Van Q en K naar buffers die een eindige verstoring opvangen
Uitgewerkte oplossingen bij de 12 opdrachten van het werkboek. Voor de leerkracht, en voor wie zichzelf wil verbeteren nadat hij het eerst zelf probeerde.
Een buffer wordt eerst buiten de voedingsinstallatie op capaciteit en compatibiliteit getoetst.
Voor de leerkrachtDeze pagina bevat de antwoorden. Druk het werkboek af zonder deze pagina.
Oefenen
Oefenen
één stap, direct toepassen
26.1
Dynamisch of stilstaand?
Oefenen6Begrijpen25 min
In een gesloten vat veranderen [A] en [B] niet meer bij A⇌B.
a
Wat kun je zeggen over heen- en terugreactie; betekent het dat alle A op is?
Bij chemisch evenwicht zijn de twee snelheden gelijk, doorgaans beide niet nul. Netto samenstelling verandert niet. A hoeft niet op te zijn. Een waargenomen constante samenstelling alleen kan ook kinetische stilstand zijn; aantonen van uitwisseling of respons op een verstoring ondersteunt dynamisch evenwicht.
26.2
Q en K vergelijken
Oefenen6Rekenen25 min
A⇌B; K=4; [A]=0,20 en [B]=0,40 mol/L, ideaal.
a
Bereken Q en de richting van netto omzetting.
Q=[B]/[A]=2
26.3
Zuurconstantelogaritme
Oefenen6Rekenen25 min
Ka=2,0·10⁻⁶; [H]=3,0·10⁻⁶ mol/L, ideaal bij 25 °C.
a
Bereken pKa en pH en leg hun verschillende rollen uit.
pKa=−log10(2,0·10⁻⁶)=5,6990. pH=−log10(3,0·10⁻⁶)=5,5229. pKa hoort bij het zuur en condities; pH bij deze oplossing. Eén zuur kan afhankelijk van concentratie/zout heel verschillende pH geven.
26.4
Een oplosbaarheidswortel
Oefenen6Rekenen25 min
MX(s)⇌M⁺+X⁻; Ksp=4,0·10⁻¹², geen overige reacties/ionen.
a
Bereken s in zuiver water en het ionproduct bij [M]=[X]=10⁻⁵ mol/L.
s=√Ksp=2,0·10⁻⁶ mol/L. Qsp=10⁻¹⁰>Ksp, dus thermodynamisch oververzadigd. Een eventuele vaste fase en kiemvormingskinetiek bepalen of onmiddellijk zichtbare neerslag ontstaat.
Toepassen
Toepassen
meerdere stappen, in een context
26.5
Zwak zuur exact en benaderd
Toepassen7Rekenen25 min
CT=0,010 mol/L; Ka=10⁻⁴; waterbijdrage klein.
a
Bereken h met de kwadratische vergelijking en met √(KaCT); beoordeel de benadering.
Exact h=(−10⁻⁴+√(10⁻⁸+4·10⁻⁶))/2=0,000951249 mol/L; pH=3,02171. Benadering h=0,001 geeft pH 3,000 en een 5,125 % hogere h. Omzetting is 9,512 % en niet meer klein tegenover CT; exact rekenen verdient de voorkeur.
26.6
Buffer na een basestap
Toepassen7Rekenen25 min
pKa=5,00; HA=0,030 mol en A=0,010 mol in 1 L; voeg 0,005 mol OH⁻ toe, volume-effect verwaarloosbaar.
a
Bereken pH vóór en na; verklaar welke voorraad kleiner wordt.
Voor pH=5+log10(0,010/0,030)=4,52288. OH⁻ gebruikt HA: HA=0,025 mol en A=0,015. Na pH=5+log10(0,015/0,025)=4,77815; stijging 0,25527. De zuurvoorraad daalt en de basische vorm groeit. Vrij h/water is verwaarloosd tegenover de voorraden.
26.7
Gemeenschappelijk ion
Toepassen7Rekenen25 min
AgCl-model Ksp=1,8·10⁻¹⁰; oplossing heeft 0,010 mol/L Cl⁻, geen complexen verondersteld.
a
Bereken vrij Ag⁺ bij verzadiging en vergelijk met zuiver water; noem een modelbeperking.
[Ag]=Ksp/[Cl]=1,8·10⁻⁸ mol/L versus 1,34164·10⁻⁵ in zuiver water: factor 745,356 lager. Dit is vrije-ionenoplosbaarheid onder de aannames. In een werkelijke chlorideoplossing kunnen zilverchloridecomplexen en activiteit totale oplosbaarheid veranderen; gebruik hiervoor een uitgebreider model.
26.8
Temperatuur en snelheid
Toepassen7Analyseren25 min
Voorwaartse reactie is exotherm; hogere T versnelt beide richtingen.
a
Leg uit waarom sneller reageren niet noodzakelijk een hoger evenwichtsproductgehalte geeft.
De k-waarden bepalen de tijdschaal; K bepaalt de samenstelling. Voor exotherme heenreactie kan K bij hogere T dalen volgens Van 't Hoff, terwijl beide k-waarden groeien. Het systeem bereikt dan sneller een evenwicht met relatief minder product. Vermeld het temperatuurgebied en de ongeveer constante ΔH-aanname.
