamp'; (C) een draagtas: 'gemaakt van 70 % gerecycleerd PET, recycleerbaar'.
a
Bespreek elke claim met de vijf vragen van het handboek. Wat is vaag, wat ontbreekt, wat is misleidend?
(A) Vaag ('eco', 'goed voor de planeet'); 'biologisch afbreekbaar' geldt voor PLA alleen in een industriële composteerinstallatie (EN 13432, hoofdstuk 17), niet in de natuur; niets over de uitstoot van het maken of over wat er met prints gebeurt. (B) Neutraal door compensatie: een boom neemt pas over tientallen jaren CO₂ op, en niemand controleert of hij blijft staan; de claim zegt niets over de lamp zelf. (C) Het beste van de drie: een concreet getal (70 %), maar 'recycleerbaar' zegt niet of de tas in de praktijk gerecycleerd wordt, en er staat niet bij wie het gecontroleerd heeft.
b
Herschrijf één claim zo dat ze eerlijk en controleerbaar wordt.
Bijvoorbeeld: 'Draagtas: 70 % van het PET is gerecycleerd (gecontroleerd door ..., certificaat nr. ...). Gebruik ze zo vaak mogelijk: een herbruikbare tas moet vele keren mee voor ze minder CO₂ kost dan telkens een wegwerptasje. Versleten? Vraag bij je gemeente of recyclagepark hoe je ze sorteert.' Elke bewering is nu concreet en na te gaan; het woord 'recycleerbaar' zonder meer is weg.
c
Welke claims zijn sinds 27 september 2026 in de EU niet meer toegelaten, en waarom?
A en B: vage algemene claims ('eco', 'goed voor de planeet') zonder bewijs, en klimaatneutraliteit die alleen op compensatie steunt, zijn verboden door richtlijn (EU) 2024/825. C mag, als het getal klopt en gecontroleerd is.
38.13
Onderzoek: de herstelbaarheid van twee toestellen
Uitdagen6Onderzoeken100 min
Voer de demontageproef van het handboek uit op twee toestellen met dezelfde functie (bv. twee oude handmixers, twee muizen, twee speelgoedauto's van verschillende merken).
a
Formuleer een onderzoeksvraag en een hypothese.
Bv. 'Welk van de twee mixers kan je sneller tot bij de motor demonteren?' Hypothese: het duurdere merk, want het heeft schroeven in plaats van klikken.
b
Noteer per toestel de stappen tot het slijtdeel.
Typisch: 4 tot 12 stappen; klikken die met een spudger los moeten, schroeven onder rubberen voetjes of stickers, soms lijm rond de motor.
c
Geef beide toestellen een score op de vijf criteria en sorteer de materialen (massa per groep).
Een toestel met schroeven van één soort en een motor met stekker scoort 8 à 10; een verlijmd toestel 2 à 4. Materialen: vaak ABS of PP voor de behuizing, koper en staal in de motor.
d
Besluit: welk toestel is beter herstelbaar, en welke twee ontwerpkeuzes maakten het verschil?
Het besluit noemt de oorzaken (lijm, soldeer, verborgen schroeven, klikken die breken) en stelt verbeteringen voor zoals in het handboek.
Zo wordt dit beoordeeld
Methode
Slijtdeel vooraf gekozen, elke stap genoteerd met verbinding, gereedschap en tijd, foto's.
Veiligheid
Toestellen vooraf gecontroleerd (geen batterij, geen condensatoren, geen stekker).
Analyse
Scores onderbouwd met de genoteerde stappen; materialen gewogen en herkend.
Besluit
Antwoord op de vraag, met concrete ontwerpkeuzes en een verbetervoorstel.
38.14
Ontwerp: de pompunit voor herstel
Uitdagen6Ontwerpen90 min
Ontwerp de pompunit van de klimaatmodule (pomp 12 V, 1,0 A, slang 16 mm, vlotter op D2) zo dat een bewoner de pomp in minder dan 5 minuten vervangt, zonder gereedschap, en dat alle kunststof delen aan het einde gescheiden en gerecycleerd kunnen worden.
a
Stel een klein programma van eisen op (minstens vijf eisen, meetbaar).
Bv. M1 vervangen in ≤ 5 min; M2 zonder gereedschap; M3 ≤ 4 stappen; M4 waterdicht waar kabel en slang de unit verlaten; M5 elk kunststof deel met code, één materiaal per deel; W1 vervangpomp kost ≤ € 25.
b
Schets je ontwerp (explosietekening of doorsnede) met de verbindingen.
Bv. een geprinte PETG-plaat met de pomp in een klemring, twee geleiders in het reservoir, klikvingers (hoofdstuk 37), snelkoppeling (push-fit) op de slang, waterdichte stekker (IP67) in de kabel.
c
Schrijf de demontagestappen en tel ze. Welke materialen gebruik je en hoe herken je ze later?
Zekering uit; unit uittillen (klikt los); snelkoppeling en stekker los; nieuwe unit erin en test: 4 stappen. Materialen: PETG (code 7 of 'PETG' in de print), messing van de koppeling, pomp als module naar het recyclagepark.
d
Vergelijk met versie 1 van het handboek: wat kost je ontwerp extra (materiaal, prijs), en wat levert het op?
Extra: een geprinte plaat (±50 g PETG, ±0,3 kg CO₂-eq), een snelkoppeling en een stekker (±€ 15). Winst: 4 in plaats van 40 minuten, geen lijm, geen soldeer, en de pomp kan als geheel hersteld of gerecycleerd worden.
Zo wordt dit beoordeeld
Eisen
Meetbaar (tijd, gereedschap, stappen, materialen), gekoppeld aan de module.
Ontwerp
Losneembare verbindingen, slijtdeel vooraan, waterdicht waar het moet.
Circulair
Materialen gekozen en gemarkeerd; geen lijm tussen verschillende materialen.
Afweging
Extra kost of materiaal eerlijk vergeleken met de winst in herstel.
38.15
Habitat: een duurzaamheidsbeslissing voor de klimaatmodule
Uitdagen7Habitat90 min
Met de doorlichting van het handboek (±164 kg CO₂-eq per jaar) kiest de groep twee maatregelen. Kandidaten (rekenwaarden): (M1) de lampen nu vervangen door lampen C van 3,3 µmol/J in plaats van 3,0: zelfde licht met 9 % minder stroom; nieuwe armaturen 2 × 50 kg CO₂-eq en 2 × € 420; (M2) dezelfde lampen C, maar pas als de huidige na 8 jaar op zijn; (M3) een nachtscherm: het warmteverlies daalt van 20,2 naar 16,3 W/K, gemiddeld 10 °C verschil, 12 uur per nacht, 180 nachten, warmte via een warmtepomp met COP 3, € 60 en ±5 kg CO₂-eq; (M4) het kweekrek in hout in plaats van aluminium (zie handboek); (M5) alle geprinte delen (±1 kg PETG) in gerecycleerd PETG.
a
Bereken voor elke maatregel de CO₂-winst per jaar (en het eenmalige CO₂ van het maken).
M1: 2⋅95⋅(1−3,0/3,3)⋅16⋅365=101kWh per jaar, 15kg per jaar, maar 100 kg eenmalig en de oude lampen worden te vroeg afgedankt: terugverdiend na ±7 jaar. M2: dezelfde winst vanaf jaar 8, zonder extra armaturen (die moest je toch kopen). M3: 3,9⋅10⋅12⋅180/1000=84kWh warmte, 84/3=28kWh stroom, 4,2kg per jaar; 5 kg eenmalig. M4: 79−11≈68kg over 15 jaar, ±4,5 kg per jaar, maar een hygiënerisico. M5: (5,85−2,55)⋅1=3,3kg eenmalig: verwaarloosbaar.
b
Maak een kleine keuzematrix (criteria en gewichten mag je zelf kiezen, minstens CO₂, kost en risico).
Bv. CO₂ per jaar 40 %, kost 30 %, risico (hygiëne, betrouwbaarheid) 30 %. M2 en M3 scoren het best: weinig kost, weinig risico, echte winst.
c
Neem een beslissing: welke twee maatregelen, en waarom niet de andere? Denk aan de R-ladder.
Bv. 'We plaatsen nu een nachtscherm (M3) en kopen lampen C als de huidige na 8 jaar op zijn (M2). M1 niet: nieuwe armaturen maken kost 100 kg en de oude lampen werken nog (R-ladder: langer gebruiken). M4 niet: de hygiëne weegt zwaarder dan ±4 kg per jaar. M5 wel voor nieuwe prints, maar het verandert weinig.'
d
Noteer de beslissing in je portfolio, met de rekenwaarden en hun onzekerheid.
In het portfolio: de twee maatregelen, de winst per jaar (±19 kg samen), de rekenwaarden (0,15 kg per kWh, COP 3) en de opmerking dat het overschot van de zomer niet meegeteld is.
Zo wordt dit beoordeeld
Berekening
Winst per jaar en eenmalig CO₂ correct, eenheden en rekenwaarden vermeld.
Afweging
Matrix met gewichten vooraf, scores onderbouwd, gevoeligheid besproken.
Circulair denken
Rekening gehouden met de R-ladder: niet vervangen wat nog werkt, levensduur, einde.
Beslissing
Twee maatregelen gekozen met een duidelijk argument; onzekerheid en systeemgrens benoemd.
38.16
Debat: is recycleren de oplossing?
Uitdagen5Argumenteren20 min
Stelling: 'Zolang we alles recycleren, mogen we zoveel producten maken als we willen.'
a
Geef twee argumenten voor en drie tegen, met een voorbeeld of getal uit dit hoofdstuk of hoofdstuk 17.
Voor: recycleren van aluminium kost maar ±5 % van de energie van primair aluminium (0,3 tegenover 6,6 tot 15 kg CO₂ per kg); lood-zuurbatterijen worden bijna volledig gerecycleerd. Tegen: kunststof verliest kwaliteit bij elke smeltbeurt (hoofdstuk 17), mengsels en composieten zijn niet te recycleren, en recyclage kost nog altijd energie en transport; bovendien wordt maar een deel echt ingezameld; en de R-ladder zet minder, langer en herstellen hoger.
b
Herschrijf de stelling zo dat je ze kan verdedigen.
Bv. 'Recycleren is nodig, maar het komt pas na minder maken, langer gebruiken en herstellen.'