Uitdagen
Uitdagen
transfer, open problemen, leerlijnen combineren
26.9
Bufferberekening uitbreiden met verdunning
Uitdagen9Programmeren60 min
Gebruik het pKa = 6,10-model; voeg zuur/base als een eindig vloeistofvolume toe.
a
Pas CT en sterke-ionenbalans aan; controleer de nulvolumegrens en vergelijk met Henderson.
Bewaar eerst mol buffer=CT0V0 en netto sterke lading=csterk,0V0. Na toevoegen van Va met Ca zuur is V=V0+Va, CT=molbuffer/V en csterk=(csterk,0V0−CaVa)/V. Roep ph aan. Voor Va→0 reproduceer startpH; bij kleine doses en ruime dubbele voorraad benadert Henderson dit. Bij uitputting/sterke verdunning moet water mee. Geef de doseeroplossing een expliciet teken en eenheid; base werkt met +CbVb.
Zo wordt dit beoordeeld
Chemie
Massabalans, lading en vrije soorten consistent; verdunning en activiteit aangegeven.
Ontwerp
Capaciteit, nutrientcompatibiliteit, neerslag en biologische effecten getoetst.
Bewijs
Geijkte metingen, blanco/replicaten en klein geïsoleerd testvolume vóór stationgebruik.
26.10
Twee concentraten kunnen een helder reservoir geven
Uitdagen9Ontwerpen65 min
Calcium- en fosfaatvoeding wordt 100× geconcentreerd opgeslagen.
a
Ontwerp meng- en controleproeven die lokale neerslag onderscheiden van een foute pH-meting.
Maak afzonderlijke kleine concentraten met bekende samenstelling; houd calcium en fosfaat/sulfaat gescheiden, verdun elk eerst in voldoende water volgens recept. Vergelijk juiste volgorde met een docentuitgevoerde microschaalcontrole, geen installatieproef. Meet temperatuur, geijkte pH, EC, troebelheid en beschikbare mineralen; analyseer vrije speciatie/complexen vóór een Kspclaim. Een tijdelijke lokale hoge ionsterkte kan neerslag kiemen ook als het eindmengsel op papier minder verzadigd lijkt.
Zo wordt dit beoordeeld
Chemie
Massabalans, lading en vrije soorten consistent; verdunning en activiteit aangegeven.
Ontwerp
Capaciteit, nutrientcompatibiliteit, neerslag en biologische effecten getoetst.
Bewijs
Geijkte metingen, blanco/replicaten en klein geïsoleerd testvolume vóór stationgebruik.
26.11
Habitat: buffer selecteren en begrenzen
Uitdagen9Habitat90 min
pH-doel 5,8, grenzen 5,5/6,5; rekenkandidaat 2 mmol/L, pKa = 6,10; 56 L als schaalvoorbeeld.
a
Bereken met de code de bufferbelasting naar beide grenzen en vergelijk met het i15-zuurvoorbeeld.
Gebruik de volledige ladingsbalans bij h=10⁻⁵⋅⁵ en 10⁻⁶⋅⁵ en trek de begintegenionen af. De code-uitvoer geeft beide equivalenten per liter en voor 56 L. Het bestaande 90 mL × 0,50 mol/L is 45 mmol zuur; dat hoort bij een proeftitratie op bestaande voeding en mag niet rechtstreeks voor deze kandidaat worden gebruikt.
b
Schrijf een selectie- en validatieplan zonder de voeding blind te wijzigen.
Kies eerst pKa/temperatuurgebied en maximale dagelijkse zuur-/basebelasting. Vergelijk bestaande voeding/blanco met een gescheiden kandidaatmonster; meet EC, capaciteit, neerslag, sensorrespons en biologische/plantcompatibiliteit. Pas na gevalideerde keuze kunnen molconcentratie, dosisgrens en mengtijd vastgelegd worden. Handmatige kleine titratiestappen met hercontrole blijven nodig; geen nieuwe automatische doseerregel uit deze oefening.
Zo wordt dit beoordeeld
Chemie
Massabalans, lading en vrije soorten consistent; verdunning en activiteit aangegeven.
Ontwerp
Capaciteit, nutrientcompatibiliteit, neerslag en biologische effecten getoetst.
Bewijs
Geijkte metingen, blanco/replicaten en klein geïsoleerd testvolume vóór stationgebruik.
26.12
Een buffer kan een fout verbergen
Uitdagen9Onderzoeken55 min
Een pH-log blijft vlak maar EC daalt en sommige planten groeien minder.
a
Geef drie toetsbare hypothesen en een meetplan dat ze onderscheidt.
Hypothesen: nutriëntenopname/verarming ondanks buffer; neerslag/complexvorming verlaagt beschikbaar metaal; pH-sonde drift of fouling geeft een kunstmatig plateau. Meet geijkte pH in een onafhankelijk monster, EC/volume en geselecteerde mineralen; inspecteer helderheid/sediment en log doseringen. Gebruik herhalingen en vergelijk de kandidaat met een identieke nulproef. Een vlakke pH is geen bewijs van een gezond of volledig gevoed systeem.
Zo wordt dit beoordeeld
Chemie
Massabalans, lading en vrije soorten consistent; verdunning en activiteit aangegeven.
Ontwerp
Capaciteit, nutrientcompatibiliteit, neerslag en biologische effecten getoetst.
Bewijs
Geijkte metingen, blanco/replicaten en klein geïsoleerd testvolume vóór stationgebruik.